Tagarchief: kolonialisme

Leopold II versus Patrice Lumumba: de koloniale monumentenstrijd

Knack, 15 mei 2018

“Pas als we ons van die koloniale vooroordelen bevrijden, kunnen Afro-Belgen zich echt emanciperen”

Nergens in Europa staan meer koloniale monumenten dan in België. Tot stijgende ergernis van vele vooral jonge Afro-Belgen. Bordjes met context zullen niet volstaan. Sommigen willen Leopold II van zijn sokkel, in schande met de baard naar de grond gekeerd. De nakende inhuldiging van een Lumumbasquare in Brussel doet oud-kolonialen intussen het ergste vrezen. “Tervuren is in handen van gefrustreerde Congolezen gevallen”.

DSCF1019

De Bolwerksquare behoort tot de minder gezellige pleinen van de hoofdstad. Volk passeert er genoeg, de uitgang van metrohalte Naamsepoort zorgt voor een gestage stroom passanten. Zelden echter blijft iemand er langer dan noodzakelijk hangen. Shoppers slaan gezwind de Elsensesteenweg in, pendelaars benen met flukse pas naar de vele kantoren langs de Kleine Ring. Zou iemand de naam van de rommelige transitzone kennen? De kans is klein, maar daar komt binnenkort verandering in. Vanaf 30 juni heet deze plek officieel de Lumumbasquare. Ook wie geen straatnaamborden leest, zal er niet naast kunnen kijken. Op termijn moet er een monument verrijzen ter nagedachtenis van Patrice Emery Lumumba, de eerste premier van de onafhankelijke staat Congo die op 17 januari 1961 door politieke rivalen werd vermoord. Met impliciete maar effectieve Belgische steun, zo weten we sinds ons land op aanbeveling van de parlementaire Lumumba-commissie in 2002 excuses presenteerde aan de nabestaanden en aan het Congolese volk.

Toch zal de Bolwerksquare niet verdwijnen. De naamsverandering beperkt zich tot een hoekje van het plein dat op het grondgebied van Brussel-stad ligt. Bekend is dat de 19 hoofdstedelijke gemeenten niet uitblinken in het coördineren van beleidsmaatregelen. Dat verklaart evenwel niet waarom Elsene, bevoegd voor driekwart van de Bolwerksquare, weigert mee te stappen in het eerbetoon. Jarenlang hebben actiegroepen geijverd voor een Lumumbaplein achter de Sint-Bonifatiuskerk, in het hart van de ‘Congolese’ Matongéwijk in Elsene. Onbespreekbaar voor MR-burgemeester Dominique Dufourny die aan het hoofd staat van een coalitie met de PS, de partij nota bene van de Brusselse burgemeester Philippe Close die twee weken geleden juist uitpakte met zijn Lumumba-initiatief. Kenners van de hoofdstedelijke politiek spreken van een electorale zet. Anders dan algemeen wordt aangenoment telt Brussel-stad veel meer Congolese Belgen dan Elsene, in totaal een dikke 6.000. Potentiële kiezers dus die de PS op 14 oktober hoopt te verleiden. Zeker in Brussel-stad, waar socialisten en liberalen elkaar rauw lusten, telt iedere stem in strijd om het politieke leiderschap.

Che Guevarra

Bij Mireille Tsheusi-Robert heeft Close alvast gescoord. ‘Een uitstekende locatie’, zegt ze. ‘Het monument wordt zelfs zichtbaar vanaf de Kleine Ring. De Lumumbasquare wordt de nieuwe poort van de Matongéwijk’. Tsheusi-Robert is voorzitter van de Bamko, een feministische Afro-Belgische vereniging die met vier gelijkgezinde actiegroepen de campagne voor het Lumumba-eerbetoon trekt. ‘Dat doen we al sinds 2003’, zegt ze. ‘De eerste aanzet kwam van wijlen acteur en muzikant Dieudonné Kabongo. Geen toeval, er zijn veel artiesten die zich achter deze zaak hebben geschaard. Voor ons is dit is een grote stap: eindelijk erkenning van de rol die Congolezen in de geschiedenis hebben gespeeld. Ken je het gezegde? Jachtverhalen worden altijd door jagers en nooit door leeuwen verteld. Zo is het ook met manier waarop België naar zijn koloniaal verleden kijkt. Het perspectief van de de onderdrukten, de Congolese bevolking, ontbreekt volkomen. Dit is slechts een begin, ons doel is België echt te dekoloniseren. Bewustmaking is daarbij de voornaamste opdracht. Vooral het geschiedenisonderwijs moet beter. Een op de vier Franstaige scholieren weet niet eens meer dat Congo ooit een Belgische kolonie was’.

Ook Nadia Nsayi, beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Pax Christi en Broederlijk Delen, gewaagt van een doorbraak. ‘Ik was reeds als student in Leuven actief in deze campagne’ , zegt ze. ‘Natuurlijk is Lumumba omstreden. Veel Belgen houden hem verantwoordelijk voor het geweld dat onmiddellijk na de onafhankelijkheid is losgebarsten. Ook de Congolezen zijn verdeeld, vooral in de Kasai-streek nemen ze hem het bloedig neerslaan van de secessie kwalijk. Dat neemt niet weg dat Lumumba een icoon is van de dekolonisatie-strijd. Tot ver buiten Congo, je kunt zijn status haast vergelijken met die van Che Guevarra. Binnen de Afro-Belgische gemeenschap staat een overgrote meerderheid achter dit eerbetoon’. Nsayi hoopt dat Brussel navolging krijgt, bij voorkeur in steden die zichtbaar van de koloniale rijkdom hebben geprofiteerd. ‘Ik denk bijvoorbeeld aan Oostende en Antwerpen, mijn eigen stad. Het is nog niet zover, zeker onder het huidige stadsbestuur. Brussel, met zijn grote en goed georganiseerde Congolese gemeenschap, loopt vooruit. Maar ook in Antwerpen en andere Vlaamse steden stel ik een groeiende dynamiek vast. Die richt zich niet alleen op de figuur van Lumumba, het gaat om de manier waarop we op ons koloniaal verleden terugblikken’.

