Tagarchief: Guimardstraat

Blackboard jungle in Vlaanderen: leerkrachten delen in de klappen

Humo, 6 maart 2018

“Ze heeft me tegen de muur geduwd en een paar stompen in de maag verkocht. Ik was te verbouwereerd om te reageren”

Geweld tegen leerkrachten is al lang geen zaak meer van rondvliegend bordkrijt. Karatetrappen en vuistslagen, het gaat er bijwijlen ruig aan toe. De schade is niet alleen lichamelijk, want ook doodsbedreigingen hakken er stevig in. Humo onderzocht een kwaal die veel weg heeft van een taboe. “Ze woog hoop en al 45 kilo, maar ze hebben me met vijf man moeten bevrijden toen ze aan mijn hals hing”.

illustratie: Stijn Felix

illustratie: Stijn Felix

Het beeld blijft Stefaan (*) achtervolgen. De dreigende vuist, klaar om zich vol in zijn gezicht te planten. Naast de vuist het van woede vertrokken gezicht van de leerling die hem luttele seconden eerder was aangevlogen. Vier maanden later weet hij nog altijd niet wat hem het meest heeft getraumatiseerd. De stekende nekpijn na het incident, uitgerekend op de plek waar hij een jaar eerder werd geopereerd? Of toch de vernedering die lang na de aanval bleef nazinderen? ‘Het ging allemaal zo snel’, zegt de leraar metaalbewerking. ‘Ik hield toezicht op de speelplaats, de bel was net gegaan. Een leerling van het derde vertikte het om in de rij te gaan staan. Geen jongen van mijn klas, maar ik kende hem wel. Ik had hem al twee keer aangemaand, zonder resultaat’.

Misschien had hij zijn derde aanmaning beter anders  geformuleerd. “Hang nu eens niet de aap uit en ga op je plaats staan”.  Een beetje cru, geeft hij toe, maar in een TSO-school in Antwerpen hoor je echt wel straffere taal. ‘Ik denk niet dat het woord aap verkeerd is gevallen’, zegt Stefaan. ‘Ik stond op school bekend als een flapuit, iets wat door de leerlingen altijd werd geapprecieerd. Met die jongen had ik trouwens een goed contact, ik snap nog altijd niet waarom hij ineens door het lint is gegaan. De aanval trok natuurlijk de aandacht, zijn klasgenoten kwamen meteen rond ons staan. Potige jongens, terwijl ik zelf nogal klein van stuk ben. Het was erg intimiderend, ik werd ingesloten en als een speelbal heen en weer geduwd. De hele tijd hing die jongen aan mijn nek, terwijl hij me uitdaagde en met zijn vrije hand een vuist maakte. Ook de leerlingen van mijn eigen klas kwamen erbij, zonder een vinger uit te steken om me te helpen. Dat vond ik heel erg’.

Stefaan, die klacht indiende bij de politie, bleef wekenlang arbeidsongeschikt. Zijn ervaring zal op termijn doorsijpelen in de statistieken van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, het  officiële kenniscentrum van het Vlaams onderwijs. In december publiceerde AGODI cijfers over agressie tegen onderwijzend personeel. In het kalenderjaar 2016 werden 81 leerkrachten het slachtoffer van fysiek geweld met arbeidsongeschiktheid tot gevolg. In driekwart van de gevallen waren leerlingen de daders, maar 11 keer werd die rol door ouders of andere familieleden gespeeld. Veruit de meeste feiten werden in het secundair onderwijs gepleegd, al vielen er ook 19 slachtoffers op de lagere school te betreuren. Omdat sommige dossiers door het parket worden onderzocht, zijn er voor 2017 nog geen definitieve resultaten beschikbaar. De 81 cases uit 2016 gaven alvast aanleiding tot verontrustende krantentitels. Agressie tegen leerkrachten bijna verdubbeld, viel her en der te lezen. ‘Dat klopt niet’, zegt AGODI-woordvoerder Katrien Rosseel. ‘Die conclusie werd getrokken door te vergelijken met 2015, een uitzonderlijk rustig jaar. 81 ligt dicht bij het meerjarig gemiddelde, en alleszins veel lager dan de 120 gevallen die in het topjaar 2007 werden geregistreerd’.

reputatieschade

Geruststellend? Niet als je naar Annie (*), gewezen directrice van een katholieke basisschool in Brussel, intussen rondreizend lerarenbegeleider in Vlaanderen, luistert. ‘AGODI registreert alleen de zwaarste gevallen waarvan een proces-verbaal werd opgemaakt of een dossier voor arbeidsongeschiktheid. Dat is slechts het spreekwoordelijke topje van de ijsberg.  In principe moet elk geval van agressie worden opgetekend, in sommige scholen ligt daarvoor een incidentenregister klaar. Maar dat gebeurt niet systematisch. Onder druk van de directie, die bang is voor reputatieschade. Of door zelfcensuur. Heel wat leerkrachten zien op tegen de administratie of twijfelen aan het nut van zo’n registratie. Sommigen voelen zich bovendien schuldig. Ook al hebben ze geen fout gemaakt, ze ervaren zo’n incident toch als een persoonlijk falen. Het blijft een enorm taboe in het onderwijs’.

Dat hebben we mogen ondervinden toen we op zoek gingen naar getuigen. Verschillende leerkrachten verklaarden zich bereid. Maar geen namen alstublieft, en de school mocht zeker niet herkenbaar worden getypeerd.  Kathleen (*) _  de pseudoniemen en asterisken stonden gelukkig afgeprijsd in de lokale supermarkt _ zit al maanden thuis op doktersvoorschrift. ‘Ik heb nochtans geen letsel opgelopen’, zegt ze. ‘Ik voel me ook niet ziek. Maar als ik alleen nog maar denk aan de school, begin ik al te hyperventileren’. Kathleen gaf in het Stedelijk Onderwijs Antwerpen verschillende horeca-vakken in het BSO en TSO. Op een donderdag in november liep het mis. ‘Het begon met een banale discussie’, zegt ze. ‘Ik vroeg een van de meisje om te stoppen met eten tijdens de les. Dagelijkse kost, iedere lesuur begint bij ons met een worsteling. Stop met gsm’en, frisdranken weg, haal die voeten van de bank. Vooraleer je aan de stof begint, ben je een kwartier politieagent aan het spelen. Eigen aan de schoolpopulatie vrees ik, er zitten haast alleen allochtonen,  vaak met een achtergrond van kansarmoede. Opvoeden begint thuis, luidt een oude wijsheid. Veel van onze kinderen hebben geen thuis, laat staan ouders die begaan zijn met hun opvoeding.  Een moeilijk publiek. Ik heb eerder in het deeltijds onderwijs gestaan waar onder meer jongens met een enkelband zaten. Veel dankbaarder dan zo’n klas meisjes uit het derde BSO schoonmaak of bejaardenzorg’.

