Tagarchief: Islamitische Staat

Iain Overton schrijft de geschiedenis van het zelfmoordterrorisme

“Er moet een VN-verbod op zelfmoordbommen komen”

Knack, 12 juni 2019

Het begon met een aanslag op de Russische tsaar in 1881, intussen staat de teller op 71.000 slachtoffers, and counting. Zelfmoordterreur is een gesel van de moderne tijd. Onderzoeksjournalist en oorlogsreporter Iain Overton schreef er een standaardwerk over. “Zelfmoordterreur is inherent aan asymmetrische oorlogsvoering”.

Iain Overton deinst niet terug voor een forse claim. How the Suicide Bomber shaped the Modern Age, luidt de ondertitel van zijn nieuwste boek. De Britse onderzoeksjournalist en mensenrechtenactivist maakt die stelling hard in een turf van 600 pagina’s, in vertaling verschenen als De Prijs van het Paradijs. Van gerichte aanslagen door 19de-eeuwse Russische revolutionairen tot blinde jihadterreur in Irak of Afghanistan, zelfmoordterrorisme heeft zich in de loop van de moderne geschiedenis ontpopt tot een oorlogswapen dat een zware tol eist. Vorig jaar vielen 7.000 doden en gewonden door zelfmoordaanslagen, in 2017 meer dan 11.000.

Overton neemt ons mee naar de plaatsen en gebeurtenissen die deze escalatie mogelijk maakten. Hij meet de schade op in landen zoals Libanon, Sri Lanka, Afghanistan en Irak, praat met slachtoffers, nabestaanden, mislukte zelfmoordterroristen en veiligheidsdiensten. Geen detail ziet hij over het hoofd, experts mogen uitleggen hoe de detonatie van een bompakket in een metrostel zelfs botfragmenten van de dader in moordende projectielen verandert. Ook Madrid, Londen, Parijs en Brussel komen aan bod, al zinken de aanslagen in Europese steden in het niets naast de plaag die het Midden Oosten en delen van Azië en Afrika teistert. De impact is er niet minder om. Overton ontmaskert de zelfmoordterrorist als aanjager van populisme en vrijheidsbeperkende wetgeving in het Westen. 

U heeft zich jarenlang verdiept in een buitengewoon teneerdrukkend onderwerp. Was het moeilijk om geen depressie over te houden aan zoveel leed, wanhoop en bloedvergieten?

Iain Overton: Zelfmoordterrorisme is inderdaad een deprimerend onderwerp, maar wie ben ik om te klagen? Een Britse journalist die altijd naar zijn veilige land terug kan als het hem teveel of te gevaarlijk wordt? Die luxe hebben de inwoners van Badgad, Mosul, Kaboel of Waziristan niet. De echte slachtoffers wonen in plaatsen waar de dreiging van zelfmoordterrorisme permanent in de lucht hangt.

Salafistische jihadi’s hebben sinds 9/11 een quasi monopolie op zelfmoordterreur, maar het fenomeen is veel ouder. Waarom laat u de chronologie beginnen bij de aanslag die Russische revolutionairen in 1881 op tsaar Alexander II pleegden? 

Overton: Die aanslag werd beraamd door Naradojna Volja, (Wil van het Volk), een van de vele revolutionaire groupuscules in het Rusland van die tijd. De samenzweerders zagen een zelfmoordaanslag als een efficiënte manier om hun utopisch ideaal, een samenleving gestoeld op democratische en communistische principes, te verwezenlijken. Het vermoorden van de tsaar was in hun ogen een humanere methode dan de massale, bloederige volksopstand die de Franse revolutie had gekenmerkt. Dat utopische denken zie je later bij andere zelfmoordterroristen terugkeren. De timing spoort bovendien met twee belangrijke innovaties, de uitvinding van dynamiet en de opkomst van kranten als massamedium. Explosieven en propaganda zijn nog altijd kerningrediënten van zelfmoordterreur.

Kamikaze tijdens WOII

Kamikaze behoren tot het collectieve geheugen van de 20ste eeuw, maar u slaagt erin fascinerende details op te rakelen. Zo lieten Japanse zelfmoordpiloten bij het opstijgen hun landingsgestel op de startbaan achter voor hergebruik. Niet meer nodig, het was immers geen retourvlucht. Belangrijker echter is de rol van katalysator die kamikaze speelden. Omdat zelfmoordterreur als oorlogswapen werd ingezet?   

Overton: Ja, het werd een onderdeel van een militaire strategie. Strikt genomen waren de Japanse generaals geen pioniers, er was een precedent dat ze maar al te goed kenden. Bij de Japanse invasie in China in 1937 wierpen Chinese soldaten zich als menselijke bommen op vijandelijke tanks en troepen. De Chinezen hebben toen zelfs met bomvesten geëxperimenteerd, een fenomeen dat intussen gemeengoed is geworden. Het waren echter de Japanners die zelfmoordterreur hebben getransformeerd. Het was niet langer een wapen in handen van geïsoleerde revolutionairen, maar een instituut. De hersenspoeling van kandidaat-aanslagplegers, de personencultus rond de goddelijke keizer voor wie men zijn leven moest opofferen, dat hebben zij op punt gesteld.

