Tagarchief: Jef Vermassen

Het Grote Assisendebat: Jef Vermassen vs Raf Verstraeten

Knack, 2 december 2015

De commissie van de Kamer is begonnen met de bespreking van Potpourri II, een wetsontwerp dat de doodsteek geeft aan het Hof van Assisen. Moord, doodslag, terrorisme, de zwaarste misdaden kunnen naar de correctionele rechtbank worden gestuurd. Een zware vergissing, vindt strafpleiter Jef Vermassen. Eindelijk, verzucht zijn collega Raf Verstraeten. Een debat over de populairste erfenis van Napoleon. 

Jef Vermassen en Raf Verstraeten (foto: Franky Verdickt)

Jef Vermassen en Raf Verstraeten (foto: Franky Verdickt)

 

Volgens de encyclopedie is een potpourri een geurig kruidenmengsel, ideaal als luchtverfrisser. Dank zij minister van justitie Koen Geens (CD&V) behoort het begrip voortaan ook tot het Wetstraat-jargon. Potpourri staat voor een amalgaam van kleine en grote hervormingen om justitie efficiënter te maken, zoals voorzien in het in mei goedgekeurde Justitieplan. De eerste van de vier geplande uitvoeringswetten werd vorige maand door het parlement goedgekeurd. Potpourri I, een reeks maatregelen om de burgerlijke rechtspleging te stroomlijnen, oogstte verdeelde reacties. Ruikt onfris, klonk het nogal voorspelbaar bij critici die vooral vrezen dat de toegang tot justitie duurder en daardoor ook minder democratisch wordt.

 

Onfris ruiken? Potpourri II, met strafrecht en procesvordering als toepassingsgebied, wordt door tegenstanders nu reeds als een stankgolf omschreven. Het wetsontwerp, dat begin volgend jaar moet worden goedgekeurd, belooft dan ook een mijlpaal te worden. Potpourri II komt de facto neer op het afschaffen van de hoven van assisen. Nominaal blijft juryrechtspraak bestaan, echt afschaffen kan alleen als de grondwet wordt gewijzigd. Zo blijven politieke misdrijven en drukpersmisdrijven de exclusieve bevoegdheid van assisenhoven. Nogal smal als existentiële basis, want beide misdrijven worden nooit strafrechtelijk vervolgd. Potpourri II maakt echter alle misdaden, ook moord, doodslag en terrorisme, ‘correctionaliseerbaar’. Kamers van Inbeschuldigingstelling kunnen kiezen of ze een zaak naar een assisenhof dan wel een correctionele rechtbank verwijzen. Verwacht wordt dat ze systematisch voor de laatste optie zullen kiezen, tenslotte is de hervorming er vooral gekomen als antwoord op de klaagzang van de magistratuur over de trage, geldverslindende werking van juryrechtspraak.

De zaak ligt erg gevoelig. Assisen heeft behalve hevige tegenstanders ook fervente voorstanders, en niet alleen onder assisenpleiters en rechtbankjournalisten. Het afschaffen van het enige forum waarop het volk direct bij de rechtspleging wordt betrokken, is politiek delicaat. Aanvankelijk stuurde minister Geens dan ook op een compromis aan. Ernstige misdaden tegen politiemensen zouden nog onder de exclusieve bevoegdheid van de assisenhoven vallen, net zoals misdaden waarbij minderjarigen betrokken zijn en waarbij de burgerlijke partijen zich tegen een correctionalisering verzetten. Die piste werd evenwel door de Raad van State afgekeurd als strijdig met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.

 

Pro of contra assisen? Knack verenigde beide kampen rond één tafel.  Strafpleiter Jef Vermassen (68) is met bijna 100 assisenprocessen op zijn palmares een vanzelfsprekend voorstander. Zijn opponent komt al evenzeer beslagen op het ijs. Raf Verstraeten (55) is niet alleen advocaat, gespecialiseerd in fiscaal en financieel strafrecht. De Leuvense professor strafrecht en strafvorderingsrecht trok aan de kar bij eerdere pogingen om assisen te hervormen, hij gaf zelfs zijn naam aan de expertencommissie die elf jaar geleden met dat objectief door de toenmalige minister van justitie Onkelinx werd opgericht.

–  2004, dat is een eeuwigheid en verschillende ministers van justitie geleden. Waarom heeft de hervorming zo lang op zich laten wachten?

Raf Verstraeten: ‘Geen politiek draagvlak. Dat was de boodschap van minister Onkelinx toen we haar ons rapport presenteerden. We hadden er een jaar lang hard aan gewerkt, tientallen uiteenlopende meningen gepolst. Binnen de commissie was een ruime meerderheid gewonnen voor het afschaffen van assisen. Als alternatief stelden we een gemengde rechtbank voor, naast beroepsmagistraten zouden ook leken over de zwaarste misdrijven oordelen. We behielden dus de inspraak van het volk, een klassiek argument pro assisen. In tegenstelling echter tot de volksjury, waarvan de leden voor slechts één zaak worden uitgeloot, opperden we de lekenrechters na een selectie voor een periode van een jaar aan te duiden, een manier om meer voorbereiding en competentie toe te laten. Onkelinx heeft ons plan wel afgetoetst, maar ze kwam algauw van een koude kermis terug. Van links tot rechts, Vlamingen of Franstaligen, geen enkele partij wilde aan assisen raken. Ze heeft ons dan de opdracht gegeven plan B uit te werken: assisen behouden maar moderniseren. Ook daar hebben we veel energie ingestoken, maar toch heeft het nog tot 2009 geduurd vooraleer een eerste, mijns inzien te voorzichtige, hervorming werd goedgekeurd. Het motiveren van de schuldvraag, een eis die later door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd afgedwongen, zat al in ons plan B’.

Jef Vermassen: ‘Ik ben destijds ook voor jullie commissie verschenen. Eerlijk gezegd, ik voelde een enorme vooringenomenheid, sommigen reageerden ronduit vijandig toen ik het waagde voor het behoud van assisen te pleiten. Ik heb toen trouwens verschillende voorstellen gedaan om de assisenprocedure te ontvetten en efficiënter te maken, maar daar is niks mee gebeurd. (bitter) Geen wonder wellicht, het was niet de bedoeling assisen te moderniseren maar af te schaffen’.

Verstraeten: ‘Vooringenomen? Dat was absoluut niet het uitgangspunt, zoals trouwens blijkt uit de diverse samenstelling. Behalve magistraten en advocaten zaten ook een rechtsfilosoof en iemand van slachtofferhulp mee aan tafel, evenals twee burgers die zelf in een assisenjury hadden gezeten. De waarheid is dat er in de loop van de debatten een ruime meerderheid ervan overtuigd raakte dat het Hof van Assisen beter kon worden afgeschaft’.

–  was dat optreden voor de Commissie Verstraeten-Frydman jullie eerste kennismaking?

Vermassen: ‘Bijlange niet, we kenden elkaar van de universiteit, ik heb zelf vijf jaar praktijkcollege gegeven in Leuven. Sterker nog, we hebben samen in assisen gestaan. Een moordpoging op een vrouwelijke psychiater in opleiding, de dader werd jaren later in Leuven Centraal doodgeschoten toen hij een vrouwelijke cipier had gegijzeld. We stonden allebei aan de kant van de burgerlijke partijen, Raf voor het ziekenhuis, ik voor het slachtoffer. Je hebt dat trouwens puik gedaan, we zouden samen een complementair assisenduo kunnen vormen (lacht)’.

– ook wijlen Piet Van Eeckhaut was vol lof toen hij u als tegenstander ontmoette voor het Gentse Hof van Assisen. En dat voor een gezworen tegenstander van assisen, liet hij zich ontvallen

Verstraeten: (verrast) ‘Heeft hij dat gezegd? Dat wist ik niet, al herinner ik me die moordzaak nog al te goed. Ik heb vier assisenzaken gedaan, allemaal in een vroegere fase van mijn carrière. Uitermate boeiend, als jurist en als mens. Maar die ervaringen hebben niets veranderd aan mijn overtuiging dat assisen niet de beste manier is om justitie te bedrijven. Dat heeft me uiteraard niet belet om telkens mijn beste beentje voor te zetten. Als je een opdracht van een cliënt aanvaard, moet je voluit gaan’.

– u bent een fervent voorstander van assisen. Logisch, zegt de volksmond, Jef Vermassen verdient een dikke boterham met het bespelen van volksjury’s.

