Tagarchief: shoah

Dochters Tobias Schiff over opgroeien met een vader die acht concentratiekampen overleefde

Humo, 28 februari 2017

heruitgave ‘Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten’

het onweerlegbare verhaal van een dwanggetuige

Schaakkampioen, chansonnier, acteur, moppentapper, diamantair, autofreak, Tobias Schiff was het allemaal. Bovenal was de Antwerpse Jood een onvermoeibare getuige over de concentratiekampen die met zijn enige boek de hoogste toppen van de Holocaust-literatuur bereikte. ‘Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten’ ligt vanaf deze week opnieuw in de winkel, met een warme aanbeveling van Arnon Grunberg. Reden genoeg om Anny en Isabelle Schiff te verenigen voor een goed gesprek over een unieke vaderfiguur.  ‘Rechtsextremisme en antisemitisme steken weer de kop op. Vader zou zich in zijn graf omdraaien’

Als de immer sceptische Arnon Grunberg de loftrompet over een boek steekt,  dan heeft hij onze aandacht.  Zeker wanneer de auteur van het geprezen boek een Auschwitz-overlever is. Zoals bekend werd de bekendste krullenbol der Nederlandse letteren zelf opgevoed door twee slachtoffers van de Shoah. Het zal Grunberg dan ook menens zijn wanneer hij volgende zinnen aan scherm en papier toevertrouwt: “Levi, Borowski, Arnoni, Kertész, Améry, om maar vijf schrijvers van kampliteratuur te noemen, zijn niet alleen ooggetuigen, ze zijn ook goede, nee uitstekende schrijvers. En aan dat rijtje voeg ik  toe: Tobias Schiff”.

De bewierookte schrijver is ons al in 1999 ontvallen. Toch durven we te vermoeden dat hij het compliment met ongeloof en verbazing in ontvangst had genomen. Tobias Schiff, in een adem genoemd met literaire grootheden zoals Imre Kertész en Primo Levi? Wonderlijk als je bedenkt dat hij maar één boek heeft geschreven. En zelfs daar kan over gediscussieerd worden. Heeft Schiff het in 1997 verschenen ‘Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten’ wel zelf geschreven? Het gaat om een lang uitgesponnen getuigenis over de 33 maanden waarin hij als tiener een helletocht ondernam langs acht verschillende werk- en concentratiekampen, met haltes in onder meer Trzebinia, Auschwitz-Birkenau, Buna-Monowitz, Dora en Bergen-Belsen.  Opgetekend door de toenmalige Epo-uitgever Hugo Franssen die een pluim krijgt in het voorwoord dat Arnon Grunberg voor de pas verschenen heruitgave bezorgde.  Dik verdiend, want het is zonder meer briljant hoe Franssen de urenlange monologen van Schiff heeft gevat. Als een staccato gedicht,  met clusters van korte, pulserende zinnen die de lezer tegen een verschroeiend tempo meesleuren.

Zelden werd het nulpunt van de menselijke geschiedenis zo navrant beschreven. Hoe Tobias _ Toshek voor de vrienden _ in Auschwitz afscheid nam van zijn vader. Twee jaar lang hadden ze voor elkaar gezorgd, door met verve de kunst te bedrijven van het overleven in onmogelijke omstandigheden. Hilarisch hoogtepunt: de zwerende enkelwonde die Tobias in Trzebinia opliep. Ze had hem fataal kunnen worden, het geringste vermoeden van arbeidsongeschiktheid betekende immers een gewisse dood. Toshek echter sloeg er een slaatje uit. Het pus van de zweer lokte vliegen aan,  op dat moment een felbegeerd ruilmiddel. In het kamp heerste tyfus, de kampleiding beloofde een extra kom soep voor wie 20 doodgemepte ziekteverspreiders inleverde. In Auschwitz-Birkenau overleefden vader en zoon zeven selecties, onder meer geleid door de infame kamparts Mengele. Bij de achtste, op 18 januari 1944, werd de 46-jarige Mozes Schiff wegens te oud en te zwak naar de gaskamer verwezen. De motor van de industriële moordmachine sputterde wegens overbelasting, waardoor vader Schiff met honderden andere geselecteerden nog drie dagen naakt in een ijskoude barak moest antichambreren. Tobias wist een SS-bewaker te vermurwen en kreeg toegang tot de barak. Zijn beschrijving, opgetekend 53 jaar na datum, twee jaar voor zijn eigen overlijden, grijpt naar de keel. Schiff, gezegend of vervloekt met een ijzersterk geheugen, heeft de titel van zijn boek goed gekozen. Hoe ouder hij werd, hoe dichter het verleden hem op de hielen zat.

