Tagarchief: Guinée-Conakry

Ebola-illegalen eisen regularisatie

(Knack, 5 november 2014)

“We kunnen niet terug” 

De jacht op sans papiers uit ebola-landen is tijdelijk gestaakt. Te gevaarlijk om ze gedwongen te repatriëren, oordeelt de federale politie. Gevolg: duizenden Guinéers, Liberianen en Sierra Leoniërs zitten in een juridisch niemandsland. De roep voor een tijdelijke regularisatie zal de volgende weken steeds luider klinken.

bijeenkomst ebola-illegalen in de Brusselse Begijnhofkerk (foto: Franky Verdickt)

bijeenkomst ebola-illegalen in de Brusselse Begijnhofkerk (foto: Franky Verdickt)

Het scherm van haar Chinese smartphone is gebarsten, maar het beeld is duidelijk genoeg. Twee mannen in gele beschermingspakken zeulen met een draagberrie. Fanthawa Sesay wijst op de patiënt. Dat is dus dokter Umar Khan, haar oom die als een van de eersten in Sierra Leone aan ebola bezweek. “Het is verschrikkelijk”, zegt de jonge vrouw. “Iedere dag hoor ik huiververhalen uit mijn land. Gisteren nog dat meisje van 12 dat met haar laatste krachten uit haar huis was gestrompeld om te sterven. Haar babyzusje van drie maanden was achtergebleven, maar niemand durfde binnen te gaan om het kind te helpen”.

Fanthawa’s gsm is niet de enige die uitpuilt van alarmerende sms’en en akelige foto’s uit Ebolia, een federatie van West-Afrikaanse landen verenigd door rampspoed . Guinée, Liberia, Sierra-Leone, de drie geteisterde landen zijn vertegenwoordigd in de Brusselse Begijnhofkerk. Met ruim driehonderd zijn ze komen afzakken naar het gebedshuis. Behalve de verhalen over dierbaren die in het verre thuisland aan ebola zijn gestorven, delen ze nog een kopzorg. Alle aanwezigen zijn uitgeprocedeerde asielzoekers die illegaal is België verblijven. Doel van de bijeenkomst: het bekomen van een tijdelijke beschermingsstatus. “We kunnen niet naar ons land terug”, zegt Noah Jessey. “Ik kom zelf uit Monrovia. Mensen vallen als vliegen, iedere dag hoor ik van buren of kennissen die zijn gestorven. Aan ebola, maar ook aan malaria of andere ziekten, want de hele gezondheidsinfrastructuur is ingestort. Intussen is er ook hongersnood uitgebroken, de chaos is compleet”. Jessey verblijft al tien jaar in België, de voorbije vier jaar als illegaal. In theorie loopt hij zoals alle aanwezigen een risico. De politie kan hem zo van straat plukken en in een gesloten centrum opsluiten, in afwachting dat de Dienst Vreemdelingenzaken hem op een vlucht richting Liberia zet. Sinds half augustus echter geldt een moratorium op gedwongen uitwijzingen naar ebola-landen. Reden: de federale politie vindt het gezondheidsrisico te groot om de vluchten te escorteren. “Aangezien we niet terug kunnen”, maakt Jessey zijn redenering af, “moeten ze ons maar regulariseren”.

 

De aanwezigheid van een grote groep illegalen uit ebola-landen is geen geheim. Liberianen en Sierra Leoniërs vormen slechts kleine gemeenschappen, de overgrote meerderheid zijn Guinéers. Officiële cijfers bestaan uiteraard niet, maar volgens Dokters voor de Wereld, een ngo die in verschillende grootsteden medische zorg aan illegalen verstrekt, loopt het aantal illegale Guinéers in de duizenden. Geen natte vingerwerk, wel een beredeneerde extrapolatie. Alleen al de voorbije vijf jaar vroegen meer dan 7.000 Guinéers in België asiel aan, het land is daarmee een vaste waarde in de top vijf van herkomstlanden. Het beschermingspercentage _ het aantal asielzoekers dat de vluchtelingenstatus of een andere verblijfstitel krijgt _ schommelde in die periode tussen de 20 en 40 procent. Van de anderen staat vast dat meer dan de helft geen gevolg geeft aan het bevel tot verlaten van het grondgebied en in de illegaliteit onderduikt. Veruit de meesten wonen en overleven in de verpauperde Kanaalzone, een boogscheut verwijderd van de Begijnhofkerk.

gedwongen repatriëren

De bijeenkomst in de kerk is een initiatief van Pigment, een bescheiden vzw die zich bekommert om daklozen en illegalen in Brussel. Pigment probeert zoveel mogelijk sans papiers uit de drie ebola-landen te registreren om de eis voor een tijdelijke beschermingsstatus kracht bij te zetten. “België moet consequent zijn”, betoogt projectverantwoordelijke Alexis Andries afwisselend in Frans en Engels. “De autoriteiten geven toe dat ze jullie niet gedwongen kunnen repatriëren. Wie nu wordt gecontroleerd, krijgt een verlenging van zijn bevel tot verlaten van het grondgebied en wordt verondersteld zelf terug te keren. Onzin natuurlijk. Als reizen naar een ebola-land te gevaarlijk is voor de federale politie, dan is het voor iedereen te gevaarlijk. Er is maar een oplossing: bescherming of regularisatie zolang de epidemie duurt”.