Vermassen: ‘Ach, de volksmond. Als het me louter om het eigenbelang te doen was, dan zou ik liever vandaag dan morgen assisen afschaffen en alles aan beroepsrechters overlaten. Dat zou het werk veel simpeler maken voor een advocaat die negen keer op de tien aan de kant van de burgerlijke partij staat. Ik zou dan geen energie meer moeten steken in het weerleggen van juridische nonsens die tegenpartijen soms verkopen, de trucen van de foor waarmee ze een jury proberen te misleiden. Bij beroepsrechters pakt dat niet, die kijken daar los door. Nee, ik verdedig assisen vanwege het maatschappelijk belang. Napoleon, de man die grotendeels aan de basis ligt van onze juryrechtspraak, vond dat men alleen de beste voorzitters naar de hoven van assisen mocht sturen. Assisen, zo besefte hij, was het kijkvenster op justitie. Dat geldt nog altijd, een assisenproces is het enige moment waarop de burger voeling heeft met justitie. Dat gaat verder dan de verslaggeving in de media, dank zij de volksjury is er sprake van actieve betrokkenheid. Assisen blijft cruciaal voor het vertrouwen in justitie, de volksjury geniet trouwens een immense populariteit. In feite wil alleen intellectueel Vlaanderen koste wat het kost assisen afschaffen, altijd met dezelfde dooddoeners over de jury die niet representatief is en alleen uit onbenullen bestaat. In Franstalig België leven die vooroordelen niet, daar spiegelen ze zich aan Frankrijk waar assisen een onaantastbaar instituut is. Wist je dat zowat een derde van de wereld juryrechtspraak kent? In de Verenigde Staten zijn op dit eigenste ogenblik een paar honderd assisenzaken aan de gang. Mijn grote hoop is dat de MR Potpourri II alsnog in het parlement tegenhoudt, er circuleren trouwens geruchten in die zin’.

Verstraeten: ‘Ik ben niet ongevoelig voor argumenten zoals betrokkenheid en vertrouwen van de burger. Maar assisen staat voor 0,01 procent van het totale aantal strafrechtsplegingen. Geef toe, Jef, als het vertrouwen van de burger op zo’n smal segment moet berusten, dan heeft justitie een probleem. De uitdaging is om justitie zodanig te moderniseren dat ze over de hele brandbreedte vertrouwen inboezemt’.

Vermassen: ‘Maar het is me niet alleen om dat vertrouwen te doen! Ik krijg vaak aanvragen vanuit Nederland om een weekje assisen bij te wonen. Academici, magistraten, advocaten of studenten, ze vinden het allemaal even exotisch, want Nederland kent geen juryrechtspraak. Op maandag, bij het begin van het proces, maken ze er grapjes over. Lekker, we gaan bij de Zuiderburen een stukje folklore meepikken. Maar tegen vrijdagavond is de toon helemaal omgeslagen. Indrukwekkend hoe grondig jullie recht spreken, luidt het dan, daar kunnen we nog wat van leren. Die grondigheid, dat is wat assisen zo uniek en waardevol maakt. En precies die kwaliteit dreigt teloor te gaan als ze straks alles gaan correctionaliseren’.

– zware zaken worden voor de correctionele rechtbank door drie beroepsmagistraten behandeld. Waarom zouden die minder secuur te werk gaan?

Vermassen: ‘Niet uit slechte wil, en vooral niet uit onbekwaamheid. Ik vrees alleen dat ze onvoldoende tijd zullen krijgen. Sinds de vorige wetswijziging van 2009 worden moordpogingen al systematisch gecorrectionaliseerd. In het begin trokken ze er een à twee volle dagen voor uit. Een moordpoging, dat is tenslotte geen bagatel, zeker niet voor het slachtoffer. Maar na een poosje is dat beginnen schuiven. Twee dagen werden herleid tot een dag, en intussen worden moordpogingen samen met vijf, zes kleinere zaken op één zitting ingepland. Zo ver staan we dus: een zware zaak waarvoor vroeger een week assisen werd uitgetrokken, wordt in een paar uurtjes letterlijk afgehaspeld. Dat is mijn grote vrees: dat we met moord en doodslag dezelfde weg opgaan. Nogmaals: niet omdat beroepsmagistraten er met hun pet zullen naar gooien, maar omdat ze onder tijdsdruk staan. Het moet nu eenmaal vooruitgaan, de hele Potpourri-hervorming staat in het teken van besparingen en efficiëntie’.

Verstraeten:  ‘Ik deel die bekommernis. Het komt erop aan de waardevolle elementen van assisen te recycleren in de correctionele behandeling. Zeker de grondigheid, al moeten we ook toegeven dat de assisenprocedure op dat vlak compleet is doorgeslagen. Alleen al de moraliteitsvraag loopt vaak oeverloos uit, met de spreekwoordelijke kleuterjuf die komt getuigen dat de beklaagde in haar klas ook al niet deugde. Dat is deels te wijten aan een scheefgegroeide advocatencultuur. Vergeleken met vroeger is het aantal  burgerlijke partijen in assisen enorm gestegen. En dan zie je dat sommige advocaten hun nummertje willen opvoeren. Zoveel mogelijk getuigen oproepen, straffe uitspraken doen om zich van hun confraters te onderscheiden en zich in de pers te profileren. Het proces Kim De Gelder was op dat vlak een dieptepunt’.

Vermassen: ‘Volledig mee eens, het inkorten van het moraliteitsverslag  was trouwens een van mijn voorstellen om assisen te moderniseren’.

– u wil de grondigheid van assisen naar de correctionele behandeling overhevelen. Biedt Potpourri II daar garanties voor?

Verstraeten: ‘Nee, en dat kan ook niet in een wet worden gegoten, want elke zaak is verschillend. Je kunt geen dwingend tijdsbestek bepalen, het is aan de strafrechter om dat in te schatten. Een groot pijnpunt in België is het toelaten van mondelinge getuigen voor een correctionele rechtbank. Het is wettelijk perfect mogelijk, maar in de praktijk moet je hemel en aarde bewegen om een getuigenverhoor te bekomen. De voorzitter kan ieder verzoek afwijzen met het simpele argument dat alles in het dossier staat. Op zich klopt dat wel, er is een fundamenteel verschil met een assisenhof. De twaalfkoppige volksjury zit daar zonder enige voorkennis, daarom moet het hele onderzoekdossier mondeling worden toegelicht, stap voor stap, met alle getuigen die ooit een verklaring hebben afgelegd. Het zou krankzinnig zijn dat voor een correctionele rechtbank te doen. Toch lijkt het me zeer waardevol om tenminste de sleutelfiguren vaker te laten getuigen, zodat de rechters beter de geloofwaardigheid kunnen inschatten van verklaringen die tijdens het onderzoek tegenover de politie werden afgelegd, zonder bijstand van een advocaat. Een grotere soepelheid van de strafrechters op dat vlak zou de kwaliteit van onze justitie zeker ten goede komen. Helaas stelt het Hof van Cassatie, de instantie die erop toeziet dat verzoeken tot getuigenverhoor correct worden beoordeeld, zich te conservatief op’.

Vermassen: ‘Ik heb er weinig vertrouwen in. De ene voorzitter is natuurlijk de andere niet, maar ik vrees dat heel wat zaken op een drafje zullen worden afgehandeld. Zal ik eens een voorbeeld geven van wat met deze hervorming definitief teloor dreigt te gaan? Een jaar geleden kreeg ik op de laatste dag van een assisenproces een glas water in mijn kraag, een cadeautje van de vrouw die terecht stond voor kindermoord. Vervelend moment, maar wel verhelderend voor de jury. Haar advocaat had haar natuurlijk voor de aanvang van het proces de les gelezen. Dat ze zich rustig en onderdanig moest gedragen. De eerste dagen heeft ze dat volgehouden, maar uiteindelijk kon ze haar ware, opvliegende aard niet verbergen. Stel nu dat het proces voor de correctionele rechtbank was gevoerd, dan was het nooit zover gekomen en hadden de magistraten ook nooit hoogte gekregen van die vrouw. De persoonlijkheid van de beklaagde, ook cruciaal bij het bepalen van de strafmaat, dreigt zo grotendeels uit beeld te verdwijnen. Tijdens een ander proces stond de beklaagde vlak voor mijn pleidooi op om een bekentenis af te leggen. Het ging over de pikante, overspelige sms’jes die zijn vermoorde vriendin tijdens een vrijpartij had verstuurd, het argument waarmee zijn advocaat onweerstaanbare dwang wilde pleiten. Welnu, die sms’jes had hij eigenlijk onmiddellijk na de moord zelf geschreven en verstuurd. Die bekentenis kwam er niet spontaan, hij wist drommels goed dat ik nog tijdens het proces zijn telefonieverkeer had laten uitvlooien. Dat kon alleen met medewerking van de voorzitter die er zelf het belang van inzag. En omdat er in assisen natuurlijk tijd is voor bijkomende onderzoeksdaden. Zal men die tijd ook tijdens een correctionele behandeling maken? Ik ben bang van niet’. 

– populaire kritiek op assisen: de volksjury is niet meer opgewassen tegen de complexiteit van de rechtspleging. Psychiaters die elkaar tegenspreken, dna-analyses, toxicologische rapporten, het gaat die arme juryleden duizelen.  Terechte kritiek toch?

