Tagarchief: FANC

Nucleaire noodplanning op zijn Belgisch: “Met een serieuze ramp werd nooit rekening gehouden”

Humo, 12 april 2016 

‘‘Fukushima is al vijf jaar geleden, maar de Belgische overheden hebben er nog altijd geen lessen uit getrokken’

Nu Belgische IS-terroristen nucleaire bobo’s bespioneren en kernreactoren meer scheuren vertonen dan een uitgedroogde rivierbedding, dringt de vraag zich op. Wat als er een kernramp gebeurt? Bij het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken liggen de nucleaire noodplannen klaar. Maar werken ze wel? En wat met Antwerpen, de stad met een half miljoen inwoners die tegelijkertijd in de schaduw van een kerncentrale maar buiten de nucleaire schuilzone ligt? ‘Als de wind uit het Zuidwesten waait moet iedereen de Schelde over. Probeer je de taferelen in de Kennedytunnel maar voor te stellen’.

 

humoramp1 illustraties: Kamagurka

Bij de Algemene Pharmaceutische Bond, de beroepsfederatie van zelfstandige apotheken, beleven ze een déja-vu. Sinds de aanslagen van 22/3 stromen de meldingen van leden binnen. Steeds meer patiënten kloppen bij hun apotheker aan voor jodiumtabletten. Kaliumjodide, onder chemici en quizzers bekend als KI, is geen ordinair geneesmiddel. De molecule dankt haar faam aan de Koude Oorlog. Verzadigd jodium stapelt zich op in de schildklier. Bij preventieve inname belet het dat zich in diezelfde klier kankerverwekkend, radioactief jodium 131 opstapelt. Het slikken van stabiel jodium is een van de weinige maatregelen die de brave burger kan nemen om zich te beschermen tegen de gevolgen van een kernaanval. Of tegen de neerslag van een nucleaire catastrofe van civiele makelij. ‘Na de ramp in Fukushima in 2011 hebben we hetzelfde meegemaakt’, zegt apotheker en APB-woordvoerder Koen Straetmans. ‘Paniek, we hebben onze leden toen geadviseerd om geen jodium te verstrekken. Behalve uiteraard wanneer het ging om inwoners van de perimeter voor preventieve distributie. Wie binnen een straal van 20 kilometer rond een kerncentrale of nucleaire site woont, kan ten allen tijde bij zijn apotheek gratis een dosis jodiumtabletten voor het ganse gezin afhalen. Maar na Fukushima gingen in heel het land ongeruste burgers massaal om jodiumpillen. Apotheken buiten de 20 km-perimeter hebben geen tabletten in huis, maar ze zijn wettelijk verplicht 500 gram poeder te stockeren om in geval van nood jodiumbereidingen te maken. Niet doen, is de boodschap die we ook dit keer graag herhalen. Eigen bereidingen zijn minder gemakkelijk te doseren en ook minder lang houdbaar. Bovendien bestaat het risico dat men preventief jodium gaat slikken. Geen goed idee want stabiel jodium heeft serieuze neveneffecten. Innemen mag alleen bij een echte ramp, en dan nog pas wanneer daartoe wordt opgeroepen in het kader van het nucleair noodplan’.

Islamitische Staat

De ongerustheid heeft dit keer niet met een nucleaire ramp in Verweggistan te maken, het gevoel is homegrown. Terreurdreiging houdt ons land al meer dan een jaar in de ban. Op 22 maart werd de collectieve nachtmerrie van een zware aanslag werkelijkheid. Wie hoopt dat daarmee de spanning van de lucht is, dwaalt. Het onweer hangt nog boven ons land, gezagsdragers en veiligheidsexperts roepen in koor op om ons alvast schrap te zetten voor de volgende klap. Dreigingsniveau 3 blijft immers onverkort van kracht, een nieuwe aanslag is niet alleen mogelijk en waarschijnlijk, maar zou ook wel eens een nucleair karakter kunnen hebben. Dat is tenminste wat rondzoemt aan toog en borreltafels, of in treinwagons die bange forenzen naar het gevaarlijke Brussel vervoeren. Slaat de verbeelding op hol? Niet als we binnen-en buitenlandse media mogen geloven die unisono wijzen op de ongezonde belangstelling van Islamitische Staat voor het Belgische kernpark. Veelbesproken is het SCK-incident. In februari raakte bekend dat Belgische speurders bij een huiszoeking in de nasleep van de aanslagen in Parijs een intrigerende videofilm hebben gevonden. Tien uur beeldmateriaal, gedraaid met een verborgen camera gericht op de privéwoning van een topman van het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol. De opname kwam boven water in een appartement van terreurverdachte Mohamed Bakkali, een huisvriend van Salah Abdeslam en Bilal Hadfi die kort na de aanslagen in Parijs werd opgepakt. Over de bedoelingen van de spionage wordt druk gespeculeerd. Onze bron, dicht bij het onderzoek door het federale parket, gewaagde van een horror scenario. De terroristen zouden hebben gehoopt om via een tigerkidnapping aan voldoende plutonium te geraken om het Albertkanaal, voornaamste bron van drinkwater in Vlaanderen, voor jaren te besmetten en onbruikbaar voor menselijke consumptie te maken.

humoramp2

De Antwerpse professor Tom Sauer, specialist internationale veiligheid en nucleaire wapenbeheersing, heeft een memorabel werkbezoek aan Washington DC achter de rug. De Amerikaanse hoofdstad was eind maart het toneel voor de Nuclear Security Summit, een tweejaarlijkse hoogmis waar staatshoofden en experten zich over nucleaire dreigingen buigen. ‘België was the talk of the town’, zegt hij. ‘Ons land werd spontaan gelinkt met terrorisme. Logisch met de aanslagen van 23/3 vers in het geheugen en de wetenschap dat we hofleverancier van Syriëstrijders zijn. Maar België kwam ook nadrukkelijk in beeld als een land dat kwetsbaar is voor nucleair terrorisme. Gezaghebbende kranten zoals de New York Times en de Wall Street Journal hebben er lange artikels aan gewijd. Daarin ging het niet alleen over de SCK-spionagevideo, ze rakelden ook eerdere incidenten op, zoals de sabotage van de stoomturbine van Doel 4 in augustus 2014’.

HUMO: wie zegt dat het toen om terrorisme ging?

Tom Sauer: ‘Anderhalf jaar later weten we nog altijd niet wie de daders zijn, het federaal parket rept met geen woord over het onderzoek. Maar de toenmalige OCAD-topman André Vandoren heeft kort na de sabotage in een televisie-interview zelf gewag gemaakt van een terreurpiste. Een bewijs is dat niet, maar ook vele internationale experts gaan uit van terrorisme. Vandaar ook de ophef toen onlangs aan het licht kwam dat een van de Belgische Syrië-strijders tot in 2012 voor een onderaannemer in Doel heeft gewerkt, ook in het reactorgebouw. Misschien was hij toen nog niet geradicaliseerd, maar het blijft een verontrustende vaststelling die wijst op een gebrekkige veiligheidscultuur’.

HUMO: waar maakt u zich de meeste zorgen over?

Sauer: Inside threat, sabotage van binnenuit zoals in Doel 4. Ook cyber crime is een hot issue. De Amerikanen en Israëli’s zijn er met hun Stuxnet-virus in geslaagd de centrifuges van het Iraanse atoomprogramma te laten doldraaien. Wat als straks terroristen een soortgelijk virus binnensmokkelen in een van onze kerncentrales? Maar ik wil geen paniek zaaien. Onze kerncentrales zijn wellicht nog het best beveiligd, sites zoals Mol en Dessel lijken me kwetsbaarder. Het zal wel geen toeval zijn dat IS uitgerekend de topman van het SCK viseerde. Het grootste risico is een aanslag met een vuile bom. Er zijn wereldwijd nog geen precedenten, maar er wordt steeds meer voor gevreesd.  Een vuile bom is relatief gemakkelijk te maken: je hebt geen splijtstof nodig maar radiologisch materiaal. In plaats van spijkers voeg je aan een conventioneel bompakket producten toe zoals radioactief cesium, iridium of kobalt. Dat zijn geen zeldzame stoffen, ze worden gebruikt voor industriële toepassingen en wetenschappelijk onderzoek en zijn vooral courant in ziekenhuizen. Zeker in België dat een belangrijke producent van medische isotopen is. Het Nuclear Threat Initiative heeft het algemeen veiligheidsniveau van de Belgische kerninstallaties eind vorig jaar als goed omschreven. In het rapport werd echter een belangrijk voorbehoud gemaakt: we zijn kwetsbaar voor cyber crime en de vele transporten van nucleair materiaal over de Belgische wegen houden een groot risico in’.

HUMO: hoe moeten we ons de impact van een vuile bom voorstellen?

Sauer: ‘Daarover bestaat discussie. Sommigen zien een vuile bom vooral als een psychologisch wapen. Het is niet zozeer de rechtstreekse impact die de maatschappij ontwricht, wel de massapaniek die er onvermijdelijk op volgt. Anderen zijn het daar niet mee eens. Naast de massapaniek zal er lokaal wel degelijk een serieus probleem ontstaan, met een zone die voor weken of zelfs maanden onleefbaar wordt’.

Evacuatiezone

Terrorisme of ongeval, bij de geringste nucleaire calamiteit moet het Crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken in actie schieten. Het Crisiscentrum, de voorbije weken vol aan de bak met de nasleep van de terreuraanslagen in Brussel, is de Belgische hoop in bange dagen. De dienst stelt de nationale noodplannen op, met daarin de richtlijnen die door provinciale en gemeentelijke overheden in regionale en lokale noodplannen worden vertaald. Het Crisiscentrum organiseert verder ook rampenoefeningen, doet aan voorlichting en verricht via zijn Hoger Instituut voor de Noodplanning wetenschappelijk onderzoek over risicoanalyse en crisisbeheer. Bovenal is het Crisiscentrum in Brussel de plek waar de telefoons roodgloeiend staan wanneer zich ergens in het koninkrijk een ramp van enig formaat voordoet. ‘Noodplanning werkt in principe bottom-up’, legt woordvoerder Benoît Ramacker uit. ‘Bij een incident is het de burgemeester die de coördinatie van de hulpdiensten verzekert, op basis van de gemeentelijke noodplannen. Gaat het om een groter incident met gemeentegrensoverschrijdende dimensies, dan neemt de provinciegouverneur de leiding. Dat gebeurt allemaal in permanent overleg met het Crisiscentrum, maar in principe nemen wij de coördinatie pas over wanneer een ramp het provinciaal niveau overstijgt. Op die regel bestaan echter uitzonderingen, terrorisme en pandemieën vallen altijd rechtstreeks onder het Crisiscentrum. Ook bij nucleaire incidenten werkt de delegatie top-down. Bij iedere melding groot of klein treedt automatisch het federaal noodplan in werking. Wij sturen aan, de gouverneurs en burgemeesters hebben een uitvoerende functie’.

