Tagarchief: klimaatverandering

Louise Fresco, kruisvaarder tegen schaduwdenkers

Knack, 12 november 2014

‘Kennis is onze enige onuitputtelijke grondstof’ 

De plofkip is geen monster, en de mens is voor zijn mondiale voedselvoorziening beter af met een industrieel groot wit dan met een biobrood. Vloeken in de groene kerk, Louise Fresco doet het wel vaker. De Nederlandse wetenschapster en schrijfster heeft een nieuw boek uit. ‘Kruisbestuiving’ gaat over het  koningskoppel Kunst en Wetenschap. Interview tegen 130 per uur met een rabiaat tegenstander van Schaduwdenkers. 

foto: Jeroen Oerlemans

foto: Jeroen Oerlemans

Louise Fresco  heeft dan toch een gaatje in haar propvolle agenda gevonden: de terugrit van Brussel naar thuishaven Amsterdam. Gelukkig met chauffeur, dat praat makkelijk. “Ik heb ooit wel eens interview gegeven tijdens het fietsen”, zegt ze bij het instappen op het Frère-Orbanplein. “Maar rijden en ondertussen een vraaggesprek beantwoorden, dat lijkt me toch te riskant in het Belgische verkeer”. Nochtans is deze Nederlandse wetenschapster en schrijfster een kei in multitasken, zoals blijkt uit de TED-lezing die ze in 2009 in Palm Springs gaf. Terwijl ze het deeg voor een volwassen brood staat te kneden, laat ze het publiek in vogelvlucht kennis maken met tienduizend jaar landbouwgeschiedenis, om vervolgens de kwestie van wereldwijde voedselveiligheid aan te snijden. Kern van het betoog over: willen we de wereld voeden, dan is de toekomst niet aan het meergranenbrood van de biobakker om de hoek, wel aan het industriële groot wit uit de supermarkt of de automaat. Het publiek eet uit haar hand. Letterlijk, want op het einde van de lezing breekt ze, Jezus achterna, het ovenverse brood om het met de toehoorders op de voorste rij te delen.

In Vlaanderen is Louise Ottillie Fresco (62) minder bekend, maar in Nederland klinkt haar naam als een klok. Ze schrijft columns voor NRC, en is een vertrouwde verschijning in de populaire praatshows op TV.  Als specialiste tropische plantengroei verbleef en werkte ze in een zestigtal niet-Europese landen. Ze bekleedde topfuncties bij de FAO in Rome, doceerde aan universiteiten op vier continenten, en houdt een dozijn bestuursmandaten warm bij multinationals, overheidsinstellingen en adviesorganen allerhande. Fresco geldt intussen als een invloedrijk denker over duurzame ontwikkeling. Na zeven jaar Universiteit Amsterdam keerde ze in juli terug naar haar alma mater in Wageningen, als voorzitter van de befaamde landbouwuniversiteit. Tussen al het reizen, doceren en vergaderen door vond ze tijd om acht boeken te schrijven, fictie zowel als non-fictie. In het pas verschenen ‘Kruisbestuiving’, een bundeling van geactualiseerde columns en essays, berijdt ze een van haar favoriete stokpaardjes, de wisselwerking tussen wetenschap en cultuur. De verschraling van het hoger onderwijs, het verzet tegen ggo’s, het wantrouwen jegens wetenschap, consumptieverslaving en islamofobie, het boek is een grabbelton van verrassende inzichten en scherpe meningen over een scala van thema’s. .

We duiken de Wetstraat in. Geen onbekend terrein voor Fresco die tot haar achttiende in Brussel woonde, waar haar vader filosofie doceerde. “Ik ging naar de Europese School”, zegt ze. “Een geweldige tijd, ik zat in de klas met kinderen van Eurocraten. Duitsers, Fransen, Italianen, het was nog het Europa van de zes. We kregen les in vier talen, ik ben er spelenderwijs polyglot geworden”. Het blijkt overigens geen toeval dat we voor het gebouw van de Europese Commissie hebben afgesproken. Fresco komt recht uit een onderhoud met de top van het Directoraat Onderzoek, ook al een klant die voor haar advies in de rij staat.

