Tagarchief: Rainbow Warrior

Greenpeace-kapitein Peter Willcox: “de wereld gaat om zeep, maar gelukkig kunnen we er iets aan doen”

Humo, 21 juni 2016

“Met onze nieuwste techniek hang je vast als een soort Jezus aan het kruis. Voordeel: ze kunnen je niet losmaken met slijpschijven, tenzij ze je arm er mee afzagen” 

Vergeet kapitein Winokio, Peter Willcox is de ware zeebonk. Al veertig jaar schuimt hij de wereldzeeën af, meestal aan het roer van befaamde Greenpeace-schepen zoals de Rainbow Warrior of de Arctic Sunrise. Een moordaanslag door de Franse DGSE? De persoonlijke wrok van de Russische president Poetin? Willcox heeft het allemaal overleefd. Speciaal voor Humo trotseerde hij ook de files in de Kennedytunnel om zijn pas vertaalde memoires toe te lichten.

 

foto: Greenpeace

foto: Greenpeace

 

Antwerpen, Linkeroever. Vlakbij stroomt de Schelde, maar dat besef draagt weinig bij tot de nautische sfeer. We moeten onze verbeelding gebruiken om Peter Willcox uit het steriele interviewlokaal weg te denken en in zijn element te situeren. De zeven wereldzeeën, dat is de biotoop die de 63-jarige Amerikaan slechts node en met opgave van gegronde redenen verlaat. Het promoten van zijn pas vertaalde en van een ietwat pompeuze titel voorziene boek is zo’n reden. ‘Greenpeace Captain. Mijn avonturen om de toekomst van onze aarde te redden’, had al een paar jaar eerder kunnen verschijnen. ‘Het manuscript lag al in 2012 klaar’, zegt Willcox. ‘Een terugblik op meer dan 30 jaar activisme, een periode waarin ik toch al het een en het ander had meegemaakt. Vreemd genoeg zag de uitgever er geen brood in. Maar toen belandde ik in september 2013 met de voltallige bemanning van de Arctic Sunrise in een Russische gevangenis, na een actie tegen olieboringen in de Barentszee. Dat heeft veel stof doen opwaaien, de campagne voor de vrijlating van de Arctic 30 was wereldnieuws. Na mijn vrijlating kon het boek voor de uitgever niet snel genoeg verschijnen. Ik heb nog vlug drie extra hoofdstukken geschreven, en nu hebben we een mondiale bestseller op onze naam’. (lacht)

HUMO: een van die vroegere avonturen was de aanslag door agenten van de Franse inlichtingendienst DGSE op de Rainbow Warrior in 1985 in Auckand – Nieuw-Zeeland. Vorig jaar heeft Jean-Luc Kister, een van de betrokken agenten, zijn excuses aangeboden voor die operatie waarbij de Nederlands-Portugese fotograaf Fernando Pereira om het leven kwam. Aanvaardt u ze? 

Willcox: Ik geloof wel dat hij het meent, maar vraag me niet om die excuses namens Greenpeace te aanvaarden. Kister had zich gericht tot Marelle, dochter van  Fernando Pereira. Die heeft het met haar familie besproken en besloten de excuses af te wijzen. Too little, too late, vergeet niet dat de Franse overheid nooit ofte nimmer sorry heeft gezegd, terwijl iedereen weet dat het bevel van het allerhoogste niveau kwam, meer bepaald van president Mitterand. Erger nog, ze hebben de saboteurs gedecoreerd. Ik kan me alleen maar aansluiten bij Marelles afwijzing. Ik heb dan wel als kapitein mijn schip verloren, maar dat stelt niks voor naast een dochter die haar vader door een laffe moord verloor.

HUMO: de Rainbow Warrior werd in het holst van de nacht met twee opeenvolgende explosies tot zinken gebracht. Had de tol nog zwaarder kunnen uitvallen?

 Willcox: Zeer zeker. De chaos was compleet, het leek wel een scene uit The Posseidon Adventure. Ik was mijn bril kwijt, ik ben poedelnaakt op de tast aan wal gekropen, nadat ik het bevel had gegeven om het schip te verlaten. Vanop de kade konden we alleen maar met lede ogen toekijken hoe de RW wegzonk. Pas na een poosje realiseerden we ons dat Fernando ontbrak. Hij was na de eerste explosie naar zijn kamer gelopen om zijn camera te halen, en daar door de tweede ontploffing verrast. De DGSE heeft natuurlijk nooit open kaart gespeeld, maar er bestaan sterke vermoedens dat ze oorspronkelijk van plan waren ons op volle zee te kelderen. In dat geval waren we er allemaal geweest.

