Tagarchief: prostitutie

Payoke-bezielster Patsy Sörensen over Bart De Wever en loverboys

Knack, 8 augustus 2018

“Ik weet dat ze het bij de Nationale Vrouwenraad niet graag horen, maar ik heb geen probleem met prostitutie, zolang er geen uitbuiting aan te pas komt”.

Verontwaardiging is de brandstof waarop Payoke-bezielster Patsy Sörensen draait. Officieel is ze met pensioen, maar de tank is nog niet leeg. Vorige week mocht ze voor het eerst een Antwerps burgemeester als bondgenoot in de strijd tegen de mensenhandel in het Schipperskwartier verwelkomen. Laat de gewezen politica van rood en-groen zich voor de N-VA-kar spannen? ‘Zolang het mijn eigen agenda dient, zie ik geen probleem’.

foto: Hatim Kaghat

foto: Hatim Kaghat

 

Antwerpen Linkeroever. Ergens, in een van de vele identieke torenflats, moet oud-burgemeester Bob Cools wonen. Onze chauffeur grijnst als de naam valt. Bob Cools, de man die haar ooit in volle gemeenteraad vroeg of ze misschien de late shift had gedraaid toen ze op een keer met lichte vertraging haar zitje op ’t Schoon Verdiep kwam innemen. Een goede verstaander had maar een half woord nodig. Patsy Sörensen kwam recht van kantoor in het Schipperskwartier. Van bij Payoke dus, destijds in de wandel bekend als hoerenvakbond. Nee, de partijgenoten Cools en Sörensen waren geen kameraden. Maar bestaat er wel zoiets als vriendschap in de politiek? Tijdens het interview zal ze daarover vooral scepsis tonen. Na haar periode bij de Antwerpse socialisten werd Sörensen verruimingskandidaat op een kartellijst met Agalev. De oversteek leverde haar een schepenmandaat op, gevolgd door een verblijf in het Europees parlement. Een thuisgevoel echter heeft ze er niet gevonden. Politieke warmte komt haar tegenwoordig zelfs uit een heel andere windstreek aanwaaien. Sörensen, in binnen-en buitenland gelouwerd voor haar strijd tegen mensenhandel, wordt steeds inniger aan de borst gedrukt door de N-VA. Vorige week nog bracht burgemeester Bart De Wever een in de media breed uitgemeten bezoek aan Payoke om zijn steun toe te zeggen in de strijd tegen het fenomeen loverboys.

Ze parkeert voor haar deur, een voormalige groentenwinkel in een uitgestorven straat. Ze woont graag op Linkeroever, al was de verhuis uit het drukke Schipperskwartier geen vrije keuze. ‘Ik had het toen aan de stok met het Albanese milieu’, vertelt ze terwijl we uitstappen. ‘Een heftige tijd, ik liep permanent met een kogelvrije vest rond, net zoals mijn man en kinderen. Slapen deden we in de kelder, met een baseballknuppel naast ons bed. Dat was geen paranoia. We ontvingen geregeld doodsbedreigingen, en er werd meermaals bij ons ingebroken. We konden bovendien geen stap buiten zetten of er stonden mannetjes op de loer. Het was geen leven meer’. De Nederlandse Bende van de Miljardair, de Georgische en Russische criminelen van het Falconplein, Albanese pooiers en Hongaarse gangsters, aan vijanden had ze nooit een gebrek. Sinds november is ze officieel met pensioen, maar vanuit het Payoke-kantoor zet ze de strijd onverminderd voort. Straf, want tegelijkertijd levert ze op het thuisfront een ander gevecht, als mantelzorgster. Staf, haar man lijdt al drie jaar aan MSA, een zeldzame en dodelijke spierziekte die Vlaanderen pas leerde kennen toen N-VA-kamerlid Flor Van Noppen eraan stierf. Dat ze intussen een dynamisch bestuurslid van de Belgische MSA-patiëntenvereniging is geworden, zal niemand verbazen. Dat de peter van diezelfde vereniging niemand minder is dan N-VA-minister van binnenlandse zaken Jan Jambon, dat heet dan weer toeval.

geen toeval was de komst van Bart De Wever naar het Payoke-hoofdkwartier in Leguit. Maakt de burgemeester zich zorgen over het fenomeen loverboys?

Patsy Sörensen: Met reden, want het probleem escaleert. Payoke heeft het zowat ontdekt, meer dan twintig jaar geleden. Kasten vol rapporten hebben we erover volgeschreven, maar op het terrein gebeurt er weinig of niks. Beste bewijs: we hebben momenteel 50 dossiers in behandeling. Samen met Child Focus hebben we een rapport geschreven voor de Stuurgroep Tienerpooiers die door Vlaams minister van welzijn Vandeurzen (CD&V) werd opgericht. Een wat misleidende naam, ik verkies zelf de term loverboys. De pooiers zijn immers geen tieners, de gemiddelde leeftijd schommelt tussen 18 en 25 jaar. Tieners, dat zijn de slachtoffers die vaak onherroepelijk beschadigd raken als ze in de klauwen van een loverboy vallen. Onze voornaamste eis is het oprichten van een gespecialiseerd opvangcentrum. We zijn dan ook erg blij dat De Wever zich daar heeft achter geschaard. Als burgemeester, maar ook als partijvoorzitter. Dat is geen detail, want zo’n centrum hoeft niet per se in Antwerpen te staan. Liever niet zelfs, hoe mee afstand tussen slachtoffers en pooiers, hoe beter.

bestaat er dan geen opvang voor slachtoffers?