‘Misschien had ze een slechte dag, maar dat meisje was na de les nog altijd boos. Toen ik haar gsm wilde teruggeven, snokte ze die uit mijn handen waardoor het ding op de grond viel. Toen is ze ontploft. Ze heeft me tegen de muur geduwd en een paar stompen in de maag verkocht. Ik was te verbouwereerd om te reageren’.

handboeien

Klappen heeft Annie nooit geïncasseerd. Maar als verbale agressie een oosterse vechtsport was, dan droeg haar belager een zwarte gordel. Verwijten, persoonlijke beledigingen tot en met onverholen doodsbedreigingen, hij beheerste het hele repertoire. De demonstratie speelde zich af op de lagere school in Brussel waar ze toen directrice was. ‘Er golden in Brussel strikte inschrijvingsregels’, zegt ze . ‘Tot 31 januari konden broers en zussen worden ingeschreven, daarna werden de resterende plaatsen voor Nederlandstalige kinderen gereserveerd. We hadden alle ouders daarover een brief gestuurd, ook aan de Marokkaanse vader die al twee kinderen op onze school had. Toch heeft hij tot februari gewacht om zijn derde kind in te schrijven. Dat kon ik dus niet, de regels van het Lokaal Overlegplatform (LOP) lieten het eenvoudigweg niet toe.  Hij wond zich op, ook al probeerde ik hem te helpen. Na de voorrangsperiode voor Nederlandstalige kinderen bleven er altijd wel enkele plaatsen over. Een ervan was voor zijn dochtertje, dat kon ik beloven. Hij wilde niet luisteren en werd steeds agressiever, tot we er de politie moesten bijhalen Dat tafereel heeft zich de volgende twee dagen herhaald, het kabaal was in de hele school te horen. De laatste keer heeft de politie hem met handboeien moeten afvoeren, voor het oog van de kinderen op de speelplaats. Het was een verschrikkelijke ervaring’.

Het voorval had nare gevolgen voor het schoolklimaat. Marokkaanse ouders trokken collectief partij voor de vader. Die had klacht neergelegd bij wat toen nog het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding heette. ‘Een teleurstellende ervaring ‘, zegt Annie. ‘Hun onderzoek was totaal partijdig, de medewerker had zijn conclusies al voor ons gesprek klaar. Ik heb geen probleem met diversiteit, ik heb zelf 20 jaar voor de klas gestaan in Brussel, ik zou nergens anders les kunnen geven’.  Het is uiteindelijk nog goed gekomen met die vader, na een herstelgesprek met een bemiddelaar van de gemeente. Dat deze feiten zich bijna tien jaar geleden afspeelden, doet volgens Annie niks af aan hun relevantie. ‘Integendeel’, zegt ze. ‘Ik hoor steeds meer verhalen van agressie, vooral verbaal. Dat laatste wordt vaak onderschat. Bedreigingen komen hard binnen, dat is psychische terreur van het zuiverste water. Denk vooral niet dat het om een grootstedelijk probleem gaat. Als lerarenbegeleider bestrijk ik intussen heel Vlaanderen. Ook in de provincie hoor ik in de lerarenkamer dezelfde verhalen. Leerlingen die hun leerkrachten afdreigen. ‘Wacht maar tot na de school, we zullen je wel weten te vinden! Het is ook zo gemakkelijk geworden, met de gsm trommelen ze zo hun vrienden bij de schoolpoort op’.

zware hernia

Slapstick, zo zou je het kunnen noemen. De setting is een provinciaal gelegen school voor buitengewoon onderwijs. In de scene zien we  Sofie (*) spurten rond een tafel, een Curver box vol gsm’s onder de arm geklemd. Haar achtervolger is een sprietig meisje van 15, bezeten door blinde razernij die werd uitgelokt door een correcte toepassing van het schoolreglement. GSM’s worden tijdens de les door de leerkracht in bewaring genomen, het staat er zwart op wit. Het zou slapstick zijn, ware het niet dat het meisje Sofie te pakken kreeg en van achteren bij de hals greep. ‘Ze woog met moeite 45 kilo’, zegt Sofie. ‘Toch kwamen er vijf opvoeders aan te pas om haar van me af te trekken. Een echte natuurkracht’.  Sofie, al langer rugpatiënt, hield er een zware hernia aan over.  Ondanks intensieve fysiotherapie is ze drie jaar later nog altijd arbeidsongeschikt.  Haar verhaal is geen unicum. Personeel in het buitengewoon onderwijs _ behalve leerkrachten gaat het voornamelijk om opvoeders _ lopen een verhoogd risico. Veel hangt af van de populatie. Het sprietig meisje dat Sofie molesteerde, was niet toevallig een ‘type 3’.

Sofie:  ‘Type 3’s zijn kinderen met zware gedragsstoornissen. Dat zijn probleemgevallen, zeker als er dan ook nog sprake is van een moeilijke thuissituatie. We kenden dat meisje, ze had tijdens het vorige schooljaar de boel al voortdurend op stelten gezet.  De directie had de ouders daarom in juni meegedeeld dat hun dochter na de zomervakantie niet meer welkom was.  Maar ja, hoe gaat dat. Toen de ouders na drie maanden nog geen alternatief hadden gevonden, hebben we besloten haar toch nog een kans te geven. Typisch onderwijs, we laten altijd het belang van het kind primeren’.

Sofie is niet de eerste die het aankaart: het veelbesproken M-Decreet maakt de situatie niet eenvoudiger. Niemand die zich tegen het principe kant. Kinderen met een beperking, handicap of stoornis moeten zoveel mogelijk in reguliere scholen worden opgevangen. Het decreet, in werking getreden op 1 september 2015, heeft een uittocht uit het buitengewoon onderwijs teweeggebracht. Vooral in het lager onderwijs, al laat de impact zich ook in het middelbaar voelen. ‘We zien onze sterkste leerlingen uitstromen’ , zegt Sofie. ‘De licht mentaal gehandicapten van het type 1 en de kinderen met een leerachterstand van het type 8, die stappen over naar het beroepsonderwijs.  Wij blijven achter met een restgroep van zware gevallen. Je kunt die niet allemaal over één kam scheren, maar het is wel die groep die het vaakst overgaat tot agressie’.

