Tagarchief: hoogbegaafdheid

Onderwijsfilosoof Michael Merry over de Vlaamse schoolpoortstrijd: “Islamitisch onderwijs is een dam tegen radicalisering”

Knack Magazine, 3 april 2018

De Amerikaanse professor onderwijsethiek en wetenschapsfilosofie Michael Merry spaart geen heilige huisjes. Leidt een betere sociale mix op school naar gelijke onderwijskansen? Twijfelachtig, betoogt Merry die een warm pleidooi voor islamitisch onderwijs houdt. Gesprek met een dwarsdenker die de Vlaamse schoolpoortstrijd vanuit Amsterdam op de voet volgt.

foto: Eric De Mildt

foto: Eric De Mildt

 

Twee onderwijsdeskundigen voor de prijs van één! De gedachte overvalt ons als we in Amsterdam het kantoor van professor Michael Merry betreden. Voorbarig, want de onverhoopte bezoeker moet meteen weer weg. ‘Ik kijk alvast uit naar jullie interview’, zegt Orhan Agirdag terwijl hij zich naar een vergadering op het rectoraat rept. ‘Noteer gerust dat ik van Michael heel veel heb geleerd’. Achteraf bekeken is de kortstondige ontmoeting geen toeval. De Vlaamse socioloog Agirdag is niet alleen professor in Leuven, maar ook deeltijds docent aan de Universiteit van Amsterdam. Als specialist segregatie en ongelijkheid in het onderwijs is hij bovenal een veelgevraagd opiniemaker. Logisch dus dat zijn naam op alle Vlaamse redacties rondzoemde toen enkele weken geleden reuring ontstond omtrent centrale inschrijvingssystemen en kamperende ouders. Agirdag vertoefde evenwel in het buitenland, en zo kwam zijn collega in beeld. Michael Merry (49), een Amerikaans filosoof die onder meer in Leuven heeft gestudeerd, doceert al meer dan tien jaar onderwijsethiek en wetenschapsfilosfie aan de UvA. Hij is auteur van verschillende  standaardwerken, onder meer over islamitisch onderwijs in Westerse maatschappijen en over de wisselwerking tussen gelijkheid, burgerschap en segregatie.

De Amerikaanse Amsterdammer heeft zijn entree in het Vlaamse onderwijsdebat niet gemist. In een scherp opiniestuk in De Morgen fileerde hij de inschrijvingsdiscussie. Leidt een betere sociale mix op school werkelijk tot gelijkere onderwijskansen en meer burgerzin bij tieners? Wishful thinking, poneerde Merry die achter welgemeende intenties discrimenerende en soms zelfs ronduit racistische premissen ontmaskert. Hij besloot zijn opiniestuk met een dringende oproep: of we ons alstublieft rekenschap willen geven van de cognitieve dissonantie die ons telkens weer dezelfde voorstellen doet lanceren, terwijl empirisch onderzoek uitentreuren heeft aangetoond dat ze geen zoden aan de dijk zetten?

geen leuke boodschap voor progressieve lezers die dromen van een divers onderwijslandschap dat kansarme kinderen emancipeert en de realiteit van de multiculturele samenleving weerspiegelt…

Michael Merry: Cognitieve dissonantie is nog een beleefde uitdrukking, ik had het ook gewoon hypocrisie kunnen noemen. Maar laten we mild zijn. Je kunt blijkbaar oprecht geloven in diversiteit en gelijke kansen, en tegelijkertijd handelen op een manier die het tegendeel van diezelfde idealen nastreeft.

waarom is streven naar een betere sociale mix op school geen goed idee?

Merry: Ik zeg niet dat het een slecht idee is, maar als filosoof stel ik vragen bij de premissen waarop aannames rusten. Gemengde scholen garanderen meer gelijkheid in het onderwijs en bevorderen het ontwikkelen van burgerzin en democratische waarden. Dat klinkt mooi, geen zinnig mens kan daar op tegen zijn. Al vraag ik me wel af waarom een gekleurd kind pas burgerzin kan leren als het in een klas met witte kinderen zit. En over welke gelijkheid spreken we precies? De status van de leerlingen? De verwachtingen van ouders en leerkrachten? De selectiemechanismen die zowel aan de schoolpoort als binnen de school spelen? En natuurlijk is er de hamvraag: krijgen arme kinderen met een migratieachtergrond werkelijk meer kansen als ze in een school vol witte kinderen uit de middenklasse zitten?

zegt u het maar…

Merry: Er is de voorbije vijftig jaar ontzettend veel onderzoek naar gedaan, en de conclusies wijzen in een andere richting. Er zijn positieve uitzonderingen, maar doorgaans heeft meer diversiteit op school een negatief effect. Arme kinderen krijgen minder kansen, de ongelijkheid neemt nog toe. De oorzaken zijn veelvuldig. Sommige kinderen lezen op vijf jaar Harry Potter, anderen moeten op die leeftijd nog aan het alfabet beginnen. Aangeboren cognitieve vermogens en de mate waarin een kind thuis wordt gestimuleerd, dat zijn natuurlijk variabelen waar het onderwijs geen greep op heeft. Maar een groot deel van de verklaring ligt bij discriminerende mechanismen die eigen zijn aan scholen, ook gemengde scholen waar het team en de ouders nochtans door ‘goede intenties’ worden gedreven.

welke mechanismen?