De Belgische noodplanningswetgeving leest even vlot als een notariële akte. Wie er zo nodig wil op promoveren, verwijzen we graag naar de websites van het Crisiscentrum of, voor de nucleaire noodplannen, van het FANC. Wel goed om weten: behalve de drie niveaus federaal-provinciaal-lokaal valt een onderscheid te maken tussen Algemene Nood- en Interventieplannen (ANIP) en Bijzondere Nood-en Interventieplannen (BNIP). ANIP’s zijn passe partout plannen, bestemd voor een waaier van risico’s die niet op een specifieke locatie kunnen worden vastgepind. Denk aan een onvoorspelbare kettingbotsing of aan de treinramp die zich toevallig in Wetteren voordoet. BNIP’s zijn er voor welomschreven en perfect lokaliseerbare risico’s. Gemeenten of provincies stellen tijdelijke BNIP’s op voor evenementen zoals rockfestivals of sportwedstrijden, voor industriële vestigingen zoals Seveso-bedrijven zijn er permanente BNIP’s. Die zijn ook verplicht voor de nucleaire sites, de kerncentrales van Doel en Tihange, het SCK in Mol, Niras-Belgoprocess in Dessel en isotopenproducent IRE in Fleurus. Nucleaire BNIP’s worden echter door het federale Crisiscentrum uitgewerkt, net zoals de noodplannen voor de Belgische buurgemeenten van de kerncentrales in het Franse Chooz en het Nederlandse Borssele. Centraal in die nucleaire BNIP’s staan de door het federaal noodplan opgelegde perimeters. Voor de kerncentrales en de nucleaire sites in Mol en Dessel geldt een noodplanningszone van 10 kilometer. Bij een nucleair lek worden de betrokken inwoners opgeroepen te schuilen en zich via alle beschikbare media over verdere instructies te informeren. Binnen die cirkel geldt een kleinere perimeter van 5 kilometer, de zogenaamde evacuatiezone. Of er daadwerkelijk wordt geëvacueerd en waarheen, zal op het moment zelf door het Crisiscentrum worden beslist, na inwinnen van het advies van het FANC en in functie van atmosferische omstandigheden zoals de windrichting. Maar de perimeter is geen vrijblijvend cijfer, ze verplicht autoriteiten en hulpdiensten om zich voor te bereiden. In principe moeten ze te allen tijde klaar staan om tot een volledige evacuatie over te gaan. Om het nog ingewikkelder te maken: er is ook nog een reflexzone van 3,5 kilometer waar de provinciegouverneur in afwachting van instructies uit Brussel op eigen houtje bewarende maatregelen zoals alarmeren en oproepen tot schuilen mag nemen. Al die concentrische cirkels passen op hun beurt in de ruimere perimeter voor preventieve jodiumverstrekking. 20 kilometer, behalve voor het IRE in Fleurus waar een 10 km-zone voldoende wordt geacht.

humoramp3

HUMO: ingewikkeld allemaal. Wat gebeurt er concreet wanneer zich een nucleair incident voordoet?

Ramackers: ‘Dat hangt af van de aanmelding door de exploitant. Een Niveau 1 is een beperkt incident zonder risico op radioactieve lozing buiten de site. Een N2 betekent een klein en een N3 een groter risico. Vanaf die intermediaire niveaus kunnen er maatregelen worden genomen, ter beveiliging van de landbouw en de voedselketen, bij een N3 ook ter bescherming van de volksgezondheid. Tenslotte is er een NR-melding. Niveau Reflex, dat betekent dat er sowieso onmiddellijke tegenmaatregelen worden getroffen. De waarheid is dat we nog geen enkele aanmelding hebben ontvangen. Het nationaal nucleair noodplan werd nog maar een keer afgekondigd, na een uiterst klein lek in Fleurus in 2008. Maar dat was zonder notificatie door de exploitant, de maatregel kwam er op basis van eigen metingen die enkele grasstalen met licht verhoogde waarden aan het licht hadden gebracht. Het ging om een erg lichte besmetting, maar toch hebben we de omwonenden in een zone van vijf kilometer gevraagd tijdelijk geen tuingroenten te consumeren. Louter preventief’.

HUMO: waarom gebruiken jullie niet de veel bekendere INES-schaal, de International Nuclear and Radiological Event Scale van het Internationaal Atoomagentschap die van 1 tot 7 – niveau Fukushima en Tsjernobyl – gaat?

Ramackers: ‘INES is bij preventieve noodplanning niet bruikbaar, het is een instrument om nucleaire incidenten achteraf, a posteriori, in te schatten’.

Stralingsdeskundige en professor–emeritus Gilbert Eggermont verwijst wel naar de INES-schaal. ‘Nucleaire noodplanning in België steunt op optimistische premissen. Een INES 7 zoals in Fukushima of Tsjernobyl wordt ondenkbaar geacht, het ergste dat men zich kan inbeelden is een Harrisburg-scenario, een INES 5-incident met een gedeeltelijke kernsmelting en een beperkte lozing in de atmosfeer’. Eggermont weet waarover hij spreekt. Hij doorliep een carrière als onderzoeker en directielid bij het SCK, doceerde aan binnen-en buitenlandse universiteiten, en heeft decennialang in alle mogelijke adviescommissies voor nucleaire veiligheid gezeten. Eggermont was ook de voorzitter van de werkgroep die door de Hoge Gezondheidsraad (HGR) met een kritische doorlichting van de nucleaire noodplanning werd gelast. Rampenplannen in het post-Fukushimatijdperk, luidt de titel van het HGR-advies dat begin maart werd voorgesteld. Ondanks de zakelijke, wetenschappelijke aanpak bevat het lijvige rapport striemende kritiek. ‘Het advies is dan ook uit frustratie geboren’, zegt Eggermont. ‘Fukushima is al vijf jaar geleden, maar de Belgische overheden hebben er nog altijd geen lessen uit getrokken. Niet dat ik daarvan opkijk, het is bijna een traditie. Na het ongeluk in Three Mile Island-Harrisburg in 1979 heeft het nog jaren geduurd vooraleer hier aan een systematische noodplanning werd gedacht. Zelfs de veel zwaardere ramp in Tsjernobyl in 1986 bracht geen schot in de zaak. Er werd lang getalmd met preventieve jodiumdistributie. Dat veranderde pas toen cijfers bekend raakten over het aantal kinderschildklierkankers. In Wit-Rusland, Oekraïne en Rusland hebben ze er 7.000 geregistreerd. In Polen, waar ze preventief stabiel jodium hadden verdeeld, was er geen enkel geval’.

humoramp4

HUMO: Fukushima werd door een verwoestende en in West-Europa ondenkbare tsunami veroorzaakt, Tsjernobyl door een keten van menselijke blunders die alleen mogelijk lijken in een starre Sovjetbureaucratie. Waarom moeten we die rampen als maatstaf nemen?

Gilbert Eggermont: ‘Omdat er nog andere risico’s met zware  gevolgen kunnen spelen. Een goede kwetsbaarheidsanalyse moet  rekening houden met nieuwe dreigingen. Zoals terrorisme, of de verouderde staat van het Belgische kernpark. Ik kan het alleen met lede ogen vaststellen: terwijl de regering er maar niet in slaagt de nucleaire noodplannen te actualiseren, heeft ze wel op een drafje besloten de levensduur van de oudste en minst veilige kerncentrales te verlengen. Dan moet ze ook maar consequent zijn en noodplannen opstellen die op de ergste scenario’s anticiperen. Ik pleit voor realisme: de kans op een zware ramp mag dan erg klein zijn, ze is niet helemaal onbestaand. Het kan ook bij ons gebeuren en de gevolgen kunnen veel verder reiken en veel zwaarder uitpakken dan in de huidige noodplannen wordt voorzien’.

HUMO: wat moet er concreet veranderen?

Eggermont: ‘De perimeters moeten ruimer. 20 kilometer voor evacuatie, 100 kilometer voor preventieve jodiumdistributie. Dat is in feite nog te weinig. In Fukushima werd uiteindelijk een zone van 30 kilometer ontruimd, maar er werden zelfs aanzienlijke besmettingen  tot op 80 kilometer van de centrale vastgesteld. We moeten ook veel meer nadenken over de lange termijngevolgen. De ontruimingszone rond Tsjernobyl is na dertig jaar nog altijd onbewoonbaar. In Fukushima hebben ze met man en macht gewerkt om daken te ontsmetten en tuinen af te graven. Toch aarzelen de meeste mensen om naar hun dorpen terug te keren. Je tuin mag dan ontsmet zijn, je wil ook dat je kinderen veilig in het bos achter het huis kunnen spelen. Ook die psychologische effecten moeten in het langetermijnluik van de noodplanning worden meegenomen, net zoals de problematiek van het radioactief afval. In Fukushima weten ze nu al geen blijf met de bergen besmette aarde’.

Humo: een evacuatiezone van 20 km rond Doel omvat ook de Stad Antwerpen met haar 500.000 inwoners. Daar is toch geen beginnen aan?