De Japanse zelfmoordterreur kwam niet alleen uit de lucht vallen, het wapen werd ook onder water ingezet. Waarom zijn de fukuryu in tegenstelling tot de kamikaze tussen de plooien van de geschiedenis gevallen?

Overton: Omdat ze geen rol van betekenis hebben gespeeld. Fukuryu staat voor  zelfmoordduikers. Verzwaard met lood en extra zuurstofflessen konden ze tot zes uur op de zeebodem blijven, in een hinderlaag of lopend naar een vijandelijk schip. Ze hadden een lange bamboestok met daarop een zeemijn. Als die ontplofte zonk niet alleen het schip maar waren ze zelf op slag dood. Bedoeling was de fukuryu in te zetten tegen de Amerikaanse invasie in Japan. Vrijwilligers werden klaargestoomd in geheime opleidingskampen, maar het is niet zeker of ze ooit echt in actie zijn gekomen. De Japanse marine had overigens ook zelfmoordduikboten, in feite menselijke torpedo’s. Daarvan staat vast dat ze meermaals werden ingezet.

De 13-jarige Iraniër Mohammad Hossein Fahmideh dook op 30 oktober 1980 met een ontgrendelde granaat tussen de rupsbanden van een Iraakse tank. U noemt deze daad een kantelmoment in de moderne geschiedenis. Hoezo?

Overton:  Zijn dood heeft een enorme impact gehad in het hele Midden-Oosten. Natuurlijk had het uitschakelen van die ene tank weinig invloed op het verloop van de Iraaks-Iraanse oorlog. De betekenis schuilt in de manier waarop de Iraanse leider Khomeini zijn dood heeft gerecupereerd. Fahmideh werd als martelaar hoog op een voetstuk geplaatst. Ziekenhuizen en scholen werden naar hem vernoemd, zijn beeltenis sierde een bankbiljet. Die martelarencultus schiep een geweldig precedent dat in de hele regio navolging kreeg. Vanuit Iran is de modus operandi overgewaaid naar Libanon, waar Hezbollah een tweede mijlpaal heeft geslagen. Door enkele zelfmoordaanslagen, onder meer met vrachtwagens, hebben ze Amerika en Frankrijk gedwongen hun troepen terug te trekken. Daarmee is een nieuw tijdperk aangebroken, ineens werd duidelijk dat zelfmoordterreur een probaat middel was om machtige regeringslegers op de knieën te krijgen. Dat besef heeft zich als een virus verspreid. Het duurde daarna niet lang of het wapen werd op twee nieuwe fronten ingezet, in Palestina en Sri Lanka.

Iraanse volksheld-martelaar Mohammad Hossein Fahmideh. Voor eeuwig 13 jaar.

U ging op onderzoek in Sri Lanka waar het een makkie bleek om ooggetuigen en slachtoffers te vinden. Tijdens de 25 jaar durende burgeroorlog waren zelfmoordaanslagen door Tamil Tijgers (LTTE) zoniet dagelijkse dan wel wekelijkse kost. Mogen we hen de ongekroonde kampioenen in deze discipline noemen?

Overton: Tot 9/11 was de LTTE alleszins de groep met het grootste aantal aanslagen en slachtoffers op haar palmares. De Tamil Tijgers waren geen vernieuwers, maar ze hebben de modus operandi verfijnd en de slagkracht van het terreurwapen vergroot. Er waren speciale eenheden voor zelfmoordmissies, de Zwarte Tijgers. Kandidaten stonden in de rij, het voluntarisme om te sterven voor een onafhankelijke Tamilstaat was groot. Onder Zwarte Tijgers werd zelfs geloot om als eerste op missie te mogen vertrekken. Dat is vooral de verdienste van de stichter Prabhakaran, een erg charismatische leider die net zoals de Japanse keizer het voorwerp was van een doorgedreven personencultus. Anders echter dan Hirohito onderhield hij met zijn kandidaat-martelaren een persoonlijke relatie. Zo mochten ze aan de vooravond van hun missie bij de grote leider aanschuiven voor een afscheidsdiner.  Prabhakaran zorgde voor hun nagedachtenis, er waren ereperken en monumenten voor gesneuvelde Zwarte Tijgers, de propaganda roemde hun heldendaden. Om dat fenomeen te snappen moet je de context kennen. Het zelfmoordterrorisme van de Tamil Tijgers hield gelijke tred met de repressie door het regeringsleger.

De burgeroorlog eindigde in 2009 met de totale nederlaag van de Tamil Tijgers. Toch werd Sri Lanka recent opnieuw door een reeks zware zelfmoordaanslagen opgeschrikt. De rolbezetting was verschillend, het waren jihadstrijders die de christelijke minderheid viseerden. Ziet u desalniettemin een verband met de bloedige erfenis van de Tamil Tijgers?

