Tagarchief: federale politie

Met de politie op mensenrechtenstage in Kazerne Dossin

De Standaard, 11 april, 2015. (passage over zigeuners als code voor rondtrekkende daders heeft een staartje gekregen. Na een groot vervolgartikel van een collega in De Standaard besloot de Federale Politie haar nomenclatuur aan te passen)

Het verband tussen de feestende massa van een zomerfestival en de massamoord in Auschwitz? Politieagenten vinden in de Kazerne Dossin het antwoord. Onze reporter mocht een hele dag mee op HPM-stage in het Holocaust Museum. Verslag vanuit het spanningsveld tussen politie en mensenrechten.

politieagenten op stage in Kazerne Dossin (Foto: Geertje De Waegeneer)

politieagenten op stage in Kazerne Dossin (Foto: Geertje De Waegeneer)

Vroege vogels, die van de politie. Vanaf half acht druppelen de eerste cursisten binnen in de Kazerne Dossin. Commissaris Marc Van Gestel zet ze op weg naar een kop koffie, zijn collega Isabelle Diependaele streept de namenlijst af. Veertig worden er vandaag verwacht, op te tellen bij de 1.800 die het afgelopen jaar de eendaagse opleiding Holocaust, Politie en Mensenrechten (HPM) hebben gevolgd. “We liggen op kruissnelheid”, zegt coördinator Van Gestel tevreden. “Twee dagen in de week palmen we het museum in. Bedoeling is het volledige korps, meer dan 40.000 mannen en vrouwen sterk, door dit bad te jagen. We zijn hier dus nog niet weg, in een volgende fase willen we trouwens ook de aspiranten van de politiescholen naar Dossin halen”.

Het concept komt uit Amerika. Tijdens een stage bij de FBI in Washington beleefde hoofdcommissaris Dirk Allaerts zijn ping-moment. Het verplichte bezoek aan het holocaustmuseum, was dat geen idee voor de Belgische politie? Commissaris-generaal Catherine De Bolle was meteen enthousiast, en ook in Kazerne Dossin viel het zaadje in vruchtbare grond. Het nieuwe museum, een sober maar indrukwekkend ontwerp van architect Bob Van Reeth, stond nog in de steigers. Conservator Herman Van Goethem en zijn team piekerden zich suf. Het museum moest meer zijn dan een geïllustreerd exposé over het nulpunt van de Westerse geschiedenis. Herinneringseducatie, werd het toverwoord. Het verhaal van de holocaust moest als casus dienen waaruit lessen voor heden en toekomst vielen te trekken. Het voorstel van de politietop kon dan ook niet beter getimed zijn. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum sprong als derde partner op de kar. Eind 2013 stond het project Holocaust, Politie en Mensenrechten in de steigers, vier maanden later gingen de cursussen van start.

Bende van Nijvel

Een delegatie uit Luik waait binnen, mopperend over de files op de Brusselse ring en de moeilijke zoektocht naar een parkeerplaats. “Dit is een verplicht nummer”, zegt een van de agenten. ‘Van onze korpschef moeten we allemaal naar Mechelen, wij zijn zowat de laatsten in de rij. Wat de anderen erover vertellen? Niks bijzonders, er zijn tegenwoordig ook zoveel opleidingen. Ach ja, zo ziet een mens nog eens een stukje van zijn land”. Scepsis is veeleer uitzonderlijk, stellen we tijdens de briefing vast. Nagenoeg alle cursisten in onze groep hebben zelf het initiatief genomen om in te schrijven. Negen mannen en drie vrouwen, wetsdienaren van zeer divers pluimage. Speurders van de federale gerechtelijke politie zitten naast agenten van lokale korpsen. Een deelnemer stelt zich voor als instructeur op de schietbaan van de Nationale Politieacademie, een andere als coördinator bij de cavalerie in Etterbeek. Ook Robert Watzeels doceert aan de Nationale Politieacademie. Geweldbeheersing, een vak waarbij hij aspiranten inpepert dat hun tong hun beste wapen is. Een vijfde van zijn diensttijd besteedt hij in Kazerne Dossin, als een van de anciens onder de 54 HPM-opleiders. Vandaag vormt hij een tandem met Danny Debersaques van de wegpolitie Gentbrugge. Ook de andere groepen, twee Nederlandstalige en een Franstalige, worden door een duo begeleid. “Alleen zou dit te vermoeiend zijn”, zegt Robert. “Het is telkens een lange en intensieve dag”.  Een cursist is extra gemotiveerd. Pieter, negen jaar verbindingsofficier in Parijs, staat op een zucht van zijn pensioen. “Ik zoek een nuttige tijdsbesteding”, zegt hij. “Misschien kom ik hier zelf opleiding geven”.