geamputeerde armen

Aan actiecomités en burgerbewegingen is er inderdaad geen gebrek. Afro-Belgen trekken de kar, vaak met de hulp van wisselende coalities waarin alle tinten links herkenbaar zijn, van syndicaal en groen over andersglobalistisch tot anarchistisch en klein-links. Niet zelden kristalliseert de locale dynamiek rond een monument of straatnaambord. Zo ook in Mons, het bolwerk van burgemeester en PS-voorzitter Elio Di Rupo die zijn Brusselse collega en partijgenoot Close in feite de loef heeft afgestoken. In september al keurde de gemeenteraad unaniem een motie goed om het portaal van het stadhuis met een Lumumbaplakaat op te smukken, en om alvast uit te kijken naar een geschikte straat of plein die de naam van de vermoorde Congolese premier zal dragen. Het plakaat komt te hangen tegenover een bronswerk met halfverheven figuren, in 1930 geplaatst als hulde aan de Belgische pioniers van Congo Vrijstaat. Bordjes in evenwicht, zo gaat de redenering.

De motie kwam er typisch genoeg na een betoging van dekolonisatie-activisten voor het standbeeld van Leopold II in Mons. Ze bepleisterden het monument met slogans en de intussen welbekende foto’s van werkonwillige rubberkappers met geamputeerde armen, bewijzen van de gruwelen die werden gepleegd toen Congo Vrijstaat nog als een privé-ondermening van de Belgische koning werd gerund. Het draaiboek voor de actie lag klaar. Te paard, ten voeten uit of als buste, standbeelden van de baardige monarch kregen het de voorbijen jaren hard te verduren. In januari werd de buste van Leopold II in het Dudenpark in Vorst door onbekenden ontvoerd en vervangen door een met vogelzaad afgewerkt exemplaar. Antikoloniale, iconoclastische guerrilla heeft intussen een lange traditie. Legendarisch was de actie van het anarchistische collectief De Stoete Ostendenoare dat in 2004 een hand van een beeld uit het monument ‘De Drie Gapers’ afzaagde. Het verminkte beeld stelde een Congolees voor, beaat opkijkend naar een imposant ruiterbeeld van Leopold II die volgens het opschrift de Congolezen van de slavernij der Arabieren heeft bevrijd.

 Pater De Deken

Aan vandalisme of iconoclasme heeft Seckou Ouologuem zich nooit gewaagd. De Antwerpse slam poet en performer met Malinese roots nam wel het voortouw bij een actie om pater Constant De Deken van zijn voetstuk in Wilrijk te halen. De missionaris-Scheutist staat te boek als een ontdekkingsreiziger en antropoloog, een kwalificatie die hem niet belette om zijn reiservaringen in Congo Vrijstaat met gierend racistische clichés te doorspekken. Decennialang had pater De Deken ongecontesteerd op zijn sokkel in zijn geboortestad gestaan. Na een tijdelijke verhuizing als gevolg van openbare werken zou hij naar de Bist terugkeren, zo stond in het bestuursakkoord dat N-VA, CD&V en Open VLD in 2012 voor het district hadden afgesloten. ‘Toen pas viel het ons op hoe flagrant racistisch dat beeld is’, zegt Ouologuem. ‘De missionaris plant zijn knie in de rug van een knielende Congolees, het lijkt wel een symbool van witte suprematie en zwarte onderwerping’. De verontwaardiging leidde tot de oprichting van Decolonizebelgium, een burgerbeweging van dichters, rappers en slammers uit verschillende landen. Het collectief maakte tijdens een sit-in zijn eis bekend: er moest een bordje bij het standbeeld met historisch correcte uitleg over de missionaris en zijn tijdsgewricht. Pas na lang soebatten stond het districtsbestuur een compromis toe. Decolonizebelgium mocht op eigen kosten een bordje maken, in samenwerking met het Koninklijk Museum voor Midden Afrika in Tervuren. Echt bevredigen doet die uitkomst niet. ‘Het beeld staat nog altijd op een prominente plek’, zegt Ouologuem. ‘Ze hebben er zelfs een spot op gezet zodat het ’s avonds des te meer opvalt’.

bron: standbeelden.be

bron: standbeelden.be

De polemiek, die meer dan een jaar aansleepte, legde een diepe kloof bloot. De actievoerders botsten op een muur van onwil en onverschilligheid. Waarom moeilijk doen over een monument dat in de loop der jaren met het straatbeeld was vergroeid? En mochten ze in Wilrijk alstublieft een beetje trots zijn op die ene telg die ooit geschiedenis heeft geschreven? In 2012 was Pater De Deken de spil van de jaarlijkse Erfgoeddag. Niemand was er over gestruikeld, en ook de bewoners van Pater De Dekenstraat hebben nooit geklaagd. ‘Voor het bordje met context moesten we samenwerken met de plaatselijke heemkundige kring’, zegt Ouologuem, ‘een club met nul diversiteit in de rangen. Ook daar bekeken ze De Deken louter als de onverschrokken ontdekkingsreiziger en bevlogen missionaris die zijn leven had gegeven om de zegeningen van het christelijk geloof op het donkere continent te verspreiden. Die onwetendheid leeft in heel Vlaanderen. Burgemeesters of lokale bestuurders weten niet hoe te reageren als ze met kritische vragen over koloniale monumenten worden geconfronteerd. Ze zijn allemaal universiair geschoold, maar tijdens hun hele onderwijstraject hebben ze geen woord over het kolonialisme gehoord, laat staan over Belgisch Congo’.

