Tagarchief: Spanje

Barcelona, gedeelde hoofdstad van een verdeelde regio

Knack, 13 juni 2018

“Net zoals in het voetbal volstaat het in de Spaanse politiek niet de tegenstander te overwinnen, het is de bedoeling hem te vernederen en in de grond te boren”

De vlaggenstrijd in Barcelona staat op een laag pitje, maar de politieke verdeeldheid blijft pieken. Catalaanse separatisten en Spaanse constitutionalisten bekijken de wereld door een verschillende bril. De eersten spreken van politieke gevangenen, de anderen van criminelen die hun verdiende loon krijgen. Knack zocht beide kampen op. “Pas als de ratio terugkeert, kan er worden onderhandeld”.

Plaza de Catalunya.  Permanent protest 'tot president Puigdemont terugkeert' (eigen foto)

Plaça de Catalunya. Permanent protest ‘tot president Puigdemont terugkeert’ (eigen foto)

Er zijn slechtere plekken voor politieke activisten om hun tenten op te slaan dan de Plaça de Catalunya. Het meest centraal gelegen plein van Barcelona is naar dagelijkse gewoonte volgestroomd met toeristen. Zeggen dat het ook stormloopt bij de stand met geel-rode vlaggen zou de waarheid geweld aandoen. De meeste passanten hebben vooral oog voor de imposante fontein, als ze al niet vertwijfeld op zoek zijn naar de goed verstopte ingang van het ondergrondse metro- en treinstation. Maar tevergeefs kun je de moeite van de independentistes niet noemen. Een Japans koppeltje maakt selfies bij de portrettengallerij van verbannen en opgesloten Catalaanse leiders, moeilijker dan je denkt met een ijsje in de hand. Op de tafel liggen geel-rode pins en andere prullaria, zoals sleutelhangers in de vorm van de onafhankelijke republiek Catalonië. Er zijn gegadigden voor, zowel toeristen als Catalanen die doorgaans gretig hun handtekening plaatsen op de petitie ter vrijlating van de ‘presos politics’ , de politieke gevangenen.

In de schaduw van een grote luifel zijn vrouwen met breipriemen en rood-gele wol in de weer. ‘Een symbolische actie’, zegt Philippe Carton grijnzend. ‘Ze breien aan de onafhankelijke republiek’. Carton is het perfecte aanspreekpunt achter de toonbank. Catalaans, Spaans, Frans of Engels, hij kan in alle talen even vlot uitleggen waarom dit bivak al meer dan een half jaar stand houdt. ‘We zijn hier neergestreken na het afzetten van Carles Puigdemont’, zegt hij. ‘Hij is en blijft onze wettelijk verkozen president. We blijven hier staan, totdat hij in zijn functie wordt hersteld en alle politieke gevangenen worden vrijgelaten’.

Jordi Pujol

Carton, een prille zestiger, blijkt een geboren Brusselaar te zijn. Als kind verhuisde hij naar Barcelona, mee met zijn vader die door werkgever Agfa-Gevaert werd uitgestuurd. Hij liep er school, werkte er zijn hele carrière als bedrijfseconoom voor verschillende multinationals, totdat hij door gezondheidsproblemen thuis kwam te zitten. De vrijgekomen tijd gaat op aan de strijd voor de Catalaanse zaak waarmee hij een passioneel huwelijk heeft gesloten. ‘Ik ben altijd al een nationalist geweest’, zegt hij. ‘Al van toen ik op het Lycée Français zat, samen overigens met de vorige Catalaanse president Artur Mas. Nationalisme heeft hier niks met etniciteit te maken, er zijn heel wat “nieuwkomers” zoals ikzelf die zich met de Catalaanse zaak identificeren. Ook ideologisch gaat het erg breed. Historische leiders zoals Jordi Pujol en Artur Mas zijn eerder conservatief-liberaal. Niet mijn strekking, ik noem mezelf een radicaal-linkse republikein’. Toch heeft hij de volgende stap naar het separatisme pas recent gezet, op 01-10. De tijdstempel verwijst naar het door de Spaanse overheid verboden en gesaboteerde onafhankelijkheidsreferendum. ‘Die dag ben ik independentist geworden’, zegt hij. ‘Ik heb ganse dag piket gestaan om mijn stembureau tegen het extreme politiegeweld te beschermen’.

De Belgische Catalaan en pro-independentist Philippe Carton. Op de achtergrond zitten vrouwen te 'breien voor de republiek'. (eigen foto)

De Belgische Catalaan en pro-independentist Philippe Carton. Op de voorgrond zitten medestanders te ‘breien voor de republiek’. (eigen foto)

Terwijl we staan te praten wordt een paar huizenblokken hiervandaan een nieuw hoofdstuk geschreven van de politieke soap die de Catalaanse crisis is geworden. Het Parlament zal de 55-jarige advocaat en radicale nationalist Quim Torra als nieuwe president van de tot nader order Spaanse deelstaat Catalonië benoemen. Eerdere pogingen om Carles Puigdemont vanuit zijn ballingoord als president te installeren, werden door Madrid met grondwettelijke en strafrechterlijke banbliksems verijdeld. Ook andere kandidaten, allemaal vervolgd of zelfs opgesloten door de Spaanse justitie, sneuvelden na uitputtende procedureslagen. Tegen Quim Torra kon Madrid geen bezwaar maken, de gewezen voorzitter van de Catalaanse cultuurbeweging Òmnium is een nieuwkomer in de politiek. Toch verliep de stemming kantje boord. De nationalistische regeringspartijen JxCat en ERC, die bij de verkiezingen van 21 december in gespreide slagorde opkwamen, hingen af van de gedoogsteun van de CUP. Deze radicale, anarcho-marxistische beweging is behalve uitgesproken republikeins erg tegendraads. Voor de CUP is en blijft Carles Puigdemont de enige wettige president.  Pas na een woelig partijcongres, tussen twee benoemingsdebatten door, werd besloten dat de vier CUP-vertegenwoordigers zich zouden onthouden zodat Torra met één stem overschot kon worden geïnstalleerd.