We overlopen de Vier Hoofddoelen van HPM. Een beter begrip van de  mechanismen achter discriminatie en uitsluiting. Stimuleren om kritisch na te denken, en te handelen in overeenstemming met hun persoonlijke overtuiging. “Bovenal proberen we de cursisten bewust te maken van de marge om nee te zeggen”, zegt Robert. “Ook tegen een bevel van hogerhand. Als politieman sta je vaak voor ethische dilemma’s, weet ik uit eigen ervaring. Tijdens de hoogdagen van de Bende van Nijvel moest ik als jonge rijkswachter een bank bewaken. Ik had van mijn overste een duidelijke opdracht gekregen. Als ik iemand van de bende in het vizier kreeg, moest ik schieten zonder waarschuwen. Stapte hij uit een auto zonder een directe bedreiging te vormen? Niet aarzelen, direct schieten. Vandaag klinkt dat schokkend, maar het hele land was toen in de greep van de Bende-terreur. Ik zou er wellicht applaus voor gekregen hebben”.

Jonathan Jacobs

Het staat niet in het rijtje met doelstellingen, maar HPM moet ook een preventief medicijn tegen politionele uitschuivers vormen. Recente voorbeelden worden hier openlijk besproken. De zware mishandeling van daklozen door leden van de federale spoorwegpolitie in een lokaal onder het Zuidstation? Onze eigen rondvraag zal uitsluitend scherpe veroordelingen opleveren. Een staaltje van ongezonde kuddegeest, wordt het genoemd. Een leidersfiguur die over de schreef gaat, en de anderen die hem volgen veeleer dan in te grijpen. Over Jonathan Jacobs, doodgeslagen in een cel door leden van het Bijzonder Bijstandsteam van de Antwerpse politie, zijn de meningen genuanceerder. “Absoluut verwerpelijk”, vindt Robert. “Voor mijn part mogen die agenten streng gestraft worden. Maar wat met de psychiatrische kliniek die tot twee keer toe heeft geweigerd om Jacobs op te nemen? De directie is even schuldig als de betrokken politiemannen”.

Groepsdenken, ontmenselijken van medeburgers, bureaucratische lafheid, bereidheid tot het plegen van geweld. Allemaal thema’s die als vlechtdraad doorheen de opstelling in het museum lopen. Robert en Danny nemen ons  mee naar het memoriaal in de kazerne, het zwarte gat waarin 25.484 joden en 352 zigeuners verdwenen. 1.200 keerden uit de vernietigingskampen terug, geen 5 procent. Nadia, van politiezone Brussel-Noord, verbaast zich over de luxeappartementen rond het als park aangelegde binnenplein. “Ik zou hier niet kunnen wonen”, zegt ze. “Niet op een plek met zo’n verleden”. Het wordt geen klassieke rondleiding, we houden alleen halt bij de HTM-relevante onderdelen. Zoals het kunstwerk dat Philip Aguirre voor het memoriaal maakte. ’15 augustus 1942, Lange Kievitstraat Antwerpen’, de naam verwijst meteen naar een van donkerste pagina’s uit de geschiedenis van de Belgische politie. Op 15 augustus 1942 werden in de Antwerpse stationsbuurt meer dan 800 joden opgepakt en naar de Dossinkazerne afgevoerd. Aan de razzia, bevolen door de bezetter, dociel uitgevoerd door burgemeester Delwaide en zijn korpschef De Potter, namen een vijftigtal agenten deel. Het kunstwerk, een gedekte tafel waaronder een drieledig gezin zich, plat op de grond liggend, verscholen houdt, stelt het morele dilemma op scherp. “De agenten stonden voor de keuze”, legt Danny uit. “Ze konden het bevel naar de letter opvolgen en de familie van onder de tafel vandaan halen. Maar ze konden ook stil verzet plegen. Hun kop binnen steken, ‘hallo is daar iemand’ roepen, en vooral niet onder de tafel kijken”.

