Tagarchief: Rusland

Litouwers tanken patriottisme in het Genocidemuseum

Knack, 10 mei 2017

 

Angst voor het Russische gevaar loopt hoog op in de Baltische staten. In het Litouwse Rukla proberen Belgische NAVO-militairen de ongerustheid te bedaren. Vliegtuigen of tanks hebben de Litouwers niet, patriottisme des te meer.

 

NAVO-vliegtuigen patrouilleren in Baltisch luchtruim. Scramble's met Russische Sukhois zijn schering en inslag

NAVO-vliegtuigen patrouilleren in Baltisch luchtruim. Scramble’s met Russische Sukhois zijn schering en inslag (foto: Navo)

Geen school vandaag in Litouwen, de jeugdbeweging mobiliseert. Een groepje tieners met twee volwassen begeleiders staat aan te schuiven bij het Museum of the Genocide Victims.  in Vilnius. Het duurt nog vijf minuten voor de poort open gaat, ze nemen alvast enkele selfies bij het monument op het museumplein dat eveneens aan de ‘genocide victims’ is opgedragen. De naam kan buitenlanders op het verkeerde been zetten. Het gaat niet over de shoah, ook al werd een van de zwartste pagina’s uit die geschiedenis in Vilnius geschreven. Van de 220.000 Litouwse joden werd 96 procent vermoord, hoofdzakelijk in en rond Vilnius. Dit museum is echter gewijd aan een andere misdaad: de onderdrukking door de Sovjet-Unie van het Litouwse volk en zijn streven naar soevereiniteit. Onderaan in het arduin van de neoklassieke gevel staan de namen van tientallen martelaren gebeiteld. Ze vormen slechts het topje van de ijsberg, zal de audiogids ons met veel zin voor detail vertellen. Het vergt uithoudingsvermogen om de ruim 250 fragmenten te beluisteren, maar een authentieke ervaring is het wel. Het museum werd ondergebracht in het voormalige commissariaat van de Sovjet-veiligheidsdiensten, achtereenvolgens bekend onder de afkortingen NKGB, MGB en KGB. De gevangenis in de kelders werd minutieus hersteld in de staat van de jaren veertig en vijftig toen de repressie een hoogtepunt kende. Aan gruwel geen gebrek. Wee de gevangene die in de isolatiecel belandde, in feite een kuip met een halve meter ijswater waar een houten platform ter grootte van een vinylplaat bovenuit stak. Net genoeg om recht te staan, tot men van vermoeidheid of ontbering toch in het water viel. In de wanden van de executie-kamer kun je impact zien van de kogels. Tussen 1944 en 1960 werden er meer dan 1.000 gevangenen met een nekschot afgemaakt.

 

Museum of Genocide Victims - Vilnius: verplicht bezoek voor Lithouwse scholieren (foto: ER)

Museum of Genocide Victims – Vilnius: verplicht bezoek voor Lithouwse scholieren (foto: ER)

deportatie

Gaandeweg raak je bijgepraat over enkele capita uit de recente Litouwse geschiedenis. Hoe het infame Molotov-Ribbentrop Pact in juni 1940 een einde maakte aan de eerste periode van  onafhankelijkheid, pas verworven na de Eerste Wereldoorlog. Bezetting, verzet, repressie, deportatie, het zou een patroon worden tot diep in de jaren vijftig. Het museum gaat niet voorbij aan het intermezzo tussen 1941 en 1944, toen de Nazi’s Litouwen bezette en de Gestapo dit gebouw met zijn aangepaste infrastructuur gretig inpalmde. Helaas, zegt de audiogids, kan niet worden ontkend dat een kleine minderheid van partizanen, vooral gedreven door wrok jegens de bolsjewieken, met de Nazi’s hebben geheuld. En inderdaad, sommigen gingen zelfs zover mee te helpen bij het uitmoorden van hun joodse landgenoten. De waarheid is dat de Duitse SS bij het klaren van zijn vuile werk nogal sterk op locale medewerkers leunde. Dat soort bijzonderheden verneem je een kilometer verderop, in het bescheiden Joods Museum van Vilnius.

Of de naam genocide niet gevoelig ligt? Ramuné Driauciūnaité, leidinggevend historica van het museum, is niet verrast door de vraag. ‘In joodse middens is men er niet gelukkig mee’, erkent ze. ‘Er is al kritiek gekomen vanuit Israël. De vorige directeur heeft overwogen de naam te veranderen in KGB Museum. Daar is hij echter snel van terug gekomen, de kwestie ligt hier erg gevoelig’. Waarom dat zo is, probeert ze met enkele cijfers te verduidelijken. Tussen 1940 en 1953 werden 25.000 verzetsstrijders en politieke gevangenen vermoord. 140.000 Litouwers werden naar Siberië gedeporteerd. Veroordeelden belandden als dwangarbeiders in strafkampen, hele families verdwenen voor tien jaar en langer in gesloten dorpen. Krasnoyarsk, Irkutsk, Kazakhstan, tot tegen de grens van Mansjoerije  waren er Litouwse kampen en dorpen. Het leven was onmenselijk, de mortaliteit schrikbarend. ‘We hebben het berekend’, zegt ze. ‘Een half miljoen Litouwers werd door de repressie geraakt, nog eens een half miljoen is het land ontvlucht. Een miljoen, dat is een derde van de totale bevolking. Spreek om het even wie aan, iedere Litouwer kan minstens één ouder of grootouder noemen die werd vermoord, opgesloten of gedeporteerd’.

 

Rifflemen’s Union

De jongens en en meisjes van de jeugdbeweging zijn klaar met hun bezoek. De helft loopt in een soort battle dress. Toch zijn het geen overijverige scouts. Deze jongeren horen bij de sauliai, een patriottische beweging die in het Engels voluit Lithuanian Rifflemen’s Union heet. We mogen meelopen naar het lokale hoofdkwartier, letterlijk om de hoek van het museum. In de lobby hangen foto’s van gecamoufleerde militairen in de weer met tanks en houwitsers. Toch draait het bij sauliai niet om wapens, zegt medewerkster Viktoria Jaukauskaité wiens kantoor met een kalender van een handvuurwapen-producent wordt opgesmukt.  Patriottisme stimuleren, daar is het deze door de overheid gesubsidieerde vrijwilligersorganisatie om te doen. Sauliai geeft schoollezingen en organiseert vakantiekampen in de bossen waar Litouwen geen gebrek aan heeft.  Okay, jongeren krijgen daarbij ook wapentraining, survival en verdedigingstechnieken aangeleerd. Maar, zegt Viktoria, dat is ondergeschikt aan sport en spel.

Sauliai, opgericht in 1919 tijdens de eerste onafhankelijkheidstrijd, kan op een roemrijk verleden bogen. De riflemen gingen voorop in de guerrilla tegen de Sovjetbezetting. Ondanks een genadeloze klopjacht zou het overigens tot halfweg de jaren zestig duren vooraleer de laatste verzetshaard werd uitgeroeid. Het genootschap werd in leven gehouden door de diaspora in Canada en de Verenigde Staten. ‘Sinds 1989, vlak voor de tweede onafhankelijkheid, zijn we opnieuw actief in eigen land ’, zegt Viktoria. ‘We hebben intussen al 10.000 leden van wie tweederden jongeren’. Ze maakt een uitdraai van de eed die nieuwe leden afleggen, een ronkende tekst met beloften van trouw aan volk, territorium en grondwet waarin een smeekbede aan God niet mag ontbreken. Net als Polen is Litouwen een erg katholiek land waar de Kerk een sleutelrol heeft gespeeld in de weerstand tegen de communistische dictatuur. Vermoorde bisschoppen en priesters hebben een eigen ruimte gekregen in het Genocide Museum dat nauw samenwerkt met sauliai.

Viktoria kent de waarde van patriottisme. Haar eigen grootvader heeft tien jaar in de beruchte goelag van Vorkuta gesleten. Boven de Poolcirkel, kun je nagaan.  Hij overleefde en stierf onlangs op zijn 96’ste, intens gelukkig dat hij het laatste kwart van zijn lange leven in een onafhankelijk Litouwen mocht doorbrengen.  Survival of wapentraining geven zit er vanwege gezondheidsredenen niet in voor Viktoria, maar het beredderen van de ledenadministratie is ook een vorm van vaderlandsliefde. ‘‘De jongste jaren is het aantal leden snel gestegen’, zegt ze. ‘De mensen maken zich grote zorgen over de Russische dreiging. Vooral de annexatie van de Krim in 2014 heeft hier veel indruk gemaakt’.