Ondanks de alomtegenwoordige gruwel leest het boek als een schelmenroman. Schiff dankte zijn overleven aan een combinatie van stom geluk en duizend toevalligheden. Zijn enige verdienste bestond er naar eigen zeggen in dat hij het toeval een handje heeft geholpen. Dat is een understatement, Schiff was een overlevingskunstenaar die tientallen keren door het oog van de naald kroop. Lef, charme, koopmansgeest en perfect Duits waren de troeven die hij beurtelings uitspeelde.  En levenslust, een eigenschap die hij na de oorlog op zijn kinderen heeft overgedragen.

Twee van die kinderen zitten ons op te wachten in het Crown Plaza Hotel aan het Rogierplein, geen toevallige keuze naar zal blijken. Anny Schiff (69) is de oudste van de vier kinderen uit een eerste huwelijk, de periode na de oorlog toen hij als diamantair in Antwerpen woonde. Isabelle Schiff (43) is de enige dochter uit een tweede huwelijk dat hem naar Brussel voerde, waar hij een fotowinkel in het Manhattan Center aan het Rogierplein begon. ‘Binnenkort verhuizen we de zaak naar Elsene’, zegt Isabelle. ‘Dichter bij mijn woonplaats en mijn doelpubliek. Ik maak vooral huwelijksreportages en portretten in de Afrikaanse gemeenschap. Vaak in Matonge, ik hou van de Afrikaanse ambiance’. Van ambiance maken kan Anny meespreken. Ze heeft een gevarieerd beroepsleven achter de rug, maar de periode als rechterhand van Paul _ Boogie Boy _ Ambach springt eruit. ‘Ik was een wild meisje, gek op dansen en op zwarte muziek. Bij Paul Ambach kwam ik aan mijn trekken. James Brown, Johnny Lee Hooker, ik heb ze daar allemaal ontmoet.  Afrika, daar heb ik ook iets mee. Ik ben nooit getrouwd, maar ik heb wel een dochter met een Peul uit Senegal’.

Anny en Isabelle Schiff (foto: Marco Mertens)

Anny en Isabelle Schiff (foto: Marco Mertens)

Humo: swingend begin voor een gesprek over een topzwaar thema. Horen jullie niet gebukt te gaan onder het trauma van jullie vader?

Anny: Ho maar, vader bruiste zelf van de energie en levenslust.  Op de diamantbeurs was hij een fenomeen. Had hij ergens op de Meir een aanbod gezien, dan stopte hij niet voor iedere collega op de hoogte was. ‘Laat die kans niet liggen! Drie hemden voor de prijs van twee’. Toen de Citroën DS uitkwam, liep hij over van enthousiasme. Iedereen moest en zou delen in zijn bewondering voor dat staaltje van stijl en techniek. Vader was trouwens dol op autorijden, ik herinner me heroïsche tochten in de DS. Naar Brindisi, de boot op naar Griekenland, de hele Peloponnesos rond en dan via Kreta terug naar huis.

Isabelle: Die passie voor autorijden heb ik van hem geërfd, mijn vrienden noemen me nog altijd Schumacher. Papa had veel passies, maar schaken was een van de allergrootste, hij is nog Belgische kampioen snelschaken geweest. Als kind moest ik na school altijd mee naar café Greenwich vlakbij de Beursschouwburg, zijn vaste rendez-vous om te schaken.

Anny: Hij speelde toneel en was een geweldig muzikant. Hoewel hij geen noot kon lezen, componeerde hij aan de lopende band. In 1955 is een zangeres met een van zijn nummers bekroond op een internationaal concours van Frans chanson. Een geboren entertainer, hij hield een onuitputtelijk arsenaal aan moppen en anekdotes paraat. Ook in de kampen animeerde hij de boel. Als iedereen in de put zat, nam hij zijn mondharmonica of stak hij een sterk verhaal af.