Eggermont: ‘De inplanting van Doel is was ze is. Waarom denk je dat Doel wereldwijd als case bekend staat? Geen enkele kerncentrale ligt in zo’n dichtbevolkt gebied: meer dan een miljoen mensen in een straal van dertig kilometer. Makkelijk zal het niet worden om zoiets in noodplannen te vatten. Er is niet alleen de bevolkingsdichtheid, Antwerpen is met zijn haven en zijn oververzadigde ring een logistieke nachtmerrie. Evacueren moet tegen de windrichting in. Aangezien het meestal vanuit het zuidwesten waait, moeten al die Antwerpenaars zo snel mogelijk over de Schelde worden geloodst. Lastig allemaal, maar dat is geen excuus om er niet over na te denken. Wees voorbereid, dat ben ik al twee keer gaan vertellen in de Antwerpse gemeenteraad, na Harrisburg en na Tsjernobyl. Ik wil het gerust nog een derde keer gaan herhalen, liefst preventief. Tenslotte zijn het Antwerpse stadsbestuur en vooral de partij van de burgemeester verantwoordelijk voor de levensduurverlenging van Doel 1 en Doel 2. Dan moeten ze ook maar verantwoordelijkheid durven nemen voor het geheel van de nucleaire veiligheid inclusief de mogelijke gevolgen van een zwaar ongeval’.

humoramp5

De recentste nucleaire rampenoefening van formaat dateert van oktober 2015. De scenaristen van het Crisiscentrum hadden een dubbel incident uit hun mouw geschud. Een nucleair ongeluk in het SCK in Mol, een gekantelde vrachtwagen met gevaarlijke lading bij de buren van Belgoprocess in Dessel. Voor de tweedaagse oefening werden negentig studenten als figuranten opgetrommeld. Bedoeling was de evacuatieprocedure te testen en na te gaan hoe vlot de communicatie tussen Brussel en de verschillende hulpdiensten verliep. De Molse burgemeester Paul Rotthier (CD&V) mocht net als zijn Desselse collega zichzelf spelen in dit drama. ‘Geen hoofdrol’, zegt hij. ‘Als burgemeester heb je bij nucleaire oefeningen een louter uitvoerende functie, alles wordt door het Crisiscentrum in Brussel gedicteerd. Niet dat onze inbreng daarom minder belangrijk is. We moeten de kruispunten afzetten voor de perimeter. Als het Crisiscentrum maatregelen voor de landbouw oplegt, moeten wij nagaan welke boeren binnen het getroffen areaal vallen. En uiteraard is het onze verantwoordelijkheid dat onze eigen politiemensen met de nodige stralingsmeters en jodiumtabletten kunnen uitrukken’.

HUMO: de inwoners van Mol en Dessel, residenten nochtans van de evacuatiezone, werden niet bij de oefening betrokken. Moeten zij zich niet actief voorbereiden op een calamiteit?

Paul Rotthier: ‘Dat werd niet voorzien in het scenario, oefeningen dienen vooral om de samenwerking tussen de verschillende niveaus en hulpdiensten te stroomlijnen. Maar onze burgers zijn sowieso gesensibiliseerd, ze kennen de basisregels. Blijf binnen, laat de kinderen op school, luister naar de radio, dat is er intussen wel ingehamerd. Mol is trouwens een van de pilootgemeenten van Be-Alert, een nieuw waarschuwingssysteem van het Crisiscentrum. Iedereen die in de telefoongids staat wordt automatisch verwittigd, maar we hebben onze inwoners opgeroepen om ook gsm-nummers en mailadressen te registreren. Angst voor een nucleair ongeval? Nee, dat leeft in deze streek niet, den ‘atoom’ is hier een vanzelfsprekend gegeven. Om de drie maanden worden de sirenes getest, dat hoort hier gewoon bij het leven’.

Marc Van de Vijver (CD&V) mag als burgemeester van Beveren opcentiemen en drijfkrachtbelasting uit de kerncentrale van Doel incasseren. Veel verder reikt zijn arm niet in de grootste stroomfabriek van Electrabel. Ook hij laat meteen weten dat nucleaire aangelegenheden door Brussel worden geregeld. Een derde van zijn ingezetenen woont binnen de evacuatiezone, een feit waar volgens de burgervader weinigen de slaap voor laten. ‘De mensen hebben er vertrouwen in, de centrale is goed beveiligd. Ik erger me trouwens aan tegenstanders van kernenergie die angst zaaien over de veiligheid om hun slag thuis te halen’. Hij moet zijn geheugen pijnigen, maar met resultaat. In zijn tien jaar als burgemeester heeft hij één evacuatieoefening met burgerparticipatie meegemaakt. Van de Vijver: ‘Een jaar of zes geleden hebben we de lagere school van Kallo geëvacueerd, met bussen naar het provinciaal domein Puyenbroeck in Wachtebeke. Brussel gaf de instructies, ik stond met de gouverneur in voor de praktische uitvoering. Alles verliep vlot, maar het blijft een oefening. Als het ooit werkelijkheid wordt, zal er wel meer paniek zijn. Of we daarmee op een Fukushima-scenario zijn voorbereid? Nee, maar de kans op zo’n ramp lijkt me nagenoeg onbestaand’.

Hopelijk moet Bart Bruelemans, rampencoördinator van de Stad Antwerpen, de keuze nooit maken. Evacueren naar het provinciaal domein Puyenbroeck in Oost-Vlaanderen? Of toch naar campus Vesta in Ranst, het opleidingscentrum voor brandweer en politie dat door de provincie Antwerpen als opvang voor évacués wordt voorzien? Veel zal afhangen van de windrichting, maar vast staat dat voor geen van beide opties een draaiboek klaar ligt. Behalve een stuk havengebied en de polderdorpen Berendrecht, Zandvliet en Lillo, valt de grootste stadsagglomeratie van Vlaanderen volledig buiten de 10km-schuilzone rond Doel. ‘Maar dat betekent niet dat we er nog nooit over nagedacht hebben’, zegt Bruelemans. ‘Ook in de ANIP’s staan richtlijnen en procedures voor evacuatie. We hebben trouwens ervaring met grootschalige operaties. In 2004 is er in de haven een tankwagen met giftig broom gekanteld, toen hebben we 3.000 mensen geëvacueerd. Ook van de Switel-brand hebben we veel geleerd, vooral voor het medisch urgentieplan’.

HUMO: dat is allemaal klein bier naast de evacuatie van een volledige stad met 500.000 inwoners…

Bruelemans: ‘Klopt, maar ik zie eerlijk gezegd niet goed hoe je zo’n operatie in een plan kunt vatten. Zelf geloof ik meer in een flexibel concept. Een goed noodplan bevat de bouwstenen die je tijdens een crisis in de juiste volgorde legt. 1.000 mensen evacueren is een lastige opdracht. Je kan beter een evacuatie voorbereiden in blokken van 100 personen en die operatie dan tien keer herhalen’.

humoramp6

Zou burgemeester Van de Vijver aan Greenpeace hebben gedacht? Tegenstanders van kernenergie die paniek zaaien over de veiligheid van onze centrales? Eloi Glorieux, energiespecialist bij Greenpeace, zal het niet ontkennen. Hij is een gezworen tegenstander van kernenergie, maar dat doet volgens hem niks af aan zijn veiligheidsbezwaren. ‘De risico’s werden altijd schromelijk onderschat. Om politieke redenen, de mensen mochten vooral niet gaan twijfelen aan de zin of noodzaak van kerncentrales. Daar zijn nochtans goede redenen voor. Een ramp zoals Fukushima in Doel betekent dat je anderhalf miljoen mensen moet evacueren. Probeer je maar even de taferelen in de Kennedytunnel in te beelden. Japanners hebben de reputatie gedisciplineerd en gezagsgetrouw te zijn. Maar geldt dat ook bij ons? Als je een Antwerpenaar iets opdraagt, dan doet hij meestal het tegenovergestelde. Onze nucleaire noodplannen zijn geplafonneerd op een INES 5-ramp, waarbij men gemakshalve uitgaat van een eenmalige of alleszins kortstondige lozing. Onverantwoord, in Tsjernobyl en Fukushima heeft het lekken wel tien dagen geduurd. Dat heeft een grote impact, ook op het verloop van de evacuatie’.

HUMO: hebben de huidige noodplannen en rampenoefeningen dan geen zin?

Glorieux: ‘Beter dan helemaal niks, maar het schiet hopeloos tekort. Vorig jaar hebben we de nucleaire noodplannen door de Franse stralingsexpert David Boilley, een autoriteit inzake Fukushima, laten doorlichten. Hij was geschokt door wat hij ontdekte. Het provinciaal noodplan van Antwerpen vermeldde vier opvangplaatsen voor ge-evacueerden. Het Fort van Borsbeek, de Oude Slachthuizen, de kazerne van de civiele bescherming in Brasschaat en het Sportpaleis. De eerste twee zijn ruïnes, alle vier liggen op minder dan 20 kilometer van de kerncentrale. We zijn met Boilley naar de subcommissie nucleaire veiligheid van de Kamer getrokken. Met resultaat, intussen hebben ze voor campus Vesta in Ranst gekozen, toch al iets meer dan 30 kilometer van Doel. Zelfs binnen de huidige schuil- en evacuatiezones is de paraatheid twijfelachtig. We hebben zelf de test gedaan bij scholen en kinderdagverblijven. Of ze wisten wat hen bij een ramp in Doel te doen stond? Dan viel er aan de andere kant van de lijn een stilte. Jaja, die plannen. Ze moeten hier ergens liggen, maar waar? En of we later konden terugbellen, want dan kwam die ene collega die het misschien wel wist, terug uit verlof’.

De aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad liggen intussen bij het federaal Crisiscentrum ter tafel. Een werkgroep sleutelt er aan een nieuw KB ‘ter vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch Grondgebied’. Of daarin ook de uitbreiding van de evacuatiezone tot 20 kilometer wordt opgenomen? Woordvoerder Ramackers laat niet in zijn kaarten kijken. ‘Dat is een beslissing voor de politiek’. Een lichte beslissing wordt het niet, het omvatten van de Stad Antwerpen zou bijvoorbeeld nieuwe vragen over de verzekerbaarheid van onze kerncentrales kunnen doen rijzen. Het nieuwe KB was eerst voor eind 2015 beloofd, minister van binnenlandse zaken Jambon (N-VA) mikt nu op eind 2016. De Antwerpse gouverneur Cathy Berx kijkt er alvast naar uit. Ze liet vorige week haar ongeduld blijken na alweer een technisch probleem, dit keer in het nucleair gedeelte van Doel 1. Wordt vervolgd.

 

 

 

 

 

 

 

 

hoe ontmantel je een kerncentrales?

dossier van Jan Lippens & Erik Raspoet, verschenen in Knack, 5 februari 2016

Het draaiboek ontmanteling Doel 1 en Doel 2 lag helemaal klaar toen de regering-Michel met ENGIE-Electrabel het nucleair akkoord sloot over de verlengde levensduur van de centrales. Uitstel maar geen afstel voor de grootste sloopoperatie uit de Belgische industriële geschiedenis. Voor 6,2 miljard euro verandert de NV Afbraakwerken Electrabel de nucleaire sites van Doel en Tihange in een greenfield. Vanaf 2022, tenzij er nogmaals uitstel komt. ‘Een kerncentrale kan best tachtig jaar mee’.

 

binnen 20 jaar blijft alleen nog de windmolen over. Tenzij...