 

stadhuis Vilnius: boodschap president Bush  (foto: er)

stadhuis Vilnius: boodschap president Bush (foto: er)

Kaliningrad

Vilnius, stad van meer dan 40 barokkerken, hippe koffiebars en alternatieve modeboetieks. Het met Europees geld opgeknapte centrum is een populaire bestemming, een ideaal decor voor vrijgezellenfeesten met dank aan Ryanair en het  bruisende nachtleven.  Weinig toeristen slaan acht op het bord met halfverheven letters op de gevel van het stadhuis. Het is een herinnering aan het staatsbezoek van de Amerikaanse president George W. Bush in 2002. ‘Wie Litouwen als vijand kiest’, staat er, ‘is een vijand van de Verenigde Staten’. De goede verstaander heeft maar een half woord nodig. Bush’ boodschap was bestemd voor Rusland,  de grote buur waarmee Litouwen een halve eeuw samenleefde in de Unie der Socialistische Sovjetrepublieken.

Ze zijn er geen klein beetje trots op: Litouwen was op 11 maart 1990 de allereerste republiek die zijn onafhankelijkheid uitriep en daarmee de doodstrijd van de USSR in een stroomversnelling deed belanden. Letland en Estland, buren en lotgenoten sinds de Eerste Wereldoorlog, zouden het voorbeeld een jaar laten volgen. De kou is sindsdien nooit helemaal uit de lucht geweest tussen Rusland en de Baltische staten. Moskou moest lijdzaam toezien hoe de voormalige satellieten steeds verder uit de eigen invloedssfeer wegdreven, tot ze in 2004 in één beweging aansloten bij de Europese Unie én de NAVO. De situatie van de Russische minderheden bleef doorlopend voor diplomatieke spanning zorgen. In Estland en Letland vormen Russen respectievelijk een kwart tot een derde van de bevolking. Achterdocht jegens die minderheid als derde kolonne zit diep ingebakken. Verwijten gaan daarbij heen en weer: Russen willen zich niet integreren, Russen worden gediscrimineerd. Voor beide stellingen vallen argumenten te rapen. Litouwen telt slechts 6 procent etnische Russen, minder dan het aantal Polen. Het is een van de vele wezenlijke verschillen tussen de drie Baltische landen die vaak onterecht als één monoliet worden beschouwd. Anders dan Letland en Estland deelt Litouwen ook geen echte landgrens met Rusland, wel met Moskou-bondgenoot Wit-Rusland. Dat het thema van de derde colonne ook hier leeft, heeft veel te maken met Kaliningrad.

De voormalige Pruisische hanzestad Köningsberg is een Russische enclave, ingeklemd tussen Polen en Litouwen. Het strategisch belang is immens: de havenstad biedt Rusland een ijsvrije toegang tot de Oostzee en de Scandinavische wateren. Kaliningrad, in de Sovjetunie een voor buitenlanders gesloten gebied, is de thuisbasis van de Baltische vloot. De gelijknamige provincie, bijna half zo groot als België, is bezaaid met militaire installaties. In 2015 werden er moderne Iskander-raketten geplaatst die steden zoals Berlijn met een kernkop kunnen treffen. De timing is geen toeval. Sinds het uitbreken van de Oekraïne-crisis staan ook de grenzen in Noord-Europa onder hoogspanning. Te water, te land, in de lucht, de militaire wedloop laat zich overal voelen. Russische onderzeeërs spelen kat en muis-spelletjes met Zweedse of Finse fregatten, F16-piloten van de NAVO kijken hun Sukhoi-collega’s tijdens supersonische scrambles letterlijk in de ogen, aan weerskanten van de grens wordt met tanks en artillerie geoefend dat het een aard heeft. Kaliningrad is een speelstad op het WK 2018, een keuze gemaakt in minder overspannen tijden. Bezoekende supporters kunnen toch maar beter oppassen met selfies, het woord spionage is in het huidige klimaat snel gevallen.

Batlle Group Lithuania

Angst spreidt zich als een deken over heel Noord-Europa. Zweden, al twee eeuwen lang gespaard van oorlog, heeft de dienstplicht ingevoerd. Net als in Finland klinkt de roep er steeds luider om toch maar toe te treden tot de NAVO. Ook Litouwen heeft twee jaar geleden de dienstplicht ingevoerd voor mannen tussen 19 en 26 jaar oud. Een verplicht bezoek aan het Genocide Museum moet de miliciens ervan overtuigen dat de negen maanden in uniform welbesteed zijn. Politiek en media herkauwen steeds dezelfde rampscenario’s. Vladimir Putin die zichzelf een alibi verschaft om zijn troepen westwaarts te sturen. Een incident op de grens van Kaliningrad, insubordinatie door Russische minderheden. Het kan allemaal, denk maar aan Oost-Oekraïne, Georgië of Moldavië. Putins uitspraak dat hij niet zal aarzelen om de rechten van Russische minderheden te beschermen, deed de koorts alleen maar oplopen. En dan zijn er  nog de rapporten van militaire thinktanks. De Baltische staten met hun onervaren en slecht uitgeruste legers _ ze hebben geen eigen luchtmacht of pantsers _ zijn geen partij voor Rusland. 60 uur, langer heeft de Rus niet nodig om het hele Balticum te overrompelen. Het Litouws ministerie van landsverdediging publiceerde eind vorig jaar een boek van 75 pagina’s om de bevolking op een invasie voor te bereiden. Behalve beschrijvingen van Russische uniformen en wapentuig, bevat het tips om het verzet te organiseren.

Belgen in Rukla. Niet alleen sterk in catering. (foto: er)

Belgen in Rukla. Niet alleen sterk in catering. (foto: er)

De NAVO is niet blind gebleven voor de ongerustheid van de Baltische lidstaten. Sinds de NAVO-top van Wales in 2014 wordt de beveiliging van de Noord-Europese grens stelselmatig opgedreven. Baltic Air Policing kreeg een upgrade, grootschalige oefeningen op zee en op land volgden elkaar op. Ook het Belgisch leger stuurde al F’16’s, en aan  Baltic Piranha I en II namen Belgische gevechtseenheden met gloednieuwe pantservoertuigen deel. Show of force and capability, heet dat. Goed om de Russen af te schrikken en het vertrouwen van de Balten op te krikken. Het volstond echter niet. Onder druk van de Baltische Staten en Polen besliste de NAVO op de top van Warschau vorig jaar een tandje bij te steken. Het woord enhanced werd toegevoegd aan operaties  zoals  Baltic Air Policing en het marineprogramma BALTOPS. Ambitieuzer nog is de Enhanced Forward Presence (eFP): meer dan 4.000 NAVO-militairen met zwaar materieel worden verspreid over vier battle groups. Het gaat telkens om multinationale operaties, maar iedere battle group heeft een NAVO-zwaargewicht als lead nation. De Amerikanen zijn eerder deze maand neergestreken in Polen, Britten en Canadezen zijn zich nog aan het warmlopen om in Estland en Letland te ontplooien. Alleen de door Duitsland geleide Battle Group Lithuania in Rukla, een militaire basis met oefenterrein in de buurt van Kaunas, is al operationeel. Met dank aan het Belgische detachement: 101 militairen in hoofdzaak geplukt uit het 18de bataljon logistiek Leopoldsburg. ‘We zijn hier sinds eind januari’, zegt de jonge kapitein Jelle Neyt. ‘We hebben alle NAVO-partners in snelheid genomen. Geloof me, hier is de voorbije maanden hard gewerkt. Die moderne containers met airconditioning stonden hier niet, de eerste weken logeerden we in tenten. De Litouwers hebben eerst nog gebouwen moeten afbreken en terreinen nivelleren om ons te kunnen vestigen’.

