Tagarchief: racisme

Denderleeuw, zwart én divers

verschenen in Knack Magazine, 21 november 2018

“Het oude Denderleeuw komt nooit meer terug”

foto: Franky Verdickt

Zwarte Zondag zindert na in Denderleeuw. In enkele centrumscholen met een grote Afro-gemeenschap is de triomf van extreemrechts hard aangekomen. Met vallen en opstaan hadden ze van diversiteit een troef gemaakt, en nu dit. Zelfs een afgeschaft Halloween-feestje wordt als soumission geframed. Knack polst de temperatuur in de laboratoria van Denderleeuw 2.0.

Gemeenteplein, Denderleeuw. Met een honderdtal zijn ze naar de betoging gekomen, mannen en vrouwen van verschillende leeftijden. Ze zwaaien met Vlaamse Leeuw-vlaggen, de rechtse strijduitvoering zonder rode klauwen en tong. Slogans zoals ‘Red de democratie’ en ‘Wij zijn het volk’ weerkaatsten tegen de gevel van het stadhuis. Bedoeling is dat ze doordringen tot de zaal waar straks de eerste gemeenteraad sinds de verkiezingen plaats vindt. Vlaams Belang-fractieleider Kristof Slagmulders warmt zijn achterban per megafoon op. Zijn partij, die op 14 oktober van drie naar negen zetels sprong, wordt buiten de formatiebesprekingen gehouden. ‘Denderleeuw dreigt weer een linkse coalitie te krijgen’, toetert hij. ‘De wil van de kiezer wordt verkracht’. Een van die kiezers is Kamiel Van den Borre. Gedrapeerd in een leeuwenvlag verklaart hij tegenover de correspondent van een regionale krant zijn aanwezigheid. ‘Ge kunt hier ’s avonds niet meer buitenkomen, het is hier precies Zuid-Afrika’.

We laten in het midden wat een gepensionneerde Belang-stemmer zich bij Zuid-Afrika voorstelt. Feit is dat de aanwezigheid van een aanzienlijke groep nieuwkomers met een Afrikaanse achtergrond op de verkiezingsuitslag heeft gewogen. Niet alleen in Denderleeuw waar het Vlaams Belang met 26,2 procent ruimschoots de grootste partij werd. Een boogscheut hiervandaan ligt het intussen veelbesproken stadje Ninove, waar de extreemsrechtse Forza Ninove net geen volstrekte meerderheid behaalde. Lijsttrekker Guy D’haeseleer, Vlaams parlementslid voor Vlaams Belang, draait zijn hand niet om voor wat stemmingmakerij omtrent gekleurde medeburgers. Zijn ‘chocomousse-meme’ met Afrikaanse kinderen werd zelfs door N-VA-voorzitter Bart De Wever als “walgelijk” bestempeld. In Aalst nestelde het Vlaams Belang zich met 17 procent stevig op de tweede plaats, weliswaar op respectabele afstand van de ongenaakbare burgemeester Christophe D’haese die met een opvallend homogene lijst uitpakte. Geen spoor van diversiteit bij de Aalsterse N-VA, onder de 43 kandidaten figureerde wel gewezen Belang-boegbeeld Karim Van Overmeiren die een sterke persoonlijke score neerzette. Het regende de voorbije weken analyses over de nieuwe Zwarte Zondag aan de Dender. Telkens werd de olievlek Brussel geëvoceerd, een niet te stuiten sociologisch fenomeen dat via het spoor en de Ninoofse Steenweg diversiteit en verfransing over deze hoek van Oost-Vlaanderen verspreidt. Even onvermijdelijk werd ingezoomd op  een welbepaalde categorie van nieuwkomers die met de interne migratiegolf in de Denderstreek kwam aanspoelen. Zowel in Aalst, Denderleeuw en Ninove als in Liedekerke en Erembodegem ontstonden de voorbije jaren grote gemeenschappen met roots in Sub-Saharaans Afrika.

Halloween

De snelheid waarmee deze ontwikkeling zich voltrok, blijkt nog het best uit cijfers van de Katholieke Centrumschool Denderleeuw. In het jaar 2000 telde de basisschool 4 procent kleuters en leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond. In 2005 was het aandeel al tot 18 procent opgelopen, dit schooljaar werden 52 procent allochtonen ingeschreven. ‘Die groep is heel divers’, zegt Joris Breynaert. ‘We hebben een tachtigtal moslims, meestal van Marokkaanse en Turkse afkomst. Je vindt hier ook Oost-Europeanen, Latijns-Amerikanen en zelfs enkele Walen. Maar veruit de grootste groep heeft roots in Centraal Afrika, vooral in Congo. 200 kinderen in totaal, dat is haast een school op zichzelf’. Breynaert, jarenlang directeur van het KCD, momenteel coördinerend directeur van de overkoepelende scholengemeenschap De Zevensprong, is nog niet bekomen van de verkiezingsuitslag. ‘Draai of keer het zoveel als je wilt’, zegt hij, ‘maar ruim een kwart van de kiezers heeft op 14 oktober een veto tegen diversiteit uitgesproken. Stuur die Afrikanen terug, was de impliciete boodschap, als het niet naar Congo is, dan tenminste naar Brussel waar ze vandaan komen. Absurd, alsof de lokale politiek enige invloed heeft op sociologische realiteiten zoals interne migratie. Maar dat besef sijpelt bij deze kiezers niet door. Ze hebben massaal gestemd op een partij die hen met populistische slogans laat geloven dat de verkleuring van Denderleeuw echt kan worden omgekeerd’.

Griet Daem, directrice van basisschool ’t Landuiterke, net als KCD onderdeel van De Zevensprong, deelt het onbehagen. De maandag na de verkiezingen zag ze de mails binnenlopen. Enkele ouders maakten hun beklag over het schrappen van het jaarlijkse halloweenfeest. ‘Een beslissing die al in de zomer, bij de planning van het schooljaar, werd genomen’, zegt Daem die we bij de collega’s van KCD ontmoetten. ‘Gedragen door het team, nogal wat leerkrachten vinden Halloween maar een commercieel nepfeest dat bovendien heel wat kleuters angst aanjaagt. En ja, er was nog een bijkomende reden. Een kleine minderheid van onze Afrikaanse ouders houdt zijn kinderen thuis tijdens halloween. Om religieuze redenen, het gaat om leden van bepaalde evangelische kerken waar een taboe geldt voor alles wat met de dood te maken heeft’. Het was op die bijkomende reden dat de klagers in hun gecoördineerde en opvallend getimede schrijfactie focusten. Halloween mag dan Amerikaanse import zijn, het schrappen van het feest werd één dag na de verkiezingen anders geframed: het was een kaakslag voor de Vlaamse identiteit en een zoveelste knieval voor de vreemdelingen die de school en bij uitbreiding heel Denderleeuw overspoelen. Een schoolvoorbeeld van identitaire recuperatie, vergelijkbaar met de heisa die de Brugse N-VA-senator Pol Van den Driessche enkele weken eerder maakte over omdopen van de Kerstmarkt tot Wintermarkt.

De anekdote speelt zich niet toevallig af in de Kruisstraat waar basisschool ’t Landuiterke een tweede campus heeft. De diversiteitsindex ligt er nog hoger dan bij KCD, waarmee het schooltje overigens een getrouwe afspiegeling biedt van haar omgeving. De wijk Leeuwbrug vlakbij het station is erg in trek bij nieuwkomers, vaak mensen uit de Afrikaanse gemeenschap in Brussel die door de lage vastgoedprijzen worden aangetrokken. Hier vind je nog een royaal rijhuis voor 150.000 euro, huurprijzen liggen de helft lager dan in de hoofdstad. Met de trein is het bovendien maar een kwartier sporen naar het werk of de familie in de hoofdstad. Maar er is nog een pull factor: onderwijs. ‘Afrikaanse ouders zijn net zoals alle ouders’, zegt Breynaert. ‘Ze willen het best mogelijke onderwijs voor hun kinderen, bij voorkeur in Vlaanderen. Niet dat het voor kinderen altijd een cadeau is. We schrijven soms leerlingen in het vijfde of zesde leerjaar in die recht uit Franstalig onderwijs komen en een grote achterstand voor Nederlands en wiskunde hebben. Niet simpel, voor het kind noch voor de school’.

’t Landuiterke voert een eigen spreidingsbeleid. Een twaalftal kinderen neemt ’s morgens bij het station de bus naar de veel wittere hoofdschool in de Landuitstraat. ‘Een confronterende ervaring”, zegt Daem die de kinderen vaak begeleidt. ‘Zwarte kinderen die luid praten, en dan soms nog in het Frans. Voor sommige busgebruikers is dat een brug te ver. Ze spuwen hun gal, zonder te beseffen dat onze leerlingen hen wel begrijpen. Heel wat van die kinderen zijn echte polyglotten, we zijn hier trouwens een perfect tweetalige generatie aan het klaarstomen’.

jobs, jobs, jobs

De ‘invasie’ terugdraaien? Een blik op de speelplaats van de KCD zou moeten volstaan om die illusie te kelderen. Kinderen ravotten als vanouds, zichtbaar kleurenblind. ‘In het begin registreerden we wel eens een ongepaste opmerking’, zegt Ann Van Durme die Breynaert als directeur is opgevolgd. ‘Dan klonken er kreten zoals ‘vuile zwarte’. Ik ben niet zeker of het racistisch bedoeld was, het blijven tenslotte kinderen. Maar de jongste jaren horen we helemaal geen wanklanken meer. Het zijn volwassenen en gepensionneerden die moeite hebben met de veranderingen, voor deze kinderen is diversiteit vanzelfsprekend. Ze zijn de toekomst van Denderleeuw, een toekomst die we hier zo goed mogelijk voorbereiden. Natuurlijk heeft onze school wat heet een moeilijk publiek. We scoren erg hoog in de SES-cijfers, vooral door de anderstalige thuissituatie. Dat heeft ook een voordeel in het Vlaamse onderwijssysteem, want het geeft ons recht op negen extra zorgleerkrachten die we inzetten voor doorgedreven differiëntering en taalondersteuning. Met resultaat: de meeste van onze leerlingen stromen door naar A-richtingen in het middelbaar’.