Pigment staat niet alleen, de eisen worden onderschreven door grote organisaties zoals Artsen Zonder Grenzen, Dokters voor de Wereld en de Franstalige vluchtelingenorganisatie Cire. Het gelegenheidsplatform tast simultaan een politieke en een juridische piste af. “Het valt simpel op te lossen”, zegt Mieke Van Den Broeck, asieladvocate bij Progress Lawyers Network die het Platform adviseert. “De ebola-epidemie moet worden erkend als grond voor het toekennen van subsidiaire bescherming”. Simpel? Dat valt nog te bezien. Subsidiaire bescherming is een statuut dat pas in 2006, in uitvoering van een Europese richtlijn, in het Belgische vreemdelingenrecht werd ingevoerd. Het dient als vangnet voor bepaalde categorieën van asielzoekers wier aanvraag niet onder de Conventie van Genève valt. Ook al bestaan er geen overtuigende aanwijzingen voor persoonlijke vervolging, toch lopen ze in eigen land een reëel risico op ernstige schade. De wet bakent twee gronden af. Schade door oorlog of willekeurig geweld, een motief dat onder meer voor Afghanen, Syriërs en Iraki’s vlot wordt aanvaard. Voorts wordt subsidiaire bescherming toegekend als de asielzoeker kan aantonen dat hij in eigen land blootstaat aan ‘vernederende of onmenselijke behandeling’. “Volgens de letter van de wet impliceert dat een menselijke actor als bron van het dreigende gevaar”, zegt Van den Broeck. “Maar dat is te beperkt, we moeten die beschermingsgrond verruimen. Want is het niet absurd? Oorlog of blind geweld tellen als risico’s, maar een dodelijke epidemie komt niet in aanmerking, terwijl die even willekeurig en op even grote schaal slachtoffers maakt”.

SN Brussels

Meester Van den Broeck is de auteur van het standaardformulier  _ een aanvraag voor het bekomen van subsidiaire bescherming _ dat in de Begijnhofkerk wordt uitgedeeld. Alleen de naam van de indiener moet nog worden ingevuld, de feitelijke en juridische argumentatie staat gebruiksklaar en gratis ter beschikking van zijn of haar advocaat. Er wordt uitvoerig gewezen op de rampzalige toestand in de drie ebola-landen, de weigering van de federale politie om er nog agenten heen te sturen, en het negatieve reisadvies van buitenlandse zaken. Vervolgens wordt het non-discriminatiebeginsel ingeroepen om de stelling hard te maken dat een dodelijke epidemie wel degelijk een grond voor subsidiaire bescherming vormt. Waarom onderscheid maken tussen mensen die ‘iemand’ vrezen en anderen die een dodelijke epidemie vrezen? Het weigeren van een beschermende status zou bovendien strijdig zijn met artikel 3 van het EVRM dat foltering en vernederende of onmenselijke behandeling verbiedt. Uit dat artikel vloeit dan weer het ‘non-refoulementsbeginsel’ voort, een hoeksteen van het internationaal vluchtelingenrecht.

Het is de Commissaris-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen die in eerste aanleg over subsidiaire bescherming gaat. “De toetsing zit vervat in iedere asielaanvraag”, legt Dirk Van den Bulck uit .“Als er geen grond voor asiel is, onderzoeken we in bijkomende orde of de aanvrager aanspraak kan maken op subsidiaire bescherming”. Als de oproep in de Begijnhofkerk wordt gevolgd, zal zijn dienst binnenkort met aanvragen worden overspoeld. Uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen immers ten allen tijde een nieuwe aanvraag indienen, tenminste als die een nieuw element bevat, zoals een uitslaande ebola-epidemie in hun thuisland. De kans op succes lijkt evenwel gering, zo valt af te leiden uit Van den Bulcks commentaar. “Illegalen uit Ebola-landen kunnen voorlopig niet gedwongen gerepatrieerd worden”, stelt hij vast. “Maar dat feit op zich geeft nog geen recht op verblijf in ons land”. De Commissaris-Generaal ziet alvast geen reden om het vangnet van de subsidiaire bescherming uit te gooien. “Zo’n epidemie valt niet onder het toepassingsgebied, ook niet als we de wet ruim interpreteren. Het risico bij terugkeer is trouwens relatief. Het virus is niet overal verspreid, vergeet niet dat het om grote landen gaat. Kennelijk lopen vooral bepaalde categorieën gevaar, zoals gezondheidswerkers. Met de nodige voorzichtigheid kan men de risico’s beperken, anders hadden luchtvaartmaatschappijen zoals SN Brussels al hun vluchten naar ebola-landen al lang gestaakt. Artikel 3 van het EVRM? Het moet al heel erg worden vooraleer men de algemene toestand in een land strijdig met artikel 3 verklaart. Bij mijn weten is er maar één precedent: na een uitspraak van het Europees Hof van Justitie werd een bepaalde regio van Somalië niet langer als een valabel binnenlands vluchtalternatief beschouwd. Maar de situatie in die regio was veel problematischer dan in de landen die nu door ebola worden getroffen”.