fake news

We zijn net op tijd in Rukla voor de lunch. Belgen scheppen op,  Duitse en Nederlandse militairen houden hun wegwerpbord klaar. Het cliché is bekend: dat ons leger vooral uitblinkt in het verdelen van spijs, drank en andere logistieke besognes. Makkelijk te logenstraffen, zoals blijkt uit de Belgische deelname aan Baltic Piranha en Baltic Air Policing. Uit het cliché spreekt vooral een onderschatting van de rol die logistiek speelt. Kapitein Neyt zet dat graag recht tijdens een rondleiding. Wisselstukken, brandstofvoorziening, onderhoud van rollend materieel, onderdak en voedsel, er komt veel bij kijken. Zonder zijn zeven imposante diepladers waren Duitse en Nederlandse pantsers nooit in Rukla geraakt. De battle group telt al 850 man.  Op volle kracht, met de Noren erbij, stijgt dat tot 1.400. De hele NAVO-missie is ingebed in een Litouwse brigade. Verveelde dienstplichtigen staan te kijken naar tanks die met oorverdovend gebrul aan en afrijden. Hun eigen wagenpark, een ratjetoe van Sovjeterfgoed en NAVO-occasies, steekt er schril bij af. ‘We voelen ons hier welkom’, zegt Neyt.  ‘Bij burgers oogsten we niks dan positieve reacties. Zelf kom ik niet veel buiten de kazerne, maar als hoogste Belgisch officier word ik opgetrommeld als er een vip passeert. Dat gebeurt zeer vaak, en allemaal benadrukken ze hoe blij en opgelucht ze zich voelen door onze aanwezigheid’.

Ze zijn er niet alleen om te oefenen met de Litouwers.  De battle group moet binnen de 72 uur operationeel zijn voor het echte werk. Niet dat ernstig rekening wordt gehouden met een Russische invasie. Deze Koude Oorlog wordt met plaagstoten uitgevochten. Volgens NAVO zijn het altijd de Russen die beginnen. Ze vliegen net over de rand van de  luchtcorridor naar Kaliningrad, hun fregatten pingen op de radar overvliegende Navo-vliegtuigen. Alles is communicatie in deze zenuwenoorlog. Het mag niet verbazen dat de Russen ook het cyberwapen hanteren. Kapt. Neyt: ‘‘Al in de eerste week dook een anonieme brief op. Een Duitse soldaat zou een meisje hebben misbruikt. Totaal verzonnen, er heeft zich trouwens nooit een slachtoffer gemeld. Maar dat gerucht heeft hier wel de media in rep en roer gezet. Ook de Duitse commandant van onze battle group werd geviseerd. Op sociale media doken foto’s op: de commandant op het Rode Plein in Moskou, de commandant met vrouw en kinderen in een bekend restaurant  in Moskou. Een poging om hem als een Russisch agent af te schilderen. Niet echt geslaagd, ze zijn nogal slordig geweest bij het fotoshoppen’. Zoals gewoonlijk valt niet bewijzen waar de bron van deze stoom fake news ligt, maar weinigen in Litouwen twijfelen eraan dat ze dicht bij Moskou moet worden gezocht.

kapitein Jelle Neyt strijdt ook tegen fake news (foto:er)

kapitein Jelle Neyt strijdt ook tegen fake news (foto:er)

 

NAVO-supporter

Het eFP-programma loopt minstens vier jaar. Zolang hoeven en Neyt en zijn mannen niet te blijven, in juni worden ze afgelost door de collega’s uit Grobbendonk. Vier maanden zonder verlof of vrije tijd, een enkele georganiseerde excursie uitgezonderd. Tijdens de uitstap naar Vilnius kozen nogal wat deelnemers voor het Genocide Museum. Wellicht was Eugenijus Peikstenis niet op de hoogte, anders had hij hen persoonlijk verwelkomd. De directeur van het Genocido Auku Muziejaus is een overtuigd NAVO-supporter. ‘Litouwen besteedt nu al meer dan 2 procent van BNP aan defensie. Welbesteed, voor mijn part mag het budget nog stijgen. Een invasie onwaarschijnlijk? Zeg nooit nooit, leert ons de geschiedenis. Ik heb het niet alleen over wat er op de Krim of in Oost-Oekraïne en Georgië is gebeurd. Deze geschiedenis gaat veel verder terug, de communisten hebben hun methodes trouwens van de tsaren geleerd. In Oost-Oekraïne hebben ze een bekende truc gebruikt: mannen in groene uniformen die zogezegd vrijwillig gingen vechten om hun volksgenoten te helpen. Daar zijn we ook hier bang voor. Vorige week heeft de grenspolitie met het leger een oefening gehouden om infiltranten uit Wit-Rusland te onderscheppen. Een ontnuchterende ervaring, ze bleken niet in staat de groene uniformen tegen te houden. We zijn een klein land, zonder de NAVO staan we nergens. Dat bondgenootschap, daar zit het hele verschil met de eerste onafhankelijkheid. In de jaren dertig stonden we helemaal alleen. Ook Polen was toen een vijand, en nu trekken we aan hetzelfde zeel’.

 

directeur

museumdirecteur  Eugenijus Peikstenis: ‘mijn grootouders hebben zelf in een werkkamp gezeten’  (foto: er)

Als prille zestier is hij een tegen wil en dank een product van de Sovjet-Unie. Peikstenis studeerde geschiedenis met specialisaties archeologie en antropologie, disciplines die hij uitkoos vanwege hun geringe propagandagevoeligheid. ‘De lessen geschiedenis waren een verschrikking’, zegt hij. ‘Op school werd ons geleerd dat het Litouwse volk zelf om inlijving bij de Sovjet-Unie heeft gevraagd. Het verzet, dat was een zaak van nazi-sympathisanten en bourgeois kapitalisten’. Op de gang, waar ooit de voetstappen van Gestapo-officieren en KGB-agenten weerklonken, hangt een bijzondere foto. Burgers vormen een ketting rond het gebouw om te beletten dat de KGB bij zijn aftocht in 1991 archieven en ander bewijsmateriaal zou meenemen.  80.000 bezoekers per jaar trekt het museum. Er komen veel buitenlanders, onder wie nogal wat Russen. De voornaamste klanten zijn echter scholieren. Dit museum wil niet alleen gedenken maar ook sensibiliseren. ‘Mijn grootouders hebben zelf in een werkkamp gezet’, zegt de directeur. ‘Zoals velen van hun generatie. De geschiedenis van de onderdrukking wordt in alle Lithouwe families overgeleverd, daar hebben we zelfs geen museum voor nodig’.

 

 

 

 

 

 

 

Alona Lyubayeva, de Vlaamse Diversiteitsambtenaar die met haar missie samenvalt

(De Standaard Weekblad, 16 november 2014)

Vrouw en afkomstig uit Oekraïne, beter kon ze niet scoren in de statistieken die ze zelf moet bewaken. Vlaams Diversiteitsambtenaar Alona Lyubayeva belichaamt als geen ander haar eigen missie. Gesprek met een gedreven vrouw over diversiteit in Vlaanderen, en over de oorlog in het vaderland dat haar niet loslaat. 

foto: Dieter Telemans

foto: Dieter Telemans

Maandag, brugdag. Niet voor Alona Lyubayeva. “Het is zalig te werken als iedereen verlof heeft”, zegt de Vlaamse diversiteitsambtenaar. “Vanmorgen vijf berichten in mijn mailbox, zo rustig heb ik het nog maar zelden gekend”. Niet dat ze terugdeinst voor hard werken, ze heeft nooit iets anders gedaan. De vraag was dan ook ietwat misplaatst. Of ze in Leuven toch ook een beetje van het studentenleven heeft genoten? Immers, betoogden we, voor Vlaamse jongeren is de universiteit niet alleen een oord om kennis en diploma’s te vergaren. Studeren is ook en vooral een feestelijk einde breien aan een zorgeloze jeugd. Aan haar monkellachje viel af te lezen dat ze zich daar wel iets kon bij voorstellen. “Maar voor mij was het in de eerste plaats toch keihard werken”, vertelde ze. “Ik moest niet alleen de stof verwerken maar ook mijn Nederlands verbeteren. Tussendoor ging ik ook werken om mijn studies te financieren. Ik had geen beurs, en van thuis kreeg ik ook geen steun. Mijn ouders hadden geen middelen, niemand in Oekraïne had in die tijd middelen. Ik kwam uit een postcommunistisch land, in de greep van devaluatie en hyperinflatie. Ik nam alle baantjes aan die ik kon krijgen. Televerkoop, vertaalopdrachten, en heel veel horecawerk. Het heeft weinig gescheeld of ik had mijn masterdiploma door geldgebrek gemist. Ik kon geen examens afleggen, ik was helemaal blut en moest dringend gaan werken. Ik ben toen bij de rector gaan aankloppen, bij André Oosterlinck. Hij heeft me twee weken studiebeurs toegekend, net genoeg om de examenperiode te overbruggen”.

