Tagarchief: Koning Boudewijn

Payoke-bezielster Patsy Sörensen over Bart De Wever en loverboys

Knack, 8 augustus 2018

“Ik weet dat ze het bij de Nationale Vrouwenraad niet graag horen, maar ik heb geen probleem met prostitutie, zolang er geen uitbuiting aan te pas komt”.

Verontwaardiging is de brandstof waarop Payoke-bezielster Patsy Sörensen draait. Officieel is ze met pensioen, maar de tank is nog niet leeg. Vorige week mocht ze voor het eerst een Antwerps burgemeester als bondgenoot in de strijd tegen de mensenhandel in het Schipperskwartier verwelkomen. Laat de gewezen politica van rood en-groen zich voor de N-VA-kar spannen? ‘Zolang het mijn eigen agenda dient, zie ik geen probleem’.

foto: Hatim Kaghat

foto: Hatim Kaghat

 

Antwerpen Linkeroever. Ergens, in een van de vele identieke torenflats, moet oud-burgemeester Bob Cools wonen. Onze chauffeur grijnst als de naam valt. Bob Cools, de man die haar ooit in volle gemeenteraad vroeg of ze misschien de late shift had gedraaid toen ze op een keer met lichte vertraging haar zitje op ’t Schoon Verdiep kwam innemen. Een goede verstaander had maar een half woord nodig. Patsy Sörensen kwam recht van kantoor in het Schipperskwartier. Van bij Payoke dus, destijds in de wandel bekend als hoerenvakbond. Nee, de partijgenoten Cools en Sörensen waren geen kameraden. Maar bestaat er wel zoiets als vriendschap in de politiek? Tijdens het interview zal ze daarover vooral scepsis tonen. Na haar periode bij de Antwerpse socialisten werd Sörensen verruimingskandidaat op een kartellijst met Agalev. De oversteek leverde haar een schepenmandaat op, gevolgd door een verblijf in het Europees parlement. Een thuisgevoel echter heeft ze er niet gevonden. Politieke warmte komt haar tegenwoordig zelfs uit een heel andere windstreek aanwaaien. Sörensen, in binnen-en buitenland gelouwerd voor haar strijd tegen mensenhandel, wordt steeds inniger aan de borst gedrukt door de N-VA. Vorige week nog bracht burgemeester Bart De Wever een in de media breed uitgemeten bezoek aan Payoke om zijn steun toe te zeggen in de strijd tegen het fenomeen loverboys.

Ze parkeert voor haar deur, een voormalige groentenwinkel in een uitgestorven straat. Ze woont graag op Linkeroever, al was de verhuis uit het drukke Schipperskwartier geen vrije keuze. ‘Ik had het toen aan de stok met het Albanese milieu’, vertelt ze terwijl we uitstappen. ‘Een heftige tijd, ik liep permanent met een kogelvrije vest rond, net zoals mijn man en kinderen. Slapen deden we in de kelder, met een baseballknuppel naast ons bed. Dat was geen paranoia. We ontvingen geregeld doodsbedreigingen, en er werd meermaals bij ons ingebroken. We konden bovendien geen stap buiten zetten of er stonden mannetjes op de loer. Het was geen leven meer’. De Nederlandse Bende van de Miljardair, de Georgische en Russische criminelen van het Falconplein, Albanese pooiers en Hongaarse gangsters, aan vijanden had ze nooit een gebrek. Sinds november is ze officieel met pensioen, maar vanuit het Payoke-kantoor zet ze de strijd onverminderd voort. Straf, want tegelijkertijd levert ze op het thuisfront een ander gevecht, als mantelzorgster. Staf, haar man lijdt al drie jaar aan MSA, een zeldzame en dodelijke spierziekte die Vlaanderen pas leerde kennen toen N-VA-kamerlid Flor Van Noppen eraan stierf. Dat ze intussen een dynamisch bestuurslid van de Belgische MSA-patiëntenvereniging is geworden, zal niemand verbazen. Dat de peter van diezelfde vereniging niemand minder is dan N-VA-minister van binnenlandse zaken Jan Jambon, dat heet dan weer toeval.

geen toeval was de komst van Bart De Wever naar het Payoke-hoofdkwartier in Leguit. Maakt de burgemeester zich zorgen over het fenomeen loverboys?

Patsy Sörensen: Met reden, want het probleem escaleert. Payoke heeft het zowat ontdekt, meer dan twintig jaar geleden. Kasten vol rapporten hebben we erover volgeschreven, maar op het terrein gebeurt er weinig of niks. Beste bewijs: we hebben momenteel 50 dossiers in behandeling. Samen met Child Focus hebben we een rapport geschreven voor de Stuurgroep Tienerpooiers die door Vlaams minister van welzijn Vandeurzen (CD&V) werd opgericht. Een wat misleidende naam, ik verkies zelf de term loverboys. De pooiers zijn immers geen tieners, de gemiddelde leeftijd schommelt tussen 18 en 25 jaar. Tieners, dat zijn de slachtoffers die vaak onherroepelijk beschadigd raken als ze in de klauwen van een loverboy vallen. Onze voornaamste eis is het oprichten van een gespecialiseerd opvangcentrum. We zijn dan ook erg blij dat De Wever zich daar heeft achter geschaard. Als burgemeester, maar ook als partijvoorzitter. Dat is geen detail, want zo’n centrum hoeft niet per se in Antwerpen te staan. Liever niet zelfs, hoe mee afstand tussen slachtoffers en pooiers, hoe beter.

bestaat er dan geen opvang voor slachtoffers?

