Tagarchief: Rojava

Rojava, een Koerdische utopie in Noord-Syrië

verschenen in Knack Magazine 5 december 2018

“Als het de Amerikanen goed uitkomt, zullen ze niet aarzelen de Koerden aan Ankara of aan Damascus uit te leveren”

alomtegenwoordig in Rojava: Apo ofte Abdullah Öcalan. (foto Ludo De Brabander)

Sinds 2012 genieten de Koerden in Noordoost-Syrië van feitelijke autonomie. Zo ontstond de proto-staat Rojava, ingericht volgens de recepten van PKK-leider Öcalan.  Ludo De Brabander schreef er een geëngageerd boek over.

Het vergt moed om eraan te beginnen: de Koerdische kwestie in dik 200 pagina’s duiden. Ludo De Brabander heeft met ‘Het Koerdisch Utopia’ een verdienstelijke poging gewaagd. Dat de aanloop naar Utopia zowat de helft van het boek beslaat, was onvermijdelijk. Zonder uitleg over bijvoorbeeld Sykes-Picot, het geheime akkoord waarmee Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in 1916 de kaart van het Midden Oosten hertekenden, valt niet te snappen waarom de Koerden verspreid over vier landen leven. Even noodzakelijk is een lange uitweiding over de recente geschiedenis van Turkije waar veruit de grootste Koerdische minderheid leeft. Dat Utopia in het door burgeroorlog geteisterde buurland Syrië ligt, is volledig consistent met deze keuze. De oorsprong van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië _ vaak Rojava genoemd _ ligt immers in Turkije. De Koerdische proto-staat werd helemaal ingericht volgens de filosofie van Abdullah Öcalan, de PKK-leider die ondanks twintig jaar eenzame opsluiting in een Turkse gevangenis een enorme invloed blijft uitoefenen.

Ludo De Brabander, al een kwarteeuw lang kind aan huis in Koerdisch gebied, doet er niet flauw over: hij koestert sympathie voor het Koerdisch streven naar zelfbeschikking dat zich in de vier thuislanden op erg verschillende manieren manifesteert. Zijn welwillendheid strekt zich uit tot de omstreden PKK. Een terroristische beweging volgens de Turkse overheid, de Europese Unie en de Navo. De Brabander van zijn kant erkent dat de PKK zware fouten met vaak moorddadige gevolgen heeft begaan, maar spreekt desalniettemin van een legitieme verzetsbeweging met een massa-achterban die is ontstaan als antwoord op genadeloze Turkse staatsrepressie. Geen detail als men weet wie in het Koerdisch Utopia politiek en militair de plak zwaait. De dominante PYD en haar bekendere militaire tak YPG/YPJ worden doorgaans als satellieten van de PKK beschouwd.

Terecht?

Ludo De Brabander: Ideologisch is de invloed onloochenbaar. Overal in het Noordoosten van Syrië hangt de foto van Öcalan. Zelfs in Raqqa heb ik hem gezien, terwijl dat voor de herovering op IS een Arabische stad was. Dat er militair wordt samengewerkt is logisch. Heel  wat kaderleden van de YPG en hun vrouwelijke tegenhanger YPJ werden in PKK-kampen opgeleid. Maar het is niet zo dat er een directe lijn loopt van het PKK-oppercommando in Noord-Irak naar Qamishli, de officieuze hoofdstad van Rojava. Zeker in politiek opzicht varen de Syrische Koerden al sinds 2012 een autonome koers. Uit noodzaak, het hele Rojava-experiment is een rechtstreeks gevolg van het machtsvacuüm dat door de Syrische burgeroorlog ontstond. De Koerden zagen zich ineens verplicht het hele bestuur zelf in handen te nemen, al was het maar om te zorgen voor basisdiensten zoals water, elektriciteit, onderwijs en zelfs huisvuilophaling. Dat levert merkwaardige toestanden op. Sommige ambtenaren in het autonome Rojava worden nog altijd door Damascus betaald, scholen volgen het Syrische leerplan omdat hun diploma’s anders niet worden erkend.

