Tagarchief: Kobani

VTM-journalist Robin Ramaekers bij de Syrische Koerden

Humo, 2 februari 2016

‘Als Rudi een scherfvest draagt, is  dat functioneel. Als ik het doe, ben ik een aansteller’.  

 

1517291

bron: VTM NIeuws

Robin Ramaekers is net terug van een weekje Rojava, een lap grond in Noordoost-Syrië die recent door Koerdische strijders op Islamitische Staat werd heroverd. Zelf heeft de vliegende reporter sinds zijn opgemerkte overstap van de Reyerslaan naar de Medialaan nog veel meer terrein gewonnen. ‘Bij VTM is de concurrentie op de buitenlandredactie een stuk kleiner dan bij de VRT’, zegt hij. ‘De conflictgebieden heb ik sowieso in mijn portefeuille. De voorbije drie jaar heb ik dan ook als een bezetene gereisd. Gaza, Congo, Burundi, Egypte, Turkije soms weet ik niet aan welke brandhaard voorrang te geven. Oost-Oekraïne, daar ben ik het voorbije jaar wel zeven keer geweest. Om maar te zeggen dat ik me mijn overstap niet beklaag. VTM Nieuws gelooft meer dan ooit in buitenlandse verslaggeving. Een weekje Syrië, dat is een serieuze investering’.

Humo: het was ook geen sinecure. Je hebt met cameraman Jo Verstichel de Koerdische opmars in Noordoost-Syrië in beeld gebracht, een odyssee langs een 500 kilometer lange frontlinie waar Koerden en IS-strijders op sommige plekken letterlijk oog in oog staan. Hoeveel voorbereiding kruipt in zo’n onderneming?

Ramaekers: ‘Ik liep al twee jaar rond met het plan om naar Syrië te gaan. Ik heb eerst geprobeerd een visum voor Damascus te krijgen om aan de kant van het regime poolshoogte nemen. Zonder resultaat, al heeft het bij de eerste poging weinig gescheeld. Had ik dat interview met president Assad niet aangevraagd, dan was mijn dossier wellicht op de winnende stapel beland. (lacht). Toch liet het idee me niet los. Vorig jaar stond ik met de verzamelde wereldpers op een heuvel nabij de Turkse grensstad Suruç. In de verte zagen we Kobani liggen, waar de Amerikanen op dat moment IS- stellingen aan het bombarderen waren. Het was een surreële ervaring, alsof we vanuit een loge naar een openluchtspektakel keken. We hoorden de explosies, we zagen de rookpluimen, de hele stad werd aan puin geschoten. Ter plaatse gaan kijken, was op dat moment volstrekt onmogelijk, maar mijn besluit stond vast. Vroeg of laat wil ik naar Kobani om de verwoestingen te filmen’.

– hoe ben je tenslotte in Syrië geraakt?

Ramaekers: ‘Niet via Libanon of Jordanië, want dan beland je in IS-gebied. En ook niet via Turkije, want sinds de opmars van de Syrische Koerden houden ze de hele grens potdicht. Ik heb zoals de meeste buitenlandse journalisten de Iraakse route genomen. Dat ging verrassend vlot. Je vliegt rechtstreeks van Frankfurt op Erbil, de hoofdstad van wat tegenwoordig de autonome regio Iraaks Koerdistan heet. Van daar is het nog vier uur rijden naar de Tigris, waar je met een boot naar de Syrische kant oversteekt. Ze slaan een stempel in je pas en hup, je bent binnen. Alles gebeurt met de glimlach en vaak ook met een kop gesuikerde thee er bovenop. Er heerst aan weerskanten van de grens een blije, optimistische stemming. Zowel de Iraakse als de Syrische Koerden verkeren duidelijk in een winning mood’.

– strookt dat met de feiten op het terrein?

Ramaekers: ‘Iraaks Koerdistan is een rijk gebied. De oliepompen draaien er op volle toeren, in Erbil zie je de luxehotels en kantoortorens uit de grond rijzen. Rojava is een ander verhaal. Pakweg een jaar geleden was het Koerdisch gebied verschrompeld tot een paar geïsoleerde restgebieden. De troepen van IS rukten steeds verder op en joegen tienduizenden Koerden op de vlucht. De slag om Kobani, waar de Koerden dank zijn Amerikaanse luchtsteun uit een verloren positie konden terugvechten, was een keerpunt. Het afgelopen jaar hebben ze IS stelselmatig teruggedreven, dorp na dorp, tot over de Eufraat. Momenteel lassen ze een adempauze in, maar ze willen nog verder oprukken. Misschien wel naar de IS-hoofdstad Raqqa, vanwege de symboolwaarde. Maar wellicht proberen ze eerst westwaarts door te stoten, naar Efrin. Als ze een brug kunnen slaan met die Koerdische enclave, dan hebben ze heel Rojava onder controle’.