HUMO: de DGSE heeft een modderfiguur geslagen. De twee duikers, opererend  onder het mom van een Zwitsers echtpaar op snorkelvakantie, vielen de dag na de aanslag al door de mand. Verbaasd door zoveel amateurisme?

Willcox: Wel als je bedenkt welke middelen de Fransen hebben ingezet. Er kwam zelfs een kernonderzeeër aan te pas, om de bemanning op te pikken die de explosieven met een zeiljacht vanuit Nieuw-Caledonië had binnengesmokkeld. De twee commando’s zijn echter onwaarschijnlijk slordig geweest. Om te beginnen lieten ze de rubberboot zomaar achter nadat ze zogezegd ’s nachts waren gaan koraalduiken. Verdacht genoeg voor een toevallige getuige om de nummerplaat van hun huurwagen te noteren. Toen ze die ’s anderendaags op de luchthaven wilden inleveren, werden ze door de politie gearresteerd. Ze ontkenden alles, en de Kiwi’s deden alsof ze twijfelden. Het koppel werd naar een hotel gebracht, ze moesten er blijven tot de politie klaar was met enkele ultieme checks. En wat is het eerste dat ze in hun hotelkamer doen? De DGSE bellen om te melden dat ze wat problemen hebben en hun vlucht hebben gemist. Blijkbaar hadden ze er in hun arrogantie niet aan gedacht dat men ook in Nieuw-Zeeland telefoons kan aftappen.

HUMO: waarom waren de Fransen zo op Greenpeace gebeten?

Willcox: De Rainbow Warrior was op weg naar Mururoa, het atol waar ze hun bovengrondse atoomproeven deden. We wisten wel hoe gevoelig dat lag. In 1972 had Greenpeace er al een robbertje met de Franse marine uitgevochten, David McTaggart is toen met zijn zeilschip Vega IV de verboden testzone binnengevaren. Dat we ineens met een veel groter schip kwamen aanzetten, heeft bij de Fransen de stoppen doen doorslaan. Hun aanslag heeft echter een averechts effect gehad, het protest tegen de atoomproeven is blijven doorgaan, tot de Fransen er in 1996 definitief mee gestopt zijn. Niet alleen onder druk van Greenpeace, de bevolking van Frans-Polynesië is in opstand gekomen toen na een lange onderbreking een nieuwe reeks tests werd aangekondigd. Het ging er bijzonder heet aan toe, ze hebben de luchthaven van Papeete in Tahiti kort en klein geslagen. De volkswoede was terecht, dat had ik al eerder op die fatale reis met de Rainbow Warrior kunnen vaststellen. Op weg naar Auckland hadden we immers een lange stop in Rongelap gemaakt, een atol van de Marshalleilanden op 150 kilometer van Bikini.

HUMO: Bikini, waar de Amerikanen hun atoomproeven deden..

Willcox: Precies, in 1954 hebben ze boven Bikini een waterstofbom van 15 megaton laten ontploffen, 1.000 keer krachtiger dan de Hiroshima-bom. Dertig jaar later spraken getuigen in Rongelap er nog altijd over. Het was alsof er die ochtend een tweede zon was opgekomen. Ondanks de afstand voelden ze een hete wind over hun eiland waaien, en even later viel er een soort witte sneeuw uit de lucht. Nucleaire fall-out, maar dat beseften de kinderen niet die in de sneeuw gingen spelen. De gevolgen waren verschrikkelijk, letterlijk alle eilandbewoners hebben in de loop der jaren schildklierkanker of leukemie ontwikkeld. Zelfs na al die jaren bleef het aantal miskramen erg hoog, en we konden zelf vaststellen dat er heel wat kinderen met zware misvormingen waren geboren. Ooit gehoord van jellyfish baby’s, borelingen die zonder gelaatstrekken of botten ter wereld komen en doorgaans meteen sterven als de navelstreng wordt doorgeknipt? Dat kwam veel voor in Rongelap.

HUMO: wat was jullie missie precies?

