Tagarchief: Oxford

Brits-Ghanese activiste Afua Hirsch over racisme en oogkleppen

 

“Als zwarte of bruine persoon word je als een afwijking bekeken”

Afua Hirsch is een polariserende stem in het Britse samenlevingsdebat. Volgens de Daily Mail pookt ze in haar eentje de rassentegenstellingen aan. De auteur van ‘Waarom Ras ertoe doet’, laat zich echter niet intimideren. Een gesprek over opgroeien in een raciaal gemengd gezin, en over de kwaal van verborgen en zichtbaar racisme. “Venus en Serena Williams hebben me uit mijn identiteitscrisis geholpen”.

 

foto: Debby Termonia

foto: Debby Termonia

 

Prins Charles vond het zelf een geslaagde grap. Op weg naar een van de vele Gemenebest-hoogmissen vorige week in Londen werd hem een boek overhandigd. Schenker en co-auteur Anita Sethi, zelf van Brits-Guyaanse afkomst, vertelde erbij dat het over de vaak pijnlijke geschiedenis van Commonwealth-migranten ging. De prins van Wales negeerde die toelichting, maar pareerde met een persoonlijke vraag. “And where are you from? Manchester? Well, you don’t look like it!’. Afua Hirsch giert het uit als ik haar de anekdote in een Amsterdamse tearoom vertel. Ze heeft het zo druk met de promotie van haar boek ‘Waarom ras ertoe doet’, dat ze nog geen tijd vond om The Guardian te bekijken waar een hilarisch stuk over het voorval verscheen. ‘Typisch voor de Britse royals’, luidt haar commentaar. ‘Ze bekijken de wereld nog altijd alsof the Empire nooit werd opgedoekt. Charles kan er wat van, maar zijn vader prins Philip was de absolute kampioen. Je weet toch wat hij tegen de vorige Nigeriaanse president Obasanjo zei, toen die in traditionele kledij op een gala-avond verscheen? Zo, ik zie dat u alvast uw slaapkleed heeft aangetrokken’.

Ze mag er dan smakelijk om lachen, echt grappig vindt ze het niet. Afua Hirsch weet hoe het voelt om door witte medeburgers tegen de Brit-maatstaf te worden gehouden. Haar moeder is een tweede generatie migrant uit Ghana, haar half-joodse vader heeft een migratieverhaal dat in nazi-Duitsland begint. Een welgesteld koppel: Afua en haar jongere zus groeiden op in Wimbledon, een rijke en vooral witte buitenwijk van Londen waar hun als exotisch bevonden verschijning niet altijd welwillend reacties uitlokte. “Waarom ras ertoe doet” is een persoonlijk verslag van een queeste naar identiteit die begon toen ze als tiener ging beseffen dat haar Britse burgerschap nooit vanzelfsprekend zou worden. Studies filosofie en rechten in Oxford, ook al een lelieblank bastion waar het Europese superioriteitsgevoel in standbeelden en bibliotheken staat gebeiteld, konden dat gevoel alleen maar versterken. Van de weeromstuit omhelsde ze haar Afrikaanse roots. Ze trouwde met Sam, een Ghanees-Britse rechtenstudent uit het door kansarmoede, drugs en geweld geteisterde Tottenham in Noord-Londen. Ze ging werken in West-Afrika, eerst voor een NGO in Senegal, daarna als correspondent voor The Guardian in het bloedeigen Ghana. Puzzelstukken vielen op hun plaats, maar het gevoel van vervreemding bleef. Ghana, waar ze met Sam ternauwernood een brutale hold-up overleefde, voelde nog minder aan als thuis dan Wimbledon waar ze intussen met man en dochter is  teruggekeerd. Maar haar persoonlijke verhaal vormt slechts het kader voor een veel ambitieuzer boek. De auteur borstelt een veelgelaagd portret van een Britse maatschappij die stijf staat van openlijk en verborgen racisme. De sociaal-economische kloof die parallel met de kleurbarrière loopt, de obsessie met het witte schoonheidsideaal, de blinde vlek voor duistere bladzijden uit het koloniale verleden, het nut van de Goede Migrant, Hirsch ontmaskert genadeloos de illusie van de post-raciale samenleving.

In de Britse media is ze intussen een bekende naam met een luide stem in het verhitte samenlevingsdebat. Uiteraard ontbrak ze niet toen vorige week het Windrush-schandaal met orkaankracht over de Commonwealth-jamboree raasde. Voor wie het heeft gemist: in het oog van de storm staan de nazaten van zo’n 57.000 migranten uit de Britse Caraïben die tussen 1948 en 1971 naar Groot-Brittannië werden gehaald om bij de wederopbouw te werken. Decennialang verkeerden ze in de illusie dat ze Britse staatsburgers waren, net zoals hun kinderen en kleinkinderen. Door nieuwe migratieregels, ironisch genoeg vooral bedoeld om de Oost-Europese migratie af te remmen, nota bene bedacht door Theresa May die toen nog minister van binnenlandse zaken was, dreigen ze al hun rechten en zelfs verblijfstitels te verliezen. De voorbije weken regende het in de Britse pers schrijnende verhalen van Windrush-telgen die  werk, gezondheidszorg of rijbewijs waren verloren, als ze al niet op weg waren naar deportatie.

spijt dat het Windrush-schandaal te laat komt voor uw boek?

