Tagarchief: nucleaire veiligheid

Sabotage Doel 4 na vijf jaar nog altijd een mysterie

Loopt de saboteur nog altijd rond in de kerncentrale van Doel?

Knack, 31 juli 2019

Hij is even ongrijpbaar als de reus van de Bende van Nijvel: de saboteur van Doel. Al vijf jaar jaagt het federaal parket op de M/V die de stoomturbine van Doel 4 naar de Fillistijnen hielp. De kans bestaat dat de dader nog altijd in de kerncentrale rondloopt, maar geen paniek. Stand van zaken over een onderzoek zonder einddatum.  

foto: Wikimedia Commons

Vijf jaar na datum blijft het een mysterie: wie heeft op 5 augustus 2014 de stoomturbine van Doel 4 gesaboteerd? Het is een vraag van vele miljoenen. De 1.500 ton zware turbine moest helemaal gedemonteerd worden, een grap van 30 miljoen. Daarbovenop slikte eigenaar Engie-Electrabel een exploitatieverlies van ruim 100 miljoen euro. Doel 4, met een capactiteit van 1039 megawatt de grootste van de 7 Belgische kernreactors, kon pas eind december 2014 opnieuw stroom leveren. Het is niet overdreven te spreken van de grootste industriële sabotage in de naoorlogse geschiedenis van dit land. Logisch dus dat het federaal parket, bevoegd voor nucleaire dossiers, alle registers opentrok om de dader te vatten.

De speurders, bijgestaan door experts van Electrabel en het nucleair controleagentschap FANC, gingen uit van een inside job. De sabotage werd gepleegd door in een afgesloten ruimte in de immense turbinezaal een veiligheidsklep te openen. Gevolg: 65.000 liter smeerolie vloeide via een hoogdebietsleiding pijlsnel weg. Ondanks het onmiddellijke stilleggen van de reactor, kon een ravage niet worden vermeden. De 50 meter lange as van de turbine raakte oververhit en smolt zich letterlijk in de kogellagers, met enorme schade als gevolg. De piste van een technisch defect of een menselijke fout werd vrijwel meteen uitgesloten. De dader, zich duidelijk bewust van het feit dat de plaatsdelict zich buiten cameratoezicht bevond, had eerst een ketting met hangslot doorgenknipt. Na het opendraaien van de leiding, manipuleerde hij de stang van de afsluiter zodanig dat die bij een oppervlakkige visuele controle in gesloten positie leek te staan. Daardoor werden operatoren en technici misleid toen ze die dinsdagochtend in paniek op zoek gingen naar de oorzaak van het snel wegzakkende oliepeil.

leugendetector

Op het eerste gezicht was het onderzoek een haalbare kaart. Alleen de zowat zestig  werknemers die op het moment van de feiten in Doel 4 aan het werk waren, konden zich toegang verschaffen tot de ruimte van het oliereservoir. Behalve eigen Electrabel-personeel omvat die groep technici van onderaannemers zoals Alstom, Siemens en Vinçotte, naast medewerkers van bewakings- en onderhoudsfirma’s. Het is dus geen zoektocht naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg, zeker omdat heel wat van die verdachten snel kon geëlimineerd worden als potentiële dader. Eind december 2014 meldde VTM Nieuws dat nog slechts een dertigtal verdachten aan een preventief toegangsverbod tot alle nucleaire centrales bleef onderworpen.

De speurders beschikken over alle instrumenten die ze zich kunnen wensen, van leugendetector tot het arsenaal van observatie- en informatietechnieken voorzien in de wetgeving op de bijzondere opsporingsmethodes (BOM). Een doorbraak leverde dat evenwel niet op. Eind 2016 rapporteerden verschillende media dat het federaal parket op het punt stond het dossier af te sluiten met als conclusie “dader onbekend”. Dat scenario werd voorkomen doordat Electrabel om bijkomende onderzoeksdaden heeft gevraagd. Toch weten we vijf jaar na datum weinig meer dan in februari 2015 toen Knack een eerste stand van zaken opmaakte. Het onderzoek loopt nog altijd, maar er werd nog niemand in staat van verdenking gesteld.

Hoe kan dat in zo’n belangrijke aangelegenheid? Niet alleen de economische schade is gigantisch. De reputatie van Engie-Electrabel als nucleair operator en bij uitbreiding van de hele Belgische kernenergiesector kreeg een dreun, ook al werd de sabotage buiten het eigenlijke reactorgebouw gepleegd. Het federaal parket blijft zoals bij alle vorige verjaardagen zuinig met commentaar. ”Over lopende onderzoeken wordt niet gecommuniceerd’, zegt woordvoerder Eric Van Der Sypt die geen doorbraak of einddatum in het verschiet wil stellen. Discretie is troef, we vissen zelfs tevergeefs naar de bevestiging dat het om sabotage van binnenuit gaat, zoals algemeen wordt aangenomen. Wel pleit Van Der Sypt verzachtende omstandigheden voor het uitzonderlijk lang aanslepen. Het gaat om een moelijk onderzoek. Materiële aanwijzingen zijn schaars, bruikbare tips blijven helemaal achterwege. Er was ook pech mee gemoeid. Een van de leidende speurders werd vorig jaar door een hartaderbreuk geveld, met alle tijdverlies vandien. Toch licht Van Der Sypt een tipje van de sluier op. ‘Wie zegt dat we nog geen verdachten in beeld hebben’, vraagt hij retorisch. ‘Verdenkingen koesteren is echter één zaak, het vinden van bewijzen iets helemaal anders. Zoals ik al zei: het gaat om een heel moeilijk onderzoek’.

Insider threat

Over dat gerechtelijk onderzoek wil ook het FANC zoals verwacht niks kwijt. Wel wenst woordvoerdster Ines Venneman nogmaals te benadrukken dat de nucleaire veiligheid op 5 augustus 2014 op geen enkel moment in gevaar is geweest. Dat het FANC onmiddellijk na het incident een resem extra beveiligingsmaatregelen aan Engie-Electrabel oplegde, is eveneens oud nieuws. Zowel in Doel als Tihange werden massaal camera’s bijgeplaatst. Programmeerbare badges zorgen ervoor dat alleen bevoegden nog toegang hebben tot bepaalde gebouwen of installaties. In een groot deel van de centrales geldt het vierogenprincipe: werknemers moeten altijd door een collega worden vergezeld als ze zich bijvoorbeeld in het reactorgebouw begeven, zodat ze elkaar kunnen controleren. Het zijn allemaal maatregelen gericht op insider threat, een fenomeen dat in de literatuur wordt omschreven als het “misbruik maken van toegang tot kennis of infrastructuur om de eigen organisatie schade te berokkenen”, een noemer waaronder behalve sabotage ook industriële spionage past. Je zou het een lichtpunt in deze zaak kunnen noemen: de sabotage in Doel 4 heeft van het FANC een voortrekker gemaakt in de internationale strijd tegen dit gevaar. In maart was Brussel het toneel voor het symposium ‘Insider Threat Mitigation’, een gezamelijke organisatie van het FANC en zijn Amerikaanse tegenhanger NNSA. 200 experts uit 50 landen staken gedurende drie dagen in werkgroepen en panels de koppen bij elkaar. Voornaamste doel was het vlotter uitwisselen van best practices, zoals voorzien in een omzendbrief van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) waarmee intussen al 28 landen en Interpol zich hebben geëngageerd om insider threat aan te pakken.  