Merry: De interne organisatie en de sfeer die daarmee samenhangt. Het volstaat niet meer diversiteit in de klas te brengen, gemengde scholen vergen veel meer van zowel leerkrachten als directies. Ik weet niet hoe in het Vlaanderen zit, maar in Nederland is meer dan 95 procent van het lerarenkorps wit. De overgrote meerderheid zijn vrouwen, afkomstig uit de middenklasse. Ook schoolbesturen zijn homogeen wit. Ironisch genoeg vormen concentratiescholen geen uitzondering. Vorig jaar heb ik daar samen met Orhan voor Trouw een opiniestuk met een ietwat provocerende titel over geschreven: “De zwarte school is nog niet zwart genoeg”.

wat kunnen gekleurde leraren dat hun witte collega’s niet kunnen?

Merry: Ik beweer niet dat zwarte of Marokkaanse leerkrachten altijd beter zijn, maar ik vind die witte homogeniteit wel problematisch. Kinderen hebben nood aan rolmodellen, zeker als ze tot een gestigmatiseerde minderheid behoren. Rolmodellen zoals leerkrachten in wie ze zichzelf kunnen herkennen omdat ze dezelfde etnische, religieuze of sociale achtergrond hebben en bijgevolg ook persoonlijke ervaringen delen. Het is ook problematisch hoe de witte homogeniteit zich inhoudelijk laat gelden, zoals tijdens de lessen geschiedenis die bol staan van de culturele stereotypen. Bijdragen van minderheden aan ‘onze’ maatschappij? Wordt met geen woord over gerept. De boodschap is helder: jullie horen er niet bij. Het risico op vervreemding in zo’n gemengde school is sowieso al groot, want die kinderen voelen zich vaak eenzaam en ondergewaardeerd. Het taalgebruik, de muziek die men beluistert, de hobby’s die men beoefent, het is altijd de dominante groep die de toon zet. Dat is de kern van de zaak: als leden van de geprivilegeerde middenklasse vinden we het vanzelfsprekend dat kinderen uit kansengroepen zich aan onze normen en waarden aanpassen. We willen diversiteit op school, maar alleen op onze voorwaarden en liefst niet te veel. Want ook progressieve, hoogopgeleide ouders die de mond vol hebben van gelijke kansen en diversiteit, hanteren ingebouwde drempels. Zodra het aantal ‘verkeerde’ leerlingen het kantelpunt heeft bereikt, zoeken ze een andere school. Ik neem aan dat jullie ook in Vlaanderen vertrouwd zijn met bakfietsouders?

jazeker, al worden ze de laatste tijd wat overschaduwd door de Gutmenschen…

Merry: Het is natuurlijk een symbool, maar tegelijkertijd zijn bakfietsouders een realiteit. Ik woon in de Indische buurt in Amsterdam Oost. Iedere ochtend zie ik mijn buren met hun bakfietsen vertrekken. Het zijn zogenaamd progressieve mensen zoals u en ik, die hoog oplopen met de multiculturele samenleving en stemmen voor GroenLinks of de SP. Uiteraard zijn ze gewonnen voor gemengde scholen en gelijke onderwijskansen. Toch steken ze iedere ochtend met hun kinderen per bakfiets de gracht over naar Zeeburg, een rijkere buurt met een lagere school die als beter bekend staat, om niet te zeggen dat ze een wittere populatie telt. Een Montessori-school, niet toevallig. Montessori, Jenaplan, Dalton, dat valt in Nederland onder de noemer van levensbeschouwelijk onderwijs. De pedagogische methodes verschillen, maar op enkele uitzonderingen na, hebben ze met elkaar gemeen dat ze een erg wit publiek lokken.

zoals de Freinet- en Steinerscholen in Vlaanderen. Wijst u die buren soms op hun cognitieve dissonantie?

Merry: Jawel, en dan reageren ze sportief. Je hebt natuurlijk gelijk, zeggen ze. Maar ik moet het begrijpen: ze willen het beste voor hun kind dat nu eenmaal bijzonder is. En dat ze vrezen dat hun kind zich op een zwarte school niet thuis zal voelen. Proef je de ongelijkheid? Nooit stelt men zich de vraag of een gekleurd kind zich op een witte school thuisvoelt. Uiteraard niet, we realiseren ons niet eens dat scholen met een homogeen wit publiek in feite concentratiescholen zijn. Die blinde vlek belet ons ook om in te zien dat er in Nederland of Vlaanderen niet alleen Turkse of Marokkaanse getto’s maar evengoed witte getto’s bestaan. Het geval van Femke Halsema, de voormalige leider van GroenLinks, spreekt boekdelen. Als progressief boegbeeld heeft ze altijd geroepen dat kinderen naar de school van hun buurt horen te gaan. Ze heeft het goede voorbeeld gegeven en haar zoontje naar een zogenaamd zwarte school om de hoek gestuurd. Na twee jaar echter heeft ze hem er weggehaald. Mijn kind is geen pedagogisch experiment, gaf ze als verklaring. Pijnlijk moment.

ouders die het beste willen voor hun kind. Mag het even?

Merry: Natuurlijk mag dat, het is ook maar een van de vele voorbeelden. Voor een ethicus is dit een heel interessant debat, het gaat om een afweging tussen twee principes, vrijheid en gelijkheid. Als het om hun eigen kind gaat, dan verkiezen ouders haast altijd de vrijheid om hun eigen, ideale school te kiezen, boven het recht op gelijke kansen voor andere kinderen. Natuurlijk wordt dat anders uitgelegd. Het sociaal niveau van de klas ligt te laag, of ze maken zich zorgen over de taalvaardigheden van hun kind. Te veel allochtonen op school, dat zou namelijk slecht zijn voor de beheersing van de moedertaal. Onzin natuurlijk, dat heeft de beroemde socioloog James Coleman al in de jaren zestig afdoende bewezen. Kinderen van hoogopgeleide ouders die op jonge leeftijd leren lezen en discussiëren, hebben altijd een grote voorsprong. Ik zeg niet dat de school voor die kinderen onbelangrijk is, maar factoren zoals de thuissituatie en de peer group spelen in hun geval een veel grotere rol. Nog een excuus dat vaak wordt ingeroepen is hoogbegaafdheid. Mijn kind heeft extra uitdaging nodig, en daarom moet het naar een wit gymnasium.

betwist u dat er zoiets als hoogbegaafdheid bestaat?