Afua Hirsch: (gretig). Ik had er zeker een hoofdstuk aan gewijd. Het Windrush-schandaal illustreert perfect van waar mijn boek over gaat. Wie een zwarte of bruine huidskleur heeft, wordt niet als een volwaardig burger gezien, zelfs niet als hij in Engeland is geboren of er een heel leven heeft gewerkt. Andermaal blijkt bovendien dat het Britse migratiebeleid niet draait om het inperken van de stroom nieuwkomers, zogezegd omdat er niet genoeg huizen of banen zijn. Etnisch-raciale overwegingen geven de doorslag, het echte opzet is gekleurde migratie aan banden te leggen. De situatie van de Windrush-kinderen was al jaren bekend, maar het heeft tot vorige week geduurd vooraleer de Britse regering wakker schoot. Niet spontaan, verschillende Caraïbische staatshoofden wilden het probleem tijdens de top van het Gemenebest aankaarten. Ze waren het namelijk beu dat om de haverklap Britten werden gedeporteerd, mensen die hun eiland tientallen  jaar eerder hadden verlaten en er niemand meer kenden. Toen de Britse regering ieder gesprek weigerde, zijn de verhalen in de media beland en is de bal aan het rollen gegaan. Theresa May heeft zich intussen geëxcuseerd en gegarandeerd dat alle Windrush-kinderen hun rechten behouden. Beter laat dan nooit, maar bij mij laat het schandaal een vieze nasmaak in de mond. De toezegging van May houdt een verwerpelijk onderscheid in tussen verdienstelijke en niet-verdienstelijke burgers.

leg dat eens uit…

Hirsch: Voor May was dit een verloren zaak. Niemand, op een paar extreemrechtse fanatici na, staat achter het uitzetten van de Windrush-generatie. Het gaat tenslotte om migranten die we zelf naar hier hebben gehaald om te werken, velen nog als onderdanen van het Rijk dat destijds nog bestond. Maar wat met de grootvader die zestig jaar geleden als kind uit Sierra Leone is geland en die niet bij de wederopbouw heeft geholpen? Als zo iemand op latere leeftijd een misstap begaat, een gevangenisstraf van zes maanden kan volstaan, dan wordt hij zonder pardon teruggestuurd. Dat is al jaren schering en inslag, heb ik tijdens de research voor mijn boek ontdekt. Geen haan die er naar kraait, maar ik noem het een schande. Mensen die hier als kind zijn opgegroeid hebben het recht om hier te leven. Met of zonder verdienstelijk cv, het zijn Britse staatsburgers.

het ontbreekt u de jongste dagen niet aan thema’s om de tanden in te zetten. Zo oogstte de BBC controverse met de heruitzending van “Rivers of blood”, de geruchtmakende speech uit 1958 waarin Tory-MP Enoch Powell waarschuwde voor de gevolgen van immigratie uit de Commonwealth. Waarom ligt dat nog altijd zo gevoelig?

Hirsch: De BBC had natuurlijk een aanleiding, de vijftigste verjaardag. Ik was nog niet geboren, maar volgens mijn ouders was de impact van Powells speech immens. Mensen met een gekleurde migratieachtergrond vreesden echt voor deportatie. Veelzeggend is dat Powell niet zozeer de immigranten viseerde, maar wel hun nazaten. Zwarte of bruine kinderen kunnen nooit echte Britten worden, voorspelde hij. Ze zullen zich nooit integreren, hun massale aanwezigheid zal op rellen en geweld uitdraaien, vandaar het bloed dat in de titel stroomt. Powell, die tot de rechtervleugel van de Tories behoorde, werd uit zijn partij gezet. Dat is nu precies wat de heruitzending zo controversieel maakt: vandaag zijn Powells beweringen mainstream geworden. Veel van wat in Rivers of Blood staat, kun je zelfs uit de mond van  Labour-politici vernemen. Zonder dat de partijleiding met sancties dreigt.

waarom maakt u ras tot de kern van de menselijke identiteit? Je zou evengoed gender, religie of sociale status als bepalende factoren kunnen aanduiden.

Hirsch: Klopt, maar ras is als de olifant in de kamer. Niemand benoemt het, maar het kruipt onder alles. Mijn persoonlijk verhaal is vooral een alibi om die olifant zichtbaar te maken. Structureel, institutioneel racisme, daar is het me om te doen. Kansen en privileges worden nog altijd langs etnische en raciale criteria verdeeld. De bewijzen liggen voor het grijpen. De helft van de zwarte families leeft in armoede, de werkloosheid onder jonge zwarten ligt dubbel zo hoog als bij witte leeftijdsgenoten. Zwarten zijn oververtegenwoordigd in het gevangenissysteem, terwijl ze nagenoeg afwezig zijn in hoogverdienende beroepsgroepen. Alle indicatoren wijzen er op dat we in raciaal erg ongelijke samenleving wonen.

als product van een raciaal gemengd huwelijk bent u evenzeer wit als zwart. Tot zover de theorie, want net als de voormalige Amerikaanse presidet Obama wordt u automatisch als zwart gezien. Hoe komt dat toch?

Hirsch: Het effect van de raciaal gekleurde bril. We zien wel fysieke verschillen, niet de gelijkenissen. Hoe dikwijls heb ik de vraag niet gekregen: waar kom je vandaan? Als ik dan Wimbledon antwoordde, volgde meteen de volgende vraag. Okay, Wimbledon, maar waar liggen je roots? Kijk, die vragen zijn niet eens slecht bedoeld. Echte racisten tonen geen belangstelling, die roepen gewoon fuck off! Maar op de duur krijg je er wel een ongemakkelijk gevoel bij. Wat ik ook doe, zo begint het te dagen, ik hoor er niet echt bij. Wit is de norm, als zwarte of bruine persoon word je als een afwijking bekeken.

bij het lezen bekroop me soms een benauwend gevoel. Kan ik als witte man nog gekleurde medemensen aanspreken zonder op zere tenen te trappen?

Hirsch: Het is nochtans simpel. Als de vraag echt uit nieuwsgierigheid wordt ingegeven, heb ik er geen probleem mee. Ik ben zelf ontzettend nieuwsgierig naar de achtergrond van mensen. Vooral van witte mensen, want je zou eens moeten weten hoeveel diversiteit daar te rapen valt. Roots in Ierland, Nederland, Ijsland, dat waaiert alle kanten op. Maar het blijft natuurlijk een feit: aan witte mensen wordt de waar-kom-je-vandaan-vraag nooit als binnenkomer gesteld. Vorige week nog vertelde mijn beste vriendin wat haar tijdens een business event was overgekomen. Er was zeker honderd man, zij stond er als enige deelnemer met een donkere kleur. De moderator komt binnen en stevent recht op haar. So, bulderde hij joviaal, where are you from? Mijn vriendin kon wel door de grond zakken.

wie Wimbledon zegt, denkt aan tennis, aardbeien, gekke hoeden en peperdure huizen. Was er ook racisme?

