Tagarchief: RUG

E-learning op zijn Vlaams: stoelendans in de aula’s

Knack, 14 oktober 2015

Kenners wereldwijd zijn het eens: de toekomst van het hoger onderwijs is digitaal.  Ook in Vlaamse rectoraten zoemen buzzwords zoals Mooc’s, e-learning en flipped classroom. Maar een disruptieve revolutie? Tijdens hoorcolleges in bomvolle aula’s van Gent, Leuven en Antwerpen valt er nog weinig van te merken. Plaatsgebrek? ‘Dat probleem lost zich na een paar weken vanzelf op’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Vrijdagochtend, half negen. Plastieken bekers en rotzooi alom, het was weer feest in de Gentse Overpoortstraat. Terwijl de laatste fuifnummers zich op wankele benen naar hun kot slepen, reppen andere studenten zich naar het UFO in de Sint-Pietersnieuwstraat. Met zo’n duizend hebben ze het onchristelijke aanvangsuur getrotseerd om het tweede college ‘Inleiding tot de historische kritiek’ bij te wonen. Veel opgeschoten pubers, dit is dan ook een plichtvak voor alle eerstejaars aan de faculteit letteren en wijsbegeerte. Laatkomers nestelen zich op het gangpad in de nok van het gigantische auditorium Leon De Meyer, het vlaggenschip van de Gentse universiteit. Er zijn nog enkele stoelen vrij, helaas onbereikbaar in de massa. Dan maar rechtstaan en reikhalzend kijken naar de twee immense beeldschermen vooraan in de aula.

Marc Boone, hoogleraar en tevens decaan van de faculteit, laat een nieuw videofragment aanrukken. Soldaten marcheren op de tonen van Wagner, strak in het gelid, de linkerarm gestrekt. Triumph des Willens van Leni Riefenstahl, precies 80 jaar oud maar nog altijd verbluffende cinema. Straf genoeg alleszins om zelfs de op de achterste rijen de aandacht van de tablet of smartphone naar de cursus te verleggen. ‘De moeder van alle propagandafilms’, houdt Boone zijn duizendkoppig publiek voor.

flipped classroom

Massale hoorcollege in reusachtige aula’s? Niet meer van deze tijd, zei Robert Stouthuysen onlangs in dit magazine. De gewezen topman van Janssen Pharmaceutica en bestuurder aan de KU Leuven, hekelde het conservatisme van de Vlaamse universiteiten. De toekomst van het hoger onderwijs is digitaal, vindt de hoogbejaarde maar nog erg actieve baron. Zijn stelling dat onze universiteiten en hogescholen de trein van e-learning en afstandsonderwijs missen, is licht gechargeerd. Tijdens onze bevraging viel om de haverklap het begrip blenden learning, contactonderwijs gecombineerd met diverse vormen van digitale kennisoverdracht. Leuven, Gent, Antwerpen, Brussel, Hasselt, er wordt aan alle faculteiten mee geëxperimenteerd. Vaak onder de vorm van de flipped classroom: studenten bereiden online aangeleverde nieuwe stof op eigen houtje voor, lessen dienen alleen nog om de kennis te verdiepen, oefeningen te maken en knelpunten te bespreken. Het beweegt dus, maar te traag naar de smaak van de Gentse professor onderwijskunde Martin Valcke. Volgens deze internationaal erkende expert innovatie hoger onderwijs, zweren nog teveel Vlaamse docenten bij traditionele hoorcolleges. Vooral algemene, inleidende vakken kunnen perfect online worden gezet. Luc Soete, de Vlaamse rector van de op Angelsaksische leest geschoeide Universiteit Maastricht, zit op dezelfde golflengte. Hoorcolleges zijn een voorbijgestreefd concept, verklaarde hij onlangs in De Tijd.

