Tagarchief: Montasser AlDe’emeh

Hans Bonte en Montasser AlDe’emeh over het jaar van de radicalisering

Knack, 16 december 2015

Radicalisering, terreur en jihadisme, het zijn fonkelende sterren in de wordcloud 2015. Een boerenjaar voor radicaliseringsexperten waarvan Knack twee prominente exemplaren verenigde. Burgemeester Hans Bonte en islamoloog Montasser AlDe’emeh buigen zich samen over de kwaal van deze tijd. De eerste klinkt sussend, de tweede alarmerend. ‘Angst is nefast, maar naïviteit evenzeer’.

 

foto: Saskia Vanderstichele

foto: Saskia Vanderstichele

Montasser AlDe’emeh excuseert zich voor de vertraging. Iemand had hem de weg naar de Leuvensesteenweg in plaats van de Leuvenseweg gewezen, een populair misverstand als men het Huis der Parlementariërs zoekt. De Palestijnse Vlaming woont al een poosje in de hoofdstad, maar deze buurt is hem nog altijd weinig vertrouwd. Een van zijn vorige excursies naar de Vijfhoek haalde zelfs de internationale pers. Het was begin december, de stad krabbelde recht na een week dreigingsniveau 4. Een politiepatrouille vond het nodig zijn auto tegen te houden en hem op een botte manier aan een veiligheidscontrole te onderwerpen. De nummerplaat van zijn Mercedes stond als verdacht gesignaleerd, klonk achteraf de uitleg van de politie. Ironisch genoeg kwam AlDe’emeh net terug van een lezing over gewelddadig jihadisme voor het Brussels parlement.

 Hans Bonte, sp.a-kamerlid en burgemeester van Vilvoorde, schuift een stoel bij voor de laatkomer. Hun wegen hebben elkaar al vaker gekruist. Montasser AlDe’emeh en Hans Bonte staan allebei bekend als radicaliseringsexpert, een knelpuntberoep dat ze op erg verschillende manieren invullen. AlDe’emeh verdiept zich als islamoloog in de lokroep van de jihad. In 2014 reisde hij Vlaamse Syriëstrijders achterna, en zijn veldonderzoek mondde dit jaar uit in het lijvige boek ‘De Jihadkaravaan’ dat hij samen met Midden Oosten-kenner Pieter Stockmans schreef. AlDe’emeh is geen academicus in een ivoren toren. Met zijn organisatie ‘De weg naar’ probeert hij radicaliserende jongeren voor ongelukken te behoeden en begeleidt hij ouders van Syriëstrijders. Hans Bonte van zijn kant kent de problematiek als burgemeester. Vilvoorde zag sinds 2012 liefst 28 onderdanen naar het strijdtoneel in Syrië vertrekken, een cijfer waarmee zijn stad nog voor Molenbeek internationale faam als jihadi-bolwerk verwierf. Het leverde Bonte de status van ervaringsdeskundige op, met een uitnodiging als keynote speaker door het Witte Huis als ultieme bekroning.

–  wat een boerenjaar voor radicaliseringsexperten! De aanslagen van 13/11 in Parijs zinderen nog na. Men zou haast vergeten dat 2015 zowat begon met het uitmoorden van de Charlie Hebdo-redactie en de raid op de Joodse superette Hyper Casher in datzelfde Parijs. Was dat een kantelpunt?

Hans Bonte: ‘Zo heb ik het toch beleefd. Een aanslag op onze persvrijheid, als symbool kon dat tellen. Maar ook de reactie had een enorme symboolwaarde. Ik ben naar Parijs geweest voor de stille wake, een historisch moment. Ik kon het Gare du Nord haast niet uit, het zag letterlijk zwart van het volk. Een miljoen mensen op de been, van alle rangen, standen en kleuren. Ik vond dat een zeer krachtig signaal’.