Hirsch: Ik ben wel eens tegengehouden door de politie, en op een keer werd ik in een chique winkel letterlijk als potentiële dievegge buiten gekeken. Maar verder? Er was weinig openlijk racisme, maar wel een knagend gevoel van vervreemding. Op school, bij de scouts of in de tennisclub, mijn zus en ik waren altijd de enige bruine meisjes van de groep. Als kind ga je dan onwillekeurig vragen stellen: wie en wat ben ik eigenlijk? Mijn moeder begreep dat geworstel niet. Identiteit was voor haar altijd iets vanzelfsprekends. Ze komt uit Ghana en is zwart, punt aan de lijn. Ik heb uiteindelijk zelf de keuze gemaakt, met dank aan Venus en Serena.

hebben de zusjes Williams u over de kleurbarrière gesleept?

Hirsch: Ze hebben meer dan een handje geholpen. Ik was een jaar of vijftien toen ze in mijn leven kwamen. Ik zie Serena nog op het muurtje voor ons huis zitten, met mijn zus die net van de tennistraining kwam. Serena heeft haar het racket geschonken waarmee ze die dag op Center Court had gespeeld. Maar ook zonder die attentie waren we met de hele familie hevig aan het supporteren. Toen Venus wat later het toernooi won, heeft mama een cake gebakken. Die zijn we zijn vieren gaan afgeven, het was vader Williams die de deur opendeed. De magie zat hem natuurlijk niet alleen in het weergaloze tennis. De hele attitude van Venus en Serena was ontzettend inspirerend. Zwarte meisjes die vanuit het niets kwamen en een door en door witte, elitaire sport op zijn kop zetten. Zonder compromissen, met ingevlochten haar en kleurrijke bandana’s. Terwijl zwarte sporters doorgaans proberen om op te gaan in hun omgeving, deden Venus en Serena precies het tegenovergestelde. Dit onze stijl, te nemen of te laten. Natuurlijk besefte ik het verschil. Venus en Serena kwamen uit een arme familie uit Compton, een ruige achterstandswijk in LA die in niets geleek op Wimbledon. Toch voelde ik meteen een band, en ik ergerde me dan ook dood aan de racistische opmerkingen die ze op en naast de court moesten incasseren.

inderdaad, de zusjes kenden niet alleen supporters. Vooral Serena heeft een stevige portie bagger over zich heen gekregen…

Hirsch. Het was verschrikkelijk. Zelfs de tenniscommentator van de BBC _ de BBC! _ gebruikte woorden zoals jungle en beest om het fenomeen Serena te duiden. Andere kijkers merkten het niet eens op, maar bij kwam het binnen als een steek in mijn hart. Ik ben niet echt close met Serena, maar we praten wel als ik haar tijdens het toernooi op straat tegenkom. Het heeft veel te lang geduurd, maar ze krijgt eindelijk de erkenning die ze verdient, als de grootste vrouwelijke atleet aller tijden.

foto: Debby Termonia

foto: Debby Termonia

 

volgens je echtgenoot Sam heb je als product van Wimbledon geen idee wat racisme echt betekent. Was het zoveel erger in Tottenham?

Hirsch: Absoluut. Sam is het prototype van de Afro-Brit uit een achterstandswijk. Zoon van een arme, alleenstaande moeder. Opgegroeid in een vervallen buurt vol geweld en drugs, met scholen waar de lat erg laag lag. Jongens zoals Sam waren bestemd voor onregelmatige en slecht betaalde banen, als ze al niet werkloos bleven of in de criminaliteit verzeilden. Thug, criminal, minimum wager, zo werden ze door de politie en andere vertegenwoordigers van het establishment bekeken. Dat Sam zich daaraan kon ontworstelen, is helemaal zijn eigen verdienste. Hij heeft een ijzeren discipline en sterke persoonlijkheid.

voelt hij zich Brits?

Hirsch: Ja, Sam worstelt veel minder met zijn identiteit dan ikzelf. Dat lijkt paradoxaal, maar ik begrijp het wel. Voor Sam is zijn Ghanese achtergrond een evidentie, hij kent alle tradities en codes. Bovendien voelt hij zich als een vis in het water in de subcultuur van Noord Londen, een buurt met een eigen taal die via de muziek de wereld heeft veroverd. Maar misschien wel de belangrijkste verklaring: anders dan ikzelf heeft Sam nooit enige aandrang gevoeld om zich aan de dominante witte cultuur aan te passen. De afwijzing was zo sterk,  dat er toch geen beginnen aan was. Heel wat zwarte lezers hebben die bedenking gemaakt:  met mijn geprivilegieerde achtergrond kon ik niet meespreken over racisme en discriminatie. Dat klopt, zoals ik in mijn boek ook eerlijk toegeef. Het zou hypocriet zijn me de miserie van de inner cities toe te eigen. Grappig  genoeg hoor ik diezelfde kritiek van witte lezers, vaak mensen met een nog veel meer geprivilegieerde achtergrond dan de mijne. Dat vind ik om twee redenen interessant. Het feit dat ze op mijn persoon spelen, toont aan dat ze geen echte argumenten hebben. Maar die reactie zegt ook veel over de kern van het onderhuidse racisme in de Britse samenleving. Hoe durf ik als halfwitte vrouw kritiek te geven? Ik zou dankbaar moeten zijn voor de kansen die ik heb gekregen. Kortom, ik moet me als een Goede Migrant gedragen, die blij is dat ze tot de mainstream werd toegelaten.

u doet erg laatdunkend over de Goede Migrant. Maar is de Goede Migrant geen rolmodel om andere migranten de weg naar de sociale lift te wijzen? Mo Farah, olympisch atletiekwonder van Somalische origine, heeft vast al heel zwarte kinderen positief geïnspireerd…