Sörensen: Toch wel, ze belanden in de bijzondere jeugdbijstand, in gesloten instellingen zoals Beernem of Mol. Helaas werkt dat van geen kanten. Slachtoffers hebben niet alleen psychosociale en pedagogische begeleiding maar ook politioneel toezicht nodig. Nu staan de pooiers hen letterlijk bij de poort op te wachten als ze worden ontslagen. In Mol zitten daders en slachtoffers zelfs samen, sommige loverboys zetten er hun handeltje gewoon verder. Ze geven met de gsm instructies aan handlangers: zorg ervoor dat meisje x zich vanavond naar adres zus of zo begeeft. Het gebeurt ook dat slachtoffers als daders worden behandeld, zoals meisjes die door hun loverboy werden verplicht om andere meisjes te rekruteren. We roepen al jaren om een gespecialiseerd centrum, zoals dat bij ons bestaat voor slachtoffers van internationale mensenhandel. Dat is het schrijnende van de zaak: als Payoke kunnen we wel Nigeriaanse of Albanese slachtoffers helpen en opvangen, maar voor Belgische  minderjarige slachtoffers kunnen we niks doen.

ik kan me inbeelden dat die wantoestand bij N-VA een gevoelige snaar raakt. Net zoals ik me kan voorstellen dat de hele missie van Payoke kan ingepast worden in de strijd tegen de internationale mensensmokkel, een uitwas van migratiecrisis waarvan enkele N-VA- excellenties hun handelsfonds hebben gemaakt. Loert er geen gevaar voor politieke recuperatie?

Sörensen: Je m’en fous! Natuurlijk heeft de N-VA een eigen agenda, zo werkt dat altijd in de politiek. Maar waarom zou ik daar wakker van liggen als die agenda mijn eigen zaak dient? Ik volg de politiek op de voet, ik heb op kieslijsten gestaan en mandaten opgenomen. Maar ik ben nooit een echte politica geweest, politiek was voor mij altijd een middel tot. En jawel, ik heb er veel mee bereikt. De uitbouw van Payoke, nationale wetgeving op mensenhandel, zelfs regelgeving op Europees niveau. Maar ik ben binnen mijn eigen partij vaak op muren en tegenkanting gebotst, bij de socialisten en later ook bij Agalev. Niettemin, ik was er niet gerust op toen de N-VA hier in 2012 de verkiezingen won. De Wever had mij in een interview een extreemlinkse Trotskiste genoemd, bepaald geen koosnaampje in zijn mond. En die man zou burgemeester worden? Nu gaan we het krijgen, dacht ik. Welnu, die vrees bleek ongegrond. Het nieuwe stadsbestuur heeft zich vanaf dag één constructief opgesteld. Zo hebben we een uitstekend contact met OCMW-schepen Fons Duchateau. Ik kan het ook niet helpen, maar de N-VA doet echt moeite voor ons. Niet alleen in Antwerpen, Zuhal Demir vecht als staatssecretaris voor onze financiering. Broodnodig, want de huidige regeling verplicht ons ieder jaar weer om voor onze werkingssubsidies te bedelen. Ook dat hebben we hebben we vorige week bij De Wever aangekaart, en hij heeft beloofd er wat aan te doen. Zijn bezoek is trouwens flink uitgelopen. De Wever staat bekend als een koele kikker, maar bij ons was hij een en al empathie. Ook met Jan Jambon en Theo Francken schiet ik goed op, ze zijn zich allebei al uitvoerig over onze werking komen informeren.

al een partijkaart overwogen? Kost bij de N-VA maar 12,50 euro…

Sörensen (lacht). No way, ik sta op mijn onafhankelijkheid. Het is niet omdat ik met Theo Francken praat, dat ik zijn standpunten over migratie onderschrijf. Fort Europa is niet mijn ideaal. Het blokkeren van alle legale migratiekanalen duwt duizenden Afrikanen in de armen van mensenhandelaars, dat zal je niet gauw uit Franckens mond horen. Overigens, Payoke heeft ook een prima verstandhouding met het kabinet van justitieminister Geens. Moet ik dan misschien ook een CD&V-partijkaart kopen? Nee toch.

klopt Bart De Wevers bewering dat hij de allereerste Antwerpse burgemeester is die een werkbezoek aan Payoke heeft gebracht?