Merry: Helemaal niet, en ik vind dat hoogbegaafden recht hebben op extra zorg, net zoals kinderen meer leerstoornissen. Alleen denk ik dat hoogbegaafdheid erg zeldzaam is, het begrip zou alleen mogen slaan op kinderen met uitzonderlijke cognitieve vermogens. Nu wordt de stempel veel te snel gedrukt, zowat alle zonen en dochters van hoogopgeleide ouders zijn hoogbegaafd en hebben bijgevolg separaat onderwijs nodig. (grinnikt) Je kunt het natuurlijk als een vorm diversiteit in het onderwijs beschouwen. Op maat gesneden van de dominante groep, met als ongeschreven bijbedoeling om andere, ongewenste vormen van diversiteit tegen te gaan en discriminatie binnen scholen te legitimeren.

bent u niet al te sceptisch over het emancipatorisch effect van een gezonde sociale mix in gemengde scholen? In Vlaanderen werd vorig jaar de vzw Positive Education Psychology opgericht, een vereniging die kansarme leerlingen met een migratie-achtergrond aanspoort om hoog te mikken. PEP werkt met inspirerende rolmodellen wier succesverhaal haast altijd in een witte school start. Toegegeven, het zijn succesverhalen met een duister randje. De getuigen kregen een prima voorbereiding op hogere studies, maar voelden zich vaak slecht in hun vel op zo’n witte school. Niettemin: de initiatiefnemers zijn hevige voorstanders van een betere sociale mix, zozeer zelfs dat ze voor wettelijke quota pleiten… 

Merry: Ik ken zelf van die succesverhalen, met een duistere rand. Een goede vriend van Marokkaanse oorsprong heeft op een Montessori-school gezeten. Met gunstig gevolg, want dank zij die opleiding en uiteraard ook door zijn eigen ambitie, is hij in Oxford gepromoveerd. Toch kijkt hij met gemengde gevoelens op zijn schooltijd terug. Blijkbaar waren de leraren rabiate atheïsten. Iedere dag moest hij misprijzende opmerkingen of flauwe grappen over zijn religie incasseren. Het is trouwens oppassen met persoonlijke succesverhalen. Voor je het weet trap je in de Obama-val.

de Obama-val?

Merry: Het misbruiken van rolmodellen. President Obama of Oprah Winfrey hebben zich via onderwijs aan de beperkingen van hun achtergrond kunnen ontworstelen. Wel dan, waarom zouden anderen met een vergelijkbare achtergrond dat niet kunnen? Rolmodellen worden op een voetstuk geplaast om te verdoezelen dat het systeem geen gelijke kansen biedt. Niet alleen in het onderwijs, ze dienen vaak als nuttige idioten voor conservatieve partijen die in wezen tegen emancipatie van kansengroepen zijn. Nou ja, conservatieve partijen. De Rotterdamse burgermeester Abutaleb, een socialist nota bene, is zo iemand die roept dat iedereen moet kunnen wat hij heeft gepresteerd. Kijk, het is onvermijdelijk dat af en toe een kansarm kind helemaal naar de top doorstoot, door een combinatie van talent, doorzettingsvermogen en een dosis geluk. Die ene leerkracht of die oudere broer die je potentieel opmerkt en ervoor zorgt dat je in een goede school belandt, dat soort meevallers. Maar zolang het schoolsysteem niet grondig verandert, blijven het de spreekwoordelijke uitzonderingen die de regel bevestigen.

wat zou u de minister van onderwijs aanraden?

Merry: Volg een meersporenbeleid. Investeer in goede gemengde scholen, maar besef dat die strategie niet volstaat om gelijke kansen in het onderwijs te bewerkstelligen. Je moet vanuit de realiteit vertrekken, en die realiteit zegt dat we nog altijd in een erg gesegregeerde maatschappij leven. Waarom moet het dan een probleem zijn als een school in een Turkse buurt hoofdzakelijk door Turkse leerlingen wordt bezocht? Ik kant me tegen het stigmatiseren van concentratiescholen. Er valt juist veel te zeggen voor onderwijs dat zich op de culturele achtergrond en specifieke behoeften van minderheden richt, zolang er alternatieven beschikbaar zijn voor wie er zijn gading niet vindt. Kinderen zijn beter af in een omgeving waar hun cultuur en achtergrond niet worden geminacht, waar ze zonder complexen hun religie kunnen beleven, waar ze zich kleden zoals ze dat zelf willen, en waar niemand hen bestraffend toespreekt als ze op de speelplaats hun thuistaal spreken. Scholen dus waar ze niet worden gestigmatiseerd omdat ze niet beantwoorden aan de burgernormen van de dominante groep. Alle kinderen moeten de kans krijgen een positief zelfbeeld te ontwikkelen, dat is een absolute noodzaak om zich later tot volwaardige burgers te ontpoppen. Als dat onderwijs in aparte, gekleurde scholen vergt, dan is dat maar zo.

horen we daar een pleidooi voor islamitische scholen?