Hirsch: Mo Farah is inderdaad een schoolvoorbeeld. Sinds hij vorig jaar werd door de koningin werd geridderd, voelt hij zich Britser dan cheddar. Maar er is ook zo iemand als Nadiya Hussain, winnares van het waanzinnig populaire kookprogramma the Great British Bake Off.  Ze werd een instant beroemdheid, zelfs haar hoofddoek en religie vormden geen bezwaar. Tot ze in een interview een boekje opendeed over het racisme dat ze als zwarte vrouw vrijwel dagelijks moest ondergaan. Hoe durft ze!, luidde het meteen in de tabloïds. Ik kan ervan meespreken: je betaalt een prijs voor het ontbloten van pijnlijke waarheden. Ik zal hier niet beginnen over de bagger op sociale media. De Daily Mail schreef in een editorial dat ik,  Afua Hirsch, zowat in mijn eentje het vuur van de rassentegenstellingen heb opgepookt. Ik voelde me bijna vereerd, nooit gedacht dat ik zo’n impact had.

in België is veel te doen over onze visie op onze koloniale geschiedenis. Vooral Afro-Belgen  ijveren voor het neerhalen van Leopold II-standbeelden en het herschrijven van de leerboeken geschiedenis. Dat zal u bekend in de oren klinken…

Hirsch: Het is een internationale trend. Rhodes Must Fall, een beweging gelanceerd door Afrikaanse studenten in Oxford, heeft de trend gezet. Ik vond Oxford zelf een bekrompen oord toen ik er 15 jaar geleden studeerde. Zwarte of bruine studenten waren erg zeldzaam. En ja, Cecil Rhodes, toch wel het symbool van de koloniale onderdrukking, was alomtegenwoordig. Voor mijn scriptie over postkolonialisme was ik helemaal op Rhodes Library aangewezen, een soort heiligdom waar de Grote Man je van alle kanten aanstaart.

 

is Rhodes gevallen?

Hirsch: Nee, al heeft het universiteitsbestuur van Oxford wel met dat plan gespeeld. Tot enkele grote sponsors ermee dreigden hun financiering stop te zetten, zo gaat het gerucht. Ook voorzitter Chris Patten heeft er zijn kop voor gelegd. Ga elders studeren als het jullie hier niet bevalt, zei hij botweg tegen de actievoerders. Dat zegt veel over het witte onvermogen om de gevoeligheden van gekleurde medeburgers te begrijpen. Groot-Brittannië ziet zichzelf als een post-raciale maatschappij. Die illusie kan alleen standhouden als je door een filter naar de geschiedenis kijkt. De Britten zijn erg trots op de abolitionisten die ijverden voor het afschaffen van de slavernij. Ondertussen wordt vergeten dat Engeland eeuwenlang de motor was van de transatlantische slavenhandel was en dat ook het Britse koningshuis aan die vuile business grof heeft verdiend. Als je daarover begint, reageren ze defensief. Het was erg, ja, maar op de Franse slavenplantages was het nog veel erger. Of ze sleuren er Leopold II bij, dat was pas een schurk.  De Belgische koning is een stripfiguur, het archetype van de slechterik die anderen goed uit de verf laat komen.

gelooft u dat uw dochter in een minder racistische maatschappij zal opgroeien?

Hirsch: Ik ben van nature optimist. Er is meer ruimte voor de debat dan vroeger. Een beweging als Rhodes Must Fall was 15 jaar nog ondenkbaar. Net zoals ik me toen niet kon inbeelden dat ik dit boek zou schrijven, laat staan dat er zou worden over gepraat. Al moet ik daar meteen een kanttekening bij plaatsen. Het is dank zijn mijn privileges en netwerk dat mijn boek werd uitgegeven en opgepikt. Veel van wat ik heb geschreven, werd al vaak aangekaart door gekleurde Britten uit kansarme wijken, op blogs of via allerlei publicaties. Mijn optimisme wordt ook getemperd door de permanente cultuuroorlog. Tegenover een groeiend aantal mensen dat bereid is te luisteren, staat helaas een nog groter blok dat meteen begint te schelden als je over discriminatie of witte privileges begint. Toch denk ik dat we in Groot-Brittannië vooruit lopen. Als ik hoor waar men in Frankrijk, Duitsland, Nederland en België over discussieert. Dat station zijn we gelukkig al lang gepasseerd, denk ik dan.

 

 

 

 

Oxford-historicus Martin Conway: “België is een verhaal dat nooit af is”

Knack, 25 juli 2017

 “De meeste Belgen aanvaarden het gebrek aan transparantie en efficiëntie als een noodzaak om een complexe samenleving te doen draaien”

 

De Waalse CETA-crisis, het Brusselse Samusocial-schandaal, Martin Conway volgt de ups and downs van de Belgische politiek op de voet. Gesprek met een historicus die getrouwd is met Europa maar België als maitresse koestert. ‘In welk ander land kan een partijvoorzitter met één manoeuvre drie regering tegelijkertijd lam leggen?

 

(eigen foto)

(eigen foto)

Baillol College, Oxford. Hoe Brits kan het worden? Baillol, opgericht in de 13de eeuw, is het oudste college van Oxford en bij uitbreiding Engeland. Het kloosterachtige complex aan Broad Street, decor voor verschillende Harry Potter-films, ademt traditie en prestige. Baillol, zo vernemen we van Martin Conway, was lange tijd hofleverancier voor de hoogste bestuursregionen van het Verenigd Koninkrijk en het British Empire. Met Herbert Asquith, Harold Macmillan en Edward Heath schopten drie allumni het tot prime minister, een exploot dat Boris Johnson nog deze eeuw hoopt over te doen. Academische hoogvliegers waren er eveneens. Dat kamertje bovenaan in de toren waar Conway zelf een bescheiden kantoor heeft? Daar heeft Adam ‘invisble hand’ Smith, de Schotse filosoof en grondlegger van de politieke economie, nog gestudeerd.