M-Decreet

Bij de Broeders van Liefde, marktleider buitengewoon onderwijs in het katholieke net, wordt al wekenlang actie gevoerd tegen de geweldplaag. Kop van jut is zowel onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) als haar partijgenoot Jo Vandeurzen die als minister van welzijn bevoegd is voor de gehandicaptenzorg. Opvallend: zowel de inrichtende macht, de directies als de vakbonden staan achter de actie, een zeldzaam verbond dat van grote urgentie getuigt. Tijdens de actiedag vorige week in Gent noteerden we de voornaamste grief: omdat de uittocht gepaard gaat met een afbouw van het personeelskader, wordt het steeds moeilijker om met agressie om te gaan.

Het M-Decreet zou overigens ook in het reguliere onderwijs voor de nodige overlast zorgen. Het plan voorziet weliswaar in allerlei begeleidingsmaatregelen om kinderen met hun beperking, handicap of stoornis te doen aarden in een gewone schoolomgeving. In de praktijk, zo hoorden we meermaals, werkt dat onvoldoende, zeker omdat de kinderen met hun specifieke noden vaak in klassen belanden waar al heel wat leerlingen  een rugzak vol problemen meesleuren.

Het gevaar op veralgemeningen is groot. Het M-Decreet geldt bijvoorbeeld ook voor slechtzienden en doven, doelgroepen die zelden met agressie jegens leerkrachten worden geassocieerd. Er valt nog heel wat te onderzoeken over dit thema, weet Delphine Franco als geen ander. De jonge pedagoge, deeltijds assistent aan de U Gent, werkt aan een doctoraat over agressiemanagement op school. ‘Ik heb verwoed gezocht naar studies en data’, zegt ze. ‘Met weinig resultaat, ook in het buitenland werd er nauwelijks research gedaan. Betrouwbare cijfers zijn er al helemaal niet, er bestaat zelfs geen eensgezindheid over een definitie. Wat de ene school als agressie beschouwt, wordt in een andere school als een fait divers afgedaan’.

Haar doctoraat is nog lang niet klaar, maar Franco kan alvast enkele handvatten aanreiken, bruikbaar voor zowel leerkrachten, directies als leerkrachten in opleiding. ‘Leerkrachten moeten alerter worden voor tekenen van frustratie. Ook bij zichzelf, want agressie op school speelt zich af in een relatie tussen twee partijen. Het gebeurt dat leerkrachten de klas betreden met vooroordelen tegen een bepaalde leerling, vooroordelen die ze even voordien van collega’s in de lerarenkamer hebben opgepikt’. Kalm blijven als het toch tot een uitbarsting komt, die tip hadden we zelf kunnen bedenken. Maar Franco heeft ook advies voor de nazorg. ‘Natuurlijk moeten zowel de leerling als de leerkracht de correcte opvang en aandacht krijgen. Dat is een opdracht voor de directie en het team. Maar leerkrachten moeten incidenten ook bespreken met de klas. Doen alsof er niks is gebeurd is de slechtste optie. Evalueer waar het is misgelopen, en zoek samen naar manieren om herhaling te voorkomen. Een gezond schoolklimaat is de beste preventie. Geef leerlingen bijvoorbeeld inspraak bij het opstellen van het schoolreglement, dat kan helpen om geruzie over smartphones in de klas te vermijden’.

illustratie: Stijn Felix

illustratie: Stijn Felix

racismeklacht

Die nazorg laat wel eens te wensen over. ‘Ik ben ontzettend teleurgesteld in mijn directie’ zegt Sofie. ‘Ik heb geen enkele steun gekregen na het incident. We zijn intussen drie jaar verder. Nooit laten ze van zich horen of polsen ze hoe het met me gaat. En dan moet je weten dat ik dertig jaar in die school heb gewerkt, altijd met veel goesting. Buitengewoon onderwijs is iets bijzonders. De kinderen kunnen lastig doen, maar je krijgt er zoveel van terug. Voor velen was ik een tweede moeder’.  Ook Sofie heeft de verklaringen van Maggie De Block (Open VLD) gehoord. De federale minister van volksgezondheid wil langdurig zieken zo snel mogelijk opnieuw aan het werk zetten. Als dat niet in hun vorige functie kan, dan moet de werkgever naar een aangepaste job zoeken. Dynamiseren van langdurig zieken, ze moet er bitter om lachen. ‘Ik sta te springen om terug te gaan werken’, zegt ze. ‘Maar de directie houdt de boot af. Risico op discontinuïteit, luidt het,  ze vrezen dat ik een voltijdse opdracht geen volledig schooljaar kan volhouden. Ze zouden natuurlijk aangepast werk kunnen zoeken, maar dat willen ze niet. Het is alles of niks, en dus vindt ook mijn huisarts het beter om me thuis te houden. Ik mis mijn werk verschrikkelijk, en ook financieel wordt het een zware dobber. Een uitkering is niet hetzelfde als een salaris, binnenkort val ik terug op 60 procent van mijn laatste loon. Vrienden die in de privé werken, snappen niet waarom ik zo word behandeld’.

Van heimwee naar hun school hebben Stefaan en Kathleen weinig last. Beiden zijn op zoek naar de uitgang, lichtelijk gedegouteerd. Niet zozeer door de agressie waar ze het slachtoffer van werden, wel door de manier waarop hun respectieve directies ermee omsprongen. Kathleen: ‘Onmiddellijk na het voorval ben ik de trap opgelopen naar de onderdirecteur. Wat stel je voor dat ik doe, vroeg hij. Ik zei dat een schorsing van de leerling wel het minste was. De dag erna heb ik een uitstap van een andere klas begeleid. Vrijdag kwam ik terug op school, en wie zat er in mijn klas? Diezelfde leerling, met een vuile grijns op haar gezicht.  De sfeer was ijzig, ik had de hele klas tegen.  Toen ik ’s avonds eindelijk bij de directeur langs kon, kreeg ik het deksel op de neus. Hij schoof de schuld in mijn schoenen, en waarschuwde dat de ouders overwogen een klacht wegens racisme in te dienen’.  Ze sluit niet uit dat er persoonlijke animositeit meespeelde. De relatie met de directeur was al wat verzuurd als gevolg van een benoemingskwestie waarbij ze het verkeerde kamp had gekozen. ‘Maar het typeert ook de houding van heel wat schooldirecties’, zegt ze. ‘Ze zijn als de dood voor juridisch gedoe met ontevreden ouders.  En vooral: ze willen geen leerlingen kwijt, want iedere kop telt voor de subsidiëring’.

stamp in de rug

Net als Kathleen hoopt Stefaan op een overplaatsing naar het volwassenenonderwijs. ‘Ik ben er al mee bezig’, zegt de leraar metaalbewerking die zes weken arbeidsongeschikt bleef. ‘Als vastbenoemde heb ik al enkele uren kunnen omruilen zodat ik één avond per week in het volwassenenonderwijs sta. Een klas met uitsluitend gemotiveerde leerlingen, wat een verademing’.  Stefaan weet intussen wat hem echt dwarszit. Het spook dat hem ’s nachts wakker houdt, het knagende gevoel dat zijn kinderen in die  eerste weken na het spijtige voorval deed verzuchten dat hij er zo afwezig bijliep. Het heeft een naam en een gezicht, en die horen niet bij de balorige jongen die hem bij de kraag vatte en met zijn opgeheven vuist bedreigde. Het is het gezicht van de directeur dat hem blijft achtervolgen.