Merry: Ik weet dat het in Vlaanderen gevoelig ligt, maar in Nederland is het islamitisch onderwijs een succes. De eerste basisschool werd in 1988 opgericht, intussen zijn er al zo’n 45. Ik heb veel islamitische scholen bezocht. Aanvankelijk waren er in Nederland problemen, de focus lag te veel op capaciteitsuitbreiding. Maar de voorbije tien jaar is de kwaliteit fel verbeterd, verschillende moslimscholen staan zelfs in de top 20 van beste basisscholen van Nederland. Ik sluit niet uit dat op termijn ook niet-moslims de weg naar het islamitisch onderwijs vinden. Zo is het hier in Amsterdam ook gegaan met het hindoe-onderwijs, oorspronkelijk bedoeld voor hindoes uit de Surinaamse diaspora. Intussen sturen ook Surinaamse christenen en moslims hun kinderen er naartoe. Vanwege de kwaliteit, en vanwege de gedeelde cultuur, taal en achtergrond.

het ligt inderdaad gevoelig in Vlaanderen. Er zijn geen islamitische basisscholen, maar in het verleden werden verschillende pogingen tot oprichting ondernomen. Die mislukten, vooral door actieve tegenkanting door zowel lokale overheden als onderwijsinstanties. Slecht voor de integratie, luidt een van de bezwaren, hiermee worden moslims nog dieper in een getto gedrongen. Islamitisch onderwijs zou bovendien de deur openzetten voor radicalisering. Terechte bekommernissen?

Merry: Wat een dooddoeners. Om met integratie te beginnen: wat bedoelen ze daarmee? Minderheden hebben bitter weinig aan een multiculturele samenleving, als ze helemaal onderaan de pikorde staan, waar ze worden misprezen en schabouwelijk behandeld. Het argument van radicalisering zou ik willen omdraaien. Goed georganiseerd islamitisch onderwijs kan juist een dam tegen radicalisering opwerpen.

leg dat eens uit…

Merry: Het Verenigd Koninkrijk telt meer dan 200 moslimscholen, Amerika en Canada ruim 500, in Nederland zoals gezegd een 45tal. Samen zijn dat heel veel leerlingen en oud-leerlingen. Je zou verwachten dat in die landen geradicaliseerde moslims uit die moslimscholen afkomstig zijn. Maar nee, de meesten hebben een verleden in openbare scholen waar ze gefrustreerd zijn geraakt door discriminatie en stigmatisering. Natuurlijk is onderwijs niet de enige factor, ook politiek speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol. Maar het staat wel vast dat moslims minder kans op radicalisering lopen, als ze op een school zitten waar ze niet worden gediscrimineerd, positieve rolmodellen ontmoeten, en leraren die hoge verwachtingen koesteren. Een school kortom waar ze weinig of niet met institutioneel racisme in aanraking komen, en waar ze geen gevoel van vervreemding maar van verbondenheid ervaren. Let wel, net zoals andere scholen staat of valt de kwaliteit van islamitische scholen met een goede organisatie. En uiteraard moet er adequaat toezicht worden uitgeoefend. Het kan niet de bedoeling zijn die scholen door Saudi-Arabië te laten financieren, noch door groeperingen met extremistische, salafistische agenda’s.

het hoofddoekendebat wil in het Vlaamse onderwijs maar niet luwen. Hoe kijkt u er er vanuit Amsterdam naar?

Merry: Met verbijstering. Gelukkig zijn we dat station in Nederland al lang gepasseerd. Wat me opvalt is de verkrampte houding in linkse middens, veelal ingegeven door een radicaal atheïstische overtuiging. Het doet me denken aan mijn jaren in Leuven waar ik theologie heb gestudeerd. De proffen van de faculteit godgeleerdheid waren veel progressiever dan hun collega’s in de faculteiten wijsbegeerte of politieke wetenschappen, linkse intellectuelen die niet wilden snappen dat religie voor onderdrukte groepen een emanciperende rol kan spelen. Ik vind de Vlaamse obsessie met deze kwestie dom en gevaarlijk. Door zo’n controverse op te blazen rond een stuk textiel, creëren jullie zelf het klimaat waarin radicalisering gedijt. Kortzichtig, maar ook een treffend voorbeeld van een dominante, witte meerderheid die haar normen aan een onderdrukte minderheid oplegt.

om advocaat van de duivel te spelen: waarom mag die dominante, witte meerderheid haar normen niet via het onderwijs opleggen? Het zijn dezelfde normen die op de arbeidsmarkt en meer algemeen in de samenleving gelden, ook voor kansengroepen met een migratieachtergrond. Gelet op het ontwikkelings- en welvaartsniveau van die maatschappij, zouden we zelfs een lans durven breken voor die normen en waarden…

Merry: Dat argument hoor ik vaak, en telkens antwoord ik met de volgende vraag. Wat betekenen die universele normen en waarden? Stel dat Dirk en Ahmed dezelfde competenties hebben, zowel qua opleiding als qua werkervaring en expertise. Hebben ze daarom bij een sollicitatie allebei evenveel kansen op een positief antwoord? Natuurlijk niet, want discriminatie op de arbeidsmarkt is een feit. ik zie dat trouwens binnen mijn eigen vakgroep, een plaats waar heel hard over gelijke kansen in het onderwijs wordt nagedacht. Haast al mijn collega hebben dezelfde achtergrond: witte middenklasse, middelbare school gelopen op een gymnasium, vergelijkbaar met elitaire ASO-scholen in Vlaanderen. Ziet u, in discussies over dit onderwerp wordt vaak naar het Britse schoolsysteem verwezen. Public schools zoals Eton, Harrow of Rugby, die zijn het summum van elitair onderwijs. Maar wat blijkt uit onderzoek? Het sociaal profiel van een Nederlandse gymnasium is even elitair als dat van een public school in Engeland of Wales.

vindt u in Nederland gehoor met uw pleidooi voor emanciperend, gescheiden onderwijs?.