Foto: Franky Verdickt

Van Durme, opgegroeid in de wijk Leeuwbrug, zelf 27 jaar voor de klas gestaan, doet er niet hypocriet over. De verkleuring is haar en haar collega’s overvallen. ‘Het is heel snel gegaan. We hebben met het hele team een nieuwe aanpak gezocht, een proces van vallen en opstaan. Voor Nederlandse taalverwerving en ouderbetrokkenheid moesten we het bord helemaal afvegen en van nul herbeginnen. We hebben pilootgroepen opgericht, voortrekkers die nagenoeg iedere woensdag nableven om te brainstormen. Niet iedereen in het team was daar klaar voor, zo’n transitie gaat met een rouwproces gepaard. Gelukkig viel de omslag samen met de instroom van heel wat jonge leerkrachten’. Dat mag geen toeval heten. Samengeteld steeg de populatie van KCD en ’t Landuiterke sinds 2006 van 600 naar 1.000 leerlingen, een winst die volledig op het conto van intene migratie valt te schrijven. ‘De verkleuring heeft onze centrumscholen een nieuw elan gegeven’, zegt overkoepelend directeur Breynaert. ‘Jobs, jobs, jobs, is dat niet wat de regering Michel wil? Wel dan, diversteit creëert jobs’. 

Niet dat alles rozengeur en maneschijn is. KCD krijgt geregeld leerkrachten van landelijk gelegen zusterscholen op werkbezoek. ‘Die zetten grote ogen’, zegt Van Durme. ‘Ik heb  er nog niet één gekend die wilde ruilen, ook al omdat leraren op deze school harder moeten werken dan collega’s die een homogeen Vlaams publiek bedienen. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: niemand van mijn team wil naar een school op het platteland verhuizen. Het is misschien hard werken, maar we krijgen veel terug. Ik ben er trouwens van overtuigd dat we nu veel beter onderwijs bieden dan pakweg twintig jaar geleden. Ook aan de Vlaamse kinderen’.

Vlaamse ontvoogding

2006, het jaar waarin de kaap van 20 procent anderstaligen werd genomen, was een kantelpunt. Samen met de even diverse basisschool van het GO!-Atheneum trokken KCD en ’t Landuiterke bij het gemeentebestuur aan de alarmbel. Deze uitdaging ging hun krachten te boven, de scholen vroegen ondersteuning. De démarche leidde onder meer tot het benoemen van een gemeentelijke schoolopbouwwerker, een ervaren kracht die in Gent werd weggeplukt. ‘Daar hebben we veel aan gehad’, zegt Van Durme. ‘Ze haalde experts onderwijs en diversiteit naar Denderleeuw. Mensen zoals Piet Van Avermaet, de Gentse professor taalkunde die ons nieuwe inzichten over de verwerving van Nederlands heeft aangebracht. We hebben daar echt mee geworsteld: moeten we kinderen straffen als ze onder elkaar op de speelplaats Frans spreken? Die piste hebben we gelukkig snel verlaten. Het is wetenschappelijk onderbouwd: als kinderen hun thuistaal mogen hanteren, voelen ze zich beter in hun vel waardoor ze ook sneller Nederlands leren’.

Toch ontstond er opschudding toen het nieuwe speelplaatsreglement in de streekpers uitlekte. Frans spreken op de speelplaats van de Kruisheren, waar ging dat naartoe? De naam van de stichtende congregatie, tevens verbonden aan het aanpalende IKSO-college, rijmt in de streek met Vlaamse ontvoogding. Zowel Van Durme als haar collega Daem pleiten voor pragmatiek. Ja, brieven aan ouders worden ook in het Frans verstuurd. Tijdens oudercontacten staan vrijwilligers-tolken klaar. De onthaaldag wordt voor Nederlandsonkundige ouders in een aangepaste en meertalige formule overgedaan. ‘Natuurlijk moedigen we de ouders aan om Nederlands te leren’, zegt Van Durme. ‘We organiseren zelf cursussen in samenwerking met het Centrum voor Basiseducatie. Maar we moeten realistisch blijven. Van ouders die pas vanuit Brussel zijn verhuisd, kun je niet verwachten dat ze de Nederlandstalige uitleg tijdens de onthaaldag of het oudercontact snappen. Voor ons primeren altijd de onderwijskansen van het kind’.

Van Durme overweegt nog een stap verder te gaan. Thuistaal toelaten in de klas, ook dat is volgens onderwijsexperts heilzaam voor welbevinden en leerwinst. Voorlopig blijft dat nog toekomstmuziek, want niet alle teamleden geloven in deze vorm van pedagogisch driebanden. Het toont echter aan hoe ver ze gaat in het omarmen van de diversiteit, al knagen er soms twijfels. Ze kent kinderen die letterlijk in de schaduw van de KCD wonen en toch in deelgemeente Welle school lopen. Het zijn uitzonderingen, de gevreesde witte schoolvlucht is uitgebleven. ‘Toch mag het hier stoppen’, zegt Van Durme. ‘Onze nieuwe aanpak werkt goed, maar wat als de verhouding naar 70/30 doorschiet? Pas op, ook dan zullen we er het beste proberen van te maken. Maar simpel is het allemaal niet’.

ouderbetrokkenheid

Peter Van Hove, directeur van de GO!-basisschool in de De Nayerstraat, maakt er een erezaak van: bij nieuwe inschrijvingen verwelkomt hij de ouders in hun thuistaal. Soms is dat Italiaans of Roemeens. ‘Dat gaat niet altijd even vlot’, geeft hij toe, ‘maar het wordt geapprecieerd door zowel ouders als kinderen’. Meestal echter bedient hij zich van de taal van Molière. ‘Meer dan de helft van onze kinderen spreekt thuis Frans’, zegt Van Hove. ‘Vooral moslims en Afrikanen, al zitter er daar ook tussen die Engels spreken. Op de speelplaats klinken alle talen door elkaar, maar Nederlands is de bindtaal. Logisch, want we hebben hier nog altijd een aanzienlijke groep Vlaamse kinderen’. Ook Van Hove spreekt over diversiteit als een kans. Sinds zijn aantreden in 2012 kent de school na een moeilijke periode weer een forse groei: van 416 naar 600 leerlingen, overwegend kinderen van nieuwe Denderleeuwenaars. De pragmatische taalpolitiek is niet het enige raakvlak met de katholieke centrumscholen. Onder impuls van de gemeentelijke schoolopbouwwerker ontstond een officieus, netoverschrijdend samenwerkingsverband. In de drie scholen werd een video opgenomen om de usances van het Vlaamse basisonderwijs te verduidelijken. De film, voorzien van Franse en Engelse ondertitels, liep helaas twee jaar vertraging op, een gevolg van de bestuurscrisis die Denderleeuw verlamde nadat N-VA-burgemeester Jan De Dier in november 2014 zijn meerderheid verloor.

Ook Van Hove en zijn team hebben met zoeken en tasten een nieuwe onderwijsmethode ontwikkeld. GOVA, heeft hij het genoemd, gedifferentieerd onderwijs met vakankers. ‘Van de jongste kleuters tot en met de kinderen van het vierde leerjaar hebben we voor alle vakken een referentieleraar aangeduid, een vakspecialist die zijn collega’s helpt met de lesvoorbereidingen. In de graadklas van het vijfde en zesde leerjaar passen we het systeem van het secundair onderwijs toe, met gespecialiseerde leerkrachten die alleen hun vak geven in alle klassen. We scoren dankzij dit systeem flink boven het Vlaamse gemiddelde op de OVSG-eindtoetsen. Straf, met ons publiek’.

Foto: Franky Verdickt

Ouderbetrokkenheid blijft zijn grootste kopzorg, al heeft voortschrijdend inzicht al veel  beterschap gebracht. Briefjes in de agenda, zelfs in het Frans gesteld, blijven vaak ongelezen. Dus belt de school ouders persoonlijk op om afspraken voor bijvoorbeeld het oudercontact te maken. Dat werkt goed, net zoals de oudergroepen waarin mama’s en papa’s uit de Afrikaanse gemeenschap een brugfunctie vervullen. Ze wijzen andere ouders op het belang van betrokkenheid, er wordt geëxperimenteerd met thema-avonden rond schoolse onderwerpen waarbij de ouders tegelijk vakjargon  leren in het Nederlands. Vooral bij de oriëntatie richting secundair ontstaan er wel eens misverstanden. Met name Congolese ouders, zo vernamen we meermaals, mikken erg hoog. Zoon- of dochterlief wordt advocaat of dokter, andere uitkomsten worden minderwaardig geacht. Dan valt er wat uit te leggen als het studieadvies richting TSO of BSO wijst. Administratieve rompslomp in een orale cultuur, het is een van de thema’s waarmee de schoolopbouwwerker hier aan de slag ging. Goed initiatief van het gemeentebestuur, vindt ook Van Hove. Jammer alleen dat de schoolopbouwwerker al na twee jaar in een andere functie werd benoemd, en dat het daarna nog eens twee jaar duurde vooraleer een opvolger werd aangesteld. ‘Ik heb nog in Gent gestaan’, zegt Van Hove. ‘Daar financiert de stad per school van deze omvang een voltijdse  opbouwwerker. Dat zou hier echt geen overbodige luxe zijn’.