Wilskracht, talent en een dosis mazzel, het zijn de ingrediënten van een opmerkelijke carrière. De berooide studente van weleer mag zich sinds begin april Vlaams topambtenaar noemen. Benoemd door Peeters II, rapporterend aan Bourgeois I. Voogdijminister Liesbeth Homans (N-VA) heeft de lat meteen hoog gelegd. Het personeelsbestand van de Vlaamse overheid moet op korte termijn veel diverser. Van de huidige 3,1 naar 10 procent medewerkers met een migratie-achtergrond tegen begin 2021. In diezelfde periode moet het aantal medewerkers met een handicap van 1,3 tot 3 procent stijgen. Al even ambitieus zijn de genderdoelstellingen. Begin 2021 moet 40 procent van het midden- en topkader uit vrouwen bestaan. Een fractie van die doelstellingen heeft ze met haar jongste carrièremove zelf gerealiseerd. Een vrouwelijke topambtenaar met een migratie-achtergrond, dat is twee keer raak in de diversiteitstatistieken.

Maar de 41-jarige Lyubayeva heeft niet tot haar topbenoeming gewacht om uit de anonimiteit te treden. Toen eind vorig jaar de protesten op het Maidanplein in Kiev begonnen, gaf ze in verschillende radio- en kranteninterviews duiding bij een evenement dat uiteindelijk in een revolutie en aansluitende burgeroorlog zou uitmonden. Ze sprak niet alleen als betrokken Oekraïense, maar ook als beslagen academica. Internationale politiek loopt als een rode draad door haar verschillende opleidingen in Kiev en Leuven. Regionale samenwerking en conflicten in het na het instorten van de Sovjet-Unie opgerichte Gemenebest van Onafhankelijke Staten, zo luidde overigens het thema waarop ze als master in de Europese Studies is gepromoveerd.

Brussel ligt er verlaten bij. Café Congo van de KVS is gesloten, haar favoriete Ethiopiër op het Begijnhofplaats eveneens. Italiaans dan maar. In afwachting van de minestrone buigen we ons over de actualiteit. Die komt niet uit de Vlaamse ambtenarij maar uit haar vaderland. Het voorbije weekend, met zware artilleriebeschietingen in en rond Donetsk, was uitzonderlijk gewelddadig.

Ligt u wakker van de burgeroorlog die nu al een half jaar in Oost-Oekraïne woedt?

“Alleen nog als er spectaculair nieuws is. Het duurt nu al zo lang, en uiteindelijk sta je als buitenstaander totaal machteloos. Dat gevoel is langzaam gegroeid, want in de begindagen van de protesten was ik er constant mee bezig. Ik ging vijf keer per dag op sociale netwerken en nieuwssites kijken, ik probeerde Vlaamse journalisten aan te porren om artikels te schrijven, ik bracht hen zelf in contact met interessante bronnen. Het frustreerde me dat er zo weinig aandacht aan de gebeurtenissen in Kiev werd besteed. Onbegrijpelijk, want het was vanaf de eerste dag duidelijk dat het om een explosief conflict ging, aan de grenzen van Europa”.

Was u verrast door het massale protest dat uitbrak toen president Janoekovitsj weigerde het associatieverdrag met de Europese Unie te ondertekenen?

“Niet echt. Ik kwam nog vaak in Oekraïne, ik was er trouwens vlak voor het uitbreken van de protesten. Er leefde al langer een sterke wil tot verandering. Mensen keken daarvoor naar Europa, want daar lag de toekomst. Toen al leefde de ongerustheid dat Janoekovitsj dwars zou gaan liggen. We gaan de straat op als hij het associatieverdrag niet ondertekent, hoorde ik mensen zeggen. Die weigering heeft echt het vuur aan de lont gestoken, ook door de manier waarop ze tot stand kwam. Gedicteerd door Poetin, zegt men. Betaald door Poetin, is nog correcter. Het is bewezen dat er in die periode vanuit Rusland grote geldtransfers naar familieleden van Janoekovitsj hebben plaats gevonden”.

Na twee maanden massaprotesten en tientallen doden slaat president Janoekovitsj op de vlucht. Euforie alom, maar even later scheurt de Krim zich af en nog wat later ontketenen pro-Russische rebellen in Oost-Europa een regelrechte burgeroorlog. Is Euromaidan mislukt?

“Integendeel, de betogers hebben hun slag thuis gehaald. Ze hebben bewezen dat ze het volk aan hun kant hadden. En even belangrijk: dat Rusland geen greep meer heeft op de macht in Oekraïne. Precies dat succes verklaart de escalatie achteraf, want voor Poetin was het onverteerbaar. Wat mij daarbij het meest heeft getroffen, is de kracht van de Russische propaganda, het gemak waarmee alle pro-Oekraïense krachten als fascisten werden afgeschilderd. Zo grof ging het er in het Oekraïense kamp niet aan toe, al werden ook daar geen clichés geschuwd. Het resultaat is rampzalig. Ik ken families waar broers en zussen niet meer met elkaar praten omdat ze al die leugens slikken. Het is ook confronterend om vast te stellen hoe taai het totalitarisme in de voormalige Sovjet-Unie nog is. Op de televisie zag ik het ellenlange applaus in het Russische parlement toen de onafhankelijkheid van de Krim werd uitgeroepen. Je kon zo zien dat niemand het aandurfde om als eerste te stoppen, en je pikte er meteen de applaus-meester uit die het sein moest geven om ermee op te houden. Allemaal erg herkenbaar voor wie in de Sovjet-Unie is opgegroeid”.

Krijgt u het conflict aan Vlaamse vrienden uitgelegd?

“Men heeft hier de neiging het taalaspect sterk te benadrukken. Ten onrechte, er is nooit een taalprobleem geweest. Op de televisie werden beide talen door elkaar gebruikt. De vraag in het Oekraïens, het antwoord in het Russisch. Zonder ondertiteling, en iedereen vond dat doodnormaal. Ik ben zelf tweetalig opgevoed, ik koester zowel de Russische als de Oekraïense cultuur, en de novellen van Poesjkin zijn me even dierbaar als de poëzie van Sjevtsjenko. Ook op school in Kiev werden beide talen als perfect evenwaardig gehanteerd. Ik ben natuurlijk nog een kind van de Sovjetunie, opgegroeid tijdens de Perestrojka. De generaties na mij zijn anders, die hebben minder voeling met Rusland. Dat raakt de kern van de zaak, want een leider als Poetin kan niet aanvaarden dat het Oekraïense volk zijn eigen weg kiest. Dit is dan ook geen burgeroorlog, maar een conflict dat door een machtige buur werd geëxporteerd. Met propaganda, maar ook met wapens, munitie en huurlingen. Als ik er met Vlamingen over praat, trek ik altijd dezelfde parallel. Stel je voor dat Frankrijk niet akkoord gaat met de vertegenwoordiging van de Franstaligen in de Belgische federale regering. Hebben de Fransen dan het recht om België binnen te vallen onder het mom dat ze hier hun taalgenoten willen beschermen? Natuurlijk niet, maar dat is precies wat Rusland in Oekraïne doet”.

Pauze, de ober serveert escalope milanese en pasta arrabiata. Of we niet teveel over Oekraïne praten, vraagt ze. Touché, we willen het natuurlijk ook over haar huidige missie hebben. Maar eerst een biografisch ommetje.

Geen enkel tienermeisje uit Oekraïne droomt ervan later diversiteitsambtenaar in de Belgische deelstaat Vlaanderen te worden. Hoe is het zover gekomen?