Theo Francken

“Ach ja”, zegt Mieke Van den Broeck. ”We kennen de visie van het Commissariaat-Generaal.  Dat mag ons niet ontmoedigen. Onze mensen kunnen altijd in beroep gaan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Ik ben heel benieuwd hoe die zal oordelen. Er speelt trouwens nog een element: de publieke opinie. Binnenkort gaar het Platform met zijn eisen de straat op. Asielinstanties zijn daar gevoelig voor, weet ik uit ervaring met de Afghaanse illegalen. Die hebben maandenlang actie gevoerd, en intussen ligt hun beschermingspercentage bij het Commissariaat-Generaal op 80 procent”.

Toch verwacht het Platform meer heil van de zogenaamde politieke piste die in een  tijdelijke regularisatie moet uitmonden. Gehoopt wordt op een ruimhartige toepassing van artikel 9bis, de zogenaamde humanitaire regularisatie die als uitzonderingsprocedure in de Vreemdelingenwet staat. Een pasklare oplossing is het evenwel niet. 9bis is een individuele procedure die voor de Dienst Vreemdelingenzaken wordt gevoerd, vaak als ultieme reddingsboei voor illegalen die schoolgaande kinderen hebben, of een uitzonderlijk lang verblijf en duurzame verankering in België kunnen bewijzen. De actievoerders beroepen zich op een ander criterium, de prangende humanitaire situatie. Het is een containerbegrip, gebaseerd op de praktijk en rechtspraak. Vaag genoeg om ook een dodelijke epidemie in het thuisland te omvatten, zo gaat de redenering. Blijft het feit dat een individuele procedure niet geschikt is als instrument om collectief duizenden illegalen uit ebola-landen tijdelijk te regulariseren. Alleen de regering kan beslissen tot een dergelijke uitbreiding van humanitaire regularisatie. Het is echter zeer de vraag of daar in de Wetstraat enig animo voor leeft.

Staatssecretaris voor asiel en migratie Theo Francken wenste niet inhoudelijk te reageren, maar kondigde aan de ebola-problematiek eerstdaags met alle asielinstanties te bespreken. De kwestie komt alleszins ongelegen. Niemand is vergeten dat Francken onmiddellijk na zijn aanstelling een drastische verstrenging van het uitwijzingsbeleid aankondigde. De capaciteit in de gesloten centra zal fors worden opgevoerd, met 1.000 extra gedwongen repatriëringen per jaar als objectief.  Het ligt voor de hand dat hij daarbij onder meer aan Guinéers dacht. Ook zijn voorganger Maggie De Block, die begin dit jaar een geruchtmakende ontradingsmissie naar Conakry ondernam, had het West-Afrikaanse land in het vizier. “Asielmisbruik door Guinéers is een van onze topprioriteiten”, zegt DVZ-woordvoerder Geert De Vulder. “We proberen het terug te dringen met een kordaat uitwijzingsbeleid. Zo hebben we vorig jaar 56 Guinéers gedwongen gerepatrieerd. Dat programma hebben we nu opgeschort. Noodgedwongen, door de beslissing van de federale politie”. Volledigheidshalve dient hier gezegd dat ook de DVZ zelf niet onverschillig is voor het ebola-gevaar. Een gedwongen repatriëring wordt altijd voorafgegaan door een bezoek aan het bestemmingsland van een DVZ-ambtenaar die de veiligheidssituatie inschat. Ook die reizen werden voor de drie ebola-landen tot nader order opgeschort.

Opstootje op het kerkplein. Een groepje Guinéers maakt onderling ruzie om een van de rondgedeelde documenten te bemachtigen, misleid door het absurde gerucht dat het om verblijfspapieren gaat. Andere illegalen kijken afkeurend toe. Het is potsierlijk, maar ook tekenend voor de wanhoop na jarenlang overleven in de illegaliteit. Een politiecombi rijdt onverrichterzake voorbij,  het illustreert de schemerzone waarin deze mensen vertoeven. De autoriteiten weten dat ze er zijn, maar doen voorlopig hard hun best om ze niet op te merken. Met enig cynisme zouden de betrokkenen dit vooruitgang kunnen noemen, dank zij ebola is de politiejacht tijdelijk afgeblazen. Noah Jessey, de Liberiaan met tien jaar België op de teller, voelde de vraag komen. Is het niet opportunistisch om ebola aan te grijpen om papieren te eisen? Okay, de epidemie maakt het tijdelijk onmogelijk naar zijn land terug te keren. Maar had hij dan plannen om terug te keren? “Nee”, geeft hij grif toe. “Onze regularisatie is vooral een humanitaire noodzaak. België wil toch helpen om ebola in Liberia, Guinée en Sierra Leone te bestrijden? Wel, geef ons dan papieren, dan kunnen we hier werk zoeken en geld verdienen om onze achtergebleven families bij te staan”.

