Tagarchief: radicalisering

Radicaliseren achter de tralies

Knack, 2 maart 2016

In de nasleep van Charlie Hebdo lanceerde justitieminister Koen Geens een actieplan tegen radicalisering in de gevangenis. Besmettelijke gedetineerden zullen in speciale afdelingen door deradicaliseringsexperts en moslimaalmoezeniers tot betere gedachten worden gebracht. De uitvoering loopt communautaire vertraging op, maar het nut staat buiten kijf. ‘Ons systeem kan wel één Nizar Trabelsi aan, maar geen vijf tegelijkertijd’.

Wat, behalve een lemma in het Lexicon Jihadterreur, hebben Mohamed Merah, Mehdi Nemmouche, Amedy Coulibaly en de broers Kouachi met elkaar gemeen? Alle vijf zaten korte tijd voor het plegen van hun aanslagen in een Franse gevangenis voor feiten van gemeenrecht. Vier van de vijf kwamen zelf om, alleen Nemmouche kan op zijn carrière als terrorist terugblikken. Niet dat men daar veel wijzer van is geworden, de man achter de aanslag op het Joods museum in Brussel zwijgt sinds zijn arrestatie als een graf. Toch laten de vele daderportretten die na de verschillende aanslagen verschenen, geen ruimte voor twijfel.  Het verblijf in de gevangenis heeft in belangrijke mate bijgedragen tot de radicalisering en de dadendrang waarmee deze werd botgevierd. Deden de profielen van Merah en Nemmouche al wenkbrauwen fronsen, het waren de aanslagen op Charlie Hebdo en Hyper Casher begin vorig jaar in Parijs die in heel Europa politie, justitie en inlichtingendiensten wakker schudden. Behalve teruggekeerde Syrië-strijders worden sindsdien ook geradicaliseerde ex-gedetineerden als een risicogroep gebrandmerkt.

Pierre Carette

Ook de Belgische minister van justitie Koen Geens (CD&V) schoot in actie. Een jaar geleden, op 11 maart 2015 om precies te zijn, stelde hij zijn actieplan ‘Radicalisering in de gevangenissen’ voor. De helft van de tien maatregelen zijn preventief. Naast het aanpakken van de algemene leefomstandigheden zal werk worden gemaakt van een betere detectie en een vlottere informatiestroom tussen penitentiaire instanties, politie en staatsveiligheid. De spectaculairste maatregel is zonder meer het oprichten van twee speciale afdelingen voor geradicaliseerde gedetineerden, communautair netjes verdeeld over de gevangenissen van Hasselt en Ittre. In totaal zal er plaats zijn voor 40 risicogevangenen die van de reguliere populatie worden geïsoleerd. Daarnaast komen er tweekoppige satellietteams in de gevangenissen van Brugge, Lantin, Gent, Sint-Gillis en Andenne. Bedoeling is gedetineerden tijdens hun verblijf in de speciale afdelingen of in de satellietteams te deradicaliseren of op zijn minst te de-engageren. Met dat laatste wordt bedoeld dat ze afzien van pogingen om hun radicale gedachtengoed te verspreiden of, erger nog, in terreurdaden om te zetten. Pierre Carette, leider van extreemlinkse terreurbeweging CCC, geldt daarbij als een voorbeeld. Bij zijn vrijlating in 2003 was hij nog even radicaal als voorheen, maar hij vindt het niet meer nodig zijn marxistische idealen met bomaanslagen te bekrachtigen.

Deradicaliseren of de-engageren, het is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij de missie zijn dan ook vele actoren betrokken. In het plan is sprake van speciaal opgeleide cipiers, justitiële welzijnswerkers en psychologen. Veel wordt verwacht van externe specialisten en van islamconsulenten, zeg maar moslimaalmoezeniers. Voor de financiering van een en ander wordt onder meer geput uit de 400 miljoen euro die de regering in november voor anti-terreurmaatregelen heeft vrijgemaakt.

Guantanamo

België kiest dus voor concentratie, een van de twee opties waar heel penitentiair Europa momenteel mee worstelt. Moet je geradicaliseerde gevangenen over de algemene populatie verspreiden met het risico dat ze anderen besmetten? Of sluit je ze samen op, met het gevaar dat zo’n speciale afdeling een soort Guantanamo wordt, een terroristische eliteschool waar gelijkgezinden elkaar nog verder opjutten in hun haat tegen de westerse maatschappij ‘Een duivels dilemma’, noemt de Nederlandse radicaliseringsexpert Omar Ramadan het. ‘Besmetting is een reëel risico. Je wilt het niet hebben dat een simpele tasjesdief onder invloed van een geradicaliseerde medegevangene als een fanatiek jihadist in de maatschappij terugkeert. De penitentiaire context kan daarbij als een katalysator werken. Vele gevangenen zijn sociaal geïsoleerd en voelen zich losers zonder enig perspectief. Dat maakt hen vatbaar voor charismatische figuren die hen een heilige missie aanpraten, en de solidariteit van de broeders en zusters als een warm deken aanbieden. Maar ook concentreren heeft nadelen. Want wie zet je allemaal samen? Radicalisering is ook zo’n vaag begrip. Onder de teruggekeerde Syriëstrijders zitten geharnaste jihadisten, maar evengoed vertwijfelde pubers of naïeve idealisten die werkelijk naar Syrië zijn vertrokken om te helpen, maar nooit verder dan de Turkse grens zijn geraakt. Door iedereen op een hoop te gooien, maak je het de leidersfiguren erg gemakkelijk. Ze kunnen constant invloed uitoefenen op hun volgers, gedetineerden die in een ander omgeving misschien gemakkelijk te deradicaliseren vallen’.

Omar Ramadan heeft in Nederland een eigen adviesbureau radicalisering en gewelddadig extremisme. Zijn voornaamste opdrachtgevers zijn ministeries en gemeenten, maar hij is ook coördinator van het in 2011 door de Europese Commissie opgerichte Radicalisation Awareness Network. Bedoeling  is penitentiaire terreinervaring en best practices tussen lidstaten uit te wisselen. Screening is volgens Ramadan de manier om aan het hogervermelde dilemma te ontsnappen. ‘Je moet de rotte appels uit de mand halen. Grondig selecteren is dus de boodschap. Niet alleen aan de poort, maar ook tijdens de detentie. Bijzondere regimes moeten voldoende flexibel zijn, wie gunstig evolueert moet terug naar het reguliere systeem kunnen. In feite pleit ik voor een gemengd model waarin zowel concentreren als spreiden een plaats hebben. Al blijft het altijd oppassen met valse modelgevangenen die pas hun ware aard tonen als ze in een open regime belanden’.