Anti-kolonialistische Denkmal

Moeten we koloniale monumenten uit het straatbeeld verwijderen en naar een museum verhuizen? Mireille Tsheusi-Robert en Nadia Nsayi klonken genuanceerd. Verwijderen hoeft niet meteen, maar contextualiseren is een must. Even belangrijk vonden ze aandacht voor de andere kant van het koloniale plaatje. ‘Het mag niet blijven bij één Lumumbaplein’, aldus Tsheusi-Robert. ‘Er moet veel meer publieke erkenning komen voor slachtoffers en tegenstanders van racisme en kolonialisme. Als feministe vind ik dat er ook vrouwen bij moeten. Iemand als Winnie Mandela verdient zeker een straat in België’.

Idesbald Goddeeris, professor koloniale geschiedenis aan de KU Leuven, pleit wel voor een selectieve beeldenstorm. ‘Natuurlijk kun je niet alle monumenten zomaar weghalen, zeker niet als ze in de lokale geschiedenis zijn ingebed. Maar ik verzet me tegen de eenzijdigheid van het straatbeeld. We hebben in België wel erg veel monumenten ter verheerlijking van ons koloniale verleden. De meeste dateren uit het interbellum, het hoogtepunt van de koloniaal-patriottische propaganda. Leopold II had de kolonie in 1908 aan België overgedragen, in een schandaalsfeer nadat internationaal commotie was ontstaan over wreedheden in Congo Vrijstaat. De monumenten moesten helpen om die pijnlijke bladzijde om te slaan en de bevolking warm te maken voor de koloniale onderneming. In een moeite door werden Leopold II en zijn hele Congo Vrijstaat gerehabiliteerd, dankbaar gebruik makend van de gezwollen patriottische sfeer en de monarchistische cultus rond koning-ridder Albert. Daarom staan er zoveel pioniers van de Vrijstaat op een sokkel, voornamelijk Belgische militairen die in feite slechts een klein aandeel hadden in de stichting. Voor de vele buitenlanders en missionarissen die een even grote rol speelden, was er veel minder brons of marmer beschikbaar’.

Niet alleen het aantal koloniale beelden, plakaten en naamborden maakt België uniek. Even frappant is volgens Goddeeris het ontbreken van de koloniale subjecten in de publieke ruimte. ‘In Londen staat Ghandi, nochtans een van de voortrekkers in de strijd tegen het Britse kolonialisme, op Parliament Square. Nederland heeft verschillende monumenten voor de slachtoffers van de slavernij, in Bremen staat een antikolonialistische Denkmal. Wij hebben niks, en precies daarom is het toekomstige Lumumbaplein in Brussel zo’n belangrijk symbool. Overigens, ik vind niet dat alle koloniale monumenten moeten verdwijnen. Laten we geval per geval oordelen, afhankelijk van de plaatselijke dynamiek. Maar gecontessteerde monumenten mogen voor mijn part weg. Gemeentebesturen weten doorgaans niet wat ermee aan te vangen. Waarom dan geen museum van koloniale propaganda oprichten, of een beeldentuin zoals in Boedapest of Moskou, waar ze een collectie communistische beelden in een park hebben gedropt. Het alternatief, de bordjes met context die de voorbije jaren bij verschillende beelden werden geplaatst, is niet efficiënt. De meeste van die teksten zijn wollig, onvolledig en naast de kwestie’.

Veel animo voor een afschot onder de koloniale monumenten heeft Goddeeris nog niet vastgesteld. Integendeel zelfs, er komen er nog bij. In 2008 werd in Deinze een vergeten beeld van Jules Van Dorpe, een houwdegen van de Congo Vrijstaat, prominent op een heraangelegd plein geplaatst. ”Het lokale bestuur zag het louter als een decoratieve opportuniteit’, zegt Goddeeris, ‘ze hadden wellicht geen benul van de bedenkelijke reputatie die aan Van Dorpe kleeft. Erger nog was Genval waar drie jaar eerder een borstbeeld van Leopold II in ere werd hersteld. Dat was geen onwetendheid maar pure symboliek. In koloniale kringen waren ze in die periode erg verbolgen over King Leopold’s Ghost, de bestseller van de Adam Hochschild die definitief het imago van Leopold II als koloniale massamoordenaar heeft gevestigd. Het beeld in Genval was daar een reactie op’.

Jacques de Dixmude

Waarmee meteen de vraag rijst: wie zit in de koloniale monumentestrijd in het kamp van Leopold en co? Identitair rechts lijkt een beredeneerde gok. De aanvallen op het koloniaal erfgoed kunnen gezien worden als de zoveelste veldslag in de sluipende cultuuroorlog. Afro-migranten die net zoals andere minderheden aan de historische grondvesten van onze witte maatschappij knagen. Maar zo eenduidig is het niet, blijkt uit een artikel dat Goddeeris in een historisch vakblad publiceerde. Pakweg tien jaar geleden stond het Vlaams Belang op de barricaden tegen Leopold II en zijn koloniale helden, een manier om de monarchie en de Belgische instellingen in discrediet te brengen. In Wilrijk echter wierp de plaatselijke partijafdeling zich op als onvoorwaardelijke verdediger van ‘onze’ Pater De Deken, belaagd als hij werd door gekleurde nieuwkomers van wie sommigen zelfs een islamitische geloofsovertuiging aankleefden. In Diksmuide voerde de N-VA het verzet aan tegen het pompeuze monument van Jacques de Dixmude, held van zowel de Congo Vrijstaat als van het Ijzerfront. Voor de gelegenheid stonden antikolonialisten en flaminganten schouder aan schouder, zij het niet per se met dezelfde motieven. Voor de N-VA was Generaal Jacques niet alleen een koloniale geweldenaar, maar vooral een franskiljon wiens standbeeld na WOI door het Belgisch establishment werd opgedrongen.

inlander kijkt bewonderend op naar Alphonse Jacques de Dixmude (foto: toerisme West-Vlaanderen)

inlander kijkt bewonderend op naar Jacques de Dixmude (foto: Westhoek.be)

De echte oppositie tegen de koloniale beeldenstormers zit uitgerekend bij datzelfde establishment. Misschien ligt het aan de leeftijd, maar de vertegenwoordigers zijn minder zichtbaar in het debat en vooral minder aanwezig in de sociale media dan de dekolonisatie-activisten. Wie heeft ooit gehoord van UROME-KBUOL, een koepel waarvan de Nederlandstalige afkorting staat voor Koninklijke Belgische Unie voor de Overzeese Landen? ‘We tellen 32 aangesloten verenigingen’, zegt woordvoerder Robert Devriese. ‘Samen zo’n 3.000 leden die banden hebben met Congo, Rwanda en Burundi. Ook twee Congolese verenigingen hebben zich aangesloten, een ervan draagt zelfs de naam van Leopold II. Weinig Belgen beseffen dat, maar vele Congolezen koesteren het grootste respect voor Leopold II als stichter van hun land’.