Ook Torra, die tijdens zijn aanvaardingsspeech zijn vaste voornemen uitsprak om van Catalonië een onafhankelijke republiek te maken, erkent Puigdemont als de morele president. Uit piëteit weigert hij het kantoor van zijn afgezette voorganger te gebruiken. Belangrijker nog: hij vloog onmiddellijk naar Berlijn voor topoverleg met Puigdemont die geen enkele moeite doet om te verbergen wie er in Catalonië aan de touwtjes zal trekken. Puigdemont zit nog altijd vast in Duitsland, in afwachting dat een plaatselijke rechter zich over het Spaans uitleveringsverzoek tegen zijn persoon uitspreekt. Die onzekerheid belet hem niet om alvast de leiding te claimen van de Consell de la República, een nog op te richten schaduwregering in ballingschap.

polarisering

Merkwaardig genoeg heeft Philippe Carton de veelbesproken tweets van de nieuwe president niet gelezen. De oppositie, het plaatselijke Cíudadanos-boegbeeld Inés Arrimadas op kop, heeft er nochtans een enorm drama van gemaakt. De fragmenten, opgegraven uit Torra’s Twitter-feed en bijdragen aan diverse nationalistische fora, gemiddeld vijf tot tien jaar oud, waren dan ook op zijn minst aangebrand. Of wat te denken van metaforen waarin Spanjaarden met dieren en genetische afwijkingen worden vergeleken, of beschouwingen over het Castilliaans dat zich als een plaag in Catalonië verbreidt? Torra’s excuses werden door Cíudadanos (Cs) niet aanvaard. De liberale partij, grote overwinnaar van de Catalaanse verkiezingen van 21-12, maakt zich op voor een keiharde oppositiekuur. Zo is ze fel gekant tegen het opheffen van het beruchte artikel 155, een noodwet die na de referendumcrisis door Madrid werd geactiveerd om Catalonië onder bestuurlijke en budgettaire voogdij te plaatsen. Met het aantreden van de regering Torra houdt de uitzonderingstoestand in principe op. Nationale ambities zijn niet vreemd aan de onverzoenbare opstelling van Cs. De partij van Albert Rivera, gesticht en groot geworden in Catalonië, scoort intussen in heel Spanje en is volgens recente peilingen de Partido Popular (PP) van premier Rajoy voorbijgestoken. De Catalaanse crisis, die buiten de regio tot een opstoot van Spaans nationalisme heeft geleid, is één van de voornaamste groeifactoren. Voorts toont Cs zich als maagdelijke partij erg bedreven in het verzilveren van de corruptieschandalen die vooral de PP en in mindere mate de socialistische PSOE teisteren. ‘Ik heb niks met Quim Torra’, zegt Philippe Carton na een wat ongemakkelijke stilte. ‘Carles Puigdemont blijft in mijn ogen de echte president. Ik heb hem persoonlijk leren kennen. Puigdemont is intelligent en beginselvast, ik zie niemand van zijn niveau in Catalonië’.

Jordi Cantavela, een overtuigd republikein die in december voor de CUP stemde, is al evenmin fan van Quim Torra.’Konden ze echt geen jong en fris gezicht vinden?’, moppert hij. ‘Bij voorkeur een vrouw die het in de media of het parlement tegen Inés Arrimadas kan opnemen. Heb je die al eens bezig gezien? Ik heb een hekel aan haar partij en haar standpunten, ze haat alles wat Catalaans en nationalistisch is. Maar ik moet toegeven dat ze er goed uitziet. En wat erger is, ze is slim en welbespraakt’. Cantavela, auteur van onder meer een succesroman over de Spaanse burgeroorlog, woont met zijn Franse vrouw en twee zonen in Sants, hartje Barcelona. Een republikeins bastion, had hij aan de telefoon gezegd. En inderdaad, er hangen iets meer vlaggen dan gemiddeld, en de balans slaat nog meer dan elders door naar de republikeinse kant. Gele stroppen, symbool voor de poltieke gevangenen en ballingen, flankeren republikeinse standaarden die zich met hun ster van de gewone Catalaanse banier onderscheiden. Die laatste zorgen voor een contrapunt, net zoals de Spaanse vlaggen die evenmin ontbreken. Toeristen echter kunnen perfect van een citytrip terugkeren zonder erg te hebben in de politieke crisis. De echte polarisering speelt zich op een ander niveau af.