Sörensen:  Ongelooflijk, vind je niet? Koning Boudewijn is in 1992 bij ons geweest, jaren later ook koningin Paola. We hebben ministers over de vloer gehad, buitenlandse delegaties volgen elkaar op. Maar onze eigen burgemeester? Daarvoor hebben we moeten wachten tot vorige week. Okay, ik had De Wever zelf uitgenodigd, nadat hij Payoke tijdens de presentatie van het nieuwe beleidsplan prostitutie een compliment had gegeven. Ik was er die dag zelf niet bij, maar Klaus, mijn opvolger als directeur, viel haast van zijn stoel van verbazing.

hoezo, verbazing?

Sörensen: Het was toch wel een historisch moment. Payoke en Antwerpse burgemeesters, dat is altijd een moeilijk verhaal geweest. Voor Bob Cools was ik de gebeten hond. Met zijn opvolgster Léona Detiège kwam ik beter overeen, ik was toen schepen voor Agalev. Maar ook zij is nooit bij Payoke langs geweest. Met Patrick Janssens had ik dan weer nauwelijks contact. Ja, hij is een keer bij ons over de drempel geraakt. Per ongeluk haast, het was niet gepland. Janssens leidde die dag een Waals politicus rond in het Schipperskwartier. Zijn naam ontglipt me, maar ik had hem kort voordien tijdens het nationaal défilé op 21 juli leren kennen. Toen de delegatie onze voordeur passeerde, wilde hij per se een bezoekje brengen om gedag te zeggen. Met een zuur kijkende  burgemeester in zijn kielzog, hij is zelfs de trap niet opgelopen. Janssens zag Payoke niet zitten, hij vond dat ons werk beter door het OCMW of andere overheidsinstellingen kon worden gedaan.

waarom die animositeit? Payoke is snel doorgegroeid van een soort vakbond voor prostituees tot een nationaal en internationaal erkend expertisecentrum inzake mensenhandel. Toch wel een instelling waarop een progressieve burgemeester trots kon zijn?

Sörensen: Tja, waarom is het scheef gelopen? Botsende karakters zullen wel een rol gespeeld hebben. Naar het schijnt ben ik ben niet altijd even diplomatisch. (lacht) Maar natuurlijk was er meer aan de hand. Bob Cools is een intelligente man, maar hij had het moeilijk met een partijgenoot die het openlijk voor prostituees opnam. En vooral: hij nam me kwalijk dat ik zijn plannen voor de opkuis van het Schipperskwartier tegenwerkte. Het ging om mijn eigen buurt, ik denk dat ik alle 4.000 inwoners persoonlijk kende, uiteraard ook de prostituees, in die tijd vooral Belgische, Franse en Nederlandse meisjes. Ik zag de overlast en de problemen, een sanering was noodzakelijk. Maar ik verzette me tegen de willekeur van Cools die in sommige straten met één pennentrek alle bars en ramen wilde schrappen. Het bezoek van Koning Boudewijn aan Payoke heeft onze relatie geen deugd gedaan. Cools was er niet bij, maar de hele démarche werd als een signaal geïnterpreteerd, een striemende terechtwijzing van de burgemeester en andere falende instanties. We spreken hier over de periode toen ik samen met Chris De Stoop de Bende van de Miljardair op de kaart heb gezet, het echte startschot in de strijd tegen de mensenhandel. Die affaire heeft uiteindelijk tot een complete breuk met de socialistische partij geleid.

hoe dan wel?

Sörensen: Ik heb er in 1994 zelf een boek over geschreven, “Maskers af”.  Daarin noem ik man en paard, ook de namen van partijleden die zich door het prostitutiemilieu hadden laten corrumperen. Niet alleen de Antwerpse partijtop was boos, ook voorzitter Frank Van den Broucke reageerde woedend. Pijnlijk, want ik zat destijds samen met onder meer Steve Stevaert, Johan Vande Lanotte en Anne Van Lancker in de Domino-groep over de partijvernieuwing te brainstormen. Na de breuk hebben Paul Goossens en Tom Lanoye me de weg gewezen naar Agalev. Zo ben ik dus schepen geworden en heb ik het Antwerpse prostitutiebeleid in een nieuwe bedding kunnen leggen. Het was een spannende periode, vooral de besprekingen over de toekomst van het Schipperskwartier die in het grootste geheim verliepen. Lastig als je zelf in de buurt woont en werkt. Ik wist perfect wie bij het plan zou winnen en wie zou verliezen, maar ik mocht geen woord lossen. Uiteindelijk raakte het plan, dat ook al voorzag in de komst van een megabordeel, goedgekeurd, vlak voor mijn vertrek naar het Europees parlement. Eindelijk verlost van die lastpak, moeten ze in Antwerpen hebben gedacht. Ook bij Agalev, want het is geen geheim dat ik niet bijster goed kon opschieten met Mieke Vogels. Onder Patrick Janssens werden de relaties met de Stad alleen maar slechter. De contacten verliepen via OCMW-voorzitser Monica De Coninck, iemand die ik al lang kende. Toch heeft uitgerekend zij geprobeerd ons uit het pand in Leguit te zetten, een eigendom van de stad. Gelukkig stond er toen hoog bezoek gepland: koningin Paola. Er moeten beelden van bestaan: Paola die Monica De Coninck voor de camera vraagt hoe het nu zit met de huisvesting van Payoke…

ingeving van het moment?