Radicalisering achter de tralies. Onwillekeurig denkt men Islamitische Staat of Al Qaeda. ‘Maar het fenomeen bestaat al veel langer’, benadrukt Ramadan. ‘Landen als Spanje, Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië worden er al tientallen jaren mee geconfronteerd. Groot-Brittannië en Spanje hebben overwegend voor het concentratiemodel gekozen. Dat IRA-aanhangers of ETA-leden elkaar verder zouden radicaliseren, was geen punt. Men ging er immers van uit dat men die toch nooit op andere gedachten kon brengen. Frankrijk kent al sinds de jaren negentig moslimterrorisme, naast Corsicaans separatisme en extreemlinkse terreur. Daar opteren ze eerder voor spreiding’.

terro-gedetineerden

In het Frankrijk is het roer echter om. In januari gingen twee afdelingen voor terro-gedetineerden open, tegen eind maart worden nog twee eenheden in gebruik genomen. ‘In Frankrijk is het probleem dan ook veel urgenter dan bij ons’, zegt een anonieme bron binnen het gevangeniswezen. ‘Wij hebben hier nog geen Merah’s of Kouachi’s gezien, terroristen van wie vast staat dat ze in de gevangenis zijn geradicaliseerd. Neem de Belgische daders en verdachten van de recente aanslagen in Parijs. De meesten hebben wel een gerechtelijk verleden, sommigen hebben korte tijd in de gevangenis gezeten. Maar dat heeft geen rol van betekenis gespeeld, hun radicalisering heeft zich buiten de gevangenis voltrokken, via sociale media of andere kanalen’.

Waarom dan een speciale afdeling voor geradicaliseerde gevangenen? ‘Om Franse toestanden te vermijden. Jihadisme is op zich niet nieuw, we hebben in de jaren negentig al het proces tegen de Algerijnse GIA gehad. In een rapport van de Staatsveiligheid uit 2011 staat er geen probleem van radicalisering is. Maar intussen is de context radicaal veranderd, door de aantrekkingskracht van groepen zoals IS en Al Qaeda. Alleen al de instroom van terreurverdachten en teruggekeerde Syrië-strijders heeft het fenomeen een heel nieuwe dimensie gegeven’.

Nizar Trabelsi. De naam klinkt in de Belgische gevangenissen nog altijd als een klok. De Tunesische ex-voetballer werd in 2001 gearresteerd toen hij aanslagen op de luchtmachtbasis Kleine-Brogel en de Amerikaanse ambassade in Parijs aan het beramen was. Toen hij in 2013 aan de Verenigde Staten werd uitgeleverd, had hij er een penitentiaire odyssee opzitten. ‘Erger dan Farid Le Fou’, zegt onze bron. ‘Trabelsi had een geweldig aura. Als hij in een nieuwe gevangenis kwam, voelde men de sfeer omslaan. Na verloop van tijd werd de toestand onhoudbaar en zat er niks anders op dan hem weer te verkassen. Dat is waarom die speciale afdelingen nodig zijn. Ons penitentiair systeem kan wel één Trabelsi aan, maar geen vijf tegelijkertijd. Niet dat we het gevaar op besmetting moeten opblazen. In de Belgische gevangenissen zitten zo’n 4.000 moslims. De overgrote meerderheid is absoluut niet vatbaar voor radicale ideeën, velen zijn zelfs nauwelijks bezig met hun religie. Maar 1 procent van 4.000, dat maakt nog altijd een hoop potentiële terreurcellen’.

halal maaltijden

 Geens’ actieplan viseert zowel actieve als passieve geradicaliseerden, rekruteerders en volgers. In de praktijk valt de doelgroep evenwel moeilijk te omschrijven. Ons land telt momenteel een negentigtal terro-gedetineerden. Versta daaronder veroordeelden van recente terrorismeprocessen tegen groepen zoals Sharia4Belgium, maar ook arrestanten in lopende terreuronderzoeken en teruggekeerde Syriëstrijders die in voorhechtenis zitten. Het laat zich raden dat deze groep op de eerste rij staat om de speciale afdelingen in Hasselt en Ittre te bevolken. Toch is het niet zo simpel, laat het kabinet van justitieminister Geens weten. Woordvoerder Sieghild Lacoere: ‘Terro-gedetineerden die geen besmettingsrisico vormen kunnen in principe in een normaal gevangenisregime verblijven. Omgekeerd is het perfect denkbaar dat ‘gewone’ criminelen radicaliseren, waardoor we ze van de reguliere populatie moeten isoleren. Alles zal afhangen van de individuele risico-taxatie die met de grootste zorgvuldigheid moet gebeuren’.

De wet verbiedt gevangenen naar religieuze of filosofische overtuiging te registreren. 4.000 moslims op 11.000 gedetineerden is dan ook een ruwe schatting, onder meer gebaseerd op de bestellingen van halal-maaltijden. ‘Het varieert nogal’, zegt een ervaren cipier die zijn naam liever niet prijs geeft. ‘’In Sint-Gillis zijn het er wel 75 procent, in Brugge tussen de 30 en de 40 procent’.  De vraag is hoe vatbaar die zijn voor radicalisering. De cipier, een man die verschillende gevangenissen van binnenuit kent, wil niet dramatiseren. ‘We zien inderdaad dat meer moslims hun geloof openlijk belijden. De ramadan wordt intenser beleefd, de voorbidder krijgt ’s avonds meer respons dan pakweg 15 jaar geleden. Daar is niks mee, ze hebben ook niks anders om handen. In een gevangenis zoals Sint-Gillis mag je dat laatste letterlijk nemen. Uit protest tegen de overbevolking en het personeelstekort hebben de vakbonden meer dan een jaar geleden besloten alle extra activiteiten schrappen’.