Artistieke impressie van de razzia van 21 augustus 1942, een zwarte pagina in de geschiedenis van de politie (Foto: Geertje De Waegeneer)

Artistieke impressie van de razzia van 15 augustus 1942 (Foto: Geertje De Waegeneer)

We steken opnieuw over naar het museum, voor een hinkelparcours doorheen de geschiedenis van de holocaust. Danny trekt onze aandacht op de fotowand. Een uitgelaten menigte van jonge mensen, dansend op de beats van Tomorrowland. Welke indruk maakt dit beeld? De begeleider kijkt zijn cursisten vorsend aan. Vinger opsteken hoeft niet, maar de sfeer van de schoolreis is helemaal terug. Vrolijk, zomers, jeugdig, de rondvraag levert vooral vrijblijvend gemompel op. Tot een van de speurders _ foto’s en namen zijn taboe, anonimiteit is hun levensverzekering _ zijn bril van ordehandhaver opzet. “Ik vind massa’s intimiderend”, zegt hij. “Groepen zijn manipuleerbaar. De sfeer kan zo omslaan, van vrolijk naar grimmig”. Was dit een toets, dan kreeg hij een tien. Van massa naar massamoord, daar gaat de hele tentoonstelling over. In onze werkmap staan ze netjes uitgespeld, de tien stappen die de Amerikaanse genocide-specialist Gregory Stanton onderscheidt, van classificatie en polarisatie naar uitroeiing en ontkenning.

Einsatzgruppe

De klas is nu helemaal bij de les. De spotprent van Joden op insectenpoten, sprinkhanen die Antwerpen overspoelen? Ontmenselijking, luidt het antwoord, stap 4 in het schema van Stanton. Precies wat in Rwanda is gebeurd, laat iemand pienter opmerken, daar werden de genocideslachtoffers als kakkerlakken bestempeld. We staan lang stil bij een beroemde foto van een lynchpartij in het Amerika van de jaren dertig. Wat zien we? Twee sukkelaars die aan een boom bengelen. Robert nodigt ons uit om beter te kijken, en scherp te stellen op de omstaanders. Sommigen blikken in de lens alsof ze zich betrapt voelen, bij de meesten spat het enthousiasme over het schouwspel van het beeld. Niemand die een vinger uitstak om de lynchpartij te voorkomen, net zomin als dat er iemand van de Rijkswacht tijdens de eerste pogrom in april 1941 iets ondernam om de relschoppers tegen te houden. We zijn intussen al bij stap 6, de polarisatie, aanbeland. Joden en zigeuners zijn al geregistreerd, gelabeld en geïsoleerd. Met medewerking van Belgische autoriteiten, vaak lokale administraties die de Duitse verordeningen ijverig uitvoerden, uit defaitisme of opportunisme. “Ze hadden nochtans een marge om te weigeren”,  zegt Robert. “Belgische instanties mochten van de bezetter gewetensbezwaren inroepen om niet aan de Jodenvervolging deel te nemen. De Brusselse burgemeester heeft geweigerd een jodenregister aan te leggen, en werd daar niet voor gestraft”.

Waarom lieten de Joden zich zomaar oppakken en uitmoorden? Het was Agnieszka, ondersteunende dienst FGP Brugge, die de vraag tijdens de briefing had opgeworpen. “Ik zou vechten als ze aan mijn kinderen raakten”, zei ze fel. En ineens staat ze daar op de derde verdieping van het museum, bij een van de beruchtste foto’s van de Holocaust. Een soldaat van een Einsatzgruppe legt van dichtbij aan op een naakte vrouw die wanhopig haar kind in de armen klemt. Twee joden met een kogel afgemaakt, daar kon je bij de SS trots op zijn. De hele verdieping is gewijd aan deportatie en uitroeiing. Met spaarzame middelen, zonder effectbejag.  De beelden en citaten komen des te harder binnen. Tekeningen van gaskamers en crematoria in Birkenau hangen tegenover een selectie uit het befaamde Höcker Album, foto’s van kampbeulen tijdens hun vrije tijd, aan de borrel op het zonnedek, even weg van de sleur van de industriële volkenmoord.  We houden het kort, Agnieszka heeft het trouwens al lang gesnapt. Er viel in deze fase niks meer te vechten, de strijd werd verloren op de eerste en de tweede verdieping.  Het is stil als we naar de kantine op de min-1 afdalen. “Ik had al een en ander over de Holocaust gelezen”, zegt Nadia. “Maar dit maakt toch indruk”.

Vinci Park

Lunchtijd. Een milde vorm van collectieve haat jegens Vinci Park steekt de kop op. Het SMS-parkeren draait in de soep, er moeten dringend parkeertickets worden vervangen en auto’s verplaatst. Als er straks maar geen bon onder de ruitenwisser steekt! Robert en Danny zijn intussen druk doende met de voorbereiding van de workshop mensenrechten. “Meestal is de sfeer constructief”, zegt Robert. “Maar soms krijg je onverwachte reacties. Jaja, zei er eentje, de Holocaust was erg. Maar wat doen de Joden met de Palestijnen? Dan moet je als moderator ingrijpen, want daar gaat het natuurlijk niet over. Op een keer had ik enkele agenten van een interventieteam uit een grootstedelijke probleemwijk. Ze hadden moeite met bepaalde stellingen over de rechten van arrestanten. Fysiek en verbaal geweld tijdens interventies? Moest kunnen, vonden ze, ze hadden hun eigen codes. En dat het gemakkelijk was om dat van achter een bureau af te keuren. Want je moest het maar doen, orde handhaven in een kansarme buurt die wemelt van drugscriminelen en mensen zonder papieren. Hun korpschef zat er bij, zijn mond viel open van verbazing. Die sessie is niet zonder gevolgen gebleven”.