Doel: binnen 20 jaar blijft alleen nog de windmolen over. Tenzij…

De torens van Doel, iemand zou er een stadsgedicht moeten over schrijven. Veel meer dan de Boerentoren en de Kathedraal domineren ze hun omgeving. Zeelui begroeten de 170 meter hoge tweeling als oude bekenden. Eens de kerncentrale op Linkeroever gepasseerd, ligt het dok om de bocht. Het wordt wennen, maar straks zijn de imposante koeltorens met hun witte waterdamppluimen weg. Ook de hele centrale met haar vier kernreactoren en bijbehorende installaties zal op een dag niet meer dan een herinnering zijn. Wat er dan precies met de 80 hectaren van de nucleaire site zal gebeuren, daarover kan eigenaar Electrabel nog geen uitsluitsel geven. Misschien wordt het een natuurgebied met slikken en schorren, zoals het aanliggende Verdronken Land van Saeftinhge. Misschien kiest men voor landbouwgrond, of toch weer een industriezone. Het einddoel van de ontmanteling is alleszins duidelijk: de kerncentrale van Doel zal, net zoals die van Tihange, in een greenfield worden herschapen, zonder beperkingen voor herbestemming.

Plutonium

Abrupt zal de overgang niet verlopen. Volgens de huidige stand van zaken, na het nucleair akkoord dat de regering eind november met Electrabel afsloot, valt op 1  oktober 2022 Doel 3 als eerste reactor stil. Een jaar later wordt Tihange 2 definitief afgeschakeld, de overige vijf eenheden volgen in de loop van 2025. Het stopzetten van Doel 3 wordt meteen de start voor een waar ontmantelingsoffensief dat minstens 20 jaar zal duren. Met een beetje meeval zijn beide sites tegen 2045 tot de laatste morzel beton ontmanteld en kan er worden gepicknickt op de plek waar decennialang stroom werd geproduceerd uit uranium en plutonium.

Head of Nuclear Liabilities, staat op het kaartje dat Geert Backaert ons op het Electrabel-hoofdkwartier overhandigt. Zijn dienst was betrokken bij het studiewerk waarmee ENGIE, de nieuwe naam van de Franse moederholding GDF-SUEZ, voor de levensduurverlenging van Doel 1 en 2 lobbyde. Kennelijk stond dat politieke succes toch niet in de sterren geschreven. Backaert was immers ook de man die tegelijkertijd alles in gereedheid bracht om onverwijld aan de ontmanteling van de 40 jaar oude reactoren te beginnen. Ter herinnering: Doel 1 werd op 15 februari vorig jaar stilgelegd, zoals voorzien in de wet op de kernuitstap van 2003 die pas eind november werd herroepen. ‘Normaal gezien waren we nu al volop bezig’, zegt Backaert. ‘Nog niet aan de echte ontmanteling, eerst moesten we alle splijtstof uit de reactor evacueren en de installaties ontsmetten, een klus die toch gauw drie tot vier jaar vergt. In die overgangsperiode moesten we bij het NIRAS een definitief ontmantelingsplan indienen en bij het FANC een ontmantelingsvergunning aanvragen. De ontmantelingsplannen voor Doel 1 en 2 lagen overigens al maanden klaar’.

Toch werden die nooit bij het NIRAS, in België exclusief bevoegd voor stockage en berging van radioactief afval, ingediend. Groen-kamerlid en energiespecialist Kristof Calvo heeft daar meermaals over geïnterpelleerd. Volgens Calvo, daarin bijgetreden door het NIRAS, moesten de plannen uiterlijk drie jaar voor de stopzetting worden ingediend. In 2012 dus, gelet op de voorziene sluitingsdatum van Tihange 1, Doel 1 en 2. ‘Een foute interpretatie van de wet’, zegt Bacquaert. ‘Het FANC heeft onze visie bevestigd: niet het moment van de stopzetting van de stroomproductie is van belang, wel het verstrijken van de exploitatievergunning. Die blijft geldig zolang er nog splijtstof in de reactor aanwezig is. 2019 was altijd onze streefdatum voor de start van de ontmanteling. We lagen dus perfect op schema om onze plannen bij het NIRAS in te dienen’.

 SAFESTORE

Achteraf bekeken lijkt het een storm in een glas water. De levensduurverlenging van Doel 1 en 2 _ Tihange 1 kreeg al in maart 2014 van de regering-Di Rupo uitstel van executie _ maakte een einde aan de interpretatiestrijd. De polemiek illustreert echter perfect dat de ontmanteling van kerncentrales behalve een technische en financiële titanenklus ook een juridisch en bureaucratisch kluwen is. Een halve meter papier plus cd-roms en usb-sticks met powerpoints, zo moeten we ons het ontmantelingsplan voor Doel 1 en Doel 2 voorstellen. ‘Dat werk is niet verloren’, zegt Backaert. ‘Natuurlijk zullen we tegen 2025 moeten actualiseren. In tien jaar kan er veel veranderen. De technologie, maar vooral de regelgeving en de economische realiteit. Actualiseren, dat doen we hier voortdurend. De wet verplicht ons immers om de drie jaar een globaal ontmantelingsplan voor het complete park van zeven reactoren aan het NIRAS voor te leggen, met een kostenraming en technisch stappenplan per site. Dat is al behoorlijk gedetailleerd, maar de definitieve ontmantelingsplannen gaan uiteraard veel verder’.

Aan buitenlandse voorbeelden ontbreekt het niet. Volgens het Wereld Nucleair Forum worden momenteel 110 commerciële kernreactoren ontmanteld, naast een veelvoud van kleine onderzoeksreactoren. Alleen al in de VS zijn op dit moment 19 reactoren van verschillende generaties, types en vermogens in decommissioning. Meestal wordt gekozen voor de SAFESTORE-aanpak: de splijtstof wordt verwijderd en in speciale opslagvaten op de eigen site of die van een andere kerncentrale bewaard. Daarna wordt het gebouw dichtgemetseld en begint het lange wachten. Vermont Yankee, een 620 megawatt kokendwaterreactor (BWR) uit 1972 die twee jaar geleden werd stilgelegd, zal pas tegen 2073 volledig ontmanteld zijn. Ook termijnen van 70 jaar komen voor, zo blijkt uit het overzicht van de US Nuclear Regulatory Commission. Voordeel van deze aanpak: als de ontmanteling echt begint, is de radioactiviteit in het reactorgebouw tot een minimum herleid. Ook in het Nederlandse Dodewaard wordt die strategie gevolgd. De 58 megawatt BWR, in de jaren zestig als onderzoeksreactor gebouwd, leverde tot 1997 stroom. In dat jaar veranderde Dick Kers van functie. In plaats van diensthoofd chemie werd hij site manager, belast met de ontmanteling van de centrale. De 55-jarige ingenieur hoopt het er nog bij te zijn wanneer in 2045 met de definitieve ontmanteling wordt begonnen. Met een beetje geluk maakt hij het nog mee wanneer het terrein nog eens tien jaar later aan de natuur wordt teruggegeven, als weideland in de uiterwaarden van de rivier de Waal. ‘Ik spreek liever niet van SAFESTORE’, zegt Kers. ‘Dat concept komt uit Amerika, waar heel andere regels gelden. Ze bewaren de splijtstof op de eigen site, sluiten de gebouwen af en lassen erg lange wachttijden in. Bij onze aanpak wordt de splijtstof naar een opwerkingsfabriek afgevoerd. Veilige insluiting, zoals dat heet, duurt minder lang maar vergt anderzijds een actiever beheer. Ik heb twee collega’s om het gebouw te bewaken en te onderhouden. Ventilatiefilters vervangen, stralingsniveaus monitoren, er komt heel wat bij kijken. Gras maaien en schoonmaken in de controlekamer laten we aan onderaannemers over’.

Kalkar

zo kan het dus ook: Kalkar-Duitsland, van Kerncentrale tot pretpark (foto: Wikipedia)

Gidsland Duitsland

‘SAFESTORE is niet onze keuze’, zegt ingenieur Backaert. ‘Ons globaal plan gaat al vanaf de eerste versie uit van DECON, zeg maar directe ontmanteling. Al moeten we direct wel met een korrel zout nemen. Met de voorbereiding en vergunningsaanvragen inbegrepen, rekenen we toch op minstens 15 jaar per reactor’. Niet Amerika, wel Duitsland is voor Electrabel het gidsland inzake decommissioning. Ervaring zat bij onze Oosterburen die na de kernramp van Fukushima in 2011 beslisten om tegen 2022 alle nucleaire centrales te sluiten, een koerswijziging die ze hard maakten door onmiddellijk alle voor 1980 gebouwde reactoren stil te leggen. Het gaat om acht eenheden, de vergunningsaanvragen voor de ontmanteling zijn binnen. Vijf andere reactors verkeren in verschillende uitvoeringsstadia, terwijl negen sites al werden vrijgegeven, wat betekent dat er geen stralingsmonitoring meer nodig is op terreinen waar decennialang kernenergie werd opgewekt.

Volgens Gerhard Schmidt, specialist nuclear decommissionning aan het Darmstadt Öko Institut, kost het tussen 8 en 15 jaar om een reactor te ontmantelen. Technische ervaring en kwaliteit van projectmanagement bepalen de snelheid, maar het draaiboek ligt vast. Altijd eerst de fuel, goed voor 99 procent van de radioactiviteit, evacueren. Vervolgens gebouwen decontamineren, installaties afbreken, het binnenwerk van het reactorvat verwijderen, daarna volgen het vat en het betonnen omhulsel, het zogenaamde biologisch schild. Rest alleen nog de afbraak van de gebouwen, wat weinig meer om het lijf heeft dan een routineuze sloopoperatie. ‘Het grote voordeel van DECON is de beschikbaarheid van expertise’, aldus Schmidt. ‘Als je veertig jaar wacht zoals in Amerika, zijn alle ingenieurs die de centrale kennen al lang dood of met pensioen. Bij onmiddellijke afbraak kun je wel de nodige technici en specialisten aan boord houden. In feite zie ik in SAFESTORE niks dan nadelen. De kosten zijn veel moeilijker te beheersen, en zelfs het argument van het lagere stralingsniveau snijdt geen hout meer. Alle stralingsgevoelige afbraakwerken gebeuren tegenwoordig met afstandsbediende robots’.