Merry: Nee. De meeste van mijn collega’s zitten op een totaal andere golflengte. Als buitenlander snap je er niks van, hoor ik ze denken. Terwijl het natuurlijk evengoed kan liggen aan de oogkleppen die ze als vertegenwoordigers van de dominante, hoogopgeleide, witte meerderheid dragen. Dat denk ik dan. (lacht)

kinderpsychiater Lieve Swinnen over motivatie op school

Knack, 26 augustus 2015

Een wonderpil tegen motivatieproblemen in het onderwijs heeft ze niet, maar kinderpsychiater Lieve Swinnen kent wel recepten om de leerlingen bij de les te houden. Respecteer het puberbrein, wees wijs met nieuwe media en stop de jeugd op tijd in bed. Een stimulerend gesprek over goesting in het nieuwe schooljaar.

 

025

Tradities zijn er om gerespecteerd te worden. Volgende dinsdag serveert het avondjournaal ontroostbare peuters en sniffende mama’s bij de schoolpoort. Een vertekend beeld, want niet alleen driejarige ukken kijken huizenhoog op tegen 1 september. Schoolmoeheid is een hardnekkige kwaal in het Vlaamse onderwijs. 16 procent ongekwalificeerde uitstroom bij de jongens, dat heeft onder meer met motivatieproblemen te maken.

Kinderpsychiater Lieve Swinnen heeft er het leeuwendeel van haar nieuwe boek aan gewijd. Hoe kunnen we kinderen motiveren om te studeren, luidt de hamvraag in ‘(Geen) Goesting?!’.  Ze kent de kwestie van twee kanten. In haar groepspraktijk in Neerpelt staat ze ouders en kinderen bij die hun schoolcarrière spaak zien lopen op allerlei gedrags- of leerstoornissen. Daarnaast wordt ze geraadpleegd door leraren en directies die zich het hoofd breken over methodes om hun pupillen bij de les te houden. Toverformules staan er niet in, maar het vlot geschreven boek bevat wel handvatten om het motivatieprobleem aan te pakken.

–  wat is motivatie?

Swinnen: ‘Nu goesting hebben in later, daar komt het in feite op neer. Er valt natuurlijk meer over te vertellen. In de psychologie maakt men een onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Je best doen omdat een goed rapport een nieuwe smartphone oplevert. Om niet bij de vrienden uit de toon te vallen. Omdat je er veel geld mee hoopt te verdienen. Allemaal verschillende beweegredenen, maar ze hebben dit gemeen dat het om externe prikkels gaat. Die werken goed, maar in een leerproces is intrinsieke motivatie efficiënter. Als je graag tango danst, is het geen opgave om naar de tangoles te gaan. Wie intern geprikkeld wordt, duikt vanzelf dieper in de materie’.

–  werkt dreigen met sancties in het onderwijs?

Swinnen: ‘Je kunt dat een vorm van extrinsieke motivatie noemen. In onderwijs kom je er echter niet ver mee, want negatieve boodschappen missen meestal hun doel. Zo heeft het weinig zin verwijten te maken. Je bent lui, zeggen ouders of leraren tegen een kind dat zijn huiswerk niet maakt of zijn best niet doet. Dat lucht misschien op, maar het zal het kind niet op het juiste spoor zetten. Boodschappen moeten sporen met het ABC van de motivatie’

–  ABC?

Swinnen: ‘De A van autonomie: kinderen moeten zelf achter beslissingen staan. Als ze tegen hun zin in een richting worden geduwd, gaat het gegarandeerd fout. De B staat voor verbinding: ze moeten zich goed voelen op school en in de klas. En dan de C van competentie: ze moeten de capaciteit hebben om het leerproces aan te kunnen. Ik heb dat ABC niet zelf bedacht, het komt van Maarten Vansteenkiste, professor motivatiepsychologie in Gent. Maar ik vind het een geweldig instrument. Als je door de ABC-bril naar leerstoornissen kijkt, kom je er vaak snel achter waar de knoop zit’.

–  hebben ook ouders en leraren er iets aan?

Swinnen: ‘Jawel, en dat probeer ik in mijn boek over te brengen. Geen enkel kind wordt lui geboren, ze willen allemaal iets maken van hun leven. Als een kind afhaakt, moet je het ABC-schema aflopen om de oorzaak te vinden. A en B, dat gaat van verkeerde studiekeuze, slechte sfeer op school of in de klas tot pestgedrag. Competentieproblemen zijn complexer. Vaak denken we dat kinderen niet willen, terwijl ze in feite niet kunnen. Toch krijgen ze negatieve feedback. ‘Heb je het nu nog niet begrepen? Van jou had ik toch meer verwacht’. Fout natuurlijk, daarmee ondermijn je het zelfvertrouwen en wakker je faalangst aan. Dat is des erger wanneer het om kwetsbare kinderen gaat, met ontwikkelingsstoornissen zoals adhd, dyslexie of vormen van autisme. Het probleem is dat we in een prestatiemaatschappij leven. Ouders willen niet meer horen dat hun kind iets niet kan. Waar een wil is, is een weg, luidt het gezegde. Als mijn zoon of dochter maar hard genoeg probeert, moet het wel lukken. Ik zou die zegswijze anders willen interpreteren. De weg loopt niet voor iedereen gelijk en leidt al evenmin naar dezelfde bestemming. De taak van opvoeders is kinderen te helpen bij het zoeken naar hun weg, met respect voor hun autonomie uiteraard. In feite is school de job van de kinderen. Zij moeten het waarmaken, ouders en leraren zijn de supporters langs de zijlijn’.