We vormen een halve cirkel. Robert steekt van wal met een exposé over het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Wisten we dat Duitsland in Straatsburg ooit werd veroordeeld tot een zware schadevergoeding, te betalen aan een bewezen kindermoordenaar? Speurders hadden tijdens het onderzoek met geweld gedreigd om hem te dwingen te verklappen waar hij het slachtoffer _ op dat moment nog in leven gewaand _ had verborgen. Het argument van de tijdsdruk maakte voor de rechters in Straatsburg geen verschil. Dura lex, sed lex, mensenrechten zijn niet voor interpretatie vatbaar. Na deze opwarmer krijgen we een primeur: de case Claeys en Vermuyten, uitgewerkt als toetssteen voor ethisch politiehandelen. We worden uitgenodigd om in de schoenen te gaan staan van de enige twee agenten die op 15 augustus 1942 weigerden aan de jodenrazzia deel te nemen. Vandaag worden Claeys en Vermuyten als helden vereerd, destijds als dienstweigeraars gestraft. Mild gestraft, weliswaar, met verlies van drie verlofdagen. Waarom waren ze dan de enige agenten die de marge om nee te zeggen hebben benut? Danny stelt de vragen, Robert noteert de antwoorden in een raster. De verschillende actoren, de opties, de geanticipeerde en de reële gevolgen, ethisch politiehandelen is even complex als de tabellen van Mendeljev.

paneel vervolging zigeuners. Verrassend actueel, zal tijdens de workshop blijken. (Foto: Geertje De Waegeneer)

paneel vervolging zigeuners. Verrassend actueel, zal tijdens de workshop blijken. (Foto: Geertje De Waegeneer)

Andy de homo

De marge om nee te zeggen? Agnieszka pikt het thema graag op. Is het normaal, vraagt ze zich luidop af, dat ze bij het invullen van persoonsgegevens in de Algemene Nationale Gegevensbank een vakje met ‘Zigeuner’ kan aanvinken? “Ik weiger dat te doen”, zegt ze. “We hebben niet het recht om mensen op basis van hun etnische achtergrond te labelen”. Twee Leuvense speurders steigeren. Wat is het probleem? In dezelfde databank wordt toch ook genoteerd of iemand als veelpleger bekend staat of betrokken was bij drugsfeiten? Het stempel zigeuner is gewoon relevante informatie voor de strijd tegen rondtrekkende daderbendes. Robert kan het nauwelijks geloven. Hier, op deze plek, vernemen dat zigeuner anno 2015 codetaal is voor rondtrekkende daderbende. Hij pleegt een telefoon naar de bevoegde dienst, het blijkt te kloppen. “Dit kan absoluut niet”, zegt hij. “We mogen minderheden niet reduceren tot een crimineel fenomeen”.

De commotie luwt, we besluiten met een hedendaagse casus. Agent Andy out zich tegenover de collega’s als homo en wordt nadien met steeds ergere pesterijen geconfronteerd. Hoe zouden ze reageren? Heulen met de pesters? De andere kant opkijken? Openlijk partij kiezen voor Andy? De hiërarchische oversten inschakelen? De laatste twee opties worden met een geruststellende unanimiteit verkozen, maar één dissident draagt een pragmatische oplossing aan. “We kunnen Andy ook gewoon overplaatsten”. Robert kijkt naar zijn raster. Daar heeft hij geen vakje voor.

XTC-bendes vergiftigen ons milieu

(Knack; 7 juni 2014)

“Soms steken ze een oplegger vol giftig afval gewoon in de fik”

Xtc en speed zijn helemaal terug. De productie boomt, dank zij nieuwe technieken en grondstoffen. Tegelijk piekt ook de afvalproductie. Sluikstorten is de oplossing van de bendes. In Nederland is het een echte plaag, en ook de grensprovincies Antwerpen en Limburg zijn besmet. Tientallen tonnen hoogtoxisch afval belanden jaarlijks in het milieu. De politie slaat alarm. “Dit is een zwaar onderschat probleem”.

toxisch restafval van synthetisch drugslabo. Opruimen is peperduur. (foto: federale politie)

toxisch restafval van synthetisch drugslabo. Opruimen is peperduur. (foto: federale politie)