Sörensen  Laat ons zeggen dat de koningin haar huiswerk goed had gemaakt. En dat wij haar daarbij een handje hebben geholpen. (schaterlacht). Feit is dat haar bezoek zijn effect niet heeft gemist. Ineens hing De Coninck aan de lijn met de vraag om de uitzettingsbrief te verscheuren. We hebben er niks meer van gehoord en huizen nog altijd in Leguit.

foto: Hatim Kaghat

foto: Hatim Kaghat

Payoke heeft blijkbaar een rechtstreekse lijn met Laken. Wijlen koning Boudewijn was zoals bekend geschokt door de verhalen die Chris De Stoop in dit blad publiceerde over moderne slavernij in de rosse buurten van zijn rijk. Op 28 oktober 1992 bracht hij een verrassingsbezoek aan Payoke om er met slachtoffers te praten, wat aanleiding gaf tot zoutloze grappen over Boudewijn die voor het eerst naar de hoeren ging. Hoe belangrijk was dat bezoek voor Payoke?

Sörensen: Enorm, dat heeft alles veranderd. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Eerst dat verrassende telefoontje: van Ypersele, de kabinetschef van Boudewijn aan de lijn. Dat de koning Payoke wilde bezoeken. En of wij een scenario konden bedenken? Ik ben toen naar Laken moeten rijden om alle details te bespreken. Voor de buitenwacht was het een verrassingsbezoek, maar in feite kwam er geen improvisatie aan te pas. Na Boudewijns passage gingen ineens alle deuren open. Ministers, staatssecretarissen, topambtenaren en hoge politieofficieren, ze stonden in de rij om met ons te praten. Boudewijn heeft veel meer gedaan dan een luisterend oor verlenen aan enkele gewezen prostituees, hij heeft zich met zijn volle gewicht achter onze eis geschaard om aan slachtoffers van mensenhandel een verblijfsstatuut en opvang te geven. Met resultaat, dat statuut is er opvallend snel gekomen. Mede dank zij Boudewijn is ons land een koploper geworden in de strijd tegen mensenhandel, met Payoke als expertisecentrum. Dat is geen overdrijving. In 2014 hebben de Belgische, Nederlandse en Hongaarse justitie een bende opgerold die in twee jaar tijd 400 meisjes in Gent en Den Haag had geplaatst. Het Belgische luik van het onderzoek, dat hebben wij samen met het Gentse parket gevoerd. Als het over mensenhandel gaat, komt ook het federaal parket haast altijd bij Payoke aankloppen. Ik ben de voorbije vijfentwintig jaar de halve wereld rondgereisd om onze aanpak toe te lichten. Europol, Frontex, de VN blauwhelmen, ik ben overal gaan spreken. Cuba heeft me uitgenodigd, rechtstreeks via Castro’s dochter die per se iets wilde ondernemen tegen de mensenhandel in haar land. Ik heb in China, Afghanistan, Nigeria, Albanië en Irak gewerkt. Naar Syrië ben ik vijf jaar op en af gereisd, tot daar de burgeroorlog uitbrak.

wat deed u daar?

Sörensen: Ik werd gevraagd door de Syrische ambassadeur bij de Europese Unie. Bedoeling was twee vluchthuizen uit de grond te stampen, in Damascus en Aleppo. Het plan kreeg de rechtstreekse steun van het regime, vooral mevrouw Assad was er nauw bij betrokken. We kregen dus alle medewerking, maar tegelijkertijd voelde je dat er iets niet in de haak was. Syrië was een echte politiestaat. Iedereen wantrouwde iedereen, ook wij werden constant in de gaten gehouden. Ik heb er zelf de stekker uitgetrokken kort voor de burgeroorlog uitbrak, maar de tekens aan de wand waren duidelijk. Vlak naast ons opvanghuis in Damascus was een pand waar de politie opposanten folterde, we konden het gewoon horen. Een van onze meisjes, pas bevallen na een verkrachting, werd weggehaald en naar het martelcentrum gebracht. Omdat haar broer een terrorist was, zo werd er gefluisterd. Dat fluisteren mag je letterlijk nemen, want door de angstcultuur durfde niemand hardop te praten over gevoelige zaken. We hadden een arts in dienst, een Mexicaanse die met een Syriër was getrouwd. Soms werd ze door de buren opgevorderd om gemartelde slachtoffers weer op te lappen of bij te brengen.

het ontbreekt in uw carrière niet aan sterke anekdotes. U werd met de dood bedreigd, aangevallen met een bunsenbrander, raakte verwikkeld in nachtelijke achtervolgingen in Limburgse bossen. Het is maar een greep uit de voorbereidende research. Allemaal waarachtig of ietwat aangedikt door journalist of verteller?