Stefaan: ‘Terwijl ik daar ingesloten in een kring stond met die jongen aan mijn nek, zag ik hem in een glimp, tussen twee schouders door. We hadden heel even oogcontact, ik dacht echt dat hij zou tussenkomen om me te helpen.  Niet dus, tot mijn ontzetting draaide hij zich om en liep hij weer weg. Ik heb hem daar later mee geconfronteerd. Eerst ontkende hij dat hij iets abnormaals had opgemerkt, nadien veranderde hij zijn versie. Hij beweerde dat ik hem geruststellend had toegeknikt, als om te zeggen dat het maar een spelletje was, niks ergs aan de hand’.  De rol van de directeur werd een vast gespreksthema, bij de psycholoog die hem van zijn angststoornis probeerde af te helpen, en bij de particuliere preventiedienst waarmee zijn school structureel samenwerkt. Aanzetten tot herstelgesprekken liepen op niks uit, integendeel zelfs. ‘Op de duur trok hij mijn hele verhaal in twijfel’, zegt Stefaan. ‘Die dreigende vuist had ik verzonnen, dat had hij zogezegd van verschillende leerlingen gehoord. Mijn belager heeft trouwens geen schorsing gekregen, noch enige andere sanctie. Ook dat was pijnlijk, het voelde als een stamp in de rug’.

herstelbemiddelaars

Directies die de kop in het zand steken? Zou niet mogen, vernemen we in de Guimardstraat. ‘We nemen agressie tegen leerkrachten heel ernstig’, zegt Marijke Van Bogaert, woordvoerder van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. ‘Als netwerkorganisatie ondersteunen en professionaliseren we onze directies om ermee om te gaan. In de eerste plaats door in te zetten op preventie, door het scheppen van een verbindend schoolklimaat. Daar horen duidelijke regels bij, die consequent worden toegepast. Natuurlijk kun je niet alles voorkomen. Agressie op school kan heel veel verschillende oorzaken hebben, van een  moeilijke thuissituatie tot psychische problemen. Een sanctiebeleid op zich volstaat niet, dat moet kaderen in een bredere opvoedingsstrategie. Vele scholen werken daarvoor samen met het CLB, en doen zo nodig beroep op vertrouwenspersonen die leerkrachten opvangen en een luisterend oor bieden aan alle betrokken partijen. Het KOV heeft trouwens zelf gespecialiseerde herstelbemiddelaars in dienst die op vraag van directies ter plaatse gaan om moeilijke situaties te helpen ontmijnen’.

Op het hoofdkwartier van het GO! noteren we een gelijklopend verhaal. Ook in officiële onderwijsnet zet men maximaal in op preventie, met een sanctiebeleid dat kadert in een globale opvoedingsvisie. ‘Scholen vullen zelf in hoe ze met deze problematiek omgaan’, zegt afgevaardigd bestuurder Raymonda Verdyck. ‘Maar we bieden ze wel een stappenplan aan als houvast. Gaat het om zware of lichte agressie? Is er sprake van frequente of incidentele agressie? Er liggen aangepaste scenario’s klaar naargelang de categorie. Ook voor echte crisissituaties, al is het steeds de directie zelf die beslist of de politie wordt ingeschakeld’.

Dat nogal wat slachtoffers zich door die directies in de steek gelaten voelen? ‘Dat betreuren we ten zeerste ‘, zegt Verdyck. ‘Onze directies worden opgeleid om met ongewenst gedrag en agressie om te gaan, dat hoort bij een gezond psychosociaal schoolklimaat waar we veel belang aan hechten. Maar bij een incident spelen ze een dubbele rol. Natuurlijk moeten ze klaar staan om hun leerkrachten op te vangen en op alle mogelijke manieren te ondersteunen. Tegelijkertijd moeten directies een bemiddelende rol spelen en rekening houden met juridische en procedurele overwegingen, zeker als er politie aan te pas komt. Het is niet meer dan normaal dat ze ook met de dader en andere leerlingen gaan praten, agressie is immers altijd een relationeel gegeven. Soms hebben leerkrachten het daar moeilijk mee, omdat ze  daardoor het gevoel krijgen onvoldoende gesteund te worden’.

machete

We hebben dan toch een leerkracht gevonden die on the record praat: Claudia Urbina. Ze geeft cultuurvakken in het KA Halle, een zuivere ASO-school met een sociaal  tamelijk homogeen, zeg maar overwegend autochtoon Vlaams, publiek. Brave kinderen, vernemen we, agressie stelt op deze school weinig meer voor dan de occasionele brooddoos die door de lucht vliegt. Het ergste dat ze zich kan herinneren was de pint die ze over zich heen kreeg, die ene keer toen ze op de 100 dagen-fuif de toog bemande en een dronken scholier een extra rondje weigerde. De toevoeging ‘sociaal homogeen’ is voor haar rekening. Urbina, in Chili geboren en met haar ouders voor Pinochet naar  België gevlucht, heeft eerder onder meer als directrice in een Brusselse BSO-school gestaan. Het was daar dat een meisje haar in een kwade bui volgende zin toevoegde: ‘ik ga een machete halen en je in duizend stukjes hakken’.

Toch is het niet als ervaringsdeskundige dat ze wil getuigen. Urbina is voorzitter van de commissie secundair onderwijs van de socialistische vakbond ACOD. Ze heeft goede voelsprieten en weet wat er leeft in het middelbaar in Vlaanderen. ‘Er is meer agressie tegen leerkrachten’, zegt ze. ‘Zowel fysiek als verbaal. Ik zie een lineaire verschuiving, in alle geledingen van het secundair onderwijs. Incidenten die zich vroeger haast uitsluitend in het BSO voordeden, komen steeds vaker in het ASO terug. Dat betekent niet dat er een nivellering aan de gang is, want intussen wordt het in het BSO nog erger’. Urbina, gediplomeerd in de rechten en de criminologie, ziet verschillende verklaringen. Groeiende mondigheid van leerlingen die helaas gepaard gaat met een afkalvend respect voor leerkrachten en andere vormen van autoriteit. Sociale vaardigheden die eroderen door overmatig gebruik van sociale media. ‘Het loopt niet alleen fout bij de leerlingen’, zegt ze . ‘Ook ouders gedragen zich steeds agressiever tegenover leerkrachten. De juridisering van het onderwijs is een reëel probleem. Op oudercontacten dreigen met procedures als de punten van zoon of dochter niet worden opgekrikt, dat is een vorm van psychisch geweld. En jawel, het zijn vooral de witte scholen waar dat fenomeen zich manifesteert’.