-   U schrijft ook over Europa. Niet toevallig in een hoofdstuk over het democratisch deficit in de samenleving. De Unie kan de Europese burger niet begeesteren, Brussel wordt gezien als een bureaucratische moloch. Die constatering houdt u blijkbaar niet tegen om voor de Commissie te werken

Fresco: “Ach, het is in Europa niet erger dan in de lidstaten. Onderwijs en wetenschappelijk onderzoek hebben het erg te pakken, maar in feite wordt de hele samenleving steeds bureaucratischer. Regels, procedures, controle voor en na, we leven in het tijdperk van accountants. Iedere euro wordt vijf keer omgedraaid, en iedere uitgave moet achteraf uitgebreid worden verantwoord. Zeker als het over onderzoek gaat, want dan speelt ook het groeiende wantrouwen jegens de wetenschap. De Europese en nationale bureaucratieën werken cumulatief, dat maakt het extra zwaar. Ik begrijp de behoefte aan controle wel, publieke middelen moeten goed worden besteed.

Toch zou men meer flexibiliteit moeten inbouwen. Net als kunst staat of valt wetenschap met vrijheid en creativiteit. Daar zit het conflict: echte wetenschap vertrekt met open vizier. Je duikt in een materie zonder precies te weten waar je zult uitkomen. Dat vecht met het wezen van de bureaucratie die alles op voorhand wil vastleggen. Maar laten we vooral niet negatief doen. De Europese commissie wil over zes jaar gespreid 80 miljard in wetenschappelijk onderzoek investeren. Dat is enorm, zeker in crisistijd”.

-  U houdt een hartstochtelijk pleidooi voor ‘lernen’, vrij te vertalen als het ideaal van levenslang leren. Waarom? We worden toch  al genoeg om de oren geslagen met oproepen tot permanente bijscholing?

Fresco: “Klopt, maar Lernen is iets heel anders. Levenslang leren, met de universiteit als vrijplaats voor de geest. Het concept is ontstaan uit de Verlichting en gerijpt in het Duitsland van de 19de eeuw, Alexander von Humboldt is er zowat de belichaming van.  We zouden nog verder in de tijd kunnen teruggaan, want het heeft ook diepe wortels in de joodse traditie. Hoe dan ook, we zijn dat een beetje kwijt geraakt, we doen alsof leren iets is voor mensen tussen 18 en 22. Vijf jaar, en dan moeten ze klaar zijn voor de arbeidsmarkt. Het hele onderwijs is daarop ingesteld. Universiteiten zijn fabrieken die worden afgerekend op het aantal diploma’s dat ze afleveren, net zoals docenten op hun aantal publicaties worden afgerekend. Input en output, ook daar heb je die accountantsmentaliteit weer. Bijscholen past in dat plaatje. Het gaat niet om kennis maar om skills, vaardigheden die direct nuttig zijn voor de arbeidsmarkt. Dat is niet waar ik een lans voor breek. Lernen staat voor een open geest, het vermogen om vragen te stellen en te leren uit je fouten. Kijken uit de ooghoeken, noem ik het graag. Zeker als wetenschapper moet je alert zijn voor ontdekkingen in andere vakgebieden”.

heeft u daarom zo’n probleem met de tegenstelling tussen alfa en beta, tussen geestes- en natuurwetenschappen?