Willcox: De eilandbewoners wilden verhuizen naar Mejato, een onbewoond eiland honderd mijl verderop. De Amerikaanse autoriteiten wilden hen niet helpen. Het is veilig, zeiden ze na een onderzoek in 1978, zorg alleen dat jullie geen vis van de noordkant van de lagune eten en pluk daar ook geen fruit. Dat boezemde geen vertrouwen in, alsof die vissen niet rond het eiland konden zwemmen. Omdat niemand hen wilde helpen, heeft Greenpeace het hele dorp met 350 mensen verhuisd. Tot de laatste golfplaat, het heeft ons vier overtochten gekost. Ik heb veel spectaculairdere acties meegemaakt, maar toch springt Rongelap er uit. Voor de bewoners was het erg emotioneel, en voor mij als Amerikaan was het een pijnlijk besef dat mijn land hen dit had aangedaan. Want de generaals wisten in 1954 perfect dat de test het eiland aan nucleaire neerslag zou blootstellen. Geen bezwaar, ze hebben integendeel de bewoners nog jarenlang als proefkonijnen gebruikt om de medische gevolgen te bestuderen.

HUMO:  heeft de Amerikaanse overheid ooit compensatie betaald?

Willcox: Nee, de arme drommels van de Marshalleilanden hebben zich laten rollen toen ze in 1986 hun onafhankelijkheid kregen. Amerika stelde toen als voorwaarde dat ze geen schadeclaim voor de nucleaire testen mochten indienen. Anders, zo werd er gedreigd, zou Amerika alle ontwikkelingshulp stopzetten. De Marshalleilanden zijn voor 100 procent van die hulp afhankelijk, dus veel keuze was er niet.

HUMO: nucleaire bewapening is een gevaar voor het milieu, maar nucleaire ontwapening blijkbaar ook. In 1993 voerde u met het schip Greenpeace een actie in de Japanse zee waar de Russische marine complete reactoren van overtallige kernonderzeeërs dumpten en besmet koelwater loosden. Niet zonder risico voor de actievoerders in hun speedboten, want de geigertellers sloegen in het rood…

Willcox: Gelukkig droegen onze mensen maskers en beschermende pakken. De matrozen van het Russische tankschip hadden niet eens handschoenen aan, ze waren zich duidelijk van geen gevaar bewust. Die actie was een succes over de ganse lijn. We konden de Russen letterlijk op heterdaad betrappen en belastend beeldmateriaal verzamelen dat we meteen naar onze kantoren in Londen en Tokyo doorstuurden. Heel Japan in rep en roer. De relaties met de Russen waren altijd al gespannen, maar de beer was pas los toen bleek dat er op nauwelijks 150 mijl buiten de Japanse kust, vlakbij enkele van de belangrijkste visserijgronden, op grote schaal nucleair afval werd gedumpt. Japanse en internationale nieuwszenders stuurden privévliegtuigen met cameraploegen naar de dumpingzone, de beelden gingen de wereld rond. De timing kon niet beter. De Russische economie lag op apegapen, president Jeltsin had een bezoek aan Japan gepland om geld en investeringen te bedelen. Hij heeft de dumpingen meteen stopgezet, en de Russische ambassadeur in Japan excuses laten aanbieden. Na die actie is ons ledenaantal in Japan verdubbeld: van 160 naar 320.

HUMO: wat? Zo weinig!

Willcox: Greenpeace en Japan, dat is altijd een moeilijk huwelijk geweest. Onze campagnes tegen de Japanse walvisvloot vielen ginder erg slecht. We zijn er voorlopig mee gestopt, het werkte contraproductief. Walvisvaart zit ginder echt wel diep verankerd in de tradities, en Japanners pikken het gewoon niet dat een bende buitenlandse hippies daar tegen ageert. Ons doel blijft een compleet verbod, maar we moeten andere manieren vinden om dat te bereiken. Overigens, sinds Fukushima hebben we ginder weer veel krediet opgebouwd. Ik kom er net vandaan, een beter argument tegen kernenergie bestaat niet.

HUMO: de actie tegen de Russische kerndumping was vintage Greenpeace:  directe actie gekoppeld aan maximale media-impact. Werkt dat recept nog altijd?

Willcox: Ja, alleen is alles intussen veel professioneler geworden. Vroeger voeren we uit met een beperkte ploeg. Je had de vaste bemanning en de actievoerders die voor de operatie waren getraind. Daarnaast waren er nog een of maximaal twee campaigners aan boord, gespecialiseerde stafleden die een handvol journalisten meebrachten. Het aantal crewleden en actievoerders is gelijk gebleven, maar er zijn nu vijf keer meer campaigners en journalisten aan boord. Een goede zaak, we leveren nu een veel beter product af.

HUMO: het zijn de actievoerders die het halsbrekende werk opknappen. Wie zijn ze eigenlijk?