Duitse operatoren moeten hun ontmantelingsplannen technisch en financieel door een gespecialiseerd ingenieursbureau laten doorrekenen. De bekendste naam is NIS-Siempelkamp, het bureau dat ook door Electrabel wordt ingeschakeld bij de verplichte, driejaarlijkse update van het globale ontmantelingsplan. Er zal aan de volgende versie flink geschaafd moeten worden. In vorige edities zat een gat van tien jaar tussen de ontmanteling van Doel 1 en 2 en de andere reactoren, tijd die Electrabel dankbaar kon gebruiken om ervaring op te doen. ‘Door de levensduurverlenging schuift alles in elkaar’, zegt Backaert. ‘Het wordt secuur plannen. Naast de knowhow binnen de groep zullen we ook hooggespecialiseerde onderaannemers moeten inhuren. Die kunnen niet altijd op twee op drie plaatsen tegelijkertijd werken’. Human resources was een belangrijk onderdeel in het definitieve maar alsnog voorbarig gebleken ontmantelingsplan Doel 1 en Doel 2. Een deel van het personeel zou naar Doel 3 en 4 migreren, anderen werden bij de ontmanteling ingezet. Die tweedeling moet in principe binnen tien jaar niet meer worden gemaakt. ‘Na 2022 wordt ENGIE-Electrabel een ander bedrijf’, zegt Backaert. ‘Op groepsniveau blijft stroomproductie de core business, maar de medewerkers van onze kerncentrales zullen geen elektriciteit meer maken maar installaties afbreken’.

Eurochemic

Zeggen dat er in België geen precedenten bestaan, is overdreven. De BR3, een van de kleine onderzoeksreactoren van het Studiecentrum Kernenergie (SCK) in Mol, werd in 1988 stilgelegd. De ontmanteling begon pas 14 jaar later en duurde tot 2011. ‘Pionierswerk’, zegt vicedirecteur Frank Hardeman. ‘De ontmanteling maakte deel uit van een Europees onderzoeksproject. Snelheid was geen doel op zich. We hebben er veel van geleerd, kennis die we bij projecten in binnen- en buitenland hopen te verzilveren’. Een soortgelijk verhaal tekenen we op bij Belgoprocess in Dessel waar de opwerkingsfabriek Eurochemic werd ontmanteld. De fabriek, in 1966 opgestart als Europees samenwerkingsproject, viel door onenigheid tussen de deelnemende landen al in 1974 stil. In die korte periode werden in Dessel revolutionaire opwerkings- en conditioneringstechnieken voor nucleair afval zoals verglazing, pyrolyse en bitumering op punt gesteld. Die technologie vond vlot haar weg naar het buitenland, maar België bleef met het nucleair passief achter. Belgoprocess, de opvolger van Eurochemic dat op zijn beurt onder de vleugels van het NIRAS opereert, heeft er bijna 25 jaar over gedaan om het dertig meter hoge gebouw te ontmantelen. Kostprijs: 210 miljoen euro, een bedrag dat we met zijn allen via een heffing op onze stroomfactuur aan het afbetalen zijn. Dat zou ons voor de ontmanteling van de kerncentrales van Electrabel niet mogen overkomen. Maar wie zal dan die grootste Belgische sloopoperatie ooit betalen, en vooral: wat zal het kosten?

Synatom moet de factuur betalen. De naamloze vennootschap beheert de zogenaamde nucleaire provisies waarmee ten gepasten tijde de afbraak van de centrales zal  gefinancierd worden. De bijdragen aan dit fonds komen van Electrabel en in veel mindere mate van EDF-Luminus, kleinaandeelhouder in de Belgische kerncentrales. Goed om weten: Electrabel is voor de volle 100% eigenaar van Synatom, één aandeel van de Belgische staat niet te nagesproken. Het geld van Synatom is dus ook het geld van Electrabel. Broekzak-vestzak? Raar. ‘Helemaal niet raar’, zegt Robert Leclère, CEO van Synatom, ‘want dat is zo voorzien in de wet op de nucleaire provisies’.

6,2 miljard

Electrabel heeft een schatting gemaakt van de te verwachten kosten voor de afbraakwerken. Die raming moet als onderdeel van het ontmantelingsplan om de drie jaar geactualiseerd worden en is gebaseerd op het volume afbraakmateriaal, het benodigde personeel, het aantal manuren per soort materiaal, enzovoort. Praktijken zoals in Amerika, waar reactorvaten in hun geheel uit de centrale worden gelicht en diep in de woestijn van Utah worden begraven, zijn hier onmogelijk. Backaert: ‘Bij ons is de vraag meer of je een reactorvat in stukken van een vierkante meter groot snijdt, dan wel of je alles bij Niras in postzegelformaat moet aanleveren. Een detail, maar wel met grote gevolgen voor de kostprijs. De regelgeving daaromtrent is vandaag nog niet helemaal duidelijk. Alleszins komt het erop aan de nucleaire afvalstroom zoveel mogelijk te beperken. Daar bestaan technieken voor, zoals het afschrapen van betonwanden. Alleen de oppervlakte aan de binnenzijde is besmet, de rest hoeft niet in de radioactieve afvalstroom’.

Volgens de jongste raming van Electrabel zal er voor alle centrales samen in totaal 6,265 miljard euro nodig zijn. Dat zou de eindfactuur zijn tegen pakweg 2045. Dat geld is er vandaag niet. Leclère: ‘Indien we vandaag de hele ontmanteling in één keer zouden bestellen en betalen, hebben we 4,7 miljard euro nodig. Dat is uiteraard allemaal fictie, want de centrales zullen nog jaren draaien. Het is de opdracht van Synatom om onze reserves via beleggingen te laten aangroeien tot uiteindelijk 6,2 miljard’.

Of dat zal volstaan, kan eigenlijk niemand voorspellen. In Nederland rekent men voor de centrale van Dodewaard op 180 miljoen euro en in Borssele moet men tegen de sluiting in 2034 zo’n 491 miljoen aan de kant hebben. Het verwerken van de splijtstof is in die bedragen niet begrepen. De ontmanteling van de in 1994 afgeschakelde Duitse Kernkraftwerk Würgassen kostte uitbater E.ON liefst een miljard euro. Tien jaar later kostte de afbraak van de bijna identieke centrale in Stade nog de helft. Technologische vooruitgang en ervaring kunnen dus de prijs drukken. Toch berekenden experts van het Öko-Institut Darmstadt dat ontmanteling altijd rond de 750 miljoen kost, wat ook de omvang van de centrale is.

W-133.06-DW-LG

 

Broekzak-vestzak?

In het Synatom-ontmantelingsfonds zit vandaag ongeveer 3,3 miljard. Daarnaast hebben Electrabel  en EDF al zo’n 4,7 miljard in een tweede Synatom-fonds gestort voor de afvoering en verwerking van bestraalde splijtstof. In totaal dus 8 miljard, een aardig bedrag dat met de nodige voorzichtigheid moet worden belegd. Volgens de wet mag Synatom daarbij tot driekwart van dat geld weer uitlenen om rente te incasseren. Dat gebeurt ook: Synatom heeft 5,8 miljard uitgeleend aan… Electrabel. Wat het bedrijf daarmee doet, is zijn zaak. De lening is niet gebonden aan voorwaarden zoals bijvoorbeeld investeringen in hernieuwbare energiebronnen. Electrabel moet als exploitant van de kerncentrales de miljarden aan Synatom betalen om de latere afbraak te financieren, maar krijgt dus wel driekwart van dat geld meteen terug als lening van Synatom. Ook dat lijkt broekzak-vestzak. ‘Nee’, zegt Leclère, ‘want Electrabel betaalt Synatom elke drie maand 4,8 procent intrest op dat bedrag’.

Die 4,8 procent is de zogenaamde actualisatievoet die om de drie jaar wordt vastgelegd door de Federale Commissie voor Nucleaire Voorzieningen binnen Synatom. Dat rendement heeft Synatom vandaag nodig om haar kapitaal op termijn tot die 6,2 miljard te laten aangroeien. We leven al enkele jaren met historische lage rentevoeten. Waarom betaalt Electrabel dan die torenhoge rente als het veel goedkoper miljarden zou kunnen lenen bij de banken? Leclère: ‘We hanteren vergelijkbare tarieven als in onze buurlanden Frankrijk en Duitsland. Als Electrabel goedkoper zou lenen bij de bank en Synatom daardoor onvoldoende provisie zou kunnen aanleggen, dan moet Electrabel uiteindelijk toch dat verschil bijpassen. Dat is de wet’. De topman van Synatom wijst er nog op dat ook die actualisatievoet geregeld wordt aangepast. ‘Drie jaar geleden was de rente zelfs 5 procent en eind dit jaar wordt ze opnieuw berekend.’

Codenaam Bianca

Experts wijzen er op dat het grote voordeel voor Electrabel is dat het alleen die intrest en geen kapitaal terugbetaalt. Dat kapitaal komt pas aan het einde van de rit, bij de effectieve afbraak van de centrales. Als Electrabel dan nog bestaat, want het gaat niet zo goed in de sector. Engie-topman Gérard Mestrallet wees er eind vorig jaar zelf op dat ‘de elektriciteitsbedrijven tot 2008 tot de meest rendabele in Europa behoorden, maar nu is de situatie totaal omgekeerd‘. Toch is Leclère er gerust op: ‘Een bedrijf gaat niet van de ene op de andere dag failliet. Synatom controleert permanent of alle bedrijfseconomische ratio’s van Electrabel gunstig blijven. Het bedrijf moet ook altijd minstens een rating BBB+ hebben van de internationale ratingbureaus. Als die rating zakt, kan de Federale Commissie voor Nucleaire Voorzieningen de graduele terugbetaling van het kapitaal eisen’. Geruststellend, maar toch. BBB+ is in de financiële sector geen topkwaliteit zoals A-ratings, maar zogenaamd ‘aanvaardbare kwaliteit’ (lower medium grade).