Voorbijgestreefd concept? Aan de opkomst in Aula Rector Dhanis, de grootste van de Universiteit Antwerpen, valt het niet te merken. Een dikke 700 studenten tekenen present voor de inleidende cursus accountancy, een verplicht en geducht vak voor eerstejaars in de bachelor-opleidingen TEW en handelsingenieur. Vooraleer ze het verschil tussen activa en passiva aansnijdt, neemt professor Lybaert ruim de tijd voor preventieve vermaningen. Wie zijn stof niet bijhoudt, kan volgende keer beter thuisblijven. Zelf oefenen is de boodschap, de tijdens het hoorcollege behandelde toepassingen volstaan niet om met een gerust hart naar het examen te trekken. En dat studenten met voorkennis, een eufemisme voor bissers, dwalen als ze denken dat ze het dit keer met de vingers in de neus zullen halen. Ligt het aan de royaal opengedraaide volumeknop? De speech maakt alleszins indruk op het jonge volkje, alvast één leereffect dat met een online cursus moeilijk te bereiken valt.

krantje lezen

Nadine Lybaert is gastdocent in Antwerpen, haar alma mater ligt in Hasselt. Al 13 jaar verzorgt ze het drukst bijgewoonde opleidingsonderdeel van de UA. ‘Gemiddeld 700 tot 800 studenten’, zegt ze. ‘Ik prijs me gelukkig met deze aula. Prima akoestiek en video, zo is het aangenaam les geven. Natuurlijk is zo’n grote groep niet ideaal, je hebt als docent geen idee of ze op de achterste rijen volgen dan wel of ze hun krant of tablet lezen.  In het algemeen kun je het zo stellen: de studenten die bewust achteraan kruipen zijn niet noodzakelijk diegenen met de hoogste slaagkansen. Maar de drukte vandaag geeft een vertekend beeld. Binnen een paar weken hebben er een aantal afgehaakt en vallen er vanzelf lege plekken’.

Inleidende cursussen online aanbieden? Lybaert voelt zich niet aangesproken. ‘Ik hecht veel belang aan het persoonlijk contact met mijn studenten. Tijdens de pauze blijf ik altijd in de aula, beschikbaar om alle mogelijke vragen te beantwoorden. Daar wordt gretig gebruik van gemaakt. Ik beschouw mijn cursus overigens niet als een traditioneel hoorcollege, ook al bestaat mijn eigen rol uit het droog overbrengen van kennis. Na ieder cursusonderdeel volgt een digitale explosie: de werkzittingen zijn volledig web based, mijn medewerkster is een digital whizzkid die de studenten met blogs, video’s en andere input bestookt. Blended learning, zo kan je het gerust noemen’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

 

Van digitale hocus pocus is in de les van Marc Hooghe weinig te merken, of het zouden de beamer en de wandelmicrofoon moeten zijn. De gewezen VRT-journalist doceert in Leuven het vak politicologie, een cruciaal opleidingsonderdeel in de eerste bachelor politieke wetenschappen en sociologie. Het gaat in deze tweede les over macht en de rol van de staat. Op het scherm verschijnt het beeld van een IS-gijzelaar, vlak voor zijn executie. Dat is dus wat er kan gebeuren als de staat faalt in zijn monopolie op het uitoefenen van geweld. Een dikke 500 studenten maakt ijverig aantekeningen, een kleine helft met behulp van laptop of tablet, de anderen met papier, pen en markeerstift. Aanvullingen zijn het op het handboek politicologie dat op geen enkele klaptafel ontbreekt. Hoorcollege uit de oude doos? Marc Hooghe zal het stempel na de les afwijzen. Hij doceert niet ex cathedra, wandelt voortdurend rond, dringt zelfs diep door in de middengang waar hij niet aarzelt studenten de microfoon onder de neus te duwen. ‘Natuurlijk is interactie met zo’n grote groep niet vanzelfsprekend’, geeft hij toe. ‘Vorig jaar was het nog lastiger. De aula was te klein, mijn college werd naar een tweede auditorium gestreamd. Niet ideaal, je hebt er geen echt contact me je publiek. Dit jaar is er gelukkig geen capaciteitsprobleem, de inschrijvingen in onze richting zijn met 5 à 10 procent teruggelopen’.