Sörensen: Allemaal echt gebeurd. Kijk, ik ben van nature nieuwsgierig. Als een onbekende me belt en zegt dat hij me na zonsondergang op een afgelegen plek wil spreken, dan ga ik er naartoe, louter om te weten wat er dan gaat gebeuren. En wees gerust, ik heb nog niet alles verteld. Zoals die keer in dat megabordeel in Szentendre, een stad vlakbij Boedapest. Het moet 1995 zijn geweest, ik had me er binnen gebluft als eigenares van een Luxemburgs bordeel op zoek naar nieuwe meisjes. In feite was ik er om een spoor na te trekken, het had te maken met hardcore pornovideo’s die toen in Hongarije werden gedraaid. Ik zie die club nog zo voor me: tientallen meisjes, het krioelde er van de Russische maffiosi. Ik heb toen nog een meisje helpen ontsnappen dat op het punt stond aan een pooier re worden doorverkocht.

na dertig jaar kunt u de balans opmaken: is de mensenhandel op zijn retour?

Sörensen: Nee. Het is net zoals met drugs, er valt zoveel geld mee te verdienen, dat het nooit zal verdwijnen. We hebben de voorbije dertig jaar natuurlijk een enorme weg afgelegd in de bestrijding van het fenomeen. Helaas loopt het de laatste tijd weer wat stroever, omdat de strijd tegen het terrorisme bij de politie veel energie en mankracht heeft weggezogen. Prostitutie trekt de meeste aandacht, maar in feite is dat misleidend. Mensenhandel gaat veel breder, Payoke vangt tegenwoordig meer slachtoffers van economische dan van seksuele exploitatie op, vooral mannen zelfs. Ook daar hoor je schrijnende verhalen. Mannen en vrouwen die op weg naar Europa werden mishandeld en vernederd, om zich hier vervolgens in abominabele omstandigheden te laten uitbuiten. Ze wassen auto’s in de carwash, kloppen marathondiensten in nachtwinkels en restaurants,  maken wc’s schoon, als ze al niet gedwongen worden om te bedelen. Altijd voor een hongerloon, want het echte geld gaat naar de mensenhandelaars. Het is je reinste slavernij.

heel wat feministen ijveren voor een verbod op prostitutie. Zoals in Zweden, waar klanten van prostituees worden vervolgd. U heeft die piste altijd afgewezen. Waarom?

Sörensen: “Ik weet dat ze het bij de Nationale Vrouwenraad niet graag horen, maar ik heb geen probleem met prostitutie, zolang er geen uitbuiting aan te pas komt”. Dat is trouwens altijd al de visie van Payoke geweest: we vechten niet tegen prostitutie maar tegen mensenhandel. Kijk, Nigeriaans meisjes zitten haast altijd in de greep van een voodoopriester, nog zo’n fenomeen dat Payoke een kwarteeuw geleden als eerste heeft gesignaleerd. We werden toen bij de politie uitgelachen, het ging er niet in dat meisjes konden afgedreigd worden met een morsig zakje met wat haarlokken, vingernagels of bloederige smurrie. Intussen weten ze wel beter, dat morsig zakje is haast altijd een sterke aanwijzing voor mensenhandel. Maar wat ik daarmee bedoel: Payoke heeft al heel wat Nigeriaanse meisjes geholpen om met hun voodoopriester te breken. Toch zie je dat sommige van die meisjes na hun verblijf in ons centrum vrijwillig naar het vak terugkeren. Dat lijkt onbegrijpelijk, maar je moet het vanuit hun standpunt bekijken. Na jaren van uitbuiting krijgen ze eindelijk de kans om voor eigen rekening te werken en er echt aan te verdienen. Een jaar in de prostitutie, en ze kunnen met opgeheven hoofd en een gevulde portefeuille naar Nigeria terugkeren. Daar heb ik geen probleem mee.

op jullie website staan schokkende getuigenissen. Meisjes die jarenlang brutaal werden mishandeld, of door hun eigen moeder aan pooiers worden verkocht. Dat heet dus dagelijkse kost bij Payoke. Hoe houdt u dat al dertig jaar vol? Met een dikke laag eelt op de ziel?

Sörensen: Nee, geen eelt op de ziel. Dat zou dodelijk zijn voor de motivatie. Ik word nog altijd kwaad als ik met zulke toestanden word geconfronteerd. Verontwaardiging is de brandstof waarop ik draai.

Het verborgen archief van Koning Boudewijn

Knack, 25 maart, 2015

Drie maanden na het overlijden van koningin Fabiola blijft de vraag open: wat met het privé-archief van koning Boudewijn? Historici wrijven zich de handen bij de gedachte aan deze goudmijn, rijk aan Atoma-schriftjes met persoonlijke aantekeningen, brieven van bevriende staatshoofden en lijsten van geheime ontmoetingen. Toch zullen ze geduld moeten oefenen. Vijftig jaar, als het archief dan tenminste nog bestaat.