Moederbedrijf ENGIE heeft grote plannen. In de VS zou de groep een aantal centrales afstoten en ook de activiteiten in de Benelux zouden worden afgesplitst en apart naar de beurs gebracht. Met andere woorden, Electrabel zou dan niet meer onder de grote paraplu van multinational ENGIE schuilen. Mestrallet bevestigde dat zo‘n plan, met codenaam Bianca, wordt onderzocht. Experts vrezen dat Electrabel met dat scenario wel eens een heel stuk minder kredietwaardig zou kunnen worden. En wie draait dan op voor de ontmantelingskosten? De belastingbetaler? Leclère is formeel: ‘De belastingbetaler loopt geen risico, ook niet als er lijken uit de kast zouden vallen bij de ontmanteling. Electrabel zal moeten bijpassen.’

nieuwe levensduurverlenging

Intussen heeft het Niras een vergunningsaanvraag  lopen voor de bouw in Dessel van een bovengrondse categorie A-berging voor laag-en middelactief, kortlevend afval. De capaciteit van 70.000 kuub moet volstaan om al het in België geproduceerde afval, uit het verleden zowel als de toekomst, te bergen. 60 procent daarvan is voor het puin van de zeven kernreactors bestemd. Langlevend afval, een tiende van de nucleaire stroom, wordt tijdelijk gestockeerd in afwachting van geologische berging in de Kempense klei. Wat er met de splijtstof moet gebeuren, is nog onduidelijk. Sinds 1993 liggen de opgebruikte, hoogradioactieve uranium en MOX-staven op de sites van Tihange en Doel te wachten op een politieke beslissing. Ondergronds bergen of opwerken tot nieuwe brandstof zijn de opties die het NIRAS na 20 jaar tot op het bot heeft onderzocht. ‘Tegen 2022 moet er écht een beslissing komen’, zucht directeur Jean-Paul Minon. Het mag duidelijk zijn waarom het NIRAS de driejaarlijkse ontmantelingsplannen van Electrabel niet alleen technisch maar ook financieel evalueert. De berging en conditionering van de immense afvalstroom weegt gigantisch zwaar in het totale kostenplaatje.

Het laatste woord ligt evenwel bij het FANC. Pas als de nucleaire waakhond officieel bevestigt dat alle radioactiviteit is verdwenen, worden de ontmantelde sites voor herbestemming vrijgegeven. Dromen van extra natuur of landbouw op Linkeroever mag, maar Niras-topman Minon voorspelt nu al een grote vraag naar industrieterreinen in de haven. Koffiedikkijken, dertig jaar is lang. Best mogelijk dat tegen dan een erfgoedcomité met succes ijvert voor de bescherming van een van de koeltorens. Best mogelijk ook dat al het voorgaande puur speculatief is omdat er tegen 2022 tussen regering en Electrabel een nieuwe nucleaire deal met levensduurverlenging wordt gesloten. ‘In Amerika wordt drievierden van de kerncentrales tot 60 jaar verlengd’, zegt Synatom-baas Leclère. ‘Dat België initieel voor 40 jaar koos, was een politieke keuze. In de Verenigde Staten is kernenergie geen politiek thema, daar is men nu studies aan verrichten om centrales 80 jaar te laten draaien. Technisch is dat geen enkel probleem. De meeste verlengingen worden trouwens niet voor tien maar voor twintig jaar gegeven, zoals ook in het Nederlandse Borssele is gebeurd.’ Het lobbyen kan beginnen.

 

Belgische kerncentrales baren buren zorgen

Knack, 6 januari 2016

De Belgische kernindustrie heeft de voorbije weken geen goed figuur geslagen. Van Roosendaal tot Aken, grensbewoners maken zich zorgen over Doel en Tihange. Vooral in Duitsland lopen de gemoederen hoog op. Flickschusterei zal niet volstaan om het imago van Electrabel te herstellen. 

foto: deredactie.be

foto: deredactie.be

Lang geleden dat er over ons land nog zo’n harde woorden met umlauten en kapitalen vielen. Bröckel-Reaktor, Schrottmeiler en Pannenkraftwerk, het is maar een greep uit de koosnaampjes waarmee de Belgische kerncentrales de voorbije weken in de Duitse pers werden omschreven. Toegegeven, uitbater Electrabel heeft de verbale krachtpatserij over zichzelf afgeroepen. In enkele dagen tijd deden zich drie incidenten voor die telkens tot het stilleggen van een nucleaire reactor noopten. Op kerstavond was het zelfs twee keer prijs: ‘s avonds brand in Tihange 1, ’s nachts een lekkende lasnaad in Doel 3. Afgelopen weekend lokte een haperende alternator dan weer een noodstop in Doel 1 uit.

De incidenten deden zich telkens buiten het reactorgebouw voor, in het secundaire gedeelte van de centrale. Direct stralingsgevaar was er dus niet, maar die overweging kon de Duitse kritiek nauwelijks temperen. Vooral in de dichtbevolkte deelstaat Nordrhein-Westfalen (NRW) lopen de gemoederen hoog op sinds de Belgische nucleaire waakhond FANC op 17 november het licht op groen zette voor het heropstarten van de zogenaamde scheurtjescentrales Doel 3 en Tihange 2. Het Luikse dorpje Tihange ligt in vogelvlucht 70 kilometer van Aken. De Duitse grensstad valt dus binnen de perimeter die bij een majeur kernincident zoals in het Japanse Fukushima moet worden geëvacueerd.

Russische roulette

Duitse media die na de heropstart op reportage naar Tihange trokken, verbaasden zich over zorgeloosheid waarmee de omwonenden in de schaduw van de centrale leefden. Dezelfde vaststelling hadden ze in Antwerpen kunnen doen, de metropool die op amper 11 kilometer van Doel ligt. Ook daar leeft de ongerustheid vooral aan gene kant van de landsgrens, met name in de Nederlandse provincies Zeeland en Noord-Brabant. Na het afschakelen vorig weekend van Doel 3, nauwelijks enkele dagen na de heropstart, was voor de burgemeesters van Bergen-op-Zoom en Roosendaal de maat vol. Ze willen bij het kabinet Rutten aandringen om de kwestie Doel onverwijld met de Belgische buren op te nemen. De malaise geldt niet alleen de scheurtjescentrale Doel 3. Minstens even groot is de Nederlandse verontwaardiging over de beslissing om de oudste kerncentrales Doel 1 en 2 tien jaar langer in bedrijf te houden. Generatiegenoot Tihange 1 kreeg al begin 2014 een levensduurverlenging tot 2025. Het was de brand op kerstavond in deze 40 jaar oude centrale die voor Johannes Remmel, de groene deelstaatminister van leefmilieu in NRW, de emmer deed overlopen. Angela Merkel moet België op het matje roepen, twitterde Remmel die eerder al het heropstarten van Tihange 2 met een spelletje Russische roulette vergeleek. Ook zijn SPD-collega van economie Garrelt Duin eiste het definitief afschakelen van het volledige Tihange-park. Kernenergie ligt gevoelig in Duitsland, waar de regering Merkel na de ramp in Fukushima besloot alle nucleaire centrales tegen 2022 te sluiten. Berlijn heeft over de Belgische kerncentrales nog geen officieel standpunt ingenomen, maar federaal minister van leefmilieu Barbara Hendricks (SPD) reageerde wel cassant op de crisiscommunicatie van Electrabel.

‘flickschusterei’

De Frans-Belgische stroomproducent kwam de voorbije weken woorden te kort om te benadrukken dat er niets aan de hand is. Technische pannes vallen nu eenmaal voor in kerncentrales, zeker als die na maanden stilstand worden heropgestart. Het automatisch stilvallen wijst er juist op dat de veiligheidsprocedures werken. Links en rechts wat hameren en sleutelen, meer moet er volgens Electrabel niet gebeuren. Flickschusterei, zo bestempelde Hendricks die aanpak, oplapwerk van het soort waarmee garagisten een roestbak door de jaarlijkse autocontrole loodsen. De Duitse milieuminister kondigde overigens aan dat ze nog deze maand meer uitleg wil van het FANC. De waakhond voor nucleaire veiligheid zit op een ongemakkelijke stoel, zeker als het over Tihange gaat. In augustus sprak directeur Jan Bens tijdens een hoorzitting in de Kamer zelf nog scherpe woorden. De opeenvolging van incidenten in Tihange _  zeven tussen begin april en eind juli _ wezen op nonchalance en zelfgenoegzaamheid in het veiligheidsbeheer. Die woorden zullen hem ongetwijfeld door zijn Duitse gesprekpartners voor de voeten worden gegooid. De scherpste vragen mag het FANC echter verwachten over de heropstart van Tihange 2.

Niemand kan beweren dat de beslissing om de scheurtjescentrales opnieuw in gebruik te nemen, holderdebolder werd genomen.  Op de website staat een ellenlange chronologie van het onderzoek dat eraan vooraf ging. Alles begon in de zomer van 2012, na een geplande inspectie van de reactorkuipen in Doel 3 en Tihange 2. Ultrasone metingen brachten duizenden scheurtjes in het roestvrij staal aan het licht. Waterstofvlokken ontstaan en uitgewalst tijdens het gieten van de kuipringen door de intussen failliete Rotterdamsche Droogdokmaatschappij (RDM), was de conclusie na een eerste reeks onderzoeken. Geen veiligheidsrisico, oordeelde het FANC dat in mei 2013 toelating gaf beide centrales weer in gebruik te nemen, maar Electrabel tegelijkertijd tot een aantal extra onderzoeken verplichtte. Een onverwacht negatieve breuktaaiheidstest in het SCK Mol liet de twee centrales in maart 2014 opnieuw stilvallen. FANC stak nog een tandje bij, zoals blijkt uit de lijst van actoren die bij het onderzoek werden betrokken. Er kwam een International Review Board met gerenommeerde materiaaldeskundigen, een National Scientific Expert Group met Belgische universiteitsprofessoren, het vermaarde Amerikaanse Oak Ridge National Laboratory werd om een globale evaluatie gevraagd. Nieuwe testresultaten wekten nog meer ongerustheid. Niet alleen bleken er nog veel meer scheurtjes in de reactorvaten te zitten, 13.000 in Doel 3, zo’n 3.000 in Tihange 2. De gemiddelde lengte was ook veel groter dan gedacht, sommige scheuren meten liefst 170 millimeter. Toch kwam het FANC in november tot de slotsom dat beide centrales veilig kunnen opereren. De waterstofvlokken zijn stabiel, langdurige blootstelling aan intensieve bestraling doet de scheurtjes niet groeien waardoor er geen risico is op een fatale breuk in het reactordrukvat.

waterstofvlokken

Dr. Ilse Tweer is een van de onafhankelijke experten die daar twijfels bij heeft. De Duitse materiaaldeskundige, gespecialiseerd in de fysieke integriteit van reactordrukvaten (RPV), was niet bij het onderzoek betrokken. Tweer zit in het kamp van de tegenstanders, ze werd in 2013 als expert ingehuurd door de Europese Groenen om het FANC-onderzoek te evalueren. In Duitsland is ze echter een gezaghebbende stem, haar kritiek wordt overigens bijgetreden door Dieter Majer, voormalig directeur van de Duitse tegenhanger van het FANC.

