Tagarchief: ENGIE

Sabotage Doel 4 na vijf jaar nog altijd een mysterie

Loopt de saboteur nog altijd rond in de kerncentrale van Doel?

Knack, 31 juli 2019

Hij is even ongrijpbaar als de reus van de Bende van Nijvel: de saboteur van Doel. Al vijf jaar jaagt het federaal parket op de M/V die de stoomturbine van Doel 4 naar de Fillistijnen hielp. De kans bestaat dat de dader nog altijd in de kerncentrale rondloopt, maar geen paniek. Stand van zaken over een onderzoek zonder einddatum.  

foto: Wikimedia Commons

Vijf jaar na datum blijft het een mysterie: wie heeft op 5 augustus 2014 de stoomturbine van Doel 4 gesaboteerd? Het is een vraag van vele miljoenen. De 1.500 ton zware turbine moest helemaal gedemonteerd worden, een grap van 30 miljoen. Daarbovenop slikte eigenaar Engie-Electrabel een exploitatieverlies van ruim 100 miljoen euro. Doel 4, met een capactiteit van 1039 megawatt de grootste van de 7 Belgische kernreactors, kon pas eind december 2014 opnieuw stroom leveren. Het is niet overdreven te spreken van de grootste industriële sabotage in de naoorlogse geschiedenis van dit land. Logisch dus dat het federaal parket, bevoegd voor nucleaire dossiers, alle registers opentrok om de dader te vatten.

De speurders, bijgestaan door experts van Electrabel en het nucleair controleagentschap FANC, gingen uit van een inside job. De sabotage werd gepleegd door in een afgesloten ruimte in de immense turbinezaal een veiligheidsklep te openen. Gevolg: 65.000 liter smeerolie vloeide via een hoogdebietsleiding pijlsnel weg. Ondanks het onmiddellijke stilleggen van de reactor, kon een ravage niet worden vermeden. De 50 meter lange as van de turbine raakte oververhit en smolt zich letterlijk in de kogellagers, met enorme schade als gevolg. De piste van een technisch defect of een menselijke fout werd vrijwel meteen uitgesloten. De dader, zich duidelijk bewust van het feit dat de plaatsdelict zich buiten cameratoezicht bevond, had eerst een ketting met hangslot doorgenknipt. Na het opendraaien van de leiding, manipuleerde hij de stang van de afsluiter zodanig dat die bij een oppervlakkige visuele controle in gesloten positie leek te staan. Daardoor werden operatoren en technici misleid toen ze die dinsdagochtend in paniek op zoek gingen naar de oorzaak van het snel wegzakkende oliepeil.

leugendetector

Op het eerste gezicht was het onderzoek een haalbare kaart. Alleen de zowat zestig  werknemers die op het moment van de feiten in Doel 4 aan het werk waren, konden zich toegang verschaffen tot de ruimte van het oliereservoir. Behalve eigen Electrabel-personeel omvat die groep technici van onderaannemers zoals Alstom, Siemens en Vinçotte, naast medewerkers van bewakings- en onderhoudsfirma’s. Het is dus geen zoektocht naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg, zeker omdat heel wat van die verdachten snel kon geëlimineerd worden als potentiële dader. Eind december 2014 meldde VTM Nieuws dat nog slechts een dertigtal verdachten aan een preventief toegangsverbod tot alle nucleaire centrales bleef onderworpen.

De speurders beschikken over alle instrumenten die ze zich kunnen wensen, van leugendetector tot het arsenaal van observatie- en informatietechnieken voorzien in de wetgeving op de bijzondere opsporingsmethodes (BOM). Een doorbraak leverde dat evenwel niet op. Eind 2016 rapporteerden verschillende media dat het federaal parket op het punt stond het dossier af te sluiten met als conclusie “dader onbekend”. Dat scenario werd voorkomen doordat Electrabel om bijkomende onderzoeksdaden heeft gevraagd. Toch weten we vijf jaar na datum weinig meer dan in februari 2015 toen Knack een eerste stand van zaken opmaakte. Het onderzoek loopt nog altijd, maar er werd nog niemand in staat van verdenking gesteld.