Fouad Belkacem

Geen vuiltje aan de lucht? Dat zal niemand beweren. De gevangenis van Andenne werd in juni 2013 door woedende moslimgedetineerden kort en klein geslagen. Geen primeur, want in november 2011 brak in dezelfde gevangenis een soortgelijk pandemonium uit. Aanleiding was telkens het uitvaardigen door de directie van interne regels die het bidden tijdens de wandeling en op de gang aan banden legden. ‘Ook in Antwerpen heeft dat al tot problemen geleid’, zegt de cipier. ‘Zoiets wordt altijd aangestoken door een of meerder leiders. Daarom proberen we kort op de bal te spelen. Ik herinner me een jonge gast die ineens zijn baard liet staan en zich anders ging gedragen. Bleek dat hij zich liet opstoken door zijn buurman, een echte fundamentalist. We hebben die twee uit elkaar gehaald, en die jongen is binnen de kortste keren bijgedraaid. Ook een veeg teken: gedetineerden die ineens weigeren om bevelen van vrouwelijke cipiers te krijgen. Radicale elementen sluiten we bij voorkeur niet op in een isoleercel met zicht op de wandeling. Ook al mogen ze zelf niet deelnemen, toch proberen ze de anderen te intimideren. Jij daar, waarom bid je niet mee? Waarom was je niet op het vrijdaggebed? Fouad Belkacem was zo’n geval, die had ook een echte entourage. Intussen is hij gekalmeerd, maar in het begin hebben ze hem een paar keer moeten isoleren’.

Volgens de cipier staan zijn collega’s overwegend positief tegenover het plan Geens. ‘Op voorwaarde dat er voldoende middelen worden vrijgemaakt zodat de werkdruk niet nog meer toeneemt’, nuanceert hij. ‘Maar op zich zijn die speciale afdelingen een goed idee, ook voor onze eigen veiligheid. De toevloed van terro-gedetineerden zorgt immers voor enorme stress. Heel wat   van die kerels zit nu reeds in speciale veiligheidsregimes, wat onder meer inhoudt dat ze individueel moeten wandelen. Iedere beweging gaat meet zware veiligheidsprocedures gepaard, voor sommigen moet de hele vleugel worden stilgelegd als ze uit hun cel worden gehaald’.

islamconsulenten

Het plan Geens kent een grote rol toe aan de islamconsulenten, zowel voor de preventie als het eigenlijke deradicaliseren. Momenteel staan er voor gans België 18 voltijdse equivalenten op de betaalrol van Justitie. In Vlaanderen werken zeven moslimaalmoezeniers, plus twee vrouwen die deeltijds meedraaien in de vrouwengevangenissen van Antwerpen en Hasselt. Ter vergelijking: Vlaanderen telt 23 officieel benoemde katholieke gevangenisaalmoezeniers, plus tientallen vrijwilligers die aan gevangenispastoraal doen. Dat er een tekort is aan islamconsulenten _ er zijn ook nauwelijks vrijwilligers _ staat als een paal boven water. ‘In Brugge bijvoorbeeld zie je ze nooit’, zegt de cipier. ‘Alleen tijdens de ramadan komt er wel eens iemand om het vrijdaggebed te leiden’.

Volgens het plan Geens moest het aantal benoemde islamconsulenten al tegen eind 2015 tot 25 worden opgetrokken, maar de rekrutering loopt vertraging op. Die heeft onder meer te maken met de moeizame hervorming van de Belgische Moslimexecutieve, het orgaan dat de islamconsulenten selecteert en voordraagt aan de minister van justitie die ze, na screening door de Staatsveiligheid, benoemt. Maar ook de lat ligt een stuk hoger. Teveel islamconsulenten zijn immers in hetzelfde bedje ziek als de imams. Laag geschoold, beperkte theologische kennis, sommigen spreken onvoldoende Nederlands of Frans om zelfs maar het interne gevangenisreglement te lezen. Geens wil dat de Moslimexecutieve de reeds benoemde islamconsulenten evalueert  en bijschoolt, en voor de nieuwkomers een strengere selectieprocedure uitdoktert. Op termijn zullen moslimconsulenten, net zoals erkende imams, een diploma Islamitische Theologie moeten voorleggen, bij voorkeur behaald aan een Belgische Universiteit. Bedoeling is de beste krachten nauw te betrekken bij het deradicalisering van zware gevallen in Hasselt en Ittre.

Laatste Oordeel

Saïd Aberkan, hoofd-islamconsulent Vlaanderen, is een van de architecten en tegelijkertijd uitvoerders van het hervormingsplan. Gebrek aan scholing is wel het laatste wat je deze 36-jarige Antwerpenaar met Marokkaans-Berberse roots kunt verwijten. Aberkan behaalde een master aan de Islamitische Universiteit Rotterdam, een tweede masteropleiding interreligieuze dialoog aan de Leuvense faculteit theologie is bijna afgerond. In zijn geval kan men van een roeping spreken. Aberkan, als kind gefascineerd door voorbidders in de moskee, ontpopte zich op jonge leeftijd tot een kampioen Koran-reciteren. Op zijn 16de trok hij naar het befaamde Islamic Institute in het Engelse Dewsbury, daarna heeft hij in verschillende Arabische landen gestudeerd.