Fresco: “Ja, ik heb zelf altijd geprobeerd die kloof te overbruggen. Als student in Wageningen was het vanzelfsprekend dat je ook vakken uit de sociale wetenschappen nam, zoals antropologie. Dat kan veertig jaar later nog altijd, maar de opleiding is schoolser en tegelijkertijd specialistischer geworden. Niks tegen specialisatie, je moet je als wetenschapper heel diep in je vakgebied graven om nog mee te tellen. Toch vind ik de beste wetenschappers precies diegenen die boven hun vakgebied gaan staan en verschillende onderwerpen combineren. Er zijn immers maar weinig problemen die vanuit één discipline kunnen opgelost worden. Verkeer is een perfect voorbeeld, het roept vragen op over engineering van auto’s, ruimtelijke ordening en wegenaanleg, maar evengoed over robotisering en economie. Is het nodig al die goederen te vervoeren? Waarop je weer vragen kunt stellen over ons consumptiegedrag. Het verkleinen van de kloof tussen alfa en beta is een van mijn missies in Wageningen. Het mag niet volstaan een vak uit de geesteswetenschappen te volgen, idealiter maken onze studenten zich een heel andere manier van denken eigen”.

 

Kennis is onze enige onuitputtelijke grondstof, schrijft u. Goed gevonden, kan zo op een tegeltje aan de muur. Toch moet u betreuren dat wetenschappers steeds meer op onbegrip van burgers en politici stuiten. Hoe komt dat?

Fresco: “Om met het beleid te beginnen: hoeveel beta-wetenschappers zitten er nog in de politiek? Vijftig jaar geleden waren het ingenieurs en technici die bij de wederopbouw het voortouw namen. Nu is politiek een zaak van juristen of politieke wetenschappers, op een verdwaalde arts na allemaal mensen die weinig voeling hebben met wetenschap en technologie. Een land als China wordt zowat exclusief door ingenieurs bestuurd. Dat merk je ook, China kiest voluit voor wetenschap en technologie. Dat gebrek aan voeling verklaart waarom onze politici de oren laten hangen naar de publieke opinie die angstig en afwijzend reageert op het onbekende. Denk aan nieuwe ontwikkelingen zoals nanotechnologie, robotisering en genetische manipulatie. Hoe dat te keren? Via onderwijs, we moeten kinderen tot nieuwsgierigheid opvoeden. Dat vergt creativiteit. Hoeveel kinderen groeien niet op met vooroordelen? Wiskunde is moeilijk, en aan fysica is helemaal geen beginnen. Maar je kunt kennis ook op een speelse manier aanbrengen. Zelf ben ik dol op les geven. In Amsterdam nam ik mijn studenten mee op supermarktsafari. We deden echt alsof we ons in een onbekende jungle begaven, we waren antropologen die klanten observeerden, en zich tegelijkertijd afvroegen waar al die producten vandaan kwamen. Buiten de lijntjes kleuren, dat kan even goed op de lagere of middelbare school. Maar ook wetenschappers zelf moeten meer moeite doen. We zitten in onze ivoren toren, alleen als we een spectaculaire ontdekking hebben gedaan, dalen we af om eureka te roepen. Dan krijg je vreemde reacties, zoals die keer toen ze een muis met een menselijk oor presenteerden”.

De bizarre foto staat ons nog voor de geest.  Wat is het verhaal?

Fresco: “Amerikaanse onderzoekers waren erin geslaagd via weefselkweek een menselijk oor uit een muis te laten groeien. Erg trots waren ze, de toepassingen leken dan ook fantastisch. In de toekomst zouden slachtoffers van ongevallen geholpen kunnen worden met gekweekte lichaamsdelen. De hele wetenschappelijk community was enthousiast, maar de publieke opinie reageerde niet met het verhoopte applaus maar met onverholen afgrijzen. Met wat meer alfa-kennis, een dosis antropologie of kunstgeschiedenis bijvoorbeeld, hadden ze dat kunnen weten”.

- hoezo?