Sörensen: Toch wel, ze belanden in de bijzondere jeugdbijstand, in gesloten instellingen zoals Beernem of Mol. Helaas werkt dat van geen kanten. Slachtoffers hebben niet alleen psychosociale en pedagogische begeleiding maar ook politioneel toezicht nodig. Nu staan de pooiers hen letterlijk bij de poort op te wachten als ze worden ontslagen. In Mol zitten daders en slachtoffers zelfs samen, sommige loverboys zetten er hun handeltje gewoon verder. Ze geven met de gsm instructies aan handlangers: zorg ervoor dat meisje x zich vanavond naar adres zus of zo begeeft. Het gebeurt ook dat slachtoffers als daders worden behandeld, zoals meisjes die door hun loverboy werden verplicht om andere meisjes te rekruteren. We roepen al jaren om een gespecialiseerd centrum, zoals dat bij ons bestaat voor slachtoffers van internationale mensenhandel. Dat is het schrijnende van de zaak: als Payoke kunnen we wel Nigeriaanse of Albanese slachtoffers helpen en opvangen, maar voor Belgische  minderjarige slachtoffers kunnen we niks doen.

ik kan me inbeelden dat die wantoestand bij N-VA een gevoelige snaar raakt. Net zoals ik me kan voorstellen dat de hele missie van Payoke kan ingepast worden in de strijd tegen de internationale mensensmokkel, een uitwas van migratiecrisis waarvan enkele N-VA- excellenties hun handelsfonds hebben gemaakt. Loert er geen gevaar voor politieke recuperatie?

Sörensen: Je m’en fous! Natuurlijk heeft de N-VA een eigen agenda, zo werkt dat altijd in de politiek. Maar waarom zou ik daar wakker van liggen als die agenda mijn eigen zaak dient? Ik volg de politiek op de voet, ik heb op kieslijsten gestaan en mandaten opgenomen. Maar ik ben nooit een echte politica geweest, politiek was voor mij altijd een middel tot. En jawel, ik heb er veel mee bereikt. De uitbouw van Payoke, nationale wetgeving op mensenhandel, zelfs regelgeving op Europees niveau. Maar ik ben binnen mijn eigen partij vaak op muren en tegenkanting gebotst, bij de socialisten en later ook bij Agalev. Niettemin, ik was er niet gerust op toen de N-VA hier in 2012 de verkiezingen won. De Wever had mij in een interview een extreemlinkse Trotskiste genoemd, bepaald geen koosnaampje in zijn mond. En die man zou burgemeester worden? Nu gaan we het krijgen, dacht ik. Welnu, die vrees bleek ongegrond. Het nieuwe stadsbestuur heeft zich vanaf dag één constructief opgesteld. Zo hebben we een uitstekend contact met OCMW-schepen Fons Duchateau. Ik kan het ook niet helpen, maar de N-VA doet echt moeite voor ons. Niet alleen in Antwerpen, Zuhal Demir vecht als staatssecretaris voor onze financiering. Broodnodig, want de huidige regeling verplicht ons ieder jaar weer om voor onze werkingssubsidies te bedelen. Ook dat hebben we hebben we vorige week bij De Wever aangekaart, en hij heeft beloofd er wat aan te doen. Zijn bezoek is trouwens flink uitgelopen. De Wever staat bekend als een koele kikker, maar bij ons was hij een en al empathie. Ook met Jan Jambon en Theo Francken schiet ik goed op, ze zijn zich allebei al uitvoerig over onze werking komen informeren.

al een partijkaart overwogen? Kost bij de N-VA maar 12,50 euro…

Sörensen (lacht). No way, ik sta op mijn onafhankelijkheid. Het is niet omdat ik met Theo Francken praat, dat ik zijn standpunten over migratie onderschrijf. Fort Europa is niet mijn ideaal. Het blokkeren van alle legale migratiekanalen duwt duizenden Afrikanen in de armen van mensenhandelaars, dat zal je niet gauw uit Franckens mond horen. Overigens, Payoke heeft ook een prima verstandhouding met het kabinet van justitieminister Geens. Moet ik dan misschien ook een CD&V-partijkaart kopen? Nee toch.

klopt Bart De Wevers bewering dat hij de allereerste Antwerpse burgemeester is die een werkbezoek aan Payoke heeft gebracht?

Sörensen:  Ongelooflijk, vind je niet? Koning Boudewijn is in 1992 bij ons geweest, jaren later ook koningin Paola. We hebben ministers over de vloer gehad, buitenlandse delegaties volgen elkaar op. Maar onze eigen burgemeester? Daarvoor hebben we moeten wachten tot vorige week. Okay, ik had De Wever zelf uitgenodigd, nadat hij Payoke tijdens de presentatie van het nieuwe beleidsplan prostitutie een compliment had gegeven. Ik was er die dag zelf niet bij, maar Klaus, mijn opvolger als directeur, viel haast van zijn stoel van verbazing.

hoezo, verbazing?

Sörensen: Het was toch wel een historisch moment. Payoke en Antwerpse burgemeesters, dat is altijd een moeilijk verhaal geweest. Voor Bob Cools was ik de gebeten hond. Met zijn opvolgster Léona Detiège kwam ik beter overeen, ik was toen schepen voor Agalev. Maar ook zij is nooit bij Payoke langs geweest. Met Patrick Janssens had ik dan weer nauwelijks contact. Ja, hij is een keer bij ons over de drempel geraakt. Per ongeluk haast, het was niet gepland. Janssens leidde die dag een Waals politicus rond in het Schipperskwartier. Zijn naam ontglipt me, maar ik had hem kort voordien tijdens het nationaal défilé op 21 juli leren kennen. Toen de delegatie onze voordeur passeerde, wilde hij per se een bezoekje brengen om gedag te zeggen. Met een zuur kijkende  burgemeester in zijn kielzog, hij is zelfs de trap niet opgelopen. Janssens zag Payoke niet zitten, hij vond dat ons werk beter door het OCMW of andere overheidsinstellingen kon worden gedaan.

waarom die animositeit? Payoke is snel doorgegroeid van een soort vakbond voor prostituees tot een nationaal en internationaal erkend expertisecentrum inzake mensenhandel. Toch wel een instelling waarop een progressieve burgemeester trots kon zijn?