Isabelle: En vertellen, het hield nooit op. Over de oorlog en zijn tijd in de kampen. Sommige overlevers probeerden na de bevrijding alles te verdringen. Bij papa was het omgekeerd, hij voelde een onweerstaanbare dwang om te getuigen. Daarom is dat boek er uiteindelijk gekomen. Ik denk niet dat hij zichzelf ooit als schrijver zag, het was gewoon een extra wapen om de vergetelheid te bestrijden. Papa zag het als zijn heilige plicht om de herinnering aan de slachtoffers te bewaren. Dat had hij ook beloofd toen hij in Auschwitz afscheid moest nemen van zijn eigen vader.

Anny: Die belofte heeft hij meer dan vervuld, onder meer door honderden lezingen te geven in Vlaamse scholen. Maar hoe vrolijk en vrij hij na de oorlog ook door het leven stapte, het was allemaal slechts façade. Diep vanbinnen raakte hij nooit los van het kamp. Schaken, musiceren, entertainen, dat waren allemaal manieren om niet aan dat zwarte gat te denken. ’s Avonds echter haalde het verleden hem in. Vader was een slechte slaper. Hij lag uren in bed te lezen, met het licht aan en BBC World op de achtergrond. Op de hoogte blijven van de toestand in de wereld, want je wist nooit wat er kon gebeuren.

HUMO: in zijn boek drukt hij spijt uit dat hij jullie op jonge leeftijd met al die vreselijke verhalen heeft geconfronteerd. Hebben jullie daar onder geleden?

Isabelle: Ik besef dat hij niet anders kon, dat schrijft hij trouwens zwart op wit in zijn boek.  Toch was het niet gemakkelijk, er zijn periodes geweest dat ik er niet tegen kon en wegliep. Als kind kreeg ik nachtmerries van zijn verhalen. Dan zag ik papa in het kamp, samen met zijn vader en andere gedeporteerden over wie hij vertelde. Ik wilde hem helpen, maar dat lukte niet, want het tafereel zat achter een onbreekbare, glazen wand.

Anny: Ik had een andere hardnekkige nachtmerrie: ons huis stond in brand en we probeerden wanhopig aan de vlammen te ontsnappen. Nee, eenvoudig was het niet om met getraumatiseerde ouders op te groeien. Want het kwam niet alleen van ons vader. Moeder heeft de oorlog als onderduikkind overleefd, haar ouders en grootouders werden gedeporteerd en vermoord, haar hele Poolse familie werd uitgeroeid. Net als mijn broers en zussen ben ik er niet ongeschonden uitgekomen, we zijn allemaal wel eens bij een psychiater of therapeut gepasseerd. Het probleem van onze generatie is dat we ons als kind hebben weggecijferd. Wat viel er te klagen? Ons leed zonk in het niets naast de verschrikkingen die onze ouders hadden doorstaan. Moeder was daar hard in, ze kon het echt niet verdragen dat ik over iets huilde. Ik herinner me nog vakanties aan zee.  Weer of geen weer, ze sleurde ons mee op  kilometerslange wandelingen langs de branding. Ze heeft het nooit met zoveel woorden gezegd, maar ik ben zeker dat die manie uit haar oorlogsverleden voortvloeide. Als het weer misliep, moesten we klaar zijn om te vluchten.

HUMO: de gruwel waarvan hij in de kampen getuige was, tart alle verbeelding.  Sadistische kapo’s, willekeurige executies, uitgemergelde gevangenen die hun beulen smeken om een kogel en prompt op hun wenken worden  bediend. In Auschwitz zag Toshek een groep Italiaanse joden, niets vermoedend aanschuiven voor de gaskamer. Als hij er een uur later passeert, is de groep veranderd in een stapel lijken. Hij herkent ze meteen, zijn blik haakt zich vast aan dat ene meisje met de pop en de schattige krullen. Zo gaat het door, 200 pagina’s lang. Het hele boek is een roetsjbaan van verkillende passages, maar zijn wake in de barak bij zijn nog levende maar gedoemde vader, springt eruit. Delen jullie die indruk?