Devriese is een gepensioneerde diplomaat die in Congo werd geboren en getogen. Als 12-jarige maakte hij in Leopoldstad de onafhankelijkheid mee. Het Brussels eerbetoon aan hoofdrolspeler Patrice Lumumba ligt hem zwaar op de maag. ‘Het is hoog tijd om die figuur te demystifiëren’, zegt hij. ‘Lumumba was helemaal geen staatsman, de meeste Congolezen haten hem als de pest. Lumumba had veel bloed aan zijn handen, vraag dat maar in Kasai of in Katanga. Moet je zo’n man op een voetstuk plaatsen? Ik begrijp dat er een behoefte leeft aan monumenten voor Congolezen. Maar waarom polariseren? Voor mijn part mogen ze de Grote Markt in Brussel omdopen tot Plein van de Belgisch-Congolese Samenwerking. Of als ze per se een standbeeld willen: kies dan voor Etienne Tshisekedi, die heeft echt gestreden voor zijn volk. Ik heb dat allemaal opgeschreven in een open brief aan de Brusselse burgemeester. Niet dat ik me illusies maak, want dat hele Lumumbaplein is in de allereerste plaats een verkiezingsstunt. De stem van de Afro-Belgen weegt veel zwaarder dan de onze, want electoraal stellen oud-kolonialen niks voor’.

Museum van Tervuren

Dat betekent niet dat ze geen invloed hebben. Devriese maakt er geen geheim van dat hij en zijn medestanders politici hoog en laag aanklampen om hun punt te maken. Het verzet van Elsene tegen een Lumumbaplein werd mede door KBUOL ingefluisterd. De grote luisterbereidheid bij de MR hoeft overigens niet te verwonderen. Als het koloniale, koningsgezinde establishment ergens op de ledenlijst weegt, dan is het wel bij de Franstalige liberale partij waar een aristocratische stamboom weinig opzien baart. De overwegend bejaarde KBUOL-bestuurders hebben er intussen een dagtaak aan: reageren op iedere actie tegen koloniale monumenten. ‘Ze gaan echt te ver’, zegt Devriese. ‘In Hasselt wilden ze Leopold II neerleggen, met zijn gezicht naar de grond gekeerd, als teken van schaamte. Daar hebben we gelukkig een stokje voor gestoken, dank zij onze goede contacten met de burgemeester’. Dat koloniale monumenten een doorn in het oog zijn van Afro-Belgen, daar kan de gewezen diplomaat naar eigen zeggen geen enkel begrip voor opbrengen. ‘Daarmee bewijzen de actievoerders alleen maar hun gebrek aan historische kennis. Ja, de kolonisering van Congo draaide in de eerste plaats rond exploitatie en ging gepaard met onrecht en geweld. Dat was in alle kolonies het geval, maar België heeft er wel iets voor in de plaats gesteld. Bij de onafhankelijkheid in 1960 was Congo het rijkste land van Afrika. Kijk waar ze nu staan, drie generaties na de onafhankelijkheid’.

Intussen wordt in Tervuren naarstig gewerkt. In december gaat het vernieuwde Afrika-museum open, na een renovatie van 5 jaar die op 66 miljoen euro werd begroot. Naar de vernieuwde permanente tentoonstelling wordt reikhalzend uitgekeken. Voor de meeste Belgen is Tervuren de eerste en vaak ook enige kennismaking met zowel Midden Afrika als ons koloniaal verleden. Roger Devriese is er niet gerust op. ‘Het gaat de verkeerde kant op’, klaagt hij. ‘Tervuren is in handen gevallen van gefrustreerde Congolezen en fanatieke antikolonialisten. Stel je voor, ook daar wilden ze Leopold in de inkomhall strijk leggen, met zijn gezicht op het marmer. Gelukkig is Tervuren een beschermd monument waar ze zich niet alles kunnen veroorloven’.

Luipaardman

Bambi Ceuppens, als cultureel antropologe verbonden aan het Afrika Museum en nauw betrokken bij de transformatie, voelt zich niet aangesproken. ‘We gaan niet over een nacht ijs’, zegt ze. ‘Zo worden alle teksten door internationale peer reviewers nagelezen. Een permanente tentoonstelling bouwen is een zware verantwoordelijkheid, dat beseffen we heel goed’. Ze kan Devriese geruststellen: het wordt geen beeldenstorm noch een tabula rasa. Het in goudletters gevatte huldebetoon aan het genie van de louter door beschavingsijver gedreven Leopold II? Blijft gewoon zichtbaar in de majestueuze inkomhall.  ‘De stempel van Leopold II blijft nadrukkelijk’, zegt Ceuppens. ‘Niet alleen het gebouw maar ook de inboedel is beschermd. Tervuren blijft wat het altijd al was: het belangrijkste koloniaal monument van ons land. Binnen dat kader moeten we ons verhaal vertellen. Daar zit de breuk met het verleden: we gaan bijvoorbeeld veel meer aandacht besteden aan het hedendaagse Congo, en aan de manier waarop het koloniale verleden daarin blijft doorwegen. En ja, sommige iconische stukken verdwijnen uit de permanente tentoonstelling. Zoals de bekende Luipaardman, een beeld dat zowat alle racistische clichés over zwart Afrika en zijn primitieve bewoners samenvat. Maar de liefhebbers mogen gerust zijn: de Luipaardman blijft in Tervuren. We gaan die samen met soortgelijke beelden in een aparte ruimte ontsluiten’.