Sörensen: Tja, waarom is het scheef gelopen? Botsende karakters zullen wel een rol gespeeld hebben. Naar het schijnt ben ik ben niet altijd even diplomatisch. (lacht) Maar natuurlijk was er meer aan de hand. Bob Cools is een intelligente man, maar hij had het moeilijk met een partijgenoot die het openlijk voor prostituees opnam. En vooral: hij nam me kwalijk dat ik zijn plannen voor de opkuis van het Schipperskwartier tegenwerkte. Het ging om mijn eigen buurt, ik denk dat ik alle 4.000 inwoners persoonlijk kende, uiteraard ook de prostituees, in die tijd vooral Belgische, Franse en Nederlandse meisjes. Ik zag de overlast en de problemen, een sanering was noodzakelijk. Maar ik verzette me tegen de willekeur van Cools die in sommige straten met één pennentrek alle bars en ramen wilde schrappen. Het bezoek van Koning Boudewijn aan Payoke heeft onze relatie geen deugd gedaan. Cools was er niet bij, maar de hele démarche werd als een signaal geïnterpreteerd, een striemende terechtwijzing van de burgemeester en andere falende instanties. We spreken hier over de periode toen ik samen met Chris De Stoop de Bende van de Miljardair op de kaart heb gezet, het echte startschot in de strijd tegen de mensenhandel. Die affaire heeft uiteindelijk tot een complete breuk met de socialistische partij geleid.

hoe dan wel?

Sörensen: Ik heb er in 1994 zelf een boek over geschreven, “Maskers af”.  Daarin noem ik man en paard, ook de namen van partijleden die zich door het prostitutiemilieu hadden laten corrumperen. Niet alleen de Antwerpse partijtop was boos, ook voorzitter Frank Van den Broucke reageerde woedend. Pijnlijk, want ik zat destijds samen met onder meer Steve Stevaert, Johan Vande Lanotte en Anne Van Lancker in de Domino-groep over de partijvernieuwing te brainstormen. Na de breuk hebben Paul Goossens en Tom Lanoye me de weg gewezen naar Agalev. Zo ben ik dus schepen geworden en heb ik het Antwerpse prostitutiebeleid in een nieuwe bedding kunnen leggen. Het was een spannende periode, vooral de besprekingen over de toekomst van het Schipperskwartier die in het grootste geheim verliepen. Lastig als je zelf in de buurt woont en werkt. Ik wist perfect wie bij het plan zou winnen en wie zou verliezen, maar ik mocht geen woord lossen. Uiteindelijk raakte het plan, dat ook al voorzag in de komst van een megabordeel, goedgekeurd, vlak voor mijn vertrek naar het Europees parlement. Eindelijk verlost van die lastpak, moeten ze in Antwerpen hebben gedacht. Ook bij Agalev, want het is geen geheim dat ik niet bijster goed kon opschieten met Mieke Vogels. Onder Patrick Janssens werden de relaties met de Stad alleen maar slechter. De contacten verliepen via OCMW-voorzitser Monica De Coninck, iemand die ik al lang kende. Toch heeft uitgerekend zij geprobeerd ons uit het pand in Leguit te zetten, een eigendom van de stad. Gelukkig stond er toen hoog bezoek gepland: koningin Paola. Er moeten beelden van bestaan: Paola die Monica De Coninck voor de camera vraagt hoe het nu zit met de huisvesting van Payoke…

ingeving van het moment?

Sörensen  Laat ons zeggen dat de koningin haar huiswerk goed had gemaakt. En dat wij haar daarbij een handje hebben geholpen. (schaterlacht). Feit is dat haar bezoek zijn effect niet heeft gemist. Ineens hing De Coninck aan de lijn met de vraag om de uitzettingsbrief te verscheuren. We hebben er niks meer van gehoord en huizen nog altijd in Leguit.

foto: Hatim Kaghat

foto: Hatim Kaghat

Payoke heeft blijkbaar een rechtstreekse lijn met Laken. Wijlen koning Boudewijn was zoals bekend geschokt door de verhalen die Chris De Stoop in dit blad publiceerde over moderne slavernij in de rosse buurten van zijn rijk. Op 28 oktober 1992 bracht hij een verrassingsbezoek aan Payoke om er met slachtoffers te praten, wat aanleiding gaf tot zoutloze grappen over Boudewijn die voor het eerst naar de hoeren ging. Hoe belangrijk was dat bezoek voor Payoke?

Sörensen: Enorm, dat heeft alles veranderd. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Eerst dat verrassende telefoontje: van Ypersele, de kabinetschef van Boudewijn aan de lijn. Dat de koning Payoke wilde bezoeken. En of wij een scenario konden bedenken? Ik ben toen naar Laken moeten rijden om alle details te bespreken. Voor de buitenwacht was het een verrassingsbezoek, maar in feite kwam er geen improvisatie aan te pas. Na Boudewijns passage gingen ineens alle deuren open. Ministers, staatssecretarissen, topambtenaren en hoge politieofficieren, ze stonden in de rij om met ons te praten. Boudewijn heeft veel meer gedaan dan een luisterend oor verlenen aan enkele gewezen prostituees, hij heeft zich met zijn volle gewicht achter onze eis geschaard om aan slachtoffers van mensenhandel een verblijfsstatuut en opvang te geven. Met resultaat, dat statuut is er opvallend snel gekomen. Mede dank zij Boudewijn is ons land een koploper geworden in de strijd tegen mensenhandel, met Payoke als expertisecentrum. Dat is geen overdrijving. In 2014 hebben de Belgische, Nederlandse en Hongaarse justitie een bende opgerold die in twee jaar tijd 400 meisjes in Gent en Den Haag had geplaatst. Het Belgische luik van het onderzoek, dat hebben wij samen met het Gentse parket gevoerd. Als het over mensenhandel gaat, komt ook het federaal parket haast altijd bij Payoke aankloppen. Ik ben de voorbije vijfentwintig jaar de halve wereld rondgereisd om onze aanpak toe te lichten. Europol, Frontex, de VN blauwhelmen, ik ben overal gaan spreken. Cuba heeft me uitgenodigd, rechtstreeks via Castro’s dochter die per se iets wilde ondernemen tegen de mensenhandel in haar land. Ik heb in China, Afghanistan, Nigeria, Albanië en Irak gewerkt. Naar Syrië ben ik vijf jaar op en af gereisd, tot daar de burgeroorlog uitbrak.

wat deed u daar?