‘Electrabel en FANC blijven volhouden dat de scheurtjes bij het vervaardiging van het reactorvat zijn ontstaan’, zegt Tweer. ‘Ik begrijp waarom. Als er ook maar het geringste vermoeden bestaat dat de scheurtjes door de werking van de reactor zijn ontstaan of gegroeid, dan moeten de centrales meteen en definitief worden gesloten. Bewijzen voor hun stelling leveren ze echter niet. We vinden geen andere verklaring, luidt de redenering, dus moet het wel met aan het fabricageproces van de RPV’s liggen’. Een sluitende verklaring heeft Tweer evenmin, maar ze wijst wel op inconsistenties in het FANC-dossier. ‘Waarom werden de scheurtjes bij de oplevering in 1983 niet opgemerkt? De uitleg dat de beschikbare technologie dat destijds niet toeliet, klopt niet. Een van de kuipringen werd toen afgekeurd, precies omdat men waterstofvlokken had ontdekt. Hoe dan ook, een reactorvat met zoveel gebreken zou volgens de huidige standaarden onmiddellijk worden afgekeurd’.

Tweer stelt zich ook vragen bij de schaalvergroting van de scheurtjes. ‘In 2013 ging het om foutjes tussen 10 en 24 millimeter, de tweede onderzoeksfase bracht scheuren tot 170 millimeter aan het licht. Omdat we performantere meetinstrumenten hebben gebruikt. luidt de verklaring. Merkwaardig toch, dat je betere instrumenten nodig hebt om scheuren vast te stellen die veel groter en dus ook veel opvallender zijn. Waarmee ik niet beweer dat die scheurtjes zo hard zijn gegroeid tussen mei 2013 en maart 2014, de tussenperiode van tien maanden waarin de centrales hebben gedraaid. In het onderzoek van het FANC wordt dat uitgesloten. Ik wil dat wel geloven, maar dat wil helemaal niet zeggen dat er tijdens de voorbije dertig jaar helemaal geen effect was’.

Tweer, die naar eigen zeggen geen debat wil openen over de onafhankelijkheid van de onderzoekers, doet enkele merkwaardige vaststellingen. ‘Oak Ridge National Laboratory heeft de invloed van de fouten op de structurele integriteit bij een noodstop berekend. Voor sommige scheuren hebben ze de rekenmodellen gemanipuleerd om binnen de veiligheidsnormen te blijven. Helemaal gerust is men blijkbaar niet. Het noodkoelwater, dat bij een noodstop in het reactorvat wordt gepompt, moet permanent tot veertig graden worden verwarmd om de thermische schok te beperken. En wat te denken van de breuktaaiheidstest? Het geteste stuk metaal kwam uit een Franse stoomgenerator die vanwege teveel waterstofvlokken was afgekeurd. Bedoeling was na te gaan of intense bestraling tot verbrossing zou leiden. Blijkbaar ging men ervan uit dat het resultaat negatief zou zijn. Toen het tegendeel bleek, trokken de onderzoekers de conclusie dat het geteste stuk niet representatief was voor een RPV. Dat ruikt naar opportunisme’. Sluiten is volgens Tweer de enige optie. ‘Uit voorzorg’, zegt ze. ‘Er zijn teveel onzekerheden in dit dossier’.

 

 

Wie is de saboteur van Doel 4?

uitgebreide versie van artikel dat in Knack op 4 februari 2015 verscheen

Een half jaar na datum weten we nog altijd niet wie de turbine van Doel 4 heeft gesaboteerd. Meer dan honderd miljoen euro schade, een knauw in de nucleaire veiligheidscultus, de grootste economische sabotage ooit in België. Terwijl het Federaal Parket zich in stilzwijgen hult, onderneemt Knack een poging tot reconstructie.  “Het was wellicht in een paar minuten gefikst”.

 

herstelling stoomturbine kostte 30 miljoen euro (foto Electrabel)

herstelling stoomturbine kostte 30 miljoen euro (foto Electrabel)

Het gebeurde in de voormiddag van dinsdag 5 augustus. Als gevolg van een technisch probleem werd de kerncentrale Doel 4 door een automatische noodstopprocedure stilgelegd. Nog dezelfde dag stuurde uitbater Electrabel een persbericht over het incident rond. Door een lek in de smeerolieleiding was een deel van de stoomturbine oververhit geraakt. De schade viel mee, de centrale zou al op 18 augustus worden heropgestart.

Voorbarig optimisme, want bij nadere inspectie viel de schade helemaal niet mee. Het pijlsnel leeglopen van de smeerolietank had een ravage in de gigantische stoomturbine aangericht. Door oververhitting was de tachtig meter lange as verzakt, waardoor de roterende schoepen tegen de mantel van de turbine waren gaan schrapen. Drie dagen na het incident viel voor het eerst het woord sabotage. De olie was helemaal niet weggelekt, naar via een evacuatieleiding naar een ondergronds reservoir afgevoerd. Gecontroleerd, iemand in de centrale had doelbewust de klep van dit noodsysteem opengedraaid. Redenen genoeg voor Electrabel om klacht tegen onbekenden in te dienen.

insider

Het Federaal Parket, bevoegd voor nucleaire dossiers, voert het gerechtelijk onderzoek. Inzet: het raadsel oplossen van de grootste economische sabotage in de naoorlogse geschiedenis van België. Het zou uiteindelijk tot 19 december duren vooraleer Doel 4 opnieuw stroom kon leveren. De herstellingskosten waren intussen tot 30 miljoen euro opgelopen. Het exploitatieverlies _ Electrabel zag zich verplicht vervangende stroom aan te kopen _ wordt op 27 miljoen per maand geschat. Niet te ramen is de schade aan het imago van Electrabel en bij uitbreiding de hele nucleaire lobby. De sabotage gebeurde weliswaar in de turbinezaal, het niet-nucleaire deel van de centrale. De stoomturbine, waarvan de draaiende as een generator aandrijft die stroom produceert, is van hetzelfde type als die in een klassieke kolen- of gascentrale. Er was dus nooit gevaar voor besmetting, laat staan voor een kernramp. En inderdaad, het belendende reactorgebouw is extra beveiligd, onder meer met restrictieve toegangsprocedures. Toch werpt de zaak een schaduw over de nucleaire veiligheidscultus. Als sabotage kan in de turbinezaal, waarom dan niet in het reactorgebouw? Het was tenslotte een insider die de smeeroliekraan heeft bediend. Dat wil tenminste een wijd verspreid vermoeden. Zes maanden na datum weten we immers nog altijd niet wie de sabotage heeft gepleegd. Tientallen getuigen werden al ondervraagd, maar tot dusver werd niemand opgepakt of in verdenking gesteld. Nochtans valt de kring van potentiële daders te overzien. Na het ontdekken van de sabotage kreeg een zestigtal werknemers een preventief toegangsverbod opgelegd, zowel voor Doel 4 als voor de andere kerncentrales in Doel en Tihange. De bewarende maatregel van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) trof zonder onderscheid kaderleden, ingenieurs, onderhoudstechnici, veiligheidsagenten en schoonmakers. Personeel van Electrabel, maar ook van onderaannemers zoals Siemens, Alstom en Fabricom die haast permanent in de Belgische kerncentrales actief zijn. Allen waren op het moment van het incident in Doel 4 aan het werk, een normale bezetting voor een centrale in productie.

Als sabotage kan in de turbinezaal, waarom dan niet in het reactorgebouw?

Vragen zijn er genoeg. Waarom duurt het onderzoek zo lang? Hebben de speurders tenminste al een spoor beet? Wijst het uitblijven van een doorbraak erop dat de saboteur zich toch niet onder de zestig geschorste medewerkers bevond, maar dat het om een indringer gaat? Staat het eigenlijk wel vast dat er kwaad opzet mee gemoeid is, of wordt toch rekening gehouden met een technisch falen of menselijke fout? Bij het Federaal Parket houden ze de lippen stijf op elkaar. Het onderzoek loopt nog, zo luidt het in een korte mededeling, er worden nog verschillende pistes gevolgd. Ook die van een terroristische daad? Dat werd afgeleid uit een verklaring die André Vandoren, directeur van antiterreurdienst OCAD, in december voor de camera’s van RTL-TVI aflegde. “Een foute interpretatie”, reageert hij wat korzelig. “Ik heb alleen gezegd dat men niet kan uitsluiten dat het op een terreuronderzoek uitdraait, niet dat het al om een terreuronderzoek gaat. Op dit moment staat maar een ding vast: het was zeker geen ongeluk maar een crimineel feit. Voor meer informatie moet u zich tot het Federaal Parket wenden”.

4 eyes-principe

Iets spraakzamer is Nele Scheerlinck,. “Het onderzoek ligt niet stil”, beaamt de woordvoerster van het FANC. “Recent nog hebben de speurders een nieuwe methode gebruikt. Het Parket neemt echter zijn tijd, ze willen met een stevig dossier uitpakken”. Ook volgens Scheerlinck bestaat er geen twijfel over kwaad opzet. “Dat blijkt uit de vaststellingen”, zegt de FANC-spreekbuis die bijna achteloos een opvallende nuance aanbrengt. “Wie zegt dat het om één dader gaat? Er wordt al van bij het begin rekening gehouden met meerdere betrokkenen”.

Het FANC waakt zowel over de operationele veiligheid als de externe beveiliging van nucleaire installaties, en is bovendien verantwoordelijk voor het screenen van personeel. De organisatie heeft na het incident meteen een versnelling hoger geschakeld. Behalve het reeds vermelde toegangsverbod voor zestig medewerkers kreeg Electrabel een batterij maatregelen opgelegd. In alle kerncentrales werden extra camera’s geplaatst, alleen al in Doel 4 zijn het er een stuk of 150. De plek van de vermeende sabotage viel overigens buiten camerabereik, een ongelukkig feit dat de speurders veel parten speelt. Procedures werden flink aangescherpt. Badges worden voortaan zo geprogrammeerd dat de drager alleen toegang krijgt tot de delen van de centrale waar hij echt zaken heeft. Nieuw is ook het 4 eyes-principe: technici mogen niet alleen op ronde, maar moeten zich door een controlerende ‘buddy’ laten vergezellen. Voor bepaalde interventies geldt zelfs een 6 eyes-regel.  Scheerlinck: “Sommige maatregelen zoals 4 eyes werden intussen al wat teruggeschroefd, in functie van de onderzoeksresultaten. Zo werd ook het toegangsverbod voor enkele medewerkers al opgeheven, omdat vast staat dat ze er niks mee te maken hebben”.