Overton: Vooral de verschillen springen in het oog. De aanslagen op Paaszondag waren religieus geïnspireerd en gericht tegen burgers. De Tamil Tijgers daarentegen voerden een nationalistische strijd met aanslagen op politici, militairen en veiligheidsdiensten, al zijn er ook burgerslachtoffers gevallen. Maar ik zie wel een verband. Zodra zelfmoordterreur in een samenleving als een valabele optie wordt gezien om een politiek doel te bereiken, krijg je het niet meer weg. De geest is uit de fles, daar hebben de Tamil Tijgers wel voor gezorgd.

De recente aanslagen in Sri Lanka werden door Islamitische Staat opgeëist. Door extremistische soennieten dus, zoals meer dan 90 procent van alle zelfmoordaanslagen die sinds 9/11 werden gepleegd. Hoe zijn we op dat punt beland?

Overton: Daarvoor moeten we terugkeren in de tijd, naar een afgelegen plek in Zuid-Libanon met de lieflijke naam Bloemenweide. Tijdens de eerste intifada in 1987 heeft de Isräelische premier Yitzhak Rabin meer dan 400 Palestijnse activisten naar die plaats gedeporteerd. Een dure vergissing, want er zaten aanhangers van Hamas en Islamitische Jihad tussen die binnen kortste keren contact zochten met Hezbollah-strijders. Daar heeft zich de transfer voltrokken: soennitische extremisten leerden niet alleen de technieken van het zelfmoordterrorisme, ze namen in een moeite het sjiïtische concept van martelaarschap over. De gevolgen bleven niet uit: sinds 1994 werden in Israël liefst 114 zelfmoordaanslagen gepleegd, de helft door Hamas, de andere helft evenredig verdeeld over Islamitische Jihad en de Al Aqsa Brigade. De aanslagen waren tegen burgers gericht, alweer een grens verlegd. Achteraf bekeken is die transfer erg ironisch. Sjiieten zijn gaandeweg het voornaamste slachtoffer geworden van zelfmoordaanslagen door soennitische extremisten.

Hoe vallen zelfmoordaanslagen te rijmen met het taboe op suicide in de moslimwereld?

Overton: Door het niet als zelfmoord maar als martelaarschap te verpakken. Istishad, het concept dat moslims toelaat om hun leven op te offeren in de strijd, bestaat zowel in het sjiisme als in het soennisme. Toch is er een belangrijk verschil. In het sjiisme kijken ayatollahs streng toe op de interpretatie en toepassing van religieuze principes. Dat gezag bestaat niet in het soennisme waar duizenden imams hun eigen interpretatie van de basisregels volgen. Daarmee staat de doos van Pandora open: een kleine minderheid van soennitische geestelijken propageert een extremistische lezing waarvoor ze inspiratie zoeken bij middeleeuwse theologen. Zoals Ibn Tamiyah, een van de huisfilosofen van zowel IS als van de in 2006 gesneuvelde Al Qaida-leider Al Zarqawi. Ibn Tamiyah wordt door soenni-extremisten vaak geciteerd om de jihad tegen afvallige burgers zoals sjiieten te vergoelijken.

Al Qaida, Al-Shabaab, Al-Nusra, Taliban, Boko Haram, de grootleveranciers van zelfmoordterreur zijn merken met wereldfaam geworden. Een groep springt eruit: Islamitische Staat. Wat maakt die beweging zo bijzonder?

Overton: De apocalyptische wereldvisie. Sterven in de strijd is voor IS-aanhangers slechts een voorafname op het einde van de wereld. Ze maken zich daar een romantische voorstelling van. Op het donkerste uur, wanneer de nederlaag op het slagveld onafwendbaar lijkt, zal de profeet Jezus op de minaretten van Jeruzalem verschijnen om het einde der tijden af te kondigen. Paradoxaal genoeg spoorde dat vooruitzicht met de aantrekkingskracht die het wereldse kalifaat uitoefende, ook op geradicaliseerde moslims uit Europa. In afwachting van de apocalyps bood het rijk van Al Bagdadi hen de kans om ondermaans een waardig leven als vrome moslim te leiden.

IS hecht meer dan andere terreurbewegingen belang aan communicatie en propaganda. De video is even belangrijk als de aanslag. Waarom zet IS zijn gruweldaden zoals het levend verbranden van een Jordaanse piloot dik in de verf?

Overton: Islamitische Staat is samen met de sociale media groot geworden. Logisch dat ze dat kanaal voluit bespelen. Waarom liggen in Londen of Brussel jonge moslims wakker van geallieerde bombardementen in verafgelegen landen zoals Irak of Afghanistan? Omdat IS de beelden van de verhakkelde slachtoffers in hun gezicht duwt. Het verspreiden van gruwelvideo’s is geen IS-monopolie, Mexicaanse drugkartels gaan zo mogelijk nog verder. Intimidatie om hun territorium af te bakenen, maar bij IS speelt nog een motief. Ook Europa heeft een verleden van gruwelijke rechtspleging, met foltering en openbare executies. Vanaf de 18de eeuw is dat stilaan geëvolueerd. Executies werden minder wreed, verdwenen uit de openbaarheid, tot in de 20ste eeuw de doodstraf helemaal werd afgeschaft. Welnu, IS verwerpt dat Westerse concept van rechtsbedeling. Dat is de boodschap achter al die onthoofdingsvideo’s: wij staan voor een islamitische visie op schuld en boete.