Vermassen: ‘Allemaal fel overdreven. Experten leggen aan het begin van hun getuigenis hun methode duidelijk uit. Dat is ook noodzakelijk voor de voorzitter en zijn twee assesoren, want je moet niet denken dat alle beroepsmagistraten specialisten in genetica of toxicologie zijn. Ik denk dat men het gezond verstand van de doorsnee Vlaming schromelijk onderschat. Het klopt bovendien niet dat een jury alleen uit huisvrouwen en gepensioneerden bestaat. Op mijn laatste proces stond een moeder terecht die haar dochtertje had vergiftigd. Een van de twaalf juryleden was een apothekeres die bijzonder pertinente vragen heeft gesteld, een echte meerwaarde voor de rechtspleging’.

Verstraeten: ‘Ik twijfel niet aan de goede wil en het gezond verstand van de juryleden, maar dat volstaat niet meer om goede rechtspraak te verzekeren. In 1830 was assisen met zijn mondelinge behandeling een goed idee. Mensen waren vaak analfabeet, en de misdaden waren nog eenduidig. Maar de complexiteit is enorm toegenomen, en dan heb ik het niet alleen over dna, toxicologie en andere bewijsvoering. Je hebt zaken van terrorisme of van zwaar banditisme met heel veel beschuldigden, en die hebben allemaal recht op individueel, zorgvuldig afgewogen oordeel. Een populaire misvatting is dat recht spreken in assisen alleen draait om het juist beoordelen van feiten. Minstens even belangrijk is het correct toepassen van rechtsbegrippen op die feiten. Uitlokking, onweerstaanbare dwang, medeplichtigheid, poging, dat zijn abstracte, moeilijk af te bakenen concepten. Alleen al om het begrip poging te duiden, trek ik voor mijn studenten in Leuven een vol uur uit. Op een assisenproces worden juryleden door alle partijen om de oren geslagen met die begrippen. Aangezien ze er de inhoud niet van kennen, is de kans groot dat ze zich door de kracht van het woord laten meeslepen. Dat is gevaarlijk, zo kunnen er ongelukken gebeuren tijdens de beraadslaging over de schuldvraag’. 

–  zoals tijdens het proces over de moord op Barbara Van Oordt uit 2003. De beklaagde werd door de jury vrijgesproken, tot zijn eigen verbijstering want de bewijslast was verpletterend. Jaren later kwam de kat op de koord: een van de twaalf gezworenen, een charismatische meestermanipulator, had tijdens het schuldberaad bewust op een gerechtelijke dwaling aangestuurd. Persoonlijke wrok tegen de Belgische justitie was zijn motief. Zoiets kan toch alleen in assisen?

Verstraeten: ‘Die zaak is berucht, ze illustreert perfect het risico van een alleen zetelende volksjury. Daarom hebben we destijds in ons plan B voor minister Onkelinx een gemengd beraad voorgesteld: naast de twaalf gezworenen zouden ook de drie magistraten aan de debatten deelnemen. Daar kwam toen hardnekkig verzet tegen van assisenadvocaten. Geef toe, Jef, dat is geen toeval. Als het er op aankomt, verkiezen jullie een volksjury vooral omdat die makkelijker te beïnvloeden is dan een trio van beroepsmagistraten’.

Vermassen: ‘Ik erger me aan die wit-zwart-voorstelling, de domme volksjury tegenover de onfeilbare magistraten. Zijn beroepsrechters dan altijd zo objectief? Als ervaren strafpleiter kun je vaak het resultaat voorspellen, afhankelijk van de correctionele kamer die de zaak behandelt. Het geval is bekend van een vrouwelijke voorzitter die nooit vrijsprak, ook niet als de cliënt zo onschuldig als een kerstekind was. Zelfs de procureurs, nochtans de vervolgende partij, vonden het op de duur te gortig. Ze hebben haar weggepromoveerd naar de strafuitvoering, met als gevolg dat haast niemand nog vervroegd werd vrijgelaten. (lacht). Ik kan hier ook het voorbeeld geven van een exclusief vrouwelijk kamer die in zedenzaken systematisch veroordeelt, ook als het duidelijk om een valse aangifte gaat. Alle advocaten weten dat, ze kunnen alleen hopen op een objectieve behandeling in beroep’.

– Volgens Antoon Boyen, voorzitter van het Hof van Beroep in Gent, kost een assisenproces vijf keer meer dan een correctioneel proces. De cijfers liegen er inderdaad niet om: het Hells Angels-proces in Tongeren heeft 500.000 euro gekost, dat van Dutroux en de Luikse topcrimineel Habran zelfs 5 miljoen euro. Is dat geen voldoende reden om assisen af te schaffen?

Vermassen: ‘Het kostenplaatje, nog zo’n dooddoener. Misschien moeten we het ook eens hebben over fiscale dossiers die tien jaar aanslepen om uiteindelijk op een verjaring uit te draaien. Dat noem ik pas verspilling. Assisen is traag en duur, zeggen ze. Kan zijn,  maar de beslissing van de jury is wel definitief. Als je correctionaliseert, wordt er straks ieder keer beroep aangetekend, is het niet door beklaagde die zijn schuldigverklaring of straf aanvecht, dan wel door het Openbaar Ministerie dat de straf te mild vindt’.

Verstraeten: ‘Een goede zaak trouwens dat er voortaan beroep kan worden aangetekend. Aan buitenlandse collega’s kreeg ik dat niet uitgelegd. In België kun je wel in beroep gaan als je voor een verkeersovertreding wordt veroordeeld, maar niet als je voor een zware misdaad moet terecht staan. Economische overwegingen zijn uiteraard belangrijk. Het gaat om het optimaal besteden van belastinggeld, maar meer nog om de druk op onze rechtbanken. Jaarlijks vinden in België zo’n 150 assisenprocessen plaats. Ieder keer moeten drie rechters zich minstens een week vrijmaken,  een raadsheer van het Hof van Beroep en twee magistraten uit eerste aanleg. Zoiets heeft een desastreuze impact op de werking van onze rechtbanken. Toch vind ik dat managementoverwegingen in een debat niet  mogen overwegen, efficiëntie kan nooit een excuus zijn voor gebrek aan grondigheid’.

– Potpourri is maar een begin, minister Geens wil justitie grondig hervormen. Hebben jullie er vertrouwen in?

Vermassen: ‘Voor advocaten is de balans negatief. Het optrekken van de rolrechten voor burgerlijke vorderingen, het verhogen van de rechtsplegingsvergoeding, het invoeren van de 21 procent BTW-voet, op die manier wordt het een dure zaak om naar de rechtbank te trekken. Advocaten merken nu al een terugval van het aantal cliënten. Economisch zal het wel kloppen, maar als we niet opletten, wordt de drempel zo hoog dat alleen nog rijke mensen naar justitie kunnen stappen’.

Verstraeten: ‘Ik vind wel dat er op korte tijd veel is gerealiseerd. Potpourri is inderdaad maar een begin, er staat nog veel meer op de rails. Ik zit zelf in een werkgroep die zowel het strafwetboek als het strafvorderingswetboek volledig moet herschrijven. Daar wordt al heel lang over gesproken, maar dit keer ziet het er naar uit dat het echt zal lukken, wie weet zelfs nog binnen deze legislatuur’.

Vermassen: ‘Geens zet de zaken in beweging, dat compliment moeten we hem gunnen. Hij beweegt ook letterlijk, zo bracht hij onlangs een bezoek aan het Gentse justitiepaleis toen er een assisenzaak liep. Ik had gehoopt dat hij even kwam kennismaken, maar neen. Die vraag ga ik hem toch bij de eerste gelegenheid stellen: meneer de minister, heeft u eigenlijk ooit de binnenkant van een assisenzaal gezien? Ik wed van niet’.

 

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

.

Nina Van Eeckhaut verovert zich een voornaam

Ik laat met niet muilkorven’

(Knack, 10 april 2013)

FilipNaudts_NinaVanEeckhaut_130403_

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

foto: Filip Naudts,  www.guardalafotografia.be

 

Het comfort van de anonimiteit werd Nina van Eeckhaut (33) nooit gegund.  Het begon al op de lagere school, en aan de universiteit en de balie klonk de begroeting niet anders. Dochter van Piet Van Eeckhaut? De sceptische ondertoon heeft haar nooit van haar stuk gebracht. Vastberaden koos  ze het voetspoor van haar vader, de baardige strafpleiter met een recordaantal assisenzaken op zijn naam. Veertien assisenprocessen later heeft ze haar eigen voornaam veroverd. Nina is niet langer de assistente van Piet, maar een rijzende ster aan het firmament van de Vlaamse penalisten. De kritiek na haar optreden op het proces De Gelder kwam dan ook des te harder aan. Meester Van Eeckhaut, raadsvrouw voor een kinderverzorgster die het drama in Fabeltjesland meemaakte, werd op diverse fora van populisme beschuldigd. Platte retoriek, noemde schrijfster Saskia De Coster het in een bijtende column. Wekenlang hield de jonge advocate de lippen stug op elkaar, ondanks talloze aanvragen van televisie en andere media. Die bezinningsperiode is gelukkig voorbij als we op haar kantoor aan de Gentse Recollettenlei aanbellen.  Ze steekt een sigaret op en laat koffie aanrukken. Hoog tijd om eens goed haar gedacht te zeggen.