Cantavela heeft de beelden op zijn smartphone staan. Een verwoest cultuurcentrum in de Barcelonese buitenwijk Sarrià, gevolg van een brandstichting door onbekenden die een vistitekaartje achterlieten. Op de muren werden hakenkruisen gespoten, naast slogans tegen de CDR, een militante, republikeinse burgerbeweging die na 1-O werd opgericht en waarvan een afdeling een onderkomen in het uitgebrande centrum had gevonden. ‘Geen alleenstaand geval’, weet Cantavela. ‘Het maakt deel uit van de Spaanse strategie, net zoals het systematisch vervolgen en opsluiten van nationalisten. Ze proberen ons te provoceren, om het imago van de geweldloze onafhankelijkheidsbeweging onderuit te halen. Ik heb er geen goed oog in. Als we op deze weg verder gaan, eindigt het in bloedvergieten. Ook aan onze kant zitten immers heethoofden’. Cantavela, even vloeiend in het Spaans als in het Catalaans, mag dan volbloed republikein zijn, hij kan de situatie van een afstand bekijken. Polarisering is geen regionale, Catalaanse specialiteit, aldus de schrijver die de term futbolisación laat vallen. Net zoals in het voetbal volstaat het in de Spaanse politiek niet de tegenstander te overwinnen, het is de bedoeling hem te vernederen en in de grond te boren. Symbolisch en ander geweld worden daarbij niet geschuwd. ETA maakte er een sport van tegenstanders dood te wensen door schietschijven met hun naam op muren te kalken. Vandaag lenen sociale media zich voor dat soort psychische terreur. Met effect: geen enkele Spaanse politicus van betekenis waagt zich zonder lijfwacht buiten zijn deur. Volgens Cantavela zet de futbolisación zich nu ook in de Catalaanse samenleving door. Verhalen over families, vrienden en collega’s die door slaande ruzies over de crisis worden uiteengerukt, kan hij alleen maar bevestigen. ‘De kloof loopt zelfs door mijn eigen familie’, zegt hij. ‘Een van mijn tantes is tientallen jaren geleden naar Alicante verhuisd. Ze volgt het nieuws uitsluitend via Spaanse media die virulent anti-Catalaans zijn. Carles Puigdemont, dat is in haar ogen een misdadiger die in de gevangenis hoort. Het zal je niet verbazen dat we bij familiefeestjes niet over politiek praten’.

lekke autobanden

Of ik een kijkje wil nemen in het halfrond? Héctor Amelló opent de dubbele, gecapitonneerde deur waarachter zich een fraai decor van pluche en schermerlicht openbaart. Daar, aan de rechterkant van het tot op het bot verdeelde parlement, heeft hij tot twee keer toe nee gestemd tegen de kandidatuur van Quim Torra. Amelló, gemeenteraadslid voor Cs in Figueras, raakte op 21 december voor het eerst verkozen. ‘Figueras ligt in de provincie Girona, bekend als een nationalistisch bastion’, vertelt hij. ‘Toch is onze partij van twee naar vier zetels gesprongen, een onverhoopt succes’. De jonge dertiger is een hybride geval. Zijn ouders komen uit Aragon, een aangrenzende regio waar in vele dorpen Catalaans als voertaal wordt gebruikt. Hij spreekt de taal wel, ook al werd hij in Figueras in het Spaans opgevoed. In 2009 sloot hij zich bij Cíudadanos aan, een partij die nauwelijks vier jaar eerder werd opgericht met als hoofdobjectief een dam opwerpen tegen het Catalaans nationalisme. ‘Ik besefte meteen dat die stap een onuitwisbare stempel zou drukken’, zegt hij. ‘Die verwachting is ook uitgekomen, al viel het aanvankelijk nog mee. Vrienden maakten grapjes. Plaagstoten, maar niet geheel onschuldig. De sfeer is beginnen verslechteren toen de nationalisten in 2014 hun Procés lanceerden, het stappenplan naar de onafhankelijkheid. Discussies werden bitterder, jeugdvrienden staken de straat over als ze je tegenkwamen of weigerden een hand’. Volgens Amelló is die polarisering inherent aan nationalisme, een woord dat bij zijn partij haast altijd door het adjectief identitair vergezeld gaat. ‘Al wie niet voor onafhankelijkheid is, wordt als een vijand van het Catalaanse volk gezien’, zegt hij. ‘Ik kreeg zelfs het verwijt dat ik tegen Catalonië ben. Absurd, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik dan tegen mezelf zijn? Ook mensen die hier veertig jaar geleden zijn aangekomen en hun leven lang aan de welvaart van Catalonië hebben bijgedragen, krijgen nu te horen dat ze niet meer welkom zijn. Dat vind ik even erg’.

Van de brandstichting in een nationalistisch cultuurcentrum in Sarrià heeft hij nooit gehoord. Intimideren van independentistas? ‘Ik beweer niet dat het niet gebeurt’, zegt hij. ‘Maar het gaat om geïsoleerde gevallen. Daar zit het verschil met de andere kant. Het intimideren van onze mandatarissen wordt door de nationalistische partijen aangemoedigd. Zelf mag ik niet klagen, als ik de bagger en bedreigingen op de sociale media buiten beschouwing laat. Girona is een provincie met twee gezichten. In de hoofdstad en aan de kust wonen veel nieuwkomers, vooral arbeidsmigranten uit Spanje, maar ook expats en toeristen die hier blijven plakken zijn. Op het platteland en in de bergen staan de nationalisten veel sterker. Onze mandatarissen hebben het daar erg zwaar. Ze worden op straat uitgescholden, hun gevels worden beklad en hun autobanden lek gestoken. Van de plaatselijke autoriteiten, allemaal in handen van de nationalisten, moeten ze geen hulp verwachten. In die dorpen hangen de republikeinse vlaggen gewoon aan gemeentehuizen en schoolgebouwen, naast slogans over politieke gevangenen. Dat kan eigenlijk niet. Openbare gebouwen moeten neutraal zijn, ze horen geen propaganda uit te dragen die de helft van de Catalanen als een provocatie ervaart’.