Öcalan staat bekend om zijn marxistisch-leninistische ideologie. Valt daar in de 21ste eeuw nog een utopie van te brouwen?   

De Brabander: Öcalan heeft al in 1993 met zijn marxistisch-leninistische verleden gebroken, niet toevallig in dezelfde periode toen hij het separatisme afzwoer en inruilde voor een streven naar Koerdische autonomie binnen een Turkse federatie. Ideologisch is hij geëvolueerd naar een soort libertair anarchisme, wat politiek vertaald wordt in een basisdemocratische bestuursvorm. Er liepen al experimenten in Turks en Iraaks Koerdistan, maar in Rojava wordt het systeem voor het eerst voluit ontplooid. Macht komt van onderuit, via raden die op dorpsniveau worden verkozen. Ik heb met heel wat van die verkozenen gesproken, mannen én vrouwen. Vrouwenemancipatie is naast antikapitalisme een hoeksteen van het Sociaal Contract, een soort grondwet die duidelijk Öcalans stempel draagt. Ook etnisch en religieus pluralisme staan erin, een toevoeging die er is gekomen na de slag om Kobani in 2015. Dat was een kantelpunt, sindsdien hebben de Koerden hun gebied systematisch westwaarts richting Eufraat uitgebreid. Gevolg: er leven nu aanzienlijke groepen Arabieren onder Koerdisch bestuur, naast Asyriërs, Jezidi’s, Arameeërs, Khaldeën, Armeniërs, Turkmenen en Circassiërs. Daarom spreken ze officieel niet langer van Rojava, maar van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië die de kantons Kobani, Jezira en Afrin omvat. Die minderheden vechten mee met de Syrische Defensie Strijdkrachten (SDF), de militaire koepel waarvan YPG/YPJ veruit de belangrijkste component vormt. Het is ingewikkeld.

De slag om Kobani heeft de YPJ-vrouwen een cultstatus verleend. De hele wereld kon zich vergapen aan de jonge guerrillera’s die een glansrol speelden tijdens de belegering van Kobani. Goede pr, maar behelzen vrouwenrechten in Rojava meer dan de kans om glorieus te sneuvelen voor het vaderland?

De Brabander: Vrouwenemancipatie behoort tot de kern van Öcalans radicale basisdemocratie. Volkscongressen en assemblees tellen minstens 40 procent vrouwen, voor alle topfuncties binnen de PYD-regering is er een vrouwelijke vice-minister. Quota zijn een noodzaak, want deze revolutie speelt zich af in een maatschappij met oerconservatieve opvattingen over de rol die mannen en vrouwen horen te spelen.

vechten vrouwen daarom in een aparte militie?

De Brabander: Aan het front strijden mannen en vrouwen samen, maar de kampen zijn strikt gescheiden. Dat is niet alleen functioneel, het spoort met de traditionele opvattingen over liefde en relaties. Ik heb daar met vrouwelijke strijders uitgebreid over gesproken, dat kon dan weer zonder enige terughoudendheid. Ze vertelden dat ze hun verlangens sublimeerden in liefde voor de strijd en de gemeenschap. Romantiek met een doctrinair kantje, dat wordt er bij de PKK ingehamerd. Ze hebben het marxisme-lenininsme wel afgezworen, maar de ideologische vorming blijft heel sterk.

YPJ-strijdsters achter de frontlinie. Gemengd vechten mag, gemengd slapen niet. (foto: Ludo De Brander)

Kobani was in meerdere opzichten een kantelpunt. De Koerden en hun bondgenoten konden de veel sterkere IS-milities pas verslaan nadat de Amerikaanse luchtmacht wapens en munitie dropte. Die operatie luidde een onwaarschijnlijke alliantie in. De Amerikanen bewapenen en trainen de antikapitalistische SDF, tot grote woede van hun NAVO-bondgenoot Turkije die als de dood is voor een onafhankelijke Koerdische buurstaat. Hoe valt dat te rijmen?