Willcox: Meestal vrijwilligers die zich tijdelijk engageren. We organiseren geregeld opleidingskampen waar ze de knepen van het vak leren, zoals banners maken, doelwitten beklimmen, met de katapult ankerlussen lanceren of zichzelf vastketenen. Daarbij hameren we altijd op twee basisprincipes: we gebruiken geen geweld en brengen geen vernielingen aan.

HUMO: zich vastketenen voor de goede zaak. Klinkt romantisch, maar de praktijk is behoorlijk ruig. Wat moet de Humo-lezer weten vooraleer hij zich voor een bootcamp inschrijft?

Willcox: Dat ze bestookt kunnen worden met ijskoud zeewater onder hoge druk. Met brandslangen, dat komt hard aan. Dat ze het soms een hele nacht in de vrieskou moeten uitzingen. En dat het lastig kan zijn als je op zo’n moment een natuurlijke behoefte voelt. (lacht). Ach ja, het is ook een kat- en muisspel. Met onze nieuwste techniek hang je vast als een soort Jezus aan het kruis. Voordeel: ze kunnen je niet losmaken met slijpschijven, tenzij ze je arm er mee afzagen.

HUMO: en dat alles gratis voor niks. Wordt u als kapitein wel betaald?

Willcox: Uiteraard, ik moet tenslotte voor twee studerende dochters instaan. In de pioniersjaren werkte iedereen vrijwillig, maar dat viel niet vol te houden voor een organisatie die intussen in meer dan 40 landen actief is. Ik was een van de eersten die een salaris kreeg: 300 dollar per maand. Tegenwoordig worden we beter betaald, maar voor het geld moet je het echt niet doen. Ik ben een van de weinige Amerikanen die niet eens een auto bezit.

foto: Greenpeace

foto: Greenpeace

HUMO: het laatste kwartaal van 2013 bracht u als kapitein van de Arctic Sunrise met uw dertigkoppige bemanning in een Russische gevangenis door. Zware beproeving?

Willcox: De onzekerheid woog zwaar. Het heeft een maand geduurd vooraleer ik mijn advocaat kon spreken, en nog langer om mijn vrouw aan de lijn te krijgen. Russische gevangenissen hebben een barslechte reputatie. Maar om eerlijk te zijn: we werden in Moermansk correct behandeld, en voor zover ik weet was dat ook het geval voor de Russische gedetineerden met wie we een cel deelden. Ik wil hier geen lans breken voor de Russische justitie, maar als Amerikaan ben ik slecht geplaatst om kritiek te geven. Amerika heeft verhoudingsgewijs dubbel zoveel mensen achter de tralies dan Rusland, haast uitsluitend armen die zich geen goede advocaat kunnen veroorloven. Justitie is in Amerika klassenjustitie.

HUMO: het was niet jullie eerste actie tegen een Russische boorplatformen in Arctische wateren. Waarom liep het in 2013 slecht af?

Willcox: De actie was gericht tegen het boorplatform Prirazlomnaya, diep in de Noordpoolcirkel. Een legitiem doelwit, want het is totaal onverantwoord om naar olie te boren op een plek waar permanent reusachtige ijsschotsen dobberen. Sinds de ramp met Deep Water Horizon weten we hoe moeilijk het is om in volle zee een lekkende oliebron te dempen. In de Barentszee zou het helemaal onbegonnen werk zijn. Alle vorige acties waren volgens een vast patroon verlopen: na de gebruikelijke schermutselingen werden we naar de haven van Moermansk afgesleept waar een of andere hoge officier ons voor rotte vis kwam uitschelden. Ze lieten ons een boete betalen, waarna we onze papieren en spullen terugkregen met het bevel de haven en de Russische wateren zo snel mogelijk te verlaten. Dit keer echter werden we op extreem geweld onthaald. Onze rubberboten werden lek gestoken, onze twee klimmers werden brutaal overmeesterd en gevangen genomen, vanop een patrouilleschip vuurden ze met het boegkanon waarschuwingssalvo’s op de Sunrise af. Niet om ons echt te raken, maar een ongeluk is in die omstandigheden gauw gebeurd. We wilden onze gegijzelde klimmers niet achterlaten, en dus bleven op veilige afstand, in internationale wateren, liggen. En daar is het gebeurd: ineens kwam er een stel zwaarbewapende commando’s vanuit een helikopter abseilen. We hebben ons niet verzet, dat zou tegen onze principes zijn geweest, en het zou ook niks hebben uitgehaald. De Russen namen het commando van mijn schip over, en vier dagen later lagen we in Moermansk. Daar hebben we twee maand in de gevangenis gezeten, daarna werden we naar Sint-Petersburg overgebracht. Onze zaak was intussen tot een internationaal schandaal uitgegroeid. Zelf beseften we dat niet, maar de Russen duidelijk wel. Mijn cel in Sint-Petersburg was pas geverfd en van thermisch glas voorzien, duidelijk een VIP-behandeling.