gevelprotest tegen opsluiting nationalistische leiders (eigen foto)

gevelprotest tegen opsluiting nationalistische leiders (eigen foto)

karate

Het is een lange metrorit naar Santa Coloma de Gramenet. Ooit een zelfstandige gemeente, intussen opgeslokt door de grootstad. Ik word er opgewacht door Pedro Hidalgo, een kalende man van 49 met een energieke handruk. Hij werkt na zijn uren als karate-instructeur en schrijft boeken over martial arts die ook in België aftrek vinden. Politiekorpsen, zowel de Catalaanse Mossos als de Spaanse Guardia Civil, huren hem in voor oefensessies. Misschien verklaart dat zijn cassante visie op het lot van de intussen al negen Catalaanse leiders die achter de tralies zitten. ‘Ik noem hen geen politieke gevangenen’, zegt hij. ‘Als je politiewagens beschadigt en openbare oderhandhavers belemmert in hun functie, dan moet je daar maar de gevolgen van dragen. Waarmee ik niet zeg dat het politiek verstandig is hen zolang op te sluiten. Neem van mijn aan dat premier Rajoy daar zelf niet gelukkig mee is. Moest ERC-leider Oriol Junqueras op vrije voeten lopen, dan zou Carles Puigdemont vanzelf een toontje lager zingen. Het verschil tussen de leiders van de twee nationalistische partijen is pijnlijk om aan te zien. Die arme Junqueras kan via zijn advocaat hooguit één tweet per week versturen, en ondertussen heeft Puigdemont in Brussel of Berlijn iedere dag de wereldpers aan zijn voeten liggen’.

Karate is slechts een hobby. Hidalgo leidt een bedrijf dat computers, netwerken en bewakingscamera’s installeert. Gemeentebesturen zijn voorname klanten, wat meteen verklaart waarom hij goede contacten onderhoudt met alle politieke partijen. Het belet hem niet zijn sympathie voor Inés Arrimadas en haar Cíudadanos te bekennen. ‘Ze hebben interessante ideeën’, vindt hij. ‘Meer aandacht voor Spaans in het onderwijs, dat wordt hoog tijd. Thuis spreek ik Catalaans met de kinderen, maar ik ben perfect tweetalig. Vader heeft roots in Andaloezië, langs moederskant ben ik Catalaans. Mijn oma sprak zelf geen woord Spaans, haar dochter mocht op school dan weer geen Catalaans spreken. Het onderdrukken van de streektaal onder Franco, daar worden veel mythes over verkocht. Ja, Catalaans werd niet geduld op school of in openbare diensten. Maar thuis en op straat sprak iedereen Catalaans zoveel hij wilde. Het is een goede zaak dat die discriminatie na de dictatuur werd opgeheven. Ik ben zelf een trotste Catalaan, ik speek de taal met mijn zonen die niet voor niks Catalaanse namen hebben gekregen. Maar mettertijd is de slinger doorgeslagen. In heel wat gemeentebesturen en openbare diensten is het nu zowat verboden om Spaans te spreken. Op school wordt slechts 10 procent van de cursussen in het Spaans gegeven, veel te weinig. Cíudadanos pleit voor onderwijs in drie talen, met een evenredig aandeel voor Catalaans en Spaans, aangevuld met Engels. Daar kan ik me perfect in terugvinden’.

Hidalgo’s aversie voor nationalisme groeide mee op met het procés, het actief nastreven naar onafhankelijkheid dat volgens hem verstikkende vormen aannam. ‘De ondernemers van Santa Coloma hebben een eigen vereniging’, zegt hij. ‘Na het lanceren van het procés werden we uitgenodigd om openlijk onze steun toe te zeggen. We zouden erover stemmen, maar de voorzitter maakte vooraf duidelijk dat we in feite geen keuze hadden. Weigeren zou betekenen dat we de subsidie van de lokale overheid kwijtspeelden. Ik heb uit protest ontslag genomen uit die club’. Neutraal kun je Hidalgo niet noemen, maar hij kent wel zijn Catalaanse geschiedenis en serveert scherpe analyses. Lang voor het procés begon heeft Jordi Pujol, de historische leider van het gematigde Catalanisme die de deelstaat meer dan 20 jaar bestuurde, de bedding voor de separatische stroom uitgegraven. ‘Pujol had een ongeschreven missie’, zegt Hidalgo. ‘Op alle sleutelposten moesten nationalisten worden benoemd, en alle Spaanse symbolen moesten uit het straatbeeld verdwijnen. In de grootsteden had je altijd nog de offiiciële vertegenwoordiging van Madrid, vaak met een paar man van de Guardia Civil voor de ingang. Maar in rurale gebieden? Daar hebben ze al twintig jaar geen spoor van het koninkrijk meer gezien. Spanjaarden kennen ze alleen nog via de Catalaanse media, vaak in de hoedanigheid van corrupte bandieten. Toch vormen de nationalisten geen meederheid in deze regio, ik denk dat hoop en al 20 procent van de Catalanen echt voor onafhankelijkheid gewonnen is. Voor mij was dan ook niet 1-O de belangrijkste dag van het voorbije jaar. De massabetoging pro Spanje van 8 oktober, dat was het echte kantelpunt. Dat nationalisten massaal kunnen mobiliseren, wisten we al lang. Maar voor het eerst kwam de zwijgende meerderheid op straat, Catalanen die niet langer bang zijn om te tonen dat ze zich ook Spaans voelen. Dat was nieuw’. Een oplossing voor de poltieke patstelling is volgens Hidalgo niet meteen in zicht. ‘De emoties aan beide kanten lopen te hoog op. De ratio moet terugkeren, dan pas kan er over een compromis worden gepraat’.