De Brabander: Wederzijds opportunisme. Bij de PYD beseffen ze heel goed dat de Amerikanen niet geïnteresseerd zijn in Koerdische zelfbeschikking. Als het hen goed uitkomt, zullen ze niet aarzelen de Koerden aan Ankara of aan Damascus uit te leveren. Dat is trouwens gebleken toen Turkije de Koerden in maart uit Afrin heeft verjaagd, met stilzwijgende toestemming van de Amerikanen. De Amerikaanse spreidstand is zonder meer spectaculair. Ze steunen de Koerden onder het mom van de strijd tegen IS, maar in feite willen ze zich ingraven in een geopolitiek strategische regio waar ook Rusland en Iran erg actief zijn. Tegelijkertijd moeten ze absoluut Turkije te vriend houden, een onmisbare bondgenoot bij wie het Pentagon nog altijd kernwapens heeft liggen. 

Hoe valt uit te leggen dat Washington en de Navo de YPG/YPJ steunen, terwijl ze de PKK als een terroristische organisatie bestrijden?

De Brabander: Erdogan heeft een punt als hij dat hypocriet noemt. Al kun je zijn redenering ook omdraaien. Wat mij betreft zit de hypocrisie niet in het feit dat YPG/YPJ niet als terroristisch wordt beschouwd, maar wel in de terroristische stempel die op de PKK kleeft. Ik heb de absurditeit van de hele situatie kunnen vaststellen toen ik in 2015 de PKK-kampen in het Iraakse Qandil bezocht. Ik ontmoette er strijders van de YPG en de YPJ die gewond waren geraakt tijdens gevechten die ze in Noord-Syrië met Amerikaanse steun hadden geleverd. De kampen in Noord-Irak waar ze werden verzorgd, werden geregeld gebombardeerd. Door de Turken, met Amerikaanse steun. Zo cynisch kan het worden.

De Turkse president Erdogan wil onder geen beding een onafhankelijke Koerdische staat in Noordoost-Syrië, zeker niet omdat die een gevaarlijk precedent schept voor de eigen Koerdische minderheid. Hoe ver is hij bereid te gaan om dat gevreesde scenario te voorkomen?

De Brabander: Tot het uiterste. De operatie van het Turkse leger tegen de SDF in Afrin, een rechtstreekse inmenging in een buurland nota bene, spreekt daarover boekdelen. Het is bovendien geen toeval dat Turkije het zogenaamde Nationaal Pact uit de mottenbalen heeft gehaald, een document uit 1920 waarmee de Turken een claim leggen op de Iraakse steden Kirkoek en Mosoel, maar ook op Noordoost-Syrië.  Nog een voorbeeld is de pijnlijke misrekening van Massoud Barzani, de president van de Koerdische Autonome Regio in Noord-Irak. De rechts-conservatieve Barzani heeft altijd nauw samengewerkt met Turkije, je mag hem gerust een bondgenoot van Erdogan noemen. Toch reageerde die laatste ijskoud toen Barzani vorig jaar een referendum over volledige onafhankelijkheid organiseerde. We weten hoe dat afgelopen is. Het Iraakse leger is als reactie de Koerdische Autonome Regio binnengevallen en heeft onder meer Kirkoek ingenomen. Erdogan liet niet alleen betijen, hij heeft van de chaos geprofiteerd om zelf Noord-Irak binnen te vallen. Het Turkse leger beschikt naar eigen zeggen al over 11 militaire basissen in Noord-Irak en heeft met zijn militaire dreiging er voor gezorgd dat de PKK zich uit de regio van Sinjar moest terugtrekken. Het voert geregeld luchtbombardementen uit op PKK-doelwitten, waarbij ook burgerslachtoffers vallen. Merkwaardig genoeg is dat goeddeels onder de radar van de internationale gemeenschap gebleven.

Weinig hoopgevend allemaal voor de levensvatbaarheid van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië. Hoe zien de Syrische Koerden hun toekomst?  