Luipaardman in Tervuren (foto: Afrikamuseum Tervuren)

Luipaardman in Tervuren (foto: Afrikamuseum Tervuren)

Ook binnen de Afro-Belgische gemeenschappen weerklinken kritische stemmen over de dekolonisatie-beweging. Volgens sommigen is het een symboolstrijd die de aandacht afleidt van de reële problemen die recent nog door de Koning Boudewijnstichting in kaart werden gebracht. De werkloosheid onder de 110.000 Congolese, Rwandese en Burundese Belgen ligt vier keer hoger dan gemiddeld, ondanks een bovengemiddeld opleidingsniveau. 80 procent van de respondenten noemde zich slachtoffer van racistische beledigingen en allerlei vormen van discriminatie, onder meer op de huisvestingsmarkt. Opvallend: de meesten legden een verband met de koloniale blik die op Afro-Belgen rust. Bambi Ceuppens is de laatste om zich daarover te verwonderen. ‘Zwaren worden in België nog altijd als minderwaardig bekeken’, zegt  ze. ‘Goed in dans en sport, maar onmogelijk serieus te nemen. Die paternalistische blik is sinds de onafhankelijkheid nauwelijks veranderd. Daarom is dit geen achterhoedegevecht. Pas als we ons van die koloniale vooroordelen bevrijden, kunnen Afro-Belgen zich echt emanciperen’.

Brits-Ghanese activiste Afua Hirsch over racisme en oogkleppen

 

“Als zwarte of bruine persoon word je als een afwijking bekeken”

Afua Hirsch is een polariserende stem in het Britse samenlevingsdebat. Volgens de Daily Mail pookt ze in haar eentje de rassentegenstellingen aan. De auteur van ‘Waarom Ras ertoe doet’, laat zich echter niet intimideren. Een gesprek over opgroeien in een raciaal gemengd gezin, en over de kwaal van verborgen en zichtbaar racisme. “Venus en Serena Williams hebben me uit mijn identiteitscrisis geholpen”.

 

foto: Debby Termonia

foto: Debby Termonia

 

Prins Charles vond het zelf een geslaagde grap. Op weg naar een van de vele Gemenebest-hoogmissen vorige week in Londen werd hem een boek overhandigd. Schenker en co-auteur Anita Sethi, zelf van Brits-Guyaanse afkomst, vertelde erbij dat het over de vaak pijnlijke geschiedenis van Commonwealth-migranten ging. De prins van Wales negeerde die toelichting, maar pareerde met een persoonlijke vraag. “And where are you from? Manchester? Well, you don’t look like it!’. Afua Hirsch giert het uit als ik haar de anekdote in een Amsterdamse tearoom vertel. Ze heeft het zo druk met de promotie van haar boek ‘Waarom ras ertoe doet’, dat ze nog geen tijd vond om The Guardian te bekijken waar een hilarisch stuk over het voorval verscheen. ‘Typisch voor de Britse royals’, luidt haar commentaar. ‘Ze bekijken de wereld nog altijd alsof the Empire nooit werd opgedoekt. Charles kan er wat van, maar zijn vader prins Philip was de absolute kampioen. Je weet toch wat hij tegen de vorige Nigeriaanse president Obasanjo zei, toen die in traditionele kledij op een gala-avond verscheen? Zo, ik zie dat u alvast uw slaapkleed heeft aangetrokken’.

Ze mag er dan smakelijk om lachen, echt grappig vindt ze het niet. Afua Hirsch weet hoe het voelt om door witte medeburgers tegen de Brit-maatstaf te worden gehouden. Haar moeder is een tweede generatie migrant uit Ghana, haar half-joodse vader heeft een migratieverhaal dat in nazi-Duitsland begint. Een welgesteld koppel: Afua en haar jongere zus groeiden op in Wimbledon, een rijke en vooral witte buitenwijk van Londen waar hun als exotisch bevonden verschijning niet altijd welwillend reacties uitlokte. “Waarom ras ertoe doet” is een persoonlijk verslag van een queeste naar identiteit die begon toen ze als tiener ging beseffen dat haar Britse burgerschap nooit vanzelfsprekend zou worden. Studies filosofie en rechten in Oxford, ook al een lelieblank bastion waar het Europese superioriteitsgevoel in standbeelden en bibliotheken staat gebeiteld, konden dat gevoel alleen maar versterken. Van de weeromstuit omhelsde ze haar Afrikaanse roots. Ze trouwde met Sam, een Ghanees-Britse rechtenstudent uit het door kansarmoede, drugs en geweld geteisterde Tottenham in Noord-Londen. Ze ging werken in West-Afrika, eerst voor een NGO in Senegal, daarna als correspondent voor The Guardian in het bloedeigen Ghana. Puzzelstukken vielen op hun plaats, maar het gevoel van vervreemding bleef. Ghana, waar ze met Sam ternauwernood een brutale hold-up overleefde, voelde nog minder aan als thuis dan Wimbledon waar ze intussen met man en dochter is  teruggekeerd. Maar haar persoonlijke verhaal vormt slechts het kader voor een veel ambitieuzer boek. De auteur borstelt een veelgelaagd portret van een Britse maatschappij die stijf staat van openlijk en verborgen racisme. De sociaal-economische kloof die parallel met de kleurbarrière loopt, de obsessie met het witte schoonheidsideaal, de blinde vlek voor duistere bladzijden uit het koloniale verleden, het nut van de Goede Migrant, Hirsch ontmaskert genadeloos de illusie van de post-raciale samenleving.