digitaal uitstelgedrag

Hij kan het zich wel inbeelden: de hele reeks van hoorcolleges opnemen en uploaden zodat zijn studenten zich thuis, op kot of waar dan ook met de beginselen van de politicologie vertrouwd kunnen maken. Het is geen exacte wetenschap, complexe oefeningen komen er niet bij kijken. ‘Technisch is het perfect mogelijk’, zegt hij. ‘Maar ik ben geen voorstander van digitaal afstandsonderwijs, toch niet in een eerste bachelor met 18 en 19-jarigen van wie de meesten nog niet in staat zijn om zelfstandig te plannen en te studeren. Want wat zou er gebeuren als je alles louter online aanbiedt? Uitstelgedrag, een eigenschap die velen nu al fataal wordt, zou helemaal uit de hand lopen. Ik zie het al voor me: studenten die drie dagen voor het examen vaststellen dat ze nog twintig videocolleges moeten bekijken. Hoorcolleges geven structuur aan het leven. Van studenten, maar ook van proffen. Want ook dat speelt: heel wat proffen staan graag voor de aula. Ik doe het zelf ook nog steeds met plezier, wat niet betekent dat ik principieel tegen nieuwe onderwijsmethodes ben gekant. Een aantal van mijn hoorcolleges in derde bachelor staan online, toetsen en self trainers gaan over het intranet’. 

Blijft de vaststelling dat Vlaamse universiteiten niet bepaald vooroplopen in de digitale onderwijsrevolutie. Als politicoloog zoekt Hooghe de verklaring bij het beleid. ‘Door de keuze voor een brede instroom is er minder druk om te moderniseren. Letterlijk iedereen kan hier naar de universiteit. Behalve in de richting genees- en tandheelkunde zijn er geen bindende toelatingsexamens, en ondanks de recente verhoging blijft het inschrijvingsgeld belachelijk laag. Gevolg; heel wat jongeren komen naar de unief om het eens te proberen of om van het studentenleven te proeven. De helft die je zonet in de aula hebt zien zitten, overleeft de eerste bachelor niet. Die aselecte instroom is uniek in de wereld. Ik kom net terug uit Montreal waar ik een gastcollege aan de McGill University heb gegeven. Een jaartje studeren kost er meer dan 20.000 dollar, bijna even duur als aan de Amerikaanse of Britse topuniversiteiten. In Frankrijk selecteren ze dan weer via toelatingsproeven. In Lille, waar ik soms les geef, laten ze 2 procent van de deelnemers toe’.

aselecte instroom

We mogen hem niet verkeerd begrijpen, hij is geen voorstander van een strenge selectie aan de toegangspoort. Hooghe: ‘In eerste bachelor kan ik ze er zo uitpikken, studenten die door hun kledij of houding verraden dat ze in een ander land nooit naar de universiteit zouden gaan. De meesten redden het niet, maar er zijn er ieder jaar wel enkelen die toch slagen. Dat is op zich al waardevol, een democratische kwaliteit om te koesteren. Maar de brede instroom heeft wel gevolgen voor het soort onderwijs dat we bieden. Een eerste bachelor, dat is in feite een uitgestelde, langgerekte toelatingsproef. De ongelijke kwaliteit van de studentenpopulatie verplicht ons als docenten tot een compromis waarin iedereen verliest. Voor de zwakke helft blijft het sowieso te moeilijk, terwijl sterke studenten onvoldoende worden uitgedaagd. Die laatste groep zou wel gebaat zijn bij e-learning of andere innovatieve methodes die een grote motivatie en inzet vergen. Het is geen toeval dat Angelsaksische universiteiten vooroplopen in de digitale transitie. Als een student 20.000 dollar voor een jaartje universiteit betaalt, dan gaat hij niet freewheelen maar zich schrap zetten om voor ieder vak te slagen. Die sense of urgency ontbreekt bij ons helemaal. Of je nu drie of vier jaar over een bachelor doet, het maakt velen niet uit. Het systeem met studiepunten is er ook voor gemaakt. Je kunt altijd wel enkele vakken meenemen, en de ouders trekken het zich niet aan omdat zo’n jaartje extra niet veel kost’.