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

 

De Guinese golf in Brussel

(Knack, 30 april 2014)

“Reizen en plantrekken zit ons in het bloed”

Brussel, meer dan ooit stad van aankomst, wordt door een migratiegolf uit West-Afrika overspoeld. Vooral de Guinese gemeenschap groeit als kool. Diallo, Bah, Barry, Sow, straks spelen ze Dubois, Janssens en Peeters uit de hitparade van populaire familienamen. Allemaal Peul, een volk dat reizen en plantrekken in het bloed heeft. Inburgering? Op 25 mei pakken zowat alle Franstalige partijen met een Peul-kandidaat uit.

(foto’s: Franky Verdickt, www.frankyverdict.be)

 

Autoland, een Guinese enclave aan het Kanaal.

Autoland, een Guinese enclave aan het Kanaal.

Een verrassend cijfer uit een recente studie van de FOD Economie: in Brussel wonen niet minder dan 2.155 Diallo’s. De West-Afrikaanse familienaam is daarmee met voorsprong de populairste van de hoofdstad.  Ook de nummer twee komt uit West-Afrika: 1.244 nieuwe Brusselaars luisteren naar de naam Bah. Janssens, Peeters en Dubois, oer-Belgische achternamen die decennialang het peloton aanvoerden, bezetten plaatsen drie tot vijf. De vraag is hoe lang nog, want Dubois wordt op de hielen gezeten door de Vietnamese Nguyen, terwijl op plaats zeven alweer een West-Afrikaanse naam staat te dringen. De Barry’s zijn intussen ook al met 847, volk genoeg om in de Brusselse nomenclatuur traditionele sterkhouders als Jacobs, Mertens en Martin achter zich te laten.

Diallo, Bah en Barry zijn typische namen van Peul,  een van oorsprong nomadisch volk uit de Sahel. Peul, ook wel Fula of Fulbe genoemd, leven verspreid over een dozijn landen, van Mauretanië over de CAR tot Noord-Soedan. Er zijn aanzienlijke gemeenschappen in Nigeria, Mali, Burkina Fasso en Senegal.  De overgrote meerderheid van de Brusselse Diallo’s, Bahs en Barry’s is echter afkomstig uit Guinée-Conakry, het enige land waar de Peul op een numeriek overwicht kunnen bogen. Dat de Guinese kolonie in het hoofdstedelijk gewest een spectaculaire groei kent, blijkt ook uit de gedetailleerde bevolkingstabellen die we van het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse ontvingen. In 2000 werden in de negentien gemeenten amper 220 Guineërs geregistreerd. Dertien jaar lager vormen ze met 4.214 de op een na grootste gemeenschap uit Subsaharaans Afrika, na de Congolese diaspora die om historische redenen in de voormalige metropool verankerd is. Het is in deze materie echter oppassen geblazen met etiketten. Lang niet alle Guinëers zijn Peul,  dat zullen we tijdens onze reportage ondervinden. In het algemeen kan men in Brussel trouwens beter van een West-Afrikaanse boom spreken. 3.589 Kameroenezen, dat is een dorp in de grootstad. Over Nigerianen, Ghanezen en Togolezen ontvingen we geen aparte cijfers, maar vast staat dat ze zwaar wegen in de restgroep van 10.189 Afrikaanse Brusselaars. In deze cijfers tellen genaturaliseerde immigranten niet mee, net zo min als illegalen. Die laatste groep is zeer omvangrijk, menen insiders die bij gebrek aan data op hun buikgevoel afgaan.

Maggie De Block

Feit is dat Guinëers eruit springen. Nergens weten ze dat beter dan bij de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De asielinstanties worden overstelpt met dossiers uit Guinée-Conakry, een vaste waarde in de top drie van herkomstlanden. 2011 was een uitschieter, met 2.134 asielaanvragen. Vorig jaar waren het er 1.247, nog altijd goed voor een tweede plaats na Afghanistan. Het is geen toeval dat staatssecretaris voor asiel- en migratie Maggie De Block (Open VLD) begin februari op ontradingsmissie naar Conakry vloog.  Zoals bekend kreeg de expeditie een staartje. De Block, die ook president Alpha Condé mocht ontmoeten, keerde terug met afspraken over gedwongen, collectieve repatriëring van uitgeprocedeerde asielzoekers. Op 17 maart zou een eerste beveiligde vlucht met 27 rapatriés, eerder verzameld in verschillende gesloten asielcentra, uit Melsbroek vertrekken. Zou, want de Guinese autoriteiten weigerden op het allerlaatste nippertje hun toestemming tot landing, tot grote woede van De Block die zich voor schut gezet voelde.