Isabelle:  Die passage is heftig, maar dat geldt evenzeer voor het afscheid van zijn moeder. Probeer het je voor te stellen. Ze vertrokken vanuit Drancy, het Franse doorvoerkamp dat je kunt vergelijken met onze Dossinkazerne. Drie dagen en drie nachten in beestenwagens. Het was snikheet, ze zaten zonder eten of drinken als haringen in een ton. Van de 1.000 zouden er uiteindelijk acht de oorlog overleven. De eerste selectie gebeurde bij hun aankomst in Silezië. Vrouwen en kinderen moesten in de trein blijven, maar papa mocht van de SS’ers samen met grootvader afstappen, ook al was hij volgens de regels een jaar te jong voor arbeidsdienst.  Stom geluk, dat heeft zijn leven meermaals gered. Omdat ze stierven van de dorst, probeerde zijn moeder uit de wagon te stappen met een kruik water die ze had bemachtigd. Een SS’er hield haar tegen en roste haar af met de zweep. Dat is dus de laatste herinnering die papa zijn leven lang heeft meegedragen: zijn moeder met een bloedende striem over haar gezicht in de wagon op weg naar de gaskamer.

Anny: In feite is de gruwel al begonnen in Antwerpen, toen zijn oudere zus Lunia uit zijn leven werd weggerukt. Een drama, vader aanbad zijn zus. Lunia werd op 22 juni 1942 opgepakt, bij de eerste razzia in de buurt van het Centraal Station. Ze hebben haar nooit meer teruggezien, ook al hebben ze nog geld betaald aan zwendelaars die beweerden dat ze Lunia uit Breendonk konden vrijkopen. Profiteurs die menselijke wanhoop uitbuiten, dat is van alle tijden, denk maar aan de huidige mensensmokkelaars in Libië en Syrië. Na die eerste razzia is vader met zijn ouders ondergedoken. Ze hebben hun hele fortuin uitgegeven aan passeurs om hen naar Zwitserland te smokkelen. Zeker weten we het niet, maar wellicht waren ook dat oplichters die hen aan de Duitsers hebben uitgeleverd. Ach, arme Lunia! Vader heeft nooit de volledige waarheid gekend. Ze was die dag met een vriendin naar het Centraal Station gelopen om Victor te begroeten, een neef uit Nederland die een oogje op haar had. Victor, die de oorlog wist te overleven als verzetsstrijder in het Franse maquis, heeft papa nooit durven vertellen dat hij ongewild de aanleiding voor haar arrestatie vormde. Hij woont nu in Jeruzalem, 92 jaar oud. Zijn geheugen gaat achteruit, maar als ik de naam van Toshek laat vallen, schiet zijn gemoed vol. De laatste keer liet hij me een koffertje met persoonlijke brieven zien. En wat lag er bovenop de stapel? Een portret van Lunia, hij kreeg er zeventig jaar later nog altijd tranen van in de ogen.

Isabelle: Papa had dat ook, hoe ouder hij werd, hoe sterker de herinneringen aan al zijn vermoorde dierbaren. In de periode rond 21 januari, de sterfdag van zijn vader, was hij thuis en in de winkel ongenietbaar. Dan liep hij op alles te vitten, gespannen als een veer, zijn hele gezicht in een kramp. Hij is zelf totaal onverwacht aan de gevolgen van een beroerte gestorven. Op 19 januari, bijna dag op dag de datum waarop zijn vader voor de gaskamer werd geselecteerd. Volgens mij kan dat geen toeval zijn.

Tobias geliefde zus Lunia, opgepakt bij eerste razzia in Antwerpen. Hij ou haar nooit meer weerzien.

Tobias geliefde zus Lunia, opgepakt bij eerste razzia in Antwerpen. Hij zou haar nooit meer weerzien.

HUMO: waarom heeft hij een halve eeuw gewacht om zijn kampmemoires te schrijven?

Anny: Dat boek is een verre uitloper van ‘Monsieur S’, een documentaire film uit 1990 over zijn kampverleden. Hij zat ook prominent in ‘De Laatste Getuigen’, de VTM-reeks van Luckas Vander Taelen die een dikke boon voor vader had. Getuigen, altijd weer die drang om getuigen. Dat er een boek van kwam, komt omdat vader zich in zijn laatste levensjaren grote zorgen maakte over de politiek. De opkomst van het Vlaams Blok vond hij verschrikkelijk. En hij liet zich niet sussen met commentaren dat het wel zou loslopen en dat de geschiedenis zich niet zou herhalen. Duitsland was in de jaren twintig een hoogontwikkeld land, met een grandioze cultuur en vooraanstaande wetenschappers. Ook toen kon niemand voorspellen dat zo’n land in enkele jaren tijd in totale barbarij zou verglijden.