Falende directies die onvoldoende steun verlenen aan belaagde leerkrachten? Het klinkt Urbina niet alleen bekend in de oren, ze heeft er ook een originele, syndicaal gekleurde uitleg voor. ‘Neem nu mijn school’, zegt ze. ‘700 leerlingen, 90 leerkrachten, 20 schoonmaakster en onderhoudsmedewerkers plus nog een paar opvoeders. Dat is meer dan een KMO, dat is een groot bedrijf. En welk management staat daar tegenover? Een directeur, een onderdirecteur en twee secretariaatsmedewerkers, dat zijn vier mensen voor wie een dag ook maar 24 uur duurt. Sorry, maar met zo’n kader kun je onmogelijk een gezond human resources beleid voeren. Zorgen dat de kapotte verwarmingsketel wordt gerepareerd en achterstallige schoolrekeningen innen, dat soort besognes slorpt alle tijd en energie op. Niet alleen in onze school, en niet alleen in het GO!. Het gebrek aan middelen is een probleem in het hele onderwijs in Vlaanderen’.

Guimard meets GO! Schooldirecteurs over de moordende concurrentie in onderwijsland

Knack, 24 augustus 2016

“Ook BSO-kinderen hebben recht op culturele ontplooing”

Schotten in het onderwijs zijn niet wat je denkt. Ze staan onzichtbaar maar zeer effectief tussen ASO, TSO en BSO. Het hoogste schot prijkt evenwel tussen de onderwijsnetten. Knack sprong over de levensbeschouwelijke kloof en bracht twee Gentse schooldirecteurs samen. Hilde Allaert van het Sint-Bavo-humaniora en Pascal Vanhoecke van het Atheneum Merelbeke, samen op zoek naar wat hen bindt en verdeelt. ‘Ik denk wel dat ik je zou kunnen aannemen’.   

 

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

Het Gentse Sint-Bavohumaniora ontwaakt langzaam uit zijn zomerslaap. Klaslokalen krijgen een beurt, onder een afgebladderde dakgoot bengelt een ploeg acrobaten met verfkwasten. Ook directrice Hilde Allaert (56) is op post, recht vanuit haar vakantieoord in Italië. Knipperend met de ogen in het felle zonlicht monstert ze de werkzaamheden. ‘Dakwerken kosten een fortuin’, moppert ze. ‘Ik zou dat geld liever anders besteden, maar je kunt zoiets niet blijven uitstellen’. Onderhoudskosten, ze zijn het kruis van menig schooldirecteur. De meeste gebouwen van ‘het Sint-Bavo’ zijn bijna een eeuw oud, het statige poortgebouw dateert zelfs uit de 18de eeuw. De directrice mag het graag vertellen. Hoe de Zusters van Liefde begin jaren dertig aan de Reep zijn neergestreken, met de missie om ook meisjes de kans te bieden kwaliteitsvol onderwijs te volgen. De term progressief was toen nog niet in zwang, maar als Vlaamsgezinde, emancipatorische onderwijscongregatie liepen de Zusters van Liefde stevig vooruit. Dat imago is intussen geëvolueerd. Sint-Bavo, een zuiver ASO-humaniora met een internaat van 250 bedden er bovenop, is een vaste waarde in het A-segment van de onderwijsmarkt. Niet alleen in Gent, het internaat lokt tradtioneel veel kinderen uit het hinterland, Oost en West-Vlaanderen en sinds enkele jaren ook steeds meer uit Brussel en Wallonië. ‘De groentjes’ worden de leerlingen genoemd, naar de kleur van het verplichte uniform waarmee ze zich onderscheiden van de blauwtjes van het Sint-Pietersinsituut en de grijsjes van het Nieuwen Bosch Humaniora. Een eliteschool? Directrice Allaert zal de reputatie tijdens het interview hartstochtelijk nuanceren.

 Feminist

Haar gesprekspartner is aangekomen. Of hij het gemakkelijk gevonden heeft, polst ze. Pascal Vanhoecke (37) lacht breed. ‘Natuurlijk zegt hij. ‘Sint-Bavo, welke Gentenaar weet dat nu niet liggen? Ik ben hier vroeger nog komen basketten, mijn amateurclub huurde ‘s avonds een turnzaal af. Dat doen wij ook met onze twee campussen in Merelbeke. Voor het geld, want we kunnen iedere extra euro goed gebruiken. Maar het openstellen van onze gebouwen is ook een manier om de buurt en het middenveld bij de school te betrekken. Het Gentse wereldkoor Karibu repeteert bij ons zo goed als gratis, we delen immers dezelfde idealen’. Hilde Allaert aarzelt, maar de Aha-Erlebnis komt er toch. De schotten tussen het GO! en het vrije, katholieke net mogen dan huizenhoog zijn, ze heeft haar jongere collega al eerder ontmoet. Niet in diens hoedanigheid van directeur van het Atheneum Merelbeke, wel als bezieler van de Belgische Filosofie Olympiade. ‘Inderdaad’, verlost hij haar van haar laatste twijfels. ‘Sint-Bavo had vorig jaar trouwens een finalist, ik ben u daar nog komen mee feliciteren’.