Het Belgische gastheerschap was een ietwat twijfelachtige eer, want de aanleiding was bij alle deelnemers bekend. De sabotage in Doel 4 blijft een veelbesproken case in de wereld van nucleaire operatoren en regulatoren, een relatief kleine maar hechte club. Geen wonder, want het gaat om een incident zonder voorgaande. Harvard-professor Matthew Bunn, gespecialiseerd in topics zoals nucleaire diefstal en terrorisme, kende ons land in zijn keynote lezing een glansrol toe. Opvallend was dat hij niet alleen naar de gesaboteerde stoomturbine verwees. Bunn tilde even zwaar aan de zaak Ilyass Boughalab, een gesneuvelde Syrië-strijder uit Lokeren die drie jaar lang voor onderaannemer Vinçotte in Doel lasnaden mocht inspecteren, ook in de nucleaire delen van de centrales. Dat deed hij overigens naar algemene tevredenheid, Boughalab nam in 2012 zelf ontslag. Pas daarna radicaliseerde hij om in 2014 naar Syrië te vertrekken waar hij al in maart zou omgekomen zijn, wat overigens niet kon beletten dat hij later op het Sharia4Belgium-proces bij verstek tot vijf jaar werd veroordeeld. Dat de timing iedere link met de sabotage in Doel 4 uitsluit, hield Harvard-professor Bunn niet tegen om beide zaken op één en dezelfde slide te presenteren. Het FANC wijst op het ontbreken van enig verband, maar benadrukt tegelijkertijd dat de screening van nucleair personeel de allerhoogste prioriteit geniet. Sollicitanten worden sowieso door politie, Staatsveiligheid, Defensie en de Nationale Veiligheidsoverheid (NVO) tegen het licht gehouden. Dezelfde procedure geldt voor personeel van onderaannemers of eender wie toegang krijgt tot een kerncentrale.  ‘Maar we gaan nog een stap verder’, zegt woordvoerdster Venneman. ‘Momenteel werken we aan nieuwe richtlijnen voor aftercare. We willen meer structuur in de screening, en een betere interne opvolging na de aanwerving’.

complottheorieën

Tom Sauer, professor internationale politiek en expert nucleaire veiligheid en ontwapening aan de Universiteit Antwerpen, speelde op het symposium de rol van panelleider. Hij is niet verrast door de visie van collega’s zoals Bunn. ‘Voor vele buitenlanders is de sabotage van Doel 4 een terroristische daad’, zegt hij. ‘Zeker in Amerika twijfelt niemand daaraan. Ik was op de Nuclear Security Summit van 2016 die in Washington plaats vond, toevallig enkele dagen na de aanslagen van Brussel. Iedereen legde meteen de link met Doel 4, een case waarover trouwens nog altijd druk wordt nagekaart. Ook in de wandelgangen van het symposium werd er volop over gespeculeerd’. Iedereen stel zich dezelfde vragen. Wie was de saboteur? En wat zijn motief? Ze kunnen ook in meervoudsvorm worden gesteld, want het valt niet uit te sluiten dat er meerdere daders waren. De populaire terrorismetheorie spoort op het eerste gezicht met omstandigheden die in feite pas na de sabotage ontstonden. Vanaf begin 2015, de aanslag op Charly Hebdo, raakte ook ons land in de greep van radicalisering en terreurdreiging. Bij het oprollen van de terreurcel achter de aanslagen van Parijs en Brussel, bleek dat kopstukken zoals Abdelhamid Abaaoud een ongezonde belangstelling voor nucleaire doelwitten in België en omliggende landen koesterden. Zo werden computerbeelden ontdekt van de privéwoning van een topman van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol, vermoedelijk bedoeld als voorbereiding van een ontvoering. Maar dat alles speelde zich in 2015 en 2016 af, lang na de sabotage.

Zelf hecht Sauer meer belang aan een tweede piste die vooral in de Belgische nucleaire community rondzoemt: sabotage door een of meerdere gefrustreerde werknemers van de kerncentrale. Motieven voor sabotage op het werk zijn in de criminologie goed bestudeerd, ze strekken van wraaklust over hebzucht tot mentale problemen en, jawel, radicalisering. Voor de laatste drie zijn er geen aanwijzingen. Blijft dus over het wraakmotief. Heeft iemand de smeeroliekraan opengedraaid uit frustratie over een gemiste promotie, een nakend ontslag of een onuitstaanbare overste? Speculaties hebben de neiging tot complottheorieën samen te klonteren. De sabotage zou niet los kunnen gezien worden van de context waarin de Belgische kernindustrie in de zomer van 2014 opereerde. De regering Di Rupo had twee jaar eerder besloten de reeds in 2003 voorgenomen kernuitstap deels uit te voeren door alvast Doel 1 en Doel 2 in de loop van 2015 defintief af te schakelen. Was het saboteren van Doel 4 een manier om deze klap voor de nucleaire industrie en de bijbehorende tewerkstelling te verijdelen? Het actiemiddel lijkt absurd radicaal, al sluiten believers van deze theorie niet uit dat de daders de gevolgen van hun al bij al simpele ingreep ietwat hebben onderschat. Dat de sabotage werd gepleegd terwijl de scheurtjescentrales Doel 3 en Tihange 2 al bijna twee jaar stillagen, past dan weer in het denkkader. Het langdurig uitvallen van de grootste Belgische reactor kon niet anders dan de onmisbaarheid van D1 en D2 voor de bevoorradingszekerheid extra te onderstrepen. ‘Ik heb die versie tijdens het symposium door iemand uit de sector horen uiteenzetten’, zegt Sauer. ‘Het werd niet als een complottheorie verteld’.

zwaard van Damocles

D1 en D2 draaien nog altijd. Eind 2015 besloot de regering Michel de levensduur van beide reactoren met tien jaar te verlengen. ‘Klopt’, zegt Nele Scheerlinck, communicatieverantwoordelijke van kerncentrale Doel. ‘Maar dat had weinig of niks met de sabotage in Doel 4 te maken, die beslssing werd ingegeven door bekommernissen omtrent de bevoorradingszekerheid. Er leefden toen toen grote twijfels over het importeren van buitenlandse stroom om eventuele tekorten op te vangen’. Doel 4 saboteren om de toekomst van de Belgische kernindustrie te vrijwaren? Volgens Scheerlinck is het te gek voor woorden. ‘Zo’n dader zou wel erg wereldvreemd zijn geweest’, zegt ze. ‘Wie ook maar een beetje vertrouwd is met de sector kent de negatieve perceptie van de Belgische kernindustrie. Vooral in onze buurlanden staan we op een slecht blaadje, ieder akkefietje in Doel of Tihange wordt er buiten proportie geblazen. Om maar te zeggen: de sabotage was wel de slechts mogelijke dienst die men ons kon bewijzen. Dit heeft niet alleen ontzettend veel geld gekost, de reputatieschade voor Electrabel valt niet te schatten’.

Scheerlinck bevestigt wel wat we uit verschillende bronnen vernamen: de sabotage is in Doel nog niet verteerd. Verschillende medewerkers zijn vertrokken om aan de verziekte sfeer te ontsnappen. Maatregelen zoals het 4 eyes-principe dragen niet bij tot de arbeidsvreugde. Het door het FANC opgelegde en door de vakbonden gecontesteerde verbod op smartphones in de centrale evenmin. ‘Dat speelt ons zelfs parten bij het rekruteren van jonge medewerkers’, zegt Scheerlinck. En dan is er nog het gerechtelijk onderzoek dat als een zwaard van Damocles boven Doel hangt. Een tiental eigen medewerkers gaat nog altijd gebukt onder bijzondere restricties. Ze mogen bepaalde delen van de centrale helemaal niet betreden en worden in tegenstelling tot collega’s permanent aan de vierogenregel onderworpen. ‘Dat zorgt voor frustraties”, geeft Scheerlinck toe. ‘In de ondernemingsraad of tijdens informeel overleg tussen directie en personeel komen al jarenlang dezelfde vragen terug. Hoe staat het met het onderzoek? En vooral: wanneer worden die beperkingen opgeheven? Helaas kunnen we geen antwoord geven. Engie-Electrabel heeft zich uiteraard burgerlijke partij gesteld, maar toch weten we verrassend weinig over de voortgang van het onderzoek. Door allerlei privacyregels hebben onze advocaten maar een beperkte inzage in het dossier. We hebben wel een lijst met medewerkers die nog niet buiten verdenking werden gesteld. Die krijgen we via het FANC, maar in feite komt ze van het federaal parket. Zelf hebben we daar niets aan te zeggen’.