– waar een wil is, is een weg…. naar het ASO. Ligt de oorzaak van demotivatie niet vaak bij een verkeerde studiekeuze?

Swinnen: ‘Helaas wel. Zo hoog mogelijk beginnen, is de mentaliteit, dan kun je altijd afzakken. BSO-scholen hebben bijna geen directe instroom meer. Pas in het derde en vijfde jaar stromen de klassen vol, drop-outs die in het ASO zijn begonnen en via de befaamde waterval aanspoelen, beladen met een rugzak vol faalervaringen. Wat een zonde en tijdverlies. In mijn ogen zijn het slimme ouders die direct beseffen dat hun zoon of dochter geen aanleg voor theoretische vakken heeft, maar wel graag met de handen werkt.’.

– nochtans wordt er al twintig jaar geroepen dat we het beroeps en technisch onderwijs moeten herwaarderen

Swinnen: ‘Helaas met weinig resultaat. Ik heb het nochtans al vaak gezegd tegen ouders die in zak en as zitten omdat hun zoon in het ASO niet meekan. Er is niks mis met beroepsonderwijs. Die ingemaakte kast achter mijn rug, die werd gemaakt door een schrijnwerker die goed zijn brood  verdient. Natuurlijk, ik heb makkelijk praten met drie zonen die vlot hebben gestudeerd. Toch moeten we er blijven op hameren: ook als je door de natuur minder royaal werd bediend, mag je de armen niet laten’.

–  de natuur?

Swinnen: ‘Net als intelligentie zit schoolmotivatie of leergierigheid voor 40 tot 50 procent in de genen. De rest wordt nagenoeg volledig door unieke ervaringen bepaald. Door de individuele leefomgeving dus, collectieve factoren zoals gezin of milieu tellen nauwelijks mee. Die nuance is belangrijk, want anders heb je een perfect alibi voor defaitisme. Nu is het tegendeel waar: het belang van die unieke, individuele ervaringen moet ons aansporen om kansarme kinderen te blijven stimuleren’.

– zoals de kanaries in de koolmijn wijzen motivatieproblemen op school vaak op onderliggende problemen. Wat schuilt er zoal onder de oppervlakte?

Swinnen: ‘Vaak begint het op school of thuis met vage klachten. Hij is lui, hij is wil zich niet inspannen. Het is in de eerste instantie aan de ouders, de school en het CLB om naar een verklaring en een oplossing te zoeken, samen met het kind in kwestie uiteraard. In onze praktijk zien we de zware dossiers. Concentratiestoornissen zoals adhd of psychiatrische stoornissen zoals autisme. Hoe wil je dat een adhd-kind gemotiveerd blijft? Als je in je hele schoolcarrière hebt ondervonden dat zich inspannen niet loont, want dat het toch niet lukt? Maar ernstige situaties kunnen ook een heel andere oorzaak hebben. Verwenning is een groot probleem, we behandelen onze kinderen veel te veel als prinsen en prinsessen’.

–  u spreek van de applausgeneratie. Wat bedoelt u daarmee?

Swinnen: ‘Ouders leggen de lat zo hoog mogelijk, liefst van al moet hun kind latijn wiskunde volgen. Diezelfde veeleisende ouders doen er anderzijds alles aan om het hun kinderen naar de zin te maken, te beschermen en met applaus te belonen. Met de fiets naar de sportclub? Geen sprake van, mama en papa spelen taxi. Ouders nemen kinderen zo voortdurend verantwoordelijkheden uit handen. Dat is zondigen tegen de autonomieregel, met als gevolg dat kinderen geen coping capacity ontwikkelen. Ze hebben geen probleemoplossend vermogen, kunnen niet met kritiek of tegenslag om. Die aanpak komt vroeg of laat als een boomerang op de ouders terecht. Want hoe vaak horen we hier niet? Op school worden ze apathisch, thuis werken ze hun frustraties uit en ontaardt het soms in regelrechte agressie. Onlangs werden we gecontacteerd door een radeloze moeder. De verwenningsproblematiek van haar 17-jarige zoon was compleet uit de hand gelopen. Omdat zo’n situatie niet makkelijk recht te trekken valt, stelden we een spoedopname voor. Tot onze verbijstering pruttelde ze tegen. Het was een vrijdag, ze vroeg of het niet tot maandag kon wachten, want haar zoon had een weekend met de vrienden gepland. Tja, een kwestie van prioriteiten zeker’.

–  hoe ernstig zijn de gevolgen van motivatieproblemen? Gaan er talenten of levensdromen onherroepelijk verloren?

Swinnen: ‘Het wordt pas ernstig als kinderen op school echt gaan afhaken. Als dan de juiste hulp wordt geboden, komt het wel goed. Een puber met een verkeerde studiekeuze kan vaak met een simpele heroriëntering worden geholpen. De echte risico’s zijn kinderen met een voorgeschiedenis, zoals gedragsproblemen of trauma’s. Soms sta je als kinderpsychiater voor verrassingen. Komt hier een jongen uit het derde middelbaar, compleet schoolmoe. Bleek dat hij stapelverliefd was op een meisje uit het vijfde dat hem niet zag staan. Het was onmogelijk zich nog te concentreren, alles stond in het teken van zijn onbereikbare vlam. Die heeft een jaar verloren, maar daarna stond hij weer op de rails. Het hoeft niet altijd dramatisch af te lopen’.