Koning Boudewijn in Belgisch Congo (1955)

Koning Boudewijn in Belgisch Congo (1955)

Hij had het haar natuurlijk ook gewoon kunnen vragen, maar N-VA-senator Pol Van Den Driessche besloot zijn verzoek aan partijgenoot Elke Sleurs in een brief te gieten.  Of ze als staatssecretaris voor wetenschapsbeleid geen navraag kan doen bij het Koninklijk Paleis om volgend mysterie uit te klaren: wat is er na het overlijden van Koningin Fabiola op 5 december van het archief van Boudewijn geworden, de monarch die de Belgische troon van 1951 tot zijn dood in 1993 bezet hield? Van Den Driessche, die een kopie van zijn brief naar het kabinet van premier Michel stuurde, is niet aan zijn proefstuk toe. In 2010, toen de gewezen journalist nog CD&V-senator was, richtte hij zich rechtstreeks tot het Huis van Koningin Fabiola. “Zonder resultaat”, blikt hij terug.  “Zoals gebruikelijk kwam er vanuit Stuyvenberg een beleefd maar nietszeggend antwoord. De grootmeester van het Huis van Fabiola wees er alleen op dat de notities van Boudewijn niet tot het openbaar archief behoren. Wettelijk gezien is dat ook zo, in principe mogen ze er de open haard mee aansteken. Zo’n vaart is het wellicht niet gelopen, maar wie zegt dat Fabiola het archief op haar sterfbed niet aan een of ander familielid heeft weggeschonken? Daarom deze nieuwe demarche. Ik ben bang dat we het spoor bijster raken, het is zelfs niet ondenkbaar dat er op een dag stukken van het archief bij Sotheby’s worden geveild.  Zo’n scenario zou een catastrofe zijn voor de Belgische geschiedschrijving”.

colloque singulier

Volgens de overlevering in de Wetstraat was koning Boudewijn een grootverbruiker van  Atoma-schriftjes. Over het merk van de papierwaren kan Johan Vande Lanotte geen uitsluitsel geven, wel over de mythe van de vlijtige archivaris. “Ik ben een paar keer op audïentie geweest als voorzitter van de parlementaire commissie mensenhandel”, vertelt hij. “Boudewijn zat inderdaad de hele tijd aantekeningen te maken. Zo vreemd is dat niet voor iemand met zo’n drukke agenda, hij ontving aan de lopende band belangrijke mensen die over complexe onderwerpen kwamen praten. Dan is een geheugensteuntje handig, als minister nam ik tijdens sommige vergaderingen ook nota’s. Ik heb al die stukken intussen aan het Amsab geschonken. Vrijwillig, want over privé-archieven zwijgt de wet in alle talen. In het geval van Boudewijn kun je je wel afvragen hoe privé zijn persoonlijke notulen zijn, want in de Belgische constitutie valt de persoon van de koning haast niet van zijn functie te scheiden. Precies daarom valt alles wat tijdens zo’n audiëntie wordt gezegd onder het colloque singulier. Toch hoop ik dat zijn archief goed bewaard blijft en op termijn raadpleegbaar wordt. Met voldoende wachttijd, uiteraard. Het zou niet goed zijn als we in 2015 al inzage kregen in stukken uit 1990”.

Gustaaf Janssens was tot zijn pensionering in 2013 archivaris van het Koninklijk Paleis. “Op het paleis in Brussel bewaren we de kabinetsarchieven van het Koninklijk Huis”, preciseert hij, “dat zijn de archieven gevormd door de kabinetschef, de grootmaarschalk, de juridische en de diplomatieke adviseur, en door diensten zoals het protocol, de civiele lijst en rekwesten. Die documenten vallen niet onder de federale archiefwet. Ze zijn dus niet openbaar, maar wel raadpleegbaar onder bepaalde voorwaarden”. Precies met het oog daarop werd in 1963 het Archief van het Koninklijk Paleis opgericht, een dienst  onder supervisie van de kabinetschef van de Koning. Janssens, lange tijd ook docent archivistiek aan de KU Leuven en de VUB, begon er in 1988 onder de vleugels van de legendarische kabinetschef Jacques van Ypersele de Strihou. “Op dat moment waren alleen stukken gevormd voor 1940 raadpleegbaar”, vertelt hij. “We hebben dat in overleg met de kabinetschef snel uitgebreid tot 1945. Momenteel ligt de grens bij de eedaflegging van Koning Boudewijn in 1951, maar de stukken van de grootmaarschalk in verband met koninklijke reizen en audiënties zijn tot en met 1960 raadpleegbaar. Vergeleken met de archieven van andere regerende monarchieën, zijn we nog erg toegankelijk. In Nederland moet de koning persoonlijk toestemming geven voor alles wat na 1913 werd gevormd”.

communautaire kwestie

In het statige kabinetsgebouw in de Hertogstraat ligt ook privaat archief. Geïnteresseerden kunnen er de correspondentie van koning Leopold I en koningin Louise inkijken. Ook de briefwisseling van Leopold II, Albert I en diens gemalin Elisabeth is raadpleegbaar, net zoals de stukken van Leopold III en prins-regent Karel die er in bewaring werden gegeven. De vraag is of dat ook met de brieven of notulen van Boudewijn en Fabiola zal gebeuren.