Mohamed Atta. Gedreven door een apocalyptisch wereldbeeld

Bestaat er zoiets als een prototype van de zelfmoordterrorist?

Overton: Nee, maar ik doe wel enkele vaststellingen. Op een handvol uitzonderingen na gaat het om mannen, veelal twintigers. Europese zelfmoordterroristen zijn gemiddeld genomen hoog opgeleid, wat niet belet dat ze vaak met werkloosheid kampen. Dat is niet per se het gevolg van discriminatie. Regulier werk valt moeilijk te combineren met een consequent leven als salafistische moslim. Het belang van persoonlijkheidsfactoren valt moeilijk in te schatten. Door het taboe op suicide kan istishad voor depressieve moslims het pad naar zelfmoordterrorisme effenen. Toch zal de overgrote meerderheid van depressieve moslims zo’n stap nooit overwegen. Palestijnen en Tibetanen zitten min of meer in dezelfde, uitzichtloze situatie. Palestijnen plegen zelfmoordaanslagen, Tibetanen steken zichzelf in brand. Ik wil maar zeggen, groepsdynamieken zijn veel relevanter dan individuele kenmerken.

Wat is er aan van het cliché van de 72 maagden? Werkt dat echt als lokaas voor kandidaat-zelfmoordterroristen?

Overton: Het is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Als je in het Midden-Oosten langer dan tien minuten met mannen praat, stel je vast dat ze een pornografische fixatie hebben. Hun beeld op vrouwen en seks komt recht uit de XX-studio’s van Californië. Natuurlijk zijn er daders die van die 72 maagden geen snars geloven en zich toch opblazen. Maar voor laagopgeleide jongeren die verbitterd zijn over onrecht, kan het een aantrekkelijk idee zijn dat hen over de streep trekt. Het perspectief krijgt extra kleur door de mythes die erover rondgaan. Op het moment dat de bomvest ontploft, schieten de maagden in actie om het uiteengereten lichaam van de martelaar weer samen te stellen. Die maagden zijn bloedmooi, menstrueren nooit en staan altijd klaar om hun martelaar te bedienen.

Komt de wereld ooit nog af van deze gesel?

Overton: Ik vrees van niet. Alleen al vorige week (eind mei, nvdr) waren er zelfmoordaanslagen in Bagdad, Afghanistan en Indonesië. Vele aanslagen blijven onder de radar, ze spelen zich af in landen waar nauwelijks nog media opereren. Het succes van zelfmoordterreur hoort bij de  asymmetrische oorlogsvoering die ons tijdperk kenmerkt.

Wat bedoelt u?

Overton: De geallieerden vechten in Irak en Afghanistan met vliegtuigen en drones. Wat kunnen hun vijanden tegen die hightech inbrengen? Improvised Explosive Devices, een wapen waarvan de menselijke variant met de bomvest veruit de dodelijkste variant is. Het is een dialectisch proces. Het succes van bermbommen en zelfmoordaanslagen verklaart waarom Amerikanen en Britten in Irak en Afghanistan zo weinig mogelijk patrouilles uitsturen. Ze verschansen zich in zwaar beveiligde kampen en sturen drones uit voor precisiebombardementen en gerichte executies. Dat willen ze ons doen geloven, maar als onderzoeksjournalist ken ik een andere realiteit. Het zijn in grote meerderheid burgers die omkomen bij die zogenaamd chirurgische aanvallen. Dat is dan weer koren op de propagandamolen van IS en consorten die het contrast gretig benadrukken. De operator die vanuit zijn bunker in Nevada onschuldige burgers vermoordt, tegenover de man met de bomvest die zijn leven geeft voor de oemma. Wie is de held en wie de lafaard? Ik heb samen met onderzoekers van de Royal Holloway University een statistische analyse gemaakt van drone-aanvallen en zelfmoordaanslagen in Pakistan. De correlatie is duidelijk. In de maand na een drone strike ging het aantal zelfmoordaanslagen steil omhoog.

U pleit voor een VN-ban op zelfmoordbommen. Waarom is dat minder naïef dan het klinkt?

Overton: Het wordt hoog tijd dat de VN de ernst van dit probleem erkent. Er is heel veel aandacht voor antipersoonsmijnen. Terecht, maar die wapens claimen slechts 2 procent van de slachtoffers in conflictgebieden, terwijl dat bij zelfmoordterreur rond de 30 procent schommelt. Ik geloof in de stigmatiserende werking van zo’n wereldwijd verbod. Gas was in de Eerste Wereldoorlog een efficiënt wapen, en toch is het door ethische overwegingen in onbruik geraakt.

