Tagarchief: organisatiepsychologie

De mythe van de vakantieblues

(Knack, 13 augustus 2014)

Kijkt u op tegen de eerste werkdag na de vakantie? Dan lijdt u aan een niet bestaand syndroom. Jessica de Bloom ontmaskert de mythe van vakantieblues. “Niet met vakantie gaan is levensgevaarlijk”.

strip Bart Schoofs

strip Bart Schoofs

Vakantieblues, we kennen het allemaal. Het jaarlijkse zomerverlof loopt op zijn laatste benen, als de ijsberg voor de Titanic doemt aan de horizon de eerste werkdag op. Terug naar fabriek of kantoor, het stemt de werknemer zelden vrolijk. Zo wil althans de volksmond, maar in werkelijkheid is vakantieblues weinig meer dan een taaie mythe. “Ik begrijp wel waar het begrip vandaan komt”, zegt Jessica de Bloom. “Er is een contrast. Enerzijds de vakantie in een mooie omgeving, anderzijds de sleur thuis of op kantoor.  De abrupte overgang wekt een onbestemd gevoel op dat je als blues kunt omschrijven. Maar je moet het juiste referentiepunt kiezen, het gevoel na de vakantie vergelijken met het gevoel ervoor. Dat is precies wat ik als onderzoeker heb gedaan. Blijkt dat gezondheid en welbevinden na de vakantie niet lager liggen dan voor de vakantie”.

Arbeids- en organisatiepsycholoog Jessica de Bloom weet wat vakantie is. Aan de Radboud Universiteit Nijmegen promoveerde ze met een proefschrift over de  effecten van vakantie en vrije tijd. Ze volgde langdurig een groep van 250 Nederlanders voor, tijdens en na hun vakantie. Via zelfrapportage bracht ze gezondheid en welbevinden van de vakantiegangers in kaart. Het onderzoek, dat ze momenteel voortzet aan de universiteit van Tampere-Finland, leidde tot verrassende conclusies. Vakantieblues mag dan een mythe zijn, het idee dat we na een vakantie met opgeladen batterijen de draad van werk en gezin oppikken, blijkt evenzeer een illusie. “Vakantie heeft wel degelijk een positief effect op onze gezondheid en welbevinden”, zegt de Bloom. “Tijdens de vakantie, wel te verstaan. We voelen ons dan bevrijd van werkstress en prestatiedruk. Maar belangrijker nog: tijdens de vakantie hebben we controle over ons leven, we doen alleen wat we plezierig vinden, en beslissen zelf over ons tijdsgebruik. Gevolg: we voelen ons ontspannen, slapen beter, hebben meer energie. Zo komen we dus thuis, maar helaas blijkt dat die positieve effecten binnen de week verdwijnen en we ons precies op hetzelfde niveau als voor de vakantie bevinden. Het beeld van de opgeladen batterijen werkt hier dus niet. Vergelijk het met slapen, ook daarvan kun je de positieve effecten niet opsparen. Het is niet omdat je straks twaalf uur lang slaapt, dat je morgen met zes uur toekomt om je uitgerust te voelen”.

De vakantieduur maakt geen verschil, de effecten gaan even snel teloor na een drie weken durende kampeervakantie als na een midweekse citytrip. De Bloom: “Het is eigenlijk beter regelmatig kort met vakantie te gaan, dan één lange vakantie per jaar te plannen. Want voor alle duidelijkheid: vakantie heeft wel degelijk zin, ook al vallen er geen duurzame effecten op  gezondheid en welbevinden te meten. Het belang zit in de herstelfunctie. Verschillende studies hebben aangetoond dat weekends en avonden niet volstaan om te recupereren van de fysiologische en cognitieve inspanningen die werken vereist. Amerikaanse onderzoekers hebben zelfs vastgesteld dat het ontbreken van vakantie ronduit gevaarlijk is. Wie gedurende een lange periode, tien tot vijftien jaar, nooit vakantie neemt, wordt sneller ziek, vooral het risico op hart- en vaatziekten neemt toe”.

 

Voor deze zomer komt het misschien te laat, maar Jessica de Bloom geeft toch enkele praktische tips om de tijdelijke maar niettemin heilzame werking van vakantie ten volle te benutten. “Een goede voorbereiding is belangrijk”,; zegt ze. “Doe research op het internet, of lees een reisgids. Daarmee stimuleer je de voorpret, en het helpt om tijdens vakantie alleen dingen te doen die echt plezierig zijn. Het is nog maar een hypothese, maar we vermoeden dat vakantieherinneringen ook een bufferfunctie vervullen, ze kunnen helpen wanneer men zich ongelukkig of gestresst voelt”.  Geen werk meenemen, het lijkt een vanzelfsprekend gebod. “Nochtans”, zegt De Bloom. “Een kwart van mijn onderzoeksgroep verklaarde tijdens de vakantie te werken. Opvallend genoeg bleek dat geen invloed te hebben op hun welbevinden en vakantiebeleving. Ook hier is controle de cruciale factor. Ze konden het werk zelf binnen de perken houden, en bepalen wanneer ze er tijd wilden aan besteden”.  Wie toch opkijkt tegen de eerste werkdag, kan met deze raad zijn voordeel doen: het is beter op woensdag dan op maandag te herbeginnen. De Bloom: “Die heb ik zelf van Gerhard Strauss, een Oostenrijkse wetenschapper die aan de universiteit van Wenen onderzoek doet naar fysiologische effecten van vakantie en kuren. Een korte werkweek, met uitzicht op een vrij weekend, dat helpt om de overgang te verzachten”.

 

Jessica de Bloom, ‘De kunst van het vakantievieren’. Uitgeverij Boom, 2012