–  komt daarmee de droom van een onafhankelijk Koerdistan dichterbij? Het samensmelten van de Iraaks en Syrische gebieden zou alvast een flink territorium met veel petroleum opleveren…

Ramaekers: ‘Zo simpel is het niet, daarvoor is de Koerdische kwestie veel te complex. De Iraakse peshmerga zitten op een heel andere golflengte dan de YPG, het leger van de Syrische Koerden dat net als de Turks-Koerdische PKK op marxistische leest is geschoeid. Geen toeval, want de banden tussen die laatste twee zijn erg nauw. Er wordt vaak gezegd dat de PKK in Rojava de plak zwaait. Of dat klopt? Geen idee, maar feit is dat er heel veel PKK’ers met de YPG meevechten. We konden ze er gemakkelijk uitpikken. De Syrische YPG’ers praatten graag voor de camera, de meeste PKK’ers wilden niet in beeld. Aan de uniformen kon je het verschil moeilijker zien. Turkse of Syrische Koerden, ze hebben bijna allemaal een foto van PKK-leider Öcalan op hun mouw. Öcalan is alomtegenwoordig in Rojava, maar als je Syrische Koerden vraagt of ze hem als hun natuurlijke leider erkennen, krijg je een vaag antwoord. Ze zien Öcalan eerder als een symbool, niet als een politieke leider. Ik zei het al, de Koerdische kwestie is hopeloos ingewikkeld. In Rojava vechten bijvoorbeeld ook Arabische en Christelijke milities met de Koerden mee’.

– Turkije is als de dood voor het Koerdisch reveil. Daar iets van gemerkt?

Ramaekers: ‘Oh ja, er wordt op dit moment in Oost-Turkije hevig gevochten tussen het leger en de PKK.  We zagen het op de televisie als we een theehuis binnenliepen, en we werden er voortdurend op aangesproken. Wat doen jullie hier? De echte oorlog speelt zich nu in Turkije af, in Kars. Ik zou best naar Turks Koerdistan willen gaan, maar daar kom je als journalist niet binnen. Natuurlijk heeft de spanning alles te maken met de ontwikkelingen in Syrië. Turkije wil onder geen beding dat de Koerden erin slagen de brug met Efrin te slaan, want dan controleren ze de volledige Turks-Syrische grens. Daarom steunen ze stiekem IS, beweren alle Koerden die ik sprak. Een krasse stelling, maar er zijn sterke aanwijzingen. Zolang IS Rojava controleerde, lieten de Turken de grensovergangen wagenwijd open staan. We hebben op de grens in Tell Abyad de tunnel gefilmd waarlangs Raqqa rechtstreeks met wapens en zwaar materiaal werd bevoorraad. Zo breed als een autosnelweg, dat bouw je niet zonder medeweten van het Turkse leger’.

– veel sporen van IS-terreur gezien?

Ramaekers: ‘Overal. Erg beklijvend was ons bezoek aan de pas bevrijde stad Al Hawl. Compleet verlaten, net zoals de vele spookdorpen die we hebben bezocht.  Bij het binnenrijden wezen de escorterende YPG-militairen op een rond punt. Dat was de plek waar IS de hoofden en lichamen van geëxecuteerde gevangenen uitstalde. Er was ook een onderaardse gevangenis, een reeks met metalen deksels afgesloten kamers waarin IS tegenstanders letterlijk liet creperen. Het moet een gruwelijke doodstrijd zijn geweest, we hebben de afscheidsberichten gefilmd die sommigen op de muren hebben geschreven’.

– YPG heeft ook een vrouwelijke aflevering, de YPJ. Is dat meer dan een snoepje voor de internationale pers?

Ramaekers: ‘Absoluut. Vrouwelijke militairen zijn alomtegenwoordig, ze zijn zwaarbewapend en vechten in de voorste linies. Dat past in het marxistische gelijkheidsideaal, maar het is ook een tactische zet. We hebben verschillende van die jonge vrouwen gesproken. Ze vertelden allemaal dat IS-strijders doodsbang zijn om door een vrouw te worden gedood, want in dat geval gaan ze niet naar het paradijs en mislopen ze hun rendez-vous met de 72 maagden’.

–  zou je deze reportagereeks als VRT-journalist op dezelfde manier hebben gemaakt?