Pierre Kompany

Half vier. Ouders stromen in al hun diversiteit binnen om hun kroost op te halen, onverschillig voor de Vlaamse strijdvlag die aan de overkant van de schoolpoort wappert. Ooit was het cachet van Vlaams Belang een sociaal stigma. Dat is voltooid verleden tijd, althans in de Denderstreek. Ook anderhalve week na de verkiezingen glunderen de extreemrechtse kandidaten van achter ramen en op plakaten in voortuintjes. ‘Eerst onze mensen’, de boodschap is hier aangekomen. Maar even opvallend: verschillende lijsten pakten uit met gekleurde kandidaten. Zelfs de N-VA, waar Jean Liwoke zijn Afrikaanse oorsprong met een originele flamingantische pedigree wist te rijmen. Zijn vader, zo presenteert hij zich op de website, was een wees die door Vlaamse priesters werd opgevoed, vandaar zijn gevoeligheid voor het V-ideaal. Hij werd niet verkozen, in tegenstelling tot Chancelvie Okitokandjo die voor CD&V in de nieuwe gemeenteraad mag gaan zitten. Twee andere kandidaten uit de Afrikaanse gemeenschap, van Groen en CD&V, grepen nipt naast een zetel. En zo wordt een 26-jarige rechtenstudente uit de wijk Leeuwbrug de enige stem van divers Denderleeuw. Zwaar ondervertegenwoordigd, want intussen heeft al een vijfde van de 20.000 inwoners een niet-Europese afkomst. ‘Afrikanen’ vormen met zowat 3.000 zielen veruit de grootste groep niewkomers. ‘Het had op 14 oktober anders kunnen lopen’, zegt Okitokandjo. ‘Heel wat Afrikaanse mensen hebben niet gestemd, vooral diegenen die nog geen Belgische nationaliteit bezitten. We hebben die groep nochtans sinds april actief aangespoord om zich als kiezer te laten registreren, maar velen generen zich voor hun Congolese, Rwandese of Kameroenese identiteit’.

Aan strijdlust ontbreekt het Okitokandjo niet. De coalitiebespreingen zijn nog in volle gang, maar ze wijst een schepenmandaat niet a priori af. Na de stembusuitslag regende het felicitaties, zowel van de Afrikaanse gemeenschap als van Vlaamse vrienden. Vergelijkingen met Pierre Kompany, straks burgemeester van Ganshoren, waren niet van de lucht. Okitokandjo scoorde onder meer met een Facebook-filmpje waarin ze in vlekkeloos Nederlands haar geloof in een divers Denderleeuw belijdt. Grootmoedig voor iemand die in haar heimat geregeld met plat racisme werd en wordt geconfronteerd. Tegenliggers die abrupt van stoep wisselen alsof ze een besmettelijke ziekte vrezen, treinreizigers die liever rechtstaan dan naast haar plaats te nemen, zieke commentaren aan de kassa van de Delhaize, het zijn ervaringen die ze met vele Afro-Denderleeuwenaars deelt. ‘Vaak wordt er agressief gereageerd als je Frans spreekt’, zegt ze. ‘Nu ken ik de gevoeligheden wel van de taalkwestie in Vlaanderen, maar dit snap ik niet. Wat is er mis met tweetaligheid? Ik zie daar alleen een troef in’.

Als ze desondanks optimistisch blijft, dan komt dat onder meer door haar ervaring op school. ‘Ik heb op het katholieke IKSO gezeten’, zegt Okitokandjo die tot haar elfde in Nederland woonde. ‘Een goede school, nooit racisme of discriminatie ervaren. Hetzelfde verneem ik van mijn Belgisch-Rwandese vriendin die op het Atheneum heeft gezeten en nu als advocate werkt. Toegegeven, de scholen zijn sindsdien nog veel diverser geworden. Ik kom nog geregeld in het IKSO waar mijn jongste zusje zit. Ik sta soms zelf versteld van de verkleuring. Het is erg snel gegaan, en ik begrijp dat oudere Denderleeuwenaars het daar moeilijk mee hebben. Maar ze moeten de realtieit onder ogen zien. Het Denderleeuw van vroeger komt nooit meer terug’.

Ooit komt het allemaal wel goed. Bij het GO! in de De Nayerstraat kaarten leerkrachten na over het voorbije Halloweenfeest. Het was heel eng, erg donker en vooral een groot succes. Zo’n 250 kinderen en ouders waren door tot griezeltunnel verbouwde gangen op de eerste verdieping gelopen. Onder hen kinderen die met de zegen van hun ouders religieuze en culturele taboes opzij hadden gezet. ‘Typisch’, zegt een lerares. ‘Alle reden zijn goed voor een verkleedpartijtje. Karnaval, dat zit hier in ‘t bloed’.  Ook bij nieuwe Denderleeuwenaars.

Brits-Ghanese activiste Afua Hirsch over racisme en oogkleppen

 

“Als zwarte of bruine persoon word je als een afwijking bekeken”

Afua Hirsch is een polariserende stem in het Britse samenlevingsdebat. Volgens de Daily Mail pookt ze in haar eentje de rassentegenstellingen aan. De auteur van ‘Waarom Ras ertoe doet’, laat zich echter niet intimideren. Een gesprek over opgroeien in een raciaal gemengd gezin, en over de kwaal van verborgen en zichtbaar racisme. “Venus en Serena Williams hebben me uit mijn identiteitscrisis geholpen”.

 

foto: Debby Termonia

foto: Debby Termonia

 

Prins Charles vond het zelf een geslaagde grap. Op weg naar een van de vele Gemenebest-hoogmissen vorige week in Londen werd hem een boek overhandigd. Schenker en co-auteur Anita Sethi, zelf van Brits-Guyaanse afkomst, vertelde erbij dat het over de vaak pijnlijke geschiedenis van Commonwealth-migranten ging. De prins van Wales negeerde die toelichting, maar pareerde met een persoonlijke vraag. “And where are you from? Manchester? Well, you don’t look like it!’. Afua Hirsch giert het uit als ik haar de anekdote in een Amsterdamse tearoom vertel. Ze heeft het zo druk met de promotie van haar boek ‘Waarom ras ertoe doet’, dat ze nog geen tijd vond om The Guardian te bekijken waar een hilarisch stuk over het voorval verscheen. ‘Typisch voor de Britse royals’, luidt haar commentaar. ‘Ze bekijken de wereld nog altijd alsof the Empire nooit werd opgedoekt. Charles kan er wat van, maar zijn vader prins Philip was de absolute kampioen. Je weet toch wat hij tegen de vorige Nigeriaanse president Obasanjo zei, toen die in traditionele kledij op een gala-avond verscheen? Zo, ik zie dat u alvast uw slaapkleed heeft aangetrokken’.

Ze mag er dan smakelijk om lachen, echt grappig vindt ze het niet. Afua Hirsch weet hoe het voelt om door witte medeburgers tegen de Brit-maatstaf te worden gehouden. Haar moeder is een tweede generatie migrant uit Ghana, haar half-joodse vader heeft een migratieverhaal dat in nazi-Duitsland begint. Een welgesteld koppel: Afua en haar jongere zus groeiden op in Wimbledon, een rijke en vooral witte buitenwijk van Londen waar hun als exotisch bevonden verschijning niet altijd welwillend reacties uitlokte. “Waarom ras ertoe doet” is een persoonlijk verslag van een queeste naar identiteit die begon toen ze als tiener ging beseffen dat haar Britse burgerschap nooit vanzelfsprekend zou worden. Studies filosofie en rechten in Oxford, ook al een lelieblank bastion waar het Europese superioriteitsgevoel in standbeelden en bibliotheken staat gebeiteld, konden dat gevoel alleen maar versterken. Van de weeromstuit omhelsde ze haar Afrikaanse roots. Ze trouwde met Sam, een Ghanees-Britse rechtenstudent uit het door kansarmoede, drugs en geweld geteisterde Tottenham in Noord-Londen. Ze ging werken in West-Afrika, eerst voor een NGO in Senegal, daarna als correspondent voor The Guardian in het bloedeigen Ghana. Puzzelstukken vielen op hun plaats, maar het gevoel van vervreemding bleef. Ghana, waar ze met Sam ternauwernood een brutale hold-up overleefde, voelde nog minder aan als thuis dan Wimbledon waar ze intussen met man en dochter is  teruggekeerd. Maar haar persoonlijke verhaal vormt slechts het kader voor een veel ambitieuzer boek. De auteur borstelt een veelgelaagd portret van een Britse maatschappij die stijf staat van openlijk en verborgen racisme. De sociaal-economische kloof die parallel met de kleurbarrière loopt, de obsessie met het witte schoonheidsideaal, de blinde vlek voor duistere bladzijden uit het koloniale verleden, het nut van de Goede Migrant, Hirsch ontmaskert genadeloos de illusie van de post-raciale samenleving.