Onze gastheer is blij met de attentie. Belgische kranten, onmogelijk te vinden in deze nochtans kosmopolitische universiteitsstad. Hij leest ze in beide landstalen, een vaardigheid die de Welshman ontwikkelde toen hij als 18-jarige naar Brussel trok. ‘Uit interesse voor Europa’, zegt hij. ‘Het Verenigd Koninkrijk was pas tot de EEG toegetreden. Het is moeilijk zich in deze Brexit-tijden de geestdrift voor te stellen die het Europees project toen te weeg bracht, zeker in Wales. Daarom wilde ik naar Brussel vooraleer ik geschiedenis zou gaan studeren, het was tenslotte de plek waar het allemaal gebeurde’.

De belangstelling voor Europa is gebleven. Professor Martin Conway doceert moderne Europese geschiedenis, een tijdperk dat van de Franse revolutie tot de jaren 70 van vorige eeuw strekt. Aan zijn Brusselse intermezzo hield hij nog een passie over. Conway is een van de uiterst zeldzame buitenlandse historici die met kennis en gezag over België kan spreken. Zijn doctoraat over Rex-Leider Léon Degrelle bezorgde hem vooral in Franstalig België grote faam. The Sorrows of Belgium, een werk uit 2012, geldt intussen als referentie voor de woelige periode na de bevrijding. Conway verraste met een opvallende analyse. De periode van naoorlogse normalisering, die afloopt met het uitbreken van de Grote Staking van 1960, bracht weliswaar stabiliteit, welvaart en lanceerde België als draaischijf van de Europese integratie. Tegelijkertijd echter werd na de oorlog de kans gemist om de Belgische staat op een nieuwe grondwettelijke leest te schoeien. Dat verzuim verklaart volgens Conway waarom België vanaf de jaren zeventig in een eindeloze cyclus van politieke crises en staatshervormingen verzeilt. Met als voorlopig eindresultaat een institutioneel kluwen waarin een kat haar jongen niet vindt. Een kluwen bovendien waarin affaires zoals Samusocial goed gedijen. Conway mag dan een specialist van het verleden zijn, hij volgt de Belgische actualiteit op de voet. De affaire Samusocial is een typisch Belgisch fenomeen, verklaarde hij onlangs in The New York Times. Een nonprofit organisatie waar politiek benoemde bestuurders publieke middelen afromen om zichzelf rijkelijk te belonen? Business as usual, legde Conway uit, alleen hebben Mayeur en co wat overdreven bij de zelfbediening.

geen flatterende vaststelling. Is het zo erg gesteld met de politieke zeden in ons land?

Martin Conway: ‘Wat heet erg? Natuurlijk kan het niet door de beugel wat de Brusselse  burgemeester en zijn goede vriendin hebben gedaan. Geld bestemd voor daklozen voor eigen profijt afleiden, dat hoort niet. Toch blijf ik erbij: het is vooral de hoogte van de sommen en de symboliek van de daklozen die deze praktijk tot een schandaal hebben gemaakt. Zelf zou ik dat woord niet gebruiken. Samusocial is een instituut zoals er in België honderden bestaan, en de toestanden waar men nu schande van spreekt, passen perfect bij de manier waarop België de voorbije honderd jaar werd bestuurd.

leg dat eens uit..

Conway: Het is geen nieuws dat het Belgisch politiek systeem complex en ondoorzichtig is. De veelheid van bestuurslagen gecombineerd met de verzuiling maakt dat niemand weet wie precies waar verantwoordelijk voor is. Weinig efficiënt allemaal, en vatbaar bovendien voor affaires zoals Samusocial. Toch zie ik het niet per se als iets negatiefs. Die complexiteit is immers niet uit de lucht komen vallen, maar beantwoordt aan de complexiteit van de Belgische samenleving. Ik houd van jullie woord ‘verzuiling’. In het Frans hadden ze daar geen woord voor, ze hebben de Engelse vertaling pilarisation geleend. Over die verzuiling wordt veel gekankerd, maar de zuilen zorgden tot diep in de 20 ste eeuw wel voor een opmerkelijke verbondenheid tussen burgers en politiek. Katholiek of socialist, arbeider of middenklasse, iedereen kende wel een burgemeester of een volksvertegenwoordiger met relaties in Brussel. Het was tweerichtingsverkeer, want dankzij de verzuiling hielden politici de vinger aan de pols van de maatschappij. Bij die verzuiling hoorde een verdeelsleutel. Publieke middelen en benoemingen, iedereen werd bediend en voelde zich daardoor ook betrokken. Ik zeg niet dat het een perfect systeem was, maar het is wel wat België altijd overeind heeft gehouden.

ik hoor in België weinig applaus. Zeker na Samusocial leeft de overtuiging dat het zo niet verder kan. Ook in de politieke wereld, aan beide kanten van de taalgrens. Zowat alle partijen lanceerden de voorbije weken voorstellen om aan te knopen met een nieuwe politieke cultuur…

Conway: Ik bespeur een zekere schijnheiligheid. Velen die nu moord en brand schreeuwen hebben zelf dapper meegedaan aan het verfoeide cliëntelisme. Eerlijk gezegd, ik ben niet onder de indruk van de pleidooien voor hogere morele standaarden in politiek en bestuur. Alle ideeën over decumul of intercommunales ten spijt, vrees ik dat er weinig zal veranderen. De meeste Belgen aanvaarden het gebrek aan transparantie en efficiëntie als een noodzaak om een complexe samenleving te doen draaien.

in Vlaanderen wordt Samusocial als een typisch PS-schandaal afgedaan. Akkoord?

Conway: Nogmaals, het gaat om een kwalijk neveneffect van de manier waarop macht in België wordt uitgeoefend. Katholieken of liberalen zijn daar niet immuun voor, hooguit kun je stellen dat de PS een groter risico loopt omdat die partij in bepaalde streken al decennialang  met de macht is vergroeid. Streken bovendien waar veel armoede heerst. Tel macht en armoede samen, en je krijgt vanzelf een grotere kans op misbruik van publieke middelen voor armoedebestrijding. Typisch Waals? Dit had even goed een Vlaamse burgemeester kunnen overkomen. Affaires zijn er in België altijd geweest, aan weerskanten van de taalgrens. Guy Spitaels was een Waal, Willy Claes een Vlaming, allebei zijn ze in een schandaal ten onder gegaan. Publifin is een Luikse affaire, maar wel met uitlopers naar Vlaanderen.

wordt u vaak voor door media gebeld om België-duiding te geven?