–          Saskia de Coster geeft in haar column een bloemlezing uit uw pleidooi. U noemde De Gelder een  ‘Hannibal Lector-wannabe’, en sprak snerend over de ouders van De Gelder die zich achter de ziekte van ‘ons Kimmeke’ blijven verschuilen. Heeft ze geen punt wanneer ze van platte retoriek gewaagt?

Nina Van Eeckhaut: (fel) “Daar krijg ik het nu van op mijn heupen:  linkse intellectuelen die met het opgeheven vingertje hun morele superioriteit etaleren.  En hoe ze hun punt maken, door simpelweg een paar quotes uit hun context te rukken.  Kijk, ik heb daar meer dan een uur staan pleiten. Zo’n pleidooi, dat schud je niet zomaar uit je mouw.  Ik heb zeven uur aan de redactie besteed, geen wonder als je bedenkt dat het dossier De Gelder 30.000 pagina’s dik is. En ja, ik heb de woorden gebruikt die De Coster in haar column aanhaalt. So what? Die woorden passen in de opbouw van een genuanceerd betoog waarover ik diep heb nagedacht. Het was absoluut niet mijn bedoeling de Gelders ouders te kwetsen. Integendeel, ik heb in de aanloop van mijn pleidooi benadrukt dat ik met hen meevoel, en dat ook zij slachtoffers zijn. Maar ik heb uiteraard het dossier gelezen. Kim De Gelder gedroeg zich thuis als een pestkop, zijn broer en zus moesten het vaak ontgelden. Die ouders waren zich daarvan bewust, maar ze hebben hem nooit gestraft. Ah nee, dat hoorde niet, want ‘ons Kimmeke’ was ziek. Daarom heb ik dus die passage ingelast. Waar haalt zo’n De Coster eigenlijk de pretentie vandaan om mij de les te spellen? Heeft ze het dossier gelezen? Heeft ze ook maar één procesdag bijgewoond? Nee, haar hele opinie is gebaseerd op een handvol fragmenten die via live stream en tweets zijn uitgelekt. Die gemakzucht, dat is wat mij nog het meest ergert”.

–          Maar was het echt nodig om De Gelder toe te voegen dat hij niet de moed heeft om zich op te hangen?

Van Eeckhaut: “Nogmaals, verlies de context niet uit het oog. In het vuur van mijn betoog kwam dat helemaal niet shockerend over. En laten we wel wezen: iemand die zulke gruwelijke feiten pleegt,  mag niet verwachten dat hij met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. Ach, de kritiek achteraf is te belachelijk voor woorden.  In een column in De Standaard mocht iemand beweren dat Nina Van Eeckhaut in haar eentje de hele suicidepreventie op de helling had gezet. Waar halen ze het? Ik besef heel goed wat psychisch lijden betekent. Wie me een beetje kent, weet dat ik me al jarenlang inzet voor het lot van geïnterneerden en gecollokeerden”.

–          Waarom heeft u zo lang gewacht om de kritiek te pareren?

Van Eeckhaut: “Laat me eerlijk zijn. Ik was aangeslagen, ook al besefte ik meteen dat de verwijten van de pot gerukt waren. Een assisenpleidooi is als topsport,  je staat daar en geeft het beste van jezelf. Na dat uur was ik uitgeput maar ook tevreden. Ik wist dat ik goed had gepleit, wat me trouwens door verschillende getuigen in de zaal werd bevestigd. Een schouderklop, dat is precies wat je op zo’n moment nodig hebt. Geen uur later echter is de hel losgebarsten. Blogs, tweets, commentaren, de gratuite kritiek bleef maar aanzwellen. De internetfora heb ik niet eens gelezen. Anoniem haatspuiten, dat getuigt van weinig moed. Gelukkig kreeg ik ook steun.  Helder en krachtig pleidooi, stond in Het Laatste Nieuws. Dat komt dan van een journalist die het hele proces heeft bijgewoond en weet waar hij over schrijft. Misschien moet Saskia De Coster dat ook maar eens doen vooraleer ze nog een keer haar mening verkondigt. Maar wees gerust, ik heb de knop omgedraaid. Het leven gaat voort, volgende week verdedig ik alweer een achtjarig meisje dat door haar vader vreselijk werd misbruikt. Uiteindelijk zal deze ervaring me sterker maken, ook als strafpleiter. Ik laat me niet muilkorven, ook niet door linkse intellectuelen of weldenkend Vlaanderen. Want de kritiek kwam vooral uit het kamp van de believers, veelal buitenstaanders die er zonder enige dossierkennis van overtuigd waren dat De Gelder niet toerekeningsvatbaar was. In die kringen leeft blijkbaar ook het waanidee dat de advocaat van de burgerlijke partij niet over de schuldvraag mag pleiten. In sommige landen is dat misschien zo, maar in België geeft de wet me de volledige vrijheid om voor het assisenhof te zeggen wat ik wil. Dat recht laat ik me door niemand afnemen”.  

–          De jury was unaniem:  De Gelder is toerekeningsvatbaar en over de hele lijn schuldig. Toch blijft de controverse woeden en gaan er nog altijd stemmen op die betreuren dat hij niet werd geïnterneerd. Zelf nooit getwijfeld?

Van Eeckhaut: “Nee, maar ik heb dan ook het hele dossier gelezen. De Gelder kampt met psychische problemen, dat wordt door niemand ontkent. Hij heeft een schizotypische persoonlijkheidsstoornis, verergerd door uitgesproken narcistische neigingen. Maar een echte psychoot? De Gelder kon zijn opstoten zelf regelen, alsof er een hendel in zijn hoofd zat. Dat klopt natuurlijk niet. Een confrater heeft het op proces goed verwoord: psychoot is geen nine to five job, je bent het of je bent het niet. Het was niet de waanzin die De Gelder tot zijn daden heeft gedreven, maar zijn boosaardige basispersoonlijkheid”.

–          Iedereen is het eens: de gerechtelijk psychiatrie heeft op het proces De Gelder alweer een slechte beurt gemaakt. Zeggen deskundigen van het openbaar ministerie wit, dan betogen andere deskundigen van de verdediging dat het zwart is. Zoek het maar uit als lekenjury. Wat moet er volgens u veranderen?

Van Eeckhaut: “Ach ja, dat welles-nietesspel hoort er nu eenmaal bij. Niks is volmaakt, en gerechtelijke psychiatrie is geen exacte wetenschap. Maar om te zeggen dat de deskundigen van het openbaar ministerie er een potje van gemaakt hebben? Ze hebben De Gelder heel vaak gezien en een doorwrocht verslag van 165 pagina’s geschreven. Natuurlijk was het beter geweest hem gedurende een paar weken permanent te observeren, zoals de Nederlanders dat doen in hun befaamde Pieter Baancentrum. De oprichting van zo’n observatiecentrum staat trouwens in de nieuwe wet op de internering, die helaas al jaren op uitvoering ligt te wachten. Ik volg dat op de voet, psychiatrie en neurologie zijn materies die me mateloos boeien. Ik geloof niet in een deterministische mensvisie.  Het zou natuurlijk gemakkelijk zijn voor een beschuldigde die voor de rechter verschijnt. ‘Ik kon er niks aan doen, edelachtbare, het ligt aan mijn brein’. Of aan zijn karakter, en dan kan hij Saul Bellow citeren die ooit schreef ‘uw karakter is uw lot’. Dat is natuurlijk juist. Je kunt wel aan je karakter schaven, maar je zit er hoe dan ook mee opgescheept. Toch vind ik het in de rechtbank weinig overtuigend klinken als iemand zegt dat hij het niet kon helpen, want dat hij nu eenmaal zo is. Er bestaat wel degelijk zoiets als een vrije wil. Confrater Patrick Dillen heeft het tijdens het proces De Gelder opgeworpen:  los van het empathische besef van goed en kwaad is er ook een cognitieve dimensie. Daar ben ik het mee eens, we weten met ons verstand of iets maatschappelijk aanvaardbaar is of niet”.

–          U heeft kort na elkaar in twee processen tegen zogenaamde babymoordenaressen gestaan, telkens in het kamp van de beschuldigde. Ook toen speelden gerechtspsychiaters een glansrol, te meer omdat de verdediging in beide zaken het omstreden concept van zwangerschapsontkenning als verklaring aanvoerde. Riskante strategie?