Sörensen: Ik werd gevraagd door de Syrische ambassadeur bij de Europese Unie. Bedoeling was twee vluchthuizen uit de grond te stampen, in Damascus en Aleppo. Het plan kreeg de rechtstreekse steun van het regime, vooral mevrouw Assad was er nauw bij betrokken. We kregen dus alle medewerking, maar tegelijkertijd voelde je dat er iets niet in de haak was. Syrië was een echte politiestaat. Iedereen wantrouwde iedereen, ook wij werden constant in de gaten gehouden. Ik heb er zelf de stekker uitgetrokken kort voor de burgeroorlog uitbrak, maar de tekens aan de wand waren duidelijk. Vlak naast ons opvanghuis in Damascus was een pand waar de politie opposanten folterde, we konden het gewoon horen. Een van onze meisjes, pas bevallen na een verkrachting, werd weggehaald en naar het martelcentrum gebracht. Omdat haar broer een terrorist was, zo werd er gefluisterd. Dat fluisteren mag je letterlijk nemen, want door de angstcultuur durfde niemand hardop te praten over gevoelige zaken. We hadden een arts in dienst, een Mexicaanse die met een Syriër was getrouwd. Soms werd ze door de buren opgevorderd om gemartelde slachtoffers weer op te lappen of bij te brengen.

het ontbreekt in uw carrière niet aan sterke anekdotes. U werd met de dood bedreigd, aangevallen met een bunsenbrander, raakte verwikkeld in nachtelijke achtervolgingen in Limburgse bossen. Het is maar een greep uit de voorbereidende research. Allemaal waarachtig of ietwat aangedikt door journalist of verteller?

Sörensen: Allemaal echt gebeurd. Kijk, ik ben van nature nieuwsgierig. Als een onbekende me belt en zegt dat hij me na zonsondergang op een afgelegen plek wil spreken, dan ga ik er naartoe, louter om te weten wat er dan gaat gebeuren. En wees gerust, ik heb nog niet alles verteld. Zoals die keer in dat megabordeel in Szentendre, een stad vlakbij Boedapest. Het moet 1995 zijn geweest, ik had me er binnen gebluft als eigenares van een Luxemburgs bordeel op zoek naar nieuwe meisjes. In feite was ik er om een spoor na te trekken, het had te maken met hardcore pornovideo’s die toen in Hongarije werden gedraaid. Ik zie die club nog zo voor me: tientallen meisjes, het krioelde er van de Russische maffiosi. Ik heb toen nog een meisje helpen ontsnappen dat op het punt stond aan een pooier re worden doorverkocht.

na dertig jaar kunt u de balans opmaken: is de mensenhandel op zijn retour?

Sörensen: Nee. Het is net zoals met drugs, er valt zoveel geld mee te verdienen, dat het nooit zal verdwijnen. We hebben de voorbije dertig jaar natuurlijk een enorme weg afgelegd in de bestrijding van het fenomeen. Helaas loopt het de laatste tijd weer wat stroever, omdat de strijd tegen het terrorisme bij de politie veel energie en mankracht heeft weggezogen. Prostitutie trekt de meeste aandacht, maar in feite is dat misleidend. Mensenhandel gaat veel breder, Payoke vangt tegenwoordig meer slachtoffers van economische dan van seksuele exploitatie op, vooral mannen zelfs. Ook daar hoor je schrijnende verhalen. Mannen en vrouwen die op weg naar Europa werden mishandeld en vernederd, om zich hier vervolgens in abominabele omstandigheden te laten uitbuiten. Ze wassen auto’s in de carwash, kloppen marathondiensten in nachtwinkels en restaurants,  maken wc’s schoon, als ze al niet gedwongen worden om te bedelen. Altijd voor een hongerloon, want het echte geld gaat naar de mensenhandelaars. Het is je reinste slavernij.

heel wat feministen ijveren voor een verbod op prostitutie. Zoals in Zweden, waar klanten van prostituees worden vervolgd. U heeft die piste altijd afgewezen. Waarom?

Sörensen: “Ik weet dat ze het bij de Nationale Vrouwenraad niet graag horen, maar ik heb geen probleem met prostitutie, zolang er geen uitbuiting aan te pas komt”. Dat is trouwens altijd al de visie van Payoke geweest: we vechten niet tegen prostitutie maar tegen mensenhandel. Kijk, Nigeriaans meisjes zitten haast altijd in de greep van een voodoopriester, nog zo’n fenomeen dat Payoke een kwarteeuw geleden als eerste heeft gesignaleerd. We werden toen bij de politie uitgelachen, het ging er niet in dat meisjes konden afgedreigd worden met een morsig zakje met wat haarlokken, vingernagels of bloederige smurrie. Intussen weten ze wel beter, dat morsig zakje is haast altijd een sterke aanwijzing voor mensenhandel. Maar wat ik daarmee bedoel: Payoke heeft al heel wat Nigeriaanse meisjes geholpen om met hun voodoopriester te breken. Toch zie je dat sommige van die meisjes na hun verblijf in ons centrum vrijwillig naar het vak terugkeren. Dat lijkt onbegrijpelijk, maar je moet het vanuit hun standpunt bekijken. Na jaren van uitbuiting krijgen ze eindelijk de kans om voor eigen rekening te werken en er echt aan te verdienen. Een jaar in de prostitutie, en ze kunnen met opgeheven hoofd en een gevulde portefeuille naar Nigeria terugkeren. Daar heb ik geen probleem mee.

op jullie website staan schokkende getuigenissen. Meisjes die jarenlang brutaal werden mishandeld, of door hun eigen moeder aan pooiers worden verkocht. Dat heet dus dagelijkse kost bij Payoke. Hoe houdt u dat al dertig jaar vol? Met een dikke laag eelt op de ziel?

Sörensen: Nee, geen eelt op de ziel. Dat zou dodelijk zijn voor de motivatie. Ik word nog altijd kwaad als ik met zulke toestanden word geconfronteerd. Verontwaardiging is de brandstof waarop ik draai.