Conway: Helaas alleen wanneer het grondig mis gaat, zoals bij de terreuraanslagen vorig jaar. Als je dan in de database van de BBC zit, ben je ineens 24 uur aan een stuk in de media, over een land waar anders niemand om maalt.

u mocht ook opdraven toen Wallonië de ratificatie van het Europees-Canadese vrijhandelsakkoord CETA dreigde te blokkeren. Wat vond u van deze actie die Waals premier Paul Magnette vijf minuten wereldfaam opleverde?  

Conway: Ik vond het een interessante gebeurtenis, een staaltje van wat men hier  brinkmanship zou noemen, politieke blufpoker. Magnette speelde het hard, maar wist perfect wanneer hij moest stoppen. Niemand die ook maar een seconde geloofde dat Wallonië echt CETA zou saboteren, maar dat is het punt niet. Je kunt Magnette uiteraard van opportunisme beschuldigen. Hij rook zijn kans om de PS te profileren en de PTB de wind uit de zeilen te vangen. Je kunt ook zeggen dat zijn verzet niet veel heeft opgeleverd. Aan het eigenlijke verdrag werd geen komma veranderd, de Walen lieten zich paaien met enkele waarborgen in een aparte bijlage. Toch verdient Magnette krediet omdat hij een belangrijk debat heeft geopend. Voor het eerst in jaren werd in België nagedacht over een fundamentele kwestie: wat voor land willen we zijn? Volgen we de EU blindweg in de richting van meer kapitalisme en vrijhandel, of kiezen we voor een maatschappij met meer regulering en sociale bescherming?

u waarschuwde er tijdens de CETA-crisis voor om de Waalse strijdlust niet te onderschatten. Waarom?

Conway: Als er al belangstelling leeft voor België, dat gaat die uit naar Brussel of de economische motor die Vlaanderen heet. Maar wat weet de buitenwereld over Wallonië? Niks, het is een van de blinde vlekken op de kaart van Europa. Terwijl het een fascinerende regio is waarvan Europa heel wat kan leren. Wallonië, dat is een volk van nog geen 4 miljoen dat worstelt met dramatische socio-economische veranderingen en loodzware problemen. Een volk ook met een traditie van massaal verzet en mobilisatie. Erg boeiend, ik ben trouwens een publicatie over de Grote Staking van december 1960 aan het voorbereiden. Als je de miserie ziet op plekken zoals Charleroi, Seraing of de Borinage dan vraag je je toch af wanneer er zich een nieuwe explosie zal voordoen. Gaan ze hun lot in eigen handen nemen? Of blijven ze gelaten zitten, conform aan de historische natuurwet die wil dat met de armoede ook de apathie toeneemt?

misschien komt de Waalse bigbang er wel bij de volgende verkiezingen. Peilingen voorspellen een triomf voor de PTB. De extreemlinkse partij zou met 25 procent zelfs de grootste van Wallonië worden...

Conway: Daar geloof ik niet in, ik zou al verbaasd zijn als de PTB 15 procent haalt. Pas op, zelfs zo’n resultaat zou een schok jagen door de Belgische politiek. Ik denk dan niet alleen aan vorming van allerlei regeringen. Een doorbraak van de PTB kan door nationalisten in Vlaanderen worden aangegrepen om nogmaals te roepen dat er met Walen niet meer te besturen valt. Maar zo’n overwinning kan ook heel ander effect sorteren: meer aandacht voor allerlei vormen van ongelijkheid in de maatschappij. Tussen haakjes, ik zie ook de aanslagen in Brussel als een pervers gevolg van die ongelijkheid. Het Belgisch systeem van verkavelde bevoegdheden en verzuiling heeft wel democratische legitimiteit, maar het schiet hopeloos tekort bij het voeren van een adequaat integratiebeleid.

bestaat de kans dat de Waalse PS het lot van zijn Franse naamgenoot ondergaat en van de de kaart wordt geveegd?

Conway: Zoiets valt nooit uit te sluiten, maar ik verwacht een ander scenario. Ik ben geen PS-watcher, maar ik kan me inbeelden dat er een coup tegen Elio Di Rupo wordt gepleegd waarna een nieuwe generatie de partij in handen neemt. Of de nieuwe leider Paul Magnette zal heten, dat moet de toekomst uitwijzen. Er is trouwens een belangrijk verschil met de Franse PS die al bij al een zeer jonge partij is. Van de Waalse PS kun je veel zeggen, maar niet dat het aan traditie ontbreekt. Gesticht in 1885, het is één van de oudste socialistische partijen in de wereld. Wat ik altijd aan jonge Belgische historici aanraad: bestudeer de Parti Socialiste. In Vlaanderen was de invloed beperkter, maar voor Wallonië was en is de socialistische beweging absoluut toonaangevend. Toch vind je er nog altijd weinig wetenschappelijk literatuur over.

u heeft dus niet alleen een zwak voor België maar ook nog een bijzondere belangstelling voor Wallonië. Krijgt u dat hier aan collega-historici nog uitgelegd?  

Conway (lacht): Why Belgium, die vraag krijg ik minstens een per week, en niet alleen van collega’s. België, antwoord ik altijd, is een verhaal dat nooit af is. Sinds ik me in de jaren tachtig voor België ging interesseren, heb ik vijf politieke crises en evenveel staatshervormingen meegemaakt. De abortuscrisis, de Witte Marsen, er gebeurt altijd wel iets. Ik meen het: er bestaat geen beter land om zich als historicus over te buigen, te meer daar er nog heel wat onontgonnen thema’s zijn. In de geschiedschrijving van de jaren dertig zitten nog vele gaten, en zelfs over het verzet tijdens de oorlog valt nog heel wat te onderzoeken.

maakt dat indruk?