Een brede instroom in populaire studierichtingen kan dus niet zonder massale hoorcolleges in grote aula’s. Dat kost een aardige stuiver, maar toch gaat het volgens Hooghe om een koopje. ‘Massale hoorcolleges zijn voor de universiteiten juist spotgoedkoop. Of docenten nu les geven aan bachelors in een bomvolle aula of in een lokaal aan een kransje masterstudenten, aan hun salaris zal je het verschil niet zien, en we krijgen er ook geen extra onderwijsassistenten voor. Neem nu mijn vak politicologie. Eén docent voor 500 studenten, voor die prijs ga je niet veel kunnen investeren in digitale innovatie’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Mooc’s

Per kop berekend is professor Wagemans nog goedkoper. Aula Rector Pieter De Somer, met 842 zitjes de grootste van Leuven, is net niet helemaal volgelopen voor zijn college functieleer, zeg maar een algemene inleiding psychologie. Het is een van die materies die vaak het onderwerp vormen van een Mooc, de veelbesproken massive open online course. Gratis beschikbaar voor iedereen, compleet met selftrainers, feed back- en peer review-modules en (betalende) examensystemen. ‘Geen alternatief voor mijn cursus’, vindt Johan Wagemans. ‘Er is een inhoudelijk verschil. Ik combineer functieleer met een algemene inleiding tot de psychologie. Dat vind je bij geen enkele Mooc, die zijn immers allemaal op Amerikaanse leest geschoeid. Engelstalig dus, en ook dat is een bezwaar. Voor dit soort introducties blijft Nederlands de aangewezen instructietaal. Zeker in een eerste bachelor met een nauwelijks geselecteerde instroom kun je niet zomaar aannemen dat iedereen voldoende Engels kent’.

Ook professor Wagemans is niet afkerig van digitaal onderwijs. In de masteropleiding hanteert hij het flipped classroom concept. Alles gebeurt online, de wekelijkse lessen zijn niet meer dan groepsgesprekken om de digitale kennisoverdracht te evalueren. ‘Dat werkt alleen in kleine groepen met een homogene kwaliteit’, zegt hij. ‘Achttienjarigen hebben nog niet genoeg  discipline en zelfredzaamheid voor e-learning. Ik zet voor mijn eerste bachelors wel eens iets op Toledo, het intranet van de universiteit. Dat kan een verwijzing zijn naar een uitbreidingsartikel, of enkele vragen over de cursus. Als de helft van de studenten er op ingaat, zo wil de afspraak, dan behandelen we die kwesties in het volgende hoorcollege. De respons is bedroevend, vaak halen we niet eens de 50 procent’.

De VUB is de enige universiteit die ook in populaire bachelor-opleidingen geen capaciteitsproblemen kent. ‘Dat is het verschil met de andere Vlaamse universiteiten’, zegt rector Paul De Knop. ‘Ze zijn het slachtoffer geworden van hun eigen succes. Als middelgrote universiteit hebben we alles onder controle, ook al dank zij onze flexibele infrastructuur. Onze Aula Q is een geweldige troef, moduleerbaar van 200 tot 1200 zitplaatsen’.

Niet dat het aan de grote universiteiten de spuigaten uitloopt. Verhalen over uitpuilende aula’s bleken vaak uit het verleden te dateren. Universiteiten hebben dan ook maatregelen getroffen. Auditoria  worden niet meer per faculteit maar centraal beheerd en optimaal benut. Vooral de blue chips, de aula’s met 500 en meer zitjes, moeten renderen. Ze worden tot ’s avonds laat en vaak ook tijdens het weekend volgepland. In uiterste nood worden lessen naar een tweede aula gestreamd, een praktijk die vooral in de Leuvense en Gentse rechtsfaculteiten voorkomt. Niet toevallig, vernamen we van bronnen in beide universiteitssteden. Als één groep studenten het risico op overbevolkte aula’s loopt, dan zijn het wel de toekomstige juristen.