Alhambra, het openluchtbordeel van Brussel

verschenen in Zeno, weekendbijlage De Morgen, 21 april 2012

Hoerenlopers zijn wild van de Brusselse Alhambrawijk. Altijd verse aanvoer van  Oost-Europese meisjes, ook liefhebbers van Marokkaanse travestieten en Ecuadoriaanse transseksuelen vinden er hun gading. De bewoners van deze dichtbevolkte buurt rond de KVS zijn minder enthousiast. Nachtlawaai, wildplassen, zwerfvuil, agressie, de frustraties lopen hoog op. Tippelen wordt een verkiezingsthema in de Europese hoofdstad.

 

Zaterdag, twee uur ’s nachts. Het is feest in de Tropicana. Op de stoep voor het café staat een bont gezelschap te dollen. De dames zijn zonder uitzondering kort gerokt en voorzien van diepe décolletés. Bij de heren geldt er geen dresscode, patsers in trainingspak staan schouder aan schouder met heren in kostuum en schlemielen op afgetrapte schoenen.

Het feestje deint uit naar de stoep van de buren, de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Het imposante theatergebouw is al lang uitgestorven, maar de verkeersdrukte doet vermoeden dat er een première op til is. Een colonne van wel tien auto’s is in de Lakensestraat tot stilstand gekomen. De stop van de flessenhals zit om de hoek met de Hooikaai. Saab mag dan een dood merk zijn, de cabrio van de Zweedse constructeur is nog altijd een bak om mee te pronken. Twee bruingebrande kerels in T-shirt, zonnebril op de neus als was het hoognoen, zijn voor de deur van de Tropicana gestopt. Uit de luidsprekers schalt salsamuziek, ze  laten zich uitgebreid door de meisjes bewonderen. Het is de wereld op zijn kop, alsof zij het zijn die hun lichaam moeten verkopen. Achterin wordt getoeterd, geblokkeerde chauffeurs verliezen hun geduld.

Een half uur geleden stonden we zelf in de file. We namen in de tunnel uitrit Ijzer en reden het carrousel d’amour om meisjes te tellen. Na het drukbezette kruispunt Koopliedenstraat-Lakensestraat raakten we de tel al kwijt. De Tropicana, de Hooikaai, de Van Gaverstraat, met kladden tegelijk stonden ze op de stoep. Waren het er veertig of vijftig? Het is alleszins een conservatieve schatting die geen rekening houdt met de meisjes die op het moment van onze passage klanten aan het afwerken waren, noch met de collega’s die hun diensten op en rond de Jacqmainlaan aanbieden. Niemand kent het exacte cijfer, maar feit is dat Brussel Stad een attractie telt die in geen enkele toeristische gids prijkt. Nochtans zijn er weinig Europese hoofdsteden die dit spektakel kunnen aanbieden: een bruisende tippelzone in het hart van een drukke woonwijk.

We hebben de chronometer ingedrukt. Vijf minuten duurt een ritje op het carrousel d’amour. Zoals het peloton in een kermiskoers duikt de karavaan weer de Hooikaai in. De Saab ligt nog altijd aan de leiding, maar in het pak zijn auto’s verdwenen en door nieuwkomers vervangen. Wie zijn de afvallers? Klanten die hun gading hebben gevonden en opgepikt? Of toeristen die hun voyeurisme hebben bevredigd? Vijf minuten is de omlooptijd voor wie het officiële circuit volgt. De Brusselse politie heeft her en der betonblokken geplaatst om de verkeersoverlast voor de bewoners te beperken. Vroeger reden de hoerenkijkers ultrakorte lussen via de  onooglijke Van Gaverstraat, tegenwoordig moeten ze de hele Hooikaai uit om dan een halve kilometer via de kleine ring terug naar start te rijden. Maar er zijn ook valsspelers die een stukje spookrijden om via de Arduinkaai terug te draaien, langs de redactie van deze krant terug naar de KVS waar ze met aanzienlijke tijdwinst aan een nieuwe ronde beginnen. Een BMW met spoiler trekt met gierende banden op. Bronstig, zowel auto als chauffeur.

De Alhambrawijk, genoemd naar een reeds lang verdwenen theater, valt grofweg te situeren tussen de Jacqmainlaan, de Handelskaai, de Arduinkaai en de kleine ring. Behalve de KVS en het Franstalige Théâtre National zijn er weinig opvallende gebouwen. Maar ondanks de afwezigheid in de Brusselse citymarketing lokt Alhambra heel wat buitenlanders. We bespeuren vier Franse en één Duitse nummerplaat in de karavaan. Niemand die ervan opkijkt, de Franse invasie op vrijdag en zaterdagavond is een traditie. Anders dan in België is prostitutie bij onze zuiderburen verboden, reden waarom behoeftige mannen uit Noord-Frankrijk massaal de grens oversteken. Er zijn faciliteiten dichterbij huis, de steenwegen om en rond  Kortrijk, Gent en Moeskroen zijn met bars bezaaid. Toch kijken vele Fransen niet op honderd extra kilometers naar Brussel, een stad die ook op het vlak van prostitutie de claim van Europese hoofdstad hard maakt. Het aantal sekswerkers wordt op 5.000 geschat, alle categorieën inbegrepen, van escorte over raamprostitutie en paaldanseressen tot diensters van massagesalons. Over het aandeel van de straatprostituees, een beroep met meer verloop dan voetbaltrainer in de Jupiler League, bestaan geen exacte cijfers. Bij de zedenbrigade van de Brusselse politie houden ze op minstens 250, verdeeld over de Louizalaan en de Alhambrawijk.

Prijs-kwaliteit

Straatprostitutie geldt als de laagste trap binnen de sector. Maar noblesse oblige, de mondaine Louizalaan staat net iets beter aangeschreven dan de Alhambrawijk. Tippelen gebeurt er discreter, de prijzen liggen hoger en de afwerkhotels zijn net iets chiquer dan rond KVS. Op gespecialiseerde sites voor hoerenlopers worden de voor en nadelen van de verschillende prostitutiebuurten druk besproken. Alhambra krijgt lof voor zijn prijs-kwaliteitverhouding en gevarieerd aanbod. Altijd verse aanvoer van Bulgaarse, Roemeense en Albanese meisjes, ook liefhebbers van Marokkaanse travestieten of Ecuadoriaanse transseksuelen komen er aan hun trekken. Vijftig euro voor een beurt plus twintig voor de kamer is de norm, maar het kan goedkoper mits goed onderhandelen. Zonder condoom? Valt te bespreken in de Alhambrawijk. Op de sites staan echter ook waarschuwingen. Het gaat er soms ruig aan toe, er worden al eens klanten overvallen of portefeuilles in kamers gepikt, en voor de schone straten moet men er ook niet zijn.