“Toeval, ik had helemaal geen plannen om naar België te komen, laat staan om Nederlands te leren. Ik had in Kiev taal- en letterkunde gestudeerd, Chinees en Engels. Erg boeiend, maar ik wilde er nog een economische opleiding bovenop. Het was vlak na de onafhankelijkheid, Oekraïne had een groot tekort aan economische kennis. Studeren in Engeland was mijn plan, maar dat bleek volstrekt onbetaalbaar. Ik ben dan gaan shoppen in Duitsland en België. De KU Leuven stelde zich het soepelst op, en zo ben ik hier beland”.

Leuven, de ultieme studentenstad. Liefde op het eerste gezicht?

 “Niet alleen met Leuven. Ik werd overrompeld door Europa. Het gevoel van vrijheid, de diversiteit ook. Adembenemend allemaal voor iemand die uit een verstard Sovjetland kwam. Ik zie mezelf die eerste keer nog in de auto zitten. We reden urenlang door Duitsland, België en Engeland, en de hele tijd was ik aan het wenen. Van geluk, maar ook van ongeloof.  Zie je, je moet achter het Ijzeren Gordijn opgroeien om die ontroering te begrijpen. Ik kom uit een systeem waar individuele vrijheid niet bestond. Een systeem waar grenswachters je zomaar van het vliegtuig of de trein konden plukken. Dat is me begin jaren negentig nog overkomen. Ik werd uit de auto gehaald en moest te voet de grens oversteken. Al mijn papieren waren in orde, en toch werd ik teruggestuurd. Waarom? Pure willekeur en machtsmisbruik. Ik voel het nog altijd als ik uit Oekraïne terugkeer en de grens oversteek, alsof er een loden last van mijn schouders valt. Toevallig werd gisteren de 25ste verjaardag van de val van de Berlijnse Muur gevierd. Ik heb vijf keer naar het journaal gekeken, en ik heb vijf keer gehuild. Een kantelpunt in de geschiedenis, zo wordt het genoemd. Voor mij gaat de betekenis nog dieper. Het einde van de Muur, dat is het begin van mijn persoonlijke vrijheid”.

Was het lastig om het Nederlands onder de knie te krijgen?

 “Viel wel mee. In maart mocht ik mijn cursus in Leuven ophalen, en in augustus moest ik examen afleggen. Ik was geslaagd en mocht in het Nederlands aan een bachelor economie beginnen. Die heb ik niet afgemaakt, moet ik toegeven, uiteindelijk bleek een Engelstalige master European Studies me toch beter te liggen. Ik vond Nederlands relatief gemakkelijk om te begrijpen en te lezen, maar het leren spreken was een frustrerende ervaring. Om te beginnen zijn er nauwelijks Vlamingen die de taal spreken zoals je ze krijgt aangeleerd. De verschillen in woordenschat en uitspraak zijn zo groot dat het erg lastig is om met ‘echte’ mensen te communiceren. Bij de bakker heb ik nog altijd de neiging te wijzen naar wat ik wil. Chocokoek, rozijnenkoen, boterkoek, het betekent overal iets anders. Wat ook niet helpt is dat Vlamingen de neiging hebben om meteen op een andere taal over te schakelen als je een poging tot communicatie in het Nederlands waagt. Een van de eerste Nederlandse zinnen die ik leerde uitspreken, was ‘ik spreek enkel Russisch en Nederlands’. Ach, misschien schrijf ik er ooit nog een boekje over, ‘Nederlands voor dummies’”.

Was het altijd de bedoeling hier te blijven?

“Nee. Ik had ook elders kunnen doctoreren, maar uiteindelijk bleek Leuven alweer de beste plek om mijn onderzoek te doen. Toen ik dan ook nog mijn man leerde kennen, was de verankering een feit. (lacht) Een Belg, maar we hebben elkaar in Hongarije ontmoet. Eigenlijk is mijn inburgering toen pas goed begonnen. Weg uit de kosmopolitische omgeving van de universiteit, wortel schieten in de echte maatschappij”.

Met succes: u ging aan de slag als bestuurssecretaris voor de provincie Vlaams-Brabant. Ambtenaar niveau A, geen slecht debuut voor een anderstalige instromer. Pittig examen afgelegd?

 “Ja, een schriftelijk examen bovendien, een zware test voor mijn Nederlands. Ik hield me ook toen al met migratie en integratie bezig. Eerstelijnswerk, ik had vooral te maken met hooggeschoolde migranten. Nieuwkomers, maar ook mensen die hier al langer woonden en niet aan de bak kwamen omdat hun buitenlandse diploma’ s en competenties niet werden erkend. Ik probeerde ze te helpen om verder te studeren of om een betere baan te vinden. Heel concreet en bevredigend werk, ik kon me met mijn eigen achtergrond perfect in hun situatie inleven. Er gaat in Vlaanderen veel talent verloren, dat is trouwens de reden waarom ik voor de post van diversiteitsambtenaar heb gesolliciteerd”.

Ligt de prioriteit van het Vlaams diversiteitsbeleid niet vooral bij kortgeschoolden? Misschien is het een cliché, maar we denken bijvoorbeeld aan jongeren met een migratie-achtergrond die ongekwalificeerd uitstromen en geen kansen krijgen op de arbeidsmarkt…

“Dat is waar iedereen over praat. Terecht, want de achterstelling van jongeren uit kansengroepen is een groot probleem. Als we daar niks aan doen, zal Vlaanderen binnen een jaar of twintig een zware prijs betalen. Groepen die zich permanent uitgesloten voelen, keren zich op de duur tegen de maatschappij. Maar er is nog een andere groep waar men veel minder aandacht aan besteedt, en die is wel hoogopgeleid. In Leuven wonen nogal wat Iraakse vluchtelingen. Daar zitten heel wat ingenieurs tussen die gefrustreerd zijn omdat ze hun talenten niet kunnen benutten. Ook in de Vlaamse kringloopcentra lopen heel wat ingenieurs en architecten rond. Waarom kunnen we dat potentieel niet aanboren? We kunnen die mensen goed gebruiken, de Vlaamse overheid ondervindt zelf de grootste moeite om ingenieurs en architecten aan te trekken. Anders dan bij kortgeschoolden kun je geen mismatch met de arbeidsmarkt als excuus inroepen. Okay, de taal vormt soms een barrière, daar moeten we dan maar specifieke programma’s voor ontwikkelen. Maar in die groep zitten ook heel wat tweede generatie migranten, zonder taalprobleem en met Belgische diploma’s op zak. Ook die komen blijkbaar niet aan de bak”.

Waarom? Discriminatie?

“Ik kan alleen over de Vlaamse overheid als werkgever spreken. We hebben een strikte deontologische code die consequent wordt toegepast. Maar ook zonder discriminatie zijn er obstakels. Een Iraakse architect kan ook maar solliciteren als hij weet dat de Vlaamse overheid op zoek is naar architecten. Daar moeten we goed over nadenken. Als je een vacature van 15 pagina’s uitschrijft, dan weet je dat je geen allochtone kandidaten bereikt, want dat is een berg waar ze niet over geraken. Het probleem is trouwens niet dat de Vlaamse overheid geen personeel uit de migratie wil aantrekken. Er melden zich gewoon niet genoeg kandidaten met zo’n achtergrond. Uitdagingen genoeg voor mijn team van tien medewerkers. Sensibilisering van kansengroepen, monitoring van de instroom, ontwikkelen van nieuwe instrumenten zoals verworven competenties, we moeten het probleem breed aanpakken”.

De recente streefcijfers van Vlaams minister van binnenlandse zaken Liesbeth Homans liggen een stuk boven jullie eigen doelstellingen. Krijgt u het niet benauwd?

“Het wordt een heel zware dobber, zeker nu de Vlaamse overheid moet bezuinigen. Je kunt geen kortgeschoolden uit kansengroepen aanwerven als er geen banen voor kortgeschoolden zijn. Toch ben ik blij met de ambitieuze doelstellingen, de Vlaamse regering geeft daarmee het signaal dat het haar menens is met de tewerkstelling van doelgroepen. Ik wil de kloof met onze eigen streefcijfer wel wat relativeren. De Vlaamse regering hanteert een nieuwe definitie van migratie-achtergrond. Vroeger sloeg dat alleen op niet-Europese burgers, maar vanaf 2016 tellen alle niet-Belgen mee in de diversiteitstatistieken”.

