Tagarchief: Kim De Gelder

Knack jaaroverzicht 2013

een greep uit mijn bijdragen voor het jaaroverzicht van Knack (24-12-2013). Onder het motto dat vele handen het werk verlichten, werden me de maanden maart en november in de schoot geworpen. Formule: dateline en korte schets van het gememoreerde nieuwsfeit, gevolgd door Q&A met een speler of kroongetuige. Hieronder: Advocaat Jaak Haentjes over Kim De Gelder, Mark Uytterhoeven over de dood van Rik De Saedeleer, kinderarts Joris Verlooy over de uitbreiding van de euthanasiewet, en de Vilvoordse burgemeester Hans Bonte over Belgische Syrië-strijders.

201304081703-1_haentjens-tekent-geen-beroep-aan

22 maart: na een marathonproces  veroordeelt het Gentse assisenhof Kim De Gelder wegens vier moorden en 25 moordpogingen tot levenslang

Jaak Haentjens (Lokerse advocaat van Kim De Gelder die een eenzame strijd voerde tegen de openbare aanklager en tegen 27 confraters die de 82 burgerlijke partijen vertegenwoordigden) “Het was pas mijn vierde assisenzaak, maar wel eentje die voor tien telt. Ik zal nooit vergeten hoe ik er in januari 2009 ben in gerold. De feiten in kinderdagverblijf Fabeltjesland werden op een vrijdag gepleegd. In het weekend kreeg ik telefoon van de grootvader  van De Gelder. Ziet u, ik kende de familie al oppervlakkig. Tijdens dat gesprek werd ik uitvoerig geïnformeerd over de psychische problemen van Kim. Wellicht verklaart dat waarom de stafhouder van de Dendermondse balie me de volgende maandagochtend geeft gecontacteerd. Hij vond niemand bereid om De Gelder te verdedigen, en of ik het wilde doen? Ik heb twee uur bedenktijd  gevraagd, enkele telefoontjes gepleegd, en dan ja gezegd. Niet alleen omdat ik de familie kende, maar ook omdat ik gefascineerd was door de waanzin van de hele zaak. Ik heb het mes gezien van De Gelder. Om daarmee in het lichaam van een zeven maanden oude baby te steken, moet je ver heen zijn”.

–          Wist u echt waar u aan begon?

Haentjens: “Eerlijk? Ik had nooit verwacht dat het tot een assisenproces zou komen. Het zal hier rap geklaard zijn, dacht ik, iedereen ziet zo dat die jongen ziek is en moet geïnterneerd worden. Het is anders uitgedraaid”.

–          Ziek? Ook de assisenjury zag het anders. U slaagde er niet in de jury ervan te overtuigen dat uw cliënt op het moment van de feiten niet toerekeningsvatbaar was. Teleurgesteld?

Haentjens:  “Ik blijf ervan overtuigd dat De Gelder ziek is. Het is overigens zo dat gerechtspsychiater Deberdt zelf een opvallende bocht in die richting heeft genomen. In zijn eerste verslag, opgemaakt kort na de feiten, noemde hij mijn cliënt een perfect toerekeningsvatbare narcist, cynicus en manipulator.  In het finale verslag van het openbaar ministerie echter, waaraan nog vier andere experts hebben meegewerkt, staat een heel andere diagnose. De Gelder heeft een schizotypische persoonlijkheidsstoornis, een formulering die zorgvuldig werd gekozen om hem vooral geen schizofreen te moeten noemen, want met die diagnose had men haast onvermijdelijk moeten concluderen dat De Gelder aan psychotische opstoten leed en moest worden geïnterneerd. Overigens, in de nieuwste DSM (Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders, gezaghebbend handboek van de American Psychiatric Association, nvdr) valt een schizotypische persoonlijkheidsstoornis niet meer in de categorie persoonlijkheidstoornissen, maar in de categorie psychotische stoornissen. Maar ja, er moest en zou een assisenproces van komen”.

–          Had het Parket van Dendermonde dan een andere keuze? De roep om vergelding van de nabestaanden en de publieke opinie klonk erg luid…

Haentjens: “Dat heeft zeker gespeeld. De wet is duidelijk, het parket van Dendermonde was bevoegd. Maar ik vraag me af of er wel voldoende afstand was om deze zaak objectief te behandelen.  Al een paar weken na Fabeltjesland heeft de procureur een bijeenkomst met alle nabestaanden belegd. Hij heeft toen gezworen dat hij De Gelder binnen het jaar voor assisen zou brengen, terwijl er nog niet eens een deskundig verslag was gemaakt. Tja, dan rijd je jezelf vast natuurlijk, onmogelijk om de burgerlijke partijen nadien nog te vertellen dat de dader in feite ziek is en moet geïnterneerd worden. Ook tijdens het proces was de druk groot, de wraaklust hing als een onzichtbare nevel in de zaal. Dat alleen de pijnlijkste dood goed genoeg was, riep iemand.  Pas op, ik heb het grootste respect voor het leed van de nabestaanden, de meesten hebben zich trouwens erg sereen gedragen.  En ja, ik snap dat de burgerlijke partijen aandringen op een schuldigverklaring met bijbehorende straf.  Je kind of geliefde op zo’n manier verliezen is erg, maar kennelijk is het leed nog erger als je moet vernemen dat de moordenaar niet uit boosheid heeft gehandeld, maar als gevolg van een ziektebeeld. Menselijk, maar justitie moet daarboven staan. Ziek is ziek, hoe verschrikkelijk ook de feiten die uit die ziekte voortvloeien. Overigens, in de praktijk zou een internering voor De Gelder weinig verschil hebben uitgemaakt. Hij zou nu evengoed in de gevangenis van Oudenaarde opgesloten zitten, want er zijn geen aangepaste instellingen voor geïnterneerden. Ja, binnenkort gaat in Gent het nieuwe forensisch psychiatrisch centrum open. Een goede zaak, maar zelfs daar zullen ze volgens mij niet staan springen om geïnterneerden met hoog gevaarrisico op te vangen. Ook als geïnterneerde zou De Gelder nooit meer vrijkomen. Daar waren onze vier experts formeel over:  nooit zouden ze hun handtekening plaatsen om zo iemand in de maatschappij te laten terugkeren. Ook zijn ouders zijn ervan overtuigd dat hun zoon nooit mag vrijkomen”.

–           Heeft dit proces uw visie op assisen veranderd?

Haentjens: “Ik vraag me meer dan ooit af waarin de meerwaarde van een volksjury schuilt. In dit proces  werden niet minder dan 180 getuigen gehoord. Hoe moeten die twaalf gezworenen daar een lijn in trekken? Dan weet je op voorhand dat de ratio het zal afleggen tegen de emotie, een gegeven waarop heel wat strafpleiters trouwens schaamteloos inspelen. De kwestie van geestelijke gezondheid stond cruciaal op het proces. Anderhalve dag werd er op het proces voor uitgetrokken, in die tijd moesten zowel de deskundigen van het openbaar ministerie als onze deskundigen hun conclusies toelichten. Sorry, maar dat is totaal onvoldoende. U zou het verslag moeten zien dat onze vier experts hebben gemaakt. Taaie kost vol wetenschappelijk jargon, ik daag iedereen uit om daar na een eerste lezing een zinnig woord over te vertellen. Ik geraakte er zelf niet door, ze zijn een hele dag op mijn kantoor geweest om alles nog eens uit de doeken te doen. Spreekt vanzelf dat het verslag van de openbaar ministerie niet minder doorwrocht was. Hoe kan men dan verwachten van een jury dat ze er hoogte van krijgt wanneer al die experts een na een op een drafje hun uitleg komen doen? Die mensen zijn daar niet voor opgeleid, ook al omdat het niveau van zo’n volksjury zelden hoge toppen scheert. Uitzonderingen niet te nagesproken, zijn het toch vooral huisvrouwen, steuntrekkers en gepensioneerden die worden uitgeloot, want de anderen komen met een briefje om zich te excuseren. Onlangs las ik een interview waarin de Antwerpse advocaat-generaal Patrick Boyen een lans breekt voor assisen. In de jury zitten allemaal mensen met gezond verstand, zei hij. Best mogelijk, maar sinds wanneer volstaat gezond verstand? Een beetje verkeersovertreding komt voor politierechtbank, waar gediplomeerd juristen met een zware magistratenopleiding achter de rug,  recht spreken. Maar als over het leven en dood gaat, vertrouwen we op het gezond verstand van een willekeurig gekozen volksjury. Ik ben er meer dan ooit van overtuigd: zware misdrijven moeten voor een college van beroepsrechters komen, maar wel met behoud van de grondigheid die eigen is aan de assisenprocedure. Tegenwoordig worden doodslagen en pogingen doodslagen voor de correctionele rechtbank gebracht. Een halve dag voor zo’n zwaar misdrijf, dat vind ik te weinig”.

–          Het proces was ook een ongezien mediacircus waarin heel wat bekende strafpleiters zich lieten opmerken. Zo was er veel te doen over het verwijt van Nina Van Eeckhaut aan uw cliënt ‘dat hij zelfs te laf was om zich op te hangen’.

Haentjens: “Dat vond ik er over, zelfs al plaats je het in de context van haar betoog.  Iemand aansporen tot het plegen van zelfmoord, in Frankrijk is dat zelfs strafbaar. Stel dat hij het echt had gedaan, wat zou Nina Van Eeckhaut dan hebben gezegd? Ook op dat vlak heeft De Gelder een voorgeschiedenis. Als student is hij in Belsele op de treinsporen gaan liggen. De poging is mislukt door het alert ingrijpen van de machinist die een noodstop kon uitvoeren. Hoe dan ook, dat was geen aanstellerij maar een daad ingegeven door levensmoeheid en depressie. Uiteraard heeft de massale mediabelangstelling de pleidooien gekruid. Ik had soms te doen met mijn confraters. Je zult daar maar als 25ste in de rij voor een burgerlijke partij staan pleiten, over dezelfde feiten als alle voorgangers. Ook voor de jury moet het een beproeving zijn geweest”.

–          Hoe stelt Kim de Gelder het momenteel?

Haentjens: “Naar ik verneem ligt hij de ganse dag op zijn bed naar het plafond te staren, of hij zit televisie te kijken. Hij neemt geen deel aan het gemeenschapsleven, onder meer uit veiligheidsoverwegingen”.

–          De waarom-vraag werd op het proces niet echt beantwoord. Bent u er achter gekomen?