Fresco: “Ken je ‘De Tuin der Lusten’, het beroemde schilderij van Hieronymus Bosch? Ik heb thuis een replica. Hoe Bosch op het rechterpaneel de hel voorstelt. Het krioelt van  misvormde dwergen en wanstaltige hybriden. Mensen met vogelkoppen, kruisingen van mens en vis, hoofden zonder lichaam. Fascinerend, ik heb er uren met het vergrootglas naar gekeken. Bosch was niet de enige, de hele kunstgeschiedenis zit vol verwijzingen naar de oerangst voor monsters en hybriden. Niet alleen in de Lage Landen, die angst is universeel. Zo bekeken is het niet verwonderlijk dat die muis met haar mensenoor vooral afschuw inboezemt, het dier leek zo weggelopen uit een schilderij van Bosch. We moeten dus uit onze ivoren toren. Precies daarom heb ik de Wageningse dialogen gelanceerd. Bedoeling is een permanent gesprek aan te gaan, met de samenleving maar ook met kunstenaars. Ik geloof namelijk heel sterk in de rol van kunst. Om vragen te stellen bij nieuwe wetenschap en uiting te geven aan de ambivalente gevoelens die ermee samenhangen, maar ook om het publiek anders te leren kijken en de soms verrassende oplossingen van de wetenschap niet a priori te verwerpen. Koen Vanmechelen is zo’n kunstenaar die pertinente vragen stelt. Wat is eigenlijk een gen? En zijn we niet allemaal de optelsom van een reeks genen? Erg verfrissend. We hebben allemaal een mening over gentechnologie, maar vraag een willekeurige voorbijganger wat een gen is, en er zal een pijnlijke stilte vallen.”

 

Van monster is het maar een kleine stap naar Frankensteinfood, een begrip vaak  gebruikt door tegenstanders van genetische manipulatie in  landbouw en voedselvoorziening. Toevallig begint deze week in Gent het proces tegen elf van die tegenstanders, leden van het Field Liberation Movement die in 2011 een proefveld met ggo-aardappelen gedeeltelijk hebben vernield. De ggo-aardappelen werden overigens in Wageningen ontwikkeld. Wat vindt u van dat proces?

Fresco: “Om te beginnen dit: ik vond het geen goed idee van de Leuvense universiteit om een onderzoekster vanwege haar betrokkenheid te ontslaan. Niet dat ik haar actie goedkeur, ik vind trouwens niet dat het aanbrengen van vernielingen nog onder de noemer van burgerlijke ongehoorzaamheid valt. Maar met zo’n strafmaatregel geef je een verkeerd signaal. Op de universiteit moeten verschillende meningen, mits wetenschappelijk onderbouwd, naast elkaar kunnen bestaan en desnoods botsen. Maar vooral: zo’n sanctie bevestigt alleen maar het beeld van wetenschap en industrie die samen één machtig bolwerk vormen. Dat kunnen we missen als kiespijn, het Europese ggo-debat is zo al moeilijk genoeg.”.

 

dat wetenschap en industrie onder een hoedje spelen is inderdaad een van de verwijten die activisten maken. Niet onterecht toch?

Fresco: “Maar dat klopt niet, net zomin als de bewering dat ggo’s de arme boeren meer dan ooit in de armen van de agro-industrie drijven. Neem nu de fameuze golden rice, een variant die door genetische manipulatie een bron van vitamine A vormt. Dat is toch vooruitgang? Vitamine A-tekort kan bij kinderen blindheid veroorzaken, in vele ontwikkelingslanden een reusachtig probleem. En het mooie is: de zaden kunnen naar de volgende oogst worden overgedragen zodat boeren niet tekens weer bij een multinational moeten aankloppen. Golden rice is het resultaat van een samenwerking tussen bedrijven en overheden. De patenten zijn vrijgegeven, ze staan ter beschikking van arme landen. Ook Indiase katoenboeren zal je niet horen klagen over hun ggo-planten. Grotere opbrengsten, meer inkomsten, en dat alles met beduidend minder bestrijdingsmiddelen. Dat laatste is geen detail, want in India vallen jaarlijks ettelijke doden door het verkeerd gebruik van bestrijdingsmiddelen”.

wat vindt u van het Europees verbod op ggo’s en ggo-onderzoek?