Drie uur lang zullen ze elkaar aftasten en uithoren. Luxe voor de interviewer, we hoeven slechts af en toe een vers thema op tafel te gooien om het gesprek te smeren. De verschillen liggen voor de hand, de raakvlakken eveneens. Zoals een gedeelde passie voor filosofie. Vanhoecke is pyscholoog maar studeert in zijn gestolen uren wijsbegeerte aan de Gentse universiteit. Hilde Allaert heeft in Leuven theologie en filosofie gestudeerd, om vervolgens aan een doctoraat in de vergelijkende godsdienstwetenschappen te beginnen. ‘Ik ben ermee gestopt’, vertelt ze als we ons met een thermos koffie in haar bureau terugtrekken. ‘Het werd gauw duidelijk dat ik als vrouw in de faculteit theologie geen kansen zou krijgen. Dat maakte me als overtuigd feminist opstandig. Nog altijd trouwens. Er is al veel veranderd binnen de Kerk, maar vrouwen worden nog altijd niet voor vol aanzien, we worden hooguit geduld’. Vanhoecke pikt er gretig op in. Dat hij thuis een feministische opvoeding heeft gekregen en zichzelf een overtuigd feminist noemt. We zetten een streepje: nog een link tussen de twee schooldirecteurs die verrassend genoeg ook een katholieke jeugd delen. ‘Ik ben nog misdienaar geweest’, zegt Vanhoecke. ‘Mijn ouders waren echte Caritas-katholieken, constant in de weer met vrijwilligerswerk. Ik heb daar warme herinneringen aan, dat is waar mijn engagement vandaan komt. Dat ik reeds als adolescent agnost ben geworden, komt door mijn ervaringen op de broederschool. Seksueel misbruik, het gebeurde in mijn onmiddellijke omgeving. Ik was vooral geschokt door de manier waarop het in de doofpot werd gestopt’. Engagement is in zijn geval een understatement. Vanhoecke lijdt naar eigen zeggen aan een Messiascomplex. ‘Ik wil de maatschappij veranderen. Daarom ben ik gestopt als therapeut. Je kunt wel ieder jaar een paar volwassen patiënten helpen, maar dat brengt weinig zoden aan de dijk. Het onderwijs is een omgeving waarin je nog bakens kunt verzetten’.

 

Foto: Franky Verdickt

Hilde Allaert: ‘Er is niks mis met uitdagen, hard werken en netjes voor de klas in de rij staan’ (foto: Franky Verdickt)

zuster Monica

Vrijzinnig messianisme, het bestaat dus. Af en toe wekt het lichte wrevel aan de overkant van de tafel: de neiging om zelfs de antwoorden van de tegenpartij voor zijn rekening te nemen, in de vaste overtuiging het beter te weten of alleszins beter te kunnen formuleren. Overredingskracht komt natuurlijk van pas als je op je 31ste tot directeur wordt benoemd, als outsider met slechts enkele jaren onderwijservaring op de teller, dwars tegen enkele gedoodverfde kandidaten in. De vacature was overigens geen cadeau. Vanhoecke: ‘‘Het atheneum is ontstaan uit een pijnlijke fusie van twee rivaliserende TSO- en BSO scholen, een van het gemeenschapsonderwijs en een van de gemeente. Toen ik er zes jaar geleden begon, kampte de school met een imagoprobleem. Er was geen visie, niemand wist waar we voor stonden. Het atheneum leek ook losgezongen van zijn omgeving, de meeste leerlingen kwamen uit Gent. Zie je, Merelbeke is een rustige, welvarende gemeente waar je eerder een ASO-school zou verwachten. Die is er intussen: ik heb binnen het atheneum een ASO-afdeling opgericht. Het Popelin Lyceum, genoemd naar een van mijn helden, de Brusselse feministe Marie Popelin. Vanaf september bieden we een volledige cyclys aan, de eerste lichting van vijftien begint aan haar zesde jaar. Het groeit als kool, in het eerste jaar ASO starten we straks met drie klassen’.

Hilde Allaert moet qua gedrevenheid nauwelijks onderdoen. Zeker, ze heeft hier lang als godsdienstlerares voor de klas gestaan. Aangeworven door zuster Monica Van Kerrebroeck, de legendarische directrice die voor de CD&V in de Gentse gemeenteraad en het Vlaams parlement zetelde. Toch heeft ze geen klassieke onderwijscarrière achter de rug. ‘Na tien jaar les geven begon mijn ondernemingszin te kriebelen’, zegt ze. ‘Mijn broer Geert had net het failliete Vorst Nationaal gekocht. Ik ben daar mee in gestapt, het begin van een waanzinnig  avontuur waarmee ik een paar boeken kan vullen. Op een bepaald moment hadden we vier grote zalen in beheer, onder meer  het Antwerpse Stadsschouwburg en het Gentse Capitole waar ik meer dan tien jaar directeur ben geweest. Showbizz, dat is werken van zeven uur ’s ochtends tot een stuk in de nacht, weekends inbegrepen. Ik heb dat doodgraag gedaan, maar toen ik vijftig werd en om me heen keek zag ik alleen twintigers en dertigers. Tijd voor wat anders, dacht ik, zonder concrete plannen. Het was mijn vriendin Marleen Sonneville, vroegere collega en ondertussen directeur, die me vroeg toen ik met haar een koffie ging drinken. Er was een vacature, en of ik niet wilde terugkeren? Lang heb ik niet getwijfeld, de onderwijsmikrobe bleek nog springlevend. Een jaar en een trimester later ging mijn voorgangster onverwachts met vervroegd pensioen. Ik voelde al nattigheid toen de raad van bestuur me voor een gesprek uitnodigde. Ze gaven me tot na de kerstvakantie de tijd om na te denken. Ik heb ja gezegd, en zo ben ik hier begin vorig jaar directrice geworden’.

moordende concurrentie

Ze zien het nieuwe schooljaar allebei met vertrouwen tegemoet. De inschrijvingen, graadmeter voor succes in onderwijsland, maatstaf waarmee subsidies worden toegemeten, lopen goed. Het atheneum tekent jaar na jaar groei op. Meer dan 500 leerlingen intussen, van wie er steeds meer uit Merelbeke komen. ‘We worden stilaan een afspiegeling van onze omgeving’, stelt Vanhoecke tevreden vast. ’15 procent GOK-leerlingen, ook dat spoort met die lokale inbedding’. Hilde Allaert van haar kant heeft een zucht van opluchting geslaakt toen de teller boven de 1.000 steeg. ‘Ik was geschokt toen ik hier in 2013 opnieuw les kwam geven. Een dikke 900 leerlingen, terwijl we er in de topjaren wel 1.500 inschreven. De concurrentie in het ASO-segment is moordend, zeker in Gent waar een half dozijn katholieke scholen in dezelfde poel vissen. Het spel wordt hard gespeeld, en niet alleen tussen de netten. Zie je, Sint-Bavo is net als de andere uniformscholen van oorsprong een meisjesschool. Toen alles gemengd werd, zag je dat jongensscholen veel gemakkelijker meisjes aantrokken dan andersom. Vraag me niet waarom, maar blijkblaar bleef het imago van softe meisjesschool aan ons kleven’.