Haentjens: “Nee, en die vraag zal ook nooit worden beantwoord. De Gelder had geen motief. Of ja, in de loop van het onderzoek heeft hij er een stuk of twaalf gegeven. Wrok tegen de maatschappij, dat is wat ze uiteindelijk in het vonnis hebben vermeld. Maar op andere momenten begon hij over de strengere wapenwet, het gebruik van een mes als moordwapen moest de absurditeit van die wet aantonen. Ik geloof dat hij er zelfs de splitsing van BHV heeft bij gesleurd. Kijk, De Gelder is volkomen ongrijpbaar. Ik heb tijdens de voorbereiding van het proces talloze keren met hem gesproken, vaak urenlang. Ieder keer kwam ik met gevoel buiten dat ik weer een andere De Gelder had ontmoet. Hij had geen motief, die jongen is ziek. Vandaar ook het totaal ontbreken van enig schuldbesef. Geloof het of niet, maar hij was ervan overtuigd dat hij na proces als een vrij man naar zijn ouders zou terugkeren. Vier jaar voorarrest, in zijn fantasiewereld was dat meer dan welletjes geweest”.

–          U was ook de advocaat van de ouders van De Gelder. Hoe hebben zij dit proces beleefd?

Haentjens:  “Het was erg zwaar. Na de eerste procesdag moesten ze de assisenzaal verlaten, omdat sommige nabestaanden hun aanwezigheid niet konden verkroppen. De polarisatie was groot, al wie tot het kamp De Gelder hoorde, was een vijand in de ogen van de burgerlijke partijen. Nochtans zijn de ouders even goed slachtoffers. Het getuigenis van vader De Gelder was een van de sterkste momenten van het proces. De wanhoop en machteloosheid van het gezin dat ondanks alle moeite iedere greep op hun dolende zoon was verloren. Je kon een speld horen vallen in de assisenzaal. De ravage voor die familie is enorm. Kim heeft een jongere broer die net als hijzelf verpleegkunde heeft gestudeerd, en die bovendien de pech heeft dat hij Tim heet. De dag van de raid op Fabeltjesland was hij gaan solliciteren. Met succes, maar de volgende maandag kreeg hij telefoon van het ziekenhuis. Met zo’n naam aan het bed van patiënten verschijnen, dat zou niet lukken. Tim heeft nog altijd de grootste moeite om werk te vinden, hij wordt door zijn naam achtervolgd”.

–          Een tegen allen, het is een ondankbare maar heroïsche rol voor een advocaat op een assisenproces. Zou u het opnieuw doen?

Haentjens: “Ik denk het wel, ook al weegt zo’n monsterzaak zwaar op de werking van een kantoor. Ik houd er een goed gevoel aan over, ik heb mijn rol als advocaat te volle gespeeld. Iedereen heeft recht op een behoorlijke verdediging, dat is een hoeksteen van ons rechtssysteem.  De reacties waren uiteenlopend. Toen bekend raakte dat ik De Gelder zou verdedigen, vond ik ’s avonds een briefje aan de voordeur van mijn privéwoning. ‘Wij zijn beschaamd in uw plaats!!!’, stond erop, ‘Een echte schande voor Lokeren. Gans de wereld zal zien dat er ook bloed aan uw handen zit!!!’.

“ Maar ik heb ook steunbetuigingen ontvangen. Briefjes en telefoontjes van collega’s, magistraten  en academici,  vaak met lof voor de serene manier waarop ik mijn rol heb vervuld. Na het proces ontving ik een brief van een van de burgerlijke partijen, een belangrijk slachtoffer. ‘Meester’, stond erin, ‘ik heb in de loop van het proces meer en meer waardering voor uw optreden gekregen’. Dat heeft me oprecht deugd gedaan”.

 

 

Rik De Saedeleer en Mark Uytterhoeven

Rik De Saedeleer en Mark Uytterhoeven

3 maart: de legendarische voetbalcommentator Rik De Saedeleer sterft op 89-jarige leeftijd.

Mark Uytterhoeven: (televisiemaker, ex-collega en stadsgenoot van De Saedeleer) “De eerste keer zag ik hem toen ik in Gent op kot zat en met enkele Mechelse medestudenten een film maakte, in feite niet meer dan een studentikoze grap. We gingen onaangekondigd met draaiende camera aanbellen bij bekende Mechelaars, bij Louis Neefs, Manu Verreth en Rik De Saedeleer die toen nog in de Kapelstraat woonde. Hij reageerde sportief, kon er goed mee lachen. De tweede keer, dat was toen ik al op de sportredactie werkte waar ik mijn tijd vooral in de montagekamer sleet met voetbalverslagen van Rik en tennisverslagen van Daniël Mortier. Op een keer kwam hij me daar opzoeken. ‘Ge doet dat goed’, zei hij, ‘g e hebt een echt Mechels kopke’.  Ik voelde me vereerd, maar vond het toch nodig een bekentenis te doen. Dat ik voor de KV supporterde , de aartsrivaal van Racing. ‘Da’s niks jong”, antwoordde hij, “niemand is perfect’. Zo was Rik, altijd in voor een grap en alles relativeren. Racing was zijn leven, maar toen ik hem bij de viering van 50 jaar televisie terugzag, heeft hij me oprecht gefeliciteerd met de redding  van KV. Rik was een epicurist, hij probeerde er altijd het beste van te maken, ook op moeilijke momenten zoals toen zijn zoon veel te jong aan een hersenbloeding stierf.  Ik ben hem eind december, toen hij al in een coma lag, gaan bezoeken, samen met Carl Huybrechts en Roger De Vlaeminck. Ik gaf hem een kus op zijn voorhoofd. Dit is de laatste keer dat ik hem in min of meer levende lijve zie, dacht ik toen ik zijn kamer verliet. Een paar weken later telefoon van Carl: ‘Wil je nu wat weten, Rik is ontwaakt!’. We zijn hem nog drie keer gaan opzoeken in Knokke, de laatste keer zijn we in zijn lievelingsrestaurant gaan eten. Ik zit al in de verlengingen, lachte hij. Typisch was zijn reactie toen ik vertelde dat Racing het tijdens zijn coma zo goed had gedaan, ze stonden namelijk derde in de stand. Nee, nee, antwoordde hij, ze staan tweede, met gelijk doelpuntensaldo. Hij was weer helemaal bij”.

–        Was hij een voorbeeld voor jongere sportcommentatoren?

Uytterhoeven:  “Dat was niet zijn ambitie. Eigenlijk zagen we de Rik niet zoveel. Hij deed twee matchen in het weekend, in de week was hij meestal weg voor een of andere Europacup.  Je kon er natuurlijk wat van opsteken,want hij kende de knepen van het vak. Rik stond erom bekend dat hij nooit een doelpunt miste, hij kon altijd precies vertellen wie de maker was. Op een keer heeft hij me zijn truc uit de doeken gedaan. Als je het niet hebt gezien, moet je tijd winnen. Jaja, zei Rik dan, het zat er aan te komen, het doelpunt hing in de lucht. En zo wist hij met wat holle frasen de zaak te rekken tot de slow motion op zijn monitor liep en hij de naam van de doelpuntenmaker kon meegeven”.

–          Waaraan dankte hij zijn onwaarschijnlijke populariteit?

Uytterhoeven: “Rik is niet altijd zo populair geweest hoor, de eerste twintig jaar van zijn carrière was hij een commentator tussen de anderen op de sportredactie. Dat is pas veranderd met het WK 82 in Spanje. Iedereen herinnert zich zijn uitroep toen Erwin Vandenbergh in de openingsmatch tegen Argentinië scoorde. Ik was op de redactie, onze mond viel open toen Rik zijn langgerekte ‘goal! goal! ’ op de wereld losliet. Nu gaat hij te ver, dachten we, dit gaat de kijker niet pikken. Maar het tegendeel was waar, die kreet heeft van Rik een fenomeen gemaakt. Zijn commentaar kwam ook live op de Nederlandse televisie, want de BRT en de NOS werkten samen tijdens WK’ s en EK’s. Ook daar sloeg Rik in als een bom, terwijl Nederlanders doorgaans bij een veel drogere commentaarstijl zweren. Stel je voor, na dat WK hebben ze in Nederland een langspeelplaat met fragmenten van Rik uitgebracht. Materiaal genoeg, want Rik heeft daar niet alleen met zijn goal-goal-kreet gescoord. Neem nu zijn commentaar over de keeper van El Salvador dat met 10-1 door de Hongaren werd ingeblikt. Amaai, zie Rik, die moet zich nogal thuis voelen zoals hij er hier op hem wordt geschoten. El Salvador, moet je weten, was toen een land in volle burgeroorlog.”

–          Heeft die stijl school gemaakt?

Uytterhoeven: “School maken zou ik niet zeggen, maar op de redactie had je wel twee stromingen. Er was de stijl Ivan Sonck, nuchter en objectief. Sonck was zijn tijd vooruit, hij benaderde sport als wetenschap. Tijdens een match zette hij per speler plusjes en minnetjes voor goede en slechte passes. Ooit hebben we Sonck wreed zitten plagen omdat hij bijna had gejuicht bij een doelpunt. Tegenover de stijl Sonck stond de aanpak van De Saedeleer. Hoe belangrijk hij voetbal ook vond, in de ogen van Rik bleef het een spel waarbij de commentator een nevenrol als entertainer speelde. Hij moest ervoor zorgen dat de kijkers zich amuseerden, ook en vooral wanneer het spelniveau belabberd was. Echte opvolgers zie ik niet, dat zou ook te veel naar na-aperij ruiken. Soms mis ik zijn stijl wel, de huidige lichting commentatoren overdrijft in haar poging om voetbal wetenschappelijk te analyseren, ze willen te veel tonen dat ze het moderne trainersjargon  in de vingers hebben. Assists, doelpogingen, looppatroon, alles wordt gekwantificeerd, tegenwoordig worden zelfs pre-assists geteld. Op zo’n moment overvalt me acute heimwee naar Rik De Saedeleer. Assists tellen? Hij heeft een goede laatste pas in de benen, zou Rik hebben gezegd ”.

–          Was hij ook een kenner?

Uytterhoeven: “Absoluut, en zijn mening werd gerespecteerd. Ik moest hem ooit assisteren bij een match van Racing Mechelen in de eindronde van tweede klasse. Bij de rust stond Racing 0-1 achter. ‘Mark’, zei hij, ‘ge ziet toch zo wat er scheelt’. Waarop hij de spelers noemde die volgens hem dringend moesten vervangen worden. Daarop daalde hij zuchtend en mopperend van zijn commentaarpost af naar de kleedkamer van Racing. En jawel, in de tweede helft had de trainer precies de vervangingen doorgevoerd die Rik hem had ingefluisterd, een van die vervangers heeft trouwens de gelijkmaker gescoord. Ook op hoger niveau speelde zijn invloed. De veelbesproken terugkeer van Wilfried Van Moer in de nationale ploeg, dat was voor een groot stuk zijn werk. Het is simpel, Guy Thijs en Rik woonden toen allebei in Knokke. Waar denk je dat ze over praatten als ze elkaar op café tegenkwamen?. Guy Thijs was niet dom, advies van een kenner was altijd meegenomen”.