Van Eeckhaut: “Omstreden concept? Ik heb het niet uit de lucht gegrepen. Bij de voorbereiding heb ik veel gelezen over neonaticide en zwangerschapsontkenning, onder andere een razend interessante studie van de Universiteit van Rennes. Wist u dat men in de literatuur van een verstekeling in de baarmoeder spreekt? We hadden sterke argumenten, maar het resultaat was wisselvallig. In de eerste zaak kreeg onze cliënt 20 jaar, een zware straf. Ook in de tweede zaak werd onze cliënte werd schuldig verklaard, maar omdat zwangerschapsontkenning als verzachtende omstandigheid werd aanvaard, kreeg ze een mildere straf. Waarom dat verschil? De overtuigingskracht van de gerechtspsychiaters speelt natuurlijk een rol, zeker voor een assisenjury. Roger Deberdt schrijft in zijn memoires over een van die processen. ‘Zwangerschapsontkenning was de ultieme truc die haar advocate haar had ingefluisterd’, staat er zonder me bij naam te vernoemen. Ik viel zowat van mijn stoel toen ik dat las! Anderhalf jaar voor ik als advocaat in beeld kwam, heeft die vrouw aan de politie verklaard dat ze nooit had beseft dat ze zwanger was. Wat viel er dan in te fluisteren? Ik haat het als men advocaten als souffleurs voorstelt die hun cliënten allerlei uitvluchten oplepelen. En zonder natrappen: dat hele boek van Deberdt is psychiatrie voor kleuters. Die man heeft historische verdiensten in de ontwikkeling van de forensische psychiatrie in Vlaanderen, en hij is een vat vol smakelijke anekdotes, maar het is ook duidelijk dat hij de literatuur van de voorbije dertig jaar heeft gemist. Natuurlijk lag het niet alleen aan de gerechtpsychiaters. Je staat daar als strafpleiter niet alleen, de persoonlijkheid en de uitstraling van de cliënt hebben ook een impact op de jury”.

–          In het eerste babymoordproces vormde u nog een tandem met uw vader, in de rol van sidekick. Intussen pleit u zonder vaderlijke assistentie, als titularis. Hoe moeilijk was het om onder de schaduw van Piet Van Eeckhaut uit te komen?  

Van Eeckhaut: “Ik heb zijn nabijheid nooit als een schaduw aangevoeld. Integendeel zelfs, mijn vader is voor mij altijd een baken geweest. Zijn wijsheid en belezenheid, daar zal ik nooit kunnen aan tippen. Natuurlijk, de tijden zijn veranderd. Mijn vader heeft behalve rechten ook wijsbegeerte gestudeerd. Hij kan alles in een breed perspectief plaatsen, laat zich door niets of niemand uit het lood slaan, en heeft in alle omstandigheden een citaat of aforisme klaar. Ik heb na het proces De Gelder getwijfeld toen de media aan mijn mouw kwamen trekken. VTM, VRT, Vier, ik had de talkshows voor het uitkiezen. Maar ik moest aan vaders motto denken. ‘Leen uw oor om te luisteren aan velen,  maar niet uw tong om te spreken’. Die raad volg ik meestal, in mijn lade ligt al een dikke farde met geweigerde media-aanvragen”.

–          Was u genetisch voorbestemd om strafpleiter te worden?

Van Eeckhaut: “De fascinatie is vroeg ontstaan. Als mijn vader in een assisenzaak stond, kochten we thuis altijd de Blik. Dan verslond ik de rubriek van Gust Verwerft, ‘Beschuldigde sta  op’.  Er was veel te doen over de rivaliteit met Jef Vermassen.  In feite werd dat door de buitenwereld opgeklopt, zelf lag hij daar niet wakker van. Maar ik was wel apetrots toen mijn vader in het geruchtmakende proces van de Beerputmoord als overwinnaar uit de bus kwam. In mijn ogen was hij de beste en slimste advocaat ter wereld. Na mijn rechtenstudie wilde ik nog psychologie of filosofie studeren. Uiteindelijk heb ik daarvan afgezien en ben ik onmiddellijk aan de balie gegaan. Zie je, mijn vader is niet meer van de jongste, de leeftijdskloof tussen ons beiden is groot. Ik wilde de kans niet missen om de stiel van hem te leren. Niet dat ik een doorslagje van mijn vader ben, mijn stijl is veel zakelijker. Vier uur pleiten zonder jury op de zenuwen te werken, daar draait hij als geboren orator zijn hand niet voor om. Het zou niet alleen belachelijk zijn dat te imiteren, de jury zou het ook niet pikken. Als drieëndertigjarige heb je te weinig bagage om hoogdravende discours over de kunst van het leven af te steken. Pas op, het was niet altijd een cadeau om als dochter van Piet Van Eeckhaut door het leven te gaan. Op de lagere school had ik een leraar die me voortdurend berispte. ‘Het is niet omdat je de dochter van Piet Van Eeckhaut bent’, zo begon hij altijd. Ook later, toen ik aan de universiteit ging, werd ik ermee geconfronteerd. De dochter van Piet Van Eeckhaut op het mondelinge examen, dat vonden heel wat proffen toch wel bijzonder. Het was het post-Dutroux-tijdperk, in de publieke opinie leefde een diepe aversie voor alles wat naar justitie rook. Magistratuur, advocatuur, alles werd afgebrand. Ook in de studentencafés woedde die discussie. Ik nam het altijd op voor justitie, meestal moederziel alleen”.

–          Leeftijd is relatief, we vermoeden dat een strafpleiter sneller dan gemiddeld inzicht verwerft in de kunst van het leven. Tenslotte moet u zich beroepshalve verdiepen in de krochten van de menselijke psyche. Babymoordenaars, vrouwenmoordenaars, seriemoordenaars, het zijn fraaie specimen die u onder loep krijgt. Wat doet dit werk met een jonge vrouw?

 Van Eeckhaut: “De ene dag is de andere niet. Als strafpleiter werk je niet met cijfers of dossiers, maar met mensen. Dan moet je betrokken zijn, emoties toelaten. Mensen graag zien, daar komt het volgens mij op aan. Doorgaans lukt dat goed, omdat ik de kunst van het mededogen versta. Wat criminelen ook hebben gedaan, ik blijf hen als medemensen beschouwen, tenzij het natuurlijk om echte psychopaten gaat. We zitten allemaal in dezelfde boot, is mijn innige overtuiging, alleen hebben sommige boten meer stormen doorstaan en meer averij opgelopen dan andere. Want het zijn niet de telgen van de bourgeoisie of de rijkeluiskinderen die de wachtzaal van strafpleiters bevolken, en het is geen goedkope truc als we de ongelukkige jeugd van een cliënt als verzachtende verklaring voor zijn daden aanhalen. Maar toegegeven, ik heb ook mijn moeilijke momenten. De kritiek na het proces De Gelder gaf eens te meer voedsel aan mijn misantropie, een karaktertrek waarmee ik ben geboren. Ik was een zwaarmoedige puber, later heb ik een hele periode antidepressiva geslikt. Dat is geen nieuws, ik ben daar altijd open over geweest. De helft van Vlaanderen slikt antidepressiva, maar niemand wil er voor uitkomen. Ik erger me aan dat taboe”.

–          De advocatuur is in sneltempo aan het vervrouwelijken, alleen onder strafpleiters zijn vrouwen dun gezaaid. Speelt de genderkloof in de correctionele rechtbank of de assisenzaal? Of misschien eerder in de gevangenis?

Van Eeckhaut: “Vrouwelijke strafpleiters zijn in opmars. Kijk naar het proces De Gelder, ik stond daar heus niet alleen als vrouw. Genderkloof? Voor mij is dat nooit een punt geweest, ook niet in de gevangenis. Ja, in mijn beginjaren werd ik soms sceptisch onthaald, maar dat had niks met mijn vrouw-zijn te maken. Sommige cliënten reageerden ontgoocheld als ik me voorstelde. Nina Van Eeckhaut, loco voor meester Van Eeckhaut. Ik heb voor de oude betaald, zag ik ze dan denken, en nu sturen ze me zijn dochter. Maar ik liet me niet ontmoedigen. ik beschouwde het juist als een uitdaging om mijn competentie te bewijzen en hun respect af te dwingen”.

–          33 pas en al 14 assisenzaken op de teller. Moet je vader zich zorgen maken over zijn record van meer dan 100 assisenprocessen?

Van Eeckhaut: (lacht)  “Laten we niet vooruitlopen, ik heb geen glazen bol. Maar het gaat inderdaad hard, vooral de voorbije drie jaren waren erg intensief. Twee infanticides, de zaak Kitty Van Nieuwenhuysen, het proces Ignatov, en als klap op de vuurpijl de zaak De Gelder. Zonder uitzondering  opmerkelijke processen, zo werd de zaak Ignatov maandenlang geschorst na een mislukte poging tot wraking van de voorzitter door mijn opponent, Hans Rieder. Op het proces Van Nieuwenhuysen was ik advocaat voor de agent die naast Kitty in de combi zat en zwaargewond raakte. Voor het eerst in het Frans gepleit, meteen mijn beste pleidooi ooit omdat ik door mijn beperkte woordenschat verplicht was om het sec te houden. Zo leer ik voortdurend bij”.

–          De naam is gevallen. Hans Rieder, uw buurman aan de Recollettenlei. Als beginnend advocaat heeft u meermaals uw bewondering uitgesproken voor de befaamde procedurepleiter. Opmerkelijk, want Rieder is zowat in alles de antipode van uw vader en lichtend voorbeeld. Bent u nog altijd fan?