Iain Overton

Groot-Brittanië, 46 jaar

studeert internationale politiek in Cambridge

maakt als onderzoeksjournalist televisiedocumentaires voor BBC en Channel 4

wordt in 2010 de eerste directeur van Bureau of Investigative Journalism, een non-profit nieuwsagentschap dat onder meer de Wikileaks-logs over de Irak-oorlog onderzocht

publiceert in 2015 “Gun Baby Gun”  over de geschiedenis van vuurwapens

oprichter en leider van Action on Armed Violence, een NGO die de wapenindustrie monitort

De prijs van het Paradijs, 2019, Uitgeverij Volt, 600 pagina’s, 24,50 euro

Frank Furedi over Angst in de Westerse maatschappij

verschenen in Knack, 27 augustus 2014)

‘We rollen de loper uit voor terroristen’

 

Westerse landen spreiden het bed voor de terroristen van IS. Angst is het deken waaronder ze zich met onze complimenten koesteren. Gesprek met de Brits-Hongaarse socioloog Frank Furedi over een kanker die de hele maatschappij aanvreet.

Frank Furedi (foto Wikipedia)

Frank Furedi (foto Wikipedia)

 

 

Frank Furedi (67) kan het alleen beamen als we ons in zijn bibliotheek in Faversham-Kent installeren. Een beter moment voor een interview over het fenomeen angst hadden we niet kunnen kiezen. Het beeld van James Foley, geflankeerd door de beul die op het punt staat hem te onthoofden, domineert alle fora. Furedi heeft niet alleen de foto gezien, hij heeft de bijna vijf minuten durende gruwelvideo aandachtig bestudeerd. Wegkijken van onaangename feiten is niet zijn stijl. De Brits-Hongaarse socioloog, professor aan de University of Kent, verwierf wereldwijde faam met ‘Culture of Fear’, een verontrustende diagnose van een ziekte die volgens Furedi de Westerse maatschappij van binnenuit opvreet. Er valt niet naast te kijken: de afschuwelijke beelden van James Foleys dood hebben de angstkoorts naar een nieuwe piek gejaagd.

–       Waarom heeft u die video bekeken?

Furedi: “De impact van die beelden is enorm. Zelfs mijn vrouw was ervan aangedaan, terwijl ze een taaie tante is. Ik heb er onmiddellijk twee stukken over geschreven, eentje op vraag van CNN. Toegegeven, Islamitische Staat heeft hier een briljant stukje angsttheater opgevoerd. Uiteraard waren de beulen niet in die arme fotograaf geïnteresseerd, het was hen uitsluitend om de shock te doen die de beelden in het Westen zouden teweegbrengen. Wat mij daarbij frappeert is de bijna terloopse manier waarop ze de executie voltrekken, heel anders dan de onthoofdingen die eerder in het Midden Oosten plaats vonden en een sterk ritueel karakter hadden”.

–       U klinkt als een kenner van het genre…

Furedi: “Ik heb de laatste tijd inderdaad heel wat veel jihadi-video’s gezien. Iedereen denkt daarbij aan middeleeuwse taferelen in een Midden Oosten-kader. Maar niks is minder waar, het zijn flitsende clips vol referenties aan westerse jongerencultuur zoals rapmuziek en straatjargon. Dat is een invloed die onze inlichtingendiensten onderschatten, ze staren zich blind op de rol van religie en ideologie in de radicalisering. van jongeren. Soms is het echt wel gruwelijk. In een van die video’s zie je een Britse jihadi die een afgesneden hoofd bij de haren optilt. This is just chilling, hoor je hem zeggen”.

–       Deprimerende kijkervaring…

Furedi: “Ja, maar ook verhelderend. De haat en vernielzucht zijn haast ondraaglijk, maar tegelijkertijd druipen die filmpjes van het narcisisme. Kijk naar Mij, de held voor vijf minuten. Het zijn een soort selfies, gemaakt in een gruwelcontext. Uiteraard is dat niet de essentie, de filmpjes zijn vooral een buitengewoon efficiënte manier om de eigen achterban te motiveren en tegelijkertijd het moreel te ondergraven van een tegenstander die in wezen veel sterker en beter bewapend is. Minimale inspanning, maximaal resultaat. Ook nu weer, het hele Westen is in een angstkramp geschoten. Waarom, vraag ik me af. Natuurlijk is het onthoofden van een onschuldige man afschuwelijk, maar het vormt geen enkele bedreiging voor onze persoonlijke veiligheid. Het is paradoxaal: door zo angstig te reageren, spelen we in de kaart van de vijand die ons zoveel angst inboezemt. We rollen de rode loper uit voor tegenstanders zoals IS. Die weten perfect dat ieder incident bij ons als een mokerslag aankomt en een tegenreactie uitlokt. Net wat ze willen, en het is perfecte reclame bovendien om rekruten te werven onder geradicaliseerde moslimjongeren”.

–       Kun je het gewone mensen kwalijk nemen dat ze angstig reageren? Als zelfs de Britse premier Cameron na de onthoofding zijn vakantie afbreekt, en publiekelijk verklaart dat teruggekeerde jihadi’s een directe bedreiging voor Britse steden vormen. Diezelfde waarschuwing hebben we trouwens in België ook al vaak gehoord..