Ramaekers: ‘Waarom niet? Ik zie geen verschil in aanpak, behalve dat we bij VTM meer op live verslaggeving inzetten. Op zich is het comfortabeler: alles opnemen, thuis rustig monteren en de reeks dan met de nodige bombarie op antenne te gooien. Door al ter plaatse verslag uit te brengen, maken we het onszelf bij VTM moeilijk. We hebben erg lange dagen geklopt, meestal waren we van zes uur ’s morgens tot zonsondergang op pad. Daarna konden we gaan monteren en dan werd het spannend. Zal het lukken het zaakje via de mobiele satelliet naar Vilvoorde door te sturen? Dat lukte niet altijd, satellietsignalen worden gescrambeld. Als dat het geval was, moesten we in het holst van de nacht naar de grens om met Turkse sim-kaarten een signaal van een GSM-mast op te pikken. Uren mee bezig geweest, we hebben die week nauwelijks geslapen’.

–  prangende toestanden meegemaakt?

Ramaekers: ‘Een keer ben ik bang geweest, toen we bij Tishrin de Eufraat overstaken en er de meest vooruitgeschoven posities van de Koerden bezochten. We filmden een bevriende Arabische militie die een als  grondwapen gerecycleerde luchtafweerbatterij aan het testen was. Het doelwit was een verlaten gebouw op minder dan een kilometer afstand. Terwijl ze lekker aan het schieten waren, bleken er nog IS-strijders in dat gebouw te zitten. Voor we het goed beseften, zaten we temidden van een griezelig echt vuurgevecht. Het Nieuwsblad heeft een still uit mijn verslag van die schietpartij gepubliceerd, ik sta er op met helm en kogelvrij vest. Robin Ramaekers zoekt weer eens het gevaar op, luidde de besmuikte commentaar. Daar gaan we weer, dacht ik toen ik het las’.

– waarom?

Ramaekers: ‘Altijd weer dat zinspelen op mijn verslag in Haïti. (Ramaekers belandde in een mediastorm toen bleek dat hij geluidsopnamen had gemanipuleerd om zijn verslag spannender te maken, ER). Het is al vijf jaar geleden, maar sommigen blijven die ene inschattingsfout als mijn voornaamste wapenfeit beschouwen. Alsof ik daar met een CD’tje met geweerschoten rondliep. Nonsens. Schuiven met geluid was een onverstandige oplossing voor een vormelijk probleem. Dom en niet voor herhaling vatbaar, punt aan de lijn. Rudi Vranckx zouden ze nooit met zo’n schampere commentaar opvoeren. Als Rudi een scherfvest draagt, is  dat functioneel. Als ik het doe, ben ik een aansteller. Dat blijft me irriteren’.

–  vind je het vervelend als ze je de Rudi Vranckx van de Medialaan noemen?

Ramaekers: ‘Ja, want ik zie het verband niet. Wat niet wegneemt dat ik veel respect en sympathie voor Rudi heb. We kennen elkaar goed, Rudi was trouwens een van de weinigen die het voor mij heeft opgenomen toen ik na Haïti bij de VRT in een storm belandde. Natuurlijk is er tussen de zenders concurrentie. Als het ergens in de wereld brandt, proberen we allebei als eerste ter plaatse te zijn. Maar onder collega’s? Als ik naar een gebied zoals Syrië trek, belet niks me Rudi te bellen om tips over veiligheid te vragen. Of Jan Eikelboom van Nieuwsuur, nog zo’n fijne collega die me dit keer aan een uitstekende fixer heeft geholpen’.

 

Terreurexperte Jessica Stern: “IS is de chrystal meth van de terreur”

De Standaard, 13 april 2015

De onthoofdingsvideo’s heeft ze niet bekeken, maar de Amerikaanse terreurexpert Jessica Stern heeft zich wel diep gebogen over de geschiedenis en ideologie van Islamitische Staat. Samen met Twitter-exegeet JM Berger schetst ze een verhelderend beeld van een unieke beweging die het kalifaat ziet als opmaat tot de Apocalyps.

Het regende de voorbije maanden boeken over jihad en salafisme. Met ‘IS. Staat van terreur’ leveren Jessica Stern en JM Berger een uiterst lezenswaardige bijdrage aan het nog jonge genre. De auteurs zijn dan ook niet de minsten. JM Berger, correspondent van Foreign Policy, gespecialiseerd in terreur en sociale media, schreef eerder ‘Jihad Joe, Americans go to war in the name of God’.  Jessica Stern, bekend van ‘Terreur in de naam van God’ , is terrorisme-expert in Harvard en adviseur nationale veiligheid aan de befaamde Hoover Institution. We ontmoetten haar in een zonovergoten Amsterdam waar gelukzalige toeristen de Grachtengordel onder de voet lopen. Het contrast met ons grimmige onderwerp kan niet groter zijn.