Montasser AlDe’emeh: ‘Het was helemaal geen aanslag op de persvrijheid, maar een oorlogsdaad waarmee jihadisten de polarisering in onze maatschappij op de spits wilde drijven. Vandaar ook de keuze van het doelwit: hoe theatraler, hoe groter de impact. Ik kan me inbeelden dat die stille wake een ontroerende ervaring was, maar volgens mij zijn we met open ogen in de val getrapt. Het opzet om moslims te marginaliseren en de tegenstellingen tussen wij en zij aan te scherpen, is perfect geslaagd. Na de aanslagen begonnen kranten massaal Mohammed-cartoons te publiceren. Wie daar niet mee kon lachen, was haast medeplichtig aan de moord op Charlie Hebdo. Die groepsdruk werkte nog ook. Zelfs Franse imams die Charlie Hebdo jarenlang hadden verketterd, gingen ineens met een ‘Je suis Charlie’-bordje staan zwaaien. Hypocriet, net zoals de aanwezigheid op de stille mars van enkele wereldleiders die zelf als notoire mensenrechtenschenders bekend staan’.

Bonte: ‘Wat was er zo hypocriet aan de reactie van die imams? Het is toch niet omdat ze verbolgen waren over Mohammed-cartoons, dat ze geen afschuw mogen tonen als de volledige redactie van Charlie Hebdo wordt uitgemoord? Ik zie daar geen tegenspraak’.

AlDe’emeh: ‘De imams dragen een verpletterende verantwoordelijkheid. Natuurlijk waren die spotprenten niet leuk, zo heb ik het trouwens zelf altijd aangevoeld. Toch hadden de imams de gelovigen moeten sussen. Laat ze maar spotten, hadden ze in de moskee moeten zeggen, wij moslims weten zelf wel wat de Profeet voor ons betekent. Maar nee, in de plaats daarvan staken ze donderpreken af tegen die godslasteraars van Charlie Hebdo. Dan moet je niet verbaasd zijn als op een dag enkele jongeren die al slecht in hun vel zitten en al flink geradicaliseerd zijn, een Kalasjnikov grijpen en een bloedbad aanrichten. Ik zeg niet dat er een direct causaal verband is, maar het is wel hypocriet om na zo’n drama een bordje met ‘Je suis Charlie’ in de lucht te steken’.

–  nog een sterk moment van 2015 was de uitspraak op 11 februari in het Sharia4Belgium-proces. Volgens de correctionele rechtbank van Antwerpen ging het om een terroristische groepering. Leider Fouad Belkacem en andere kopstukken kregen strenge gevangenisstraffen. Terecht?

Bonte: ‘Over de strafmaat spreek ik me niet uit, maar het is absoluut waar dat Sharia4Belgium een sleutelrol heeft gespeeld in het ronselen van Syriëstrijders. Ik weet er alles van, want de organisatie was erg actief in Vilvoorde. De predikers van de haat, zoals ik ze noem, zijn verantwoordelijk voor het stelen van kinderen uit onze samenleving. Het ging overwegend om criminelen en halve criminelen, sommigen hadden op hun elfde al een dossier bij de jeugdrechtbank. Losers dus die elkaar in een nieuwe missie hadden gevonden, het stichten van het kalifaat. De eerste lichting Syrië-strijders bestond nagenoeg volledig uit kernleden van Sharia4Belgium. Vanuit Syrië hebben ze vervolgens de tweede lichting gerekruteerd, met filmpjes, propaganda en persoonlijke aansporingen via de bekende sociale netwerken. Van die eerste lichting kun je nog zeggen dat we ze liever kwijt zijn dan rijk. Maar die tweede lichting? Dat waren geen criminelen, maar gewone jongeren die om allerlei redenen kwetsbaar waren’.