 

 

Hans Bonte

Hans Bonte

23 maart: minister van binnenlandse zaken Joëlle Milquet (CdH) kondigt de oprichting van een task force Syriëstrijders aan.

Hans Bonte:  (SP-A-burgemeester van Vilvoorde, samen met Antwerpen, Schaarbeek, Mechelen en Maaseik vernoemd als kweekvijver voor radicale jongeren die klaar staan om Syrië tegen het Assad-regime te vechten) “De cijfers voor Vilvoorde liegen er niet om. Half november zaten we aan 22 jongeren van wie we met grote zekerheid weten dat ze zijn vertrokken. Vorige vrijdag nog zijn er twee vertrokken, gasten van 17 en 18. Het werkelijke aantal kan nog hoger liggen, want er zijn enkele onrustbarende verdwijningen van wie het niet zeker is of het om gewone weglopers dan wel om Syriëstrijders gaat. En het blijft maar duren, in Vilvoorde is een groep van een zestigtal jongeren die ons zorgen baart. Ik stel vast dat het fenomeen ook ruimtelijk uitdeint. Ook in buurgemeenten als Machelen en Grimbergen verdwijnen jongeren die even later in Syrië opduiken. Let wel, jongere betekent niet altijd minderjarig. De leeftijd van de 22 vertrekkers uit Vilvoorde schommelt tussen 15 en 35”.

–          Waarom is Vilvoorde zo’n vruchtbare bodem voor Syriëstrijders?

Bonte:  “Er wordt natuurlijk gerekruteerd. Een paar jaar geleden was Sharia4Belgium hier erg actief. Die organisatie ligt nu op apengapen, maar haar discours leeft voort,  met dank ook aan Facebook en andere sociale netwerken. Je zou kunnen stellen dat ze in Vilvoorde oogsten wat ze destijds hebben gezaaid, dat hun radicaal verhaal pas nu echt wordt gehoord. Genoeg gepraat, is de boodschap, nu is het tijd om te handelen. Wie het echt meent, gaat strijden in Syrië. Kijk ook naar het profiel van de jongeren. Kansarmen, denken mensen vaak, maar dat klopt niet helemaal. Er zijn er inderdaad nogal wat die economisch kansarm zijn, maar veel belangrijker is de sociale en psychologische kansarmoede. Alle Syriëstrijders hebben namelijk deze eigenschap gemeen: ze zijn op zoek naar zichzelf en worstelen met hun plaats in de samenleving. En toeval of niet, maar ze komen allemaal uit gebroken gezinnen met een afwezige vader.  Veel nieuwe Belgen, vooral uit de Marokkaanse gemeenschap. Maar ook Vlamingen, allemaal bekeerlingen. De rol van religie is echter dubbel. In feite weten die jongeren heel weinig van de islam. Dat geldt ook voor de moslims, doorgaans zijn het jongens die zelden of nooit de moskee bezochten. Precies die onwetendheid maakt hen vatbaar voor haatpredikers die hen wijsmaken dat alle andersdenkenden vijanden zijn en dat sterven in Syrië de kortste weg is naar het paradijs”.

–          Al minstens vier Belgen zijn in Syrië gesneuveld, onder wie ook twee jongeren van respectievelijk 19 en 20 uit Vilvoorde. Schrikt dat potentiële rebellen niet af?

Bonte: “Bij sommigen zal dat ontradend werken, maar het omgekeerde geldt evenzeer. De gesneuvelde Syriëstrijders zijn rolmodellen, ze worden op allerlei websites als martelaren vereerd. Ik vrees dat hun voorbeeld heel wat jongeren juist over de streep kan trekken. De dood van de martelaar wrijft het er nog eens goed in: dat het laf is om thuis te blijven en eervol om voor Allah te sterven. Die hersenspoeling gebeurt niet alleen lokaal.  Jongeren die al in Syrië vechten, bestoken vrienden op het thuisfront met sms’jes om hun voorbeeld te volgen. Ook dat is een patroon: eens ze de grens met Turkije zijn overgestoken, gaat de radicalisering crescendo. Afhaken is sowieso ondenkbaar, want vaak wordt hun paspoort in beslag genomen zodat er geen weg terug is. Wie het toch waagt, loopt grote risico’s. Een van de gesneuvelde Belgen zou door de rebellen zijn geliquideerd omdat hij het niet meer zag zitten en naar huis wilde”.

–          U maakt zich grote zorgen over terugkerende Syriëstrijders. Waarom?

Bonte: “Omdat je niet kunt voorspellen in welke toestand ze terugkeren. Het gevaar bestaat dat ze ginder gesocialiseerd zijn in extreem geweld. Okay, sommigen zijn nooit voorbij de Turkse grens geraakt, maar anderen hebben ginder leren omgaan met zware wapens en explosieven. Verontrustend, want als burgemeester ben ik verantwoordelijk voor de veiligheid in mijn stad. We hebben er intussen al een paar zien terugkeren. Een ervan ligt al wekenlang in het ziekenhuis, de vraag is of hij nog ooit van zijn bed zal opstaan. Ook mentaal is de schade enorm, ze zijn allemaal totaal gedisillusioneerd. Die jongeren hebben aandacht nodig van de sociale dienst, maar ook toezicht door de politie. Sommigen werden bij hun terugkeer trouwens meteen opgepakt, zoals de veelbesproken Jejoen Bontinck. Ook de anderen worden door de politie verhoord in het kader van verschillende onderzoeken die het Federaal Parket voert naar de mechanismen achter de rekrutering. Want het is niet alleen verkeerd begrepen idealisme, hier zitten wel degelijk organisaties achter. Ik hoor bedragen van 2 tot 3.000 euro per vrijwilliger die in Syrië aankomt, pure mensenhandel dus. Neem nu die twee jongens die vorige vrijdag zijn vetrokken. We werden ‘s morgens door de school verwittigd, en omdat we meteen beseften dat het om een onrustbarende verdwijning ging, hebben we gerechtelijke toelating gevraagd om hun gsm-verkeer te traceren. Zo hebben we hun reis kunnen reconstrueren.  Om kwart voor negen stonden ze hier nog op de Grote Markt in Vilvoorde, in de vooravond bevonden ze zich al aan de Turks-Syrische grens.  Jammer genoeg hebben we de puzzel pas achteraf kunnen leggen. Nu ja, we hadden ze toch nooit kunnen tegenhouden in Zaventem, zelfs niet die ene die nog minderjarig was”.

–          U pleit tevergeefs voor het preventief in beslag nemen van identiteitskaarten en reisdocumenten van minderjarigen met een risicoprofiel. Waar zit de knoop?

Bonte:  “Justitie ligt dwars. Geen sanctie zonder proces voor een vergrijp dat bovendien nog niet werd begaan, zo luidt de redenering. Kijk, strikt juridisch mag dat dan kloppen, ik blijf het een gemiste kans vinden. De maatregel is bedoeld om jongeren tegen zichzelf te beschermen, de inbeslagname zou trouwens met toestemming van de ouders gebeuren.  In feite doe ik daarmee niets anders dan de preventieve logica van het jeugdbeschermingsrecht volgen. Jeugdrechters leggen aan de lopende band maatregelen om potentieel onheil te voorkomen. Waarom dan niet als het om potentiële Syriëstrijders gaat? De impact is verwoestend, ook op de achtergebleven familie die trouwens een beroep op slachtofferhulp kunnen doen. Ik ken verschillende moeders van Syriëstrijders, sommigen kampen met psychiatrische problemen. Niet verwonderlijk, want vertrekken naar Syrië is een vorm van zelfmoord plegen”.

–          In april riep u samen met Bart Somers en Bart De Wever op tot een actieplan tegen radicalisering van jongeren. Wat is daar van in huis gekomen?

Bonte: “We hebben intussen een brochure uitgebracht. Het is de bedoeling te sensibiliseren,maar ook praktische informatie te verstrekken. Want niet alleen burgemeesters worden met dit fenomeen geconfronteerd, ook politie, onderwijs, welzijnswerkers en sportclubs krijgen ermee te maken. De onwennigheid is groot, al heb ik van diverse specialisten begrepen dat de radicalisering van deze jongeren parallellen vertoont met wat er vroeger in milieus van hooligans en extreemrechtse militanten omging. Echte maatregelen? Daarvoor moeten we naar hogere echelos kijken. Ik ben niet alleen ontgoocheld in minister van justitie Turtelboom. Wat doet Vlaams minister van welzijn Jo Vandeurzen in dit dossier, vraag ik me soms af. Niks, is het antwoord, terwijl dit probleem overduidelijk onder zijn bevoegdheid valt. Alle jongeren die in beeld komen, zitten in wat heet een ‘problematische opvoedingssituatie’. Possers dus, het kernpubliek van jeugdbeschermingcomités en jeugdrechters, instanties die rechtstreeks door de minister van welzijn worden aangestuurd”.

–          Jongeren die naar Syrië vertrekken worden meteen uit het bevolkingsregister geschrapt. Werken jullie de marginalisering daarmee niet in de hand?

Bonte: “Nee, dat is een daad van goed bestuur.  Het bevolkingsregister moet een zo getrouw mogelijke weerspiegeling van de reële bevolking zijn. En het heeft natuurlijk ook met uitkeringen te maken. Het zou nogal kras zijn dat iemand in Syrië gaat vechten om zijn ticket naar het paradijs te verdienen, en dat wij zijn kogels subsidiëren”.

–          In 1936 trokken honderden Vlaamse jongeren naar Spanje om er tegen Franco te gaan vechten. Die Brigadisten leven verder in onze herinnering als helden. Wat is eigenlijk het verschil met deze jongeren?

Bonte: “Ik zie raakvlakken. Ook toen ging het om jonge mensen op zoek naar zichzelf en naar een ideaal. De radicalisering gaat nu natuurlijk veel sneller, ook al door het bestaan van nieuwe media. Maar het belangrijkste verschil zit elders. Toegeven aan de roep van Allah, de overtuiging dat de essentie van het leven erin bestaat te sterven voor het geloof. Dat irrationele, dat maakt dit fenomeen zo uniek en verontrustend”.

 

 

Dr. Joris Verlooy

Dr. Joris Verlooy

27 november: in de gemengde Senaatscommissie Justitie en Sociale Aangelegenheden keurt een wisselmeerderheid de uitbreiding van de euthanasiewet naar wilsbekwame minderjarigen goed.