Ook Nederlanders?

(schamper) “Dat vind ik weer zo’n typisch Vlaamse reactie. Ja, ook de Nederlanders tellen mee. Die struikelen niet over een taalprobleem, maar wel over andere obstakels. Overigens, ook Marokkaanse Nederlanders zijn Nederlanders”.

Als Vlaams diversiteitsambtenaar moet u ook de genderbalans bewaken. Is dat gemakkelijker dan het wegwerken van migratie-achterstand?

“De problematiek is verschillend. Bij gender komt het erop aan de doorstroming te verbeteren, bij migratie moet je aan de instroom werken. Het genderbeleid kan op een langere traditie bogen. Er staan meer instrumenten ter beschikking, sollicitatietraining, coaching, noem maar op.  De Vlaamse overheid heeft al een lange weg afgelegd. Vrouwen wegen voor 49,4 procent in het totale personeelsbestand, tot en met het lager middenkader is de balans in evenwicht. Nu komt het erop aan de doorstroming naar het hoger middenkader en het topkader te bevorderen. 21 procent vrouwen aan de top, dat moet tegen 2021 verdubbelen. Ook hier ligt het probleem niet bij de benoemingspolitiek, er zijn gewoon te weinig vrouwen die zich kandidaat stellen. Als je met slechts 30 procent vrouwen aan een lange selectieprocedure start, dan mag je al blij zijn als er in de laatste ronde nog één overschiet”.

U haalde niet alleen de laatste ronde, maar werd ook uitverkoren. Als allochtone vrouw belichaamt u dan ook de missie van de Vlaamse diversiteitsambtenaar. Was u de geknipte kandidaat? 

“Zo eenvoudig is het niet, de selectie gebeurde erg grondig. Alleen al het assessment duurde een hele dag. Presentaties, interviews, rollenspellen met realistische managementsituaties. We begonnen eraan om negen uur, het bleef maar doorgaan tot vijf uur. Toen ik weer buitenkwam voelde ik me naakt, alsof ze me helemaal binnenste buiten hadden gekeerd. Je kunt tijdens zo’n assessment niks verbergen, je persoonlijkheid wordt van alle kanten belicht. Ik vroeg me zelfs niet af of ik een goede indruk had gelaten. Nu weten jullie wie ik ben, dacht ik, so take it or leave it.”

U begeleidt voor het Davidsfonds cultuurreizen naar Oekraïne en Rusland. Schiet daar nog tijd voor over?

“Ik ben ermee gestopt, maar niet uit tijdgebrek. Oekraïne is momenteel te gevaarlijk, en in Rusland heb ik nu echt geen zin. Jammer, want ik deed het doodgraag. Tijdens zo’n reis kon ik mijn Vlaamse gezelschap de ogen openen. Voor de schoonheid van mijn vaderland, maar ook voor hun eigen vooroordelen. Want die hebben jullie ook, soms lijkt het alsof de Koude Oorlog nog niet is afgelopen”.

Antwerpse Sovjets over de scheur in de Russischtalige ziel

(repo dS Weekblad, 9 augustus 2014)

Rus. Drie letters, een beladen woord. Zelden wordt Rus als compliment bedoeld. Neem nu de rakettenbetogingen, putje Koude Oorlog. Tegenstanders van Amerikaanse raketten op Belgisch grondgebied marcheerden met tienduizenden door Brussel. Er waren echter ook voorstanders. Liever een raket in mijn achtertuin dan een Rus in mijn keuken, luidde de slogan. De Koude Oorlog is voorbij, het IJzeren Gordijn gevallen. De Rus is geen iconische vijand meer, we kunnen hem nu in levende lijve ontmoeten. Hij deelt onze hotels aan de Turkse riviëra, wint ritten in de Ronde van Frankrijk, rijke exemplaren kopen voetbalploegen in Londen en jachten in Marbella. Maar populair is de Rus daarmee niet geworden, zeker nu het gerucht van een nieuwe Koude Oorlog niet van de lucht is.  Het neerschieten van de Maleisische Boejing  boven Oost-Oekraïne_ naar algemeen aannemen door pro-Russische rebellen _ heeft er geen goed aan gedaan. In de Britse krant The Guardian trokken Russische Londonites aan de alarmbel. De Russofobie scheert ongeziene toppen. ‘It’s official policy to hate us’, lamenteerde een Russische handelaar met 20 jaar Londen op de teller.

pope Andrei van de Russisch-Orthodoxe Kerk (foto: Jimmy Kets)

pope Andrei van de Russisch-Orthodoxe Kerk (foto: Jimmy Kets)

Doet het pijn Rus te zijn? We stelden de diagnose in Antwerpen, de stad met de grootste Russischsprekende gemeenschap van België. Volgens het Platform Solidariteit zijn ze de voorbije twintig jaar met een dikke 10.000 vanuit de voormalige Sovjet-Unie naar de Koekenstad verkast. Een goede zaak voor het Antwerpse middenveld, zo blijkt. De koepelorganisatie, tot voor kort Platform van Russischtalige  Verenigingen geheten, telt niet minder dan 55 aangesloten leden. De pijn is er wel degelijk, en niet alleen op de verwachte plekken. De nieuwe russofobie wil niemand overdrijven. Latent racisme is altijd al hun deel geweest, de Oekraïense crisis heeft hooguit het stof van de clichés geblazen. De echte pijn zit veel dieper, in de vorm van een scheur die dwars door de gemeenschap loopt. Immers, zeg nooit zomaar Rus tegen een Rus. Tsjetsjenen, Georgiërs, Oekraïners, Kazakken, Wit-Russen, door de buitenwacht worden ze al te vaak op één hoop gegooid. Samen met de Russen, want die zijn er ook.  Ja, ze delen allemaal hun Sovjetverleden. En Russisch blijft de gemeenschappelijke taal, al wordt dat steeds vaker als een noodzaak aangevoeld. De kloof in de gedeelde grond wordt evenwel met de dag breder, dat ondervinden ze ook bij verenigingen die zich, zonder onderscheid volgens herkomstgebied, tot alle Russischtaligen richten. Het verhaal van een Slavisch koor kwam ons ter ore. Leden, naast slavofiele Vlamingen onder anderen Russen en Oekraïners, wilden onder geen beding on the record. De harmonie staat nu al onder zware druk, reden waarom een loflied over Moedertje Rusland ijlings uit het repertoire werd geschrapt. Ook bij Spoetnik kunnen ze ervan meespreken. De culturele organisatie, rechtstreekse erfgenaam van wat in de Sovjettijd de Vereniging voor Vriendschap en Samenwerking België-USSR heette, heeft afdelingen in Antwerpen, Gent en Kortrijk. Vlaamse voorzitters en coördinatoren kunnen intussen op eieren lopen. Don’t mention the war, anders komt er van culturele activiteiten niks meer in huis. De tegenstellingen tussen supporters van Moskou en Kiev zijn onverzoenbaar, klonk het, ook al door het selectieve gebruik van geschiedenis en media, Russische versus Oekraïense satelliettelevisie en websites. Desinformatie? Volgens een Vlaams Spoetnik-lid, gepassioneerd door Russische muziek, 12 jaar getrouwd met een Russin, zijn we met zijn allen in dat bedje ziek. Eigenlijk weten wij Vlamingen weinig of niks over Rusland, stelde hij vast. Zelf valt hij ook nog van de ene verbazing in de andere. Zoals toen hij constateerde dat hij zelfs met zijn eigen vrouw niet over Oekraïne kan praten zonder een kletterende ruzie te riskeren. De omerta is gelukkig niet algemeen. Aan beide kanten van de kloof vonden we ex-Sovjetburgers bereid om te praten over het drama dat hun Antwerpse zomer danig vergalt.