Aberkan, lesgever interne vorming bij de Moslimexecutieve, in zijn schaarse vrije tijd rondreizend imam, pleit voor een gematigde, rationele islam. Die visie draagt hij ook als aalmoezenier in de gevangenis van Antwerpen uit. ‘Ik praat met iedereen, ook terro-gedetineerden en teruggekeerde Syrië-strijders. Vaak zijn dat jongens met een heel beperkte kennis van hun religie, ze kennen alleen een paar uit hun verband gerukte verzen die hun radicale overtuiging lijken te ondersteunen. Velen koesteren bovendien een verkeerd concept van berouw. Ze hebben in hun verleden zware misstappen begaan, en zijn bang voor het Laatste Oordeel. Om onze fouten uit te wissen, redeneren ze, moeten we ons leven aan God geven. Een heel kleine minderheid gaat daar erg ver in, tot en met het doden van ongelovigen toe. Als islamtheoloog kan ik die verkeerde denkbeelden gemakkelijk doorprikken. Ik kan de koran en de Hadith wel correct citeren en verzen in hun juiste context plaatsen. Daar win je veel respect mee’.

nepradicalen

Over concrete gevallen mag en wil hij niet praten, beroepsgeheim. ‘Maar ik heb er al zien bijdraaien in de gevangenis. Een gewezen Syrië-ganger overwoog zelfs na zijn vrijlating als pentiti te getuigen voor jongeren. Uiteindelijk heeft hij dat toch maar niet gedaan. Bang voor zijn kansen op de arbeidsmarkt, maar ook voor represailles’. Aberkan waarschuwt voor overdreven paniek. Niet elke vrome moslim is een salafist, en niet elke salafist een strijdbaar jihadist. ‘Maar ik begrijp de bekommernis over radicalisering’, zegt hij. ‘Directies moeten alert zijn. Als islamconsulent hebben we een vertrouwensrelatie met gedetineerden, we zijn geen informanten. Maar we gaan soms wel op vraag van de directie of de cipiers praten met probleemgedetineerden, een manier om conflicten te voorkomen of te ontmijnen. Neem nu de wrevel over gebedstijden, een oud zeer. Het moet echt niet op de gang of tijdens de wandeling. Van cipiers nemen ze dat niet aan, van mij wel. Ik heb intussen ook ervaring met het ontmaskeren van nepradicalen, gedetineerden die hun religie misbruiken om zich als leidersfiguur op te werpen. Voorbidden tijdens de wandeling is een van de trucs. Ze spreken weliswaar geen Arabisch en kennen niks van de Koran, maar dat weten ze handig te verdoezelen door gebeden te selecteren die niet hardop worden gereciteerd maar half binnensmonds worden gepreveld. Als theoloog is het een koud kunstje om zo iemand op zijn plaats te zetten’.

Nuttig werk, maar slecht betaald. Het plan Geens stelt echter een beter statuut en verloning in het vooruitzicht. ‘Een eis die al meegaat sinds de eerste islamconsulenten in 2007 werden benoemd’, zucht Aberkan. ‘Alle vorige ministers van justitie hebben daar beloftes over gedaan, om die nadien om budgettaire redenen weer in te trekken. Ik hoop dat het deze keer wel gebeurt, want zonder beter statuut is het plan om meer islamconsulenten aan te trekken, tot mislukken gedoemd. Welke hooggeschoolde moslim wil nog werken voor 16.000 euro per jaar, verplaatsingskosten inbegrepen? Mijn collega’s in Nederland verdienen dubbel zoveel’.

maximum security

De rekrutering van moslimaalmoezeniers is niet het enige onderdeel dat stroef loopt. Ook de ingebruikneming van de speciale afdelingen in Hasselt en Ittre, voorzien voor december 2015, laat op zich wachten. De oorzaak is merkwaardig genoeg van communautaire aard. Hasselt is helemaal klaar, de cellen en gemeenschappelijke ruimten zijn ingericht, het personeel aangeworven en opgeleid. Zolang echter Ittre, waar de werving en training aanslepen, niet opengaat, blokkeren de Vlaamse vakbonden de opening van Hasselt. ‘We willen geen herhaling van het scenario Lantin’, zegt Gino Hoppe, justitie-verantwoordelijke bij het socialistische ACOD. ‘In Lantin hebben gevangenen de hoge veiligheidsafdeling tijdens een opstand gesloopt. Ze werd nooit heropgebouwd, en sindsdien zitten nagenoeg alle hoog risico-gedetineerden in Brugge, de enige gevangenis met een maximum security-afdeling in ons land.  Niet ideaal voor Franstalige gedetineerden, maar vooral rampzalig voor het personeel dat  de druk niet meer aankan’.

Daar had Omar Ramadan in zijn adviesverstrekking vast geen rekening mee gehouden. De urgentie van deradicalisering ligt nochtans voor de hand, vindt de coördinator van het Radicalisation Awareness Network. ‘Niets doen is geen optie. Straffen pakken altijd minder lang uit dan het Openbaar Ministerie vraagt en het publiek wenst. Ook ex-jihadisten keren  vroeg of laat terug naar de maatschappij’.

(bij dit dossier hoort ook nog volgend kaderstuk)

Advocaat Jürgen Millen: ‘Ik verwacht problemen met Straatsburg’

Niet iedereen is enthousiast over de aanpak van radicalisering in de Belgische gevangenissen. Jürgen Millen, advocaat van verschillende terro-gedetineerden, ziet zowel principiële als legale bezwaren.

Millen: ‘Ik heb grote twijfels bij die speciale afdelingen. Bedoeling is er niet alleen veroordeelden maar ook mensen in voorlopige hechtenis op te sluiten. Dat is op zich al problematisch: wat met het vermoeden van onschuld? Het systematisch isoleren van gedetineerden staat bovendien op erg gespannen voet met de Basiswet die de rechten van gedetineerden vastlegt. Het is overigens zeer de vraag of dit systeem een toetsing door het Europees Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg zal doorstaan’.

hoezo?

Millen: ‘Terro-gedetineerden worden in extreme veiligheidsregimes geïsoleerd, zonder dat ze daartegen in beroep kunnen gaan. Dat gebeurt op basis van een niet-publieke omzendbrief die lijnrecht ingaat tegen de bepalingen in de Basiswet. Daar staat immers in dat gedetineerden altijd over een effectief rechtsmiddel moeten kunnen beschikken, maar helaas is die bepaling tot dusver dode letter gebleven. Dat is volgens mij in strijd met het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens en de rechtspraak van Straatsburg. België is daar trouwens al een paar keer zwaar voor veroordeeld in Straatsburg, onder meer in de zaak Farid Bamouhammad (nvdr Farid Le Fou)’.

terrorisme is een reëel gevaar. Logisch toch dat men met risico-gedetineerden maximale voorzorgsmaatregelen neemt?