 Van Eeckhaut: “Hij blijft in mijn ogen een briljante geest, zijn juridisch inzicht is formidabel. Een tekst van Rieder, daar kan ik van genieten als van een goed boek. Maar als assisenpleiter is hij geen rolmodel, verre van. Rieder kan zijn superioriteitsgevoel niet verstoppen. Dat werkt niet voor een jury, het wekt vooral irritatie op”.

–          Hans Rieder heeft een dikke steen in de kikkerpoel van de balies gegooid. Volgens hem is het pro deo-systeem door en door verrot. De Salduz-wet, die arrestanten vanaf hun eerste verhoor juridische bijstand garandeert, heeft een graaicultuur doen ontstaan. Advocaten zonder enige ervaring werpen zich als strafspecialisten op. Ze sprokkelen aan de lopende band punten voor het pro deo-vergoedingsysteem, terwijl de niets vermoedende cliënt verstoken blijft van deskundig advies. Terechte kritiek?

Van Eeckhaut: “Ja, ik zie ook toestanden die niet door de beugel kunnen. Maar zoals altijd heeft Rieder het scherp geformuleerd. We moeten het kind niet met het badwater weggooien. Het is niet omdat sommigen er de kantjes aflopen, dat we het hele pro deo-systeem moeten afschaffen”.

–          Komt er nog een gezamenlijk optreden van Piet en Nina Van Eeckhaut?

–          Van Eeckhaut: “Mijn vader heeft de luxe dat niks meer moet, hij kan er de zaken uitpikken die hem echt boeien. En jawel, we gaan er nog eens samen tegenaan, in september staan we in het proces van de zogenaamde paardenmoord. Voor de slechte verstaander: ik vul mijn dagen niet uitsluitend met assisenprocessen. Ik doe vooral correctionele zaken, en daarnaast ben ik gespecialiseerd in familierecht. Echtscheidingen, daar moet je pas openheid voor aan de dag leggen. In het weekend ben ik altijd bereikbaar. Zaterdag of zondag, dat is het moment waarop er scheidende koppels oorlog voeren. Vorige zondag nog een telefoon: ‘hij heeft de kleine zijn haar geknipt zonder mij iets te vragen’.  Geloof me, het is niet alleen als strafpleiter dat je de mens leert kennen”.

 

–          Slotvraag: doet u nog aan boksen als hobby?

Van Eeckhaut: “Ik heb dat anderhalf jaar volgehouden. Wedstrijden heb ik nooit gebokst, maar ik trainde met een privéleraar. Ideaal om stoom af te laten, maar ik ben er wat te hard in gevlogen met een kwetsuur als gevolg.  Ik ben gestopt, vooral omdat ik geen tijd heb voor hobby’s.  Okay, ik lees veel en ben verslaafd aan Ruzzle, een spelletje op mijn iPad. Maar voor het overige? Ik vrees dat ik helemaal samenval met mijn werk”.

 

Jef Vermassen over het proces De Gelder

verschenen in Knack, 6 februari 2013

 

DSC_0775

 

 

 

 

 

 

 

Praten over het dossier De Gelder mag hij niet, maar over processen des te meer. Assisen? Na meer dan veertig jaar praktijk blijft Jef Vermassen een onvoorwaardelijk voorstander. Traag, inderdaad, maar de grondigheid van een volksjury is onbetaalbaar. Slachtoffers vinden er loutering, en één enkele keer komt de volle waarheid pas in de assisenzaal bovendrijven. Gesprek met Vlaanderens bekendste advocaat die onschuldig pleit op de aanklacht van mediageilheid.

*******

We zijn net goed van stapel gelopen als zijn gsm overgaat. De Kruitfabriek aan de lijn. Of hij vanavond naar de studio wil komen voor een babbel over Freddy Horion? Het zou meer bepaald gaan over de weigering van de Brugse strafuitvoeringsrechtbank om de zesvoudige moordenaar na 32 jaar cel onder elektronisch toezicht te plaatsen. Jef Vermassen (65) wimpelt beleefd maar beslist af. De Aalsterse strafpleiter zweert al jarenlang bij dezelfde regel. Niet in het openbaar spreken over Freddy Horion, zijn oud-cliënt wiens proces hem destijds in één klap beroemd heeft gemaakt.

Al een geluk dat we bij het begin van het interview geen weddingschap zijn aangegaan. ‘Je zult het zien”, had Vermassen voorspeld terwijl hij koffie serveerde, “de voormiddag zal niet verstrijken zonder dat we door een van uw collega’s worden gestoord. De laatste weken is het niet te doen. Televisie, radio, kranten en tijdschriften, allemaal komen ze aan mijn mouw trekken. Vorige week heb ik op één dag tien mensen van de media aan de lijn gehad, voor drie verschillende dossiers. Vermassen is mediageil, zeggen de mensen dan. Maar het is net andersom, het zijn de media die me achterna lopen. Als ik zou willen, kwam ik om de andere dag op de televisie. Maar zeg nu eerlijk, zie je mij zo vaak op de televisie? Nee, want ik ben heel selectief, van tien verzoeken wijs ik er negen af. Dat is desondanks nog veel in de media kom, ligt buiten mijn wil. Ik ken collega’s die zelf journalisten bestellen als ze in belangrijke zaken gaan pleiten. Daar heb ik me nooit toe verlaagd, de meeste zaken waarin ik pleit, lokken vanzelf belangstelling”.

Dat zal niet anders zijn wanneer op 22 februari Kim de Gelder voor het Gentse Hof van Assisen verschijnt. Het proces wordt in alle opzichten buitenissig. Om te beginnen zijn de vier jaar geleden gepleegde feiten niet alledaags.  Het begon met de onverklaarbare moord op Elza Van Raemdonck, een gepensioneerde boerin uit Vrasene. Een week later richtte een in het zwart geklede man met een mes een bloedbad aan in een stedelijke kinderkribbe in Dendermonde.  Twee baby’s en een begeleidster werden doodgestoken, twaalf anderen bleven zwaar gewond achter. De dader werd snel opgepakt, een twintigjarige eenzaat die ook de moord in Vrasene bekende. Kim De Gelder, een jongen zonder strafblad, maar met een psychiatrisch verleden.

Het proces wordt het grootste ooit georganiseerd voor een Vlaams assisenhof, met 78 burgerlijke partijen, 170 getuigen en liefst 29 advocaten onder wie heel wat kleppers. Eén tegen allen, was een populaire kop boven de voorbeschouwingen die de voorbije weken verschenen. Meester Jaak Haentjens staat voor de eenzame opdracht om Kim De Gelder te verdedigen. Zijn strategie is geen geheim: Haentjens zal de jury ervan proberen te overtuigen dat zijn cliënt niet toerekeningsvatbaar is en dientengevolge geïnterneerd moet worden. Maar één tegen 28 confraters? Het belooft toch vooral een duel Haentjes versus Vermassen te worden. “Ik verdedig de nabestaanden van drie van de vier dodelijke slachtoffers”, zegt hij. “In totaal vertegenwoordig ik daarmee 18 burgerlijke partijen. Behalve Haentjens ben ik de enige advocaat die met de twee moordpartijen te maken heeft en die het proces bijgevolg van de eerste tot de laatste dag moet volgen. Logisch dus dat ik van alle burgerlijke partijen het meest aan het woord zal komen. Maar ik stuur niet aan op een tweestrijd, ik zie assisen liever als een gemeenschappelijke  zoektocht naar waarheid en gerechtigheid”.

De Gelder is wel toerekeningsvatbaar, zal Vermassen wellicht proberen aan te tonen. Met welke argumenten, daarover wil en mag hij vandaag niet uitwijden. De  stafhouders van de betrokken balies hebben hun advocaten strikte communicatieregels opgelegd. Geen woord over de inhoud van het 20.000 pagina’s dikke dossier, het proces mag niet in de media maar uitsluitend in de assisenzaal worden gevoerd. Geen evidente regel, want advocaten lekken doorgaans erger dan een spindoctor.  “Ik heb geen probleem met die zwijgplicht”, zegt Jef Vermassen. “Zolang de regels maar voor iedereen gelden. Ik was dan ook verbaasd toen ik meester Haentjens na de preliminaire zitting voor de camera’s allerlei verklaringen hoorde afleggen. Dat zijn cliënt geen komedie had gespeeld, maar dat zijn verwarde indruk een weerspiegeling van zijn geestestoestand was. Blijkbaar had mijn confrater van onze stafhouder toestemming gekregen om zijn standpunt te verduidelijken. Vervelend dat het achter mijn rug om gebeurde, want ik had best willen reageren. Vervelend ook voor mijn cliënten die zo’n publieke verklaring in hun maag gesplitst kregen. Waarom laat je dat passeren, zijn sommigen me komen vragen. Ik kan alleen maar hopen dat daarmee de toon niet is gezet, en dat het proces sereen wordt gevoerd, in de assisenzaal”.

–          We mogen het niet over het dossier maar wel over het proces hebben. Het wordt een massaspektakel met 78 burgerlijke partijen en 29 advocaten. Is dat nog werkbaar?