Pope Andrei (Foto jimmy Kets)

Pope Andrei (Foto jimmy Kets)

Andrey  Eliseev (40), tien jaar geleden in Antwerpen neergestreken als pope van de Russisch Orthodoxe Kerk, excuseert zich. Zijn Nederlands is niet goed genoeg, hij mag zich liever in traag maar bedachtzaam Engels uitdrukken. Polarisation is een van de woorden die hij met zorg hanteert. “De oorlog polariseert ook onze kerk”, zegt hij met een zucht. “Ongeveer de helft van mijn parochianen komt uit Oekraïne, de anderen uit de rest van de voormalige Sovjet-Unie. Het is de gewoonte na de zondagsdienst nog een poosje samen te blijven en te praten. Dat zijn moeilijke gesprekken geworden. Vorige week nog vertelde iemand dat zijn neef was gesneuveld. Verbrand in een tank, hij zat bij het Oekraïense leger”.

Hij schiet zijn zwarte soutane aan en geeft een rondleiding in de Sint-Jozefkerk vlakbij het Stadspark. Gehuurd van de katholieke Kerk, de iconen heeft hij zelf meegebracht. De oecumenische samenwerking mag opmerkelijk heten, tenminste als men ze tegen het licht van de Oekraïense crisis houdt. Het is geen religieuze oorlog, maar godsdienst speelt wel degelijk een rol. “Er is in Antwerpen ook nog een Oekraïense kerk”,  zegt Andreï. “Grieks-Katholiek, ze volgen de Byzantijnse ritus maar erkennen het gezag van de Paus. Daar zit het verschil, wij hangen af van het Patriarchaat van Moskou dat zowel voor Rusland als Oekraïne bevoegd is”. Het zou hem te ver leiden de kerkgeschiedenis van Oekraïne uit de doeken doen, laat staan de impact ervan op de burgeroorlog.  Feit is dat de Grieks-Katholieke kerk vooral sterk staat in het Westen van Oekraïne, het Oekraïens als liturgische taal voert en nauw verweven is met het Oekraïense identiteitsbesef. In de kerk van Andrey wordt Russisch gesproken, ook door de Oekraïense gelovigen die vaak maar lang niet altijd uit het oostelijke landsgedeelte afkomstig zijn. Toch weigert hij het stempel van Russische staatskerk. “We krijgen geen subsidies zoals in België”, zegt Andrey die tien jaar op het Patriarchaat in Moskou heeft gewerkt. “Onze relatie stoelt op wederzijds belang. Wij hebben de staat nodig voor onze humanitaire missie. Scholen, weeshuizen, armenzorg, zonder samenwerking met de overheid komen we nergens. Wat daar tegenover staat? Onze Kerk geniet erg veel respect bij de bevolking. Dat beseft Poetin. Door goede relaties met het Patriarchaat te onderhouden, straalt het respect ook op hem af”.

Hij heeft Vladimir Poetin persoonlijk ontmoet, tijdens de receptie op de ambassade voor Europalia Rusland in 2005. Het was een mooi moment, want Andrey is een fan van het eerste uur. “Jullie hebben een vertekend beeld van Poetin”, zegt hij. “Dat hij geen emoties heeft, hoor ik voortdurend. Maar Poetin is juist erg emotioneel, alleen moet je Russisch begrijpen om dat in te zien”. Een dictator? De weerlegging door vader Andrey laat zich niet vertalen. ‘A dictator dictates. But Poetin doesn’t dictate, he explains’.  Autoritair mogen we de baas van het Kremlin wel noemen. “Maar daar is niks mis mee”, betoogt de priester. “In Rusland heeft niemand heimwee naar de Jeltsin-jaren. Liever autoritaire stabiliteit dan democratische chaos. Wist je trouwens dat Poetin Westersgezind is? Hij spreekt vloeiend Duits en schaaft elke dag aan zijn Engels. Daarmee staat hij niet alleen, heel veel Russen kijken op naar het Westen. Dat is niks nieuws. Ik ben zelf opgegroeid in de Sovjet-Unie, maar op school dweepten we met Europese films en literatuur. Daarom was ik zo verbaasd toen ik voor het eerst naar het Westen reisde. Onze liefde werd niet beantwoord, ook toen al leefde er weinig sympathie voor Rusland. Dat is er niet op verbeterd, je mag nu gerust van een anti-Russische stemming spreken. De toestand in Oekraïne speelt daarin mee, maar de omslag is er al eerder gekomen. Ik denk dat ik het kantelmoment ken: 2008, het jaar toen president Poetin en premier Medvedev van stoel wisselden. Poetin heeft toen definitief zijn greep gevestigd, en zijn ambitie onderstreept om Rusland in zijn oude glorie te herstellen. Dat is volgens mij waar het paard gebonden ligt. Het Westen wil een zwak Rusland, een geografische reus die als een politieke dwerg acteert en trouw grondstoffen levert. Dat kan natuurlijk niet, daarin heeft Poetin absoluut gelijk”.

We verhuizen naar de sacristie voor een kop zwarte thee. Van graffiti of andere zichtbare sporen van de nieuwe russofobie heeft hij geen weet, het meest concrete is een verwijtende mail uit Nederland die op het aartsbisdom in Brussel binnenliep. Het ging over het neergeschoten lijnvliegtuig, een drama waar hij zo zijn eigen mening over heeft. Hij gaat niet zover te beweren dat de rebellen het niet hebben gedaan, maar…Wat volgt is een greep uit hypotheses en complottheorieën die in de Russische media welig tieren. We gaan er liever niet op, en brengen het gesprek weer op de al niet vermeende russofobie. “Ach” , zegt Andreï. “In België valt het nog mee, jullie blijven rationeel. Het is tien keer erger in voormalige Oostbloklanden zoals Polen en de Baltische staten. Daar worden ze ook opgestookt door de Amerikanen. Want zo is het toch? Georgië, Tsjetsjenië, Oekraïne, overal staan de Amerikanen klaar om gevoelens van gekwetst nationalisme te exploiteren. Ik ben erg ongerust. Als het zo verder gaat, komt er geen koude maar een echte oorlog van”.

Movchan en Anna (foto: Jimmy Kets)

Movchan en Anna (foto: Jimmy Kets)

Movchan (42) en Anna (38) Lyubomyr blijven er zich over verbazen. De toeloop voor de paasviering in de Sint-Andrieskerk, de tempel die het bisdom ter beschikking van de Greco-Katholieke parochie van Antwerpen stelt. Uiteraard herkenden ze de nieuwkomers, in de Oekraïense gemeenschap kent iedereen iedereen. “Het waren parochianen van de Russisch-orthodoxe kerk”, zegt Movchan. “Overgelopen vanwege de oorlog in Oekraïne, dat spreekt vanzelf.  Sommigen brachten meteen geld mee voor het  solidariteitsfonds waarmee we Oekraïne helpen. Resoluter kun je een overstap niet maken”.

Het is via diezelfde kerk dat we Movchan hebben gevonden. Op de website staat hij als contactpersoon, een geëngageerde leek die desgewenst ook tolkt. Zijn Nederlands is uitstekend, zo stellen we vast als we hem thuis in Zurenborg opzoeken. “Ik ben bouwkundig ingenieur”, vertelt hij. “Ik had een eigen zaak toen ik de kans kreeg hier enkele tijdelijke opdrachten aan te nemen. De rekening was snel gemaakt. Voor 100 euro die ik Oekraïne verdiende, kreeg ik er hier 1.000. In 2000 zijn we definitief naar Antwerpen verhuisd. Ik heb mijn diploma laten erkennen en ben onmiddellijk Nederlands gaan studeren, en zo heb ik vlotjes een baan als bouwkundig ingenieur gevonden”.  Zijn vrouw Anna, eveneens afkomstig uit Lvov in West-Oekraïne, heeft haar eigen hoofdstuk in dit succesverhaal. Ze werkt als verpleegster met een Vlaams diploma op zak, zoon en dochter doen het uitstekend op school. Perfect tweetalig, dank zij de zaterdagschool voor Oekraïense kinderen. Bij het Platform Solidariteit hadden ze het ons al gezegd: geen enkele gemeenschap is zo sterk georganiseerd als de Oekraïense. Draaischijf is Barvinok, een sociaal-cultureel vereniging waarvan Movchan stichtend lid is.