Dr Joris Verlooy (kinderarts Franciscus Ziekenhuis Roosendaal, werd in februari door de gemengde Senaatscommissie gehoord). “Ik was toen nog coördinator van Koester, het kinderpalliatief team van het UZ Gent dat een goed deel van Vlaanderen bestrijkt. Vanuit die ervaring heb ik gepleit voor de uitbreiding van de wet. Mijn verklaring heeft nogal wat stof doen opwaaien, omdat ik verteld heb wat in feite iedereen weet, namelijk dat er ook in het verleden al,  in de grootst mogelijke discretie, minderjarigen werden geëuthanaseerd ”.

–          Tegenstanders noemen de uitbreiding overbodig, omdat de doelgroep verwaarloosbaar klein is en bovendien uit patiënten bestaat die met palliatieve zorgen en eventueel palliatieve sedatie naar een menswaardig levenseinde kunnen worden begeleid…

Dr Verlooy: “Wat heet klein? Per jaar krijgen in België tussen de 320 en 350 kinderen een of andere vorm van kanker. Als je bedenkt dat de overlevingskans globaal gezien 75 procent bedraagt, dan blijft er nog altijd een omvangrijke restgroep die vroeg of laat in een palliatieve fase verzeilt.  Maar wat me toch van het hart moet: die wetsuitbreiding is er niet alleen voor de patiënten. Het zijn vooral de artsen die behoefte hebben aan een wettelijke regeling, zodat ze zich niet meer blootstellen aan vervolging wegens moord wanneer ze op de euthanasievraag van een minderjarige ingaan. Zo’n juridisch kader is ook noodzakelijk om artsen te informeren en te vormen. Okay, LEIF (LevensEinde Informatie Forum, nvdr) geeft al tien jaar opleidingen aan artsen en andere zorgverleners. Maar die vorming is specifiek afgestemd op de omgang met volwassenen. Het palliatief begeleiden van minderjarigen, desnoods tot en met het aanhoren van een euthanasiewens, vergt een heel specifieke benadering.  De betrokkenheid van het hele team is enorm groot, want het gaat haast altijd om kinderen die we al maanden tot jaren begeleiden”.

–          Is palliatieve sedatie geen volwaardig alternatief?

Dr Verlooy: “Ik zie de principiële tegenstelling niet, in mijn ogen is euthanasie is een onderdeel van het palliatieve aanbod.  Maar sedatie? Geen alternatief als de patiënt de wens heeft uitgesproken om te sterven. In dat geval is palliatieve sedatie een vorm van patiëntenbedrog. Je doen de patiënt wel in slaap met de zekerheid dat hij nooit meer wakker wordt, maar ontneemt hem iedere controle over het moment van zijn overlijden.  Bij sedatie laten we de natuur beslissen, zeggen voorstanders. Tja, de waarheid is dat we in een tijdperk leven waarin steeds meer patiënten hun lot in eigen handen willen nemen”.

–          Zijn minderjarigen in staat om zelfstandig een beslissing over hun levenseinde te nemen?

Dr Verlooy: “Ja, zolang we over wilsbekwame minderjarigen spreken. Ik heb de euthanasiewet altijd discriminerend gevonden. Een jongen van 17 jaar en negen maanden kan geen euthanasie vragen, de jongen van 18 en één week die een kamer verder ligt, kan het wel. Ik heb de ontwerptekst nog niet gelezen, maat het lijkt me logisch dat het advies van de ouders wordt gehoord, net als dat van de behandelende arts en het hele zorgteam. Maar het beslissingsrecht moet wat mij betreft altijd bij de patiënt liggen. Het is theoretisch denkbaar dat ouders en kind daarbij lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Maar ik kan me zo’n situatie in praktijk inbeelden. Vooraleer men op het punt van een euthanasiewens aanbelandt, is er een lange weg afgelegd. Het valt uiterst zelden voor dat ouders op zo’n moment niet achter hun kind staan”.

–          Het wetsvoorstel moet nog door de Kamer en wordt in het beste geval volgend jaar van kracht. Zal dat voor een hausse in het aantal euthanasievragen zorgen?

Dr. Verlooy: “Niets is minder zeker.  Zo’n explosie werd ook voorspeld na de goedkeuring van de euthanasiewet in 2002. Uit onderzoek onder leiding van Luc Deliëns, docent palliatieve zorg aan de VUB, bleek echter het tegendeel, het aantal euthanasievragen ging juist achteruit. De verklaring? De wet maakt euthanasie bespreekbaar, en dat neemt bij vele patiënt de onzekerheid weg die hen vroeger misschien voor de vlucht voorwaarts had doen kiezen. Want zo ging het er vaak aan toe: patiënten wilden zo snel mogelijk euthanasie, omdat ze zelfs het risico niet wilden nemen dat medicatie of pijnbestrijding het zouden laten afweten”.

–          In de Senaatscommissie heeft u getuigd over een 16-jarige patiënte die u in het UZ Gent naar euthanasie heeft begeleid. Riskante bekentenis?

Dr Verlooy: “Nee, want het ging om een Nederlands meisje uit de grensstreek dat in het UZ Gent was beland. De Nederlandse wet laat euthanasie voor minderjarigen toe. Kijk, ik blijf achter mijn uitspraak staan dat euthanasie op minderjarigen ook in België voorkomt. En als men zich afvraagt wat artsen drijft die daaraan meewerken. Compassie, is het antwoord. De doodstrijd van een minderjarige kankerpatiënt kan gruwelijk zijn, ik heb kinderen letterlijk met hun hoofd tegen de muur zien bonken van de pijn”.

–          Het nieuws van de geplande wetsuitbreiding ging de wereld rond. België oogstte vooral afkeuring voor het legaliseren van wat rabiate tegenstanders kindermoord noemen. Geschrokken?

Dr Verlooy: “Niet echt. België, Nederland en Luxemburg zijn nog altijd de enige landen in de hele wereld waar euthanasie wettelijk geregeld is. We lopen ver en eenzaam vooruit. Ik merk dat als ik het thema op internationale congressen aankaart. Collega’s zetten grote ogen, ze zijn er absoluut niet mee bezig. Euthanasie is in de meeste landen nog altijd een huizenhoog taboe, wat niet betekent dat het in de praktijk niet bestaat. Er wordt geïmproviseerd aan het sterfbed, vaak met nodeloos lijden tot gevolg. Precies zoals bij ons voor de euthanasiewet”.

–          U werkt intussen in Nederland. Is euthanasie voor minderjarigen daar ingeburgerd?

Dr Verlooy: “Ik hoorde collega’s van UZ Leuven beweren het zelfs in Nederland niet voorkomt. Dat klopt niet. Men hangt het niet aan de grote klok, maar er worden wel degelijk gevallen geregistreerd. Ingeburgerd is te sterk uitgedrukt, maar het is alleszins geen punt van discussie meer”.

 

Nina Van Eeckhaut verovert zich een voornaam

Ik laat met niet muilkorven’

(Knack, 10 april 2013)

FilipNaudts_NinaVanEeckhaut_130403_

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

foto: Filip Naudts,  www.guardalafotografia.be

 

Het comfort van de anonimiteit werd Nina van Eeckhaut (33) nooit gegund.  Het begon al op de lagere school, en aan de universiteit en de balie klonk de begroeting niet anders. Dochter van Piet Van Eeckhaut? De sceptische ondertoon heeft haar nooit van haar stuk gebracht. Vastberaden koos  ze het voetspoor van haar vader, de baardige strafpleiter met een recordaantal assisenzaken op zijn naam. Veertien assisenprocessen later heeft ze haar eigen voornaam veroverd. Nina is niet langer de assistente van Piet, maar een rijzende ster aan het firmament van de Vlaamse penalisten. De kritiek na haar optreden op het proces De Gelder kwam dan ook des te harder aan. Meester Van Eeckhaut, raadsvrouw voor een kinderverzorgster die het drama in Fabeltjesland meemaakte, werd op diverse fora van populisme beschuldigd. Platte retoriek, noemde schrijfster Saskia De Coster het in een bijtende column. Wekenlang hield de jonge advocate de lippen stug op elkaar, ondanks talloze aanvragen van televisie en andere media. Die bezinningsperiode is gelukkig voorbij als we op haar kantoor aan de Gentse Recollettenlei aanbellen.  Ze steekt een sigaret op en laat koffie aanrukken. Hoog tijd om eens goed haar gedacht te zeggen.

–          Saskia de Coster geeft in haar column een bloemlezing uit uw pleidooi. U noemde De Gelder een  ‘Hannibal Lector-wannabe’, en sprak snerend over de ouders van De Gelder die zich achter de ziekte van ‘ons Kimmeke’ blijven verschuilen. Heeft ze geen punt wanneer ze van platte retoriek gewaagt?

Nina Van Eeckhaut: (fel) “Daar krijg ik het nu van op mijn heupen:  linkse intellectuelen die met het opgeheven vingertje hun morele superioriteit etaleren.  En hoe ze hun punt maken, door simpelweg een paar quotes uit hun context te rukken.  Kijk, ik heb daar meer dan een uur staan pleiten. Zo’n pleidooi, dat schud je niet zomaar uit je mouw.  Ik heb zeven uur aan de redactie besteed, geen wonder als je bedenkt dat het dossier De Gelder 30.000 pagina’s dik is. En ja, ik heb de woorden gebruikt die De Coster in haar column aanhaalt. So what? Die woorden passen in de opbouw van een genuanceerd betoog waarover ik diep heb nagedacht. Het was absoluut niet mijn bedoeling de Gelders ouders te kwetsen. Integendeel, ik heb in de aanloop van mijn pleidooi benadrukt dat ik met hen meevoel, en dat ook zij slachtoffers zijn. Maar ik heb uiteraard het dossier gelezen. Kim De Gelder gedroeg zich thuis als een pestkop, zijn broer en zus moesten het vaak ontgelden. Die ouders waren zich daarvan bewust, maar ze hebben hem nooit gestraft. Ah nee, dat hoorde niet, want ‘ons Kimmeke’ was ziek. Daarom heb ik dus die passage ingelast. Waar haalt zo’n De Coster eigenlijk de pretentie vandaan om mij de les te spellen? Heeft ze het dossier gelezen? Heeft ze ook maar één procesdag bijgewoond? Nee, haar hele opinie is gebaseerd op een handvol fragmenten die via live stream en tweets zijn uitgelekt. Die gemakzucht, dat is wat mij nog het meest ergert”.

–          Maar was het echt nodig om De Gelder toe te voegen dat hij niet de moed heeft om zich op te hangen?