rebellie

Geen politieke gevangenen? Met die boodschap moet je bij Susanna Barreda niet leuren. Ze verschijnt stipt op de afspraak, bij metrostation Guinardó. Klein en onopvallend, al is er één detail dat de aandacht van vele forenzen trekt. Op het revers van haar jasje zit een kleine gele strop, hetzelfde symbool dat in groot formaat de lege stoelen van verbannen of opgesloten parlementsleden siert. Geen vrijblijvend statement: Barreda is de vrouw van Jordi Sànchez die al sinds 17 oktober in de gevangenis zit. De leider van de onafhankelijkheidsbeweging ANC werd gearresteerd samen met Òmnium-voorzitter Jordi Cuixart. Geen politici, maar beiden erg invloedrijk. ANC en Òmnium vormen de motor achter alle vreedzame massabetogingen die de voorbije jaren het vriendelijke imago van het independentisme hebben gevormd. De ten laste gelegde feiten zijn omstreden. Op 21 en 22 september mobiliseerden de twee Jordi’s _ hun namen worden in Catalonië altijd in één adem genoemd _ tienduizenden betogers om de door Madrid georchestreerde sabotage van het referendum te verijdelen. Maar of ze massa hebben opgehitst toen enkele politiecombi’s ingesloten raakten en averij opliepen? Zelf houden ze vol dat ze hun achterban juist hebben proberen te kalmeren, toen de gemoederen verhit raakten door nodeloze provocaties vanwege de zwaar bewapende politie. De openbare aanklager is alleszins niet mals: net zoals Carles Puigdemont en andere politici worden de Jordi’s onder meer van rebellie beschuldigd, een misdrijf waar in Spanje een maximumstraf van 30 jaar op staat.

Susanna Barrida, vrouw van de opgesloten -leider Jordi Sanchez. (eigen foto)

Susanna Barreda, vrouw van de opgesloten ANC-leider Jordi Sànchez. (eigen foto)

Susanna Barreda werkt als psycholoog in een achterstandswijk van Barcelona. Haar cliënten, gezinnen en kinderen met allerlei psychosociale sores, hebben haar de voorbije maanden vaak moeten missen. ‘Mijn man zit in Soto del Real’, vertelt ze als we in een discrete hoek van een cafetaria zijn neergestreken. ‘Het is een reusachtig gevangeniscomplex nabij Madrid, meer dan 600 kilometer van hier. Alle Catalaanse gevangenen zitten zo ver van huis. Een bewuste strategie, ze proberen gevangenen te breken door hen van hun familie en geboortegrond te isoleren. Zo deden ze het ook met de ETA-gevangenen. Alleen: mijn man en de andere Catalanen hebben geen terroristische aanslagen gepleegd. De beschuldiging van rebellie is volstrekt ridicuul. Zie je, rebellie is een misdrijf dat in het strafrecht werd omschreven na de mislukte militaire staatsgreep van 1981. Waar zit in hemelsnaam de vergelijking? Onze strijd voor onafhankelijkheid is altijd principieel geweldloos verlopen. Veel Spaanse magistraten vinden het misbruik van de rebellie-aanklacht zelf onaanvaardbaar, net zoals ze erg kritisch zijn voor de manier waarop de voorlopige hechtenis wordt gehanteerd. Stel je voor, een van de verlengingen werd gemotiveerd met de overweging dat mijn man anders dreigde te recidiveren door opnieuw politieke actief te zijn of zelfs aan verkiezingen deel te nemen. En dan beweren dat het niet om politieke repressie gaat! Helaas wordt de vervolging gevoerd door het Grondwettelijk Hof en de Audiencia Nacional, de hoogste rechtscolleges van Spanje waarvan de magistraten politiek worden benoemd. De Partido Popular heeft ze de voorbije jaren vol gestouwd met reactionaire, aartsconservatieve elementen’.

Het huisreglement van Soto del Real laat één bezoek per week toe. Achter glas, slechts een keer per maand kan er in de familiekamer een knuffel worden gegeven. ‘Jordi wil niet dat de kinderen hem vanachter dat glas zien’, zegt Barreda. ‘Hij zit trouwens opgesloten met misdadigers van gemeen recht, van drugsdealers tot moordenaars. De meeste cipiers gedragen zich correct, ze snappen zelf niet waarom hij daar zit. Het is erg zwaar voor ons. Bezoek mag alleen van maandag tot en met donderdag, wanneer de kinderen op school horen te zitten. Mijn dochter van 17 heeft het erg moeilijk mee. Probeer zo’n puber maar eens uit te leggen waarom haar vader nu al zeven maanden in de gevangenis zit ‘.

Een keer heeft ze een negatieve opmerking gekregen, een zieke vergelijking tussen de gele strik en een Jodenster. Veel massaler is de solidariteit. De families van de negen gevangenen houden permanent contact, in heel Catalonië werden steuncomités opgericht die geld inzamelen om de gevangenen en hun gezinnen financieel en juridisch te ondersteunen. ‘Ze krijgen ons niet kapot’, zegt Barreda. ‘Met de repressie zal Spanje het omgekeerde bereiken van wat het beoogt: de afkeer van Madrid zal alleen groter worden en de roep naar onafhankelijkheid luider. Ik kom zelf helemaal niet uit een nationalistisch nest. Mijn ouders liepen nooit warm voor de Catalaanse zaak, maar nu staan ze 100 procent achter het onafhankelijkheidsideaal. Ze zijn niet de enigen’.

 

De Spaanse koningsdochter uit Kruibeke

Knack, 21 januari 2015, zie ook op website Humo-stuk van 4 juni 2013

Is Ingrid Sartiau dan toch de natuurlijke dochter van de afgetreden Spaanse koning Juan Carlos? Het Hooggerechtshof in Madrid oordeelde alvast dat er voldoende redenen zijn om de vaderschapsclaim te onderzoeken. Historisch, blokletteren Spaanse kwaliteitskranten. 