Millen: ‘Als dat de remedie zou zijn, dan vrees ik dat ze de kwaal alleen maar kan verergeren. In principe moet het initiatief om iemand onder een extreem veiligheidsregime te plaatsen, van de gevangenisdirectie uitgaan. In de praktijk echter zien we dat het ministerie van justitie aan de directies verplicht om deze regimes op te leggen. Zodra een verdachte binnenkomt, volgt er meteen een bevel vanuit Brussel om hem te isoleren. Eerst vier keer zeven dagen, nadien telkens voor één of twee maanden, een termijn die routinematig wordt verlengd’.

– is concentreren geen manier om uitbreiding van radicaliseren te voorkomen?

Millen: “Ik denk niet dat het isoleren laat staan concentreren van gedetineerden die het etiket van geradicaliseerd hebben opgeplakt gekregen, het correcte antwoord is. Juist door dialoog en spreiding van dit soort gedetineerden kun je resultaat boeken. Vergelijk het met een leraar op school. Een probleemleerling in de klas, die kan hij nog bijsturen. Maar wat als er twintig van die probleemleerlingen in zijn klas zitten? Daar valt geen land mee te bezeilen. En waar ik me vreselijk aan erger: de focus ligt uitsluitend op terrorisme met een religieuze inslag, terwijl het gevaar ook uit andere richtingen, zoals racistische groupuscules, kan komen aanwaaien’.

 

Hans Bonte en Montasser AlDe’emeh over het jaar van de radicalisering

Knack, 16 december 2015

Radicalisering, terreur en jihadisme, het zijn fonkelende sterren in de wordcloud 2015. Een boerenjaar voor radicaliseringsexperten waarvan Knack twee prominente exemplaren verenigde. Burgemeester Hans Bonte en islamoloog Montasser AlDe’emeh buigen zich samen over de kwaal van deze tijd. De eerste klinkt sussend, de tweede alarmerend. ‘Angst is nefast, maar naïviteit evenzeer’.

 

foto: Saskia Vanderstichele

foto: Saskia Vanderstichele

Montasser AlDe’emeh excuseert zich voor de vertraging. Iemand had hem de weg naar de Leuvensesteenweg in plaats van de Leuvenseweg gewezen, een populair misverstand als men het Huis der Parlementariërs zoekt. De Palestijnse Vlaming woont al een poosje in de hoofdstad, maar deze buurt is hem nog altijd weinig vertrouwd. Een van zijn vorige excursies naar de Vijfhoek haalde zelfs de internationale pers. Het was begin december, de stad krabbelde recht na een week dreigingsniveau 4. Een politiepatrouille vond het nodig zijn auto tegen te houden en hem op een botte manier aan een veiligheidscontrole te onderwerpen. De nummerplaat van zijn Mercedes stond als verdacht gesignaleerd, klonk achteraf de uitleg van de politie. Ironisch genoeg kwam AlDe’emeh net terug van een lezing over gewelddadig jihadisme voor het Brussels parlement.

 Hans Bonte, sp.a-kamerlid en burgemeester van Vilvoorde, schuift een stoel bij voor de laatkomer. Hun wegen hebben elkaar al vaker gekruist. Montasser AlDe’emeh en Hans Bonte staan allebei bekend als radicaliseringsexpert, een knelpuntberoep dat ze op erg verschillende manieren invullen. AlDe’emeh verdiept zich als islamoloog in de lokroep van de jihad. In 2014 reisde hij Vlaamse Syriëstrijders achterna, en zijn veldonderzoek mondde dit jaar uit in het lijvige boek ‘De Jihadkaravaan’ dat hij samen met Midden Oosten-kenner Pieter Stockmans schreef. AlDe’emeh is geen academicus in een ivoren toren. Met zijn organisatie ‘De weg naar’ probeert hij radicaliserende jongeren voor ongelukken te behoeden en begeleidt hij ouders van Syriëstrijders. Hans Bonte van zijn kant kent de problematiek als burgemeester. Vilvoorde zag sinds 2012 liefst 28 onderdanen naar het strijdtoneel in Syrië vertrekken, een cijfer waarmee zijn stad nog voor Molenbeek internationale faam als jihadi-bolwerk verwierf. Het leverde Bonte de status van ervaringsdeskundige op, met een uitnodiging als keynote speaker door het Witte Huis als ultieme bekroning.

–  wat een boerenjaar voor radicaliseringsexperten! De aanslagen van 13/11 in Parijs zinderen nog na. Men zou haast vergeten dat 2015 zowat begon met het uitmoorden van de Charlie Hebdo-redactie en de raid op de Joodse superette Hyper Casher in datzelfde Parijs. Was dat een kantelpunt?

Hans Bonte: ‘Zo heb ik het toch beleefd. Een aanslag op onze persvrijheid, als symbool kon dat tellen. Maar ook de reactie had een enorme symboolwaarde. Ik ben naar Parijs geweest voor de stille wake, een historisch moment. Ik kon het Gare du Nord haast niet uit, het zag letterlijk zwart van het volk. Een miljoen mensen op de been, van alle rangen, standen en kleuren. Ik vond dat een zeer krachtig signaal’.

Montasser AlDe’emeh: ‘Het was helemaal geen aanslag op de persvrijheid, maar een oorlogsdaad waarmee jihadisten de polarisering in onze maatschappij op de spits wilde drijven. Vandaar ook de keuze van het doelwit: hoe theatraler, hoe groter de impact. Ik kan me inbeelden dat die stille wake een ontroerende ervaring was, maar volgens mij zijn we met open ogen in de val getrapt. Het opzet om moslims te marginaliseren en de tegenstellingen tussen wij en zij aan te scherpen, is perfect geslaagd. Na de aanslagen begonnen kranten massaal Mohammed-cartoons te publiceren. Wie daar niet mee kon lachen, was haast medeplichtig aan de moord op Charlie Hebdo. Die groepsdruk werkte nog ook. Zelfs Franse imams die Charlie Hebdo jarenlang hadden verketterd, gingen ineens met een ‘Je suis Charlie’-bordje staan zwaaien. Hypocriet, net zoals de aanwezigheid op de stille mars van enkele wereldleiders die zelf als notoire mensenrechtenschenders bekend staan’.

Bonte: ‘Wat was er zo hypocriet aan de reactie van die imams? Het is toch niet omdat ze verbolgen waren over Mohammed-cartoons, dat ze geen afschuw mogen tonen als de volledige redactie van Charlie Hebdo wordt uitgemoord? Ik zie daar geen tegenspraak’.