–  never a dull moment in the Middle East. Ook Jemen is ten prooi gevallen aan sectair geweld tussen sjiïeten en soennieten. Heeft IS ook daar een voet aan de grond?

Jessica Stern: “Meer dan waarschijnlijk. Jemen is net als Libië een mislukte staat, de perfecte humus. IS heeft alleszins de zware bomaanslagen op twee sjiitische moskee in Sanaa opgeëist. Als die opeising klopt, dreigt een tweede Syrië-scenario. Zowel Al-Qaeda, dat al heel lang in Jemen actief is, als IS vechten dan tegen de door Iran gesteunde Houthi-rebellen. Tegelijkertijd echter leveren zo ook onderling strijd, precies zoals in Syrië”.

– het verdrijven van IS uit Kobani werd door heel wat waarnemers als een kantelpunt gezien. IS, zo werd gehoopt, verkeerde in een crisis. Voorbarige conclusie?

“Absoluut, IS heeft al meermaals blijk gegeven van een grote veerkracht. De groep zat achter de recente aanslag in Tunesië, en twee weken geleden hebben ze een Palestijns vluchtelingenkamp vlakbij Damascus overrompeld. Maar belangrijker nog: de voorbije maanden hebben een dertigtal jihadistische bewegingen trouw aan IS-leider Abu Bakr Al Baghadi gezworen. Het ging veelal om obscure, lokale groeperingen, maar ook het Nigeriaanse Boko Haram heeft zich in maart officieel achter IS geschaard. Voor Al Baghdadi is dat heel belangrijk, want hij ziet in Afrika een enorm potentieel voor het uitbreiden van zijn invloed en territorium. De Somalische Al Shabaab hoort voorlopig nog in het kamp van Al-Qaeda, maar ook daar lopen geruchten over dissidenten en scheurbewegingen die zich bij IS willen aansluiten”.

– u gaat diep in op de verschillen tussen Al-Qaeda en IS. Ze delen dezen dezelfde oorsprong, allebei belijden de salafistische jihad. Waar zitten de tegenstellingen?

“IS is nog veel extremer en gewelddadiger dan Al Qaeda. De manier waarop ze geweld gebruikt is ongezien in de geschiedenis, daarom noem ik IS de chrystal meth van het terrorisme, ze verspreiden terreur in zijn puurste vorm. Niet alleen onthoofden ze gijzelaars, ze filmen de onthoofding en gebruiken de beelden om vrijwilligers te ronselen. Ook het sectaire karakter is uniek. IS doodt aan de lopende band moslims. Niet alleen sjiietten, maar ook soennieten die niet leven volgens de extreme en vaak bizarre regels die een vrome moslim volgens IS hoort te respecteren”.

–  naast IS lijkt Al Qaeda haast een sympathieke club…

(lacht) “Ja, het is ver gekomen wanneer we Al Nusra in Syrië als een matigende factor gaan beschouwen. Natuurlijk is en blijft Al-Qaeda een extremistische terreurbeweging met een indrukwekkend palmares van bloed en gruwel. Toch is er een verschil dat teruggaat tot de oorsprong van IS. We zijn dat vergeten, maar die organisatie is gegroeid uit het Iraakse filiaal van Al-Qaeda, dat op zijn beurt is ontstaan als een reactie van gefrustreerde soennieten op de Amerikaanse invasie. Abu Musab al-Zarqawi, de leider van wat toen nog Al-Qaeda Irak (AQI) heette, heeft in 2004 zelfs trouw gezworen aan Bin Laden. Nochtans lagen die twee elkaar absoluut niet. Bin Laden was een intellectueel van rijke komaf, Zarqawi een onbehouwen bruut, een getatoeëerde bajesklant die de islam had omarmd om zich te zuiveren. Zarqawi werd al in 2006 door de Amerikanen gedood, maar in de korte tijd als AQI-leider heeft hij de methodes ontwikkeld die IS nog altijd toepast. De onthoofdingen, het filmen van executies, de sectaire moorden, het hele gamma. Bin Ladens opvolger Al Zwahiri heeft zowel Zarqawi als diens opvolgers herhaaldelijk bekritiseerd, vooral vanwege het sectaire geweld. Toch is de breuk pas definitief geworden toen de huidige IS-leider al Baghdadi in 2011 besloot om zich in de Syrische burgeroorlog te mengen.  Sindsdien leveren Al-Qaeda en IS een strijd van leven en dood voor de jihadistische hegemonie in het Midden Oosten”.

–  wie wint?