In de Britse media is ze intussen een bekende naam met een luide stem in het verhitte samenlevingsdebat. Uiteraard ontbrak ze niet toen vorige week het Windrush-schandaal met orkaankracht over de Commonwealth-jamboree raasde. Voor wie het heeft gemist: in het oog van de storm staan de nazaten van zo’n 57.000 migranten uit de Britse Caraïben die tussen 1948 en 1971 naar Groot-Brittannië werden gehaald om bij de wederopbouw te werken. Decennialang verkeerden ze in de illusie dat ze Britse staatsburgers waren, net zoals hun kinderen en kleinkinderen. Door nieuwe migratieregels, ironisch genoeg vooral bedoeld om de Oost-Europese migratie af te remmen, nota bene bedacht door Theresa May die toen nog minister van binnenlandse zaken was, dreigen ze al hun rechten en zelfs verblijfstitels te verliezen. De voorbije weken regende het in de Britse pers schrijnende verhalen van Windrush-telgen die  werk, gezondheidszorg of rijbewijs waren verloren, als ze al niet op weg waren naar deportatie.

spijt dat het Windrush-schandaal te laat komt voor uw boek?

Afua Hirsch: (gretig). Ik had er zeker een hoofdstuk aan gewijd. Het Windrush-schandaal illustreert perfect van waar mijn boek over gaat. Wie een zwarte of bruine huidskleur heeft, wordt niet als een volwaardig burger gezien, zelfs niet als hij in Engeland is geboren of er een heel leven heeft gewerkt. Andermaal blijkt bovendien dat het Britse migratiebeleid niet draait om het inperken van de stroom nieuwkomers, zogezegd omdat er niet genoeg huizen of banen zijn. Etnisch-raciale overwegingen geven de doorslag, het echte opzet is gekleurde migratie aan banden te leggen. De situatie van de Windrush-kinderen was al jaren bekend, maar het heeft tot vorige week geduurd vooraleer de Britse regering wakker schoot. Niet spontaan, verschillende Caraïbische staatshoofden wilden het probleem tijdens de top van het Gemenebest aankaarten. Ze waren het namelijk beu dat om de haverklap Britten werden gedeporteerd, mensen die hun eiland tientallen  jaar eerder hadden verlaten en er niemand meer kenden. Toen de Britse regering ieder gesprek weigerde, zijn de verhalen in de media beland en is de bal aan het rollen gegaan. Theresa May heeft zich intussen geëxcuseerd en gegarandeerd dat alle Windrush-kinderen hun rechten behouden. Beter laat dan nooit, maar bij mij laat het schandaal een vieze nasmaak in de mond. De toezegging van May houdt een verwerpelijk onderscheid in tussen verdienstelijke en niet-verdienstelijke burgers.

leg dat eens uit…

Hirsch: Voor May was dit een verloren zaak. Niemand, op een paar extreemrechtse fanatici na, staat achter het uitzetten van de Windrush-generatie. Het gaat tenslotte om migranten die we zelf naar hier hebben gehaald om te werken, velen nog als onderdanen van het Rijk dat destijds nog bestond. Maar wat met de grootvader die zestig jaar geleden als kind uit Sierra Leone is geland en die niet bij de wederopbouw heeft geholpen? Als zo iemand op latere leeftijd een misstap begaat, een gevangenisstraf van zes maanden kan volstaan, dan wordt hij zonder pardon teruggestuurd. Dat is al jaren schering en inslag, heb ik tijdens de research voor mijn boek ontdekt. Geen haan die er naar kraait, maar ik noem het een schande. Mensen die hier als kind zijn opgegroeid hebben het recht om hier te leven. Met of zonder verdienstelijk cv, het zijn Britse staatsburgers.

het ontbreekt u de jongste dagen niet aan thema’s om de tanden in te zetten. Zo oogstte de BBC controverse met de heruitzending van “Rivers of blood”, de geruchtmakende speech uit 1958 waarin Tory-MP Enoch Powell waarschuwde voor de gevolgen van immigratie uit de Commonwealth. Waarom ligt dat nog altijd zo gevoelig?

Hirsch: De BBC had natuurlijk een aanleiding, de vijftigste verjaardag. Ik was nog niet geboren, maar volgens mijn ouders was de impact van Powells speech immens. Mensen met een gekleurde migratieachtergrond vreesden echt voor deportatie. Veelzeggend is dat Powell niet zozeer de immigranten viseerde, maar wel hun nazaten. Zwarte of bruine kinderen kunnen nooit echte Britten worden, voorspelde hij. Ze zullen zich nooit integreren, hun massale aanwezigheid zal op rellen en geweld uitdraaien, vandaar het bloed dat in de titel stroomt. Powell, die tot de rechtervleugel van de Tories behoorde, werd uit zijn partij gezet. Dat is nu precies wat de heruitzending zo controversieel maakt: vandaag zijn Powells beweringen mainstream geworden. Veel van wat in Rivers of Blood staat, kun je zelfs uit de mond van  Labour-politici vernemen. Zonder dat de partijleiding met sancties dreigt.

waarom maakt u ras tot de kern van de menselijke identiteit? Je zou evengoed gender, religie of sociale status als bepalende factoren kunnen aanduiden.

Hirsch: Klopt, maar ras is als de olifant in de kamer. Niemand benoemt het, maar het kruipt onder alles. Mijn persoonlijk verhaal is vooral een alibi om die olifant zichtbaar te maken. Structureel, institutioneel racisme, daar is het me om te doen. Kansen en privileges worden nog altijd langs etnische en raciale criteria verdeeld. De bewijzen liggen voor het grijpen. De helft van de zwarte families leeft in armoede, de werkloosheid onder jonge zwarten ligt dubbel zo hoog als bij witte leeftijdsgenoten. Zwarten zijn oververtegenwoordigd in het gevangenissysteem, terwijl ze nagenoeg afwezig zijn in hoogverdienende beroepsgroepen. Alle indicatoren wijzen er op dat we in raciaal erg ongelijke samenleving wonen.

als product van een raciaal gemengd huwelijk bent u evenzeer wit als zwart. Tot zover de theorie, want net als de voormalige Amerikaanse presidet Obama wordt u automatisch als zwart gezien. Hoe komt dat toch?

Hirsch: Het effect van de raciaal gekleurde bril. We zien wel fysieke verschillen, niet de gelijkenissen. Hoe dikwijls heb ik de vraag niet gekregen: waar kom je vandaan? Als ik dan Wimbledon antwoordde, volgde meteen de volgende vraag. Okay, Wimbledon, maar waar liggen je roots? Kijk, die vragen zijn niet eens slecht bedoeld. Echte racisten tonen geen belangstelling, die roepen gewoon fuck off! Maar op de duur krijg je er wel een ongemakkelijk gevoel bij. Wat ik ook doe, zo begint het te dagen, ik hoor er niet echt bij. Wit is de norm, als zwarte of bruine persoon word je als een afwijking bekeken.

bij het lezen bekroop me soms een benauwend gevoel. Kan ik als witte man nog gekleurde medemensen aanspreken zonder op zere tenen te trappen?

Hirsch: Het is nochtans simpel. Als de vraag echt uit nieuwsgierigheid wordt ingegeven, heb ik er geen probleem mee. Ik ben zelf ontzettend nieuwsgierig naar de achtergrond van mensen. Vooral van witte mensen, want je zou eens moeten weten hoeveel diversiteit daar te rapen valt. Roots in Ierland, Nederland, Ijsland, dat waaiert alle kanten op. Maar het blijft natuurlijk een feit: aan witte mensen wordt de waar-kom-je-vandaan-vraag nooit als binnenkomer gesteld. Vorige week nog vertelde mijn beste vriendin wat haar tijdens een business event was overgekomen. Er was zeker honderd man, zij stond er als enige deelnemer met een donkere kleur. De moderator komt binnen en stevent recht op haar. So, bulderde hij joviaal, where are you from? Mijn vriendin kon wel door de grond zakken.

wie Wimbledon zegt, denkt aan tennis, aardbeien, gekke hoeden en peperdure huizen. Was er ook racisme?

Hirsch: Ik ben wel eens tegengehouden door de politie, en op een keer werd ik in een chique winkel letterlijk als potentiële dievegge buiten gekeken. Maar verder? Er was weinig openlijk racisme, maar wel een knagend gevoel van vervreemding. Op school, bij de scouts of in de tennisclub, mijn zus en ik waren altijd de enige bruine meisjes van de groep. Als kind ga je dan onwillekeurig vragen stellen: wie en wat ben ik eigenlijk? Mijn moeder begreep dat geworstel niet. Identiteit was voor haar altijd iets vanzelfsprekends. Ze komt uit Ghana en is zwart, punt aan de lijn. Ik heb uiteindelijk zelf de keuze gemaakt, met dank aan Venus en Serena.

hebben de zusjes Williams u over de kleurbarrière gesleept?