De manier waarop ze dat wist om te buigen deed in Gentse onderwijskringen veel stof opwaaien. Sint-Bavo pakte in september 2015 als eerste humaniora in Gent en omstreken uit met een nieuw volwaardige optie Science, Technology, Engineering and Maths. STEM dus, een toverwoord dat ouders doet dromen van een rode loper die kinderen recht naar de hoogste strata van de digitale kenniseconomie voert. Slim bekeken: het softe imago bijstellen met harde, mannelijke buzz. Het idee kwam van enkele leerkrachten wiskunde en wetenschappen, maar de kritiek viel haar op de hals. ‘Vanuit andere scholen werd me gebrek aan loyaliteit verweten’, zegt ze grinnikend. ‘Ze trokken zelfs de wettelijkheid van onze STEM in twijfel. De kritiek werd persoonlijk, ik heb in de krant moeten lezen dat ik als directrice goedkope trucs uit mijn showbizz-verleden toepaste. Ach ja, laten we daar niet bij stilstaan, ik houd niet van conflicten. Intussen bieden we trouwens hulp aan andere scholen die dit jaar met STEM starten’.

 

Foto: Franky Verdickt

Pascal Vanhoecke: ‘De onderwijshervomring is in de eerste plaats een besparingsoperatie’. (foto: Franky Verdickt)

Bildung

Zijn gsm gaat over, Vanhoecke excuseert zich voor de zoveelste onderbreking. ‘Ik heb geen adjunct om oproepen over te nemen’, zegt hij na gedane zaken ‘Een bewuste keuze, ik spring erg zuinig om met administratieve en techische omkadering zodat ik meer overhoud om in de leerlingen en het team te stoppen. We schakelen zoveel mogelijk vrijwillgers in, zelfs voor ICT. Pure noodzaak, als je bedenkt dat we de nieuwe ASO-richting volledig uit eigen middelen financieren. Zonder extra subsidies, en zonder te putten uit de reserves van onze scholengroep Panta Rhei. Je moet zelf in het onderwijs staan om te snappen wat voor een heksentoer dat is’. Allaert knikt instemmend, ze kan het exoploot naar waarde schatten. Ook het inrichten van STEM was een eigen investering, laat ze noteren. Vanhoecke legt uit waarom hij wel twee campussen maar geen eigen kantoor heeft. Past in zijn egalitaire, coöperatieve managementsvisie waarin naast leerkrachten ook ouders, vrijwilligers en zelfs buurtbewoners participeren. Hoe hij zijn team meesleurt in zijn vernieuwingsdrang? “Door zelf voorop te lopen als zotste van de hoop’, zegt hij lachend. ‘Ik ben deze zomer niet met vakantie geweest, ik was de hele tijd in mijn school. We organsieerden met vrijwilligers bijlessen voor kinderen met taal- of leerachterstand, er waren activiteiten om de culturele geletterdheid op te krikken. Dat is een van mijn stokpaardjes: een school mag zich niet beperken tot de leerplannen, want dan wordt onderwijs een erg mager beestje. Het gaat erom jonge mensen tot mondige en kritisch burgers te vormen. Bildung heet dat, een woord waarbij je spontaan aan humaniorakinderen denkt. Maar ook BSO-kinderen hebben recht op culturele ontplooing, al is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Heel wat van onze leerlingen groeien op in een huis waar niet één boek in de kast staat. Begin als leraar Frans dan maar eens over Houellebecq uit te wijden’.

Bildung? Het ideaal ligt ook Allaert na aan het hart. ‘Ik jaag mijn leerlingen geregeld naar buiten’, zegt ze. ‘NTG, SMAK, alle cultuurtempels liggen om de hoek, dat is pedagogische luxe. Toen we met STEM begonnen werd ons verweten dat we onze ziel aan het nuttigheidsdenken hadden verkocht. STEM zou een fabriek voor ingenieurs worden, op maat gesneden van de industrie. Onzin natuurlijk, inzetten op wetenschap en technologie sluit passie voor taal en cultuur niet uit. In de wetenschappelijke richtingen hebben we trouwens een verplicht vak wetenschapsfilosofie ingelast’.

GOK-kinderen

Pedagogische luxe is misschien wel het voornaamste verschil tussen beide scholen. Want hoe comfortabel is het om directrice te zijn van een eliteschool die vooral slimme kinderen van hoogopgeleide ouders aantrekt? Allaert zet haar stekels op. ‘Ik word pissig van die reputatie’, zegt ze. ‘Okay, we zijn een ASO-school met een goede faam. Ouders die voor Sint-Bavo kiezen, willen dat hun kinderen later gaan studeren. We leggen de lat hoog. Er is niks mis met uitdagen, hard werken en netjes voor de klas in de rij staan. Maar sociaal elitair? Pardon, we hebben in het eerste jaar wel al 19 procent GOK-kinderen, een categorie waaronder overigens lang niet alleen allochtonen vallen. Minder dan het stadsgemiddelde, okay, maar je moet Sint-Bavo niet als een stadsschool bekijken. Die 19 procent is het resultaat van een christelijk geïnspireerd pedagogisch beleid. Elk kind heeft recht op degelijk onderwijs. We doen er alles aan om kinderen te ondersteunen. Financieel, als de schoolrekening een probleem vormt. Geen geld voor een uniform? We verzamelen gebruikte exemplaren die we in alle discretie gratis ter beschikking stellen. Tussen haakjes gezegd: het is ironisch dat uniformscholen het stempel van elitair dragen. Egalitair zou een beter woord zijn, want uniformen verdoezelen inkomensverschillen en sparen ouders veel geld uit. Maar we investeren ook fors in studiebegeleiding en taalondersteuning, zeker nu we steeds meer leerlingen met een migratieachtergrond hebben die thuis geen Nederlands spreken, vooral uit de Turkse gemeenschap.  Bij de inschrijving hameren we erop: het belang van een goede taalbeheersing. Dat wordt nog altijd onderschat, ze denken dat het volstaat om zich in te schrijven, en dat hun kind dan vanzelf dokter zal worden. Bij de laatste opendeurdag heb ik een mooi tafereel gezien. De laatstejaars stonden in voor het onthaal. Op een bepaald moment kwam een van mijn Turkse leerlingen, een pienter en sociaal meisje uit de Latijn-wetenschappen, met een bijzonder verzoek. Ik weet dat ik op school geen Turks mag spreken, begon ze, maar mag het voor één keer toch? Ik wil me namelijk boos maken, en dat lukt alleen in het Turks. Even later stond ze een Turkse vader de les te spellen. “Jullie willen jullie kind inschrijven? Okay, maar dan moet het thuis gedaan zijn met die Turkse satelliettelevisies, stem voortaan af op Vlaamse zenders”. Ze had gelijk, zonder de volle steun van ouders lukt het zelden om succesvol af te studeren’.