Conway: Nee, niemand begrijpt het belang. Welk verschil heeft België in de geschiedenis van de 20ste eeuw gemaakt, vraagt men mij. Zo bekeken hebben de sceptici altijd gelijk, want België heeft heel weinig gewicht in de schaal geworpen. Maar zo gemakkelijk geef ik me niet gewonnen. Ik argumenteer dat ze de verkeerde vraag stellen. Wat kan België ons leren, is een veel interessantere kwestie. Heel veel, vervolg ik dan. Uit de Belgische case kunnen we leren hoe natiestaten op crises reageren, en hoe een samenleving omgaat met de complexiteit van linguïstische verschillen en sociale en ideologische tegenstellingen. Wist je trouwens dat België tot in de jaren zeventig als een voorbeeld van een succesvol meertalig land gold? Zelfs Amerikaanse politieke wetenschappers prezen België omdat het zijn complexiteit en tegenstellingen had overstegen om zich tot een gezonde democratie te ontwikkelen. Dat positieve imago leefde ook in Groot-Brittannië. België werd serieus genomen, het was een land waarmee we goede relaties wilden en ons verbonden voelden, niet in het minst omdat we jullie tijdens twee oorlogen te hulp zijn geschoten. Ergens, in de loop van de jaren tachtig en negentig, is dat imago gekanteld. België werd een bron van spot en minachting, zelfs voor Monty Python.

Finland, Finland, zongen de Pythons, a poor second to Belgium….

Conway: Precies wat ik bedoel. Ach, ik denk niet dat jullie er wakker van liggen. Het vermogen tot zelfspot is een van de Belgische eigenschappen die ik erg waardeer.

over imago gesproken: België wordt vaak als een ‘failed state’ omschreven. Terecht?

Conway: Onzin, België is geen mislukte staat. Nee, het probleem is dat België teveel staten tegelijkertijd is. In welk land kan een voorzitter van een kleine partij met één manoeuvre drie verschillende regeringen lam leggen? Ik was toevallig in het land toen Benoit Lutgen er de stekker uittrok, alweer een memorabele gebeurtenis. Ik zie het al, never a dull moment in Belgium.  Kijk, als men met failed state bedoelt dat het federaliseringsproces een veelkoppig monster heeft gebaard, met bestuurslagen die als een lasagne op elkaar werden gestapeld, dan ga ik akkoord. Net als de Belgen, want niemand is enthousiast over het resultaat. Maar het is dan wel een failed state waar het merkwaardig goed leven is, en er zijn tijdens dat langgerekte proces van mislukken opmerkelijk weinig doden gevallen. Dat is trouwens een trend die ik als historicus zie: sinds de jaren dertig is de Belgische maatschappij steeds vreedzamer geworden. 

in The sorrows of Belgium poneert u dat na de bevrijding de kans werd gemist om de Belgische staat op een moderne leest te schoeien. Precies daardoor kwam het proces van decentralisering op gang waaruit het veelkoppig monster werd geboren. Kunt u dat nader verklaren?

Conway: Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog zie je in verschillende West-Europese landen politieke aardverschuivingen. Frankrijk kreeg een nieuwe republiek, in Duitsland moest de staat vanaf de grond worden heropgebouwd. En wat veranderde er in België? Vrouwen kregen stemrecht, verder bleef het politiek systeem ongerept. Aan de rigide grondwet van 1830 werd niet geraakt, België bleef dezelfde gecentraliseerde staat met negen provinciën. Daarmee negeerde men enkele fundamentele veranderingen in de samenleving. Bij de stichting in 1830 golden drie grondbeginselen: België was een monarchie, de macht lag in handen van de bourgeoisie, het land was Franstalig. Met die ingrediënten probeerde men een nationale identiteit te kneden. Tijdens en na de oorlog kwamen die principes om diverse redenen op de helling te staan, maar die realiteit werd genegeerd. Misschien bekijk ik het door een gekleurde bril, maar mijn land draagt daarin een grote verantwoordelijkheid. België viel na de bevrijding door de geallieerden onder Brits bestuur. Wij waren het die België in een vooroorlogs keurslijf hebben gedwongen, met twee sleutelbeslissingen. De Britten hebben de terugkeer van koning Leopold verhinderd. Anderzijds hebben ze ervoor gezorgd dat de macht niet in handen viel van nieuwe groepen die tijdens de oorlog waren opgestaan. Het ancien régime van Spaak en co werd met Britse steun opnieuw geïnstalleerd.

okay, maar waar zit de link tussen het missen van een constitutionele update na de bevrijding en het federaliseringsproces dat pas dertig jaar later op gang kwam?

Conway: Je kunt je afvragen of het hele decentraliseringsproces wel op gang was gekomen had België na de oorlog een nieuwe grondwet gekregen. Laat staan of we hetzelfde verloop hadden gezien, met horten en stoten, geritmeerd door regeringscrises en staatshervormingen. Toegegeven, dit is een typische ‘wat als’-redenering waar historici dol op zijn. Toch blijf ik ervan overtuigd: het Belgische federaliseringsproces was geen historisch fataliteit zoals velen beweren. En ik verzet me ook tegen simplistische verklaringen die alleen de linguïstische dimensie van dat proces benadrukken.

het Vlaamse streven naar autonomie als houtworm in de constructie van het Belgique à papa. Klopt dat beeld dan niet? 

Conway: De opkomst van het Vlaams nationalisme is  een factor van belang, maar dat geldt evengoed voor de teloorgang van de zware industrie in Wallonië. Verschillende oorzaken  hebben elkaar versterkt, maar feit is dat het ontmantelen van de federale staat een project van de politieke elites was, met weinig populaire steun. De Vlaamse Christendemocraten en de Waalse socialisten hadden verschillende drijfveren maar wel een gemeenschappelijk belang. Beiden stuurden erop aan zoveel mogelijk macht en middelen naar de regio’s over te hevelen omdat ze daar meer controle hadden. Het volk stond erbij en keer ernaar, naar de mening van de Belgen werd nooit gevraagd. Historici die naar de tweede helft van de 20ste eeuw kijken, kunnen maar één conclusie trekken. Nationalisme is altijd een minderheidsstroming geweest. Op geen enkel moment was een meerderheid gewonnen voor onafhankelijkheid, in Vlaanderen net zomin als in Wallonië.

bij de N-VA zullen ze dat niet graag horen. Tijdens de recente 11 juli viering werden Vlamingen door onder anderen minister-president Geert Bourgeois (N-VA) tot meer fierheid aangespoord. Dat is haast een ritueel, net zoals de jammerklacht dat Vlamingen wars zijn van leeuwenvlaggen en Vlaamse hymnen. Waarom kunnen we ons niet aan het voorbeeld spiegelen van Catalanen en Schotten die hun nationale identiteit complexloos omhelzen?