Hoe kan dat in zo’n belangrijke aangelegenheid? Niet alleen de economische schade is gigantisch. De reputatie van Engie-Electrabel als nucleair operator en bij uitbreiding van de hele Belgische kernenergiesector kreeg een dreun, ook al werd de sabotage buiten het eigenlijke reactorgebouw gepleegd. Het federaal parket blijft zoals bij alle vorige verjaardagen zuinig met commentaar. ”Over lopende onderzoeken wordt niet gecommuniceerd’, zegt woordvoerder Eric Van Der Sypt die geen doorbraak of einddatum in het verschiet wil stellen. Discretie is troef, we vissen zelfs tevergeefs naar de bevestiging dat het om sabotage van binnenuit gaat, zoals algemeen wordt aangenomen. Wel pleit Van Der Sypt verzachtende omstandigheden voor het uitzonderlijk lang aanslepen. Het gaat om een moelijk onderzoek. Materiële aanwijzingen zijn schaars, bruikbare tips blijven helemaal achterwege. Er was ook pech mee gemoeid. Een van de leidende speurders werd vorig jaar door een hartaderbreuk geveld, met alle tijdverlies vandien. Toch licht Van Der Sypt een tipje van de sluier op. ‘Wie zegt dat we nog geen verdachten in beeld hebben’, vraagt hij retorisch. ‘Verdenkingen koesteren is echter één zaak, het vinden van bewijzen iets helemaal anders. Zoals ik al zei: het gaat om een heel moeilijk onderzoek’.

Insider threat

Over dat gerechtelijk onderzoek wil ook het FANC zoals verwacht niks kwijt. Wel wenst woordvoerdster Ines Venneman nogmaals te benadrukken dat de nucleaire veiligheid op 5 augustus 2014 op geen enkel moment in gevaar is geweest. Dat het FANC onmiddellijk na het incident een resem extra beveiligingsmaatregelen aan Engie-Electrabel oplegde, is eveneens oud nieuws. Zowel in Doel als Tihange werden massaal camera’s bijgeplaatst. Programmeerbare badges zorgen ervoor dat alleen bevoegden nog toegang hebben tot bepaalde gebouwen of installaties. In een groot deel van de centrales geldt het vierogenprincipe: werknemers moeten altijd door een collega worden vergezeld als ze zich bijvoorbeeld in het reactorgebouw begeven, zodat ze elkaar kunnen controleren. Het zijn allemaal maatregelen gericht op insider threat, een fenomeen dat in de literatuur wordt omschreven als het “misbruik maken van toegang tot kennis of infrastructuur om de eigen organisatie schade te berokkenen”, een noemer waaronder behalve sabotage ook industriële spionage past. Je zou het een lichtpunt in deze zaak kunnen noemen: de sabotage in Doel 4 heeft van het FANC een voortrekker gemaakt in de internationale strijd tegen dit gevaar. In maart was Brussel het toneel voor het symposium ‘Insider Threat Mitigation’, een gezamelijke organisatie van het FANC en zijn Amerikaanse tegenhanger NNSA. 200 experts uit 50 landen staken gedurende drie dagen in werkgroepen en panels de koppen bij elkaar. Voornaamste doel was het vlotter uitwisselen van best practices, zoals voorzien in een omzendbrief van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) waarmee intussen al 28 landen en Interpol zich hebben geëngageerd om insider threat aan te pakken.  