Onderwijshervorming

De reputatie van het secundair onderwijs in Vlaanderen is bekend. Uitmuntend aan de top, wie afzwaait van een goede ASO-school zit gebeiteld. De keerzijde van de medaille: een watervalsysteem met veel schoolachterstand en een ongekwalificeerde uitstroom met weinig perspectieven op de arbeidsmarkt. Dat laaggeschoold vaak met allochtoon rijmt, maakt het plaatje er niet fraaier op. Vlaams onderwijs bestrijdt geen ongelijkheid, poneren we, maar bestendigt ze integendeel. Allaert en Vanhoucke kunnen de stelling alleen maar beamen. Wat eraan te doen? ‘Er zijn geen mirakeloplossingen’, zucht Vanhoecke. ‘Daarvoor is de problematiek veel te complex. Maar het zou helpen als de lasten beter werden verdeeld. Waarom spreken we nog altijd van witte en zwarte scholen? Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, zijn er alleen nog diverse scholen’. Allaert valt hem bij. ‘Er zijn scholen die selecteren aan de bron, ook in Gent. Natuurlijk bestaan er wetten die dat verbieden, maar met een beetje creativiteit valt daaronder uit te komen’.

Van de met veel poeha aangekondigde onderwijshervorming verwachten ze weinig heil. ‘In de eerste plaats een besparingsoperatie’, oordeelt Vanhoecke, ‘net als het M-decreet, dat is er ook niet gekomen omdat inclusief onderwijs het ei van Columbus is, maar omdat het buitengewoon onderwijs te duur werd’. Allaert klinkt wat genuanceerder. ‘Er zitten positieve elementen in, zoals het schrappen van enkele tientallen richtingen. Soms komen ouders raad vragen als hun kind een B-attest heeft gekregen. Welke richting TSO zou ik aanbevelen? Moeilijke vraag, want ik raak zelf niet wijs uit het kluwen. Er komt ook een concentratiebeweging. In het gemeenschapsonderwijs hebben ze die al achter de rug, nu is het katholiek onderwijs aan de beurt. Op zich geen bezwaar, er valt veel efficiëntiewinst te boeken door administratie, ICT en onderhoudspersoneel te poolen. Zolang ze maar niet aan de autonomie van de directies raken’.

Het plan Crevits, dat in principe vanaf 2017-18 wordt uitgerold, is een flauw afkooksel van het Masterplan Smet dat de ambitie bevatte om de schotten tussen ASO, TSO en BSO te slechten. Een gemiste kans? Allaert haalt de schouders op. ‘Voor mijn part mogen die schotten blijven staan’, zegt ze. ‘Bekijk het ook even praktisch: hoe zou een school als Sint-Bavo er een TSO of BSO-afdeling kunnen bijnemen? Daar is gewoon geen plaats en geen geld voor. Ik zie veel meer heil in het opwaarderen van TSO en BSO. Ook een juiste oriëntering volgens het talent van het kind is essentieel. Gebruik de expertise van de leerkrachten, is mijn boodschap. Helaas worden hun deskundige adviezen vaak niet gevolgd wegens zeer hardnekkige vooroordelen t.o.v. TSO of BSO’ Een brede school? Bestaat al, directeur Vanhoecke kan er een rondleiding geven. ‘ASO, TSO, BSO, dat loopt bij ons door elkaar. We waren van plan het ASO om praktische redenen apart in te roosteren, maar de leerlingen hebben ons zelf teruggefloten. Ze vonden het juist fijn dat ze tijdens de recreatie hun vrienden van het technisch en beroeps konden ontmoeten Ik vind die schotten wel een probleem. Jongeren moeten zoveel mogelijk samen opgroeien, dan zullen ze elkaar als volwassenen beter begrijpen’.

LEF op school

Misschien moeten we de verschillende onderwijsnetten maar afschaffen. Zonder al die geldverslindende overlappingen komen er vanzelf middelen vrij om onderwijsutopieën te realiseren. We hadden hilariteit aan de tafel verwacht, maar beide directeurs nemen het idee ter harte. Eén onderwijsnet? Okay voor Allaert, zolang het geen centraal geleid net is. ‘De autonomie van scholen in het katholieke net is mij erg dierbaar’, zegt ze. ‘Ik denk dat die vrijheid ons ook beter wapent voor de uitdagingen van de toekomst. Ik zou nooit in het gemeenschapsonderwijs kunnen aarden, te star, te bureaucratisch en te veel politieke inmenging’. Dat aan de overkant een GO-directeur zit die het tegendeel belichaamt, brengt haar niet van haar stuk. ‘Jij bent de spreekwoordelijke uitzondering op de regel’, zegt ze, waarna alsnog hilarisch gelach weerklinkt. Als Vanhoecke zijn sérieux herwonnen heeft, pakt hij met een verrassend standpunt uit. ‘Misschien is een monopolie voor vrije scholen wel gezonder dan een overheidsmonopolie. Ik sta voor 200 procent achter het actief-pluralisme zoals het door het GO! wordt gedefinieerd. Maar wat als de politiek verandert en het onderwijs door de nieuwe machthebbers wordt geïnstrumentaliseerd? Dat is al gebeurd, denk aan de nazi’s en kijk naar wat zich nu in Turkije afspeelt. Die vrije scholen hoeven trouwens niet noodzakelijk katholiek te zijn’.

Een net van vrije maar pluralistische scholen, Patrick Loobuyck zou het graag zien gebeuren. De moraalfilosoof pleit al jaren voor het vervangen van lessen godsdienst en zedenleer door LEF, een inleidende cursus Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie die kinderen van diverse gezindten nader tot elkaar brengt. Vanhoecke steekt zijn duim op, Allaert ziet er als gewezen godsdienstlerares geen brood in. ‘Ik pleit integendeel voor een inhoudelijke verdieping van de godsdienstlessen. Niet met een bekeringsagenda, het leerplan godsdienst vraagt trouwens ruime aandacht voor andere levensbeschouwingen.  Het gaat erom onze Europese identiteit, waarden en normen te begrijpen, vanuit een christelijke inspiratie die open staat voor dialoog. Levensbeschouwelijke onwetendheid is vandaag misschien wel het grootste gevaar. Ik trek mijn visie door in mijn personeelsbeleid. Voor interims steekt het wat minder nauw, maar voor een open betrekking vraag ik kandidaten naar hun inspiratie. Ze moeten de zondagspraktijk niet in ere houden, die tijd is lang voorbij. Maar ze moeten wel ons pedagogisch project onderschrijven en niet uitgesproken negatief staan tegenover kerk en religie’. Vanhoecke ruikt zijn kans. Of hij als agnost mag komen solliciteren? Directeur Allaert laat het even bezinken. ‘Een twijfelgeval’, zegt ze. ‘Maar ik denk wel dat ik je een kans zou geven. Vanwege je gedrevenheid en de liefde voor onze jongeren. Helemaal in de lijn van ons project.’