Hirsch: Ze hebben meer dan een handje geholpen. Ik was een jaar of vijftien toen ze in mijn leven kwamen. Ik zie Serena nog op het muurtje voor ons huis zitten, met mijn zus die net van de tennistraining kwam. Serena heeft haar het racket geschonken waarmee ze die dag op Center Court had gespeeld. Maar ook zonder die attentie waren we met de hele familie hevig aan het supporteren. Toen Venus wat later het toernooi won, heeft mama een cake gebakken. Die zijn we zijn vieren gaan afgeven, het was vader Williams die de deur opendeed. De magie zat hem natuurlijk niet alleen in het weergaloze tennis. De hele attitude van Venus en Serena was ontzettend inspirerend. Zwarte meisjes die vanuit het niets kwamen en een door en door witte, elitaire sport op zijn kop zetten. Zonder compromissen, met ingevlochten haar en kleurrijke bandana’s. Terwijl zwarte sporters doorgaans proberen om op te gaan in hun omgeving, deden Venus en Serena precies het tegenovergestelde. Dit onze stijl, te nemen of te laten. Natuurlijk besefte ik het verschil. Venus en Serena kwamen uit een arme familie uit Compton, een ruige achterstandswijk in LA die in niets geleek op Wimbledon. Toch voelde ik meteen een band, en ik ergerde me dan ook dood aan de racistische opmerkingen die ze op en naast de court moesten incasseren.

inderdaad, de zusjes kenden niet alleen supporters. Vooral Serena heeft een stevige portie bagger over zich heen gekregen…

Hirsch. Het was verschrikkelijk. Zelfs de tenniscommentator van de BBC _ de BBC! _ gebruikte woorden zoals jungle en beest om het fenomeen Serena te duiden. Andere kijkers merkten het niet eens op, maar bij kwam het binnen als een steek in mijn hart. Ik ben niet echt close met Serena, maar we praten wel als ik haar tijdens het toernooi op straat tegenkom. Het heeft veel te lang geduurd, maar ze krijgt eindelijk de erkenning die ze verdient, als de grootste vrouwelijke atleet aller tijden.

foto: Debby Termonia

foto: Debby Termonia

 

volgens je echtgenoot Sam heb je als product van Wimbledon geen idee wat racisme echt betekent. Was het zoveel erger in Tottenham?

Hirsch: Absoluut. Sam is het prototype van de Afro-Brit uit een achterstandswijk. Zoon van een arme, alleenstaande moeder. Opgegroeid in een vervallen buurt vol geweld en drugs, met scholen waar de lat erg laag lag. Jongens zoals Sam waren bestemd voor onregelmatige en slecht betaalde banen, als ze al niet werkloos bleven of in de criminaliteit verzeilden. Thug, criminal, minimum wager, zo werden ze door de politie en andere vertegenwoordigers van het establishment bekeken. Dat Sam zich daaraan kon ontworstelen, is helemaal zijn eigen verdienste. Hij heeft een ijzeren discipline en sterke persoonlijkheid.

voelt hij zich Brits?

Hirsch: Ja, Sam worstelt veel minder met zijn identiteit dan ikzelf. Dat lijkt paradoxaal, maar ik begrijp het wel. Voor Sam is zijn Ghanese achtergrond een evidentie, hij kent alle tradities en codes. Bovendien voelt hij zich als een vis in het water in de subcultuur van Noord Londen, een buurt met een eigen taal die via de muziek de wereld heeft veroverd. Maar misschien wel de belangrijkste verklaring: anders dan ikzelf heeft Sam nooit enige aandrang gevoeld om zich aan de dominante witte cultuur aan te passen. De afwijzing was zo sterk,  dat er toch geen beginnen aan was. Heel wat zwarte lezers hebben die bedenking gemaakt:  met mijn geprivilegieerde achtergrond kon ik niet meespreken over racisme en discriminatie. Dat klopt, zoals ik in mijn boek ook eerlijk toegeef. Het zou hypocriet zijn me de miserie van de inner cities toe te eigen. Grappig  genoeg hoor ik diezelfde kritiek van witte lezers, vaak mensen met een nog veel meer geprivilegieerde achtergrond dan de mijne. Dat vind ik om twee redenen interessant. Het feit dat ze op mijn persoon spelen, toont aan dat ze geen echte argumenten hebben. Maar die reactie zegt ook veel over de kern van het onderhuidse racisme in de Britse samenleving. Hoe durf ik als halfwitte vrouw kritiek te geven? Ik zou dankbaar moeten zijn voor de kansen die ik heb gekregen. Kortom, ik moet me als een Goede Migrant gedragen, die blij is dat ze tot de mainstream werd toegelaten.

u doet erg laatdunkend over de Goede Migrant. Maar is de Goede Migrant geen rolmodel om andere migranten de weg naar de sociale lift te wijzen? Mo Farah, olympisch atletiekwonder van Somalische origine, heeft vast al heel zwarte kinderen positief geïnspireerd…

Hirsch: Mo Farah is inderdaad een schoolvoorbeeld. Sinds hij vorig jaar werd door de koningin werd geridderd, voelt hij zich Britser dan cheddar. Maar er is ook zo iemand als Nadiya Hussain, winnares van het waanzinnig populaire kookprogramma the Great British Bake Off.  Ze werd een instant beroemdheid, zelfs haar hoofddoek en religie vormden geen bezwaar. Tot ze in een interview een boekje opendeed over het racisme dat ze als zwarte vrouw vrijwel dagelijks moest ondergaan. Hoe durft ze!, luidde het meteen in de tabloïds. Ik kan ervan meespreken: je betaalt een prijs voor het ontbloten van pijnlijke waarheden. Ik zal hier niet beginnen over de bagger op sociale media. De Daily Mail schreef in een editorial dat ik,  Afua Hirsch, zowat in mijn eentje het vuur van de rassentegenstellingen heb opgepookt. Ik voelde me bijna vereerd, nooit gedacht dat ik zo’n impact had.

in België is veel te doen over onze visie op onze koloniale geschiedenis. Vooral Afro-Belgen  ijveren voor het neerhalen van Leopold II-standbeelden en het herschrijven van de leerboeken geschiedenis. Dat zal u bekend in de oren klinken…

Hirsch: Het is een internationale trend. Rhodes Must Fall, een beweging gelanceerd door Afrikaanse studenten in Oxford, heeft de trend gezet. Ik vond Oxford zelf een bekrompen oord toen ik er 15 jaar geleden studeerde. Zwarte of bruine studenten waren erg zeldzaam. En ja, Cecil Rhodes, toch wel het symbool van de koloniale onderdrukking, was alomtegenwoordig. Voor mijn scriptie over postkolonialisme was ik helemaal op Rhodes Library aangewezen, een soort heiligdom waar de Grote Man je van alle kanten aanstaart.

 

is Rhodes gevallen?

Hirsch: Nee, al heeft het universiteitsbestuur van Oxford wel met dat plan gespeeld. Tot enkele grote sponsors ermee dreigden hun financiering stop te zetten, zo gaat het gerucht. Ook voorzitter Chris Patten heeft er zijn kop voor gelegd. Ga elders studeren als het jullie hier niet bevalt, zei hij botweg tegen de actievoerders. Dat zegt veel over het witte onvermogen om de gevoeligheden van gekleurde medeburgers te begrijpen. Groot-Brittannië ziet zichzelf als een post-raciale maatschappij. Die illusie kan alleen standhouden als je door een filter naar de geschiedenis kijkt. De Britten zijn erg trots op de abolitionisten die ijverden voor het afschaffen van de slavernij. Ondertussen wordt vergeten dat Engeland eeuwenlang de motor was van de transatlantische slavenhandel was en dat ook het Britse koningshuis aan die vuile business grof heeft verdiend. Als je daarover begint, reageren ze defensief. Het was erg, ja, maar op de Franse slavenplantages was het nog veel erger. Of ze sleuren er Leopold II bij, dat was pas een schurk.  De Belgische koning is een stripfiguur, het archetype van de slechterik die anderen goed uit de verf laat komen.

gelooft u dat uw dochter in een minder racistische maatschappij zal opgroeien?

Hirsch: Ik ben van nature optimist. Er is meer ruimte voor de debat dan vroeger. Een beweging als Rhodes Must Fall was 15 jaar nog ondenkbaar. Net zoals ik me toen niet kon inbeelden dat ik dit boek zou schrijven, laat staan dat er zou worden over gepraat. Al moet ik daar meteen een kanttekening bij plaatsen. Het is dank zijn mijn privileges en netwerk dat mijn boek werd uitgegeven en opgepikt. Veel van wat ik heb geschreven, werd al vaak aangekaart door gekleurde Britten uit kansarme wijken, op blogs of via allerlei publicaties. Mijn optimisme wordt ook getemperd door de permanente cultuuroorlog. Tegenover een groeiend aantal mensen dat bereid is te luisteren, staat helaas een nog groter blok dat meteen begint te schelden als je over discriminatie of witte privileges begint. Toch denk ik dat we in Groot-Brittannië vooruit lopen. Als ik hoor waar men in Frankrijk, Duitsland, Nederland en België over discussieert. Dat station zijn we gelukkig al lang gepasseerd, denk ik dan.