Furedi: “Dat is geen toch houding? Een echte leider zou zijn volk oproepen om de rug te rechten. Ja, er is terrorisme in de wereld en het zal niet vanzelf verdwijnen. Laten we er leren mee omgaan en intussen vastberaden de waarden verdedigen waar onze Westerse maatschappij voor staat, vrijheid, tolerantie en democratie”.

–       Hoe dan wel? Door een militaire interventie in Irak?

Furedi: “Dat bedoel ik niet, ik heb me altijd principieel gekant tegen interventies. Kijk naar Irak, kijk naar Libië. Wat heeft het Westen daar bereikt? Niks, onze tussenkomst heeft de malaise alleen maar groter gemaakt. En waarom zitten we nu met een Islamitische Staat opgescheept die ons nota bene met Amerikaanse wapens bestrijdt? Omdat we zo nodig in Syrië een Arabische lente moesten ontketenen, een land waar verschillende minderheden en religies elkaar al eeuwenlang in een delicaat evenwicht houden. Een kind kon voorspellen dat zoiets fout moest lopen. Maar nee, David Cameron wilde vorige zomer zelfs grondtroepen naar Syrië sturen. Gelukkig heeft het parlement hem toen teruggefloten, anders hadden Britse soldaten schouder aan schouder gevochten met dezelfde rebellen die we nu als monsters bestempelen. Mijn afkeer van buitenlandse interventies betekent echter niet dat ik een pacifist ben, er zijn zaken die het waard zijn om voor te vechten. En dat doe je niet zoals het nu gebeurt, met troepen die alle risico’s schuwen. Zo win je geen oorlog”.

– Wij zijn bang voor bodybags, IS niet?

Furedi: “Precies. Deze periode moet uniek zijn in de krijgsgeschiedenis. Nederland en Duitsland hebben hun jarenlange vredesmissie in Afghanistan afgerond zonder bij wijze van spreken een schot te lossen. Ook in het Britse leger geldt force protection, het vermijden van slachtoffers in eigen rangen, als topprioriteit. Aan de wapens of uitrusting ligt het niet, maar soldaten op missie krijgen zoveel regels opgelegd, dat ze in feite sociale werkers zijn. Zover is het dus gekomen: we aanvaarden niet meer dat het risico op sneuvelen bij het leven van een militair hoort. Ook de politie en andere hulpdiensten zijn in dat bedje ziek. Laatst werd hier in de buurt een vrouw gegijzeld. Na anderhalve dag was de politie nog altijd niet klaar met haar risicoanalyse. Uiteindelijk konden de buren het niet meer aanzien. Ze zijn zelf binnen gegaan, hebben de gijzelnemer overmeesterd en de vrouw bevrijd. Ach ja, het zit nog veel ruimer. In Manchester is zo een peuter van twee verdronken. Een voorbijganger had haar in de richting van het water zien lopen. Hij besefte het gevaar, maar durfde niet ingrijpen omdat hij bang was voor een pedofiel te worden aanzien. Dat is wat de angstcultuur met de mens doet: ze fnuikt iedere zin voor initiatief”.

–       ‘Is het geen tijd voor een update van uw boek ‘Cultuur van Angst’? Er is niet alleen het terrorisme van Islamitische Staat of Boko Haram. Het klimaat gaat om zeep, een nieuwe Koude Oorlog staat voor de deur, de economische crisis bedreigt onze welvaart, en nu is er ook nog Ebola uitgebroken…

Furedi: “Gebrek aan tijd, momenteel ben ik met andere thema’s bezig. Maar ik moet toegeven dat het kriebelt en dat ik van al van verschillende kanten aan de mouw werd getrokken. De vorige editie heb ik geschreven vanuit een gevoel van onbehagen. Het waren de eerste jaren van de nieuwe eeuw, en de Westerse mens leek definitief zijn vermogens te verliezen om met onzekerheden om te gaan. Toen is men begonnen met het van a tot z reguleren van de maatschappij, in een krampachtige poging om alle risico’s uit te sluiten. Sindsdien is het alleen maar erger geworden. Doe zelf de test: hoe vaak had je pakweg vijftien jaar geleden het begrip ‘extreem weer’ horen vallen? Dat bestond nog niet. Vandaag spreken we al van extreem weer als er vijf centimeter water valt. Het aantal overstromingswaarschuwingen valt niet meer bij te houden”.

–       Geen wonder. De voorbije winter en lente stond de helft van Zuid-Engeland blank…

Furedi: “Ach, dat viel allemaal best mee, we hebben erger gekend. Beste bewijs: verzekeringsmaatschappijen hebben minder schadevergoeding uitbetaald dan in vorige jaren. Overstromingen horen al drie eeuwen bij het Zuiden van Engeland, dat is nu eenmaal zo. De vraag is hoe je ermee omgaat. Als er twee schapen verdrinken en een paar kelders onderlopen, moet je niet meteen roepen dat het een nationale ramp is. Ik heb me in de watersnood van 1953 verdiept, toen hier meer dan 400 mensen verdronken zijn. Op foto’s die enkele dagen na de ramp werden gemaakt, zie je lachende mensen die de mouwen opstropen om hun huizen en levens herop te bouwen. Mensen toonden nog veerkracht. Een ramp of een moeilijk moment werd als een levenservaring beschouwd, een pagina die je kon omslaan als het leed geleden was. Vergelijk dat met de reactie op de veel minder rampzalige overstroming van de voorbije winter. Er werden therapeuten gestuurd, tientallen hulpverleners die de psychische nood van de geteisterde slachtoffers moesten lenigen. Oh wee, klonk het immers, deze mensen zijn getekend voor het leven. Kijk, het koesteren van het slachtofferschap is een van de aspecten van onze risicoschuwe, door angst geobsedeerde maatschappij. Helden hebben afgedaan, slachtoffers zijn de nieuwe helden geworden”.