In de Britse media is ze intussen een bekende naam met een luide stem in het verhitte samenlevingsdebat. Uiteraard ontbrak ze niet toen vorige week het Windrush-schandaal met orkaankracht over de Commonwealth-jamboree raasde. Voor wie het heeft gemist: in het oog van de storm staan de nazaten van zo’n 57.000 migranten uit de Britse Caraïben die tussen 1948 en 1971 naar Groot-Brittannië werden gehaald om bij de wederopbouw te werken. Decennialang verkeerden ze in de illusie dat ze Britse staatsburgers waren, net zoals hun kinderen en kleinkinderen. Door nieuwe migratieregels, ironisch genoeg vooral bedoeld om de Oost-Europese migratie af te remmen, nota bene bedacht door Theresa May die toen nog minister van binnenlandse zaken was, dreigen ze al hun rechten en zelfs verblijfstitels te verliezen. De voorbije weken regende het in de Britse pers schrijnende verhalen van Windrush-telgen die  werk, gezondheidszorg of rijbewijs waren verloren, als ze al niet op weg waren naar deportatie.

spijt dat het Windrush-schandaal te laat komt voor uw boek?

Afua Hirsch: (gretig). Ik had er zeker een hoofdstuk aan gewijd. Het Windrush-schandaal illustreert perfect van waar mijn boek over gaat. Wie een zwarte of bruine huidskleur heeft, wordt niet als een volwaardig burger gezien, zelfs niet als hij in Engeland is geboren of er een heel leven heeft gewerkt. Andermaal blijkt bovendien dat het Britse migratiebeleid niet draait om het inperken van de stroom nieuwkomers, zogezegd omdat er niet genoeg huizen of banen zijn. Etnisch-raciale overwegingen geven de doorslag, het echte opzet is gekleurde migratie aan banden te leggen. De situatie van de Windrush-kinderen was al jaren bekend, maar het heeft tot vorige week geduurd vooraleer de Britse regering wakker schoot. Niet spontaan, verschillende Caraïbische staatshoofden wilden het probleem tijdens de top van het Gemenebest aankaarten. Ze waren het namelijk beu dat om de haverklap Britten werden gedeporteerd, mensen die hun eiland tientallen  jaar eerder hadden verlaten en er niemand meer kenden. Toen de Britse regering ieder gesprek weigerde, zijn de verhalen in de media beland en is de bal aan het rollen gegaan. Theresa May heeft zich intussen geëxcuseerd en gegarandeerd dat alle Windrush-kinderen hun rechten behouden. Beter laat dan nooit, maar bij mij laat het schandaal een vieze nasmaak in de mond. De toezegging van May houdt een verwerpelijk onderscheid in tussen verdienstelijke en niet-verdienstelijke burgers.

leg dat eens uit…

Hirsch: Voor May was dit een verloren zaak. Niemand, op een paar extreemrechtse fanatici na, staat achter het uitzetten van de Windrush-generatie. Het gaat tenslotte om migranten die we zelf naar hier hebben gehaald om te werken, velen nog als onderdanen van het Rijk dat destijds nog bestond. Maar wat met de grootvader die zestig jaar geleden als kind uit Sierra Leone is geland en die niet bij de wederopbouw heeft geholpen? Als zo iemand op latere leeftijd een misstap begaat, een gevangenisstraf van zes maanden kan volstaan, dan wordt hij zonder pardon teruggestuurd. Dat is al jaren schering en inslag, heb ik tijdens de research voor mijn boek ontdekt. Geen haan die er naar kraait, maar ik noem het een schande. Mensen die hier als kind zijn opgegroeid hebben het recht om hier te leven. Met of zonder verdienstelijk cv, het zijn Britse staatsburgers.

het ontbreekt u de jongste dagen niet aan thema’s om de tanden in te zetten. Zo oogstte de BBC controverse met de heruitzending van “Rivers of blood”, de geruchtmakende speech uit 1958 waarin Tory-MP Enoch Powell waarschuwde voor de gevolgen van immigratie uit de Commonwealth. Waarom ligt dat nog altijd zo gevoelig?

Hirsch: De BBC had natuurlijk een aanleiding, de vijftigste verjaardag. Ik was nog niet geboren, maar volgens mijn ouders was de impact van Powells speech immens. Mensen met een gekleurde migratieachtergrond vreesden echt voor deportatie. Veelzeggend is dat Powell niet zozeer de immigranten viseerde, maar wel hun nazaten. Zwarte of bruine kinderen kunnen nooit echte Britten worden, voorspelde hij. Ze zullen zich nooit integreren, hun massale aanwezigheid zal op rellen en geweld uitdraaien, vandaar het bloed dat in de titel stroomt. Powell, die tot de rechtervleugel van de Tories behoorde, werd uit zijn partij gezet. Dat is nu precies wat de heruitzending zo controversieel maakt: vandaag zijn Powells beweringen mainstream geworden. Veel van wat in Rivers of Blood staat, kun je zelfs uit de mond van  Labour-politici vernemen. Zonder dat de partijleiding met sancties dreigt.

waarom maakt u ras tot de kern van de menselijke identiteit? Je zou evengoed gender, religie of sociale status als bepalende factoren kunnen aanduiden.

Hirsch: Klopt, maar ras is als de olifant in de kamer. Niemand benoemt het, maar het kruipt onder alles. Mijn persoonlijk verhaal is vooral een alibi om die olifant zichtbaar te maken. Structureel, institutioneel racisme, daar is het me om te doen. Kansen en privileges worden nog altijd langs etnische en raciale criteria verdeeld. De bewijzen liggen voor het grijpen. De helft van de zwarte families leeft in armoede, de werkloosheid onder jonge zwarten ligt dubbel zo hoog als bij witte leeftijdsgenoten. Zwarten zijn oververtegenwoordigd in het gevangenissysteem, terwijl ze nagenoeg afwezig zijn in hoogverdienende beroepsgroepen. Alle indicatoren wijzen er op dat we in raciaal erg ongelijke samenleving wonen.

als product van een raciaal gemengd huwelijk bent u evenzeer wit als zwart. Tot zover de theorie, want net als de voormalige Amerikaanse presidet Obama wordt u automatisch als zwart gezien. Hoe komt dat toch?