 

 

 

 

Met de politie op mensenrechtenstage in Kazerne Dossin

De Standaard, 11 april, 2015. (passage over zigeuners als code voor rondtrekkende daders heeft een staartje gekregen. Na een groot vervolgartikel van een collega in De Standaard besloot de Federale Politie haar nomenclatuur aan te passen)

Het verband tussen de feestende massa van een zomerfestival en de massamoord in Auschwitz? Politieagenten vinden in de Kazerne Dossin het antwoord. Onze reporter mocht een hele dag mee op HPM-stage in het Holocaust Museum. Verslag vanuit het spanningsveld tussen politie en mensenrechten.

politieagenten op stage in Kazerne Dossin (Foto: Geertje De Waegeneer)

politieagenten op stage in Kazerne Dossin (Foto: Geertje De Waegeneer)

Vroege vogels, die van de politie. Vanaf half acht druppelen de eerste cursisten binnen in de Kazerne Dossin. Commissaris Marc Van Gestel zet ze op weg naar een kop koffie, zijn collega Isabelle Diependaele streept de namenlijst af. Veertig worden er vandaag verwacht, op te tellen bij de 1.800 die het afgelopen jaar de eendaagse opleiding Holocaust, Politie en Mensenrechten (HPM) hebben gevolgd. “We liggen op kruissnelheid”, zegt coördinator Van Gestel tevreden. “Twee dagen in de week palmen we het museum in. Bedoeling is het volledige korps, meer dan 40.000 mannen en vrouwen sterk, door dit bad te jagen. We zijn hier dus nog niet weg, in een volgende fase willen we trouwens ook de aspiranten van de politiescholen naar Dossin halen”.

Het concept komt uit Amerika. Tijdens een stage bij de FBI in Washington beleefde hoofdcommissaris Dirk Allaerts zijn ping-moment. Het verplichte bezoek aan het holocaustmuseum, was dat geen idee voor de Belgische politie? Commissaris-generaal Catherine De Bolle was meteen enthousiast, en ook in Kazerne Dossin viel het zaadje in vruchtbare grond. Het nieuwe museum, een sober maar indrukwekkend ontwerp van architect Bob Van Reeth, stond nog in de steigers. Conservator Herman Van Goethem en zijn team piekerden zich suf. Het museum moest meer zijn dan een geïllustreerd exposé over het nulpunt van de Westerse geschiedenis. Herinneringseducatie, werd het toverwoord. Het verhaal van de holocaust moest als casus dienen waaruit lessen voor heden en toekomst vielen te trekken. Het voorstel van de politietop kon dan ook niet beter getimed zijn. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum sprong als derde partner op de kar. Eind 2013 stond het project Holocaust, Politie en Mensenrechten in de steigers, vier maanden later gingen de cursussen van start.

Bende van Nijvel

Een delegatie uit Luik waait binnen, mopperend over de files op de Brusselse ring en de moeilijke zoektocht naar een parkeerplaats. “Dit is een verplicht nummer”, zegt een van de agenten. ‘Van onze korpschef moeten we allemaal naar Mechelen, wij zijn zowat de laatsten in de rij. Wat de anderen erover vertellen? Niks bijzonders, er zijn tegenwoordig ook zoveel opleidingen. Ach ja, zo ziet een mens nog eens een stukje van zijn land”. Scepsis is veeleer uitzonderlijk, stellen we tijdens de briefing vast. Nagenoeg alle cursisten in onze groep hebben zelf het initiatief genomen om in te schrijven. Negen mannen en drie vrouwen, wetsdienaren van zeer divers pluimage. Speurders van de federale gerechtelijke politie zitten naast agenten van lokale korpsen. Een deelnemer stelt zich voor als instructeur op de schietbaan van de Nationale Politieacademie, een andere als coördinator bij de cavalerie in Etterbeek. Ook Robert Watzeels doceert aan de Nationale Politieacademie. Geweldbeheersing, een vak waarbij hij aspiranten inpepert dat hun tong hun beste wapen is. Een vijfde van zijn diensttijd besteedt hij in Kazerne Dossin, als een van de anciens onder de 54 HPM-opleiders. Vandaag vormt hij een tandem met Danny Debersaques van de wegpolitie Gentbrugge. Ook de andere groepen, twee Nederlandstalige en een Franstalige, worden door een duo begeleid. “Alleen zou dit te vermoeiend zijn”, zegt Robert. “Het is telkens een lange en intensieve dag”.  Een cursist is extra gemotiveerd. Pieter, negen jaar verbindingsofficier in Parijs, staat op een zucht van zijn pensioen. “Ik zoek een nuttige tijdsbesteding”, zegt hij. “Misschien kom ik hier zelf opleiding geven”.

We overlopen de Vier Hoofddoelen van HPM. Een beter begrip van de  mechanismen achter discriminatie en uitsluiting. Stimuleren om kritisch na te denken, en te handelen in overeenstemming met hun persoonlijke overtuiging. “Bovenal proberen we de cursisten bewust te maken van de marge om nee te zeggen”, zegt Robert. “Ook tegen een bevel van hogerhand. Als politieman sta je vaak voor ethische dilemma’s, weet ik uit eigen ervaring. Tijdens de hoogdagen van de Bende van Nijvel moest ik als jonge rijkswachter een bank bewaken. Ik had van mijn overste een duidelijke opdracht gekregen. Als ik iemand van de bende in het vizier kreeg, moest ik schieten zonder waarschuwen. Stapte hij uit een auto zonder een directe bedreiging te vormen? Niet aarzelen, direct schieten. Vandaag klinkt dat schokkend, maar het hele land was toen in de greep van de Bende-terreur. Ik zou er wellicht applaus voor gekregen hebben”.

Jonathan Jacobs

Het staat niet in het rijtje met doelstellingen, maar HPM moet ook een preventief medicijn tegen politionele uitschuivers vormen. Recente voorbeelden worden hier openlijk besproken. De zware mishandeling van daklozen door leden van de federale spoorwegpolitie in een lokaal onder het Zuidstation? Onze eigen rondvraag zal uitsluitend scherpe veroordelingen opleveren. Een staaltje van ongezonde kuddegeest, wordt het genoemd. Een leidersfiguur die over de schreef gaat, en de anderen die hem volgen veeleer dan in te grijpen. Over Jonathan Jacobs, doodgeslagen in een cel door leden van het Bijzonder Bijstandsteam van de Antwerpse politie, zijn de meningen genuanceerder. “Absoluut verwerpelijk”, vindt Robert. “Voor mijn part mogen die agenten streng gestraft worden. Maar wat met de psychiatrische kliniek die tot twee keer toe heeft geweigerd om Jacobs op te nemen? De directie is even schuldig als de betrokken politiemannen”.

Groepsdenken, ontmenselijken van medeburgers, bureaucratische lafheid, bereidheid tot het plegen van geweld. Allemaal thema’s die als vlechtdraad doorheen de opstelling in het museum lopen. Robert en Danny nemen ons  mee naar het memoriaal in de kazerne, het zwarte gat waarin 25.484 joden en 352 zigeuners verdwenen. 1.200 keerden uit de vernietigingskampen terug, geen 5 procent. Nadia, van politiezone Brussel-Noord, verbaast zich over de luxeappartementen rond het als park aangelegde binnenplein. “Ik zou hier niet kunnen wonen”, zegt ze. “Niet op een plek met zo’n verleden”. Het wordt geen klassieke rondleiding, we houden alleen halt bij de HTM-relevante onderdelen. Zoals het kunstwerk dat Philip Aguirre voor het memoriaal maakte. ’15 augustus 1942, Lange Kievitstraat Antwerpen’, de naam verwijst meteen naar een van donkerste pagina’s uit de geschiedenis van de Belgische politie. Op 15 augustus 1942 werden in de Antwerpse stationsbuurt meer dan 800 joden opgepakt en naar de Dossinkazerne afgevoerd. Aan de razzia, bevolen door de bezetter, dociel uitgevoerd door burgemeester Delwaide en zijn korpschef De Potter, namen een vijftigtal agenten deel. Het kunstwerk, een gedekte tafel waaronder een drieledig gezin zich, plat op de grond liggend, verscholen houdt, stelt het morele dilemma op scherp. “De agenten stonden voor de keuze”, legt Danny uit. “Ze konden het bevel naar de letter opvolgen en de familie van onder de tafel vandaan halen. Maar ze konden ook stil verzet plegen. Hun kop binnen steken, ‘hallo is daar iemand’ roepen, en vooral niet onder de tafel kijken”.

Artistieke impressie van de razzia van 21 augustus 1942, een zwarte pagina in de geschiedenis van de politie (Foto: Geertje De Waegeneer)

Artistieke impressie van de razzia van 15 augustus 1942 (Foto: Geertje De Waegeneer)

We steken opnieuw over naar het museum, voor een hinkelparcours doorheen de geschiedenis van de holocaust. Danny trekt onze aandacht op de fotowand. Een uitgelaten menigte van jonge mensen, dansend op de beats van Tomorrowland. Welke indruk maakt dit beeld? De begeleider kijkt zijn cursisten vorsend aan. Vinger opsteken hoeft niet, maar de sfeer van de schoolreis is helemaal terug. Vrolijk, zomers, jeugdig, de rondvraag levert vooral vrijblijvend gemompel op. Tot een van de speurders _ foto’s en namen zijn taboe, anonimiteit is hun levensverzekering _ zijn bril van ordehandhaver opzet. “Ik vind massa’s intimiderend”, zegt hij. “Groepen zijn manipuleerbaar. De sfeer kan zo omslaan, van vrolijk naar grimmig”. Was dit een toets, dan kreeg hij een tien. Van massa naar massamoord, daar gaat de hele tentoonstelling over. In onze werkmap staan ze netjes uitgespeld, de tien stappen die de Amerikaanse genocide-specialist Gregory Stanton onderscheidt, van classificatie en polarisatie naar uitroeiing en ontkenning.