Van Eeckhaut: “Nogmaals, verlies de context niet uit het oog. In het vuur van mijn betoog kwam dat helemaal niet shockerend over. En laten we wel wezen: iemand die zulke gruwelijke feiten pleegt,  mag niet verwachten dat hij met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. Ach, de kritiek achteraf is te belachelijk voor woorden.  In een column in De Standaard mocht iemand beweren dat Nina Van Eeckhaut in haar eentje de hele suicidepreventie op de helling had gezet. Waar halen ze het? Ik besef heel goed wat psychisch lijden betekent. Wie me een beetje kent, weet dat ik me al jarenlang inzet voor het lot van geïnterneerden en gecollokeerden”.

–          Waarom heeft u zo lang gewacht om de kritiek te pareren?

Van Eeckhaut: “Laat me eerlijk zijn. Ik was aangeslagen, ook al besefte ik meteen dat de verwijten van de pot gerukt waren. Een assisenpleidooi is als topsport,  je staat daar en geeft het beste van jezelf. Na dat uur was ik uitgeput maar ook tevreden. Ik wist dat ik goed had gepleit, wat me trouwens door verschillende getuigen in de zaal werd bevestigd. Een schouderklop, dat is precies wat je op zo’n moment nodig hebt. Geen uur later echter is de hel losgebarsten. Blogs, tweets, commentaren, de gratuite kritiek bleef maar aanzwellen. De internetfora heb ik niet eens gelezen. Anoniem haatspuiten, dat getuigt van weinig moed. Gelukkig kreeg ik ook steun.  Helder en krachtig pleidooi, stond in Het Laatste Nieuws. Dat komt dan van een journalist die het hele proces heeft bijgewoond en weet waar hij over schrijft. Misschien moet Saskia De Coster dat ook maar eens doen vooraleer ze nog een keer haar mening verkondigt. Maar wees gerust, ik heb de knop omgedraaid. Het leven gaat voort, volgende week verdedig ik alweer een achtjarig meisje dat door haar vader vreselijk werd misbruikt. Uiteindelijk zal deze ervaring me sterker maken, ook als strafpleiter. Ik laat me niet muilkorven, ook niet door linkse intellectuelen of weldenkend Vlaanderen. Want de kritiek kwam vooral uit het kamp van de believers, veelal buitenstaanders die er zonder enige dossierkennis van overtuigd waren dat De Gelder niet toerekeningsvatbaar was. In die kringen leeft blijkbaar ook het waanidee dat de advocaat van de burgerlijke partij niet over de schuldvraag mag pleiten. In sommige landen is dat misschien zo, maar in België geeft de wet me de volledige vrijheid om voor het assisenhof te zeggen wat ik wil. Dat recht laat ik me door niemand afnemen”.  

–          De jury was unaniem:  De Gelder is toerekeningsvatbaar en over de hele lijn schuldig. Toch blijft de controverse woeden en gaan er nog altijd stemmen op die betreuren dat hij niet werd geïnterneerd. Zelf nooit getwijfeld?

Van Eeckhaut: “Nee, maar ik heb dan ook het hele dossier gelezen. De Gelder kampt met psychische problemen, dat wordt door niemand ontkent. Hij heeft een schizotypische persoonlijkheidsstoornis, verergerd door uitgesproken narcistische neigingen. Maar een echte psychoot? De Gelder kon zijn opstoten zelf regelen, alsof er een hendel in zijn hoofd zat. Dat klopt natuurlijk niet. Een confrater heeft het op proces goed verwoord: psychoot is geen nine to five job, je bent het of je bent het niet. Het was niet de waanzin die De Gelder tot zijn daden heeft gedreven, maar zijn boosaardige basispersoonlijkheid”.

–          Iedereen is het eens: de gerechtelijk psychiatrie heeft op het proces De Gelder alweer een slechte beurt gemaakt. Zeggen deskundigen van het openbaar ministerie wit, dan betogen andere deskundigen van de verdediging dat het zwart is. Zoek het maar uit als lekenjury. Wat moet er volgens u veranderen?

Van Eeckhaut: “Ach ja, dat welles-nietesspel hoort er nu eenmaal bij. Niks is volmaakt, en gerechtelijke psychiatrie is geen exacte wetenschap. Maar om te zeggen dat de deskundigen van het openbaar ministerie er een potje van gemaakt hebben? Ze hebben De Gelder heel vaak gezien en een doorwrocht verslag van 165 pagina’s geschreven. Natuurlijk was het beter geweest hem gedurende een paar weken permanent te observeren, zoals de Nederlanders dat doen in hun befaamde Pieter Baancentrum. De oprichting van zo’n observatiecentrum staat trouwens in de nieuwe wet op de internering, die helaas al jaren op uitvoering ligt te wachten. Ik volg dat op de voet, psychiatrie en neurologie zijn materies die me mateloos boeien. Ik geloof niet in een deterministische mensvisie.  Het zou natuurlijk gemakkelijk zijn voor een beschuldigde die voor de rechter verschijnt. ‘Ik kon er niks aan doen, edelachtbare, het ligt aan mijn brein’. Of aan zijn karakter, en dan kan hij Saul Bellow citeren die ooit schreef ‘uw karakter is uw lot’. Dat is natuurlijk juist. Je kunt wel aan je karakter schaven, maar je zit er hoe dan ook mee opgescheept. Toch vind ik het in de rechtbank weinig overtuigend klinken als iemand zegt dat hij het niet kon helpen, want dat hij nu eenmaal zo is. Er bestaat wel degelijk zoiets als een vrije wil. Confrater Patrick Dillen heeft het tijdens het proces De Gelder opgeworpen:  los van het empathische besef van goed en kwaad is er ook een cognitieve dimensie. Daar ben ik het mee eens, we weten met ons verstand of iets maatschappelijk aanvaardbaar is of niet”.

–          U heeft kort na elkaar in twee processen tegen zogenaamde babymoordenaressen gestaan, telkens in het kamp van de beschuldigde. Ook toen speelden gerechtspsychiaters een glansrol, te meer omdat de verdediging in beide zaken het omstreden concept van zwangerschapsontkenning als verklaring aanvoerde. Riskante strategie?

Van Eeckhaut: “Omstreden concept? Ik heb het niet uit de lucht gegrepen. Bij de voorbereiding heb ik veel gelezen over neonaticide en zwangerschapsontkenning, onder andere een razend interessante studie van de Universiteit van Rennes. Wist u dat men in de literatuur van een verstekeling in de baarmoeder spreekt? We hadden sterke argumenten, maar het resultaat was wisselvallig. In de eerste zaak kreeg onze cliënt 20 jaar, een zware straf. Ook in de tweede zaak werd onze cliënte werd schuldig verklaard, maar omdat zwangerschapsontkenning als verzachtende omstandigheid werd aanvaard, kreeg ze een mildere straf. Waarom dat verschil? De overtuigingskracht van de gerechtspsychiaters speelt natuurlijk een rol, zeker voor een assisenjury. Roger Deberdt schrijft in zijn memoires over een van die processen. ‘Zwangerschapsontkenning was de ultieme truc die haar advocate haar had ingefluisterd’, staat er zonder me bij naam te vernoemen. Ik viel zowat van mijn stoel toen ik dat las! Anderhalf jaar voor ik als advocaat in beeld kwam, heeft die vrouw aan de politie verklaard dat ze nooit had beseft dat ze zwanger was. Wat viel er dan in te fluisteren? Ik haat het als men advocaten als souffleurs voorstelt die hun cliënten allerlei uitvluchten oplepelen. En zonder natrappen: dat hele boek van Deberdt is psychiatrie voor kleuters. Die man heeft historische verdiensten in de ontwikkeling van de forensische psychiatrie in Vlaanderen, en hij is een vat vol smakelijke anekdotes, maar het is ook duidelijk dat hij de literatuur van de voorbije dertig jaar heeft gemist. Natuurlijk lag het niet alleen aan de gerechtpsychiaters. Je staat daar als strafpleiter niet alleen, de persoonlijkheid en de uitstraling van de cliënt hebben ook een impact op de jury”.

–          In het eerste babymoordproces vormde u nog een tandem met uw vader, in de rol van sidekick. Intussen pleit u zonder vaderlijke assistentie, als titularis. Hoe moeilijk was het om onder de schaduw van Piet Van Eeckhaut uit te komen?  

Van Eeckhaut: “Ik heb zijn nabijheid nooit als een schaduw aangevoeld. Integendeel zelfs, mijn vader is voor mij altijd een baken geweest. Zijn wijsheid en belezenheid, daar zal ik nooit kunnen aan tippen. Natuurlijk, de tijden zijn veranderd. Mijn vader heeft behalve rechten ook wijsbegeerte gestudeerd. Hij kan alles in een breed perspectief plaatsen, laat zich door niets of niemand uit het lood slaan, en heeft in alle omstandigheden een citaat of aforisme klaar. Ik heb na het proces De Gelder getwijfeld toen de media aan mijn mouw kwamen trekken. VTM, VRT, Vier, ik had de talkshows voor het uitkiezen. Maar ik moest aan vaders motto denken. ‘Leen uw oor om te luisteren aan velen,  maar niet uw tong om te spreken’. Die raad volg ik meestal, in mijn lade ligt al een dikke farde met geweigerde media-aanvragen”.

–          Was u genetisch voorbestemd om strafpleiter te worden?

Van Eeckhaut: “De fascinatie is vroeg ontstaan. Als mijn vader in een assisenzaak stond, kochten we thuis altijd de Blik. Dan verslond ik de rubriek van Gust Verwerft, ‘Beschuldigde sta  op’.  Er was veel te doen over de rivaliteit met Jef Vermassen.  In feite werd dat door de buitenwereld opgeklopt, zelf lag hij daar niet wakker van. Maar ik was wel apetrots toen mijn vader in het geruchtmakende proces van de Beerputmoord als overwinnaar uit de bus kwam. In mijn ogen was hij de beste en slimste advocaat ter wereld. Na mijn rechtenstudie wilde ik nog psychologie of filosofie studeren. Uiteindelijk heb ik daarvan afgezien en ben ik onmiddellijk aan de balie gegaan. Zie je, mijn vader is niet meer van de jongste, de leeftijdskloof tussen ons beiden is groot. Ik wilde de kans niet missen om de stiel van hem te leren. Niet dat ik een doorslagje van mijn vader ben, mijn stijl is veel zakelijker. Vier uur pleiten zonder jury op de zenuwen te werken, daar draait hij als geboren orator zijn hand niet voor om. Het zou niet alleen belachelijk zijn dat te imiteren, de jury zou het ook niet pikken. Als drieëndertigjarige heb je te weinig bagage om hoogdravende discours over de kunst van het leven af te steken. Pas op, het was niet altijd een cadeau om als dochter van Piet Van Eeckhaut door het leven te gaan. Op de lagere school had ik een leraar die me voortdurend berispte. ‘Het is niet omdat je de dochter van Piet Van Eeckhaut bent’, zo begon hij altijd. Ook later, toen ik aan de universiteit ging, werd ik ermee geconfronteerd. De dochter van Piet Van Eeckhaut op het mondelinge examen, dat vonden heel wat proffen toch wel bijzonder. Het was het post-Dutroux-tijdperk, in de publieke opinie leefde een diepe aversie voor alles wat naar justitie rook. Magistratuur, advocatuur, alles werd afgebrand. Ook in de studentencafés woedde die discussie. Ik nam het altijd op voor justitie, meestal moederziel alleen”.