Hirsch: Het effect van de raciaal gekleurde bril. We zien wel fysieke verschillen, niet de gelijkenissen. Hoe dikwijls heb ik de vraag niet gekregen: waar kom je vandaan? Als ik dan Wimbledon antwoordde, volgde meteen de volgende vraag. Okay, Wimbledon, maar waar liggen je roots? Kijk, die vragen zijn niet eens slecht bedoeld. Echte racisten tonen geen belangstelling, die roepen gewoon fuck off! Maar op de duur krijg je er wel een ongemakkelijk gevoel bij. Wat ik ook doe, zo begint het te dagen, ik hoor er niet echt bij. Wit is de norm, als zwarte of bruine persoon word je als een afwijking bekeken.

bij het lezen bekroop me soms een benauwend gevoel. Kan ik als witte man nog gekleurde medemensen aanspreken zonder op zere tenen te trappen?

Hirsch: Het is nochtans simpel. Als de vraag echt uit nieuwsgierigheid wordt ingegeven, heb ik er geen probleem mee. Ik ben zelf ontzettend nieuwsgierig naar de achtergrond van mensen. Vooral van witte mensen, want je zou eens moeten weten hoeveel diversiteit daar te rapen valt. Roots in Ierland, Nederland, Ijsland, dat waaiert alle kanten op. Maar het blijft natuurlijk een feit: aan witte mensen wordt de waar-kom-je-vandaan-vraag nooit als binnenkomer gesteld. Vorige week nog vertelde mijn beste vriendin wat haar tijdens een business event was overgekomen. Er was zeker honderd man, zij stond er als enige deelnemer met een donkere kleur. De moderator komt binnen en stevent recht op haar. So, bulderde hij joviaal, where are you from? Mijn vriendin kon wel door de grond zakken.

wie Wimbledon zegt, denkt aan tennis, aardbeien, gekke hoeden en peperdure huizen. Was er ook racisme?

Hirsch: Ik ben wel eens tegengehouden door de politie, en op een keer werd ik in een chique winkel letterlijk als potentiële dievegge buiten gekeken. Maar verder? Er was weinig openlijk racisme, maar wel een knagend gevoel van vervreemding. Op school, bij de scouts of in de tennisclub, mijn zus en ik waren altijd de enige bruine meisjes van de groep. Als kind ga je dan onwillekeurig vragen stellen: wie en wat ben ik eigenlijk? Mijn moeder begreep dat geworstel niet. Identiteit was voor haar altijd iets vanzelfsprekends. Ze komt uit Ghana en is zwart, punt aan de lijn. Ik heb uiteindelijk zelf de keuze gemaakt, met dank aan Venus en Serena.

hebben de zusjes Williams u over de kleurbarrière gesleept?

Hirsch: Ze hebben meer dan een handje geholpen. Ik was een jaar of vijftien toen ze in mijn leven kwamen. Ik zie Serena nog op het muurtje voor ons huis zitten, met mijn zus die net van de tennistraining kwam. Serena heeft haar het racket geschonken waarmee ze die dag op Center Court had gespeeld. Maar ook zonder die attentie waren we met de hele familie hevig aan het supporteren. Toen Venus wat later het toernooi won, heeft mama een cake gebakken. Die zijn we zijn vieren gaan afgeven, het was vader Williams die de deur opendeed. De magie zat hem natuurlijk niet alleen in het weergaloze tennis. De hele attitude van Venus en Serena was ontzettend inspirerend. Zwarte meisjes die vanuit het niets kwamen en een door en door witte, elitaire sport op zijn kop zetten. Zonder compromissen, met ingevlochten haar en kleurrijke bandana’s. Terwijl zwarte sporters doorgaans proberen om op te gaan in hun omgeving, deden Venus en Serena precies het tegenovergestelde. Dit onze stijl, te nemen of te laten. Natuurlijk besefte ik het verschil. Venus en Serena kwamen uit een arme familie uit Compton, een ruige achterstandswijk in LA die in niets geleek op Wimbledon. Toch voelde ik meteen een band, en ik ergerde me dan ook dood aan de racistische opmerkingen die ze op en naast de court moesten incasseren.

inderdaad, de zusjes kenden niet alleen supporters. Vooral Serena heeft een stevige portie bagger over zich heen gekregen…

Hirsch. Het was verschrikkelijk. Zelfs de tenniscommentator van de BBC _ de BBC! _ gebruikte woorden zoals jungle en beest om het fenomeen Serena te duiden. Andere kijkers merkten het niet eens op, maar bij kwam het binnen als een steek in mijn hart. Ik ben niet echt close met Serena, maar we praten wel als ik haar tijdens het toernooi op straat tegenkom. Het heeft veel te lang geduurd, maar ze krijgt eindelijk de erkenning die ze verdient, als de grootste vrouwelijke atleet aller tijden.

foto: Debby Termonia

foto: Debby Termonia

 

volgens je echtgenoot Sam heb je als product van Wimbledon geen idee wat racisme echt betekent. Was het zoveel erger in Tottenham?

Hirsch: Absoluut. Sam is het prototype van de Afro-Brit uit een achterstandswijk. Zoon van een arme, alleenstaande moeder. Opgegroeid in een vervallen buurt vol geweld en drugs, met scholen waar de lat erg laag lag. Jongens zoals Sam waren bestemd voor onregelmatige en slecht betaalde banen, als ze al niet werkloos bleven of in de criminaliteit verzeilden. Thug, criminal, minimum wager, zo werden ze door de politie en andere vertegenwoordigers van het establishment bekeken. Dat Sam zich daaraan kon ontworstelen, is helemaal zijn eigen verdienste. Hij heeft een ijzeren discipline en sterke persoonlijkheid.

voelt hij zich Brits?