Het effect van de hele ontradingsmissie valt overigens af te wachten, zeker omdat Guinese asielzoekers allesbehalve kansloos zijn. “Het beschermingspercentage schommelt rond de 20 procent”, zegt Commissaris-Generaal Dirk Van Den Bulck. “Tussen 2009-2011, de woelige periode van de eerste democratische presidentsverkiezingen, liep het zelfs tegen de 30 procent. Massale politiek vervolging zien we intussen niet meer, maar er zijn nog altijd problemen voor bepaalde categorieën zoals kritische journalisten. Typisch voor Guinëers is de veelheid van factoren die ze inroepen, waarbij ze politieke vervolging en etnische discriminatie door elkaar mengen. Vrouwen halen meestal andere vluchtmotieven aan. Vrees voor een gedwongen huwelijk, of voor genitale verminking van hun dochter. Ook discriminatie van homo’s horen we de jongste jaren steeds vaker”.

Ook de economische migranten, viervijfden van het totaal dus, putten uit deze opties. Armoede is immers geen vluchtmotief, maar wel een realiteit in Guinée-Conakry. Het West-Afrikaanse land, de voorbije weken geteisterd door een dodelijke ebola-epidemie, bengelt onderaan in alle ontwikkelingsindexen.  De migratiedrang is groot, constateert Van Den Bulck. “Guinéers zien migratie haast als een vanzelfsprekend recht, ze zijn ervan overtuigd dat ze een kans verdienen op een nieuwe toekomst in een nieuw land. Behalve Frankrijk komt België daarbij prominent in beeld. Vanwege de taal, uiteraard. Maar bij asielstromen spelen altijd verschillende elementen. De aanwezigheid van een eigen gemeenschap is cruciaal, ze vergroot de kansen om economisch te overleven. Echte filières zoals bij Afghanen en Pakistani zien we niet, al zijn er gevallen van identiteitsfraude bekend. We stellen trouwens vast dat vele Guineërs de strenge controles op Zaventem vermijden en via de buurlanden binnenkomen. Ook de economische crisis speelt mee. Guineërs die tot 2010 in de Spaanse en Portugese landbouw werkten, zijn de voorbije jaren naar Frankrijk en België afgezakt”.

Afdankertje op weg naar Conakry

Afdankertje op weg naar Conakry

Autoland

Guineërs in Brussel? Je vindt ze in de omgeving van het Klein Kasteeltje, het oudste en bekendste opvangcentrum voor asielzoekers. De buurt valt niet meer weg te denken uit de informele economie van de hoofdstad. Iedere dag staan de stoepen er vol asielzoekers en illegalen met schijnbaar niks om handen. In feite staan ze te wachten tot een bestelwagen hen oppikt voor een onderbetaalde en vaak ongezonde klus. Alle herkomstlanden zijn vertegenwoordigd, maar Guineërs spannen de kroon. Zijn dat nu de economische overlevingskansen voor nieuwkomers in Brussel? Er zijn betere plekken, zo blijkt als we het kanaal richting Anderlecht volgen. Vergeet Matongé, voor Afrikaanse sfeer moet men op het kruispunt van de Heyvaert- en de Liverpoolstraat zijn. De oude fabrieksbuurt vlak bij de slachthuizen van Anderlecht is intercontinentaal berucht. Industrie is er al lang niet meer, fabrieken en depots dienen als parking of garage. Dit is Autoland, de grootste occasiemarkt van Europa. Ook op deze donderdagmiddag gonst het er van de bedrijvigheid. Koetswerken worden op verborgen roestplekken gekeurd, motoren in vrijloop brullen, er wordt gepingeld en gesjacherd dat het een aard heeft. Intussen rijden de opleggers af en aan, verkochte auto’s op weg naar Antwerpen. Op de voorruit kleeft een papier met de bestemming. Douala, Libreville, Cotonou, Dakar, Lomé, Lagos, Abdijan, alle havens op de Afrikaanse Westkust worden bediend. Een naam komt opvallend vaker voor dan alle andere: Conakry.  “De belangrijkste haven voor auto’s in West-Afrika”, zegt Adam Traoré trots. “Conakry is een transitbestemming, heel wat auto’s gaan over land de grens over. Zie je, de voorbije jaren hebben de meeste Afrikaanse landen het voorbeeld van Marokko gevolgd en kwaliteitsnormen opgelegd. Senegal bijvoorbeeld laat geen auto’s van voor 2006 meer binnen, en ook in Liberia en Angola geldt een maximumleeftijd. Guinée kent geen beperkingen, bovendien liggen de invoertaksen nergens lager”.  Adam staat in de open poort van Belgo-Malienne, een Antwerps expeditiebedrijf gespecialiseerd in West-Afrika. Het filiaal in de Liverpoolstraat is de drukste plek van Autoland,  op de stoep is het een permanente samenscholing. Met een schuin oog superviseert Adam het laden van zijn laatste deal, een Nissan jeep van nauwelijks vier jaar oud. “Ik kom hier dagelijks”, zegt hij. “Ook als ik niks in te klaren heb. Belgo-Malienne, dat is het vaste rendez-vous van de Guineërs, hier hoor je alle nieuwtjes ”. Dertien jaar geleden kwam Adam naar België, hij had als student tegen de militaire dictatuur van Lansana Conté betoogd. Asiel heeft hij nooit gekregen, maar hij kon zijn verblijf lang genoeg rekken om een regularisatiegolf te verzilveren.  Moeilijk doet hij er niet over. Die stenen tijdens de studentenbetoging in Conakry waren echt, maar dat belet niet dat hij zich een fortuinzoeker noemt, een economische migrant die in België zijn draai heeft gevonden. “Zoals de meeste Guineërs die je hier ziet”, zegt hij.