Fresco: “Ik heb er op vraag van Science een artikel over geschreven. Een patstelling, zo heb ik het omschreven. Europa heeft een uitstekend adviesorgaan, het European Food Safety Authority. Daarin zitten onafhankelijk expert die iedere aanvraag voor ggo-onderzoek beoordelen. Het EFSA heeft al heel wat positieve adviezen verstrekt, maar in de praktijk komt er niks van omdat nationale overheden geen verdere actie ondernemen.. Kijk, het hele ggo-verhaal is ongelukkig gestart met de herbicidetolerante soja en maïs van Monsanto. Een combinatie van genetica, chemicaliën en Big Industry, dat was achteraf bekeken dodelijk voor de perceptie. Maar intussen zijn het niet meer de bedrijven die in het onderzoek voorop lopen, wel overheden zoals China, India, Canada, Australië en Argentinië. Het is goed dat er in Europa een maatschappelijk debat wordt gevoerd, maar dat mag ons niet verlammen. Als we niet opletten, raken we wetenschappelijk en technologisch achterop. Dan kunnen we zelfs niet meer beoordelen wat er op ons afkomt vanuit landen waar ze voortvarend experimenteren, zonder veel maatschappelijk debat. Ik denk daarbij niet alleen aan landbouw. Af en toe worden we opgeschrikt door een bericht over een of andere Koreaanse wetenschapper die een mens probeert te klonen”.

critici zeggen: Louise Fresco is de spreekbuis van de agro-industrie.

Fresco: “Maar nee. Ik pleit alleen voor nuance in het debat, we moeten geval per geval een scherp onderscheid maken. Dat is moeilijk in Europa, de publieke opinie wil het zwart of wit, voor of tegen ggo’s. Intussen sluiten we de ogen voor onze eigen inconsequenties. Want natuurlijk wordt er veel ggo-voedsel geïmporteerd, onzichtbaar in allerlei ingrediënten. En wat we ook niet willen weten: Europa produceert zelf op grote schaal ggo’s. Insuline voor suikerpatiënten? Gekweekt uit genetisch gemanipuleerde bacteriën. Stremsel voor kaas? Allemaal gemaakt van genetisch gemodificeerde micro-organismen”.

De TED-lezing was een pleidooi voor grootschalige landbouw. En in verschillende boeken houdt u een pleidooi voor de plofkip. Luider vloeken in de groene kerk kan niet. Houdt u van controverse?