–          Leeftijd is relatief, we vermoeden dat een strafpleiter sneller dan gemiddeld inzicht verwerft in de kunst van het leven. Tenslotte moet u zich beroepshalve verdiepen in de krochten van de menselijke psyche. Babymoordenaars, vrouwenmoordenaars, seriemoordenaars, het zijn fraaie specimen die u onder loep krijgt. Wat doet dit werk met een jonge vrouw?

 Van Eeckhaut: “De ene dag is de andere niet. Als strafpleiter werk je niet met cijfers of dossiers, maar met mensen. Dan moet je betrokken zijn, emoties toelaten. Mensen graag zien, daar komt het volgens mij op aan. Doorgaans lukt dat goed, omdat ik de kunst van het mededogen versta. Wat criminelen ook hebben gedaan, ik blijf hen als medemensen beschouwen, tenzij het natuurlijk om echte psychopaten gaat. We zitten allemaal in dezelfde boot, is mijn innige overtuiging, alleen hebben sommige boten meer stormen doorstaan en meer averij opgelopen dan andere. Want het zijn niet de telgen van de bourgeoisie of de rijkeluiskinderen die de wachtzaal van strafpleiters bevolken, en het is geen goedkope truc als we de ongelukkige jeugd van een cliënt als verzachtende verklaring voor zijn daden aanhalen. Maar toegegeven, ik heb ook mijn moeilijke momenten. De kritiek na het proces De Gelder gaf eens te meer voedsel aan mijn misantropie, een karaktertrek waarmee ik ben geboren. Ik was een zwaarmoedige puber, later heb ik een hele periode antidepressiva geslikt. Dat is geen nieuws, ik ben daar altijd open over geweest. De helft van Vlaanderen slikt antidepressiva, maar niemand wil er voor uitkomen. Ik erger me aan dat taboe”.

–          De advocatuur is in sneltempo aan het vervrouwelijken, alleen onder strafpleiters zijn vrouwen dun gezaaid. Speelt de genderkloof in de correctionele rechtbank of de assisenzaal? Of misschien eerder in de gevangenis?

Van Eeckhaut: “Vrouwelijke strafpleiters zijn in opmars. Kijk naar het proces De Gelder, ik stond daar heus niet alleen als vrouw. Genderkloof? Voor mij is dat nooit een punt geweest, ook niet in de gevangenis. Ja, in mijn beginjaren werd ik soms sceptisch onthaald, maar dat had niks met mijn vrouw-zijn te maken. Sommige cliënten reageerden ontgoocheld als ik me voorstelde. Nina Van Eeckhaut, loco voor meester Van Eeckhaut. Ik heb voor de oude betaald, zag ik ze dan denken, en nu sturen ze me zijn dochter. Maar ik liet me niet ontmoedigen. ik beschouwde het juist als een uitdaging om mijn competentie te bewijzen en hun respect af te dwingen”.

–          33 pas en al 14 assisenzaken op de teller. Moet je vader zich zorgen maken over zijn record van meer dan 100 assisenprocessen?

Van Eeckhaut: (lacht)  “Laten we niet vooruitlopen, ik heb geen glazen bol. Maar het gaat inderdaad hard, vooral de voorbije drie jaren waren erg intensief. Twee infanticides, de zaak Kitty Van Nieuwenhuysen, het proces Ignatov, en als klap op de vuurpijl de zaak De Gelder. Zonder uitzondering  opmerkelijke processen, zo werd de zaak Ignatov maandenlang geschorst na een mislukte poging tot wraking van de voorzitter door mijn opponent, Hans Rieder. Op het proces Van Nieuwenhuysen was ik advocaat voor de agent die naast Kitty in de combi zat en zwaargewond raakte. Voor het eerst in het Frans gepleit, meteen mijn beste pleidooi ooit omdat ik door mijn beperkte woordenschat verplicht was om het sec te houden. Zo leer ik voortdurend bij”.

–          De naam is gevallen. Hans Rieder, uw buurman aan de Recollettenlei. Als beginnend advocaat heeft u meermaals uw bewondering uitgesproken voor de befaamde procedurepleiter. Opmerkelijk, want Rieder is zowat in alles de antipode van uw vader en lichtend voorbeeld. Bent u nog altijd fan?

 Van Eeckhaut: “Hij blijft in mijn ogen een briljante geest, zijn juridisch inzicht is formidabel. Een tekst van Rieder, daar kan ik van genieten als van een goed boek. Maar als assisenpleiter is hij geen rolmodel, verre van. Rieder kan zijn superioriteitsgevoel niet verstoppen. Dat werkt niet voor een jury, het wekt vooral irritatie op”.

–          Hans Rieder heeft een dikke steen in de kikkerpoel van de balies gegooid. Volgens hem is het pro deo-systeem door en door verrot. De Salduz-wet, die arrestanten vanaf hun eerste verhoor juridische bijstand garandeert, heeft een graaicultuur doen ontstaan. Advocaten zonder enige ervaring werpen zich als strafspecialisten op. Ze sprokkelen aan de lopende band punten voor het pro deo-vergoedingsysteem, terwijl de niets vermoedende cliënt verstoken blijft van deskundig advies. Terechte kritiek?

Van Eeckhaut: “Ja, ik zie ook toestanden die niet door de beugel kunnen. Maar zoals altijd heeft Rieder het scherp geformuleerd. We moeten het kind niet met het badwater weggooien. Het is niet omdat sommigen er de kantjes aflopen, dat we het hele pro deo-systeem moeten afschaffen”.

–          Komt er nog een gezamenlijk optreden van Piet en Nina Van Eeckhaut?

–          Van Eeckhaut: “Mijn vader heeft de luxe dat niks meer moet, hij kan er de zaken uitpikken die hem echt boeien. En jawel, we gaan er nog eens samen tegenaan, in september staan we in het proces van de zogenaamde paardenmoord. Voor de slechte verstaander: ik vul mijn dagen niet uitsluitend met assisenprocessen. Ik doe vooral correctionele zaken, en daarnaast ben ik gespecialiseerd in familierecht. Echtscheidingen, daar moet je pas openheid voor aan de dag leggen. In het weekend ben ik altijd bereikbaar. Zaterdag of zondag, dat is het moment waarop er scheidende koppels oorlog voeren. Vorige zondag nog een telefoon: ‘hij heeft de kleine zijn haar geknipt zonder mij iets te vragen’.  Geloof me, het is niet alleen als strafpleiter dat je de mens leert kennen”.

 

–          Slotvraag: doet u nog aan boksen als hobby?

Van Eeckhaut: “Ik heb dat anderhalf jaar volgehouden. Wedstrijden heb ik nooit gebokst, maar ik trainde met een privéleraar. Ideaal om stoom af te laten, maar ik ben er wat te hard in gevlogen met een kwetsuur als gevolg.  Ik ben gestopt, vooral omdat ik geen tijd heb voor hobby’s.  Okay, ik lees veel en ben verslaafd aan Ruzzle, een spelletje op mijn iPad. Maar voor het overige? Ik vrees dat ik helemaal samenval met mijn werk”.

 

Jef Vermassen over het proces De Gelder

verschenen in Knack, 6 februari 2013

 

DSC_0775

 

 

 

 

 

 

 

Praten over het dossier De Gelder mag hij niet, maar over processen des te meer. Assisen? Na meer dan veertig jaar praktijk blijft Jef Vermassen een onvoorwaardelijk voorstander. Traag, inderdaad, maar de grondigheid van een volksjury is onbetaalbaar. Slachtoffers vinden er loutering, en één enkele keer komt de volle waarheid pas in de assisenzaal bovendrijven. Gesprek met Vlaanderens bekendste advocaat die onschuldig pleit op de aanklacht van mediageilheid.

*******

We zijn net goed van stapel gelopen als zijn gsm overgaat. De Kruitfabriek aan de lijn. Of hij vanavond naar de studio wil komen voor een babbel over Freddy Horion? Het zou meer bepaald gaan over de weigering van de Brugse strafuitvoeringsrechtbank om de zesvoudige moordenaar na 32 jaar cel onder elektronisch toezicht te plaatsen. Jef Vermassen (65) wimpelt beleefd maar beslist af. De Aalsterse strafpleiter zweert al jarenlang bij dezelfde regel. Niet in het openbaar spreken over Freddy Horion, zijn oud-cliënt wiens proces hem destijds in één klap beroemd heeft gemaakt.

Al een geluk dat we bij het begin van het interview geen weddingschap zijn aangegaan. ‘Je zult het zien”, had Vermassen voorspeld terwijl hij koffie serveerde, “de voormiddag zal niet verstrijken zonder dat we door een van uw collega’s worden gestoord. De laatste weken is het niet te doen. Televisie, radio, kranten en tijdschriften, allemaal komen ze aan mijn mouw trekken. Vorige week heb ik op één dag tien mensen van de media aan de lijn gehad, voor drie verschillende dossiers. Vermassen is mediageil, zeggen de mensen dan. Maar het is net andersom, het zijn de media die me achterna lopen. Als ik zou willen, kwam ik om de andere dag op de televisie. Maar zeg nu eerlijk, zie je mij zo vaak op de televisie? Nee, want ik ben heel selectief, van tien verzoeken wijs ik er negen af. Dat is desondanks nog veel in de media kom, ligt buiten mijn wil. Ik ken collega’s die zelf journalisten bestellen als ze in belangrijke zaken gaan pleiten. Daar heb ik me nooit toe verlaagd, de meeste zaken waarin ik pleit, lokken vanzelf belangstelling”.

Dat zal niet anders zijn wanneer op 22 februari Kim de Gelder voor het Gentse Hof van Assisen verschijnt. Het proces wordt in alle opzichten buitenissig. Om te beginnen zijn de vier jaar geleden gepleegde feiten niet alledaags.  Het begon met de onverklaarbare moord op Elza Van Raemdonck, een gepensioneerde boerin uit Vrasene. Een week later richtte een in het zwart geklede man met een mes een bloedbad aan in een stedelijke kinderkribbe in Dendermonde.  Twee baby’s en een begeleidster werden doodgestoken, twaalf anderen bleven zwaar gewond achter. De dader werd snel opgepakt, een twintigjarige eenzaat die ook de moord in Vrasene bekende. Kim De Gelder, een jongen zonder strafblad, maar met een psychiatrisch verleden.