Het was een ongewone maatregel waarmee twee Nederlandse gemeenten begin maart uitpakten. 5.000 euro beloning voor een gouden tip die kan leiden naar de daders van een reeks xtc-afvaldumpings in Peel en Horst aan de Maas, landelijke gemeenten in Nederlands Limburg.  In een jaar tijd werden er negen storten ontdekt, telkens goed voor duizenden liters gevaarlijke afvalstoffen. “We willen een signaal geven”, zegt Martin Vries, beleidsmedewerker veiligheid in Horst aan de Maas. “Het probleem van de xtc-dumpings loopt uit de hand. Meestal vinden we de vaten in de publieke ruimte, langs een afgelegen weg, in een greppel of in een bos. Gevaarlijk voor het milieu, en het verwijderen kost de maatschappij handenvol geld. Brandweer, politie, staalneming door het Nederlands Forensisch Instituut, opruimen en saneren door gespecialiseerde firma’s, er komt veel bij kijken. We schatten de totale schade op 10.000 euro per dumping. Zo kan het niet verder, dit moet dringend worden aangepakt”. Peel en Horst aan de Maas staan met hun frustratie niet alleen. Vorig jaar werden in Nederland 170 dumpings ontdekt, een absoluut record. In de wandel spreekt men van xtc-dumpings, maar het gaat even vaak om restproducten van amfetamines, zeg maar speed.

Als het regent bij de noorderburen, druppelt het in België. Benny Van Camp, commissaris bij de Centrale Dienst Drugs van de Federale Gerechtelijke Politie, kan het met cijfers staven. In 2012 werden in ons land slechts twee dumpings ontdekt, maar eind vorig jaar viel de teller op 17 stil. “Dat lijkt nog altijd minder dan het is”, zegt Van Camp. “Het gaat immers niet om een vaatje hier en een emmertje daar, we spreken over industriële hoeveelheden. Ruw geschat hebben we vorig jaar honderd ton afval van synthetische drugs opgeruimd”.  Hoe dat er in de praktijk uitziet? Erg divers, blijkt als Van Camp de foto’s op zijn laptop toont. Tientallen identieke blauwe vaten in het groen, het effect is bijna kunstzinnig. “Een propere dumping”, zegt hij. “Zolang er niks gaat lekken natuurlijk. Het blijft hoe dan ook een gevaarlijke toestand, want niemand weet wat er precies in zo’n ton zit. Vaak een cocktail van chemische restproducten. Erg toxisch, om nog te zwijgen van mogelijk brandgevaar bij verkeerde behandeling. Na zo’n vondst wordt meteen een perimeter ingesteld. Alleen de specialisten van het Labo Interventie Team, een multidisciplinair samenwerkingverband van politie en brandweer, komen in  de buurt, met beschermende pakken en gasmeters uiteraard”.

toxisch rampgebied

Voorbeelden van minder propere dumpings zijn er ook. Tussen de herfstbladeren ligt een ratjetoe van vaten, vuilnisbakken en gemengde rotzooi zoals opgebruikte koolstoffilters, met een defecte industriële weegschaal als absolute blikvanger. “Bendes hanteren verschillende methodes”, zegt Van Camp. “Een oplegger stelen, vol laden en op een verlaten plek achterlaten, ook dat komt voor”. Als oude rot in de drugsbestrijding wil hij geen details vrijgeven, maar bij zo’n vondst wordt alles uit de kast gehaald om de herkomst van de lading te achterhalen. “Ze maken het ons niet gemakkelijk”, zucht hij. “Labels worden verwijderd, serienummers uit vaten gebrand. Soms gaan ze nog een stap verder, en steken ze de boel in de fik. Dan krijg je zoiets”.  Met een muisklik haalt hij het beeld op. Twee uitgebrande opleggers, de hele parking oogt als een toxisch rampgebied. “Vergelijk het gerust met een brand of explosie in een chemische fabriek”, zegt Van Camp. “Er komen giftige dampen vrij, chemicaliën en besmet bluswater sijpelen weg. Los van de milieuschade loopt de economische kostprijs hoop op. Opruimen en stockeren gebeurt door een supergespecialiseerde firma, peperduur. En dan moet de bodem soms nog worden gesaneerd”.