Futa Jallon

Toch is de politiek in Autoland nooit ver weg. Op deze donderdag ligt de Europees-Afrikaanse top nog in het verschiet. Ook de Guinese president Alpha Condé komt naar Brussel, een vooruitzicht dat de gemoederen verdeelt. De 76-jarige Condé, een in Parijs opgeleid jurist, politiek gevangene onder de militaire dictatuur, jarenlang balling in Frankrijk, werd in 2010 de eerste democratisch verkozen president van Guinée. De stembusslag werd echter gecontesteerd, net zoals de parlementsverkiezingen die vorig jaar met veel vertraging en een golf van bloedig straatprotest gepaard gingen. Dat scenario dreigt zich te herhalen, in de aanloop naar de locale verkiezingen die nog dit jaar moeten plaats vinden. De oppositie blijft op dezelfde spijker hameren: Waymark Infotech, het Zuidafrikaanse IT-bedrijf dat kiezers registreert, zou met de president onder een hoedje spelen om de uitslag te manipuleren.

Peul aan de straatkant, Malinké en Susu aan de toogkant

Peul aan de straatkant, Malinké en Susu aan de toogkant

Zonder scherp te stellen op de nuances in de Guinese politiek springen de etnische tegenstellingen in het oog. De Peul, goed voor 40 procent van de bevolking en dominant in economie en handel, voelen zich al van bij de onafhankelijkheid in 1958 politieke tweederangsburgers. Ondanks hun numeriek overwicht mochten ze nooit het presidentschap claimen. Ook na de democratisering botsten hun kandidaten op een coalitie van Malinké en Susu, de andere twee zwaargewichten onder de volkeren die de etnische lappendeken stofferen. Een snelle enquête in de Liverpool- en Heyvaertstraat bevestigt de kloof.  Schiet een Peul aan, en hij brandt Condé af als een corrupte usurpator die zijn land recht naar de afgrond voert.  Vraag het een Malinké zoals Adam Traoré, en hij zingt de lof van zijn volksgenoot die eerbiedig le Vieux of le Professeur wordt genoemd.  Goed bezig, alleen heeft hij meer tijd nodig om de corruptie uit te roeien en de wantoestanden uit het verleden recht te trekken.  De uitbater van het koffiehuis naast Belgo-Malienne, een Marokkaanse Molenbekenaar, kent zijn pappenheimers. “De Peul zitten bij voorkeur aan de straatkant, de anderen kiezen voor de tafels dichter bij de toog. Ca discute fort, maar alleen als het over politiek gaat. Door de bank genomen zijn Guineërs rustige klanten”. Moussa Diallo, een 63-jarige Hadj-veteraan met een grijze baard, drinkt zijn thee aan een tafeltje dicht bij de deur. Peulgebied, we konden het ook uit zijn naam afleiden. Van Moussa vernemen we de alternatieve benaming voor het kruispunt Liverpool-Heyvaert, de pleisterplaats van de Peul. Dat is dus de Futa Jallon, naar het gelijknamige gebergte in centraal Guinee dat het hartland van de Peulgemeenschap vormt. Etnische balkanisering op microniveau? Net wanneer de conclusie zich opdringt, schudt Moussa volgende anekdote uit de mouw. “Gisteren probeerden enkele jonge Arabieren een fiets van een Guineër te stelen. Hun plannetje is mislukt, want we zijn er allemaal achteraan gegaan. Als één man, Guineërs onder elkaar. Trouwens, ook de Congolezen en de Nigerianen deden mee. Als het er op aankomt, trekken Afrikanen aan een zeel”.