Pol Van Den Driessche, historicus van vorming, zou er alleszins een rib voor geven: een namiddag grasduinen in de schrijfsels van de Belgische recordmonarch. “Een goudmijn voor toekomstige historici”, zegt hij. “Boudewijn heeft meer dan veertig jaar een sleutelrol gespeeld in de Belgische politiek. Hij heeft alle grote momenten vanop de eerste rij meegemaakt en alle zwaargewichten in zijn bureau zien passeren. Heel wat vragen blijven nog onbeantwoord. Wat dacht Boudewijn zelf van de communautaire kwestie? Hoe was zijn relatie met kardinaal Suenens? De antwoorden schuilen wellicht in zijn privé-archief”.

Zo hard wil historicus en monarchiespecialist Mark Van den Wijngaert niet van stapel lopen. “We weten intussen heus wel hoe Boudewijn over de communautaire kwestie dacht. Daar hebben we zijn privé-archieven niet voor nodig, er zijn genoeg aanwijzingen in de memoires van Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene. Ook over zijn geestelijk leven is veel bekend, vergeet niet dat kardinaal Suenens het spiritueel dagboek van Boudewijn heeft gepubliceerd. Zo weten we dat hij bij een regeringscrisis graag ging bidden, liever dan een zoveelste audiëntie te beleggen. Suenens heeft destijds een selectie uit het privé-archief gemaakt, een impliciet bewijs dat er wel degelijk zoiets bestaat of alleszins heeft bestaan”. De geschiedenis van Koning Boudewijn zal dus niet worden herschreven. Toch wil ook professor-emeritus Van den Wijngaert het archief van de vijfde koning der Belgen niet verloren zien gaan. “Uiteraard moet er een onderscheid worden gemaakt tussen wat wetenschappelijk relevant is en wat puur persoonlijk of strikt familiaal is. Het is aan een specialist zoals een archivaris om dat te beoordelen. Objectief, het mag nooit de bedoeling zijn archieven uit te zuiveren om de historische waarheidsvinding te manipuleren”.

Lumumba

Gustaaf Janssens heeft als koninklijk archivaris heel wat onderzoekers moeten teleurstellen. Vragen om archiefstukken van na 1951 te raadplegen, werden systematisch afgewezen. Ook ULB-historica Anne Morelli ving bot toen ze research deed voor een biografie van koningin Fabiola. De Belgische koninklijke archieven bleven potdicht,  maar Morelli dook met succes in Spaanse archieven. Het Belgische vorstenpaar en de Spaanse dictator Franco onderhielden innige vriendschapsbanden, zo valt te lezen in de pas in het Nederlands verschenen Fabiola-biografie.

Slechts een enkele keer werd van de huisregel afgeweken, op vraag van de parlementaire commissie die in 2000 de Belgische betrokkenheid bij de moord op de eerste Congolese premier Patrice Lumumba onderzocht. De Leuvense professor  Emmanuel Gerard was een de vier door de commissie aangestelde historici die de stukken uit de relevante periode in het Koninklijk Archief mocht gaan inkijken. “Dat ging uiteraard om het archief van het kabinet van de koning”, vertelt hij. “Er zaten opvallende hiaten in. Zo vonden we brieven die Boudewijn had verstuurd naar de Amerikaanse en de Franse president, en naar de Nederlandse koningin. De antwoorden hebben we nergens gevonden,  terwijl die zeker moeten bestaan. Wellicht werden die in het persoonlijk archief bewaard, bij koningin Fabiola in Stuyvenberg”.

Opmerkelijk: de experts van de Lumumba-commissie kregen tijdens hun speurwerk een glimp te zien van dat mythische privé-archief. Gerard: “In het kabinetsarchief zat ook de lijst met officiële uitnodigingen, namen van ministers, ambassadeurs of anderen die in audiëntie werden ontvangen. We hadden echter sterke aanwijzingen dat er nog een tweede lijst van informele ontmoetingen bestond. De toenmalige kabinetschef van koning Albert heeft koningin Fabiola gepolst om dat stuk over te maken. Dat is ook gebeurd, en zo kregen we inzage in de agenda van de ordonnans, de officier die het logboek bijhield van het komen en gaan op het Paleis. Er stonden natuurlijk geen gesprekken of persoonlijke aantekeningen in, maar het was toch verhelderend. Ziet u, het is geen geheim dat Boudewijn in augustus 1960 af wilde van de regering Eyskens. Dan is het interessant om vast te stellen dat hij in die periode ‘private’ ontmoetingen belegde met mensen zoals Paul Henri Spaak en Paul Van Zeeland. Soms in het holst van de nacht, in de ordonnansagenda staat bijvoorbeeld dat de bezoeker zich om middernacht bij de poort heeft aangemeld. We kunnen alleen gissen naar de inhoud van die gesprekken, maar het ging vast niet over koetjes en kalfjes. Bij sommige namen staat het woordje cosmik, dat was destijds in Navo-kringen codetaal voor streng geheim”.