De daadkracht van het FANC mag niet verwonderen, de internationale nucleaire gemeenschap kijkt over de schouders mee. “Er is bij mijn weten geen precedent van sabotage in een kerncentrale”, zegt Scheerlinck. “In het verleden concentreerden we ons op externe bedreigingen zoals terrorisme of neerstortende vliegtuigen. Inside threat is een onderschat gevaar. Dat besef is nu wel doorgedrongen, we hebben er intussen al een congres met alle Belgische nucleaire operatoren aan gewijd”.

30.000 kleppen

Inside threat onderschat? Willy De Roovere, gewezen directeur van Doel, in 2013 op pensioen gegaan als topman van het FANC, zal het in de loop van ons gesprek beamen. Als burgerlijke ingenieur kan hij zich het rampscenario makkelijk voor de geest halen. Zodra het oliepeil in de turbine onder het alarmpeil zakt, wordt de reactor stilgelegd en de stoomtoevoer afgesneden. Het duurt echter een half uur vooraleer het op 1.500 toeren per minuut gevaarte tot stilstand komt, logisch als men bedenkt dat de turbine 54 meter lang is en 1.500 ton weegt. Zoveel tijd was er dit keer niet. Bij 400 toeren per minuut is de installatie zonder smeerolie gevallen, waardoor de centrale as de wrijvingsarme coating van de lagers heeft doen wegsmelten. Catastrofaal voor een machine die, ondanks haar reusachtige afmetingen, tot op de millimeter nauwkeurig is afgesteld. Wat De Roovere zich veel moeilijker kan voorstellen is de sabotage die tot deze catastrofe heeft geleid. “Ik weet wel waar de smeerolietank zich bevindt”, zegt hij. “De turbinezaal is bijna dertig meter hoog en zo groot als een voetbalveld. Het is een van de meer toegankelijke gebouwen van een centrale, met uitzondering van de controlekamer die zich op de bovenste verdieping bevindt. De tank zelf staat in een soort bunker op een tussenverdieping, je moet een trap nemen om bij de deur te komen. De noodafvoerleiding kan ik me echter niet precies inbeelden. Het is lang geleden, bovendien was ik als directeur verantwoordelijke voor de hele site met de vier centrales. Daarbij komt dat elke centrale wel een stuk of 30.000 leidingen en kleppen telt, in  alle formaten en soorten. Onmogelijk om te weten waar die allemaal voor dienen. In de controlekamer ligt een vuistdik boek met de schema’s van de centrale. Zelfs ingenieurs en ervaren technici moeten er geregeld in kijken vooraleer ze een manipulatie doen. Dat zegt iets over het profiel van de dader. Ofwel was het iemand die het bewuste deel van de centrale als zijn broekzak kende, ofwel had hij de schema’s ingekeken”.

Het blijft gissen, maar we mogen aannemen dat de saboteur zich van twee omstandigheden grondig heeft vergewist. Dat de smeerolietank niet door een camera werd bewaakt, en dat de noodafvoer slechts door een enkele klep werd beveiligd. “Een conceptuele vergissing”, vindt De Roovere. “Ik snap wel de redenering: in geval van brand in de turbinezaal wil men die enorme plas smeerolie zo snel mogelijk uit de buurt van de vuurzee. Begrijpelijk, maar zo maak je het saboteurs wel gemakkelijk. Daar werd bij het ontwerp gewoon geen rekening mee gehouden”.

bolafsluiter met hangslot

“Logisch”, vindt een anonieme onderhoudstechnieker met twintig jaar Doel op de teller. “Kerncentrales zijn niet anders dan fabrieken, ze worden niet ontworpen om sabotage te verijdelen, maar om efficiënt en veilig te produceren”. Onze man ter plaatse heeft de ontreddering na het incident van nabij meegemaakt. “De eerste dagen werd niet eens aan sabotage gedacht. We hebben in het verleden wel vaker kleine incidenten door menselijke fouten meegemaakt, dat is nu eenmaal onvermijdelijk. Naarmate de omvang van de schade doorsijpelde, groeide echter de paniek. Specialisten van het FANC, eigen mensen, er werd met man en macht naar een verklaring gezocht”.

“Zoiets valt in een paar minuten te flikken. Als je tenminste precies weet waar je moet toeslaan”.

Die werd vrij snel gevonden: de noodafvoer van de smeerolietank stond open. Onze getuige mailt een schets om de sabotage toe te lichten. De 65.000 liter smeerolie werd tegengehouden door een simpele bolafsluiter die in gesloten toestand haaks op de leiding staat. Opendraaien gebeurt met een combinatie stang-handwiel, een ambachtelijk mechanisme dat met een hangslot wordt beveiligd. In de centrale zijn honderden van dat soort afsluiters, allemaal verzekerd met hangsloten die met een en dezelfde loper worden bediend. Ook dat is een kwestie van efficiëntie, technici kunnen op hun ronde bezwaarlijk met loodzware sleutelbossen zeulen. “De saboteur is erg sluw te werk gegaan”, zegt onze getuige. “Hij heeft eerst het slot verwijderd en de bolafsluiter opengedraaid. Zoiets valt bij een visuele controle meteen op, je ziet aan de positie van de stang dat de afsluiter open staat. Maar dat is het merkwaardige: de stang stond nog in gesloten positie. De saboteur had een bout losgemaakt waardoor hij de stang op de leiding 90 graden kon verdraaien. Door die ingreep kon hij het hangslot niet meer bevestigen, maar dat valt veel minder op bij een inspectie onder grote tijdsdruk. U moet zich namelijk goed inbeelden wat er die dinsdag is gebeurd. Er gaat een alarm af: het smeeroliepeil van de turbine is tot niveau ‘laag’ weggezakt. Iedereen begint als een bezetene naar het lek te zoeken. Is het de noodafvoer? Nee, want de afsluiter staat zichtbaar dicht. Wat dan wel? Misschien is er een lager kapot, en spuit de olie in de binnenkant van de machine. Dat valt allemaal te controleren, maar het is niet simpel in een draaiende turbine. En intussen blijft de olie aan hoog debiet wegstromen door een vijfduimsleiding. In zeven minuten is het peil van ‘laag’ naar ‘zeer laag’ gezakt, veel te kort om de turbine veilig tot stilstand te brengen. Dat hangslot, daar hebben ze lang naar gezocht. Een paar dagen na het incident werd het een verdieping lager in een verloren hoek teruggevonden. Daarmee viel de laatste twijfel weg, het was wel degelijk sabotage”. Kinderspel wil hij het niet noemen, een huzarenstukje al evenmin. “Zoiets valt in een paar minuten te flikken. Als je tenminste precies weet waar je moet toeslaan”.

explosievenhonden

De sabotage reduceerde het aantal functionerende kerncentrales tijdelijk tot vier. Doel 3 en Tihange 2 zijn langdurig buiten dienst nadat in het reactorvat haarscheurtjes werden ontdekt. De eerste weken na het incident was de sfeer in de overblijvende centrales om te snijden. “Natuurlijk werd er gespeculeerd”, zegt onze bron. “Het is een beangstigend idee dat een insider tot zoiets in staat is.  Zeker in een kerncentrale die volcontinu met vaste ploegen draait. Dat zijn bijna families, met leden die elkaar blindelings vinden. Als iemand een fout maakt, heeft dat een weerslag op de hele groep. Dat vertrouwen heeft een knauw gekregen, een effect dat nog werd versterkt door de 4 eyes-regel. Die bemoeilijkt ook het werk, want voor iedere operatie moet een dubbele bezetting worden gepland. In het begin leidde dat tot absurde toestanden. Ging je buddy tijdens een ronde even naar de WC, dan werd je om uitleg gevraagd. Wat sta je daar alleen toe doen? Vooral in Tihange hadden ze het daar lastig mee. Ze hebben dezelfde beperkingen gekregen, terwijl daar niks is gebeurd”.

Intussen zou de sfeer in Doel al fel verbeterd zijn. Opmerkelijk, want het raadsel blijft. Er werd sabotage gepleegd, en de dader loopt nog op vrije voeten rond. De man aan de telefoon zucht. “Misschien zullen we het nooit weten. Belangrijk is dat de centrale weer draait. We produceren opnieuw stroom, dat was voor iedereen een geweldige opsteker. Onveilig gevoel? Ach, op de openbare weg gebeuren ook dagelijks ongelukken. Moet je daarom thuisblijven? We hebben vertrouwen in de nieuwe veiligheidsmaatregelen, die trouwens verder gaan dan extra camera’s en scherp afgestelde badges. Alle inkomende voertuigen worden nu door explosievenhonden besnuffeld, en zeer onlangs nog hebben ze een metalen kooi rond de afsluiter van de smeerolietank gebouwd”.

complottheorieën

Graag hadden we de plek van het onheil zelf gezien. Woordvoerder Geetha Keyaert moet ons echter teleurstellen: om veiligheidsredenen kunnen er geen persbezoeken worden georganiseerd. Ze kan weinig meer dan de hoop uitspreken dat het gerechtelijk onderzoek spoedig en succesvol wordt afgerond. En beseffen dat in afwachting de complottheorieën welig tieren. In de wildste varianten wordt Electrabel zelf tot hoofdverdachte gebombardeerd. Immers, wie heeft hier baat bij? Het uitvallen van Doel 4, met een capaciteit van 1.039 megawatt de grootste centrale van België, droeg aanzienlijk bij tot de black-out paniek die de voorbije maanden politiek en media beheerste. Precies tegen die achtergrond nam de regering Michel het besluit om de voor dit jaar geplande sluiting van Doel 1 en Doel 2 met tien jaar uit te stellen, de zoveelste maatregel die de in 2003 principieel besliste kernuitstap hypothekeert. Geetha Keyaert zucht. “Complete onzin, alsof wij als industriële onderneming onze eigen centrale zouden vernielen. Deze catastrofe heeft ons ontzettend veel geld gekost, en dat in een jaar dat zo al met rode cijfers werd afgesloten. Stel je voor, het repareren van de schade heeft 150.000 werkuren gekost. De hele turbine werd ontmanteld en in stukken afgevoerd naar vestigingen van Alstom en Siemens in Duitsland, deels over de weg, de grootste onderdelen over het water. Dag en nacht hebben we ons uit de naad gewerkt om alles weer operationeel te krijgen. Dat is gelukt, en daar zijn we best trots op”.