AlDe’emeh: ‘Sharia4Belgium heeft bewust gemarginaliseerde jongeren aangetrokken en verder geradicaliseerd. Aanvankelijk puur ideologisch, maar dat was slechts een eerste stap op weg naar gewelddadige radicalisme. De vraag is echter waarom ze hun boodschap zo gemakkelijk aan die jongeren kwijt konden. Het hoofddoekenverbod is een deel van het antwoord, dat hebben Belkacem en co meesterlijk uitgespeeld.  Ik vind dat trouwens nog altijd een pijnpunt. Steeds meer moslimmeisjes volgen thuisonderwijs omdat ze hun hoofddoek op school niet willen afleggen. Ook in mijn centrum komen meisjes klagen dat ze zich om die reden gediscrimineerd voelen. Dat is heel erg, want volgens experts is vervreemding van de maatschappij een belangrijke grond voor radicalisering. Ook de media gaan niet vrijuit, ze hebben Sharia4Belgium groot gemaakt. Hoe er eerst gelachten werd toen Belkacem ermee dreigde het Atomium als blasfemisch monument af te breken. De dorpsidioot, zo werd hij afgeschilderd. Maar intussen zien we hoe gelijkgezinden in Syrië en Irak aan de lopende band erfgoed vernietigen’.

– behalve door jihadistische terreur werd het jaar door een historische migratiecrisis beheerst. Beide fenomenen zijn gelinkt, heel wat vluchtelingen zijn trouwens op de vlucht voor het geweld van IS en andere strijdende partijen in Syrië en Irak. Maar wat met die andere link waarvoor sommigen waarschuwen? Misbruikt IS de vluchtelingestroom om terroristen naar Europa te smokkelen?

Alde’emeh: ‘Dat valt nooit uit te sluiten, maar IS heeft daar ook andere kanalen voor. Denk maar aan Abaaoud, en het gemak waarmee die heen en weer pendelde om zijn aanslagen te beramen’.

Bonte: ‘Ik zie andere links, zoals de radicaliserende invloed van het Syrische conflict op onze eigen moslimgemeenschap. Dat wordt onderschat, net zoals we de impact van de Palestijnse kwestie onderschatten. Heel wat jongeren zijn uit oprecht idealisme naar Syrië vertrokken. In het begin van de burgeroorlog werden ze trouwens toegejuicht, ik hoor Guy Verhofdstadt in het Europees Parlement nog roepen dat we hen wapens moesten meegeven om die duivelse Assad omver te werpen. Maar lang niet iedereen vertrok om te vechten, er waren er ook die hier alles hebben achtergelaten om humanitaire hulp te brengen. Door onze obsessie met IS willen we dat niet meer zien, maar voor sommige zogenaamde Syriëstrijders zou ik gerust een standbeeld willen oprichten’.

– u heeft geprotesteerd toen de regering eind augustus besliste in Vilvoorde een asielcentrum op te richten. Waarom?

Bonte: ‘Die beslissing werd boven ons hoofd genomen, terwijl wij als lokale overheid er wel de gevolgen van dragen. Ik was vooral bezorgd over de veiligheid van de asielzoekers, want er kwamen bedreigingen uit twee verschillende hoeken. Het stadhuis werd beklad met swastika’s, we vonden flyers met haatboodschappen, blijkbaar afkomstig van dezelfde extreemrechtse club die in verschillende Nederlandse asielcentra brand heeft gesticht. Anderzijds liepen er ook bedreigingen binnen van geradicaliseerde moslims die de vluchtelingen als verraders beschouwden’.

Alde’emeh: ‘Dat verbaast me niet. IS spuwt op vluchtelingen die het kalifaat in de steek laten. Toch is hun visie niet zo eenduidig. Een Vlaamse Syriëstrijder vertelde me dat IS juist in zijn nopjes is met de vluchtelingen. Hoe groter de stroom, hoe groter de chaos in Europa’.