De Brabander: Die vraag heb ik aan heel wat Koerden, ook politieke en militaire leiders gesteld. Ze weten dat ze vroeg of laat op zichzelf aangewezen zijn. Als de Amerikanen hen laten vallen, willen ze klaar zijn om hun autonomie politiek en militair te verdedigen. Daarom leggen ze niet alle eieren in één mandje. De PYD heeft een officieuze ambassade in Moskou en houdt de lijnen open met het Assad-regime in Damascus. De hoop is dat het met de Noordelijke Federatie dezelfde weg op gaat als met Iraaks Koerdistan. Afgezien van de episode met het mislukte onafhankelijkheidsreferendum heeft de Koerdische Autonome Regio zich sinds 2005 succesvol kunnen ontplooien, juridisch als onderdeel van Irak, maar de facto als een onafhankelijk gebied. Op de lange termijn zagen mijn gesprekspartners de natiestaten verdampen en wordt het Midden Oosten een lappendeken van autonome regio’s, een concept dat beter beantwoordt aan de etnische en religieuze diversiteit. Die visie hebben ze uit de boeken van Öcalan geplukt.

U heeft veel rondgereisd in Koerdisch gebied. Was u vrij om te gaan en staan waar u wilde? 

De Brabander: Laat ons zeggen dat ik half embedded heb gereisd. Er waren restricties, ik reisde onder begeleiding en moest mijn bestemming vooraf bekend maken. Die beperkingen werden vooraf door terechte veiligheidsoverwegingen ingegeven. De vele controleposten staan er heus niet zomaar, er werden en worden nog altijd aanslagen gepleegd. Maar op het terrein heb ik geen enkele dwang ervaren. Of ik nu in Kobani, Mambisj, Qamishli of een afgelegen dorp stopte, ik mocht vrijuit praten met eender wie. 

De Syrische burgeroorlog is nog niet afgelopen, laat staan dat de gevolgen voor de wijde regio al duidelijk zijn. Is het dan niet voorbarig om het politieke experiment in Rojava te evalueren?

De Brabander: Ik ziet het niet als een definitief oordeel, maar als een tussentijdse balans. In mijn laatste hoofdstuk zet ik sterke en zwakke punten op een rij. Er is bijvoorbeeld kritiek van Amnesty International en Human Rights Watch. Repressie tegen opposanten, het rekruteren van minderjarige strijders, dat zijn zware feiten. Ik praat die niet goed, maar anderzijds vind ik wel dat je rekening moet houden met de omstandigheden. Er woedt nog altijd een burgeroorlog, Turkije vormt een existentiële bedreiging, en intussen krijgen rechts-conservatieve opposanten steun van het Iraakse-Koerdische Barzani-regime. De geschiedenis zal uitwijzen welke kant het uitgaat, maar mijn tussentijdse balans is eerder positief. Ik heb de indruk dat ze in Rojava een eerlijke poging ondernemen om een nieuwe maatschappij te bouwen, weliswaar met veel pragmatiek en compromissen.

Het Koerdisch Utopia, Ludo de Brabander, Epo, 216 pagina’s, 23,50 euro

Ludo De Brabander

55

studeerde verpleegkunde en pers- en communicatiewetenschappen in Gent

woordvoerder linkse vredesbeweging Vrede vzw

activist en publicist, schrijft vaak over ontwapening, Palestina en de Koerdische kwestie

co-auteur met Georges Spriet van ‘Als de NAVO de passie preekt’ (2009)

VTM-journalist Robin Ramaekers bij de Syrische Koerden

Humo, 2 februari 2016

‘Als Rudi een scherfvest draagt, is  dat functioneel. Als ik het doe, ben ik een aansteller’.  