“Er wordt nochtans schoongemaakt”, geeft Hugues Goossens toe. “Iedere ochtend passeert de straatveger met zijn kar om de smurrie van de voorbije nacht op te ruimen. Niet dat het veel uithaalt. Het tippelen stopt nooit, vanaf acht uur zijn de eerste hoeren al op post. Etensresten, lege sigarettenpakjes, ze gooien alles zomaar op straat. Tegen ’s middags ligt het hier weer vol”. Kaderwinkel Goossens, al drie generaties lang uw adres voor lijstwerk op maat, ligt in het eerste, smalle stuk van de Hooikaai. Zaakvoerder Hugues kent de buurt als zijn broekzak, hij is opgegroeid in de schaduw van le théâtre flamand. Voor zijn eigen zoon heeft hij andere plannen. “Ik wil weg”, zegt hij. “De zaak kunnen we niet verhuizen, maar dit is geen buurt meer om te wonen, laat staan een kind op te voeden. Gelukkig verkopen we veel via het internet, want steeds meer klanten blijven weg. Vooral vrouwen vinden het vervelend om door hoerenlopers te worden aangeklampt met de vraag hoeveel het moet kosten. Er zijn hotelletjes in de buurt, maar sommige hoeren werken hun klanten liever op straat af. De inham van de parkeergarage naast mijn deur, de wasserette naast de Tropicana, Jan en alleman mag meekijken”.

“Het ergste is het nachtlawaai. Ze staan constant onder je raam te tetteren, om de haverklap passeert een rijdende discotheek door de straat. Ik heb de bedden al naar de achterkant verhuisd, maar dat helpt niet veel. ‘s Nachts is de sfeer veel grimmiger dan overdag. Heel wat van die meisjes staan stomdronken of apenstoned op de stoep, ze vechten of maken ruzie om elke klant. Ik ben al een paar keer uit mijn krammen geschoten, maar wat haalt het uit? Je jaagt ze weg, en vijf minuten later staan ze opnieuw voor je deur. We hebben pech met de ligging, dit schijnt de beste plek te zijn voor de business. Ze kunnen zich aan weerskanten van de straat opstellen, en als het regent gaan ze onder het balkon van de KVS schuilen. De politie? Ik neem zelfs de moeite niet meer om ze te bellen. Als je protesteert, verwijzen ze naar burgemeester Thielemans (PS), maar die steekt geen vinger uit. Ja, ze hebben betonblokken geplaatst. Goed voor de bewoners van de betrokken straten, maar bij ons is het alleen maar erger geworden. Ik snap ook niet hoe een café als de Tropicana kan openblijven, terwijl iedereen weet dat het daar voor pooiers en surveillanten zit. Okay, ze hebben het al eens gesloten. Maar de Tropicana heeft twee entrees. Ze sluiten het op de Lakensestraat, en even later levert de Stad een nieuwe vergunning af voor de Hooikaai”.

Anders dan de beruchte Aarschotstraat is de Alhambrawijk niet historisch vergroeid met de prostitutie. “Hier werd nooit getippeld”, zegt Hugues. “Ja, aan de kant van de Jaqmainlaan stonden altijd wel een paar Belgische straatmadelieven. Maar de Lakensestraat? Jamais. Tot in 1999, toen is de invasie begonnen. Bulgaarse en Roemeense meisjes werden met tientallen tegelijk voor onze deur gedropt”. Niet dat die meisjes rechtstreeks uit Oost-Europa kwamen, de meesten waren gewoon de kleine ring overgestoken. Traditioneel immers was de Koning Albert II-laan, een brede expresweg met gescheiden rijrichtingen die dwars door de Noordwijk loopt, de plek waar automobilisten een prostitué oppikten. Eind jaren negentig echter werd de tippelzone door de politie opgedoekt. Onder druk van Belgacom, wordt gezegd, de top van de het telecombedrijf vreesde voor reputatieschade als klanten bij het verlaten van het glazen hoofdkwartier door hoertjes werden opgewacht. Andere bronnen schrijven eenzelfde lobbyfunctie toe aan de Vlaamse gemeenschap. De ambtenaren van het bekende Boudewijngebouw plegen ’s middags hun boterhammen op te eten in het plantsoen van de Albert II-laan. De aanblik van gebruikte condooms, drugspuiten en andere viezigheid deed de appetijt geen deugd.

1999 is niet toevallig het jaar waarin het Alhambracomité werd gesticht. “Straatprostitutie hoort niet thuis in een woonwijk”, zegt voorzitter Jan Leerman. “In Antwerpen hebben ze dat al lang begrepen, daar hebben ze de straatprostitutie uitgeroeid door de klanten te beboeten. Voor mijn part moeten ze in Brussel zover niet gaan, er bestaan alternatieven. In verschillende Nederlandse steden hebben ze buiten het centrum gedoogzones ingericht, met camerabewaking, sanitaire voorzieningen en luifels waar de meisjes kunnen schuilen. Waarom kan dat niet in Brussel? Er zijn genoeg plaatsen waar kan getippeld worden zonder overlast”. Leerman woont sinds 2001 in de wijk waar hij een bed & breakfast uitbaat. “Sommige buitenlandse gasten geloven hun ogen niet”, zegt hij. “Dat zoiets kan in de hoofdstad van Europa. Voor toeristen is het misschien een boeiend schouwspel, maar voor de bewoners is het een hel. Sommigen gaan door het lint van het lawaai. Er is al eens iemand met een honkbalknuppel in aanslag op de meisjes afgevlogen. Een emmer water uit het raam kiepen, ook dat is al voorgevallen. Extreem? Het verbaast met dat er nog geen ergere zaken zijn gebeurd”.