Bonte: ‘Het is wel losgelopen met dat asielcentrum. Vilvoorde heeft extra middelen gekregen om de veiligheid te garanderen, en de komst van die 120 asielzoekers heeft ook een positieve dynamiek op gang gebracht. Tientallen vrijwilligers, moslims maar ook andere Vilvoordenaars, hebben zich gemeld, allemaal blij dat ze eindelijk iets tastbaars konden doen. Afgezien daarvan heb ik wel moeite met het spreidingsbeleid voor vluchtelingen. De solidariteit tussen steden en gemeenten is ver zoek. Hoe sommige liberale burgemeesters, die van Geraardsbergen en Koksijde om ze niet bij naam te noemen, staan te roepen dat ze er geen asielzoekers kunnen bijnemen omdat ze al genoeg steuntrekkers tellen. Zo verzieken ze de boel, en het ergste is dat ze daarbij nog worden gesteund door een liberale vicepremier’.

– na de aanslagen van 13/11 in Parijs heeft premier Michel een batterij van 18 antiterreurmaatregelen afgekondigd. Opvallendste ingrediënten: alle terugkerende Syriëstrijders moeten naar de gevangenis, en radicaliserende landgenoten krijgen een enkelband. Goed idee?

Bonte: ‘Wat willen ze met die enkelband bereiken? Dat ze niet naar Syrië vertrekken? Ik heb eens geprobeerd een minderjarige om te praten. Dank u voor de moeite, zei hij, maar ik wil sterven voor mijn zaak. En jawel, op zijn achttiende is hij vertrokken. Ik bedoel maar: als ze echt willen, kun je ze niet tegenhouden. Alle terugkeerders opsluiten? Als gewezen jeugdwerker in Sint-Jans Molenbeek weet ik wat de gevangenis met gedetineerden doet. Als we elitescholen voor jihadisten willen oprichten, dan is dit de manier. Helemaal fout is het concentreren van terugkeerders in aparte afdelingen, want zo creëer je kleine Guantanamo’s. Ik ben wel gewonnen voor de huidige praktijk waarbij terugkeerders zich voor de rechtbank moeten verantwoorden. Zo hoort het: het is niet aan de politiek maar aan rechter om te toetsen of gewezen Syriëstrijders hun plaats in de maatschappij opnieuw kunnen opnemen. Van de acht Vilvoordse terugkeerders zitten er momenteel vijf in de cel. Volkomen terecht, al heb ik ook al uitschuivers gezien. Een man die naar Syrië vertrekt om er zijn zwaargewonde broer terug te halen, die moet je toch niet als jihadist in de gevangenis gooien’.

AlDe’emeh: ‘Ik zou niet graag in de schoenen van minister van justitie Geens staan. Concentreren van terugkeerders is uit den boze, maar spreiden al evenzeer, want dan gaan ze andere gevangenen radicaliseren. Er is dus geen oplossing, maar ik begrijp dat de regering dat niet kan toegeven. Terugkerende Syriëstrijders vormen wel degelijk een risico. IS heeft België met zelfmoordaanslagen bedreigd, bovendien hebben ze hun strategie aangepast. Vroeger rekenden ze vooral op lone wolves om in Europa aanslagen te plegen, maar de voorbije maanden  hebben ze het geweer van schouder veranderd. Ze sturen nu ook commando’s naar Europa, Syriëstrijders die doen alsof ze gederadicaliseerd zijn. Ze scheren hun baard af, drinken alcohol, gaan op gesprek bij burgemeester Bonte of, waarom niet, bij Montasser. Iedereen trapt erin, zelfs de staatsveiligheid. Het kan jaren duren vooraleer ze hun missie volbrengen. IS heeft geduld, ze maken zich klaar voor een langdurige oorlog met het Westen’.

– klinkt behoorlijk apocalyptisch. Verklaart dat waarom u in de toekomst geen terugkeerders meer wil begeleiden in uw centrum ‘De weg naar’?

AlDe’emeh: ‘Ik mag er niet aan denken dat zo’n commando zich voor de schijn door mijn centrum laat begeleiden om dan drie jaar later een aanslag te plegen. Kijk, de hele context is veranderd. Twee jaar geleden, toen er nog geen sprake was van IS, kon je aannemen dat iemand uit idealisme naar Syrië trok. Maar al diegenen die zich het voorbije jaar bij IS hebben aangesloten, hebben een bewuste keuze gemaakt.  Ze hebben allemaal de gruwelvideo’s gezien, ze weten dat IS op grote schaal burgers vermoordt en Jezidi-vrouwen verkracht, ze kennen de geopolitieke context, en ze beseffen het verdriet dat ze hun ouders aandoen. Als je dan toch vertrekt, moet je nooit meer terugkeren’.