nomaden

Enkele dagen later. Betoging op het Schumanplein. Routine, het kantoorvolk uit de buurt slaat er geen acht op. Ook de politieagenten staan er ontspannen bij. Geen verkeershinder, de hele betoging past op een forse vluchtheuvel. Met een zestigtal zijn ze, Guineërs bewapend met spandoeken. ‘Condé Assasin!’, luidt de boodschap die ze aan de vooravond van de Europees-Afrikaanse top brengen.  We krijgen pamfletten in handen gestopt, iemand komt met vuur betogen dat de oppositie niet als een loutere Peul-aangelegenheid kan worden afgedaan. Toch is het al Diallo, Bah en Barry dat de klok slaat. Peul, net zoals Salam Sow wiens familienaam slechts nipt buiten de top tien van FOD Economie is gevallen. Driekwart van alle Guinëers in Brussel is Peul, Salam noemt het een voorzichtige schatting. Hij woont hier zelf al achttien jaar, een afgewezen maar geregulariseerde asielzoeker met twee kinderen die als echte Zinnekes in de Marollen opgroeien. Salam geldt als een spilfiguur in de Peul-gemeenschap die verrassend sterk georganiseerd is. “Iedere stad in de Futa Jallon heeft hier een eigen vereniging”, legt hij uit. “Kindia, Gaoual, Labé, Dalaba, Mamou, Mali, ze hebben allemaal een vertegenwoordiger, ik ben trouwens zelf de verantwoordelijke voor de gemeenschap uit mijn geboortestad Télimélé. Onze rol is vooral ceremonieel, we treden op bij huwelijken, geboorten en sterfgevallen. Maar we organiseren ook een eigen voetbalcompetitie. De finale vorig jaar heeft meer dan 500 toeschouwers gelokt, allemaal Guineërs”.

betoging tegen president op Schumanplein

betoging tegen president Alpha Condé op het Schumanplein

De betoging loopt zonder incidenten af, we duiken samen de metro in. Salam geeft tijdens de rit een eigen visie op een zaak die de hele gemeenschap beroert, de geaborteerde poging om 27 uitgeprocedeerde asielzoekers met een beveiligde vlucht te repatriëren. “Paniekvoetbal van de president”, zegt hij schamper. “Hij heeft in februari toezeggingen gedaan aan De Block, maar hij was toen te laf om dat aan de bevolking te vertellen. In de plaats daarvan heeft hij mist gespoten. Guinée zou toelating hebben geven voor gedwongen repatriëringen, maar alleen voor criminelen. Blijkbaar had hij niet verwacht dat De Block er zo’n haast zou mee maken. De poppen gingen aan het dansen toen bekend raakte dat de eerste 27 rapatriés helemaal geen criminelen waren, maar onschuldige landgenoten onder wie ook vrouwen en kinderen. Daarop is een storm van protest opgestoken, in Guinée maar ook in België. Migratie is een geladen thema,  iedere Guinese familie heeft wel iemand in het buitenland zitten. Vooral bij de Peul ligt het gevoelig. We zijn een volk van nomaden, reizen en plantrekken zit ons in het bloed”.

Zwarte schepen

Bea Diallo (42) heeft zijn roots in Mali, een stad in de Futa Jallon op de grens met Senegal. Een halve Peul, zijn moeder is een Wolof uit Senegal. De band met de heimat is vooral sentimenteel. Deze diplomatenzoon groeide op in Parijs, tot hij als vijftienjarige naar Brussel verhuisde. In boksmiddens klinkt zijn naam als een klok, Bea Diallo won als halfzwaargewicht verschillende Belgische en internationale titels.  Minstens even trots is hij op een ander exploot:  de eerste Guineër die zich in de Belgische politiek heeft gemanifesteerd. De zwarte PS’er is schepen in Elsene en lid van het Brussels parlement.  “Ik heb de gemeenschap zien groeien”, zegt hij. “Een eerste golf twintig jaar geleden, een tweede in de periode 2009-2010, en vorig jaar is alweer een nieuwe lichting gearriveerd. Altijd gebeurde dat tegen een achtergrond van electorale spanningen, met straatgeweld en repressie. Okay, de meeste Guineërs komen uit economische noodzaak. Maar is dan niet even goed een politiek motief? Guinée is een vruchtbaar land, rijk aan bodemschatten. Hoe komt het dan dat het straatarm is? Wanbeleid door politici, vroeger en nu.  Alpha Condé is geen Peul, maar ik was enthousiast bij zijn verkiezing in 2010. Een Westers geschoold intellectueel, die zou het land uit de slop halen. Drie jaar later ben ik diep ontgoocheld. Condé heeft er niks van gebakken”.