Fresco: “Ik pleit niet voor grootschaligheid als doel, maar voor de juiste oplossing voor specifieke situaties. We moeten weten wat willen. De intensieve kippenhouderij in Nederland of België verbieden? Kan, maar dan is de consequentie dat we massaal kippen  importeren uit Roemenië, Oekraïne of andere landen waar geen enkele controle op dierenwelzijn bestaat. We lijden allemaal aan cognitieve dissonantie. Ik ben zelf vatbaar voor de romantiek van de biolandbouw, de warmte en de gezelligheid van grootmoeders dorp. Alleen vrees ik dat we heimwee koesteren naar een verleden dat nooit heeft bestaan. In werkelijkheid was het boerenleven voor de komst van de intensieve, gemechaniseerde landbouw een keihard en miserabel bestaan. Dat is het nog altijd voor de arme boeren in het Zuiden, weet ik uit eigen ervaring. In de Andes zie je de vrouwen iedere dag de bergen intrekken. Met een bijl staan ze urenlang in de kou op de rotsbodem in te hakken, om toch maar plaats te maken voor een extra knol. In Azië staan kleine rijstboeren dag in dag uit kniehoog in het water, met allerlei ziektes tot gevolg. Die mensen ga je niet helpen door ze vast te pinnen op hun traditionele methodes. Geef ze machines, meststoffen, zaden en plantgoed zodat hun werk lichter wordt en hun productiviteit en inkomen stijgen. Ik vraag me trouwens me af waarom we zo’n moeite hebben met grootschaligheid, terwijl we anderzijds dol zijn op megasteden zoals New York. Hoe gaan we trouwens al die miljoenensteden voeden? Voedsel lokaal en liefst biologisch produceren? Goed idee, we moeten alle mogelijkheden benutten. Maar dat zal niet volstaan, we kunnen de wereld niet voeden zonder intensieve landbouw. Kijk naar de cijfers. De voorbije vijftig jaar is de wereldbevolking verdubbeld, en toch is het aantal beschikbare calorieën per hoofd met een kwart gestegen. Dat is uitsluitend te danken aan de verbetering van de landbouw. In geen enkele sector is de productiviteit zo spectaculair gestegen. Wereldwijd zijn nog maar een dikke 500 miljoen mensen actief in de landbouw. Dat is ongezien en ook een tikje beangstigend: nooit eerder waren zo weinig mensen verantwoordelijk voor de mondiale voedselvoorziening, een behoefte minstens zo essentieel als onze energiebevoorrading”.

Wat heeft u tegen ‘schaduwdenkers’?

Fresco: (lacht) “Doemdenkers is het courante begrip, maar ik vind schaduwdenkers mooier. Het zijn mensen die graag met worst case scenario’s schermen, en die er van overtuigd zijn dat het met de wereld de verkeerde kant uitgaat. Vaak bewijzen ze hun gelijk door actuele trends vijftig jaar door te trekken zodat het in een crash eindigt. Ik heb daar een probleem mee. De toekomst is onvoorspelbaar, je kunt trends niet zomaar doortrekken. Wie had twintig jaar geleden kunnen voorspellen welke vlucht de informatietechnologie zou nemen? Jammer genoeg vinden schaduwdenkers veel gehoor, vooral in Europa waar we het geloof in wetenschap en technologie als bron van vooruitgang hebben verloren. Dat is best ironisch als je bedenkt dat geen enkel continent zoveel aan wetenschap en technologie te danken heeft. Misschien komt het omdat hier al twee generaties zijn opgegroeid die nooit schaarste hebben gekend. We missen perspectief, het zicht op de lange termijn. Tweehonderd jaar geleden zouden twee van de drie mensen in deze auto niet ouder dan veertig zijn geworden. Dat heet vooruitgang, met dank aan wetenschap en technologie”.

De alarmerende prognoses over de klimaatverandering zetten vanzelf aan tot schaduwdenken. Bent u een believer of een scepticus?

Fresco: “Er is iets aan de hand en de mens speelt daarin een rol, daarover zijn alle wetenschappers het stilaan eens. Maar ook hier mis ik de nuance. Globale cijfers over temperatuurstijging zeggen bitter weinig, we moeten per regio kijken naar de prognoses en de mogelijke impact. En wat ik ook mis: de positieve gevolgen. Als het noordelijk halfrond opwarmt, kan China zijn landbouwareaal fors uitbreiden. Scandinavië zal opnieuw graan kunnen verbouwen, in Schotland kunnen druiven groeien. Elders zullen ze negatieve gevolgen incasseren, helaas in landen die nu al tot de armste ter wereld behoren. Natuurlijk moeten we de uitstoot van broeikasgassen zo veel mogelijk beperken, het is trouwens aberrant om kwistig met fossiele brandstoffen om te springen. Maar zelfs met de meest stringente maatregelen zal de temperatuurstijging nog een hele tijd doorwerken. We moeten ons nu vooral op de gevolgen concentreren”.

Kruisbestuiving. Over Kennis, Kunst en het Leven’, Prometheus-Bert Bakker, 194 pag, 19,95 euro