Bonte: ‘Dat is wat ook burgemeester Aboutaleb van Rotterdam zegt. Maar loopt het zo’n vaart? Ik huiver voor de grote stappen-redenering: ze zijn hier geradicaliseerd, vertrekken naar Syrië, leren daar de gruwel, keren terug en leggen een bom. De meeste terugkeerders zijn totaal gedesillusioneerd, ze hebben in Syrië een ellendige tijd gehad, vooral de meisjes. Daar moet je vooral veel zorg in steken, al moet je er uiteraard ook de risicoprofielen, de jongens die echt bij IS hebben gezeten, uitfilteren. Die restgroep moet je vervolgens nauw in de gaten houden, een taak van politie, staatsveiligheid en Ocad die veel beter moeten samenwerken. De nieuwe Foreign Terrorist Fighter-richtlijn van minister Jambon is wel een stap vooruit, al gruwel ik van de naam. Informatie, daar draait alles rond. Het komt er op aan precies te weten wie vertrekt, wat hij ginder doet, en wanneer hij terugkeert. Vilvoorde was de eerste stad die de ambtshalve schrapping heeft ingevoerd, een maatregel die alle politieke en sociale rechten opschort. Ik werd toen voor rechtse zak uitgescholden, maar andere steden met Syriëstrijders zijn snel gevolgd. Voordeel: zodra iemand bij zijn terugkeer door douane of politie wordt gecontroleerd, zijn we op de hoogte, vaak zelfs sneller dan de Staatsveiligheid. Er valt echter nog veel te doen, vooral de bescherming van minderjarigen is ondermaats’.

– hoezo?

Bonte:  ‘Onze jeugdrechters en jeugdbeschermingscomités hebben totaal geen voeling met de radicaliseringsproblematiek. Ik maak vaak de vergelijking met Giel, de 15-jarige jongen die als monnik naar een klooster in de Himalaya is getrokken. Toen een van zijn ooms dat wou beletten en klacht neerlegde, hebben justitie en parket alles uit de kast gehaald, zelfs het Hof van Cassatie werd erbij gesleurd. Maar wanneer ik als burgemeester bel voor een 17-jarige die op het punt staat naar Syrië te vertrekken, met de wanhopige moeder aan mijn zijde die smeekt om zijn identiteitskaart in te trekken, dan geven ze niet thuis’.

– u relativeert de terreurdreiging. Omdat erover praten niks uithaalt maar wel de angst in de maatschappij aanwakkert?

Bonte: ‘Inderdaad. Angst helpt ons niks vooruit, en een risicoloze samenleving bestaat niet. Kunnen we een beetje karakter tonen? We vangen al tientallen jaren oorlogsvluchtelingen en zelfs kindsoldaten op, we hebben bewezen dat we het kunnen’.

AlDe’emeh: ‘Angst is nefast, maar naïviteit evenzeer. Ik ken IS, ik weet waar die groepering toe in staat is. Ze verketteren alles en iedereen, zelfs Al Qaeda. Het is een kleine minderheid, maar met een absolute loyauteit jegens de leiding. In mijn centrum vertelde een jongen dat hij geen seconde zou aarzelen moest Al Bagdhadi hem opdragen mij te onthoofden. Hij meende het, en het ergste is dat verschillende van die fanatici vrij rondlopen in onze maatschappij en anderen aansteken. Ik wil geen onrust zaaien, maar er staat te veel op het spel. Enkele aanslagen zoals in Parijs zouden de sociale cohesie in België definitief onderuit halen. Kijk naar het effect in Frankrijk: totale polarisering, extreemrechts triomfeert. Uiteraard zal de moslimgemeenschap het grootste slachtoffer worden, precies wat IS wil’.