Twee jaar geleden trad hij zelf op de voorgrond toen rellen uitbraken in de Congolese wijk Matongé. Bea Diallo wist als plaatsvervangend burgemeester de gemoederen te bedaren, een exploot waarbij zijn prestige als straatwijze bokskampioen van pas kwam.  Het stoort hem overigens dat nogal wat buitenstaanders Afrikanen in Brussel automatisch voor Congolezen aanzien. “Absurd”, zegt hij. “Alsof je Italianen en Finnen op één hoop zou gooien. Guineërs hebben bijvoorbeeld niks met Matongé. Ze wonen vooral in Schaarbeek, Molenbeek, Anderlecht en bepaalde wijken van Brussel Stad. Buurten waar ook veel Marokkanen wonen en moskeeën staan, we zijn tenslotte moslims onder elkaar”. Bea, vader van vier, is ervan overtuigd. Zijn gemeenschap is wortel aan het schieten. In Brussel waar tweederden van alle Belgische Guineërs wonen , maar ook in steden als Antwerpen en Luik.  “De PS was een voorloper”, zegt hij, “bij de vorige verkiezingen was ik de enige Guinese kandidaat. Met goed resultaat, en dat hebben de andere partijen ook in de gaten. Op 25 mei pakken zowel Ecolo als CdH met een Diallo en een Bah uit. Zelfs de MR heeft een Guinese kandidaat gestrikt, een Diallo”.

Mamadou Bah,  kandidaat  Ecolo voor de Brusselse verkiezingen. .

Mamadou Bah, kandidaat Ecolo voor de Brusselse verkiezingen

Le Doyen

De vraag is of Sansi Bah plaats genoeg vindt om de affiches van al die kandidaten op te hangen. De vitrine van zijn kruidenierswinkel in de Rogierstraat zal alleszins niet volstaan. Het was Salam Sow die ons op weg naar de bescheiden nering heeft gezet. Het precieze adres kende hij niet, maar hij dropte namen als Brabantstraat, Poststraat, Paleizenstraat en Liedtsplein, coördinaten die naar een dichtbevolkte, ietwat verloederde buurt achter het Noordstation leidden. Salam had niet overdreven, naast Autoland is dit een tweede Brusselse buurt waar de Guineërs het straatbeeld kleuren. In de Poststraat is onlangs een nieuwe moskee geopend, de eerste in Brussel waar een Peul als imam voorgaat. Guinese kappers, kruideniers, telefoonwinkels, de concurrentie is groot. Sansi Bah heeft echter een troef: hij is de enige die zich le doyen mag noemen, de ouderdomsdeken van de Brusselse Peul-gemeenschap. “Ik was hier de allereerste”, zegt de 67-jarige die zijn titel van deken cumuleert met die van vertegenwoordiger van het in de Futa Jallon gelegen stadje Pita. “Ik ben in 1992 gearriveerd als asielzoeker. Het statuut heb ik niet gekregen, maar intussen ben ik al lang geregulariseerd”. Voor de deur staat zijn zwarte Mercedes, tweedehands maar glimmend als een spiegel.  “België is een goed land”, mompelt hij tevreden.  De vijf mannen aan de winkeltoog spreken hem niet tegen. Er wordt niks gekocht, ze zijn hier om te babbelen. We brengen het bezoek van de president te berde. Waarom hij als doyen van de Peul niet gaan betogen is op het Schumanplein? Sansi haalt de schouders op. “Er is veel cinema bij”, zegt hij. “Ik ken er die daar tegen de president stonden te betogen, terwijl ze hem volgende week op de luchthaven of op de ambassade persoonlijk gaan begroeten”.

Een frêle man komt binnen, smetteloos in een sportief jasje. Hij stelt zich voor als Mamadou Saliou Bah (43) en bleek naar ons op zoek. Zo maken we kennis met een tweede Guinese kandidaat voor het Brussels parlement. Mamadou, houder van een ULB masterdiploma internationale betrekkingen, komt op voor Ecolo. Hij wou de kans niet missen om via de Vlaamse pers zijn engagement te onderstrepen, ook al omdat de communautaire tegenstellingen in zijn nieuwe vaderland hem als politicoloog erg boeien.  “Inburgering is een werk van lange adem”, betoogt hij. “Ik wil dat proces mee helpen begeleiden, daarom ben ik ook een opleiding gaan volgen bij het Centre Bruxellois d’Action Interculturelle. We moeten op verschillende fronten werken. Vooroordelen bestrijden bij de Belgen, maar ook waakzaam blijven voor onze eigen jeugd. Guineërs belijden traditioneel een gematigde, tolerante variant van de Islam. Dat moet zo blijven, we mogen niet toelaten dat Salafisten of andere extremisten een voet tussen de deur krijgen”.  Hij vist een kaartje uit zijn boekentas, er steekt ook een Franse vertaling van “Tegen Verkiezingen” in, het essay van David Van Reybroeck over het democratisch vermoeidheidsyndroom waarvan hij zelf geen last heeft. “Ik heb bewust voor de politiek gekozen. Ik weet niet hoe het met de andere Guinese kandidaten zit, maar ik voel me geen alibi-kandidaat. Ik ben meer dan lokaas om de electorale vijver van mijn gemeenschap leeg te vissen, ik wil de dingen veranderen”. Afspraak op 25 mei in Brussel. Bah versus Diallo, het wordt een wedstrijd binnen de wedstrijd.