Een rimpelloos en gelukkig migrantenbestaan? “Sinds november vorig jaar is alles anders”, zegt Movchan. “Het studentenprotest, de bezetting van Maidan, het heeft ons enorm aangegrepen. Als Oekraïners uit de diaspora proberen we ons steentje bij te dragen. Barvinok heeft al 18.000 euro naar Oekraïne versluisd. In feite leiden we een dubbelleven. Overdag werken, alle vrije tijd gaat op aan internet en skype. Slopend, vaak doen we de hele nacht geen oog dicht. Onze hele gemeenschap gaat eronder gebukt. Voor sociale of culturele activiteiten is geen er tijd meer, bij Barvinok staat alles in het teken van de oorlog.  De sfeer is verzuurd, zelfs tijdens familiefeesten gaat het over niks anders”.

Met Russen in Antwerpen hebben ze geen persoonlijk probleem. Niet over de oorlog beginnen, is het recept. De contacten lopen vooral via het Platform Solidariteit. “Daar spreken we altijd Russisch”, zegt Anna. “Niet voor ons plezier, maar het blijft een bindtaal. Het kost ons trouwens geen moeite, alle Oekraïners spreken Russisch. Omgekeerd niet natuurlijk, Russen hebben een koloniale mentaliteit. Begrijp me niet verkeerd, dit conflict gaat niet over de taal. Een paar jaar geleden trokken we met vrienden voor een paar dagen naar Kiev. We hoorden alleen Russisch, geen woord Oekraïens in onze eigen hoofdstad Het stoorde ons niet, zo is nu eenmaal de realiteit in ons land”.

Ze zet zelfgemaakte cake op tafel. We nemen een stuk en luisteren naar flarden geschiedenis. De versie over de Russische annexatie van de Krim wijkt behoorlijk ver af van wat Andrey daarover vertelde. Een logische correctie van een absurditeit uit de Sovjetperiode. Partijleider Chroetsjev had het in 1954 opportuun geacht om de Krim van Rusland los te koppelen en bij de Sovjetrepubliek Oekraïne aan te hechten. De louter administratieve herverkaveling was bedoeld om de eeuwenoude Russisch-Oekraïense vriendschap te bezegelen, de zwartgerokte pope kon niet nalaten ons op de ironie te wijzen. Behalve ironisch is geschiedenis kneedbaar. De kunst is het juiste tijdstip te kiezen om de eigen zaak te dienen. Oost-Oekraïne? Andrey spoelde 250 jaar terug. Katharina de Grote die kozakken haar keizerlijk fiat verleende om het schier onbewoonde gebied onder Russische vlag te koloniseren. Movchan gaat het minder ver zoeken. Waarom er zoveel Russen in Oost-Oekraïne wonen? Omdat Stalin in de jaren 20 en 30 de boeren heeft uitgemoord en door Russen heeft vervangen, vaak bajesklanten die werden ingezet bij de geforceerde uitbouw van de zware industrie in Oost-Oekraïne.

Als taal noch religie de inzet van de oorlog zijn, wat dan wel? “Poetin”, zegt Movchan zonder aarzelen. “Rusland kampt met enorme problemen. Er zijn de spanningen in de Kaukasus, en er is ontzettend veel armoede. Hij heeft een buitenlandse vijand nodig om zijn volk achter zich te scharen. Het ergste is dat hij daarin slaagt, dank zij de propaganda staat 80 procent van de Russen achter de oorlog in Oost-Oekraïne. Mijn tante langs moederskant is met een Rus getrouwd, ze wonen in Krasnodar. Zelfs zij is gebrainwasht, ze steunt Poetin. Mijn moeder en haar zus spreken niet meer met elkaar. Dat is wat oorlog met families doet”.

 

Iryna (foto: Jimmy Kets)

Irina Larionova (foto: Jimmy Kets)

Irina Larionova (59) krijgt tranen in de ogen als ze eraan denkt. Ach, haar bezoekjes aan Odessa. Lang geleden intussen, ze was pas afgestudeerd aan het taleninstituut van Leningrad, thans Sint-Petersburg genoemd. Frans en Duits, het was vooral die eerste taal die van pas kwam als gids bij het voor Ruslandreizigers onvermijdelijke Intourist. “Ik begeleidde groepen doorheen de hele Sovjet-Unie, tot in de Kaukasus. Ook Odessa stond op het programma; Zo’n mooie stad, en zulke warme mensen. Alleen al daarom vind ik deze oorlog zo verschrikkelijk. Waarom toch? Russen en Oekraïners zijn als broers, we hebben altijd samen gehoord”.

We zitten in een café op De Keyserlei. Haar spuitwater zal onaangeroerd blijven, zozeer wordt ze meegesleept. Niet alleen door sombere beschouwingen. Zal ze vertellen hoe ze net niet met een Brusselaar is getrouwd? “Ik reisde voor Intourist met een Belgisch gezelschap. Het gebeurde in Kiev, een prachtige stad overigens. Ik werd tot over mijn oren verliefd op een man uit Brussel. Het was wederzijds, zoals in het liedje van Gilbert Bécaud. Nathalie, dat was ik. We maakten plannen, maar uiteindelijk is er niks van gekomen. Mijn vader was tegen, zijn moeder evenzeer. Vooroordelen, ik kan het hen niet kwalijk nemen. Het Ijzeren Gordijn stond er nog, we wisten niks van elkaar af”. Irina is toch aan een Belg geraakt. Geen Brusselaar, wel een Antwerpenaar die ze in Parijs leerde kennen. Zestien jaar geleden verhuisden ze met hun twee dochters naar de Scheldestad, waar Irina tot haar haar ontsteltenis constateerde dat haar vlekkeloze Frans vooral boze reacties uitlokte. Vanavond spreekt ze Nederlands, met royale scheuren Frans er doorheen. Ze staat in het volwassenonderwijs, een Russische die Vlamingen met hun Frans helpt.

Haar moeder is Russisch, haar vader joods. En inderdaad, ze komt uit de stad van Poetin. “We zijn generatiegenoten. Ik ben in hetzelfde district opgegroeid, een kilometer van het flatgebouw waar zijn ouders als conciërge woonden. Ik heb hem nooit gezien, maar hij heeft mijn sympathie. Poetin is oprecht begaan met zijn land, hij wil de grandeur van Rusland herstellen”. Door een buurland als Oekraïne te destabiliseren? Irina laat de voorzet voorbij waaien. Ook zij mag graag uit de geschiedenis putten. Hebben we ooit gehoord van Bogdan Khmelnystky, de 17de-eeuwse Kozakkenleider die met de steun van de Russische tsaar Oost-Oekraïne van de Polen en hun Katholieke kerk bevrijdde? Om maar te zeggen: de 15 miljoen Russischtaligen in Oekraïne hebben redenen om zich nauw verwant met hun grote buur te voelen.

“Er is weinig begrip voor Rusland”, klaagt ze. “Poetin wordt hier als de baarlijke duivel afgeschilderd, c’est le diable. Ik luister veel naar de Franse radio. Soms spreken ze letterlijk over l’empire du mal als het over Rusland gaat. Als Russische moet je hier sowieso een olifantenvel hebben. De clichés die over ons circuleren. Russen zijn agressief en lomp, op hotel lopen ze iedereen omver en plunderen het buffet. Nu eens zijn ze stinkend rijke oligarchen, dan weer profiteren ze van het OCMW. Waarom spreekt niemand van onze rijke cultuur? Tolstoi, Poesjkin, Gogol? Die laatste komt trouwens uit Oekraïne. Poltava, de plek waar ze het puurste Oekraïens spreken. Wat Tours is voor het Frans, is Poltava voor het Oekraïens. Gogol schreef uiteraard in het Russisch, als zoon van adel werd hij in het Russisch en het Frans opgevoed. Zo was het toen, Oekraïens was de taal van het volk”.

Wordt dit de doodsteek voor de Russisch-Oekraïense vriendschap? “Het is allemaal politiek”, zegt ze. “Tussen de mensen is er geen probleem. Gisteren was ik op de barbecue met mijn Oekraïense buurvrouw, een schoonmaakster. Twaalf jaar geleden is ze hier met haar zoontje gearriveerd. Ontworteld, allebei. Ze is me toen komen vragen of ik haar zoontje  kon helpen met de school. Nee, zei ik, maar mijn dochter kunnen dat wel. Anastassia en Vera hebben zich over die jongen ontfermd als over hun kleine broertje. Zo’n band, dat krijgen ze zelfs met een oorlog niet kapot”.