AlDe’emeh: ‘De imams dragen een verpletterende verantwoordelijkheid. Natuurlijk waren die spotprenten niet leuk, zo heb ik het trouwens zelf altijd aangevoeld. Toch hadden de imams de gelovigen moeten sussen. Laat ze maar spotten, hadden ze in de moskee moeten zeggen, wij moslims weten zelf wel wat de Profeet voor ons betekent. Maar nee, in de plaats daarvan staken ze donderpreken af tegen die godslasteraars van Charlie Hebdo. Dan moet je niet verbaasd zijn als op een dag enkele jongeren die al slecht in hun vel zitten en al flink geradicaliseerd zijn, een Kalasjnikov grijpen en een bloedbad aanrichten. Ik zeg niet dat er een direct causaal verband is, maar het is wel hypocriet om na zo’n drama een bordje met ‘Je suis Charlie’ in de lucht te steken’.

–  nog een sterk moment van 2015 was de uitspraak op 11 februari in het Sharia4Belgium-proces. Volgens de correctionele rechtbank van Antwerpen ging het om een terroristische groepering. Leider Fouad Belkacem en andere kopstukken kregen strenge gevangenisstraffen. Terecht?

Bonte: ‘Over de strafmaat spreek ik me niet uit, maar het is absoluut waar dat Sharia4Belgium een sleutelrol heeft gespeeld in het ronselen van Syriëstrijders. Ik weet er alles van, want de organisatie was erg actief in Vilvoorde. De predikers van de haat, zoals ik ze noem, zijn verantwoordelijk voor het stelen van kinderen uit onze samenleving. Het ging overwegend om criminelen en halve criminelen, sommigen hadden op hun elfde al een dossier bij de jeugdrechtbank. Losers dus die elkaar in een nieuwe missie hadden gevonden, het stichten van het kalifaat. De eerste lichting Syrië-strijders bestond nagenoeg volledig uit kernleden van Sharia4Belgium. Vanuit Syrië hebben ze vervolgens de tweede lichting gerekruteerd, met filmpjes, propaganda en persoonlijke aansporingen via de bekende sociale netwerken. Van die eerste lichting kun je nog zeggen dat we ze liever kwijt zijn dan rijk. Maar die tweede lichting? Dat waren geen criminelen, maar gewone jongeren die om allerlei redenen kwetsbaar waren’.

AlDe’emeh: ‘Sharia4Belgium heeft bewust gemarginaliseerde jongeren aangetrokken en verder geradicaliseerd. Aanvankelijk puur ideologisch, maar dat was slechts een eerste stap op weg naar gewelddadige radicalisme. De vraag is echter waarom ze hun boodschap zo gemakkelijk aan die jongeren kwijt konden. Het hoofddoekenverbod is een deel van het antwoord, dat hebben Belkacem en co meesterlijk uitgespeeld.  Ik vind dat trouwens nog altijd een pijnpunt. Steeds meer moslimmeisjes volgen thuisonderwijs omdat ze hun hoofddoek op school niet willen afleggen. Ook in mijn centrum komen meisjes klagen dat ze zich om die reden gediscrimineerd voelen. Dat is heel erg, want volgens experts is vervreemding van de maatschappij een belangrijke grond voor radicalisering. Ook de media gaan niet vrijuit, ze hebben Sharia4Belgium groot gemaakt. Hoe er eerst gelachten werd toen Belkacem ermee dreigde het Atomium als blasfemisch monument af te breken. De dorpsidioot, zo werd hij afgeschilderd. Maar intussen zien we hoe gelijkgezinden in Syrië en Irak aan de lopende band erfgoed vernietigen’.

– behalve door jihadistische terreur werd het jaar door een historische migratiecrisis beheerst. Beide fenomenen zijn gelinkt, heel wat vluchtelingen zijn trouwens op de vlucht voor het geweld van IS en andere strijdende partijen in Syrië en Irak. Maar wat met die andere link waarvoor sommigen waarschuwen? Misbruikt IS de vluchtelingestroom om terroristen naar Europa te smokkelen?

Alde’emeh: ‘Dat valt nooit uit te sluiten, maar IS heeft daar ook andere kanalen voor. Denk maar aan Abaaoud, en het gemak waarmee die heen en weer pendelde om zijn aanslagen te beramen’.

Bonte: ‘Ik zie andere links, zoals de radicaliserende invloed van het Syrische conflict op onze eigen moslimgemeenschap. Dat wordt onderschat, net zoals we de impact van de Palestijnse kwestie onderschatten. Heel wat jongeren zijn uit oprecht idealisme naar Syrië vertrokken. In het begin van de burgeroorlog werden ze trouwens toegejuicht, ik hoor Guy Verhofdstadt in het Europees Parlement nog roepen dat we hen wapens moesten meegeven om die duivelse Assad omver te werpen. Maar lang niet iedereen vertrok om te vechten, er waren er ook die hier alles hebben achtergelaten om humanitaire hulp te brengen. Door onze obsessie met IS willen we dat niet meer zien, maar voor sommige zogenaamde Syriëstrijders zou ik gerust een standbeeld willen oprichten’.

– u heeft geprotesteerd toen de regering eind augustus besliste in Vilvoorde een asielcentrum op te richten. Waarom?

Bonte: ‘Die beslissing werd boven ons hoofd genomen, terwijl wij als lokale overheid er wel de gevolgen van dragen. Ik was vooral bezorgd over de veiligheid van de asielzoekers, want er kwamen bedreigingen uit twee verschillende hoeken. Het stadhuis werd beklad met swastika’s, we vonden flyers met haatboodschappen, blijkbaar afkomstig van dezelfde extreemrechtse club die in verschillende Nederlandse asielcentra brand heeft gesticht. Anderzijds liepen er ook bedreigingen binnen van geradicaliseerde moslims die de vluchtelingen als verraders beschouwden’.

Alde’emeh: ‘Dat verbaast me niet. IS spuwt op vluchtelingen die het kalifaat in de steek laten. Toch is hun visie niet zo eenduidig. Een Vlaamse Syriëstrijder vertelde me dat IS juist in zijn nopjes is met de vluchtelingen. Hoe groter de stroom, hoe groter de chaos in Europa’.