Camera’s

Het Alhambracomité protesteert al twaalf jaar tegen de overlast van de straatprositutie. Op de website staan getuigenissen en videofilmpjes die de wantoestanden moeten illustreren, burgemeester Thielemans mocht al vier petities in ontvangst nemen. “Zonder resultaat”, zegt Leerman. “De burgemeester kent nochtans de problemen, hij woont hier om de hoek. Hij heeft ons al meermaals ontvangen. Altijd hoffelijk, hij wekt de indruk dat hij echt naar onze grieven luistert. Maar meer dan pleisters op een houten been heeft dat niet opgeleverd. Neem nu de twee camera’s die ze 2007 in de Lakensestraat hebben geplaatst. We hadden gehoopt dat die ontradend zouden werken,  maar het tegendeel is waar. De meisjes zoeken de camera’s juist op, omdat ze zich veiliger voelen wanneer de politie een oogje in het zeil houdt. Ach, we botsen op een muur van onverschilligheid, Waarover klagen jullie, kregen we ooit van een politiecommissaris te horen. Vergeleken met pakweg de Anneessenswijk is dat beetje overlast een luxeprobleem. Ook de burgemeester laat graag uitschijnen dat we kleinzerig zijn en dat straatprostitutie bij een grootstad hoort. Bullshit, ik heb jarenlang in New York gewoond, ik ben thuis in Berlijn. Daar heb je geen straatprostitutie, net zomin als de hopen zwerfvuil waar de Brusselse straten al jaren vol mee liggen”.

De tippelprostitutie belooft een hot item te worden in de verkiezingscampagne. Oppositiepartijen MR en VLD trokken onlangs op studiereis naar het Antwerpse Schipperskwartier. De liberalen zijn vastbesloten de onvrede in de Alhambrawijk tegen PS-burgemeester Thielemans uit te spelen. “Ik begrijp de burgemeester niet”, zucht Leerman. ”Deze wijk heeft veel potentieel. De voorbije jaren werden aan de lopende band huizen opgekocht en gerenoveerd, vaak door jonge eigenaars. Overlast van de prostitutie? Valt nogal mee, denken ze in het begin, die van het buurtcomité overdrijven. Tot ze hier effectief wonen en de realiteit aan den lijve ondervinden, ook ’s nachts. Na een jaar of twee zie je uit de buurt wegvluchten. De Stad heeft hier trouwens zelf zwaar geïnvesteerd, vooral in de renovatie van de KVS . We hadden gehoopt dat ze na de heropening van de schouwburg eindelijk komaf zouden maken met de prostitutie, maar niks van. Ze doen alsof de KVS op een eiland ligt”. 

Men kan in de Tropicana ook koffie drinken en zich in een gewoon café wanen. Het is middag, de zon schijnt over Brussel. Geen betere plek om de polsslag van de grootstad te voelen dan een tafel in dit groezelige hoekcafé. Aan de overkant van de drukke Lakensestraat zijn bouwvakkers een opvallend Jugendstilgebouw aan het opknappen. Het pand, eigendom van het Brusselse OCMW,  is een baken van hoop en nieuwsgierigheid in de buurt. Binnenkort moet hier de Flamingo opengaan, de nieuwste creatie van de horecatycoon Frédéric Nicolay die in Brussel al een stuk of dertig hippe cafés en restaurants heeft ingericht. Bonsoir Clara, de Potemkim, Café Central, Bar Beton, Zebra, alles wat deze 42-jarige Brusselaar aanraakt, verandert in goud. Zal de Flamingo, die nog voor de zomer moet opengaan, de buurt een lift geven en de prostitutie als sneeuw voor de zon doen verdwijnen? Sommige buurtbewoners durven erop te hopen, maar de scepsis overweegt. Van de heropening van de KVS werd geleden eenzelfde effect verwacht, het is alweer zes jaar geleden.

Toegegeven, de indruk van normaliteit in de Tropicana vergt van de observator een grote dosis argeloosheid. Meisjes lopen binnen en buiten. Zonder consumeren, gekleed om subiet een kou te vatten. En wie zijn de mannen die uitgerekend dit etablissement hebben uitgekozen om hun dorst te lessen? Klanten, voyeurs, pooiers? Dat laatste is weinig waarschijnlijk. Prostitutie is in België niet verboden, pooierschap wel. De meeste souteneurs zijn wel zo slim hun personeel van op afstand te controleren. Met de gsm, of via een surveillant, doorgaans een ervaren prostitué die op straat een oogje in het zeil houdt en het werk verdeelt. We staken ons licht op bij Espace P, een door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde organisatie die sociale, juridische en medische bijstand verstrekt aan sekswerkers. Heel wat prostituees werken voor eigen rekening, kregen we te horen. De Oost-Europese meisjes echter, een ruime meerderheid in de Alhambrawijk, staan in regel een flink stuk van hun recette af. Reden genoeg voor de Brusselse zedenpolitie om van mensenhandel te spreken, maar bij Espace P. zien ze dat anders. Meisjes in Bulgarije en Roemenië stappen willens wetens in het vak, klinkt het daar. Dat ze meer dan de helft van hun gage moeten afstaan aan een netwerk of tussenpersoon die hun transfer en naar Brussel of andere wingewesten heeft georganiseerd, dat nemen ze voor lief. Een goede nacht op de Hooikaai levert meer op dan een maand in een Bulgaarse fabriek, heel wat meisjes gaan trouwens wekelijks bij Western Union langs om geld naar het thuisfront te sturen. Espace P. pleit overigens voor een gedoogzone in de Alhambrawijk. “Prostitutie en bewoning hoeven elkaar niet te bijten”; poneerde de verantwoordelijke buurtwerker. “Goede afspraken en meer politiepatrouilles kunnen de overlast beperken. Emmers water over meisjes uitkiepen, dat gaat de sfeer niet vooruithelpen”.