Einsatzgruppe

De klas is nu helemaal bij de les. De spotprent van Joden op insectenpoten, sprinkhanen die Antwerpen overspoelen? Ontmenselijking, luidt het antwoord, stap 4 in het schema van Stanton. Precies wat in Rwanda is gebeurd, laat iemand pienter opmerken, daar werden de genocideslachtoffers als kakkerlakken bestempeld. We staan lang stil bij een beroemde foto van een lynchpartij in het Amerika van de jaren dertig. Wat zien we? Twee sukkelaars die aan een boom bengelen. Robert nodigt ons uit om beter te kijken, en scherp te stellen op de omstaanders. Sommigen blikken in de lens alsof ze zich betrapt voelen, bij de meesten spat het enthousiasme over het schouwspel van het beeld. Niemand die een vinger uitstak om de lynchpartij te voorkomen, net zomin als dat er iemand van de Rijkswacht tijdens de eerste pogrom in april 1941 iets ondernam om de relschoppers tegen te houden. We zijn intussen al bij stap 6, de polarisatie, aanbeland. Joden en zigeuners zijn al geregistreerd, gelabeld en geïsoleerd. Met medewerking van Belgische autoriteiten, vaak lokale administraties die de Duitse verordeningen ijverig uitvoerden, uit defaitisme of opportunisme. “Ze hadden nochtans een marge om te weigeren”,  zegt Robert. “Belgische instanties mochten van de bezetter gewetensbezwaren inroepen om niet aan de Jodenvervolging deel te nemen. De Brusselse burgemeester heeft geweigerd een jodenregister aan te leggen, en werd daar niet voor gestraft”.

Waarom lieten de Joden zich zomaar oppakken en uitmoorden? Het was Agnieszka, ondersteunende dienst FGP Brugge, die de vraag tijdens de briefing had opgeworpen. “Ik zou vechten als ze aan mijn kinderen raakten”, zei ze fel. En ineens staat ze daar op de derde verdieping van het museum, bij een van de beruchtste foto’s van de Holocaust. Een soldaat van een Einsatzgruppe legt van dichtbij aan op een naakte vrouw die wanhopig haar kind in de armen klemt. Twee joden met een kogel afgemaakt, daar kon je bij de SS trots op zijn. De hele verdieping is gewijd aan deportatie en uitroeiing. Met spaarzame middelen, zonder effectbejag.  De beelden en citaten komen des te harder binnen. Tekeningen van gaskamers en crematoria in Birkenau hangen tegenover een selectie uit het befaamde Höcker Album, foto’s van kampbeulen tijdens hun vrije tijd, aan de borrel op het zonnedek, even weg van de sleur van de industriële volkenmoord.  We houden het kort, Agnieszka heeft het trouwens al lang gesnapt. Er viel in deze fase niks meer te vechten, de strijd werd verloren op de eerste en de tweede verdieping.  Het is stil als we naar de kantine op de min-1 afdalen. “Ik had al een en ander over de Holocaust gelezen”, zegt Nadia. “Maar dit maakt toch indruk”.

Vinci Park

Lunchtijd. Een milde vorm van collectieve haat jegens Vinci Park steekt de kop op. Het SMS-parkeren draait in de soep, er moeten dringend parkeertickets worden vervangen en auto’s verplaatst. Als er straks maar geen bon onder de ruitenwisser steekt! Robert en Danny zijn intussen druk doende met de voorbereiding van de workshop mensenrechten. “Meestal is de sfeer constructief”, zegt Robert. “Maar soms krijg je onverwachte reacties. Jaja, zei er eentje, de Holocaust was erg. Maar wat doen de Joden met de Palestijnen? Dan moet je als moderator ingrijpen, want daar gaat het natuurlijk niet over. Op een keer had ik enkele agenten van een interventieteam uit een grootstedelijke probleemwijk. Ze hadden moeite met bepaalde stellingen over de rechten van arrestanten. Fysiek en verbaal geweld tijdens interventies? Moest kunnen, vonden ze, ze hadden hun eigen codes. En dat het gemakkelijk was om dat van achter een bureau af te keuren. Want je moest het maar doen, orde handhaven in een kansarme buurt die wemelt van drugscriminelen en mensen zonder papieren. Hun korpschef zat er bij, zijn mond viel open van verbazing. Die sessie is niet zonder gevolgen gebleven”.

We vormen een halve cirkel. Robert steekt van wal met een exposé over het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Wisten we dat Duitsland in Straatsburg ooit werd veroordeeld tot een zware schadevergoeding, te betalen aan een bewezen kindermoordenaar? Speurders hadden tijdens het onderzoek met geweld gedreigd om hem te dwingen te verklappen waar hij het slachtoffer _ op dat moment nog in leven gewaand _ had verborgen. Het argument van de tijdsdruk maakte voor de rechters in Straatsburg geen verschil. Dura lex, sed lex, mensenrechten zijn niet voor interpretatie vatbaar. Na deze opwarmer krijgen we een primeur: de case Claeys en Vermuyten, uitgewerkt als toetssteen voor ethisch politiehandelen. We worden uitgenodigd om in de schoenen te gaan staan van de enige twee agenten die op 15 augustus 1942 weigerden aan de jodenrazzia deel te nemen. Vandaag worden Claeys en Vermuyten als helden vereerd, destijds als dienstweigeraars gestraft. Mild gestraft, weliswaar, met verlies van drie verlofdagen. Waarom waren ze dan de enige agenten die de marge om nee te zeggen hebben benut? Danny stelt de vragen, Robert noteert de antwoorden in een raster. De verschillende actoren, de opties, de geanticipeerde en de reële gevolgen, ethisch politiehandelen is even complex als de tabellen van Mendeljev.

paneel vervolging zigeuners. Verrassend actueel, zal tijdens de workshop blijken. (Foto: Geertje De Waegeneer)

paneel vervolging zigeuners. Verrassend actueel, zal tijdens de workshop blijken. (Foto: Geertje De Waegeneer)

Andy de homo

De marge om nee te zeggen? Agnieszka pikt het thema graag op. Is het normaal, vraagt ze zich luidop af, dat ze bij het invullen van persoonsgegevens in de Algemene Nationale Gegevensbank een vakje met ‘Zigeuner’ kan aanvinken? “Ik weiger dat te doen”, zegt ze. “We hebben niet het recht om mensen op basis van hun etnische achtergrond te labelen”. Twee Leuvense speurders steigeren. Wat is het probleem? In dezelfde databank wordt toch ook genoteerd of iemand als veelpleger bekend staat of betrokken was bij drugsfeiten? Het stempel zigeuner is gewoon relevante informatie voor de strijd tegen rondtrekkende daderbendes. Robert kan het nauwelijks geloven. Hier, op deze plek, vernemen dat zigeuner anno 2015 codetaal is voor rondtrekkende daderbende. Hij pleegt een telefoon naar de bevoegde dienst, het blijkt te kloppen. “Dit kan absoluut niet”, zegt hij. “We mogen minderheden niet reduceren tot een crimineel fenomeen”.

De commotie luwt, we besluiten met een hedendaagse casus. Agent Andy out zich tegenover de collega’s als homo en wordt nadien met steeds ergere pesterijen geconfronteerd. Hoe zouden ze reageren? Heulen met de pesters? De andere kant opkijken? Openlijk partij kiezen voor Andy? De hiërarchische oversten inschakelen? De laatste twee opties worden met een geruststellende unanimiteit verkozen, maar één dissident draagt een pragmatische oplossing aan. “We kunnen Andy ook gewoon overplaatsten”. Robert kijkt naar zijn raster. Daar heeft hij geen vakje voor.

Filip Dewinter zendt zijn dochters uit

uitgebreide versie van interview met Veroniek Dewinter dat op 4/12/2013 in Knack verscheen

“Moslima’s waren welkom op verjaardagsfeestjes, maar wel onder voorwaarden. Hoofddoeken af, varkensvlees eten en mee zwemmen met meisjes en jongens in ons zwembad”.

Dewinter en dochters, de familie von Trapp van extreemrechts in Vlaanderen

Dewinter en dochters, de familie von Trapp van extreemrechts in Vlaanderen

Extreemrechts in Vlaanderen heeft eindelijk zijn familie Von Trapp. Ze woont in Ekeren-Antwerpen, en staat bij de burgerlijke stand als de familie Dewinter bekend. Vader Filip, sinds mensenheugenis boegbeeld van Vlaams Belang, heeft zijn drie dochters uitgezonden. Karolien Dewinter (24) houdt een zitje warm in de districtsraad van Merksem en figureert volgend jaar op de Europese lijst. Tweede dochter An-Sofie (21) prijkte vorig jaar in een boerkini op een provocerende anti-islamaffiche. En volgend jaar maakt ook de jongste dochter haar electorale debuut. De 19-jarige Veroniek Dewinter zal de stuntlijst versterken waarmee het Vlaams Belang op 25 mei in Henegouwen, aan gene kant van de taalgrens, wil uitpakken. We mochten de piepjonge politica thuis aan de tand voelen, onder het waakzame oog van papa Dewinter die voor de gelegenheid de rol van perswoordvoerder speelt. Wie kandidaat volksvertegenwoordiger Veroniek Dewinter wil spreken, moet vooralsnog langs hem passeren.