Dat klopt, stellen we vast als we de sasdeur van auditorium NBIII in Gentse Universiteitsstraat openen. Capaciteit 300 zitplaatsen, onvoldoende om de belangstelling voor de in tweede bachelor verplichte cursus goederenrecht te kanaliseren. Pechvogels zitten achteraan in de vensterbanken, anderen hurken tegen de muur en gebruiken hun knieën als schrijftafel. Een van de muurzitters zet zijn tanden in een broodje, het kraken van ovenverse korst is niet echt bevorderlijk voor de concentratie van de buren. Professor Wylleman houdt de zaal scherp met een strikvraag. Is een Mariabeeld in een nis een roerend dan wel een onroerend goed?

massacolleges

Capaciteitstekort? ‘Ach’, zegt Annelies Wylleman. ‘Het was maar de eerste les. Binnen enkele weken schieten alleen de gemotiveerde studenten over, ik schat zo’n 250 tot 300 op een totaal van 460.  Een grote kloof, inderdaad. Komt door de fameuze flexibilisering. Studenten moeten niet meer slagen voor hun eerste bachelor. Als ze een minimum aantal studiepunten behalen, mogen ze het tweede jaar combineren met de onvoldoendes van het eerste jaar. Een slecht systeem als je het mij vraagt. De trajecten worden er alleen maar langer door, vooral de hopeloze gevallen blijven nodeloos plakken. In de tweede bachelor merken we dat vooral bij de herexamens in september. Van de 200 inschrijvingen komt minder dan de helft opdagen. Dat zijn dan vaak de studenten die het in juni al voor de derde keer hebben geprobeerd, met een 7 op 20 als resultaat. Tijdverlies, ook voor de docent’.

Wylleman heeft vele jaren in eerste bachelor de inleiding  tot het privaatrecht gedoceerd. Het UFO bestond nog niet, Auditorium E in de Blandijnberg was het theater voor massacolleges. Tegenwoordig worden Gentse docenten door professionele acteurs gecoacht om massa’s te bespelen, maar professor Wylleman mag zich als performer een autodidact noemen. ‘De eerste keer voor zo’n grote bende was ik wel nerveus’, zegt ze. ‘In mijn dromen zag ik alles in de soep draaien. Ik was mijn cursus vergeten, of de geluidsinstallatie werkte niet. Nodeloos gepieker, het ging me van de eerste keer goed af. Ik probeer het levendig te houden door vragen te stellen en voorbeelden uit mijn notarispraktijk te geven’.

Dat zou ook perfect online kunnen, geeft ze toe. Technisch gezien althans, in de praktijk ziet ze zich nog niet snel op de digitale golf meesurfen. ‘Daarvoor vind ik het persoonlijk contact met de studenten te belangrijk’, zegt ze. ‘Ook voor de studenten lijkt het me niet ideaal. Liever les van een docent van vlees en bloed dan de hele tijd naar een talking head op een scherm kijken. Ik ging als student zelf erg graag naar hoorcolleges. Je leert er mensen kennen, want in zo’n auditorium val je vaak naast een volslagen onbekende’. 

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Toch waait de wind van verandering ook door de faculteit rechten, met de kracht van een lentebriesje. ‘Vorig jaar hebben ze mijn cursus opgenomen en op het intranet gezet’, zegt Wylleman. ‘Dat vond ik prima, er zijn altijd wel werkstudenten die hoorcolleges moeten missen. Maar ook gewone studenten maakten er gebruik van. Ik heb gisteren in bed nog eens naar jou gekeken, kwam er eentje me tijdens de volgende les zeggen. Toch zijn er in onze faculteit ook proffen die niet willen dat hun les wordt opgenomen. Ouderen, jawel, maar ook minder oude collega’s. Angst om zich te verspreken, denk ik.’