Aan een tafeltje bij het raam zit een Roemeense vrouw te sms’en. Ze huilt stilletjes, misschien is er slecht nieuws binnengelopen. We schatten haar veertig, maar schijn bedriegt. Uit gegevens van de Brusselse zedenpolitie, die zich niet om overlast bekommert maar wel streng op mensenhandel controleert, blijkt dat de overgrote meerderheid van Oost-Europese meisjes tussen de 18 en de 25 zijn. “Vaak gaat het om Roma-vrouwen die thuis een stel kinderen te voeden hebben”, vertelde commissaris Karine Minnen. “Minderjarigen zijn gelukkig zeldzaam, gemiddeld worden er vijf per jaar onderschept en naar de gespecialiseerde opvang doorverwezen. Vroeger pakten we in de Alhambrawijk vaak illegalen op,  maar ook dat is fel verminderd sinds Bulgarije en Roemenië bij de Europese Unie horen”.

De Roemeense dept haar tranen, fatsoeneert haar korset en loopt weer de straat op.  Hoeveel pech moet een vrouw hebben om hier te belanden? Hoe nijpend is de nood op het thuisfront? Alle pogingen tot gesprek met Oost-Europese meisjes lopen helaas spaak. De bemoedigende lach op hun gestifte lippen versterft zodra we onze bedoelingen kenbaar maken. Hun Frans, Engels of Duits is ontoereikend, hun wantouwen overvloedig. Een Bulgaarse vrouw roept de fotograaf op het matje, in vloeiend Frans. Ze wil niet in beeld komen. Niemand mag het weten, en vooral haar Marokkaanse schoonbroer niet. En ook geen details, s’il vous plait, want een schoen kan genoeg zijn om herkend te worden.

Afwerkhotel

Gelukkig lopen we in de Van Gaverstraat Gina tegen het lijf. Deze praatvaar eerste klas heeft haar vaste plek bij de ingang van Studio 2000, het grootste afwerkhotel van de buurt. Ze is half Argentijns, half Italiaans, heeft twaalf jaar in Nederland gewerkt, zowel escorte als tippelen. “Ook in gedoogzones ”, vertelt ze in een mengelmoes van Spaans, Frans en Nederlands. “Fantastisch hoe die Hollanders dat organiseren. Klanten halen bij het binnenrijden vanuit hun raampje een pakje condooms uit de automaat, het zijn echte drive-ins. Inmiddels woon ik al vijftien jaar in Antwerpen, ik pendel iedere morgen naar Brussel. Om vijf uur vijf stop ik ermee, zoals de kantoren. ’s Nachts tippelen? Voor geen geld van de wereld, het is hier veel te gevaarlijk”.

We blijven een poosje bij Gina staan. Veel aantrek heeft ze niet, maar misschien heeft onze nabijheid hetzelfde effect als een bezetbordje voor de deur. Nu is Gina ook niet allemans snoepje. Ondanks haar indrukwekkende boezem blijven we zitten met de vraag: is dit een vrouw of een omgebouwde man zoals haar Ecuadoriaanse vriendin die wat verderop naar voorbijgangers staat te lonken? Op termijn wil ze een schoonheidsalon openen, maar het sparen gaat moeizaam. “Het is crisis”, zucht Gina. “Mannen hebben minder geld voor plezier. Bovendien speelt de concurrentie van het internet, voor honderd euro spreken ze privé af. Duurder dan hier, maar dan zonder verplaatsing naar een risicobuurt. Ik vraag vijftig plus twintig voor de kamer, maar er zijn meisjes die het voor dertig doen. Roemeense, maar ook junks die tot alles bereid zijn. Ik krijg vaak de vraag om het zonder condoom te doen. Ik weiger, maar dan zie ik dat dezelfde klant bij het volgende meisje toch zijn zin krijgt”. Een getunede bulderkar met Bulgaarse nummerplaat en vier gozers aan boord rijdt voorbij, het lawaai is oorverdovend. Ze lopen vast op de betonnen wegversperring waar zich een half dozijn meisjes rond de auto verdringt, even later rijden ze weer achterwaarts en onverrichter zake voorbij.“Toeristen”, snuift Gina minachtend. “Zij zijn het die de meeste overlast veroorzaken, echte klanten houden het liever stil”.

Het is een absurd beeld. Van op een balkon op het eerste waakt de heilige Rita over de binnenkoer van Studio 2000. “Na iedere klant zeggen de meisjes een schietgebedje”, vertelt de gastvrouw. “Instant vergiffenis voor alle zonden”. Gastvrouw, nou ja. Ze kwam toevallig aanlopen toen we met Gina en haar Ecuadoriaanse vriendin stonden te praten. De begroeting was hartelijk, Gina en co zijn dan ook trouwe klanten. De vrouw bleek de zus van de eigenaar te zijn. Nee, haar naam hoeft niet in de krant, maar ze wil wel praten. Overlast? “Kom ’s nachts kijken”, zegt ze. “Dan is het hier gewoon onleefbaar door het lawaai”. De verklaring klinkt merkwaardig uit de mond van een belanghebbende partij. Studio 2000 is een van de drie hotels die volledig op tippelprostitutie teren, al mag die niet hardop worden gezegd. Karine Minnen had het over proxénétisme immobilier, een van de weinige begrippen die in haar Nederlandse woordenschat ontbraken. Vastgoedpooierschap, zo legde de Brusselse politiecommissaris uit, is bij wet verboden. Waarom die wet in de Alhambrawijk niet werd toegepast? Omdat, zo vervolgde ze, er een achterpoortje in de wet schuilt. Zolang uit de prijslijst van de afwerkhotels blijkt dat ze hun kamers ook aan gewone klanten verhuren, hoeft men de eigenaars niet als hoerenmelkers te beschouwen. “Dit is altijd al een daghotel geweest”, zegt de zus van de eigenaar. “Kamers per uur voor de baas die het met zijn secretaresse kwam doen. We maken ons geen illusies. Als er een nieuwe burgemeester komt, is het hier afgelopen met de prostitutie. Maar dat is geen probleem, dan verhuren we onze kamers opnieuw aan overspelige koppeltjes. Wees maar gerust, het loopt zo weer vol”.