–       Hoezo?

Furedi: “Vroeger bouwden mensen hun identiteit op aan de hand van hun verwezenlijkingen, ze waren de stuwende kracht van hun eigen bestaan. Dat is veranderd, de mens in niet langer het subject maar veeleer het object van zijn eigen leven geworden. Niet wat je hebt gedaan, maar wat je hebt ondergaan, bepaalt wie je bent. Iedereen is tegenwoordig slachtoffer, een status overigens die je kunt erven, want je kunt ook slachtoffer zijn van wat je ouders of zelfs grootouders hebben meegemaakt. Ik heb zowel met Holocaust-overlevers als hun nabestaanden gesproken. Vaak waren de kinderen meer getraumatiseerd dan de ouders die de gruwel aan den lijve hadden ervaren. Mijn joodse moeder heeft Buchenwald overleefd, op haar zus na werd haar hele familie door de nazi’s uitgeroeid. Toch heeft ze zich nooit slachtoffer gevoeld. Vergeten deed ze het uiteraard niet, maar de oorlog heeft haar leven niet in een plooi gelegd. Op het einde, toen ze al in de tachtig was, maakte ze zich daar zorgen over. Frank, vroeg ze, ben ik misschien abnormaal omdat ik me geen slachtoffer voel? Mijn moeder was een sterke vrouw. Ze kreeg kanker, en werd geopereerd. Met succes, de kanker was weg en dat was dat,  moeder pikte de draad van haar leven weer op. Vandaag worden kankerpatiënten tot slachtoffers voor het leven gebombardeerd. Zelfs als ze genezen worden verklaard, staat een batterij coaches en therapeuten klaar om te helpen met het verwerken van de ervaring”.

–       U heeft het niet begrepen op coaches en therapeuten. Waarom?

Furedi: “Opvoedingsdeskundigen, relatietherapeuten, sekstherapeuten, voor ieder aspect van je persoonlijke leven is er een expert. In Engeland heb je zelfs life coaches, zelfverklaarde specialisten die de pretentie hebben dat ze je kunnen vertellen hoe je moet leven. Ik mag er niet aan denken. Van een goede vriend wil ik graag raad krijgen, maar niet van een buitenstaander die me helemaal niet kent. Ik vind het een teken van decadentie. De mens wordt niet langer als een wilskrachtig en autonoom individu gezien, maar als een zwakkeling die niet in staat is zich zonder externe hulp staande te houden”.

–       Maar mensen zijn zelf vragende partij voor hulp van therapeuten en coaches…

Furedi: “Wat wil je als je in een maatschappij leeft die gedomineerd wordt door angst en onzekerheid, een wereld waarin we voortdurend tot voorzichtigheid worden aangemaand Daar ligt het paard gebonden: we zijn ons geloof in de maakbaarheid van de toekomst verloren. De mens moet experimenteren, met vallen en opstaan streven naar een betere wereld. Daar ben ik zelf van doordrongen. Het vermogen ons lot in eigen handen te nemen is wat ons tot mensen maakt. Daarom ben ik activist geworden en raakte ik geboeid door revolutionaire ideologieën. En vandaar ook mijn fascinatie voor het fenomeen angst. In de angstcultuur is experimenteren uit den boze, we klampen ons wanhopig vast aan het status quo”.

–       Waar zijn we het spoor bijster geraakt? 

Furedi: “In de jaren zeventig van de vorige eeuw.  Alle toekomstmodellen vielen in duigen. Het communisme had gefaald, het kapitalisme deugde niet, de sociale welvaartstaat dreigde onbetaalbaar te worden, en de olie raakte op. Er zijn twee beroemde speeches die het kantelpunt markeren. Jimmy Carter die verklaart dat de mensen het geloof in Amerika hadden verloren, toch wel onthutsend uit de mond van een Amerikaanse president. En dan was er de speech van Alexander Solzjenytsin in Harvard. Jullie Westerlingen zijn lafaards, zei hij, jullie hebben geen ruggengraat meer”.

–       hoe sijpelt dat angstklimaat door in ons persoonlijke leven?

Furedi: “Kinderen worden erdoor geïndoctrineerd, vanaf hun zesde krijgen ze thuis en op school te horen dat ze voorzichtig moeten zijn, en dat ze er vooral niet moeten op uittrekken om zelf de wereld te ontdekken. Achter iedere boom kan immers een pedofiel staan. Mijn zoon gaat volgende jaar naar Londen studeren. Zoals al zijn vrienden heeft hij de voorbije maanden een verkenningsronde langs een half dozijn universiteiten in Engeland, Schotland en Ierland gemaakt. Kun je geloven dat hij de enige was die niet door zijn ouders werd vergezeld? Bijna achttien, en nog altijd aan het handje van mama en papa”.