Het proces wordt het grootste ooit georganiseerd voor een Vlaams assisenhof, met 78 burgerlijke partijen, 170 getuigen en liefst 29 advocaten onder wie heel wat kleppers. Eén tegen allen, was een populaire kop boven de voorbeschouwingen die de voorbije weken verschenen. Meester Jaak Haentjens staat voor de eenzame opdracht om Kim De Gelder te verdedigen. Zijn strategie is geen geheim: Haentjens zal de jury ervan proberen te overtuigen dat zijn cliënt niet toerekeningsvatbaar is en dientengevolge geïnterneerd moet worden. Maar één tegen 28 confraters? Het belooft toch vooral een duel Haentjes versus Vermassen te worden. “Ik verdedig de nabestaanden van drie van de vier dodelijke slachtoffers”, zegt hij. “In totaal vertegenwoordig ik daarmee 18 burgerlijke partijen. Behalve Haentjens ben ik de enige advocaat die met de twee moordpartijen te maken heeft en die het proces bijgevolg van de eerste tot de laatste dag moet volgen. Logisch dus dat ik van alle burgerlijke partijen het meest aan het woord zal komen. Maar ik stuur niet aan op een tweestrijd, ik zie assisen liever als een gemeenschappelijke  zoektocht naar waarheid en gerechtigheid”.

De Gelder is wel toerekeningsvatbaar, zal Vermassen wellicht proberen aan te tonen. Met welke argumenten, daarover wil en mag hij vandaag niet uitwijden. De  stafhouders van de betrokken balies hebben hun advocaten strikte communicatieregels opgelegd. Geen woord over de inhoud van het 20.000 pagina’s dikke dossier, het proces mag niet in de media maar uitsluitend in de assisenzaal worden gevoerd. Geen evidente regel, want advocaten lekken doorgaans erger dan een spindoctor.  “Ik heb geen probleem met die zwijgplicht”, zegt Jef Vermassen. “Zolang de regels maar voor iedereen gelden. Ik was dan ook verbaasd toen ik meester Haentjens na de preliminaire zitting voor de camera’s allerlei verklaringen hoorde afleggen. Dat zijn cliënt geen komedie had gespeeld, maar dat zijn verwarde indruk een weerspiegeling van zijn geestestoestand was. Blijkbaar had mijn confrater van onze stafhouder toestemming gekregen om zijn standpunt te verduidelijken. Vervelend dat het achter mijn rug om gebeurde, want ik had best willen reageren. Vervelend ook voor mijn cliënten die zo’n publieke verklaring in hun maag gesplitst kregen. Waarom laat je dat passeren, zijn sommigen me komen vragen. Ik kan alleen maar hopen dat daarmee de toon niet is gezet, en dat het proces sereen wordt gevoerd, in de assisenzaal”.

–          We mogen het niet over het dossier maar wel over het proces hebben. Het wordt een massaspektakel met 78 burgerlijke partijen en 29 advocaten. Is dat nog werkbaar?

Vermassen: “Het is nooit eerder vertoond, en de infrastructuur is er ook niet op berekend. Alleen al met de slachtoffers en de advocaten zit de zaal vol. Publiek kan er niet meer bij, zelfs journalisten zullen een beurtrol moeten afspreken. Natuurlijk, men kan het hele proces op een scherm in de relaiszaal volgen. De grondwettelijk verplichte openbaarheid wordt dus gewaarborgd, maar het is geen ideale oplossing. Ook op het proces over de parachutemoord en het proces Janssen heb ik staan pleiten terwijl het publiek in een relaiszaal zat. Okay, de belangrijkste toehoorders blijven de twaalf juryleden. Niettemin: de emoties van de zaal spelen mee. Het applaus als een slachtoffer over zijn leed getuigt, het zuchten wanneer de wetsdokter de gruwelen uit de doeken doet. Onwillekeurig heeft dat in een invloed op de jury”.

–          Ook slachtoffers die geen fysiek letsel hebben opgelopen, zoeken genoegdoening. De buren van Elza Van Raemdonck hebben De Gelder nooit gezien, maar achteraf vernomen dat hij nog voor de moord op de bejaarde boerin aan hun deur gestaan heeft met de intentie binnen te breken. Hij heeft dat plan onverrichter zake laten varen om een huis verderop een gemakkelijker slachtoffer te maken. Oef, hadden die buren kunnen reageren. Mooi weggekomen, en het leven gaat voort. Maar nee, ze hebben de Antwerpse toppleiter Walter Damen ingehuurd om zich op het proces te laten verdedigen. Moet dat zo nodig?

Vermassen: “Geen commentaar, want anders moet ik op de inhoud van het dossier ingaan. Maar in het algemeen: de wildgroei van burgerlijke partijen op dit soort processen heeft een triviale verklaring, namelijk verzekeringen. Tegenwoordig heeft nagenoeg iedereen een familiale polis met rechtsbijstand, een optie die maar een paar euro per jaar kost. Als de titularis of een van zijn gezinsgenoten het slachtoffer van een misdrijf wordt, heeft hij recht op bijstand door een advocaat naar keuze. Ook bekende strafpleiters, ik factureer in dit proces trouwens zelf aan een hele rist verzekeringsmaatschappijen. Ik ben ervan overtuigd: zonder die populaire verzekeringsclausule stonden er straks veel minder burgerlijke partijen en advocaten op het proces De Gelder”.

–          Er doen verhalen de ronde over bekende advocaten die zelf hun diensten aan burgerlijke partijen aanbieden. Desnoods pleiten ze gratis, het is hen te doen om de mediabelangstelling en publiciteit die onvermijdelijk met een assisenproces gepaard gaat. Wat is daar van aan?

Vermassen: “Ik hoor die verhalen, maar ik spreek me niet uit over mijn confraters. Het is natuurlijk een feit dat zo’n assisenproces een visitekaartje is. En om het toch maar even over de zaak De Gelder te hebben: niet alle burgerlijke partijen hebben een even groot aandeel.  Bij de behandeling voor de raadkamer heb ik in mijn eentje haast even lang gepleit als al mijn confraters samen. Logisch, over een dodelijk slachtoffer pleit je nu eenmaal langer dan over een baby die er met een schram is afgekomen. Toch betwijfel ik of die verhoudingen ook op het proces worden doorgetrokken. Het zou niet de eerste keer zijn dat een advocaat oeverloos pleit over een bagatel. Profileringdrang, het is van alle tijden”.

–          Ondanks uw dikke stapel dossiers zullen de meeste ogen op meester Haentjens gericht zijn. Het heeft ook iets heroïsch, een publieksvijand zoals Kim De Gelder verdedigen. Had u niet graag in zijn schoenen gestaan?

Vermassen: “Nee, bedankt.  Ik heb al meermaals in die schoenen gestaan, ik weet hoe het voelt.  Advocaat van de duivel spelen kan interessant zijn voor je reputatie, maar je moet tegen de immense druk bestand zijn. Heel veel mensen maken geen onderscheid tussen de misdadiger en zijn advocaat. Wie een groot crimineel verdedigt, is in hun ogen zelf een groot crimineel. Ik heb het meegemaakt op het proces Horion. Bij de ingang van de rechtszaal werd een man, een ex-gedetineerde nota bene, tegengehouden met een slagersmes op zak. Om Vermassen neer te steken, verklaarde hij, want iemand die zo’n monster verdedigt, is het niet waard te leven. Kijk, het is een verheven taak om een dader zoals De Gelder te verdedigen. Zeker als pro deo, want dan sta je daar als iemand die door de maatschappij werd aangesteld. Maar ik vind het even nobel om een burgerlijke partij goed bij te staan. Ook voor slachtoffers staat er ontzettend veel op het spel, ze kijken met hooggespannen verwachtingen uit naar zo’n proces. Eindelijk hopen ze een antwoord krijgen op de vragen die door hun hoofd malen. Hoe is hun dierbare precies gestorven? En de allerbelangrijkste vraag: waarom? Niks erger dan een assisenproces dat afloopt zonder die cruciale vragen te beantwoorden. Dat steekt me trouwens nog altijd als ik aan het proces Janssen terugdenk. De nabestaanden zijn met meer vragen vertrokken dan waarmee ze waren gekomen. Wat deze zaak dan weer extra pijnlijk maakt, is de toevalsfactor. Voor hetzelfde geld was De Gelder een andere woning of een andere crèche binnengevallen en zat er in de assisenzaal een heel ander publiek op de banken van de burgerlijke partij.  Dat verklaart ook de intense belangstelling voor de hele zaak. Hoe groter het toeval, hoe groter de identificatie door de buitenwereld. Neem nu iemand die door de jaloerse echtgenoot van zijn minnares wordt vermoord. Eigen schuld dikke bult, zullen de mensen dan reageren, hij had maar geen minnares moeten nemen. Hier gaat die redenering niet op, we konden allemaal het slachtoffer van De Gelder zijn geweest. Voor de nabestaanden is die toevalsfactor een extra kwelling die het verwerkingsproces bemoeilijkt en zelfs schuldgevoelens aanwakkert. Wat als, spookt het door hun hoofd. Wat als ik die dag verlof had genomen? Dan was mijn kind misschien niet dood”.

–          Het hele proces zal draaien rond de vraag over de toerekeningsvatbaarheid van de beschuldigde.  U zult het er niet eens mee zijn, maar als leek denk je wat ook de bekende psychiater Dirk De Wachter onlangs in een interview liet optekenen. Die jongen is ziek, punt aan de lijn.

Vermassen: “Ik heb dat ook gelezen, maar ik ga daar nu geen commentaar op geven. Die houding kan ik ook aanbevelen aan al diegenen die het dossier niet hebben gelezen, maar die zich desalniettemin als deskundigen laten opvoeren. In Telefacts zag ik een bekende gerechtspsychiater die niet bij de zaak betrokken is, commentaar geven op uittreksels van het dossier. Pijnlijk en vooral misleidend, want het was duidelijk dat hij de context onvoldoende kende. Maar laat me de vraag wat ruimer beantwoorden. Ik heb al in heel veel assisenprocessen gepleit. Welnu, in al die jaren ben ik nog nooit een beschuldigde tegengekomen die niet gestoord was. Daarmee bedoel ik dus iemand die in zijn manier van handelen en denken niet van een normaal mens afwijkt. Zijn Anders Breivik en Roland Janssen normale mensen? Allesbehalve, maar dat wil niet zeggen dat ze geestesziek of ontoerekeningsvatbaar zijn”.