Het Belgische gastheerschap was een ietwat twijfelachtige eer, want de aanleiding was bij alle deelnemers bekend. De sabotage in Doel 4 blijft een veelbesproken case in de wereld van nucleaire operatoren en regulatoren, een relatief kleine maar hechte club. Geen wonder, want het gaat om een incident zonder voorgaande. Harvard-professor Matthew Bunn, gespecialiseerd in topics zoals nucleaire diefstal en terrorisme, kende ons land in zijn keynote lezing een glansrol toe. Opvallend was dat hij niet alleen naar de gesaboteerde stoomturbine verwees. Bunn tilde even zwaar aan de zaak Ilyass Boughalab, een gesneuvelde Syrië-strijder uit Lokeren die drie jaar lang voor onderaannemer Vinçotte in Doel lasnaden mocht inspecteren, ook in de nucleaire delen van de centrales. Dat deed hij overigens naar algemene tevredenheid, Boughalab nam in 2012 zelf ontslag. Pas daarna radicaliseerde hij om in 2014 naar Syrië te vertrekken waar hij al in maart zou omgekomen zijn, wat overigens niet kon beletten dat hij later op het Sharia4Belgium-proces bij verstek tot vijf jaar werd veroordeeld. Dat de timing iedere link met de sabotage in Doel 4 uitsluit, hield Harvard-professor Bunn niet tegen om beide zaken op één en dezelfde slide te presenteren. Het FANC wijst op het ontbreken van enig verband, maar benadrukt tegelijkertijd dat de screening van nucleair personeel de allerhoogste prioriteit geniet. Sollicitanten worden sowieso door politie, Staatsveiligheid, Defensie en de Nationale Veiligheidsoverheid (NVO) tegen het licht gehouden. Dezelfde procedure geldt voor personeel van onderaannemers of eender wie toegang krijgt tot een kerncentrale.  ‘Maar we gaan nog een stap verder’, zegt woordvoerdster Venneman. ‘Momenteel werken we aan nieuwe richtlijnen voor aftercare. We willen meer structuur in de screening, en een betere interne opvolging na de aanwerving’.

complottheorieën

Tom Sauer, professor internationale politiek en expert nucleaire veiligheid en ontwapening aan de Universiteit Antwerpen, speelde op het symposium de rol van panelleider. Hij is niet verrast door de visie van collega’s zoals Bunn. ‘Voor vele buitenlanders is de sabotage van Doel 4 een terroristische daad’, zegt hij. ‘Zeker in Amerika twijfelt niemand daaraan. Ik was op de Nuclear Security Summit van 2016 die in Washington plaats vond, toevallig enkele dagen na de aanslagen van Brussel. Iedereen legde meteen de link met Doel 4, een case waarover trouwens nog altijd druk wordt nagekaart. Ook in de wandelgangen van het symposium werd er volop over gespeculeerd’. Iedereen stel zich dezelfde vragen. Wie was de saboteur? En wat zijn motief? Ze kunnen ook in meervoudsvorm worden gesteld, want het valt niet uit te sluiten dat er meerdere daders waren. De populaire terrorismetheorie spoort op het eerste gezicht met omstandigheden die in feite pas na de sabotage ontstonden. Vanaf begin 2015, de aanslag op Charly Hebdo, raakte ook ons land in de greep van radicalisering en terreurdreiging. Bij het oprollen van de terreurcel achter de aanslagen van Parijs en Brussel, bleek dat kopstukken zoals Abdelhamid Abaaoud een ongezonde belangstelling voor nucleaire doelwitten in België en omliggende landen koesterden. Zo werden computerbeelden ontdekt van de privéwoning van een topman van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol, vermoedelijk bedoeld als voorbereiding van een ontvoering. Maar dat alles speelde zich in 2015 en 2016 af, lang na de sabotage.

Zelf hecht Sauer meer belang aan een tweede piste die vooral in de Belgische nucleaire community rondzoemt: sabotage door een of meerdere gefrustreerde werknemers van de kerncentrale. Motieven voor sabotage op het werk zijn in de criminologie goed bestudeerd, ze strekken van wraaklust over hebzucht tot mentale problemen en, jawel, radicalisering. Voor de laatste drie zijn er geen aanwijzingen. Blijft dus over het wraakmotief. Heeft iemand de smeeroliekraan opengedraaid uit frustratie over een gemiste promotie, een nakend ontslag of een onuitstaanbare overste? Speculaties hebben de neiging tot complottheorieën samen te klonteren. De sabotage zou niet los kunnen gezien worden van de context waarin de Belgische kernindustrie in de zomer van 2014 opereerde. De regering Di Rupo had twee jaar eerder besloten de reeds in 2003 voorgenomen kernuitstap deels uit te voeren door alvast Doel 1 en Doel 2 in de loop van 2015 defintief af te schakelen. Was het saboteren van Doel 4 een manier om deze klap voor de nucleaire industrie en de bijbehorende tewerkstelling te verijdelen? Het actiemiddel lijkt absurd radicaal, al sluiten believers van deze theorie niet uit dat de daders de gevolgen van hun al bij al simpele ingreep ietwat hebben onderschat. Dat de sabotage werd gepleegd terwijl de scheurtjescentrales Doel 3 en Tihange 2 al bijna twee jaar stillagen, past dan weer in het denkkader. Het langdurig uitvallen van de grootste Belgische reactor kon niet anders dan de onmisbaarheid van D1 en D2 voor de bevoorradingszekerheid extra te onderstrepen. ‘Ik heb die versie tijdens het symposium door iemand uit de sector horen uiteenzetten’, zegt Sauer. ‘Het werd niet als een complottheorie verteld’.