Conway: Omdat de verschillen groter zijn dan de gelijkenissen. Anders dan in Catalonië en Schotland is het Vlaams nationalisme nooit tot een echte volksbeweging uitgegroeid.  Vlaamse onafhankelijkheid slaat niet aan als politiek project, daarvoor is het besef van interne verdeeldheid te groot. Ik vind dat een geruststellende gedachte. Vlamingen zijn in het algemeen te intelligent om te geloven in slogans zoals ‘vrijheid door onafhankelijkheid’.

begin deze eeuw leek het ideaal van Vlaamse onafhankelijkheid een doorstart te nemen. Vlaanderen zou misschien geen onafhankelijke republiek worden, maar wel een autonome regio in een Europees verband. Is die light versie wel een leefbaar politiek project?

Conway: Ik vrees ervoor. Ook in België is de Europese gedachte niet meer wat ze geweest is. Vijftien jaar geleden noemden studenten in Leuven of Gent zich als vanzelfsprekend overtuigd Europeanen. Vandaag kun je daar niet meer van uitgaan. Europa is een symbool voor bureaucratie en geldverspilling geworden, zelfs in België.

by the way, hoe is het Brexit-referendum bij de academische community van Oxford aangekomen?

Conway: ‘Als een mokerslag, het heeft maanden geduurd vooraleer het besef doorsijpelde. Nog altijd heerst een rouwstemming, alsof we een dierbaar familielid hebben verloren. Je zult echt veel moeite moeten doen om in Oxford iemand te vinden die voor de Brexit heeft gestemd. Het is nu meer dan een jaar geleden, maar het houdt iedereen nog altijd enorm bezig. Je kunt geen glas gaan drinken of het gesprek komt vroeg of laat op de Brexit.

vreest de universiteit ook praktische gevolgen?

Conway: Uiteraard, we hebben hier heel veel Europeanen, zowel studenten als wetenschappers. Oxford is sterk genoeg om deze slag te overleven. De vraag is echter waar we binnen tien jaar zullen staan. Zal Oxford dan nog altijd de plek zijn waar jonge, clevere Europeanen naartoe komen om hun carrière te lanceren? Of wordt Oxford een buitenpost, afgesneden van het Continent zoals de rest van het land? Grenzen verschuiven, ook mentaal. Moskou en Istanbul hoorden soms wel en dan weer niet bij Europa. Ooit lag Algiers in de Europese Gemeenschap, er zijn nog kaarten uit de late jaren vijftig van vorige eeuw die dat bewijzen. De uitdaging bestaat erin na de Brexit de banden met het Continent te behouden, anders dreigen we het Algiers van deze eeuw te worden.

misschien komt de Brexit er wel nooit, zoals de toekomstige LibDem-leider Vince Cable onlangs liet uitschijnen. Gelooft u dat het nog kan vermeden worden, bijvoorbeeld met een nieuw referendum?

Conway: Zeg nooit nooit, Britten hebben net als de Belgen aanleg voor politiek pragmatisme. In gesprekken met collega’s en vrienden gaat het daar vaak over. Het besef zal doorsijpelen dat de Brexit onmogelijk is wegens te complex en te duur. Misschien moeten we wachten op een nieuwe generatie politici. Binnen een jaar of vijf zullen die dan een oplossing vinden. Geen volledig lidmaatschap, maar een soort associatie die het lidmaatschap voor drievierden overlapt. Maar er zijn vele scenario’s denkbaar, bijvoorbeeld dat een revanchistische Tory-fractie het land op sleeptouw neemt, nog verder weg van Europa, in een soort Noord-Atlantische alliantie met de Verenigde Staten. De manier waarop Theresa May president Trump het hof maakt, is nu al ronduit gênant. Wat een belabberd figuur slaan we in de internationale gemeenschap, zeker naast Frankrijk en Duitsland. De vraag is trouwens of het Verenigd Koninkrijk deze constitutionele revolutie _ want dat is waar de Brexit op neerkomt _  wel overleeft.

vreest u heus voor het voortbestaan van het Verenigd Koninkrijk?

Conway: Ieder land dat zichzelf ‘verenigd’ moet noemen, heeft duidelijk een probleem met zijn interne samenhang. In vele opzichten is het VK een kunstmatig land, met verschillende rechtssystemen en grondwettelijke voorzieningen die per landsdeel verschillen. Wat houdt de boel samen? De symboliek van het koningshuis en enkele mythes die een collectief gedeeld verleden moeten oproepen. Ik betwijfel of dat sterk genoeg is om de schok van de Brexit te doorstaan. Weet u, toen twintig jaar geleden het proces van devolutie op gang kwam en de Schotse queeste voor autonomie in een stroomversnelling belandde, heb ik voorspeld dat we nog eerder het einde van het Verenigd Koninkrijk dan dat van België zouden meemaken. Dat was toen als boutade bedoeld, maar nu niet meer.

waarmee we terug bij uw favoriete buitenland zijn beland. België, al enkele decennia voorwerp van Britse spot. Name three famous Belgians, is zo’n staaltje van ironie op onze kap. Kunt er drie noemen?

Conway: (lacht) Meer dan drie zelfs.

Eddy Merckx? Stromae?

Conway: Nee, God beware me! Ik denk dan eerder aan enkele politici met Europese alllure. Paul-Henri Spaak of Herman Van Rompuy, die horen er altijd bij.