 

1517291

bron: VTM NIeuws

Robin Ramaekers is net terug van een weekje Rojava, een lap grond in Noordoost-Syrië die recent door Koerdische strijders op Islamitische Staat werd heroverd. Zelf heeft de vliegende reporter sinds zijn opgemerkte overstap van de Reyerslaan naar de Medialaan nog veel meer terrein gewonnen. ‘Bij VTM is de concurrentie op de buitenlandredactie een stuk kleiner dan bij de VRT’, zegt hij. ‘De conflictgebieden heb ik sowieso in mijn portefeuille. De voorbije drie jaar heb ik dan ook als een bezetene gereisd. Gaza, Congo, Burundi, Egypte, Turkije soms weet ik niet aan welke brandhaard voorrang te geven. Oost-Oekraïne, daar ben ik het voorbije jaar wel zeven keer geweest. Om maar te zeggen dat ik me mijn overstap niet beklaag. VTM Nieuws gelooft meer dan ooit in buitenlandse verslaggeving. Een weekje Syrië, dat is een serieuze investering’.

Humo: het was ook geen sinecure. Je hebt met cameraman Jo Verstichel de Koerdische opmars in Noordoost-Syrië in beeld gebracht, een odyssee langs een 500 kilometer lange frontlinie waar Koerden en IS-strijders op sommige plekken letterlijk oog in oog staan. Hoeveel voorbereiding kruipt in zo’n onderneming?

Ramaekers: ‘Ik liep al twee jaar rond met het plan om naar Syrië te gaan. Ik heb eerst geprobeerd een visum voor Damascus te krijgen om aan de kant van het regime poolshoogte nemen. Zonder resultaat, al heeft het bij de eerste poging weinig gescheeld. Had ik dat interview met president Assad niet aangevraagd, dan was mijn dossier wellicht op de winnende stapel beland. (lacht). Toch liet het idee me niet los. Vorig jaar stond ik met de verzamelde wereldpers op een heuvel nabij de Turkse grensstad Suruç. In de verte zagen we Kobani liggen, waar de Amerikanen op dat moment IS- stellingen aan het bombarderen waren. Het was een surreële ervaring, alsof we vanuit een loge naar een openluchtspektakel keken. We hoorden de explosies, we zagen de rookpluimen, de hele stad werd aan puin geschoten. Ter plaatse gaan kijken, was op dat moment volstrekt onmogelijk, maar mijn besluit stond vast. Vroeg of laat wil ik naar Kobani om de verwoestingen te filmen’.

– hoe ben je tenslotte in Syrië geraakt?

Ramaekers: ‘Niet via Libanon of Jordanië, want dan beland je in IS-gebied. En ook niet via Turkije, want sinds de opmars van de Syrische Koerden houden ze de hele grens potdicht. Ik heb zoals de meeste buitenlandse journalisten de Iraakse route genomen. Dat ging verrassend vlot. Je vliegt rechtstreeks van Frankfurt op Erbil, de hoofdstad van wat tegenwoordig de autonome regio Iraaks Koerdistan heet. Van daar is het nog vier uur rijden naar de Tigris, waar je met een boot naar de Syrische kant oversteekt. Ze slaan een stempel in je pas en hup, je bent binnen. Alles gebeurt met de glimlach en vaak ook met een kop gesuikerde thee er bovenop. Er heerst aan weerskanten van de grens een blije, optimistische stemming. Zowel de Iraakse als de Syrische Koerden verkeren duidelijk in een winning mood’.

– strookt dat met de feiten op het terrein?

Ramaekers: ‘Iraaks Koerdistan is een rijk gebied. De oliepompen draaien er op volle toeren, in Erbil zie je de luxehotels en kantoortorens uit de grond rijzen. Rojava is een ander verhaal. Pakweg een jaar geleden was het Koerdisch gebied verschrompeld tot een paar geïsoleerde restgebieden. De troepen van IS rukten steeds verder op en joegen tienduizenden Koerden op de vlucht. De slag om Kobani, waar de Koerden dank zijn Amerikaanse luchtsteun uit een verloren positie konden terugvechten, was een keerpunt. Het afgelopen jaar hebben ze IS stelselmatig teruggedreven, dorp na dorp, tot over de Eufraat. Momenteel lassen ze een adempauze in, maar ze willen nog verder oprukken. Misschien wel naar de IS-hoofdstad Raqqa, vanwege de symboolwaarde. Maar wellicht proberen ze eerst westwaarts door te stoten, naar Efrin. Als ze een brug kunnen slaan met die Koerdische enclave, dan hebben ze heel Rojava onder controle’.