Dat leidt onvermijdelijk tot deze conclusie: het federaal parket sluit niet uit dat de saboteur _ of saboteurs _ nog altijd rondloopt in de kerncentrale van Doel. Scheerlinck beaamt maar relativeert het risico. ‘Veiligheid hangt in onze sector niet af van een individu, zelfs niet als dat individu slechte bedoelingen heeft. Screening, vorming, interne controle, onze procedures worden voortdurend geëvalueerd en bijgesteld. We hebben een robuust systeem’. En toch gebeurde vijf jaar geleden het ondenkbare. Scheerlinck zucht diep. ‘Geloof me’, zegt ze. ‘Niemand is er meer op gebrand de waarheid te kennen dan Electrabel. Wij zijn tenslotte het voornaamste slachtoffer in dit verhaal’.

Nucleaire noodplanning op zijn Belgisch: “Met een serieuze ramp werd nooit rekening gehouden”

Humo, 12 april 2016 

‘‘Fukushima is al vijf jaar geleden, maar de Belgische overheden hebben er nog altijd geen lessen uit getrokken’

Nu Belgische IS-terroristen nucleaire bobo’s bespioneren en kernreactoren meer scheuren vertonen dan een uitgedroogde rivierbedding, dringt de vraag zich op. Wat als er een kernramp gebeurt? Bij het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken liggen de nucleaire noodplannen klaar. Maar werken ze wel? En wat met Antwerpen, de stad met een half miljoen inwoners die tegelijkertijd in de schaduw van een kerncentrale maar buiten de nucleaire schuilzone ligt? ‘Als de wind uit het Zuidwesten waait moet iedereen de Schelde over. Probeer je de taferelen in de Kennedytunnel maar voor te stellen’.

 

humoramp1 illustraties: Kamagurka

Bij de Algemene Pharmaceutische Bond, de beroepsfederatie van zelfstandige apotheken, beleven ze een déja-vu. Sinds de aanslagen van 22/3 stromen de meldingen van leden binnen. Steeds meer patiënten kloppen bij hun apotheker aan voor jodiumtabletten. Kaliumjodide, onder chemici en quizzers bekend als KI, is geen ordinair geneesmiddel. De molecule dankt haar faam aan de Koude Oorlog. Verzadigd jodium stapelt zich op in de schildklier. Bij preventieve inname belet het dat zich in diezelfde klier kankerverwekkend, radioactief jodium 131 opstapelt. Het slikken van stabiel jodium is een van de weinige maatregelen die de brave burger kan nemen om zich te beschermen tegen de gevolgen van een kernaanval. Of tegen de neerslag van een nucleaire catastrofe van civiele makelij. ‘Na de ramp in Fukushima in 2011 hebben we hetzelfde meegemaakt’, zegt apotheker en APB-woordvoerder Koen Straetmans. ‘Paniek, we hebben onze leden toen geadviseerd om geen jodium te verstrekken. Behalve uiteraard wanneer het ging om inwoners van de perimeter voor preventieve distributie. Wie binnen een straal van 20 kilometer rond een kerncentrale of nucleaire site woont, kan ten allen tijde bij zijn apotheek gratis een dosis jodiumtabletten voor het ganse gezin afhalen. Maar na Fukushima gingen in heel het land ongeruste burgers massaal om jodiumpillen. Apotheken buiten de 20 km-perimeter hebben geen tabletten in huis, maar ze zijn wettelijk verplicht 500 gram poeder te stockeren om in geval van nood jodiumbereidingen te maken. Niet doen, is de boodschap die we ook dit keer graag herhalen. Eigen bereidingen zijn minder gemakkelijk te doseren en ook minder lang houdbaar. Bovendien bestaat het risico dat men preventief jodium gaat slikken. Geen goed idee want stabiel jodium heeft serieuze neveneffecten. Innemen mag alleen bij een echte ramp, en dan nog pas wanneer daartoe wordt opgeroepen in het kader van het nucleair noodplan’.

Islamitische Staat

De ongerustheid heeft dit keer niet met een nucleaire ramp in Verweggistan te maken, het gevoel is homegrown. Terreurdreiging houdt ons land al meer dan een jaar in de ban. Op 22 maart werd de collectieve nachtmerrie van een zware aanslag werkelijkheid. Wie hoopt dat daarmee de spanning van de lucht is, dwaalt. Het onweer hangt nog boven ons land, gezagsdragers en veiligheidsexperts roepen in koor op om ons alvast schrap te zetten voor de volgende klap. Dreigingsniveau 3 blijft immers onverkort van kracht, een nieuwe aanslag is niet alleen mogelijk en waarschijnlijk, maar zou ook wel eens een nucleair karakter kunnen hebben. Dat is tenminste wat rondzoemt aan toog en borreltafels, of in treinwagons die bange forenzen naar het gevaarlijke Brussel vervoeren. Slaat de verbeelding op hol? Niet als we binnen-en buitenlandse media mogen geloven die unisono wijzen op de ongezonde belangstelling van Islamitische Staat voor het Belgische kernpark. Veelbesproken is het SCK-incident. In februari raakte bekend dat Belgische speurders bij een huiszoeking in de nasleep van de aanslagen in Parijs een intrigerende videofilm hebben gevonden. Tien uur beeldmateriaal, gedraaid met een verborgen camera gericht op de privéwoning van een topman van het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol. De opname kwam boven water in een appartement van terreurverdachte Mohamed Bakkali, een huisvriend van Salah Abdeslam en Bilal Hadfi die kort na de aanslagen in Parijs werd opgepakt. Over de bedoelingen van de spionage wordt druk gespeculeerd. Onze bron, dicht bij het onderzoek door het federale parket, gewaagde van een horror scenario. De terroristen zouden hebben gehoopt om via een tigerkidnapping aan voldoende plutonium te geraken om het Albertkanaal, voornaamste bron van drinkwater in Vlaanderen, voor jaren te besmetten en onbruikbaar voor menselijke consumptie te maken.

humoramp2

De Antwerpse professor Tom Sauer, specialist internationale veiligheid en nucleaire wapenbeheersing, heeft een memorabel werkbezoek aan Washington DC achter de rug. De Amerikaanse hoofdstad was eind maart het toneel voor de Nuclear Security Summit, een tweejaarlijkse hoogmis waar staatshoofden en experten zich over nucleaire dreigingen buigen. ‘België was the talk of the town’, zegt hij. ‘Ons land werd spontaan gelinkt met terrorisme. Logisch met de aanslagen van 23/3 vers in het geheugen en de wetenschap dat we hofleverancier van Syriëstrijders zijn. Maar België kwam ook nadrukkelijk in beeld als een land dat kwetsbaar is voor nucleair terrorisme. Gezaghebbende kranten zoals de New York Times en de Wall Street Journal hebben er lange artikels aan gewijd. Daarin ging het niet alleen over de SCK-spionagevideo, ze rakelden ook eerdere incidenten op, zoals de sabotage van de stoomturbine van Doel 4 in augustus 2014’.

HUMO: wie zegt dat het toen om terrorisme ging?

Tom Sauer: ‘Anderhalf jaar later weten we nog altijd niet wie de daders zijn, het federaal parket rept met geen woord over het onderzoek. Maar de toenmalige OCAD-topman André Vandoren heeft kort na de sabotage in een televisie-interview zelf gewag gemaakt van een terreurpiste. Een bewijs is dat niet, maar ook vele internationale experts gaan uit van terrorisme. Vandaar ook de ophef toen onlangs aan het licht kwam dat een van de Belgische Syrië-strijders tot in 2012 voor een onderaannemer in Doel heeft gewerkt, ook in het reactorgebouw. Misschien was hij toen nog niet geradicaliseerd, maar het blijft een verontrustende vaststelling die wijst op een gebrekkige veiligheidscultuur’.

HUMO: waar maakt u zich de meeste zorgen over?