Bonte: ‘Het is wel losgelopen met dat asielcentrum. Vilvoorde heeft extra middelen gekregen om de veiligheid te garanderen, en de komst van die 120 asielzoekers heeft ook een positieve dynamiek op gang gebracht. Tientallen vrijwilligers, moslims maar ook andere Vilvoordenaars, hebben zich gemeld, allemaal blij dat ze eindelijk iets tastbaars konden doen. Afgezien daarvan heb ik wel moeite met het spreidingsbeleid voor vluchtelingen. De solidariteit tussen steden en gemeenten is ver zoek. Hoe sommige liberale burgemeesters, die van Geraardsbergen en Koksijde om ze niet bij naam te noemen, staan te roepen dat ze er geen asielzoekers kunnen bijnemen omdat ze al genoeg steuntrekkers tellen. Zo verzieken ze de boel, en het ergste is dat ze daarbij nog worden gesteund door een liberale vicepremier’.

– na de aanslagen van 13/11 in Parijs heeft premier Michel een batterij van 18 antiterreurmaatregelen afgekondigd. Opvallendste ingrediënten: alle terugkerende Syriëstrijders moeten naar de gevangenis, en radicaliserende landgenoten krijgen een enkelband. Goed idee?

Bonte: ‘Wat willen ze met die enkelband bereiken? Dat ze niet naar Syrië vertrekken? Ik heb eens geprobeerd een minderjarige om te praten. Dank u voor de moeite, zei hij, maar ik wil sterven voor mijn zaak. En jawel, op zijn achttiende is hij vertrokken. Ik bedoel maar: als ze echt willen, kun je ze niet tegenhouden. Alle terugkeerders opsluiten? Als gewezen jeugdwerker in Sint-Jans Molenbeek weet ik wat de gevangenis met gedetineerden doet. Als we elitescholen voor jihadisten willen oprichten, dan is dit de manier. Helemaal fout is het concentreren van terugkeerders in aparte afdelingen, want zo creëer je kleine Guantanamo’s. Ik ben wel gewonnen voor de huidige praktijk waarbij terugkeerders zich voor de rechtbank moeten verantwoorden. Zo hoort het: het is niet aan de politiek maar aan rechter om te toetsen of gewezen Syriëstrijders hun plaats in de maatschappij opnieuw kunnen opnemen. Van de acht Vilvoordse terugkeerders zitten er momenteel vijf in de cel. Volkomen terecht, al heb ik ook al uitschuivers gezien. Een man die naar Syrië vertrekt om er zijn zwaargewonde broer terug te halen, die moet je toch niet als jihadist in de gevangenis gooien’.

AlDe’emeh: ‘Ik zou niet graag in de schoenen van minister van justitie Geens staan. Concentreren van terugkeerders is uit den boze, maar spreiden al evenzeer, want dan gaan ze andere gevangenen radicaliseren. Er is dus geen oplossing, maar ik begrijp dat de regering dat niet kan toegeven. Terugkerende Syriëstrijders vormen wel degelijk een risico. IS heeft België met zelfmoordaanslagen bedreigd, bovendien hebben ze hun strategie aangepast. Vroeger rekenden ze vooral op lone wolves om in Europa aanslagen te plegen, maar de voorbije maanden  hebben ze het geweer van schouder veranderd. Ze sturen nu ook commando’s naar Europa, Syriëstrijders die doen alsof ze gederadicaliseerd zijn. Ze scheren hun baard af, drinken alcohol, gaan op gesprek bij burgemeester Bonte of, waarom niet, bij Montasser. Iedereen trapt erin, zelfs de staatsveiligheid. Het kan jaren duren vooraleer ze hun missie volbrengen. IS heeft geduld, ze maken zich klaar voor een langdurige oorlog met het Westen’.

– klinkt behoorlijk apocalyptisch. Verklaart dat waarom u in de toekomst geen terugkeerders meer wil begeleiden in uw centrum ‘De weg naar’?

AlDe’emeh: ‘Ik mag er niet aan denken dat zo’n commando zich voor de schijn door mijn centrum laat begeleiden om dan drie jaar later een aanslag te plegen. Kijk, de hele context is veranderd. Twee jaar geleden, toen er nog geen sprake was van IS, kon je aannemen dat iemand uit idealisme naar Syrië trok. Maar al diegenen die zich het voorbije jaar bij IS hebben aangesloten, hebben een bewuste keuze gemaakt.  Ze hebben allemaal de gruwelvideo’s gezien, ze weten dat IS op grote schaal burgers vermoordt en Jezidi-vrouwen verkracht, ze kennen de geopolitieke context, en ze beseffen het verdriet dat ze hun ouders aandoen. Als je dan toch vertrekt, moet je nooit meer terugkeren’.

Bonte: ‘Dat is wat ook burgemeester Aboutaleb van Rotterdam zegt. Maar loopt het zo’n vaart? Ik huiver voor de grote stappen-redenering: ze zijn hier geradicaliseerd, vertrekken naar Syrië, leren daar de gruwel, keren terug en leggen een bom. De meeste terugkeerders zijn totaal gedesillusioneerd, ze hebben in Syrië een ellendige tijd gehad, vooral de meisjes. Daar moet je vooral veel zorg in steken, al moet je er uiteraard ook de risicoprofielen, de jongens die echt bij IS hebben gezeten, uitfilteren. Die restgroep moet je vervolgens nauw in de gaten houden, een taak van politie, staatsveiligheid en Ocad die veel beter moeten samenwerken. De nieuwe Foreign Terrorist Fighter-richtlijn van minister Jambon is wel een stap vooruit, al gruwel ik van de naam. Informatie, daar draait alles rond. Het komt er op aan precies te weten wie vertrekt, wat hij ginder doet, en wanneer hij terugkeert. Vilvoorde was de eerste stad die de ambtshalve schrapping heeft ingevoerd, een maatregel die alle politieke en sociale rechten opschort. Ik werd toen voor rechtse zak uitgescholden, maar andere steden met Syriëstrijders zijn snel gevolgd. Voordeel: zodra iemand bij zijn terugkeer door douane of politie wordt gecontroleerd, zijn we op de hoogte, vaak zelfs sneller dan de Staatsveiligheid. Er valt echter nog veel te doen, vooral de bescherming van minderjarigen is ondermaats’.