“Al Qaeda blijft een factor van belang, maar IS heeft duidelijk de bovenhand. Het uitroepen van een kalifaat op 1 juli vorig jaar was een meesterzet, daarmee hebben ze hun rivalen veel wind uit de zeilen gevangen. De mediaoorlog hebben ze sowieso gewonnen, IS zuigt alle aandacht naar zich toe. Al–Qaeda kennen we van saaie filmpjes met een  oeverloos speechende Bin Laden of Zawahiri in de hoofdrol. Niks daarvan bij IS, daar weten ze alles van storytelling. Hun films zijn pure Hollywood, gepimpt met gametechnieken. Ook in hun gebruik van sociale media, Twitter in het bijzonder, lopen ze mijlen voor op Al-Qaeda”.

–  u noemt Al Qaeda elitair, terwijl IS een populistische koers vaart. Hoezo?

“Al-Qaeda heeft zichzelf altijd als een voorhoede beschouwd. IS daarentegen legt de drempel laag. Iedereen die gezond is van lijf en leden, wordt uitgenodigd om het kalifaat te vervoegen en aan de jihad deel te nemen. Sterker nog, de hidjra wordt als een heilige plicht voorgesteld, ook voor vrouwen trouwens. Dat houdt natuurlijk verband met hun apocalyptische eschatologie. Het einde der tijden is nabij, en zal volgens de profetieën gepaard gaan met een beslissende slag tegen de ongelovigen. Versta daaronder de sjiïeten, maar ook Westerlingen. In dat plaatje pas het koketteren met extreem geweld. IS wil maximaal polariseren om die finale confrontatie uit te lokken”.

– intussen probeert IS in het ondermaanse een ideale staat uit te bouwen. Waarom al die moeite als de Apocalyps toch nabij is?

“Dat lijkt paradoxaal, maar ze slagen erin het kalifaat in hun narratief te passen, als opmaat tot de Apocalyps. Kijk, een beweging zoals IS kun je nooit helemaal met onze Westerse logica begrijpen. Komt daarbij dat IS minder homogeen is dan van buitenaf lijkt. Duizenden aanhangers van Saddam Hoesseins Ba’ath-partij, een seculiere organisatie nota bene,  hebben zich bij IS aangesloten. Ze werden met open armen ontvangen, velen bekleden sleutelposities bij IS, ook al omdat ze militaire en organisatorische capaciteiten bezitten die de organisatie goed kon gebruiken”.

–       heeft u tijdens de research de vele executievideo’s bekeken?

“Gelukkig kon ik dat aan mijn medeauteur J.M Berger overlaten. Voor we aan dit boek begonnen kende ik hem alleen als Twitter-fenomeen. Berger leeft zowat online, hij volgt dag en nacht al wat er aan extremisme beweegt op de sociale media, hij heeft er zelfs software voor ontwikkeld. Bleek dat hij bij mij om de hoek woonde, in Cambridge-Boston. Hij kijkt dus naar al die filmpjes en laat er zijn slaap niet voor. Ik zou het niet kunnen. In de middeleeuwen was onthoofden een manier om iemand efficiënt te executeren. Zo wordt het trouwens in Saoudi-Arabië nog altijd bedreven. Op zich al vreselijk genoeg, maar bij IS gaat de horror nog veel verder. Ze hebben helemaal niet de bedoeling om snel en pijnloos te executeren. Integendeel, ze laten het zo lang mogelijk duren zodat ze de gruwel extra hard van het beeld spat”.

– hoe moet het Westen met IS omgaan?

“Isoleren, beletten dat ze hun extreme ideologie verspreiden. Intelligence is het belangrijkste wapen, de sociale media het voornaamste slagveld. We mogen ons niet laten provoceren om in hun val te trappen. IS wil namelijk niets liever dan in Syrië een oorlog met het Westen beginnen. Militair ingrijpen, dat hebben we in het Midden Oosten al een paar gedaan. Irak noch Libië zijn er beter van geworden. Als we toch militaire middelen inzetten, dan alleen ter ondersteuning van een politiek of diplomatiek proces. Zo moeten we in Irak dringend het vertrouwen van de Soennieten terugwinnen, het was een kolossale fout hen uit te leveren aan de revanchistische politiek van president Maliki en zijn sjiitische bendes. Syrië is een ander verhaal, ik denk niet dat het Westen daar veel invloed heeft. Het geeft alleszins geen pas IS te bombarderen terwijl we een bloeddorstige dictator als Assad ongemoeid laten”.

‘IS. Staat van Terreur’, Jessica Stern en J.M Berger, De Bezige Bij, 432 pag, 22,90 euro