Sauer: Inside threat, sabotage van binnenuit zoals in Doel 4. Ook cyber crime is een hot issue. De Amerikanen en Israëli’s zijn er met hun Stuxnet-virus in geslaagd de centrifuges van het Iraanse atoomprogramma te laten doldraaien. Wat als straks terroristen een soortgelijk virus binnensmokkelen in een van onze kerncentrales? Maar ik wil geen paniek zaaien. Onze kerncentrales zijn wellicht nog het best beveiligd, sites zoals Mol en Dessel lijken me kwetsbaarder. Het zal wel geen toeval zijn dat IS uitgerekend de topman van het SCK viseerde. Het grootste risico is een aanslag met een vuile bom. Er zijn wereldwijd nog geen precedenten, maar er wordt steeds meer voor gevreesd.  Een vuile bom is relatief gemakkelijk te maken: je hebt geen splijtstof nodig maar radiologisch materiaal. In plaats van spijkers voeg je aan een conventioneel bompakket producten toe zoals radioactief cesium, iridium of kobalt. Dat zijn geen zeldzame stoffen, ze worden gebruikt voor industriële toepassingen en wetenschappelijk onderzoek en zijn vooral courant in ziekenhuizen. Zeker in België dat een belangrijke producent van medische isotopen is. Het Nuclear Threat Initiative heeft het algemeen veiligheidsniveau van de Belgische kerninstallaties eind vorig jaar als goed omschreven. In het rapport werd echter een belangrijk voorbehoud gemaakt: we zijn kwetsbaar voor cyber crime en de vele transporten van nucleair materiaal over de Belgische wegen houden een groot risico in’.

HUMO: hoe moeten we ons de impact van een vuile bom voorstellen?

Sauer: ‘Daarover bestaat discussie. Sommigen zien een vuile bom vooral als een psychologisch wapen. Het is niet zozeer de rechtstreekse impact die de maatschappij ontwricht, wel de massapaniek die er onvermijdelijk op volgt. Anderen zijn het daar niet mee eens. Naast de massapaniek zal er lokaal wel degelijk een serieus probleem ontstaan, met een zone die voor weken of zelfs maanden onleefbaar wordt’.

Evacuatiezone

Terrorisme of ongeval, bij de geringste nucleaire calamiteit moet het Crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken in actie schieten. Het Crisiscentrum, de voorbije weken vol aan de bak met de nasleep van de terreuraanslagen in Brussel, is de Belgische hoop in bange dagen. De dienst stelt de nationale noodplannen op, met daarin de richtlijnen die door provinciale en gemeentelijke overheden in regionale en lokale noodplannen worden vertaald. Het Crisiscentrum organiseert verder ook rampenoefeningen, doet aan voorlichting en verricht via zijn Hoger Instituut voor de Noodplanning wetenschappelijk onderzoek over risicoanalyse en crisisbeheer. Bovenal is het Crisiscentrum in Brussel de plek waar de telefoons roodgloeiend staan wanneer zich ergens in het koninkrijk een ramp van enig formaat voordoet. ‘Noodplanning werkt in principe bottom-up’, legt woordvoerder Benoît Ramacker uit. ‘Bij een incident is het de burgemeester die de coördinatie van de hulpdiensten verzekert, op basis van de gemeentelijke noodplannen. Gaat het om een groter incident met gemeentegrensoverschrijdende dimensies, dan neemt de provinciegouverneur de leiding. Dat gebeurt allemaal in permanent overleg met het Crisiscentrum, maar in principe nemen wij de coördinatie pas over wanneer een ramp het provinciaal niveau overstijgt. Op die regel bestaan echter uitzonderingen, terrorisme en pandemieën vallen altijd rechtstreeks onder het Crisiscentrum. Ook bij nucleaire incidenten werkt de delegatie top-down. Bij iedere melding groot of klein treedt automatisch het federaal noodplan in werking. Wij sturen aan, de gouverneurs en burgemeesters hebben een uitvoerende functie’.

De Belgische noodplanningswetgeving leest even vlot als een notariële akte. Wie er zo nodig wil op promoveren, verwijzen we graag naar de websites van het Crisiscentrum of, voor de nucleaire noodplannen, van het FANC. Wel goed om weten: behalve de drie niveaus federaal-provinciaal-lokaal valt een onderscheid te maken tussen Algemene Nood- en Interventieplannen (ANIP) en Bijzondere Nood-en Interventieplannen (BNIP). ANIP’s zijn passe partout plannen, bestemd voor een waaier van risico’s die niet op een specifieke locatie kunnen worden vastgepind. Denk aan een onvoorspelbare kettingbotsing of aan de treinramp die zich toevallig in Wetteren voordoet. BNIP’s zijn er voor welomschreven en perfect lokaliseerbare risico’s. Gemeenten of provincies stellen tijdelijke BNIP’s op voor evenementen zoals rockfestivals of sportwedstrijden, voor industriële vestigingen zoals Seveso-bedrijven zijn er permanente BNIP’s. Die zijn ook verplicht voor de nucleaire sites, de kerncentrales van Doel en Tihange, het SCK in Mol, Niras-Belgoprocess in Dessel en isotopenproducent IRE in Fleurus. Nucleaire BNIP’s worden echter door het federale Crisiscentrum uitgewerkt, net zoals de noodplannen voor de Belgische buurgemeenten van de kerncentrales in het Franse Chooz en het Nederlandse Borssele. Centraal in die nucleaire BNIP’s staan de door het federaal noodplan opgelegde perimeters. Voor de kerncentrales en de nucleaire sites in Mol en Dessel geldt een noodplanningszone van 10 kilometer. Bij een nucleair lek worden de betrokken inwoners opgeroepen te schuilen en zich via alle beschikbare media over verdere instructies te informeren. Binnen die cirkel geldt een kleinere perimeter van 5 kilometer, de zogenaamde evacuatiezone. Of er daadwerkelijk wordt geëvacueerd en waarheen, zal op het moment zelf door het Crisiscentrum worden beslist, na inwinnen van het advies van het FANC en in functie van atmosferische omstandigheden zoals de windrichting. Maar de perimeter is geen vrijblijvend cijfer, ze verplicht autoriteiten en hulpdiensten om zich voor te bereiden. In principe moeten ze te allen tijde klaar staan om tot een volledige evacuatie over te gaan. Om het nog ingewikkelder te maken: er is ook nog een reflexzone van 3,5 kilometer waar de provinciegouverneur in afwachting van instructies uit Brussel op eigen houtje bewarende maatregelen zoals alarmeren en oproepen tot schuilen mag nemen. Al die concentrische cirkels passen op hun beurt in de ruimere perimeter voor preventieve jodiumverstrekking. 20 kilometer, behalve voor het IRE in Fleurus waar een 10 km-zone voldoende wordt geacht.

humoramp3

HUMO: ingewikkeld allemaal. Wat gebeurt er concreet wanneer zich een nucleair incident voordoet?

Ramackers: ‘Dat hangt af van de aanmelding door de exploitant. Een Niveau 1 is een beperkt incident zonder risico op radioactieve lozing buiten de site. Een N2 betekent een klein en een N3 een groter risico. Vanaf die intermediaire niveaus kunnen er maatregelen worden genomen, ter beveiliging van de landbouw en de voedselketen, bij een N3 ook ter bescherming van de volksgezondheid. Tenslotte is er een NR-melding. Niveau Reflex, dat betekent dat er sowieso onmiddellijke tegenmaatregelen worden getroffen. De waarheid is dat we nog geen enkele aanmelding hebben ontvangen. Het nationaal nucleair noodplan werd nog maar een keer afgekondigd, na een uiterst klein lek in Fleurus in 2008. Maar dat was zonder notificatie door de exploitant, de maatregel kwam er op basis van eigen metingen die enkele grasstalen met licht verhoogde waarden aan het licht hadden gebracht. Het ging om een erg lichte besmetting, maar toch hebben we de omwonenden in een zone van vijf kilometer gevraagd tijdelijk geen tuingroenten te consumeren. Louter preventief’.

HUMO: waarom gebruiken jullie niet de veel bekendere INES-schaal, de International Nuclear and Radiological Event Scale van het Internationaal Atoomagentschap die van 1 tot 7 – niveau Fukushima en Tsjernobyl – gaat?

Ramackers: ‘INES is bij preventieve noodplanning niet bruikbaar, het is een instrument om nucleaire incidenten achteraf, a posteriori, in te schatten’.