– pubers vinden school saai, en wie het daar niet mee eens is, is een nerd. Kuddegedrag, maar misschien hebben ze ook wel een punt. Wijzen de motivatieproblemen niet op een didactisch probleem? Kunnen leraren hun klas niet meer boeien?

Swinnen: ‘Ze moeten het natuurlijk spannend houden. Mijn 88-jarige moeder legde als wiskundelerares breuken uit met een taart. Niet meer van deze tijd, je moet creatieve toepassingen zoeken die aansluiten bij de leefwereld van de klas. Gebruik de nieuwe media, laat ze voor kansberekening uitvissen of de Rode Duivels straks het WK winnen, dan heb je meteen de halve klas mee. Leraren moeten ook kunnen omgaan met weerstand. Neem dat niet persoonlijk, is mijn advies. Als een klas geen goesting heeft, dan zegt dat iets over de kloof tussen de leerstof en hun leefwereld. Toon empathie, en geef bijvoorbeeld op een vrijdagmiddag geen gortdroge theorievakken. Anderzijds moeten we daar ook niet in doorschieten. Kinderen moeten ook leren aanvaarden dat saaie leerstof erbij hoort’.

interessante bedenking. De voorbije jaren is een discussie losgebarsten over de opdracht van de school. Het heet dat het onderwijs te veel op vaardigheden en te weinig op kennis mikt. Akkoord?

Swinnen: ‘Het is niet zwart-wit, maar ik ben het in grote lijnen eens met die stelling. Waarom moeten kinderen op school leren hoe ze gezond ontbijten? Dat is toch een taak voor de ouders. Een vader van een tweeling met adhd kwam hier zijn beklag maken. Hij zat thuis uren aan een stuk naast zijn kinderen om ze te helpen met lezen en rekenen. En op school gingen ze van het ene toneelstuk naar de andere uitstap. Ik zou het liever andersom zien, zei die vader, dan had ik tijd om zelf eens met mijn kinderen naar het theater te gaan’.

– ouders ergeren zich vaak aan de lamlendigheid van hun kinderen. Zitten urenlang te gamen, met geen stokken aan hun huiswerk te krijgen. Weet u raad?

Swinnen: ‘Ouders moeten net als leraren beseffen dat pubers geen volwassenen zijn. Hun prioriteiten liggen omgekeerd. Eerst komen de vrienden, de gameconsole, de sportclub, ver daarachter huiswerk maken of kamer opruimen. Vele ouders proberen hun kinderen te motiveren door met de toekomst te schermen. Goed studeren, dan zul je later veel verdienen of een spannend beroep uitoefenen. Dat heeft weinig effect, pubers denken niet zover vooruit. We moeten niet per se negatief doen over hun attitude, als volwassenen kunnen we er zelfs van leren. Wat bakken wij nog van vriendschap? Vele volwassenen hebben het daar te druk voor. Onderhandelen is de boodschap. Het ideale moment voor huiswerk is meteen na de school, dat is bewezen. Verkiezen ze een ander tijdstip? Ook goed, zolang er afspraken worden gemaakt die nadien ook worden nageleefd. Respect voor autonomie is geen alibi voor een laissez faire-opvoeding. Kinderen hebben grenzen en structuur nodig’.

–  is schermverslaving een bedreiging voor de studie-ijver van onze jeugd?

Swinnen: ‘We nemen dat woord veel te snel in de mond. Je bent verslaafd, roepen ouders tegen hun zoon die urenlang zit te gamen of naar Youtube kijkt. De kans is groot dat de jongen het verwijt niet begrijpt. Wat doe ik verkeerd? Al mijn vrienden zitten even lang voor het scherm. Hij heeft nog gelijk ook, uit onderzoek naar het schermgebruik van jongeren blijkt dat slechts 5 procent een probleem heeft, terwijl 1 procent echt verslaafd is. Ik wil dat niet wegrelativeren, 1 procent staat nog altijd voor vele honderden jongeren’.

– 18 procent van onze schoolgaande kinderen heeft een of andere vorm van begeleiding nodig, 7 procent kampt zelfs met een zware problematiek. Verontrustende cijfers?

Swinnen: ‘Het gaat niet schitterend met de geestelijke gezondheid van onze jongeren. De oorzaken zijn erg uiteenlopend. Er is de druk van de prestatiemaatschappij, en er verschijnen steeds meer etiketten. Concentratiestoornissen bestonden vroeger niet, nu lijkt het wel een epidemie. Pas op, ik ben slecht geplaatst om dat te minimaliseren. Ik heb in mijn kabinet nog maar zelden ouders of kinderen gezien die voor een bagatel kwamen aankloppen’.

– er is dus wel degelijk een probleem…

Swinnen: ‘Ja, en je kunt je suf piekeren over een sluitende verklaring. De hectiek van de maatschappij heeft er zeker mee te maken. Jongeren raken overprikkeld door de constante stroom van indrukken die ze over zich heen krijgen. Zeker nu internet en sociale netwerken mobiel zijn geworden, houdt het nooit meer op. Maar ook wij volwassenen zijn druk. We eisen veel van onze kinderen, maar vinden vaak niet de tijd om ons echt om hen te bekommeren. Intussen zie je gevestigde gezagspatronen afbrokkelen. Over meneer pastoor moeten we het niet meer hebben, maar ook ouders en leraren hebben veel aan autoriteit ingeboet. Vooral kwetsbare jongeren zijn daar slachtoffer van, want die hebben meer dan wie ook nood aan structuur. Bij de start van het vorige schooljaar stonden we hier voor een raadsel. Al op 1 september hing een wanhopige moeder aan de lijn. Haar zoon was niet meer welkom in de klas omdat hij een vervelende tic had. In de weken nadien werden nog vier gevallen van tics gerapporteerd. Nooit eerder meegemaakt’.