–  Spreekt u wel Frans? Want dat mag je wel verwachten van een kandidaat die in Wallonië campagne gaat voeren..

Veroniek Dewinter: “Ik trek mijn plan. Vloeiend is het niet, alleszins onvoldoende om een echt gesprek of debat aan te gaan. Maar de campagne is nog niet begonnen, en intussen leer ik bij. Ik studeer communicatiewetenschappen aan de Artesis-Plantijn Hogeschool, en Frans is een van mijn vakken“.

Filip Dewinter: “Mag ik even tussenkomen? Het klopt niet dat Veroniek de lijst gaat trekken, zoals ik in verschillende kranten las. Ze zal wellicht duwen, als lijsttrekker zoeken we een perfect tweetalig kandidaat”.

–   Okay, maar als dochter van wordt u wel de blikvanger. Hoe goed kent u uw kieskring?

Veroniek Dewinter:  “Euh..ik ben nog nooit in Henegouwen geweest. Maar dat zal wel gauw veranderen als de campagne begint”.

 Geef nu maar toe: dit is niet meer dan een stunt, een rondje Walen provoceren om media-aandacht te trekken en de eigen achterban te plezieren…

Veroniek Dewinter: “Ja, maar toch is het ons menens. We willen de Walen ervan overtuigen dat ze beter af zijn zonder de PS en zonder Di Rupo.  Daarom kiezen we voor Henegouwen, we gaan letterlijk in de achtertuin van Di Rupo campagne voeren. We gaan dus niet doen zoals Bart De Wever, die Di Rupo gebruikt om zich te profileren zonder hem echt pijn te doen. We willen campagne voeren op precies dezelfde manier als in Vlaanderen, we gaan folders uitdelen en met de mensen praten”.

Jullie willen in Henegouwen ook de affiche gebruiken met de vliegenmepper om Di Rupo symbolisch te pletten. Une tapette, zoals dat in het Frans heet, is toevallig ook een scheldwoord voor homo. Vindt u dat zelf niet wat ranzig?

Veroniek Dewinter: “Nee, ik vind dat eerder humoristisch. We gaan die vliegenmeppers ginder uitdelen”.

Filip Dewinter: “Op mijn communiezieltje: dat tapette een scheldwoord voor homo’s was, hebben we pas achteraf in De Morgen gelezen. We wisten het echt niet”.

 Vlaams Belang wekt in Wallonië vooral monumentale aversie op. Komen jullie in Henegouwen desalniettemin onder de eigen naam op?

Veroniek Dewinter: “Die knoop is nog niet doorgehakt, de kans bestaat dat we voor BOP kiezen.  ‘Balayons les Ordures Politiques’, het boekje van vader dat in het Frans werd vertaald en dat we tijdens de campagne zullen verspreiden”.

Niet bang voor vijandige reacties?

Veroniek Dewinter: “Nee, ik ben wel wat gewoon. Als ik met ons vader folders ging uitdelen, incasseerde ik ook vaak negatieve reacties”.

– Hoe was het om op te groeien als dochter van een bekend en door velen verfoeid politicus?

Veroniek Dewinter: “Ik werd voortdurend op mijn familienaam aangesproken. Vader was al bekend toen ik nog niet geboren was, ik heb er dus van kindsbeen af mee leren omgaan. Op school wist iedereen wie ik was. In het middelbaar waren er wel eens leerkrachten die een link legden tussen Vlaams Belang en racisme. Ik hield me dan gedeisd, dacht bij mezelf dat ik wel beter wist. Na de les kwam die leerkracht me verzekeren dat ik het vooral niet persoonlijk moest nemen. Niet dat het altijd zo gemakkelijk was. Mijn oudste zus is van school moeten veranderen omdat ze gepest werd, en niet alleen door de leerlingen. Mijn andere zus heeft bij het solliciteren al twee keer naast een vacature gegrepen omdat ze de dochter is van”.

–  Politiek is een ruwe stiel. Bagger spuiten, met bagger besmeurd worden, nergens kennen ze het beter dan bij het Vlaams Belang. Ook intern kan het er ruig aan toe gaan. De voorbije jaren heeft uw vader goede vrienden zien overlopen naar N-VA, om nog te zwijgen van de pijnlijke episode met wijlen Marie-Rose Morel en Frank Vanhecke in de hoofdrollen. Waarom kiest een jong meisje voor zo’n milieu?

Veroniek Dewinter: “Er is inderdaad veel gebeurd binnen de partij, maar dat illustreert alleen maar de nood aan een nieuwe generatie. Tegenkanting hoort erbij, heb ik van vader geleerd. Hoe meer kritiek hij kreeg, hoe standvastiger hij zich opstelde. Ik vind dat een inspirerend voorbeeld. Overigens, je moet deze kandidatuur relativeren, ik ben in de eerste plaats student.  Maar politiek heb ik wel met de paplepel meegekregen, net als mijn zussen. We zijn ook alle drie bij de Vlaams Belang Jongeren actief”.

In 2004 werd het Vlaams Blok als een racistische partij veroordeeld, een stigma dat ook aan opvolger Vlaams Belang kleeft. Bent u militant van een racistische partij?

Veroniek Dewinter: “Ik heb dat proces niet bewust meegemaakt, ik was toen tien jaar. Maar ik weet zeker dat mijn partij niet racistisch is. Vader heeft al in jaren negentig gewaarschuwd voor bepaalde fenomenen die mijn toekomst en de toekomst van mijn kinderen bedreigen. Ik kan alleen maar vaststellen dat veel van zijn voorspellingen zijn uitgekomen”.

–  Wat bedoelt u daarmee?

Veroniek Dewinter: “Iedereen kan toch zien dat de immigratie compleet is ontspoord? En ik vind het ook niet normaal dat ik word uitgescholden, als ik ’s avonds met vriendinnen op stap ga. Het is niet omdat ik als Vlaams meisje een rokje draag of een glas alcohol drink, dat ze mij voor hoer of slet mogen uitmaken”.

Spreekt u uit ervaring of is dit een cliché?

Veroniek Dewinter: “Uit ervaring! Vorige week nam ik met enkele vriendinnen de tram. Omdat we er per vergissing in station Opera waren uit gegaan, moesten we eendje eind lopen naar de Meir. Op dat korte stukje werden we tot vier keer toe uitgemaakt, wellicht omdat we wat schmink droegen. Door jonge Marokkanen, zoals meestal het geval is”.

–  Het Vlaams Belang profileert zich meer dan ooit als een anti-islampartij. Hoe gaat u zelf om met leeftijdsgenoten die toevallig moslim zijn?

Veroniek Dewinter: “Op school zitten heel wat moslims, ook meisjes met hoofddoeken. Ik heb er wel contact mee, maar niet in die mate dat we vrienden zijn”.

–  Stel dat u een groepswerk moet maken met een van die meisjes. Gaat u hen dan vertellen dat ze hun hoofddoek moeten afdoen, zoals uw partij eist?

Veroniek Dewinter: “Dat ook weer niet, groepswerk is groepswerk. Ik heb eigenlijk nooit een probleem met moslima’s  gehad. Vroeger werden ze hier op verjaardagsfeestjes uitgenodigd. Ze waren welkom, maar wel onder voorwaarden. Hoofddoeken af, varkensvlees eten en mee zwemmen met meisjes en jongens in ons zwembad”.

–  Jongeren die zich politiek engageren kiezen doorgaans voor een partij met succes en toekomst. Niet voor Het Vlaams Belang dus, een partij die de voorbije jaren vooral kiezers en mandatarissen verloor.  Nooit getwijfeld om als jonge, Vlaams nationalist voor de N-VA te kiezen, een partij die intussen drie keer zo groot is als Vlaams Belang en die niet gevangen zit in een cordon sanitaire?

Veroniek Dewinter: “Kandidaat voor de N-VA? Ondenkbaar, dat zou als verraad worden beschouwd. Ten andere, als dochter deel is sowieso de ideeën van vader. Het is wel bitter dat de N-VA nu succes oogst met ideeën die ze van ons hebben gepikt. Toch geloof ik in onze toekomst. Het is niet de bedoeling de grootste te worden. Het Belang is een zweeppartij die andere partijen aanjaagt, een rol die ons op het lijf is geschreven”.

Misschien wat voorbarig en buiten proportie: maar mogen we een parallel trekken met de dynastieke opvolging bij het Franse Front National? Marine Le Pen is een gematigder versie van haar vader Jean-Marie. Wordt u straks een zachtere kopie van Filip Dewinter?

Veroniek Dewinter:  “Vrouwelijker misschien, maar softer? Nee hoor, ik ben een echte Dewinter, net als mijn zussen. Rechtlijnigheid zit ons in de genen”.

Wat is er geworden van het Belgische Front National? Gaat die jullie straks in Henegouwen beconcurreren op de extreemrechtse flank?

Filip Dewinter: “Belgische Front National? Dat zootje ongeregeld bestaat niet meer, het Franse FN heeft het gebruik van die naam via de rechtbank laten verbieden. Overigens, wist u dat het FN van Marine Le Pen in Wallonië in de peilingen een potentieel van 8 procent heeft, terwijl die partij hier officieel niet bestaat? En off the record, het is niet uitgesloten dat Marine Le Pen onze Henegouwse lijst zal steunen, met een oproep om voor Balayons les Ordures Politiques te stemmen”.