–  komt daarmee de droom van een onafhankelijk Koerdistan dichterbij? Het samensmelten van de Iraaks en Syrische gebieden zou alvast een flink territorium met veel petroleum opleveren…

Ramaekers: ‘Zo simpel is het niet, daarvoor is de Koerdische kwestie veel te complex. De Iraakse peshmerga zitten op een heel andere golflengte dan de YPG, het leger van de Syrische Koerden dat net als de Turks-Koerdische PKK op marxistische leest is geschoeid. Geen toeval, want de banden tussen die laatste twee zijn erg nauw. Er wordt vaak gezegd dat de PKK in Rojava de plak zwaait. Of dat klopt? Geen idee, maar feit is dat er heel veel PKK’ers met de YPG meevechten. We konden ze er gemakkelijk uitpikken. De Syrische YPG’ers praatten graag voor de camera, de meeste PKK’ers wilden niet in beeld. Aan de uniformen kon je het verschil moeilijker zien. Turkse of Syrische Koerden, ze hebben bijna allemaal een foto van PKK-leider Öcalan op hun mouw. Öcalan is alomtegenwoordig in Rojava, maar als je Syrische Koerden vraagt of ze hem als hun natuurlijke leider erkennen, krijg je een vaag antwoord. Ze zien Öcalan eerder als een symbool, niet als een politieke leider. Ik zei het al, de Koerdische kwestie is hopeloos ingewikkeld. In Rojava vechten bijvoorbeeld ook Arabische en Christelijke milities met de Koerden mee’.

– Turkije is als de dood voor het Koerdisch reveil. Daar iets van gemerkt?

Ramaekers: ‘Oh ja, er wordt op dit moment in Oost-Turkije hevig gevochten tussen het leger en de PKK.  We zagen het op de televisie als we een theehuis binnenliepen, en we werden er voortdurend op aangesproken. Wat doen jullie hier? De echte oorlog speelt zich nu in Turkije af, in Kars. Ik zou best naar Turks Koerdistan willen gaan, maar daar kom je als journalist niet binnen. Natuurlijk heeft de spanning alles te maken met de ontwikkelingen in Syrië. Turkije wil onder geen beding dat de Koerden erin slagen de brug met Efrin te slaan, want dan controleren ze de volledige Turks-Syrische grens. Daarom steunen ze stiekem IS, beweren alle Koerden die ik sprak. Een krasse stelling, maar er zijn sterke aanwijzingen. Zolang IS Rojava controleerde, lieten de Turken de grensovergangen wagenwijd open staan. We hebben op de grens in Tell Abyad de tunnel gefilmd waarlangs Raqqa rechtstreeks met wapens en zwaar materiaal werd bevoorraad. Zo breed als een autosnelweg, dat bouw je niet zonder medeweten van het Turkse leger’.

– veel sporen van IS-terreur gezien?

Ramaekers: ‘Overal. Erg beklijvend was ons bezoek aan de pas bevrijde stad Al Hawl. Compleet verlaten, net zoals de vele spookdorpen die we hebben bezocht.  Bij het binnenrijden wezen de escorterende YPG-militairen op een rond punt. Dat was de plek waar IS de hoofden en lichamen van geëxecuteerde gevangenen uitstalde. Er was ook een onderaardse gevangenis, een reeks met metalen deksels afgesloten kamers waarin IS tegenstanders letterlijk liet creperen. Het moet een gruwelijke doodstrijd zijn geweest, we hebben de afscheidsberichten gefilmd die sommigen op de muren hebben geschreven’.

– YPG heeft ook een vrouwelijke aflevering, de YPJ. Is dat meer dan een snoepje voor de internationale pers?