Opgrimbie

Op het kabinet van Elke Sleurs werd de brief van Pol Van den Driessche goed ontvangen. “Maar er is nog niks mee gebeurd”, geeft woordvoerder Jeroen Lemaitre toe. “Deels uit piëteit, een initiatief zou wat ongepast zijn, zo kort na het overlijden van koningin Fabiola. En toegegeven, het is geen echte beleidsprioriteit. Als u een blik op de bevoegdheden van mevrouw Sleurs werpt, zult u wel snappen waarom”. Blijft de vraag waar het privé-archief zich drie maanden na het overlijden van koningin Fabiola bevindt. Navraag bij het Paleis levert niks op, tenzij het verzoek een mail te sturen die vervolgens onbeantwoord blijft. Volgens insiders rust het nog steeds in het kasteel van Stuyvenberg, de residentie waar Fabiola de laatste 22 jaar van haar lange leven doorbracht. Bekend is dat de koningin-weduwe in haar nadagen erg begaan was met haar erfenis. Kort na haar dood bevestigde het Paleis dat de hele nalatenschap naar het Hulpfonds van de Koningin zou gaan, een caritatieve instelling die behoeftige landgenoten met financiële giften bijspringt. Er werd niet aan toegevoegd dat koningin Fabiola nog bij leven en welzijn belangrijke bezittingen zoals het klooster van Opgrimbie en de koninklijke villa in het Spaanse Motril in fiscaal gunstige privéstichtingen had ondergebracht. Ook over het archief van de overleden monarchen werd niet gerept.

Hoe dan ook, historici zullen geduld moeten oefenen vooraleer ze de briefwisseling van Boudewijn kunnen uitvlooien. Privaat of publiek, de wachttijd is minstens vijftig jaar. Niet overdreven, vindt ere-archivaris Janssens. “Ik begrijp als historicus dat onderzoekers zoveel mogelijk archief willen raadplegen. Toch wil ik voor geduld pleiten. Teveel druk op de raadpleegbaarheid kan ertoe leiden dat de schenker het archief gaat uitzuiveren en er stukken verdwijnen. Als men daarentegen zekerheid heeft dat een archief pas na 50 of 100 jaar open gaat, dan moet men niet bang zijn voor indiscreties. Als archivaris heb ik daarom altijd duidelijke afspraken gemaakt over embargo’s. André Molitor, kabinetschef van koning Boudewijn van 1961 tot 1970, heeft ons enkele jaren voor zijn overlijden zijn integrale archief toevertrouwd. Er hoeft geen tekening bij, dat archief wordt cruciaal voor de geschiedschrijving van die periode. Zelf zal ik het echter niet meer meemaken: het archief van Molitor wordt pas raadpleegbaar vanaf 2050.  Jammer voor mij, maar ik begrijp heel goed waarom dat voor hem zo belangrijk was”.

Misschien wordt kwestie voor Boudewijns opvolgers Albert II en Filip minder prangend. “Het colloque singulier brokkelt steeds verder af”, stelt Emmanuel Gerard vast. “Kijk naar de voorbije formatierondes. Hoe de pers zich bij het de poorten van het Paleis staat te verdringen, wachtend op politici die na hun audiëntie meteen een persconferentie geven. Dat zou onder Boudewijn nooit gebeurd zijn”. Toch werd ook het colloque singulier van koning Boudewijn wel eens geschonden. Niet bij de paleispoort, wel in het kabinet van wijlen Frank Van Acker, socialist, burgemeester van Brugge en vertrouweling van Boudewijn. “Ik hoor hem de anekdote nog vertellen’, zegt Pol Van Den Driesche, in een ver verleden Volksunie-raadslid in Brugge. “Het was de tijd toen de jonge Frank Vandenbroucke bij de socialisten furore maakte. Hij kwam net uit zijn marxistische periode en had een economisch manifest geschreven dat in de Wetstraat druk werd besproken. Boudewijn maakte zich daar zorgen over en vroeg Van Acker of hij het had gelezen. Ik zou dit op zijn Brugs moeten vertellen. ‘Monseigneur’, sprak Van Acker die allesbehalve een Marxist was, ‘ik heb dat boekje niet gelezen, en ik ben dat ook niet van plan. Het steekt in mijn schuif, en het zal daar voor mijn part niet meer uitkomen’. ‘Ah bon’, zou Boudewijn daarop hebben geantwoord, ‘dan zat ik het ook maar in mijn schuif steken’”. Als het klopt, moet er een spoor van te vinden zijn. In het archief van Stuyvenberg. Wellicht.