– hoezo?

Bonte:  ‘Onze jeugdrechters en jeugdbeschermingscomités hebben totaal geen voeling met de radicaliseringsproblematiek. Ik maak vaak de vergelijking met Giel, de 15-jarige jongen die als monnik naar een klooster in de Himalaya is getrokken. Toen een van zijn ooms dat wou beletten en klacht neerlegde, hebben justitie en parket alles uit de kast gehaald, zelfs het Hof van Cassatie werd erbij gesleurd. Maar wanneer ik als burgemeester bel voor een 17-jarige die op het punt staat naar Syrië te vertrekken, met de wanhopige moeder aan mijn zijde die smeekt om zijn identiteitskaart in te trekken, dan geven ze niet thuis’.

– u relativeert de terreurdreiging. Omdat erover praten niks uithaalt maar wel de angst in de maatschappij aanwakkert?

Bonte: ‘Inderdaad. Angst helpt ons niks vooruit, en een risicoloze samenleving bestaat niet. Kunnen we een beetje karakter tonen? We vangen al tientallen jaren oorlogsvluchtelingen en zelfs kindsoldaten op, we hebben bewezen dat we het kunnen’.

AlDe’emeh: ‘Angst is nefast, maar naïviteit evenzeer. Ik ken IS, ik weet waar die groepering toe in staat is. Ze verketteren alles en iedereen, zelfs Al Qaeda. Het is een kleine minderheid, maar met een absolute loyauteit jegens de leiding. In mijn centrum vertelde een jongen dat hij geen seconde zou aarzelen moest Al Bagdhadi hem opdragen mij te onthoofden. Hij meende het, en het ergste is dat verschillende van die fanatici vrij rondlopen in onze maatschappij en anderen aansteken. Ik wil geen onrust zaaien, maar er staat te veel op het spel. Enkele aanslagen zoals in Parijs zouden de sociale cohesie in België definitief onderuit halen. Kijk naar het effect in Frankrijk: totale polarisering, extreemrechts triomfeert. Uiteraard zal de moslimgemeenschap het grootste slachtoffer worden, precies wat IS wil’.

–  de door Saudi-Arabië gefinancierde Grote Moskee in het Brusselse Jubelpark ligt onder vuur. Een haard van radicalisering, klinkt het bij zowat alle politieke partijen van beide taalgemeenschappen. Minister van binnenlandse zaken Jambon (N-VA) laat het gebedshuis alvast doorlichten. Sluiten die handel?

AlDe’emeh: ‘Ik begrijp de hetze niet. Van de Belgische Syrië-strijders is er niet één die de Grote Moskee bezocht. Waarom zouden we Saudi-Arabië, een bondgenoot in de strijd tegen IS, van ons moeten vervreemden? IS zou nogal juichen, ze willen namelijk niks liever dan het Saudische regime destabiliseren, want een kalifaat kan pas bestaan als ze de heilige steden Mekka en Medina controleren. De Grote Moskee propageert een salafistische versie van de islam, zeggen sommigen. En wat dan nog? We moeten echt het onderscheid leren maken tussen apolitiek salafisme en de gewelddadige, jihadistische variant. Apolitieke salafisten kun je nog het best vergelijken met orthodoxe joden. Ze leven in hun eigen gemeenschap, hun verschijning en opvattingen wijken af van de mainstream, maar niemand heeft er last van. In feite spelen ze zelf een nuttige rol, want ze zijn een van de weinigen die jihadisten met religieuze argumenten kunnen tegenspreken‘.

Bonte: ‘De Grote Moskee wordt als zondebok gebruikt. Een jaar geleden ben ik er gaan spreken, er zaten heel wat Belgische en Franse imams in het publiek. Ik heb daar vooral grote ongerustheid vastgesteld, over de plaats van de islam in onze samenleving, maar ook over het risico op radicalisering van hun eigen kinderen’.

– Montasser, een persoonlijk dieptepunt was wellicht de pijnlijke politiecontrole bij het parlement. U staat daarmee niet alleen, vraag maar aan acteur Zouzou Ben Chicka. Heeft die ervaring sporen gelaten?

AlDe’emeh: ‘Ook in Kortrijk en Antwerpen waren er incidenten. Het doet pijn om te zien dat mensen nog altijd niet in staat zijn op een humane manier met medemensen om te gaan. Voor mij is dit ook het zoveelste bewijs dat het integratieproces is mislukt, omdat we elkaar niet kennen en omdat de irrationele angst in de maatschappij alsmaar toeneemt. De politie is daar misschien wel het beste voorbeeld van. In Molenbeek, waar ik zelf woon, is de kloof tussen de bevolking en de politie hemelsbreed. De meeste agenten wonen buiten Brussel, vaak komen ze recht van de politieschool om een verplichte tour of duty in Molenbeek te doen. De aversie is wederzijds, jongeren zwaaien niet maar kijken zuur als er een combi passeert’.

– om met een positieve noot te besluiten: burgemeester zijn van een jihadistisch bolwerk heeft ook zijn aangename kantjes. In februari mocht u in het Witte Huis in Washington uw radicaliseringsaanpak gaan toelichten. President Obama ontmoet?

Bonte: ‘Tot een handshake is het niet gekomen, maar hij heeft wel naar mijn speech geluisterd. Ik was de enige Europeaan, mijn collega’s van Parijs en Rotterdam zaten in het publiek. Een mooi moment voor een politicus, maar ook niet meer dan wat balsem op een open wonde. Bolwerk van jihadistrijders, het is een stigma dat op mijn stad weegt. Toch zal ik het nooit vergeten. Ik was al in het Witte Huis, een beetje aan het stressen voor mijn speech. Ineens kreeg ik telefoon uit Vilvoorde. Een oud vrouwtje vroeg wanneer we eindelijk die put in de Harensesteenweg kwamen herstellen. Dan sta je meteen weer met de voeten op de grond’.

foto: Saskia Vanderstichelen

foto: Saskia Vanderstichele