Ingrid Sartiau (foto Guy Kokken)

Ingrid Sartiau (foto Guy Kokken)

 “’t is voor de prinses zeker?’ De buurman die ons in de afgelegen Pismolenstraat in Kruibeke op de goede weg zet, vindt het zelf een goede grap. Gisteren bedacht, toen er een Spaanse cameraploeg bij zijn boerderij kwam aanbellen. Prinses? Ingrid Sartiau (48) kan er zelf om lachen, ze is intussen wel wat spotlust gewoon. In de zomer van 2012 trad ze uit de anonimiteit. De Gentse vrouw, getrouwd, moeder van twee volwassen kinderen, beweerde de natuurlijke dochter van de Spaanse koning Juan Carlos te zijn. Hoe smeuïg ook, haar verhaal werd haast uitsluitend door de boulevardpers opgepikt. Liefhebbers van het genre konden lezen hoe ze was opgegroeid. Onwetend wie haar vader was, alleen met een moeder die alle contact met de eigen familie had verbroken. Vragen over haar verwekker bleven onbeantwoord, alleen het tipje van de sluier werd gelicht. Het ging om een belangrijk iemand, iemand bovendien die haar moeder onder geen beding in verlegenheid wilde brengen. De nieuwsgierigheid werd er alleen maar groter door, en op een avond gooide haar intussen hoogbejaarde moeder het eruit. Op de televisie liep een reportage over Juan Carlos, op dat moment verwikkeld in een schandaal over een peperdure olifantenjacht in Botswana. Wilde ze het echt weten? Wel, het antwoord prijkte in close up op het televisiescherm.

Zodra ze over haar ongeloof heen was, begon de queeste. De uitbaatster van een bed & breakfast in Herzele veranderde in een frequent flyer naar Barcelona en Madrid. Sartiau had intussen contact gelegd met Alberto Sola Jimenez, een in 1956 geboren en als wees geadopteerde Catalaan die al zijn halve leven lang probeert aan te tonen dat hij het product is van een flirt tussen Juan Carlos en een bankiersdochter uit Barcelona. Op het internet circuleren vertederende foto’s van het duo. Sartiau twijfelde niet, ze had een Spaanse halfbroer. De verwantschap werd bekrachtigd door een eerste dna-typering in het labo van de Leuvense geneticus Jean-Jacques Cassiman. Het leek een ijzersterk argument. Broer en zus namen de gereputeerde advocaat Jaume Pararols in de arm om Juan Carlos de Borbon y Borbon tot erkenning van zijn vaderschap te bewegen. Tevergeefs echter, hun eis werd tot twee keer toe door een rechtbank in Madrid als niet ontvankelijk afgewezen. Onschendbaarheid van het staatshoofd, een onwrikbaar beginsel in de Spaanse grondwet. In mei 2013 volgde een nieuwe tegenslag: een tweede, veel grondiger DNA-analyse in Leuven wees uit dat Sartiau en Sola dan toch geen gemeenschappelijke ouder hebben. Het gegniffel in haar omgeving werd er niet minder om.

Tribunal Supremo

Toch gaf Sartiau niet op.  “Vorige zomer heeft Juan Carlos troonsafstand gedaan”, zegt ze. “Dat was een onverhoopte meevaller, want volgens de Spaanse traditie treedt de koning nooit af. Yes, dacht ik toen ik het vernam, nu hij geen staatshoofd meer is, heb ik weer een kans”. Sartiau trok naar het Spaanse Hooggerechtshof, de enige instantie die over een gewezen monarch mag oordelen. Dat deed ook Alberto Sola, weliswaar met een andere advocaat. “We zijn gebrouilleerd. Na die negatieve dna-test heb ik alle contact verbroken. Op vraag van mijn advocaat, ik mocht hem zelfs niet meer bellen”. Meester Pararols heeft op het juiste paard gewed, zo bleek toen de Tribunal Supremo zich vorige woensdag over beide zaken boog. Sola’s verzoek werd afgewezen, maar Sartiau kreeg groen licht. Met zes stemmen tegen vijf besliste het Hof haar vaderschapsvraag te onderzoeken. Opmerkelijk: het openbaar ministerie had de niet ontvankelijkheid gevorderd. Een nipte meerderheid van de rechters oordeelde evenwel dat Sartiaus dossier wel degelijk voldoende aanwijzingen bevat om de afgetreden koning te dagvaarden. Wat heeft de doorslag gegeven? “Het getuigenis dat moeder voor een Gentse notaris heeft afgelegd”, weet Sartiau. “Mijn advocaat heeft daar hard moeten voor aandringen, want moeder was aanvankelijk niet te spreken over mijn demarches. Ze vond het verschrikkelijk dat ik Juan Carlos en zijn familie in opspraak bracht. Hij was de liefde van haar leven, ze heeft nooit een andere man gekend”.

Fragmenten van het getuigenis sijpelden door in de Spaanse pers. Liliane Sartiau, 80 intussen, zou in december 1965 tijdens een vakantie aan de Costa del Sol in een discotheek aan de praat zijn geraakt met een charmante, blauwogige Spanjaard. Er volgden drie zwoele nachten in een luxehotel, anticonceptiva kwamen er niet aan te pas. Toen ze via een portier vernam dat haar minnaar niemand minder dan de Spaanse kroonprins was, zou Liliane in shock naar België zijn teruggekeerd. Wellicht werd er selectief of slordig gelekt, want het fragment strookt niet helemaal met het relaas dat Ingrid zelf hoorde. “Het was geen toevallige ontmoeting in een discotheek”, zegt ze. “Moeder heeft elf jaar als gouvernante op een Frans kasteel van de Mérodes gewerkt. Daar hebben ze elkaar leren kennen, toen de kroonprins er als gast kwam logeren. Hij was nog piepjong, maar had al een reputatie als charmeur. Feit is dat er een vonk is overgeslagen, en tien jaar later, aan de Costa del Sol, is het vuur weer opgelaaid. Juan Carlos was intussen getrouwd met Sofia, ze hadden al twee dochters”.