Stralingsdeskundige en professor–emeritus Gilbert Eggermont verwijst wel naar de INES-schaal. ‘Nucleaire noodplanning in België steunt op optimistische premissen. Een INES 7 zoals in Fukushima of Tsjernobyl wordt ondenkbaar geacht, het ergste dat men zich kan inbeelden is een Harrisburg-scenario, een INES 5-incident met een gedeeltelijke kernsmelting en een beperkte lozing in de atmosfeer’. Eggermont weet waarover hij spreekt. Hij doorliep een carrière als onderzoeker en directielid bij het SCK, doceerde aan binnen-en buitenlandse universiteiten, en heeft decennialang in alle mogelijke adviescommissies voor nucleaire veiligheid gezeten. Eggermont was ook de voorzitter van de werkgroep die door de Hoge Gezondheidsraad (HGR) met een kritische doorlichting van de nucleaire noodplanning werd gelast. Rampenplannen in het post-Fukushimatijdperk, luidt de titel van het HGR-advies dat begin maart werd voorgesteld. Ondanks de zakelijke, wetenschappelijke aanpak bevat het lijvige rapport striemende kritiek. ‘Het advies is dan ook uit frustratie geboren’, zegt Eggermont. ‘Fukushima is al vijf jaar geleden, maar de Belgische overheden hebben er nog altijd geen lessen uit getrokken. Niet dat ik daarvan opkijk, het is bijna een traditie. Na het ongeluk in Three Mile Island-Harrisburg in 1979 heeft het nog jaren geduurd vooraleer hier aan een systematische noodplanning werd gedacht. Zelfs de veel zwaardere ramp in Tsjernobyl in 1986 bracht geen schot in de zaak. Er werd lang getalmd met preventieve jodiumdistributie. Dat veranderde pas toen cijfers bekend raakten over het aantal kinderschildklierkankers. In Wit-Rusland, Oekraïne en Rusland hebben ze er 7.000 geregistreerd. In Polen, waar ze preventief stabiel jodium hadden verdeeld, was er geen enkel geval’.

humoramp4

HUMO: Fukushima werd door een verwoestende en in West-Europa ondenkbare tsunami veroorzaakt, Tsjernobyl door een keten van menselijke blunders die alleen mogelijk lijken in een starre Sovjetbureaucratie. Waarom moeten we die rampen als maatstaf nemen?

Gilbert Eggermont: ‘Omdat er nog andere risico’s met zware  gevolgen kunnen spelen. Een goede kwetsbaarheidsanalyse moet  rekening houden met nieuwe dreigingen. Zoals terrorisme, of de verouderde staat van het Belgische kernpark. Ik kan het alleen met lede ogen vaststellen: terwijl de regering er maar niet in slaagt de nucleaire noodplannen te actualiseren, heeft ze wel op een drafje besloten de levensduur van de oudste en minst veilige kerncentrales te verlengen. Dan moet ze ook maar consequent zijn en noodplannen opstellen die op de ergste scenario’s anticiperen. Ik pleit voor realisme: de kans op een zware ramp mag dan erg klein zijn, ze is niet helemaal onbestaand. Het kan ook bij ons gebeuren en de gevolgen kunnen veel verder reiken en veel zwaarder uitpakken dan in de huidige noodplannen wordt voorzien’.

HUMO: wat moet er concreet veranderen?

Eggermont: ‘De perimeters moeten ruimer. 20 kilometer voor evacuatie, 100 kilometer voor preventieve jodiumdistributie. Dat is in feite nog te weinig. In Fukushima werd uiteindelijk een zone van 30 kilometer ontruimd, maar er werden zelfs aanzienlijke besmettingen  tot op 80 kilometer van de centrale vastgesteld. We moeten ook veel meer nadenken over de lange termijngevolgen. De ontruimingszone rond Tsjernobyl is na dertig jaar nog altijd onbewoonbaar. In Fukushima hebben ze met man en macht gewerkt om daken te ontsmetten en tuinen af te graven. Toch aarzelen de meeste mensen om naar hun dorpen terug te keren. Je tuin mag dan ontsmet zijn, je wil ook dat je kinderen veilig in het bos achter het huis kunnen spelen. Ook die psychologische effecten moeten in het langetermijnluik van de noodplanning worden meegenomen, net zoals de problematiek van het radioactief afval. In Fukushima weten ze nu al geen blijf met de bergen besmette aarde’.

Humo: een evacuatiezone van 20 km rond Doel omvat ook de Stad Antwerpen met haar 500.000 inwoners. Daar is toch geen beginnen aan?

Eggermont: ‘De inplanting van Doel is was ze is. Waarom denk je dat Doel wereldwijd als case bekend staat? Geen enkele kerncentrale ligt in zo’n dichtbevolkt gebied: meer dan een miljoen mensen in een straal van dertig kilometer. Makkelijk zal het niet worden om zoiets in noodplannen te vatten. Er is niet alleen de bevolkingsdichtheid, Antwerpen is met zijn haven en zijn oververzadigde ring een logistieke nachtmerrie. Evacueren moet tegen de windrichting in. Aangezien het meestal vanuit het zuidwesten waait, moeten al die Antwerpenaars zo snel mogelijk over de Schelde worden geloodst. Lastig allemaal, maar dat is geen excuus om er niet over na te denken. Wees voorbereid, dat ben ik al twee keer gaan vertellen in de Antwerpse gemeenteraad, na Harrisburg en na Tsjernobyl. Ik wil het gerust nog een derde keer gaan herhalen, liefst preventief. Tenslotte zijn het Antwerpse stadsbestuur en vooral de partij van de burgemeester verantwoordelijk voor de levensduurverlenging van Doel 1 en Doel 2. Dan moeten ze ook maar verantwoordelijkheid durven nemen voor het geheel van de nucleaire veiligheid inclusief de mogelijke gevolgen van een zwaar ongeval’.

humoramp5

De recentste nucleaire rampenoefening van formaat dateert van oktober 2015. De scenaristen van het Crisiscentrum hadden een dubbel incident uit hun mouw geschud. Een nucleair ongeluk in het SCK in Mol, een gekantelde vrachtwagen met gevaarlijke lading bij de buren van Belgoprocess in Dessel. Voor de tweedaagse oefening werden negentig studenten als figuranten opgetrommeld. Bedoeling was de evacuatieprocedure te testen en na te gaan hoe vlot de communicatie tussen Brussel en de verschillende hulpdiensten verliep. De Molse burgemeester Paul Rotthier (CD&V) mocht net als zijn Desselse collega zichzelf spelen in dit drama. ‘Geen hoofdrol’, zegt hij. ‘Als burgemeester heb je bij nucleaire oefeningen een louter uitvoerende functie, alles wordt door het Crisiscentrum in Brussel gedicteerd. Niet dat onze inbreng daarom minder belangrijk is. We moeten de kruispunten afzetten voor de perimeter. Als het Crisiscentrum maatregelen voor de landbouw oplegt, moeten wij nagaan welke boeren binnen het getroffen areaal vallen. En uiteraard is het onze verantwoordelijkheid dat onze eigen politiemensen met de nodige stralingsmeters en jodiumtabletten kunnen uitrukken’.

HUMO: de inwoners van Mol en Dessel, residenten nochtans van de evacuatiezone, werden niet bij de oefening betrokken. Moeten zij zich niet actief voorbereiden op een calamiteit?

Paul Rotthier: ‘Dat werd niet voorzien in het scenario, oefeningen dienen vooral om de samenwerking tussen de verschillende niveaus en hulpdiensten te stroomlijnen. Maar onze burgers zijn sowieso gesensibiliseerd, ze kennen de basisregels. Blijf binnen, laat de kinderen op school, luister naar de radio, dat is er intussen wel ingehamerd. Mol is trouwens een van de pilootgemeenten van Be-Alert, een nieuw waarschuwingssysteem van het Crisiscentrum. Iedereen die in de telefoongids staat wordt automatisch verwittigd, maar we hebben onze inwoners opgeroepen om ook gsm-nummers en mailadressen te registreren. Angst voor een nucleair ongeval? Nee, dat leeft in deze streek niet, den ‘atoom’ is hier een vanzelfsprekend gegeven. Om de drie maanden worden de sirenes getest, dat hoort hier gewoon bij het leven’.