zwaard van Damocles

D1 en D2 draaien nog altijd. Eind 2015 besloot de regering Michel de levensduur van beide reactoren met tien jaar te verlengen. ‘Klopt’, zegt Nele Scheerlinck, communicatieverantwoordelijke van kerncentrale Doel. ‘Maar dat had weinig of niks met de sabotage in Doel 4 te maken, die beslssing werd ingegeven door bekommernissen omtrent de bevoorradingszekerheid. Er leefden toen toen grote twijfels over het importeren van buitenlandse stroom om eventuele tekorten op te vangen’. Doel 4 saboteren om de toekomst van de Belgische kernindustrie te vrijwaren? Volgens Scheerlinck is het te gek voor woorden. ‘Zo’n dader zou wel erg wereldvreemd zijn geweest’, zegt ze. ‘Wie ook maar een beetje vertrouwd is met de sector kent de negatieve perceptie van de Belgische kernindustrie. Vooral in onze buurlanden staan we op een slecht blaadje, ieder akkefietje in Doel of Tihange wordt er buiten proportie geblazen. Om maar te zeggen: de sabotage was wel de slechts mogelijke dienst die men ons kon bewijzen. Dit heeft niet alleen ontzettend veel geld gekost, de reputatieschade voor Electrabel valt niet te schatten’.

Scheerlinck bevestigt wel wat we uit verschillende bronnen vernamen: de sabotage is in Doel nog niet verteerd. Verschillende medewerkers zijn vertrokken om aan de verziekte sfeer te ontsnappen. Maatregelen zoals het 4 eyes-principe dragen niet bij tot de arbeidsvreugde. Het door het FANC opgelegde en door de vakbonden gecontesteerde verbod op smartphones in de centrale evenmin. ‘Dat speelt ons zelfs parten bij het rekruteren van jonge medewerkers’, zegt Scheerlinck. En dan is er nog het gerechtelijk onderzoek dat als een zwaard van Damocles boven Doel hangt. Een tiental eigen medewerkers gaat nog altijd gebukt onder bijzondere restricties. Ze mogen bepaalde delen van de centrale helemaal niet betreden en worden in tegenstelling tot collega’s permanent aan de vierogenregel onderworpen. ‘Dat zorgt voor frustraties”, geeft Scheerlinck toe. ‘In de ondernemingsraad of tijdens informeel overleg tussen directie en personeel komen al jarenlang dezelfde vragen terug. Hoe staat het met het onderzoek? En vooral: wanneer worden die beperkingen opgeheven? Helaas kunnen we geen antwoord geven. Engie-Electrabel heeft zich uiteraard burgerlijke partij gesteld, maar toch weten we verrassend weinig over de voortgang van het onderzoek. Door allerlei privacyregels hebben onze advocaten maar een beperkte inzage in het dossier. We hebben wel een lijst met medewerkers die nog niet buiten verdenking werden gesteld. Die krijgen we via het FANC, maar in feite komt ze van het federaal parket. Zelf hebben we daar niets aan te zeggen’.

Dat leidt onvermijdelijk tot deze conclusie: het federaal parket sluit niet uit dat de saboteur _ of saboteurs _ nog altijd rondloopt in de kerncentrale van Doel. Scheerlinck beaamt maar relativeert het risico. ‘Veiligheid hangt in onze sector niet af van een individu, zelfs niet als dat individu slechte bedoelingen heeft. Screening, vorming, interne controle, onze procedures worden voortdurend geëvalueerd en bijgesteld. We hebben een robuust systeem’. En toch gebeurde vijf jaar geleden het ondenkbare. Scheerlinck zucht diep. ‘Geloof me’, zegt ze. ‘Niemand is er meer op gebrand de waarheid te kennen dan Electrabel. Wij zijn tenslotte het voornaamste slachtoffer in dit verhaal’.