libido van Juan Carlos

Een reporter van Tele 5 komt aanbellen. Morgen vertrekken ze samen naar Madrid voor een druk bekeken talk show. Tot dusver sprongen de Spaanse media eerder zuinig om met het verhaal. “Alleen de roddelblaadjes en de Catalaanse pers hadden er aandacht voor. In Madrid heerst een soort zelfcensuur, aan de Casa Real wordt niet geraakt”. Correcter misschien: het staatshoofd wordt niet lichtzinnig beklad, want het zwaarwichtige corruptieschandaal rond prinses Cristina en haar man werd ook in de Madrileense pers breed uitgemeten. Bovendien zijn de Spanjaarden niet bepaald geschokt door geruchten over buitenechtelijke koningskinderen. Het libido van Juan Carlos was legendarisch, speculeren op het aantal minnaressen is een nationale sport. Ingrid Sartiau heeft het zelf ondervonden. Behalve Alberto Sola heeft ze de voorbije twee jaar nog een Franse en een Zwitserse ‘halfzus’ leren kennen die allebei mordicus beweerden uit het zaad van Juan Carlos te zijn ontsproten. Ook die relaties werden in de kiem gesmoord, nadat vergelijkende dna-analyses iedere verwantschap hadden uitgesloten.

“Ieder kind heeft recht zijn vader te kennen.Vraag het maar aan Delphine Boël”

Toch is er wel degelijk iets veranderd in Spanje: de uitspraak van Hooggerechtshof heeft Sartiaus claim van een frivool tussendoortje tot een politiek feit  opgewaardeerd. In de kwaliteitskranten El Pais en El Mundo verschenen lange stukken waar het historische karakter van de uitspraak werd toegelicht. Nooit eerder heeft een gewezen staatshoofd zich in Spanje voor een rechter moeten verantwoorden. Juan Carlos krijgt 20 dagen de tijd om de claim te weerleggen. Persoonlijk verschijnen moet niet, en de zitting zal achter gesloten deuren plaatsvinden. Niettemin wordt reikhalzend uitgekeken naar zijn tegenzet. Hoe zal hij reageren op de eis om een dna-test te ondergaan? “Hij kan weigeren”, zegt Sartiau. “Maar in Spanje verwachten ze dat hij zal meewerken. Weigeren zou slecht zijn voor zijn imago, bovendien kan het door de rechters als een impliciete bekentenis worden geïnterpreteerd”.

Borbon y Borbon

De uitspraak wordt pas in de herfst verwacht. Tenzij beide partijen vooraf een minnelijke schikking treffen. “Heel graag”, zegt Sartiau. “Daar heb ik altijd op aangestuurd. Ik wilde ook helemaal geen mediaheisa, dat heb ik in mijn  eerste brief aan het Paleis geschreven. Omdat er geen antwoord kwam, zag ik me verplicht naar de rechter te stappen. Hoe sneller alles uitgeklaard is, hoe beter. Juan Carlos is 77 en sukkelt met zijn gezondheid. Ik mag er niet aan denken dat hem iets zou overkomen. Omdat ik het dan nooit zal weten, maar ook omdat ik me intussen met hem verbonden voel”.

Wat wil ze van de man die ze intussen papa noemt? “Geen geld”, zegt ze fel. “Dat is helaas wat iedereen denkt. Maar ik vraag geen financiële compensatie, ook al heb ik de voorbije jaren een zware prijs betaald. Advocaten, dna-analyses, reiskosten, het heeft fortuinen gelost. Maar dat is  niet het ergste. Ik ben emotioneel uitgeput, mijn huwelijk is gestrand, mijn twee kinderen hebben onder de heisa geleden. Nee, wat ik echt wil is simpel. Mijn vader ontmoeten, hem in de ogen kijken. En de naam, dat is ook belangrijk. Ik ben een de Borbon y Borbon, dat wil ik erkend zien. Het gaat ook om een principe. Ieder kind heeft het recht zijn afstamming te kennen. Vraag het maar aan Delphine Boël”.

Het niet zo goed verborgen leven van Jaione

(dossier Knack, 23 oktober 2013. Met interviews advocaat Paul Bekaert en Louis Moreno, ervaringsdeskundige in het nipt ontsnappen aan Spaanse uitleveringsverzoeken)

De gewezen ETA-militante die Gent Baskisch leerde koken

Elf jaar leidde de Baskische Jaione in Gent een discreet maar allerminst geheim bestaan. Niet alleen kunstenaars en politici, zelfs magistraten konden haar kookkunst appreciëren. Intussen zit Jaione al twee weken in de Nieuwe Wandeling, op vraag van de Spaanse justitie die haar niet als kokkin maar als ETA-terroriste kent.  Uitleveren of niet uitleveren? Advocaat Paul Bekaert, specialist in terrorismeprocessen, maakt zich klaar voor een strijd met inzet. “Als ze aan Spanje wordt uitgeleverd, zal ze sterven achter de tralies”.   