Marc Van de Vijver (CD&V) mag als burgemeester van Beveren opcentiemen en drijfkrachtbelasting uit de kerncentrale van Doel incasseren. Veel verder reikt zijn arm niet in de grootste stroomfabriek van Electrabel. Ook hij laat meteen weten dat nucleaire aangelegenheden door Brussel worden geregeld. Een derde van zijn ingezetenen woont binnen de evacuatiezone, een feit waar volgens de burgervader weinigen de slaap voor laten. ‘De mensen hebben er vertrouwen in, de centrale is goed beveiligd. Ik erger me trouwens aan tegenstanders van kernenergie die angst zaaien over de veiligheid om hun slag thuis te halen’. Hij moet zijn geheugen pijnigen, maar met resultaat. In zijn tien jaar als burgemeester heeft hij één evacuatieoefening met burgerparticipatie meegemaakt. Van de Vijver: ‘Een jaar of zes geleden hebben we de lagere school van Kallo geëvacueerd, met bussen naar het provinciaal domein Puyenbroeck in Wachtebeke. Brussel gaf de instructies, ik stond met de gouverneur in voor de praktische uitvoering. Alles verliep vlot, maar het blijft een oefening. Als het ooit werkelijkheid wordt, zal er wel meer paniek zijn. Of we daarmee op een Fukushima-scenario zijn voorbereid? Nee, maar de kans op zo’n ramp lijkt me nagenoeg onbestaand’.

Hopelijk moet Bart Bruelemans, rampencoördinator van de Stad Antwerpen, de keuze nooit maken. Evacueren naar het provinciaal domein Puyenbroeck in Oost-Vlaanderen? Of toch naar campus Vesta in Ranst, het opleidingscentrum voor brandweer en politie dat door de provincie Antwerpen als opvang voor évacués wordt voorzien? Veel zal afhangen van de windrichting, maar vast staat dat voor geen van beide opties een draaiboek klaar ligt. Behalve een stuk havengebied en de polderdorpen Berendrecht, Zandvliet en Lillo, valt de grootste stadsagglomeratie van Vlaanderen volledig buiten de 10km-schuilzone rond Doel. ‘Maar dat betekent niet dat we er nog nooit over nagedacht hebben’, zegt Bruelemans. ‘Ook in de ANIP’s staan richtlijnen en procedures voor evacuatie. We hebben trouwens ervaring met grootschalige operaties. In 2004 is er in de haven een tankwagen met giftig broom gekanteld, toen hebben we 3.000 mensen geëvacueerd. Ook van de Switel-brand hebben we veel geleerd, vooral voor het medisch urgentieplan’.

HUMO: dat is allemaal klein bier naast de evacuatie van een volledige stad met 500.000 inwoners…

Bruelemans: ‘Klopt, maar ik zie eerlijk gezegd niet goed hoe je zo’n operatie in een plan kunt vatten. Zelf geloof ik meer in een flexibel concept. Een goed noodplan bevat de bouwstenen die je tijdens een crisis in de juiste volgorde legt. 1.000 mensen evacueren is een lastige opdracht. Je kan beter een evacuatie voorbereiden in blokken van 100 personen en die operatie dan tien keer herhalen’.

humoramp6

Zou burgemeester Van de Vijver aan Greenpeace hebben gedacht? Tegenstanders van kernenergie die paniek zaaien over de veiligheid van onze centrales? Eloi Glorieux, energiespecialist bij Greenpeace, zal het niet ontkennen. Hij is een gezworen tegenstander van kernenergie, maar dat doet volgens hem niks af aan zijn veiligheidsbezwaren. ‘De risico’s werden altijd schromelijk onderschat. Om politieke redenen, de mensen mochten vooral niet gaan twijfelen aan de zin of noodzaak van kerncentrales. Daar zijn nochtans goede redenen voor. Een ramp zoals Fukushima in Doel betekent dat je anderhalf miljoen mensen moet evacueren. Probeer je maar even de taferelen in de Kennedytunnel in te beelden. Japanners hebben de reputatie gedisciplineerd en gezagsgetrouw te zijn. Maar geldt dat ook bij ons? Als je een Antwerpenaar iets opdraagt, dan doet hij meestal het tegenovergestelde. Onze nucleaire noodplannen zijn geplafonneerd op een INES 5-ramp, waarbij men gemakshalve uitgaat van een eenmalige of alleszins kortstondige lozing. Onverantwoord, in Tsjernobyl en Fukushima heeft het lekken wel tien dagen geduurd. Dat heeft een grote impact, ook op het verloop van de evacuatie’.

HUMO: hebben de huidige noodplannen en rampenoefeningen dan geen zin?

Glorieux: ‘Beter dan helemaal niks, maar het schiet hopeloos tekort. Vorig jaar hebben we de nucleaire noodplannen door de Franse stralingsexpert David Boilley, een autoriteit inzake Fukushima, laten doorlichten. Hij was geschokt door wat hij ontdekte. Het provinciaal noodplan van Antwerpen vermeldde vier opvangplaatsen voor ge-evacueerden. Het Fort van Borsbeek, de Oude Slachthuizen, de kazerne van de civiele bescherming in Brasschaat en het Sportpaleis. De eerste twee zijn ruïnes, alle vier liggen op minder dan 20 kilometer van de kerncentrale. We zijn met Boilley naar de subcommissie nucleaire veiligheid van de Kamer getrokken. Met resultaat, intussen hebben ze voor campus Vesta in Ranst gekozen, toch al iets meer dan 30 kilometer van Doel. Zelfs binnen de huidige schuil- en evacuatiezones is de paraatheid twijfelachtig. We hebben zelf de test gedaan bij scholen en kinderdagverblijven. Of ze wisten wat hen bij een ramp in Doel te doen stond? Dan viel er aan de andere kant van de lijn een stilte. Jaja, die plannen. Ze moeten hier ergens liggen, maar waar? En of we later konden terugbellen, want dan kwam die ene collega die het misschien wel wist, terug uit verlof’.

De aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad liggen intussen bij het federaal Crisiscentrum ter tafel. Een werkgroep sleutelt er aan een nieuw KB ‘ter vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch Grondgebied’. Of daarin ook de uitbreiding van de evacuatiezone tot 20 kilometer wordt opgenomen? Woordvoerder Ramackers laat niet in zijn kaarten kijken. ‘Dat is een beslissing voor de politiek’. Een lichte beslissing wordt het niet, het omvatten van de Stad Antwerpen zou bijvoorbeeld nieuwe vragen over de verzekerbaarheid van onze kerncentrales kunnen doen rijzen. Het nieuwe KB was eerst voor eind 2015 beloofd, minister van binnenlandse zaken Jambon (N-VA) mikt nu op eind 2016. De Antwerpse gouverneur Cathy Berx kijkt er alvast naar uit. Ze liet vorige week haar ongeduld blijken na alweer een technisch probleem, dit keer in het nucleair gedeelte van Doel 1. Wordt vervolgd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie is de saboteur van Doel 4?

uitgebreide versie van artikel dat in Knack op 4 februari 2015 verscheen

Een half jaar na datum weten we nog altijd niet wie de turbine van Doel 4 heeft gesaboteerd. Meer dan honderd miljoen euro schade, een knauw in de nucleaire veiligheidscultus, de grootste economische sabotage ooit in België. Terwijl het Federaal Parket zich in stilzwijgen hult, onderneemt Knack een poging tot reconstructie.  “Het was wellicht in een paar minuten gefikst”.

 

herstelling stoomturbine kostte 30 miljoen euro (foto Electrabel)

herstelling stoomturbine kostte 30 miljoen euro (foto Electrabel)

Het gebeurde in de voormiddag van dinsdag 5 augustus. Als gevolg van een technisch probleem werd de kerncentrale Doel 4 door een automatische noodstopprocedure stilgelegd. Nog dezelfde dag stuurde uitbater Electrabel een persbericht over het incident rond. Door een lek in de smeerolieleiding was een deel van de stoomturbine oververhit geraakt. De schade viel mee, de centrale zou al op 18 augustus worden heropgestart.