Veel blijft onder de radar. Kleinere hoeveelheden worden in een gat in de tuin achter het labo gekiept, met alle gevolgen van dien voor het grondwater. Doorspoelen via het riool gebeurt ook, en niemand weet hoeveel hectoliters er al in sloten, kanalen of rivieren werden gepompt. Luc Valkenborg blijft zich verbazen over de creativiteit die bendes aan de dag leggen in hun afvalverwerking. “Bij het opdoeken van een lab in Bilzen hebben we de techniek van de mestkar ontdekt”, zegt de directeur van de FGP Hasselt. “Uit onderzoek achteraf bleek dat de bende een aanhangwagen gebruikte waarvan de bodemplaat was geperforeerd. Als het flink regende, reden ze ermee over de autosnelweg. Kraantje van het vat opendraaien en laten weglekken, geen mens die er wat van merkte. Een andere bende gebruikte een tractor om het spul uit over veldwegen en akkers uit te sproeien. Alles de grond in, de boeren wisten van niks”.

Vorig jaar kon Valkenborg met zijn team drie xtc-lab’s opdoeken. “Soms niet groter dan een garagebox”, zegt hij. “Maar de capaciteit is enorm, en de afvalstroom navenant. Dat betekent nog niet dat de ontdekte dumpings uit diezelfde periode van die labs afkomstig waren. Bendes storten hun afval bij voorkeur ver weg uit de buurt. Heel wat van ons afval is wellicht uit Nederland afkomstig. Van sommige labs die we in Limburg konden opdoeken, is gebleken dat ze hun tonnetjes in het Antwerpse gingen deponeren”. Dweilen met de kraan open, het is een gezegde dat Valkenborg goed kent. Niet alleen de xtc-problematiek vraagt zijn aandacht. Wekelijks worden in Limburg vier tot vijf plantages ontdekt, enkele weken geleden waren het er zeventien op één dag.  “Een gecoördineerde actie met de Nederlandse politie”, zegt hij. “35 huiszoekingen en 20 aanhoudingen, we hebben de hele organisatie ontmanteld. De meeste arrestanten in de plantages waren Belgen, de organisatoren Nederlanders. Typisch, we zien dezelfde verhoudingen bij xtc-bendes. Cannabis en synthetische drugs zitten van oudsher in gescheiden milieus. Niettemin: we hebben al labs ontdekt in een loods waar eerder een cannabisplantage werd opgedoekt. Dat kan toeval zijn, want beide milieus hebben dezelfde locaties op het oog, een schuur van een afgelegen boerderij, of een leegstaand pand in een industriezone. Toch is er een trend naar polydrugscriminaliteit. Bendes die in cannabis handelen, durven er ook wel eens synthetische drugs en zelfs cocaïne bijnemen”.

megadumpings

De reputatie van Limburg als narcoprovincie valt gemakkelijk te verklaren. Het rurale, dunbevolkte  landschap is niet alleen een lust voor het oog, het is ook bezaaid met discrete locaties. Perfect voor Nederlandse drugsbendes die het Europese ideaal van vrij verkeer van goederen en diensten op eigen manier in de praktijk brengen. Valkenborg: “We hebben 138 kilometer landgrens met Nederland, Duitsland ligt op een boogscheut. Bendes maken daar handig gebruik van. De voorbije jaren hebben ze de xtc-productie in stappen opgedeeld. Dat heeft met schaalvergroting en specialisatie te maken, maar evenzeer met risicospreiding. Ze doen een eerste bewerking in België, een tweede in Nederland, het tabletteren gebeurt in Duitsland. Of andersom, dat kan even goed. Voordeel: een inbeslagname van één lab hoeft geen fatale klap voor de organisatie te betekenen. Tenzij we vanuit dat ene lab het hele netwerk kunnen oprollen, maar dat is aartsmoeilijk, want ze doen er alles aan om de connecties te verdoezelen, onder meer door zich achter landgrenzen te verstoppen. Pas op, politie en justitie werken grensoverschrijdend samen. Er is overleg binnen de Euregio, met Nederlands Limburg, Noordrijn-Westfalen en Luik-Verviers. Dat werkt goed, maar het neemt niet weg dat ieder land zijn eigen wetgeving en prioriteiten heeft. Een huiszoeking in Nederland of een telefoontap in Duitsland krijg je niet op één dag geregeld. Dat beseffen de bendes maar al te goed”.

Grenzen spelen in de kaart van de drugbendes, weet ook Rudi Schellingen. “Als ik in de criminaliteit ging”, steekt de commissaris van wal, “dan zou ik ook niet twijfelen. Werken in België, wonen in Duitsland, en dat alles met een Nederlandse identiteitskaart. Drie verschillende landen, lekker lastig voor de politie”. Schellingen is hoofd recherche van Midlim, de politiezone die Genk, As, Opglabbeek, Zutendaal en Houthalen-Helchteren bestrijkt.  Het waren zijn mannen die op 18 oktober vorig jaar bij het krieken van de dag een omgebouwde varkensstal in de Reyndersstraat in Opglabbeek binnenstormden. Vijf slaapdronken laboranten werden van hun bed gelicht, vier Nederlanders en een Belg. Een van de grootste labs ooit in Europa, kopten de kranten. Honderden vaten en butaanflessen werden meteen geëvacueerd. Gelukkig maar, want drie dagen later vloog de stal, gelegen tegenover de woning van de burgemeester, in brand. Aangestoken om sporen uit te wissen, wordt vermoed. “Het onderzoek is nog niet afgerond”, zegt Schellingen. “Maar er zijn sterke aanwijzingen dat het lab in Opglabbeek verantwoordelijk is voor minstens drie megadumpings. Gestolen opleggers, blijkbaar de specialiteit van het huis”.