HUMO: Het boek werd in 1997 uitgegeven met een disclaimer: ‘De hier verhaalde gebeurtenissen zijn waar. Ze staan onomstootbaar vast’. Was jullie vader beducht voor negationisme?

Anny: Hij lag daar wakker van: het idee dat jongere generaties niet meer zouden geloven wat er in de kampen is gebeurd. Op een keer, na een van zijn talloze schoollezingen, stelde een leerling hem een vraag over zijn moeder. ‘Hoe weet u zo zeker dat ze door de nazi’s werd vermoord? U was toch niet bij haar?’ Vader bleef daar kalm onder, hij wist hoe hij met zulke provocaties moest omgaan. Maar zulke ervaringen sterkten hem in zijn overtuiging dat de strijd tegen extremisme en negationisme nooit gestreden is.  Zo denk ik er ook over, en daarom ben ik zo blij met deze heruitgave. Want we kunnen er niet omheen: rechtsextremisme zit in de lift. Wilders in Nederland, Le Pen in Frankrijk, Trump in Amerika, ik denk dat vader zich in zijn graf omdraait. Ook in Oost-Europa gaat het de verkeerde kant uit, samen met het rechts-populisme steekt daar het spook van het antisemitisme de kop op. Vooral in Polen, nota bene het land waar drie miljoen joden werden vermoord.

Isabelle: Papa haatte dat land. Ik heb het hem vaak horen zeggen: kon ik Polen maar in een zakdoek wringen en in brand steken. Dat kwam van heel diep, met de nodige gebaren erbij om het aanschouwelijk te maken. Wat wil je ook, hij kwam uit een Pools-Joodse familie die in de oorlog compleet werd uitgeroeid. Door Duitse nazi’s, jazeker, maar het was geen toeval dat ze hun uitroeiingskampen in Polen hebben gevestigd. Het antisemitisme zat daar heel diep ingebakken.

Anny: Nog altijd. Denk maar aan de pogingen van de Poolse Kerk om Auschwitz te recupereren. Het moest een memoriaal voor alle slachtoffers worden, waarbij het begrip jood zoveel mogelijk zou worden verdoezeld. Vader is dikwijls in Auschwitz geweest, hij vond het heel belangrijk om de plaats te bezoeken waar zijn vader, moeder en zus werden vermoord. Ik was nog jong toen hij mij heeft meegenomen. Een beklijvende ervaring, maar ik denk niet ik dat ik er vandaag nog naartoe wil. Auschwitz is een toeristische trekpleister geworden, waar bezoekers in short door de gaskamers lopen. Zo respectloos, ik word daar kwaad van.

HUMO: Arnon Grunberg roemt ‘terug op de plaats die ik nooit heb verlaten’ als grote literatuur. Maar heeft het boek twintig jaar geleden ook succes gekend?

Anny: Best wel, er zijn trouwens twee toneelbewerkingen van gemaakt. De Franse vertaling was helaas geen succes, maar het boek is wel door mijn zus Lunia in het Hebreeuws vertaald. De dochter van mijn beste vriendin die in Amerika woont, loopt al jaren rond met plannen voor een Engelse vertaling. Wie weet komt het ervan na deze heruitgave.

HUMO: Was het moeilijk om Arnon Grunberg te strikken voor het voorwoord? 

Anny: Ik had zelf bij Epo aangeklopt. Het boek was al lang niet meer beschikbaar. Konden ze de 20ste verjaardag niet aangrijpen voor een heruitgave? Goed idee, vond uitgever Thomas Blommaert, maar om een heruitgave te lanceren moest er iets extra’s bovenop. Zo is Arnon in beeld gekomen. In het begin schoot het niet op, de uitgeverij geraakte niet voorbij zijn secretariaat. Maar als ik mijn zinnen op iets zet, kan ik heel koppig zijn. Ik zag dat Arnon naar Brussel kwam voor een literaire avond bij Passa Porta. Ik er naartoe met een exemplaar van de eerste druk.  Na de voorstelling heb ik hem zowat besprongen. Hij heeft het boek gelezen, en twee weken later kregen we via zijn secretariaat de bevestiging dat hij het voorwoord zou schrijven. Vader zou trots zijn geweest over de manier waarop ik dat heb geregeld. Vechtlust en plantrekkerij, dat heb ik van hem.

Tobias Schiff, ‘Terug naar de plaats die ik nooit heb verlaten’, met voorwoord Arnon Grunberg, Epo, 19€90