Voorbarig optimisme, want bij nadere inspectie viel de schade helemaal niet mee. Het pijlsnel leeglopen van de smeerolietank had een ravage in de gigantische stoomturbine aangericht. Door oververhitting was de tachtig meter lange as verzakt, waardoor de roterende schoepen tegen de mantel van de turbine waren gaan schrapen. Drie dagen na het incident viel voor het eerst het woord sabotage. De olie was helemaal niet weggelekt, naar via een evacuatieleiding naar een ondergronds reservoir afgevoerd. Gecontroleerd, iemand in de centrale had doelbewust de klep van dit noodsysteem opengedraaid. Redenen genoeg voor Electrabel om klacht tegen onbekenden in te dienen.

insider

Het Federaal Parket, bevoegd voor nucleaire dossiers, voert het gerechtelijk onderzoek. Inzet: het raadsel oplossen van de grootste economische sabotage in de naoorlogse geschiedenis van België. Het zou uiteindelijk tot 19 december duren vooraleer Doel 4 opnieuw stroom kon leveren. De herstellingskosten waren intussen tot 30 miljoen euro opgelopen. Het exploitatieverlies _ Electrabel zag zich verplicht vervangende stroom aan te kopen _ wordt op 27 miljoen per maand geschat. Niet te ramen is de schade aan het imago van Electrabel en bij uitbreiding de hele nucleaire lobby. De sabotage gebeurde weliswaar in de turbinezaal, het niet-nucleaire deel van de centrale. De stoomturbine, waarvan de draaiende as een generator aandrijft die stroom produceert, is van hetzelfde type als die in een klassieke kolen- of gascentrale. Er was dus nooit gevaar voor besmetting, laat staan voor een kernramp. En inderdaad, het belendende reactorgebouw is extra beveiligd, onder meer met restrictieve toegangsprocedures. Toch werpt de zaak een schaduw over de nucleaire veiligheidscultus. Als sabotage kan in de turbinezaal, waarom dan niet in het reactorgebouw? Het was tenslotte een insider die de smeeroliekraan heeft bediend. Dat wil tenminste een wijd verspreid vermoeden. Zes maanden na datum weten we immers nog altijd niet wie de sabotage heeft gepleegd. Tientallen getuigen werden al ondervraagd, maar tot dusver werd niemand opgepakt of in verdenking gesteld. Nochtans valt de kring van potentiële daders te overzien. Na het ontdekken van de sabotage kreeg een zestigtal werknemers een preventief toegangsverbod opgelegd, zowel voor Doel 4 als voor de andere kerncentrales in Doel en Tihange. De bewarende maatregel van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) trof zonder onderscheid kaderleden, ingenieurs, onderhoudstechnici, veiligheidsagenten en schoonmakers. Personeel van Electrabel, maar ook van onderaannemers zoals Siemens, Alstom en Fabricom die haast permanent in de Belgische kerncentrales actief zijn. Allen waren op het moment van het incident in Doel 4 aan het werk, een normale bezetting voor een centrale in productie.

Als sabotage kan in de turbinezaal, waarom dan niet in het reactorgebouw?

Vragen zijn er genoeg. Waarom duurt het onderzoek zo lang? Hebben de speurders tenminste al een spoor beet? Wijst het uitblijven van een doorbraak erop dat de saboteur zich toch niet onder de zestig geschorste medewerkers bevond, maar dat het om een indringer gaat? Staat het eigenlijk wel vast dat er kwaad opzet mee gemoeid is, of wordt toch rekening gehouden met een technisch falen of menselijke fout? Bij het Federaal Parket houden ze de lippen stijf op elkaar. Het onderzoek loopt nog, zo luidt het in een korte mededeling, er worden nog verschillende pistes gevolgd. Ook die van een terroristische daad? Dat werd afgeleid uit een verklaring die André Vandoren, directeur van antiterreurdienst OCAD, in december voor de camera’s van RTL-TVI aflegde. “Een foute interpretatie”, reageert hij wat korzelig. “Ik heb alleen gezegd dat men niet kan uitsluiten dat het op een terreuronderzoek uitdraait, niet dat het al om een terreuronderzoek gaat. Op dit moment staat maar een ding vast: het was zeker geen ongeluk maar een crimineel feit. Voor meer informatie moet u zich tot het Federaal Parket wenden”.

4 eyes-principe

Iets spraakzamer is Nele Scheerlinck,. “Het onderzoek ligt niet stil”, beaamt de woordvoerster van het FANC. “Recent nog hebben de speurders een nieuwe methode gebruikt. Het Parket neemt echter zijn tijd, ze willen met een stevig dossier uitpakken”. Ook volgens Scheerlinck bestaat er geen twijfel over kwaad opzet. “Dat blijkt uit de vaststellingen”, zegt de FANC-spreekbuis die bijna achteloos een opvallende nuance aanbrengt. “Wie zegt dat het om één dader gaat? Er wordt al van bij het begin rekening gehouden met meerdere betrokkenen”.

Het FANC waakt zowel over de operationele veiligheid als de externe beveiliging van nucleaire installaties, en is bovendien verantwoordelijk voor het screenen van personeel. De organisatie heeft na het incident meteen een versnelling hoger geschakeld. Behalve het reeds vermelde toegangsverbod voor zestig medewerkers kreeg Electrabel een batterij maatregelen opgelegd. In alle kerncentrales werden extra camera’s geplaatst, alleen al in Doel 4 zijn het er een stuk of 150. De plek van de vermeende sabotage viel overigens buiten camerabereik, een ongelukkig feit dat de speurders veel parten speelt. Procedures werden flink aangescherpt. Badges worden voortaan zo geprogrammeerd dat de drager alleen toegang krijgt tot de delen van de centrale waar hij echt zaken heeft. Nieuw is ook het 4 eyes-principe: technici mogen niet alleen op ronde, maar moeten zich door een controlerende ‘buddy’ laten vergezellen. Voor bepaalde interventies geldt zelfs een 6 eyes-regel.  Scheerlinck: “Sommige maatregelen zoals 4 eyes werden intussen al wat teruggeschroefd, in functie van de onderzoeksresultaten. Zo werd ook het toegangsverbod voor enkele medewerkers al opgeheven, omdat vast staat dat ze er niks mee te maken hebben”.

De daadkracht van het FANC mag niet verwonderen, de internationale nucleaire gemeenschap kijkt over de schouders mee. “Er is bij mijn weten geen precedent van sabotage in een kerncentrale”, zegt Scheerlinck. “In het verleden concentreerden we ons op externe bedreigingen zoals terrorisme of neerstortende vliegtuigen. Inside threat is een onderschat gevaar. Dat besef is nu wel doorgedrongen, we hebben er intussen al een congres met alle Belgische nucleaire operatoren aan gewijd”.

30.000 kleppen

Inside threat onderschat? Willy De Roovere, gewezen directeur van Doel, in 2013 op pensioen gegaan als topman van het FANC, zal het in de loop van ons gesprek beamen. Als burgerlijke ingenieur kan hij zich het rampscenario makkelijk voor de geest halen. Zodra het oliepeil in de turbine onder het alarmpeil zakt, wordt de reactor stilgelegd en de stoomtoevoer afgesneden. Het duurt echter een half uur vooraleer het op 1.500 toeren per minuut gevaarte tot stilstand komt, logisch als men bedenkt dat de turbine 54 meter lang is en 1.500 ton weegt. Zoveel tijd was er dit keer niet. Bij 400 toeren per minuut is de installatie zonder smeerolie gevallen, waardoor de centrale as de wrijvingsarme coating van de lagers heeft doen wegsmelten. Catastrofaal voor een machine die, ondanks haar reusachtige afmetingen, tot op de millimeter nauwkeurig is afgesteld. Wat De Roovere zich veel moeilijker kan voorstellen is de sabotage die tot deze catastrofe heeft geleid. “Ik weet wel waar de smeerolietank zich bevindt”, zegt hij. “De turbinezaal is bijna dertig meter hoog en zo groot als een voetbalveld. Het is een van de meer toegankelijke gebouwen van een centrale, met uitzondering van de controlekamer die zich op de bovenste verdieping bevindt. De tank zelf staat in een soort bunker op een tussenverdieping, je moet een trap nemen om bij de deur te komen. De noodafvoerleiding kan ik me echter niet precies inbeelden. Het is lang geleden, bovendien was ik als directeur verantwoordelijke voor de hele site met de vier centrales. Daarbij komt dat elke centrale wel een stuk of 30.000 leidingen en kleppen telt, in  alle formaten en soorten. Onmogelijk om te weten waar die allemaal voor dienen. In de controlekamer ligt een vuistdik boek met de schema’s van de centrale. Zelfs ingenieurs en ervaren technici moeten er geregeld in kijken vooraleer ze een manipulatie doen. Dat zegt iets over het profiel van de dader. Ofwel was het iemand die het bewuste deel van de centrale als zijn broekzak kende, ofwel had hij de schema’s ingekeken”.