nieuwe dumpingtechniek:  oplegger vol gevaarlijk afval laten, in de fik steken en weg wezen (foto: Federale Politie)

nieuwe dumpingtechniek: oplegger vol gevaarlijk afval laten, in de fik steken en weg wezen (foto: Federale Politie)

precursoren

Die megadumpings werden in het Antwerpse ontdekt. Niet toevallig, want behalve Limburg wordt ook Antwerpen royaal voorzien van illegaal xtc-afval.  Het uitgestrekte en moeilijk controleerbare havengebied biedt kansen zat voor snelle dumps en lozingen. Maar ook de Noorderkempen krijgen meer dan hun part. Aan gene kant van de 203 kilometer lange rijksgrens ligt immers Noord-Brabant, ’s werelds nummer één in xtc en amfetamine. “We zijn helaas goed voor negentig procent van alle dumpings in Nederland”, zegt Jean-Louis Kop, woordvoerder bij provincie Noord-Brabant. “En het wordt steeds erger, het ziet er nu al naar uit dat het record van 170 dumpings dit jaar zal sneuvelen. Kijk, het opsporingsbeleid is in Nederland een zaak van de politie en het Openbaar Ministerie. Maar het probleem van de dumpings is intussen zo acuut geworden, dat de provincie op dat punt zelf het voortouw heeft genomen. We hebben alle betrokken instanties bijeen geroepen, politie, brandweer, OM, gemeenten, terreinbeheerders en waterschappen. Samen hebben we een draaiboek gemaakt, zodat in de toekomst alle instanties overal op een uniforme manier kunnen reageren op een dumping ”. 10.000 euro voor het gerechtelijk afhandelen en opruimen van een stort? De raming van Horst aan de Maas blijkt aan de voorzichtige kant. “Bij hele grote dumpings loopt het gauw in de tienduizenden”, zegt Kop. “Volgens de Nederlandse wet vallen de kosten voor ruiming en bodemsanering ten laste van de eigenaar. Rampzalig voor natuurverenigingen zoals Staatsbosbeheer en Brabants Landschap, die betalen zich blauw aan xtc-dumpings. Als provinciebestuur pleiten we voor een waarborgfonds om de kosten te dragen. Idealiter wordt dat gespijsd met plukse gelden, inbeslagnames van criminele winsten die met synthetische drugs worden geboekt. Helaas overstijgt dat onze bevoegdheid, het vergt wetgevend werk van Den Haag”.  In Vlaanderen is de wetgeving milder voor grondbezitters die met een xtc-dumping worden geconfronteerd. Meteen melden bij de politie, is de boodschap. Mocht er bodemsanering nodig zijn, dan kan men via het bodemdecreet het statuut van ‘onschuldig eigenaar’ bekomen. In de praktijk is het vaak de OVAM die de opruiming en eventuele sanering organiseert. En de factuur betaalt, in de hoop de kosten ooit te recupereren als de verantwoordelijken worden opgepakt en voor de rechtbank gesleept.

Afval fungeert als barometer: de scherpe toename van het aantal dumpings wijst op een escalatie van de productie. “We zien het jaar na jaar aanzwellen”, beaamt Benny Van Camp. “De curve is beginnen stijgen vanaf 2010-2011, en vorig jaar is het echt ontploft, we hebben in België 17 grote labs ontdekt. Topje van de ijsberg? Dat zou ik niet zeggen, maar het staat vast dat er veel meer zijn. En dan is België nog klein bier naast Nederland waar ze wekelijks enkele labs opdoeken. Blijkbaar hebben we te vroeg gejuicht. Pakweg vijf jaar geleden leek het fenomeen onder controle. De productie was gekelderd, vooral door gebrek aan grondstoffen. Zie je, lange tijd waren PMK en BMK, precursoren voor respectievelijk xtc en amfetamine, gemakkelijk verkrijgbaar, de producten werden met containers tegelijk vanuit Oost-Europa en Rusland geïmporteerd. Door die handel aan banden te leggen, vielen heel wat labs letterlijk droog. Helaas, we hebben de knowhow en creativiteit van het milieu onderschat. Ze hebben er wat op gevonden”.