–  intussen een verklaring gevonden?

Swinnen: ‘Een sterk vermoeden. Een tic ontstaat als je brein overprikkeld raakt. Je krijgt _ als je filter niet goed werkt _ teveel geluiden of andere impulsen binnen, waardoor je als reactie zelf onwillekeurige geluiden of bewegingen genereert. Waarom nu die piek in september vorig jaar? De hele maand augustus was het weer rotslecht geweest. Daardoor hebben kinderen nog meer tijd dan anders achter de computer of voor een scherm doorgebracht, met een overdosis prikkels als gevolg’.

– vallen motivatieproblemen medicinaal op te lossen?

Swinnen: ‘Dat zou geweldig zijn, een motivatiepil Nee dus, en gelukkig maar, want er wordt al genoeg gemedicaliseerd. Een weinig bekend probleem is het gebrek aan slaaphygiëne. Onze kinderen gaan veel te laat slapen, met alle gevolgen van dien voor hun schoolprestaties. Ouders protesteren als ik dat tijdens een consultatie aankaart. De slaapgewoonten van hun kinderen bijsturen? Alstublieft nee, kan ik niet gewoon een pilletje voorschrijven? Ik weiger dat, behalve als er sprake van een echte stoornis’.

– jongens haken vaker af op de middelbare school dan meisjes. Hoe komt dat?

Swinnen: ‘Meisjes puberen vroeger en korter, ze zijn gemiddeld twee jaar rijper dan jongens van dezelfde leeftijd. Hun respectieve breinen werken ook anders. Jongens zijn gericht op actie en visuele prikkels, meisjes op taalvaardigheid, een eigenschap die beter bij een schoolomgeving past en die ook verklaart waarom ze sneller verantwoordelijkheid kunnen dragen en over hun toekomst nadenken. Vroeger, toen jongens en meisjes naar verschillende scholen gingen, viel dat niet op. Nu worden die ongeïnteresseerde jongens met hun concentratieproblemen vergeleken met ijverige meisjes in hun klas’.

– sommigen pleiten voor een terugkeer naar gescheiden scholen. Een goed idee?

Swinnen: ‘Ik vind van wel. Vroeger luidde het voornaamste argument voor gemengde scholen dat jongens en meisjes er met elkaar leerden omgaan. Dat klopte, je had vroeger van die 18-jarige jongens die tilt sloegen als ze voor het eerst met een meisje werden geconfronteerd. Maar intussen zijn er buitenschools mogelijkheden zat om contact met het andere geslacht te leggen. Pas op, met die jongens komt het wel goed hoor. Tussen 18 en 21 maken ze de klik. De rede haalt langzamerhand de bovenhand, er ontstaat een toekomstbesef. Het is geen toeval dat kinderen vroeger pas op 21 meerderjarig werden bevonden’.

–  Op 1 september gaan twee nieuwe privéscholen voor hoogbegaafden van start. Ze vervelen zich en haken af in het reguliere onderwijs, zeggen de initiatiefnemers. Bent u voorstander?

Swinnen: ‘Nee. Hoogbegaafdheid is geen stoornis, het is sowieso een troef. Professor Duyck, cognitief psycholoog in Gent, heeft erop gewezen: hoogbegaafden hebben niet meer emotionele problemen dan andere kinderen. Tenzij hun hoogbegaafdheid gepaard gaat met problemen zoals adhd, maar dat geldt evengoed voor normaal begaafde kinderen. Natuurlijk moet er een aanbod zijn voor hoogbegaafden, net zo goed als voor andere kinderen. Maar dat is nu al het geval: lagere scholen organiseren kangoeroeklassen, in het middelbaar heb je sowieso een differentiatie door het aanbod van verschillende richtingen’.

–  over differentiëren gesproken: volgende week treedt het M-decreet op inclusief onderwijs in werking. Leerlingen uit het buitengewoon onderwijs moeten ook in gewone scholen terecht kunnen. Begrijpt u de huiver van vele directies en leerkrachten?

Swinnen: ‘Ik juich inclusief onderwijs toe. Kinderen met een beperking in de klas? Een verrijkende ervaring voor de medeleerlingen, uitstekend voor hun sociale en emotionele ontwikkeling. Directies vrezen dat hun leerkrachten overbevraagd worden, en dat hun niveau gaat zakken. Dat vind ik een enge benadering, al heb ik ook begrip voor de scepsis. De manier waarop het M-decreet wordt uitgevoerd, wekt weinig vertrouwen. De kinderen maken nu al de overstap van het buitengewoon naar het reguliere onderwijs, maar de nodige middelen om hen te begeleiden volgen pas later. Het belooft een lastig schooljaar te worden’.

–  geef toe: al dat differentiëren maakt de taak van de leraar niet eenvoudiger op…

Swinnen: ‘De tijd is voorbij dat een leerkracht jaar in jaar uit dezelfde stof kon geven, met de lesvoorbereiding die hij iedere ochtend kant en klaar uit de lade kon trekken. Het is maatwerk geworden. Leraren hebben veel vakantie. Wat mij betreft verdienen ze die dubbel en dwars., maar tijdens het schooljaar moeten ze bereid zijn keihard te werken. Eigenlijk blijft het een mooie job. Kinderen een jaar lang begeleiden tot ze weer een volgende stap in hun persoonlijke ontwikkeling kunnen zetten. Je zou voor minder gemotiveerd zijn’.

(Geen) Goesting!?, Hoe motiveer ik kinderen en jongeren, Lieve Swinnen, Van Halewyck, 256 pag. Verkrijgbaar vanaf 5 september