Het blijft gissen, maar we mogen aannemen dat de saboteur zich van twee omstandigheden grondig heeft vergewist. Dat de smeerolietank niet door een camera werd bewaakt, en dat de noodafvoer slechts door een enkele klep werd beveiligd. “Een conceptuele vergissing”, vindt De Roovere. “Ik snap wel de redenering: in geval van brand in de turbinezaal wil men die enorme plas smeerolie zo snel mogelijk uit de buurt van de vuurzee. Begrijpelijk, maar zo maak je het saboteurs wel gemakkelijk. Daar werd bij het ontwerp gewoon geen rekening mee gehouden”.

bolafsluiter met hangslot

“Logisch”, vindt een anonieme onderhoudstechnieker met twintig jaar Doel op de teller. “Kerncentrales zijn niet anders dan fabrieken, ze worden niet ontworpen om sabotage te verijdelen, maar om efficiënt en veilig te produceren”. Onze man ter plaatse heeft de ontreddering na het incident van nabij meegemaakt. “De eerste dagen werd niet eens aan sabotage gedacht. We hebben in het verleden wel vaker kleine incidenten door menselijke fouten meegemaakt, dat is nu eenmaal onvermijdelijk. Naarmate de omvang van de schade doorsijpelde, groeide echter de paniek. Specialisten van het FANC, eigen mensen, er werd met man en macht naar een verklaring gezocht”.

“Zoiets valt in een paar minuten te flikken. Als je tenminste precies weet waar je moet toeslaan”.

Die werd vrij snel gevonden: de noodafvoer van de smeerolietank stond open. Onze getuige mailt een schets om de sabotage toe te lichten. De 65.000 liter smeerolie werd tegengehouden door een simpele bolafsluiter die in gesloten toestand haaks op de leiding staat. Opendraaien gebeurt met een combinatie stang-handwiel, een ambachtelijk mechanisme dat met een hangslot wordt beveiligd. In de centrale zijn honderden van dat soort afsluiters, allemaal verzekerd met hangsloten die met een en dezelfde loper worden bediend. Ook dat is een kwestie van efficiëntie, technici kunnen op hun ronde bezwaarlijk met loodzware sleutelbossen zeulen. “De saboteur is erg sluw te werk gegaan”, zegt onze getuige. “Hij heeft eerst het slot verwijderd en de bolafsluiter opengedraaid. Zoiets valt bij een visuele controle meteen op, je ziet aan de positie van de stang dat de afsluiter open staat. Maar dat is het merkwaardige: de stang stond nog in gesloten positie. De saboteur had een bout losgemaakt waardoor hij de stang op de leiding 90 graden kon verdraaien. Door die ingreep kon hij het hangslot niet meer bevestigen, maar dat valt veel minder op bij een inspectie onder grote tijdsdruk. U moet zich namelijk goed inbeelden wat er die dinsdag is gebeurd. Er gaat een alarm af: het smeeroliepeil van de turbine is tot niveau ‘laag’ weggezakt. Iedereen begint als een bezetene naar het lek te zoeken. Is het de noodafvoer? Nee, want de afsluiter staat zichtbaar dicht. Wat dan wel? Misschien is er een lager kapot, en spuit de olie in de binnenkant van de machine. Dat valt allemaal te controleren, maar het is niet simpel in een draaiende turbine. En intussen blijft de olie aan hoog debiet wegstromen door een vijfduimsleiding. In zeven minuten is het peil van ‘laag’ naar ‘zeer laag’ gezakt, veel te kort om de turbine veilig tot stilstand te brengen. Dat hangslot, daar hebben ze lang naar gezocht. Een paar dagen na het incident werd het een verdieping lager in een verloren hoek teruggevonden. Daarmee viel de laatste twijfel weg, het was wel degelijk sabotage”. Kinderspel wil hij het niet noemen, een huzarenstukje al evenmin. “Zoiets valt in een paar minuten te flikken. Als je tenminste precies weet waar je moet toeslaan”.

explosievenhonden

De sabotage reduceerde het aantal functionerende kerncentrales tijdelijk tot vier. Doel 3 en Tihange 2 zijn langdurig buiten dienst nadat in het reactorvat haarscheurtjes werden ontdekt. De eerste weken na het incident was de sfeer in de overblijvende centrales om te snijden. “Natuurlijk werd er gespeculeerd”, zegt onze bron. “Het is een beangstigend idee dat een insider tot zoiets in staat is.  Zeker in een kerncentrale die volcontinu met vaste ploegen draait. Dat zijn bijna families, met leden die elkaar blindelings vinden. Als iemand een fout maakt, heeft dat een weerslag op de hele groep. Dat vertrouwen heeft een knauw gekregen, een effect dat nog werd versterkt door de 4 eyes-regel. Die bemoeilijkt ook het werk, want voor iedere operatie moet een dubbele bezetting worden gepland. In het begin leidde dat tot absurde toestanden. Ging je buddy tijdens een ronde even naar de WC, dan werd je om uitleg gevraagd. Wat sta je daar alleen toe doen? Vooral in Tihange hadden ze het daar lastig mee. Ze hebben dezelfde beperkingen gekregen, terwijl daar niks is gebeurd”.

Intussen zou de sfeer in Doel al fel verbeterd zijn. Opmerkelijk, want het raadsel blijft. Er werd sabotage gepleegd, en de dader loopt nog op vrije voeten rond. De man aan de telefoon zucht. “Misschien zullen we het nooit weten. Belangrijk is dat de centrale weer draait. We produceren opnieuw stroom, dat was voor iedereen een geweldige opsteker. Onveilig gevoel? Ach, op de openbare weg gebeuren ook dagelijks ongelukken. Moet je daarom thuisblijven? We hebben vertrouwen in de nieuwe veiligheidsmaatregelen, die trouwens verder gaan dan extra camera’s en scherp afgestelde badges. Alle inkomende voertuigen worden nu door explosievenhonden besnuffeld, en zeer onlangs nog hebben ze een metalen kooi rond de afsluiter van de smeerolietank gebouwd”.

complottheorieën

Graag hadden we de plek van het onheil zelf gezien. Woordvoerder Geetha Keyaert moet ons echter teleurstellen: om veiligheidsredenen kunnen er geen persbezoeken worden georganiseerd. Ze kan weinig meer dan de hoop uitspreken dat het gerechtelijk onderzoek spoedig en succesvol wordt afgerond. En beseffen dat in afwachting de complottheorieën welig tieren. In de wildste varianten wordt Electrabel zelf tot hoofdverdachte gebombardeerd. Immers, wie heeft hier baat bij? Het uitvallen van Doel 4, met een capaciteit van 1.039 megawatt de grootste centrale van België, droeg aanzienlijk bij tot de black-out paniek die de voorbije maanden politiek en media beheerste. Precies tegen die achtergrond nam de regering Michel het besluit om de voor dit jaar geplande sluiting van Doel 1 en Doel 2 met tien jaar uit te stellen, de zoveelste maatregel die de in 2003 principieel besliste kernuitstap hypothekeert. Geetha Keyaert zucht. “Complete onzin, alsof wij als industriële onderneming onze eigen centrale zouden vernielen. Deze catastrofe heeft ons ontzettend veel geld gekost, en dat in een jaar dat zo al met rode cijfers werd afgesloten. Stel je voor, het repareren van de schade heeft 150.000 werkuren gekost. De hele turbine werd ontmanteld en in stukken afgevoerd naar vestigingen van Alstom en Siemens in Duitsland, deels over de weg, de grootste onderdelen over het water. Dag en nacht hebben we ons uit de naad gewerkt om alles weer operationeel te krijgen. Dat is gelukt, en daar zijn we best trots op”.