1,3 miljard straatwaarde

Conversielabs, dat was het antwoord van de xtc-bendes. Het komt er op neer dat ze een schakel toevoegen aan het begin van het productieketen. Ze maken hun precursoren zelf, op basis van pre-percursoren. Apaan voor BMK,  safrol voor PMK, producten die vrij verkrijgbaar zijn. “Eerst was het alleen amfetamine”, zegt Van Camp. “Dat viel nogal op. Apaan heeft geen enkele legale toepassing, tenzij heel uitzonderlijk voor een experiment in de farmaceutische industrie. Ineens zie je dat spul met tonnen tegelijk vanuit China binnenkomen. Die poort werd intussen gesloten, apaan staat nu op de lijst van vergunningplichtige stoffen. Maar maak je geen illusies, binnen de kortste keren hebben de experts van het milieu wel een alternatief gevonden”.

Hij praat erover zoals een boswachter over een ongrijpbare stroper. Zonder sympathie, maar met een zeker respect. “Synthetische drugs is een klein en gesloten wereldje. Heel anders dan cannabis waar de drempel voor nieuwkomers een stuk lager ligt. Er komt veel organisatietalent bij kijken, want de logistieke keten is erg zwaar. Het smokkelen van grondstoffen en verboden chemicaliën, het transport tussen de verschillende productiestappen, de distributie naar alle hoeken van de wereld. Indonesië, Australië, Zuid-Afrika, overal is er vraag naar Nederlandse pillen. Ook in Polen worden xtc en amfetamines gedraaid, maar dat stelt weinig voor naast de hoeveelheden waarmee de Nederlandse bendes de wereldmarkt overspoelen. Nu ja, Nederlandse bendes. In feite zouden we beter van een Nederlands-Belgisch milieu spreken. In alle bendes zit wel een Belg, als het er geen twee of meer zijn. Ons land heeft blijkbaar uitstekende experts. Cooks, mannen die instaan voor de mix en de synthese. Of installateurs die labs inrichten. Doorgedreven specialisatie, dat is eigen aan synthetische drugs. Ook afval dumpen is een specialiteit, met experts die voor verschillende bendes werken. En inderdaad, de landgrens is hun bondgenoot. Het lijdt geen twijfel dat heel wat van onze dumpings van Nederlandse labs afkomstig zijn, maar de stroom gaat evengoed in de omgekeerde richting”.

Stroom mag hier vrij letterlijk worden geïnterpreteerd. Een kilo amfetamine genereert 15 kilo vloeibaar restafval. Een kilo MDMA, de werkzame stof van xtc, levert 8 à 10 kilo smurrie op. Dat is zonder de conversie gerekend. Het omzetten van safrol naar PMK voegt per kilo eindproduct nog eens 10 tot 15 kilo aan de afvalstroom toe. Met deze cijfers in het achterhoofd krijgt de dubbelslag in Chimay en Vilvoorde een extra dimensie. Het gebeurde in augustus 2013. Sprak men in Opglabbeek nog van een van de grootste labs van Europa, dan stond de status van deze ontdekking buiten kijf. Het lab in Chimay was het grootste dat ooit werd opgerold. Bijna twee ton MDMA in poedervorm. Geschatte straatwaarde na tablettering: 1,3 miljard euro. De ontdekking leidde de speurders naar een haast even groot conversielab in Vilvoorde. Twee ton zuivere MDMA, dat is volgens bovenstaande tabellen goed voor 30 ton chemicaliën die wellicht in de natuur werden gedumpt. Tijd om aan de alarmbel te trekken, vindt Van Camp. ““De strijd tegen xtc is een prioriteit in het Nationaal Veiligheidsplan van de Federale Politie, maar tot dusver ging er te weinig aandacht naar de dumpingproblematiek. Dat moet veranderen, nog voor het einde van het jaar lanceren we een actieplan. We willen geen paniek zaaien bij de bevolking, maar de betrokken instanties sensibiliseren. Ik ben er namelijk zeker van: heel wat xtc-dumpings worden niet als zodanig herkend. Men ziet een paar blauwe vaten in een greppel liggen, en denkt dat het om een gewoon sluikstort gaat. Gevaarlijk, want vaak laat met de boel door gemeentearbeiders opruimen die geen idee hebben wat voor giftig en brandbaar spul ze behandelen”.

Intussen wachten ze in  Peel en Horst aan de Maas nog altijd op een winnende tip. 5.000 euro om de tongen los te maken? Misschien niet iets te mager voor het xtc-milieu waar winstcijfers met heel nullen worden geschreven.