–       Is kindermisbruik een overschat probleem?

Furedi: “Absoluut, het lijkt wel alsof in iedere man een potentiële pedofiel schuilt. De gevolgen zijn desastreus voor beide generaties. Mannen durven hun verantwoordelijkheden als ouder of volwassene niet meer op te nemen, ze zijn bang om een kind te omarmen als het behoefte heeft aan troost. In Engeland zijn er scholen waar het reglement leerkrachten verbiedt kinderen met zonnecrème in te smeren, want iedere aanraking kan verkeerd worden geïnterpreteerd. Dat is ook nefast voor kinderen die effectief het slachtoffer van misbruik werden. Door zoveel misbaar te maken, pin je hen alweer vast op hun slachtofferrol en worden de gevolgen alleen maar erger”.

–       zijn kinderen als dierbaarste bezit ook onze grootste bron van angst?

Furedi: “Gezondheid is nog erger. Neem nu onze voeding. Het regent aanbevelingen. Eet nietdit, eet niet dat, het hele jargon is paternalistisch. Fast food heette eerst junk food, intussen spreken we al van evil food, kwaadaardig eten. Voedsel is een norm geworden, een manier om goed van kwaad te onderscheiden. Vegetariërs mogen zich superieur aan vleeseters wanen. En dan heb ik het nog niet over epidemiepaniek. Okay, ebola is een risico als je in Afrika naast een ziekenhuis woont, maar de kans op een besmetting in Europa is nihil. Herinner je je de vogelgriep? Het zou een pandemie worden, miljoenen mensenlevens werden bedreigd. Het bleek loos alarm, eens te meer. Ze hebben in Hong Kong de pluimveestapel opgeruimd, en de besmetting in de kiem gesmoord. Eigenlijk was dat een hoopgevend verhaal, een bewijs dat de mens in staat om zo’n potentieel gevaar te bezweren. Maar dat is niet wat we ervan onthouden. Deze keer zijn we eraan ontsnapt, luidde het, maar de volgende keer zal het veel erger zijn. Doemdenken, zo zwengelt men het angstklimaat aan”.

–       is het de fout van de media die alles opblazen?

Furedi: “Nee. De media werken als een megafoon, maar ze kunnen alleen maar versterken wat al bestaat. Angst dus, een gevoel dat zich vroeger rond concrete dreigingen kristalliseerde. Angst is immers een nuttige emotie, een overlevingsreflex. Als ik morgen op straat een losgebroken leeuw tegenkom, zet ik het uiteraard op een lopen. Ik kan ook goed begrijpen dat mensen zich zorgen maken over hun baan of de betaalbaarheid van hun pensioen. Maar de huidige angstcultuur teert vooral op onzichtbare, diffuse gevaren. Hoe vaak hoor je niet spreken van het topje van de ijsberg? Komt er een pedofilieschandaal aan het licht? Het topje van de ijsberg, er zijn vast tien keer meer slachtoffers. Een tropische cycloon, een sneeuwstorm? Een voorsmaakje van wat de klimaatverandering voor de mensheid in petto heeft. Dat hele concept is problematisch. Als je ervan uitgaat dat je slechts het topje van de ijsberg ziet, geef je jezelf een vrijgeleide om bang te zijn voor de veel grotere maar onzichtbare dreiging onder de waterlijn”.

–       U blijft sceptisch over klimaatverandering, dwars tegen de groeiende wetenschappelijke consensus in dat er wel degelijk wat aan de hand is. Waarom?

Furedi: “Het klimaat is altijd al aan veranderingen onderhevig geweest. Nieuw is alleen dat de mens als oorzaak wordt aangewezen. Ik draai lang genoeg mee in academische kringen om te weten hoe een wetenschappelijke consensus tot stand komt. Volgens mij wordt het allemaal vreselijk gedramatiseerd. Ik zie de klimaatheisa als een uiting van misantropie. De mens als bedreiging voor de natuur, dat is ook het uitgangspunt van Greenpeace en andere groene NGO’s die in wezen oerconservatief zijn”.

–       Oerconservatief?

Furedi: “Ze slaan ons om de oren met termen als duurzaamheid en menselijke voetafdruk, concepten die ik verafschuw. Ik was ooit op een congres in Australië over duurzaamheid, de enige spreker die een betoog afstak tegen duurzaamheid. Want wat is dat anders dan een motie van wantrouwen aan het adres van de mens?  Duurzaamheid en vooruitgang gaan niet samen, de mens moet experimenteren en vooruitgang nastreven, en dat gaat niet zonder het produceren van CO2. Edmund Burke was de eerste die het begrip duurzaamheid hanteerde, niet toevallig een van de grondleggers van het Britse conservatisme. Burke en zijn geestgenoten zagen verandering als een bedreiging voor de toekomst, net zoals de huidige milieubeschermers”.