Ramaekers: ‘Absoluut. Vrouwelijke militairen zijn alomtegenwoordig, ze zijn zwaarbewapend en vechten in de voorste linies. Dat past in het marxistische gelijkheidsideaal, maar het is ook een tactische zet. We hebben verschillende van die jonge vrouwen gesproken. Ze vertelden allemaal dat IS-strijders doodsbang zijn om door een vrouw te worden gedood, want in dat geval gaan ze niet naar het paradijs en mislopen ze hun rendez-vous met de 72 maagden’.

–  zou je deze reportagereeks als VRT-journalist op dezelfde manier hebben gemaakt?

Ramaekers: ‘Waarom niet? Ik zie geen verschil in aanpak, behalve dat we bij VTM meer op live verslaggeving inzetten. Op zich is het comfortabeler: alles opnemen, thuis rustig monteren en de reeks dan met de nodige bombarie op antenne te gooien. Door al ter plaatse verslag uit te brengen, maken we het onszelf bij VTM moeilijk. We hebben erg lange dagen geklopt, meestal waren we van zes uur ’s morgens tot zonsondergang op pad. Daarna konden we gaan monteren en dan werd het spannend. Zal het lukken het zaakje via de mobiele satelliet naar Vilvoorde door te sturen? Dat lukte niet altijd, satellietsignalen worden gescrambeld. Als dat het geval was, moesten we in het holst van de nacht naar de grens om met Turkse sim-kaarten een signaal van een GSM-mast op te pikken. Uren mee bezig geweest, we hebben die week nauwelijks geslapen’.

–  prangende toestanden meegemaakt?

Ramaekers: ‘Een keer ben ik bang geweest, toen we bij Tishrin de Eufraat overstaken en er de meest vooruitgeschoven posities van de Koerden bezochten. We filmden een bevriende Arabische militie die een als  grondwapen gerecycleerde luchtafweerbatterij aan het testen was. Het doelwit was een verlaten gebouw op minder dan een kilometer afstand. Terwijl ze lekker aan het schieten waren, bleken er nog IS-strijders in dat gebouw te zitten. Voor we het goed beseften, zaten we temidden van een griezelig echt vuurgevecht. Het Nieuwsblad heeft een still uit mijn verslag van die schietpartij gepubliceerd, ik sta er op met helm en kogelvrij vest. Robin Ramaekers zoekt weer eens het gevaar op, luidde de besmuikte commentaar. Daar gaan we weer, dacht ik toen ik het las’.

– waarom?

Ramaekers: ‘Altijd weer dat zinspelen op mijn verslag in Haïti. (Ramaekers belandde in een mediastorm toen bleek dat hij geluidsopnamen had gemanipuleerd om zijn verslag spannender te maken, ER). Het is al vijf jaar geleden, maar sommigen blijven die ene inschattingsfout als mijn voornaamste wapenfeit beschouwen. Alsof ik daar met een CD’tje met geweerschoten rondliep. Nonsens. Schuiven met geluid was een onverstandige oplossing voor een vormelijk probleem. Dom en niet voor herhaling vatbaar, punt aan de lijn. Rudi Vranckx zouden ze nooit met zo’n schampere commentaar opvoeren. Als Rudi een scherfvest draagt, is  dat functioneel. Als ik het doe, ben ik een aansteller. Dat blijft me irriteren’.

–  vind je het vervelend als ze je de Rudi Vranckx van de Medialaan noemen?

Ramaekers: ‘Ja, want ik zie het verband niet. Wat niet wegneemt dat ik veel respect en sympathie voor Rudi heb. We kennen elkaar goed, Rudi was trouwens een van de weinigen die het voor mij heeft opgenomen toen ik na Haïti bij de VRT in een storm belandde. Natuurlijk is er tussen de zenders concurrentie. Als het ergens in de wereld brandt, proberen we allebei als eerste ter plaatse te zijn. Maar onder collega’s? Als ik naar een gebied zoals Syrië trek, belet niks me Rudi te bellen om tips over veiligheid te vragen. Of Jan Eikelboom van Nieuwsuur, nog zo’n fijne collega die me dit keer aan een uitstekende fixer heeft geholpen’.