–  de door Saudi-Arabië gefinancierde Grote Moskee in het Brusselse Jubelpark ligt onder vuur. Een haard van radicalisering, klinkt het bij zowat alle politieke partijen van beide taalgemeenschappen. Minister van binnenlandse zaken Jambon (N-VA) laat het gebedshuis alvast doorlichten. Sluiten die handel?

AlDe’emeh: ‘Ik begrijp de hetze niet. Van de Belgische Syrië-strijders is er niet één die de Grote Moskee bezocht. Waarom zouden we Saudi-Arabië, een bondgenoot in de strijd tegen IS, van ons moeten vervreemden? IS zou nogal juichen, ze willen namelijk niks liever dan het Saudische regime destabiliseren, want een kalifaat kan pas bestaan als ze de heilige steden Mekka en Medina controleren. De Grote Moskee propageert een salafistische versie van de islam, zeggen sommigen. En wat dan nog? We moeten echt het onderscheid leren maken tussen apolitiek salafisme en de gewelddadige, jihadistische variant. Apolitieke salafisten kun je nog het best vergelijken met orthodoxe joden. Ze leven in hun eigen gemeenschap, hun verschijning en opvattingen wijken af van de mainstream, maar niemand heeft er last van. In feite spelen ze zelf een nuttige rol, want ze zijn een van de weinigen die jihadisten met religieuze argumenten kunnen tegenspreken‘.

Bonte: ‘De Grote Moskee wordt als zondebok gebruikt. Een jaar geleden ben ik er gaan spreken, er zaten heel wat Belgische en Franse imams in het publiek. Ik heb daar vooral grote ongerustheid vastgesteld, over de plaats van de islam in onze samenleving, maar ook over het risico op radicalisering van hun eigen kinderen’.

– Montasser, een persoonlijk dieptepunt was wellicht de pijnlijke politiecontrole bij het parlement. U staat daarmee niet alleen, vraag maar aan acteur Zouzou Ben Chicka. Heeft die ervaring sporen gelaten?

AlDe’emeh: ‘Ook in Kortrijk en Antwerpen waren er incidenten. Het doet pijn om te zien dat mensen nog altijd niet in staat zijn op een humane manier met medemensen om te gaan. Voor mij is dit ook het zoveelste bewijs dat het integratieproces is mislukt, omdat we elkaar niet kennen en omdat de irrationele angst in de maatschappij alsmaar toeneemt. De politie is daar misschien wel het beste voorbeeld van. In Molenbeek, waar ik zelf woon, is de kloof tussen de bevolking en de politie hemelsbreed. De meeste agenten wonen buiten Brussel, vaak komen ze recht van de politieschool om een verplichte tour of duty in Molenbeek te doen. De aversie is wederzijds, jongeren zwaaien niet maar kijken zuur als er een combi passeert’.

– om met een positieve noot te besluiten: burgemeester zijn van een jihadistisch bolwerk heeft ook zijn aangename kantjes. In februari mocht u in het Witte Huis in Washington uw radicaliseringsaanpak gaan toelichten. President Obama ontmoet?

Bonte: ‘Tot een handshake is het niet gekomen, maar hij heeft wel naar mijn speech geluisterd. Ik was de enige Europeaan, mijn collega’s van Parijs en Rotterdam zaten in het publiek. Een mooi moment voor een politicus, maar ook niet meer dan wat balsem op een open wonde. Bolwerk van jihadistrijders, het is een stigma dat op mijn stad weegt. Toch zal ik het nooit vergeten. Ik was al in het Witte Huis, een beetje aan het stressen voor mijn speech. Ineens kreeg ik telefoon uit Vilvoorde. Een oud vrouwtje vroeg wanneer we eindelijk die put in de Harensesteenweg kwamen herstellen. Dan sta je meteen weer met de voeten op de grond’.

foto: Saskia Vanderstichelen

foto: Saskia Vanderstichele