–          Arme juryleden die straks de knoop moeten doorhakken! Naar verluidt waren zelfs de door de onderzoeksrechter aangestelde experts het onderling oneens over de kwestie van de toerekeningsvatbaarheid. Op het proces zullen de door de verdediging opgetrommelde deskundigen nog meer twijfels zaaien. Wat ons bij een andere hamvraag brengt: moet dit proces per se voor een volksjury worden gevoerd? Kunnen we niet beter het Nederlandse voorbeeld volgen, waar ook zware misdrijven zoals moord en doodslag door een college van beroepsrechters worden behandeld? Snel, efficiënt en zonder overbodige mediaheisa….

Vermassen: “Daar hebben we ze: de eeuwige vraag over zin en onzin van assisen! Het zal niemand verbazen dat ik een onvoorwaardelijk voorstander ben. Het Nederlandse systeem? Sneller, inderdaad, maar daarmee hebben we de voordelen wel gehad. Ik heb geen al te beste ervaringen met de Nederlandse justitie. Stel je voor, als advocaat van het slachtoffer mag je niet eens pleiten! Hooguit mag je op de zitting namens het slachtoffer een schriftelijke verklaring voorlezen. Valt er één woord over de feiten of de schuld, dan word je meteen het zwijgen opgeleld. Waarom ons assisensysteem superieur is? Vanwege de grondigheid.  Die is niet alleen cruciaal voor het verwerkingsproces van de slachtoffers. Ik stond laatst in het proces Kim Janssens, als advocaat van de burgerlijke partij.  Misschien heb je erover gelezen: de beschuldigde had zijn vriendin in haar appartement met een lege whiskyfles de schedel ingeslagen. Omdat ze hem had geprovoceerd door onmiddellijk na een vrijpartij pikante sms’jes naar liefdesrivalen te versturen en ze onder zijn neus te wrijven, hield hij drie jaar lang vol. De politie, de onderzoeksrechter, zijn eigen advocaten, iedereen ging mee in de piste van uitlokking. Ik had het dossier echter tot op de laatste draad uitgeplozen,  en ik hield munitie klaar om voor de jury aan te tonen dat de beschuldigde de wansmakelijke sms’jes zelf had geschreven en dat er van zijn uitleg over zijn tijdsgebruik niks klopte. Hij wist dat, en vlak voor mijn pleidooi heeft hij zijn leugens spontaan toegegeven. Consternatie in de assisenzaal, zeker toen zijn twee advocaten daarop besloten om zich uit het proces terug te trekken. Maar wat wil ik hiermee wil zeggen: het is alleen aan de grondigheid van de assisenprocedure te danken dat de waarheid aan het licht is gekomen. Laat zo’n zaak door een beroepscollege behandelen, en de kans is groot dat de beschuldigde met een lichte straf wegkomt, terwijl zijn slachtoffer voor eeuwig en altijd als de grootste hoer van Vlaanderen te boek staat. Niet dat ik aan de bekwaamheid van onze beroepsrechters twijfel,  maar ze staan onder een grote tijdsdruk. We zien de gevolgen nu al bij de behandeling van moordpogingen. Vroeger was dat een assisenzaak, sinds enkele jaren komt het voor de correctionele rechtbank. Om de efficiëntie op te drijven, was de redenering. In het begin werd voor moordpoging nog een halve dag uitgetrokken, tegenwoordig is het slechts één van de zaken op de rol. En wee de advocaat die wat te lang pleit. ‘Meester’, krijg je van de voorzitter te horen, ‘we hebben niet alle tijd, er liggen nog zaken te wachten’. We spreken hier nochtans niet over een bagatel, maar over een poging om een mens te doden. Daarom mag assisen onder geen beding verdwijnen, anders worden ook moord en doodslag gedevalueerd”.

–          De Gelder pleegde zijn feiten ruim vier jaar geleden. Wat een verschil met Anders Breivik, de Noorse massamoordenaar die binnen het jaar werd berecht. Waarom moet het in België zo lang duren vooraleer een beschuldigde voor assisen verschijnt? 

Vermassen: “Assisen is traag, maar dat heeft niks met de volksjury maar alles met het vooronderzoek te maken. Ik hecht zelf veel belang aan het moraliteitsonderzoek, een van de pluspunten van assisen. Zowel de jury als de voorzitter horen te weten wie de mens is die ze voor zich hebben, de mens die ze gaan beoordelen en eventueel bestraffen. Maar ik vraag me af of het echt nodig is elke kleuterjuf te ondervragen die zijn pad heeft gekruist, laat staan dat we wijzer worden als we zijn punten voor wiskunde in het derde middelbaar kennen. Dat kan allemaal sneller, en hetzelfde geldt voor de volgende stap in het onderzoek, het psychiatrisch verslag. We hebben veel te weinig gerechtspsychiaters. Nieuwe dossiers belanden bovenop de stapel, een verslag laat algauw een jaar op zich wachten. Als daarna de verdediging op een tegenexpertise aandringt, heb je het spel helemaal op de wagen. Het tekort aan gerechtspsychiaters is een oud zeer dat deels aan het Belgisch zwart-witsysteem ligt. Een beklaagde is of toerekeningsvatbaar of niet, er bestaat geen tussenweg zoals in Nederland waar justitie gradaties van toerekeningsvatbaarheid aanvaardt. Dat alles of niets-beginsel is voor heel wat psychiaters onverteerbaar en een reden om zich niet aan gerechtelijke expertises te wagen”.

–          De mediatisering van assisen dateert niet van gisteren. Nieuw is wel de focus op strafpleiters.  De assisenzaal wordt als een arena voorgesteld waarin strafpleiters elkaar als gladiatoren te lijf gaan. Ondanks uw selectieve mediaomgang heeft u een groot aandeel in die evolutie. Na Vermassen versus Van Aelst in het proces over de parachutemoord worden we nu warm gemaakt voor de kamp Haentjens-Vermassen. Is die personencultus wel gezond?

Vermassen: “Ik heb dat zien evolueren. Van het proces Horion-Feneuille bestaat er weinig meer dan enkele zwart-wit foto’s en twee minuten beeldmateriaal. Tegenwoordig komen kranten papier te kort om een zware assisenzaak te coveren. De bijbehorende personencultus is voor strafpleiters niet noodzakelijk een cadeau. Omgaan met media is zoals naar bed gaan met een hoer. Riskant, en de rekening wordt achteraf gepresenteerd. Stel dat ik morgen bij een vodka-controle tegen de lamp loop. Een banaliteit, maar je kunt er van op aan dat ik met mijn gezicht op alle voorpagina’s prijk. Neem het niet persoonlijk, maar de media gaan zelf geregeld uit de bocht. Denk maar aan de parachutemoord. Voor de zaal was het al na twee dagen klaar als een klontje dat Clottemans schuldig was. Ook de aanwezige journalisten wisten dat. Toch bleven de meeste media tot de laatste dag twijfel zaaien over de schuldvraag.  Suspens verkoopt, dat weet iedereen”.

–           Het proces kreeg een merkwaardig staartje. Na de uitspraak trok een zwarte mars door Hasselt om te protesteren tegen de ‘veroordeling zonder bewijs’ van Els Clottemans. Ook in haar woonplaats Ternat werd betoogd, met deelname zelfs van het voltallige gemeentebestuur. U werd persoonlijk geviseerd, en op Facebook verschenen haatgroepen tegen Jef Vermassen. Raakt u dat?

Vermassen. “Menselijk wel, maar professioneel niet, want ik heb gewoon mijn werk gedaan. Maar het proces Clottemans was wel een keerpunt, het verklaart de strakke communicatieregels die de stafhouders voor het proces De Gelder hebben opgelegd. Terecht, want de parachutemoord is het perfecte voorbeeld van een proces dat vooraf en op een eenzijdige manier in de media werd gevoerd. Els Clottemans mocht drie jaar lang haar onschuld uitschreeuwen, terwijl mijn cliënten en ikzelf de hele tijd hebben gezwegen. Vandaar ook de hysterie tijdens en na het proces. Niet voor herhaling vatbaar”.

–          We gaan geen koffiedik kijken, maar de kans is groot dat er opnieuw wordt betoogd als u in het zand bijt en De Gelder op zijn proces niet toerekeningsvatbaar wordt bevonden en wordt geïnterneerd. De publiek opinie beschouwt internering niet als een passende sanctie voor zware misdrijven.  Meer nog, in de volksverbeelding leeft het hardnekkige idee dat een geïnterneerde in een soort Club Med vertoeft. Akkoord?

Vermassen: “Nee. Internering is helemaal geen vakantieregime. Een van mijn oudste cliënten, een recidiverende moordenaar, werd in de gevangenis van Doornik in de vleugel voor geïnterneerden opgesloten. Ik ging hem nu en dan bezoeken, de middeleeuwse omstandigheden staan in mijn geheugen gegrift. De man stond als vluchtgevaarlijk bekend, hij moest de hele tijd in een opvallende pyjama en op sloefen rondlopen. Soms was het pure pesterij. Ik heb zelf gezien hoe een cipier een kanjer van een scheet liet in de belle, het luikje waarlangs gevangenen hun eten ontvangen. Cadeautje van de buitenwereld, riep de cipier. Dat is lang geleden, maar op het vlak van verzorging is er nog niet veel veranderd. België is niet voor niets meermaals door de Raad van Europa veroordeeld voor schandelijk manier waarop geïnterneerden hier worden behandeld. Er is beterschap op komst, ze zijn nu gespecialiseerde hospitalen aan het bouwen.

“Toch begrijp ik dat slachtoffers het moeilijk hebben met internering. Niemand kan voorspellen wanneer een geïnterneerde dader opnieuw in de maatschappij komt. Het ergste scenario voor een burgerlijke partij, dat is een internering die door de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling wordt uitgesproken, zonder een uitvoerig proces over de feiten voor de bodemrechter. Ik heb dat meegemaakt in de zaak van die vrederechter en haar griffier die in een Brusselse rechtszaal werden doodgeschoten, als advocaat voor de weduwe van de griffier. In anderhalf uur was de hele zaak beklonken. Pleiten over de feiten of de schuld hoefde niet, want de ontoerekeningsvatbaarheid stond vast. Het enige wat ik nog kon doen, was discussiëren over de schadevergoeding, over de prijs van de bloemenkrans en van de koffietafel na de begrafenis. Voor mijn cliënt was het traumatiserend, want geld was wel het laatste waarvan ze wakker lag. Slachtoffers willen vooral antwoorden op hun vragen, en die krijgen ze nergens zo uitgebreid als op een assisenproces”.