Vermassen: “Het is nooit eerder vertoond, en de infrastructuur is er ook niet op berekend. Alleen al met de slachtoffers en de advocaten zit de zaal vol. Publiek kan er niet meer bij, zelfs journalisten zullen een beurtrol moeten afspreken. Natuurlijk, men kan het hele proces op een scherm in de relaiszaal volgen. De grondwettelijk verplichte openbaarheid wordt dus gewaarborgd, maar het is geen ideale oplossing. Ook op het proces over de parachutemoord en het proces Janssen heb ik staan pleiten terwijl het publiek in een relaiszaal zat. Okay, de belangrijkste toehoorders blijven de twaalf juryleden. Niettemin: de emoties van de zaal spelen mee. Het applaus als een slachtoffer over zijn leed getuigt, het zuchten wanneer de wetsdokter de gruwelen uit de doeken doet. Onwillekeurig heeft dat in een invloed op de jury”.

–          Ook slachtoffers die geen fysiek letsel hebben opgelopen, zoeken genoegdoening. De buren van Elza Van Raemdonck hebben De Gelder nooit gezien, maar achteraf vernomen dat hij nog voor de moord op de bejaarde boerin aan hun deur gestaan heeft met de intentie binnen te breken. Hij heeft dat plan onverrichter zake laten varen om een huis verderop een gemakkelijker slachtoffer te maken. Oef, hadden die buren kunnen reageren. Mooi weggekomen, en het leven gaat voort. Maar nee, ze hebben de Antwerpse toppleiter Walter Damen ingehuurd om zich op het proces te laten verdedigen. Moet dat zo nodig?

Vermassen: “Geen commentaar, want anders moet ik op de inhoud van het dossier ingaan. Maar in het algemeen: de wildgroei van burgerlijke partijen op dit soort processen heeft een triviale verklaring, namelijk verzekeringen. Tegenwoordig heeft nagenoeg iedereen een familiale polis met rechtsbijstand, een optie die maar een paar euro per jaar kost. Als de titularis of een van zijn gezinsgenoten het slachtoffer van een misdrijf wordt, heeft hij recht op bijstand door een advocaat naar keuze. Ook bekende strafpleiters, ik factureer in dit proces trouwens zelf aan een hele rist verzekeringsmaatschappijen. Ik ben ervan overtuigd: zonder die populaire verzekeringsclausule stonden er straks veel minder burgerlijke partijen en advocaten op het proces De Gelder”.

–          Er doen verhalen de ronde over bekende advocaten die zelf hun diensten aan burgerlijke partijen aanbieden. Desnoods pleiten ze gratis, het is hen te doen om de mediabelangstelling en publiciteit die onvermijdelijk met een assisenproces gepaard gaat. Wat is daar van aan?

Vermassen: “Ik hoor die verhalen, maar ik spreek me niet uit over mijn confraters. Het is natuurlijk een feit dat zo’n assisenproces een visitekaartje is. En om het toch maar even over de zaak De Gelder te hebben: niet alle burgerlijke partijen hebben een even groot aandeel.  Bij de behandeling voor de raadkamer heb ik in mijn eentje haast even lang gepleit als al mijn confraters samen. Logisch, over een dodelijk slachtoffer pleit je nu eenmaal langer dan over een baby die er met een schram is afgekomen. Toch betwijfel ik of die verhoudingen ook op het proces worden doorgetrokken. Het zou niet de eerste keer zijn dat een advocaat oeverloos pleit over een bagatel. Profileringdrang, het is van alle tijden”.

–          Ondanks uw dikke stapel dossiers zullen de meeste ogen op meester Haentjens gericht zijn. Het heeft ook iets heroïsch, een publieksvijand zoals Kim De Gelder verdedigen. Had u niet graag in zijn schoenen gestaan?

Vermassen: “Nee, bedankt.  Ik heb al meermaals in die schoenen gestaan, ik weet hoe het voelt.  Advocaat van de duivel spelen kan interessant zijn voor je reputatie, maar je moet tegen de immense druk bestand zijn. Heel veel mensen maken geen onderscheid tussen de misdadiger en zijn advocaat. Wie een groot crimineel verdedigt, is in hun ogen zelf een groot crimineel. Ik heb het meegemaakt op het proces Horion. Bij de ingang van de rechtszaal werd een man, een ex-gedetineerde nota bene, tegengehouden met een slagersmes op zak. Om Vermassen neer te steken, verklaarde hij, want iemand die zo’n monster verdedigt, is het niet waard te leven. Kijk, het is een verheven taak om een dader zoals De Gelder te verdedigen. Zeker als pro deo, want dan sta je daar als iemand die door de maatschappij werd aangesteld. Maar ik vind het even nobel om een burgerlijke partij goed bij te staan. Ook voor slachtoffers staat er ontzettend veel op het spel, ze kijken met hooggespannen verwachtingen uit naar zo’n proces. Eindelijk hopen ze een antwoord krijgen op de vragen die door hun hoofd malen. Hoe is hun dierbare precies gestorven? En de allerbelangrijkste vraag: waarom? Niks erger dan een assisenproces dat afloopt zonder die cruciale vragen te beantwoorden. Dat steekt me trouwens nog altijd als ik aan het proces Janssen terugdenk. De nabestaanden zijn met meer vragen vertrokken dan waarmee ze waren gekomen. Wat deze zaak dan weer extra pijnlijk maakt, is de toevalsfactor. Voor hetzelfde geld was De Gelder een andere woning of een andere crèche binnengevallen en zat er in de assisenzaal een heel ander publiek op de banken van de burgerlijke partij.  Dat verklaart ook de intense belangstelling voor de hele zaak. Hoe groter het toeval, hoe groter de identificatie door de buitenwereld. Neem nu iemand die door de jaloerse echtgenoot van zijn minnares wordt vermoord. Eigen schuld dikke bult, zullen de mensen dan reageren, hij had maar geen minnares moeten nemen. Hier gaat die redenering niet op, we konden allemaal het slachtoffer van De Gelder zijn geweest. Voor de nabestaanden is die toevalsfactor een extra kwelling die het verwerkingsproces bemoeilijkt en zelfs schuldgevoelens aanwakkert. Wat als, spookt het door hun hoofd. Wat als ik die dag verlof had genomen? Dan was mijn kind misschien niet dood”.

–          Het hele proces zal draaien rond de vraag over de toerekeningsvatbaarheid van de beschuldigde.  U zult het er niet eens mee zijn, maar als leek denk je wat ook de bekende psychiater Dirk De Wachter onlangs in een interview liet optekenen. Die jongen is ziek, punt aan de lijn.

Vermassen: “Ik heb dat ook gelezen, maar ik ga daar nu geen commentaar op geven. Die houding kan ik ook aanbevelen aan al diegenen die het dossier niet hebben gelezen, maar die zich desalniettemin als deskundigen laten opvoeren. In Telefacts zag ik een bekende gerechtspsychiater die niet bij de zaak betrokken is, commentaar geven op uittreksels van het dossier. Pijnlijk en vooral misleidend, want het was duidelijk dat hij de context onvoldoende kende. Maar laat me de vraag wat ruimer beantwoorden. Ik heb al in heel veel assisenprocessen gepleit. Welnu, in al die jaren ben ik nog nooit een beschuldigde tegengekomen die niet gestoord was. Daarmee bedoel ik dus iemand die in zijn manier van handelen en denken niet van een normaal mens afwijkt. Zijn Anders Breivik en Roland Janssen normale mensen? Allesbehalve, maar dat wil niet zeggen dat ze geestesziek of ontoerekeningsvatbaar zijn”.

–          Arme juryleden die straks de knoop moeten doorhakken! Naar verluidt waren zelfs de door de onderzoeksrechter aangestelde experts het onderling oneens over de kwestie van de toerekeningsvatbaarheid. Op het proces zullen de door de verdediging opgetrommelde deskundigen nog meer twijfels zaaien. Wat ons bij een andere hamvraag brengt: moet dit proces per se voor een volksjury worden gevoerd? Kunnen we niet beter het Nederlandse voorbeeld volgen, waar ook zware misdrijven zoals moord en doodslag door een college van beroepsrechters worden behandeld? Snel, efficiënt en zonder overbodige mediaheisa….