HUMO: de openbare aanklager haalde alles uit kast. Eerst werd er met vijftien jaar gedreigd voor piraterij, daarna werd de klacht teruggebracht tot hooliganisme, nog altijd goed voor lange gevangenisstraffen. Toch werden jullie eerst op borgtocht vrijgelaten om enkele weken later amnestie te krijgen. Hoezo?

Willcox: Achteraf bekeken: de Russen wilden ons vooral een lesje leren. Wellicht kwam de beslissing van hogerhand, want in Moermansk wisten de autoriteiten zelf niet goed waarom er ineens zo zwaar aan onze actie werd getild. Het boorplatform was natuurlijk eigendom van Gazprom. Daar aan raken, is raken aan de macht. Maar het was nooit de bedoeling ons jarenlang op te sluiten. Poetin kondigt ieder jaar rond Kerstmis een amnestiemaatregel aan, en dat was van meet af aan de timing. Ook de nakende Winterspelen van Sotchi hebben onze vrijlating bespoedigd. Als gastheer kon Poetin een diplomatiek schandaal missen als kiespijn.

HUMO: u schuimt al 40 jaar oceanen, zeeën en rivieren af. Optimistisch over de toekomst van onze planeet?

Willcox:. Mijn dochters zijn jonge twintigers, hun verdere leven zal in het teken staan van de klimaatverandering die zich voor onze ogen voltrekt. Als kinderen van een rijk en ontwikkeld land zullen ze het wel redden, maar voor vele tientallen miljoenen mensen ziet het er beroerd uit. Toch wil ik niet pessimistisch klinken. De wereld gaat om zeep, maar we kunnen er iets aan doen. Dat vind ik het mooie aan het verhaal van Greenpeace. Als individu, een van de zes miljard op deze aardbol, voel je je machteloos. Maar Greenpeace bewijst dat een klein groepje mensen die hun krachten bundelen, heel veel in beweging kunnen brengen. Dat is de kracht van burgeractivisme.

HUMO: u heeft met de Arctic Sunrise een wetenschappelijke missie met glaciologen en andere klimaatexperts naar Groenland ondernomen. Maar valt Greenpeace wel te rijmen met wetenschappelijke ernst? Jullie zijn er altijd als de kippen bij om dissidente wetenschappers die twijfels uiten over de menselijke rol in de klimaatverandering af te branden. Hired scientists in dienst van belangroepen zoals Big Oil, luidt het steevast. Dan zijn die glaciologen aan boord van de Arctic Sunrise toch even goed hired scientists?  

Willcox: Nee, want er is een essentieel verschil. Wij houden hun pen niet vast, we bemoeien ons niet met wat ze in hun rapporten schrijven. Wetenschappers reizen graag met ons mee. Ze krijgen faciliteiten waar ze anders alleen kunnen van dromen, want universiteiten hebben maar beperkte middelen voor research. Maar ze staan ook te springen omdat ze weten dat ze hun onderzoek in alle vrijheid kunnen verrichten. Dat is het verschil met de wetenschappers die zich door belangengroepen laten financieren. Het is de opdrachtgever die bepaalt wat er wordt gepubliceerd. Als de conclusies van een rapport hen niet bevallen, dan wordt het verticaal geklasseerd.

HUMO: de Canadese milieuwetenschapper en Greenpeace-pionier Peter Moore heeft zich tot een van jullie ferventste critici ontpopt. Hij spreekt zich uit voor kernenergie en noemt CO2 een zegen voor het klimaat. Kent u hem?

Willcox: Oh ja, we hebben vaak samengewerkt, hij heeft wel vijftien jaar lang een prominente rol bij Greenpeace gespeeld. Ik heb medelijden met die man. Okay, hij laat nu als consultant zijn zakken vullen door dezelfde lobby’s die hij vroeger bestreed. Goed voor de portefeuille, maar ik vraag me af hoe je na zo’n bocht je kinderen nog in de ogen kunt kijken. Peter Moore is een van die klimaatsceptici die roepen dat het allemaal zo’n vaart niet loopt, er zijn er zo nog wel een stuk of vijf. Ik hoop dat ze goed betaald worden, want het is een ondankbare opdracht. Tegenover die vijf staan een paar duizend integere wetenschappers die hen tegenspreken, met echte argumenten.