Hirsch: Ja, Sam worstelt veel minder met zijn identiteit dan ikzelf. Dat lijkt paradoxaal, maar ik begrijp het wel. Voor Sam is zijn Ghanese achtergrond een evidentie, hij kent alle tradities en codes. Bovendien voelt hij zich als een vis in het water in de subcultuur van Noord Londen, een buurt met een eigen taal die via de muziek de wereld heeft veroverd. Maar misschien wel de belangrijkste verklaring: anders dan ikzelf heeft Sam nooit enige aandrang gevoeld om zich aan de dominante witte cultuur aan te passen. De afwijzing was zo sterk,  dat er toch geen beginnen aan was. Heel wat zwarte lezers hebben die bedenking gemaakt:  met mijn geprivilegieerde achtergrond kon ik niet meespreken over racisme en discriminatie. Dat klopt, zoals ik in mijn boek ook eerlijk toegeef. Het zou hypocriet zijn me de miserie van de inner cities toe te eigen. Grappig  genoeg hoor ik diezelfde kritiek van witte lezers, vaak mensen met een nog veel meer geprivilegieerde achtergrond dan de mijne. Dat vind ik om twee redenen interessant. Het feit dat ze op mijn persoon spelen, toont aan dat ze geen echte argumenten hebben. Maar die reactie zegt ook veel over de kern van het onderhuidse racisme in de Britse samenleving. Hoe durf ik als halfwitte vrouw kritiek te geven? Ik zou dankbaar moeten zijn voor de kansen die ik heb gekregen. Kortom, ik moet me als een Goede Migrant gedragen, die blij is dat ze tot de mainstream werd toegelaten.

u doet erg laatdunkend over de Goede Migrant. Maar is de Goede Migrant geen rolmodel om andere migranten de weg naar de sociale lift te wijzen? Mo Farah, olympisch atletiekwonder van Somalische origine, heeft vast al heel zwarte kinderen positief geïnspireerd…

Hirsch: Mo Farah is inderdaad een schoolvoorbeeld. Sinds hij vorig jaar werd door de koningin werd geridderd, voelt hij zich Britser dan cheddar. Maar er is ook zo iemand als Nadiya Hussain, winnares van het waanzinnig populaire kookprogramma the Great British Bake Off.  Ze werd een instant beroemdheid, zelfs haar hoofddoek en religie vormden geen bezwaar. Tot ze in een interview een boekje opendeed over het racisme dat ze als zwarte vrouw vrijwel dagelijks moest ondergaan. Hoe durft ze!, luidde het meteen in de tabloïds. Ik kan ervan meespreken: je betaalt een prijs voor het ontbloten van pijnlijke waarheden. Ik zal hier niet beginnen over de bagger op sociale media. De Daily Mail schreef in een editorial dat ik,  Afua Hirsch, zowat in mijn eentje het vuur van de rassentegenstellingen heb opgepookt. Ik voelde me bijna vereerd, nooit gedacht dat ik zo’n impact had.

in België is veel te doen over onze visie op onze koloniale geschiedenis. Vooral Afro-Belgen  ijveren voor het neerhalen van Leopold II-standbeelden en het herschrijven van de leerboeken geschiedenis. Dat zal u bekend in de oren klinken…

Hirsch: Het is een internationale trend. Rhodes Must Fall, een beweging gelanceerd door Afrikaanse studenten in Oxford, heeft de trend gezet. Ik vond Oxford zelf een bekrompen oord toen ik er 15 jaar geleden studeerde. Zwarte of bruine studenten waren erg zeldzaam. En ja, Cecil Rhodes, toch wel het symbool van de koloniale onderdrukking, was alomtegenwoordig. Voor mijn scriptie over postkolonialisme was ik helemaal op Rhodes Library aangewezen, een soort heiligdom waar de Grote Man je van alle kanten aanstaart.

 

is Rhodes gevallen?

Hirsch: Nee, al heeft het universiteitsbestuur van Oxford wel met dat plan gespeeld. Tot enkele grote sponsors ermee dreigden hun financiering stop te zetten, zo gaat het gerucht. Ook voorzitter Chris Patten heeft er zijn kop voor gelegd. Ga elders studeren als het jullie hier niet bevalt, zei hij botweg tegen de actievoerders. Dat zegt veel over het witte onvermogen om de gevoeligheden van gekleurde medeburgers te begrijpen. Groot-Brittannië ziet zichzelf als een post-raciale maatschappij. Die illusie kan alleen standhouden als je door een filter naar de geschiedenis kijkt. De Britten zijn erg trots op de abolitionisten die ijverden voor het afschaffen van de slavernij. Ondertussen wordt vergeten dat Engeland eeuwenlang de motor was van de transatlantische slavenhandel was en dat ook het Britse koningshuis aan die vuile business grof heeft verdiend. Als je daarover begint, reageren ze defensief. Het was erg, ja, maar op de Franse slavenplantages was het nog veel erger. Of ze sleuren er Leopold II bij, dat was pas een schurk.  De Belgische koning is een stripfiguur, het archetype van de slechterik die anderen goed uit de verf laat komen.

gelooft u dat uw dochter in een minder racistische maatschappij zal opgroeien?

Hirsch: Ik ben van nature optimist. Er is meer ruimte voor de debat dan vroeger. Een beweging als Rhodes Must Fall was 15 jaar nog ondenkbaar. Net zoals ik me toen niet kon inbeelden dat ik dit boek zou schrijven, laat staan dat er zou worden over gepraat. Al moet ik daar meteen een kanttekening bij plaatsen. Het is dank zijn mijn privileges en netwerk dat mijn boek werd uitgegeven en opgepikt. Veel van wat ik heb geschreven, werd al vaak aangekaart door gekleurde Britten uit kansarme wijken, op blogs of via allerlei publicaties. Mijn optimisme wordt ook getemperd door de permanente cultuuroorlog. Tegenover een groeiend aantal mensen dat bereid is te luisteren, staat helaas een nog groter blok dat meteen begint te schelden als je over discriminatie of witte privileges begint. Toch denk ik dat we in Groot-Brittannië vooruit lopen. Als ik hoor waar men in Frankrijk, Duitsland, Nederland en België over discussieert. Dat station zijn we gelukkig al lang gepasseerd, denk ik dan.