Vermassen: “Daar hebben we ze: de eeuwige vraag over zin en onzin van assisen! Het zal niemand verbazen dat ik een onvoorwaardelijk voorstander ben. Het Nederlandse systeem? Sneller, inderdaad, maar daarmee hebben we de voordelen wel gehad. Ik heb geen al te beste ervaringen met de Nederlandse justitie. Stel je voor, als advocaat van het slachtoffer mag je niet eens pleiten! Hooguit mag je op de zitting namens het slachtoffer een schriftelijke verklaring voorlezen. Valt er één woord over de feiten of de schuld, dan word je meteen het zwijgen opgeleld. Waarom ons assisensysteem superieur is? Vanwege de grondigheid.  Die is niet alleen cruciaal voor het verwerkingsproces van de slachtoffers. Ik stond laatst in het proces Kim Janssens, als advocaat van de burgerlijke partij.  Misschien heb je erover gelezen: de beschuldigde had zijn vriendin in haar appartement met een lege whiskyfles de schedel ingeslagen. Omdat ze hem had geprovoceerd door onmiddellijk na een vrijpartij pikante sms’jes naar liefdesrivalen te versturen en ze onder zijn neus te wrijven, hield hij drie jaar lang vol. De politie, de onderzoeksrechter, zijn eigen advocaten, iedereen ging mee in de piste van uitlokking. Ik had het dossier echter tot op de laatste draad uitgeplozen,  en ik hield munitie klaar om voor de jury aan te tonen dat de beschuldigde de wansmakelijke sms’jes zelf had geschreven en dat er van zijn uitleg over zijn tijdsgebruik niks klopte. Hij wist dat, en vlak voor mijn pleidooi heeft hij zijn leugens spontaan toegegeven. Consternatie in de assisenzaal, zeker toen zijn twee advocaten daarop besloten om zich uit het proces terug te trekken. Maar wat wil ik hiermee wil zeggen: het is alleen aan de grondigheid van de assisenprocedure te danken dat de waarheid aan het licht is gekomen. Laat zo’n zaak door een beroepscollege behandelen, en de kans is groot dat de beschuldigde met een lichte straf wegkomt, terwijl zijn slachtoffer voor eeuwig en altijd als de grootste hoer van Vlaanderen te boek staat. Niet dat ik aan de bekwaamheid van onze beroepsrechters twijfel,  maar ze staan onder een grote tijdsdruk. We zien de gevolgen nu al bij de behandeling van moordpogingen. Vroeger was dat een assisenzaak, sinds enkele jaren komt het voor de correctionele rechtbank. Om de efficiëntie op te drijven, was de redenering. In het begin werd voor moordpoging nog een halve dag uitgetrokken, tegenwoordig is het slechts één van de zaken op de rol. En wee de advocaat die wat te lang pleit. ‘Meester’, krijg je van de voorzitter te horen, ‘we hebben niet alle tijd, er liggen nog zaken te wachten’. We spreken hier nochtans niet over een bagatel, maar over een poging om een mens te doden. Daarom mag assisen onder geen beding verdwijnen, anders worden ook moord en doodslag gedevalueerd”.

–          De Gelder pleegde zijn feiten ruim vier jaar geleden. Wat een verschil met Anders Breivik, de Noorse massamoordenaar die binnen het jaar werd berecht. Waarom moet het in België zo lang duren vooraleer een beschuldigde voor assisen verschijnt? 

Vermassen: “Assisen is traag, maar dat heeft niks met de volksjury maar alles met het vooronderzoek te maken. Ik hecht zelf veel belang aan het moraliteitsonderzoek, een van de pluspunten van assisen. Zowel de jury als de voorzitter horen te weten wie de mens is die ze voor zich hebben, de mens die ze gaan beoordelen en eventueel bestraffen. Maar ik vraag me af of het echt nodig is elke kleuterjuf te ondervragen die zijn pad heeft gekruist, laat staan dat we wijzer worden als we zijn punten voor wiskunde in het derde middelbaar kennen. Dat kan allemaal sneller, en hetzelfde geldt voor de volgende stap in het onderzoek, het psychiatrisch verslag. We hebben veel te weinig gerechtspsychiaters. Nieuwe dossiers belanden bovenop de stapel, een verslag laat algauw een jaar op zich wachten. Als daarna de verdediging op een tegenexpertise aandringt, heb je het spel helemaal op de wagen. Het tekort aan gerechtspsychiaters is een oud zeer dat deels aan het Belgisch zwart-witsysteem ligt. Een beklaagde is of toerekeningsvatbaar of niet, er bestaat geen tussenweg zoals in Nederland waar justitie gradaties van toerekeningsvatbaarheid aanvaardt. Dat alles of niets-beginsel is voor heel wat psychiaters onverteerbaar en een reden om zich niet aan gerechtelijke expertises te wagen”.

–          De mediatisering van assisen dateert niet van gisteren. Nieuw is wel de focus op strafpleiters.  De assisenzaal wordt als een arena voorgesteld waarin strafpleiters elkaar als gladiatoren te lijf gaan. Ondanks uw selectieve mediaomgang heeft u een groot aandeel in die evolutie. Na Vermassen versus Van Aelst in het proces over de parachutemoord worden we nu warm gemaakt voor de kamp Haentjens-Vermassen. Is die personencultus wel gezond?

Vermassen: “Ik heb dat zien evolueren. Van het proces Horion-Feneuille bestaat er weinig meer dan enkele zwart-wit foto’s en twee minuten beeldmateriaal. Tegenwoordig komen kranten papier te kort om een zware assisenzaak te coveren. De bijbehorende personencultus is voor strafpleiters niet noodzakelijk een cadeau. Omgaan met media is zoals naar bed gaan met een hoer. Riskant, en de rekening wordt achteraf gepresenteerd. Stel dat ik morgen bij een vodka-controle tegen de lamp loop. Een banaliteit, maar je kunt er van op aan dat ik met mijn gezicht op alle voorpagina’s prijk. Neem het niet persoonlijk, maar de media gaan zelf geregeld uit de bocht. Denk maar aan de parachutemoord. Voor de zaal was het al na twee dagen klaar als een klontje dat Clottemans schuldig was. Ook de aanwezige journalisten wisten dat. Toch bleven de meeste media tot de laatste dag twijfel zaaien over de schuldvraag.  Suspens verkoopt, dat weet iedereen”.

–           Het proces kreeg een merkwaardig staartje. Na de uitspraak trok een zwarte mars door Hasselt om te protesteren tegen de ‘veroordeling zonder bewijs’ van Els Clottemans. Ook in haar woonplaats Ternat werd betoogd, met deelname zelfs van het voltallige gemeentebestuur. U werd persoonlijk geviseerd, en op Facebook verschenen haatgroepen tegen Jef Vermassen. Raakt u dat?

Vermassen. “Menselijk wel, maar professioneel niet, want ik heb gewoon mijn werk gedaan. Maar het proces Clottemans was wel een keerpunt, het verklaart de strakke communicatieregels die de stafhouders voor het proces De Gelder hebben opgelegd. Terecht, want de parachutemoord is het perfecte voorbeeld van een proces dat vooraf en op een eenzijdige manier in de media werd gevoerd. Els Clottemans mocht drie jaar lang haar onschuld uitschreeuwen, terwijl mijn cliënten en ikzelf de hele tijd hebben gezwegen. Vandaar ook de hysterie tijdens en na het proces. Niet voor herhaling vatbaar”.

–          We gaan geen koffiedik kijken, maar de kans is groot dat er opnieuw wordt betoogd als u in het zand bijt en De Gelder op zijn proces niet toerekeningsvatbaar wordt bevonden en wordt geïnterneerd. De publiek opinie beschouwt internering niet als een passende sanctie voor zware misdrijven.  Meer nog, in de volksverbeelding leeft het hardnekkige idee dat een geïnterneerde in een soort Club Med vertoeft. Akkoord?

Vermassen: “Nee. Internering is helemaal geen vakantieregime. Een van mijn oudste cliënten, een recidiverende moordenaar, werd in de gevangenis van Doornik in de vleugel voor geïnterneerden opgesloten. Ik ging hem nu en dan bezoeken, de middeleeuwse omstandigheden staan in mijn geheugen gegrift. De man stond als vluchtgevaarlijk bekend, hij moest de hele tijd in een opvallende pyjama en op sloefen rondlopen. Soms was het pure pesterij. Ik heb zelf gezien hoe een cipier een kanjer van een scheet liet in de belle, het luikje waarlangs gevangenen hun eten ontvangen. Cadeautje van de buitenwereld, riep de cipier. Dat is lang geleden, maar op het vlak van verzorging is er nog niet veel veranderd. België is niet voor niets meermaals door de Raad van Europa veroordeeld voor schandelijk manier waarop geïnterneerden hier worden behandeld. Er is beterschap op komst, ze zijn nu gespecialiseerde hospitalen aan het bouwen.

“Toch begrijp ik dat slachtoffers het moeilijk hebben met internering. Niemand kan voorspellen wanneer een geïnterneerde dader opnieuw in de maatschappij komt. Het ergste scenario voor een burgerlijke partij, dat is een internering die door de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling wordt uitgesproken, zonder een uitvoerig proces over de feiten voor de bodemrechter. Ik heb dat meegemaakt in de zaak van die vrederechter en haar griffier die in een Brusselse rechtszaal werden doodgeschoten, als advocaat voor de weduwe van de griffier. In anderhalf uur was de hele zaak beklonken. Pleiten over de feiten of de schuld hoefde niet, want de ontoerekeningsvatbaarheid stond vast. Het enige wat ik nog kon doen, was discussiëren over de schadevergoeding, over de prijs van de bloemenkrans en van de koffietafel na de begrafenis. Voor mijn cliënt was het traumatiserend, want geld was wel het laatste waarvan ze wakker lag. Slachtoffers willen vooral antwoorden op hun vragen, en die krijgen ze nergens zo uitgebreid als op een assisenproces”.