Maria Matividad ‘Jaione’ Jauregui Espina (bron: Facebook)

 

Het was dinsdag 8 oktober half zeven ’s avonds toen de 55-jarige Maria Natividad Jauregui Espina door haar verleden werd ingehaald. Er werd aangebeld op haar appartement in de Bernard Spaelaan in Gent. Agenten van de federale politie, ze wist wellicht onmiddellijk hoe laat het was. Maria Natividad werd gearresteerd en voor de onderzoeksrechter geleid. Sindsdien zit ze in de Nieuwe Wandeling opgesloten, misschien een voorproefje op de rest van haar leven. De Spaanse justitie wil haar zo snel mogelijke uitgeleverd zien, op grond van twee Europese aanhoudingsbevelen uit 2004 en 2005. De feiten waarvan ze wordt beticht, dateren van veel eerder. De arrestante zou in de periode 1980-1981 betrokken zijn geweest bij verschillende aanslagen van het beruchte Vizcaya comando van de ETA. Voor Baskisch terrorisme, dat de voorbije zestig jaar ruim 800 slachtoffers vergde,  kent de Spaanse justitie geen genade. Vorige week nog werden drie militanten tot 485 jaar veroordeeld voor een in 2008 gepleegde bomaanslag op een kazerne waarbij een militair het leven verloor. De door Frankrijk uitgeleverde Bélen Gonzalez Penalva kreeg in 2007 een straf van 467 jaar, voor haar rol in een dodelijke bomaanslag in 1985. De Spaanse strafwet werkt cumulatief, het aantal slachtoffers geldt als multiplicator. In de praktijk komen dergelijke sancties neer op 40 jaar effectief. Levenslange opsluiting dus, dat is wat Maria Natividad te wachten staat als haar Belgische advocaten er niet in slagen haar uitlevering tegen te houden.

Hoe lang kan een mens onder het zwaard van Damocles leven? Erg lang, zo heeft Maria Natividad bewezen.  De in San Sebastian geboren vrouw leeft al sinds 1978 ondergedoken. In 1984 werd de grond in Baskenland haar te heet onder de voeten. Ze vluchtte naar Frankrijk, verbleef korte tijd in Gent waar ze door ETA-sympathisanten werd opgevangen, om vervolgens naar Mexico te migreren waar ze met haar partner en medestander José Antonio aan een nieuw leven begon. Het koppel runde in Ensenada, Baja California, een succesvol restaurant toen in 2002 het verleden een eerste keer opspeelde. José Antonio werd gearresteerd en aan Spanje uitgeleverd, hij zit er in de cel na een veroordeling voor medeplichtigheid aan verschillende aanslagen waarbij zes doden vielen. Waarom bleef Maria Natividad, nochtans aanwezig bij de arrestatie van haar vriend, in 2002 ongemoeid? Zelfs haar advocaten kennen het antwoord niet. Feit is dat ze korte tijd later naar Gent verhuisde om er een nieuw hoofdstuk van haar ballingschap te schrijven.

Gents kookboek

Maria Natividad Jauregui Espina stond nooit in het Gentse bevolkingsregister vermeld, maar dat betekent geenszins dat ze hier de voorbije elf jaar in het verborgene heeft geleefd.  “Ik was verbijsterd toen ik het nieuws hoorde”, zegt Martine Vermeire, bibliothecaris in Eeklo van beroep en foodie van passie. “Ik heb haar kort voor de zomer nog gezien, op een kookdemonstratie in Eeklo. Zo heb ik haar leren kennen,  als een geweldige kokkin.  Ze werkte in restaurants en ging koken op feestjes, zo kwam ze aan de kost. We spraken Frans, ze kwam erg vlot over. Ik wist van haar restaurant in Mexico, maar van dat ETA-verleden heeft ze nooit iets verteld”.  Vier jaar geleden publiceerde Martine Vermeire met co-auteur Kristel Deweerdt bij uitgeverij Lannoo ‘Een vree(md) Gents kookboek’, met medewerking van 12  koks uit evenveel verschillende keukens en culturen. Ook Maria Natividad staat er met een paginagrote foto in, weliswaar onder een andere naam. Hoewel, andere naam?  Jaione is Baskisch voor Natividad, ze beschouwt het als haar echte naam die ze niet officieel draagt omdat het Baskisch bij haar geboorte nog een verboden taal was. Speciaal voor het boek bereidde ze thuis een feestmaal voor vrienden. Ook Walter De Buck mocht die dag aanzitten. “We waren goed bevriend”, zegt de 79-jarige kunstenaar en folkzanger. “Het klikte vooral met mijn vrouw die vloeiend Spaans spreekt. Ja, ze heeft wel eens verteld over haar problemen in Spanje. Zonder details, over de ETA of de arrestatie van haar man in Mexico wist ik niks. Ze maakte geen opgejaagde indruk, ze was juist erg sociaal. De Gentse Feesten , de Vooruit, als er iets gebeurde, zat Jaione op de eerste rij”.

Ook Glenn De Wilde, zaalverantwoordelijke in de bekende brasserie Belga Queen op de Graslei, viel uit de lucht. “Jaione heeft hier anderhalf jaar gewerkt”, zegt hij. “Een pittige vrouw die haar mannetje stond in een keuken waar de stress soms hoog kan oplopen. Begin dit jaar is ze opgestapt, na een conflict met de chef. Dat gebeurt voortdurend in de horeca, zelf onthoud ik haar als een fijne collega die goed in de groep lag. Ze stond altijd klaar als we na het werk iets gingen drinken. En overal kwam ze dan bekenden tegen, het was duidelijk dat ze hier een uitgebreide vriendenkring had opgebouwd. Ze werd veel gevraagd voor feestjes, tapas waren haar grote specialiteit. Je voelde wel dat ze een verleden had, en soms vertelde ze daar ook over. Hoe hard ze in Mexico in haar restaurant had gewerkt. En dat de liefde haar naar hier had gebracht, ze had ginder een Belgische theaterregisseur leren kennen. Van die man hebben we nooit een spoor gezien, maar ja, hoe gaat dat in het leven? Over haar problemen met de Spaanse justitie heeft ze tegenover mij nooit gerept. Maar ze liet wel merken dat ze trots was op haar identiteit. Toen Spanje vorig jaar de finale van het EK voetbal speelde, vroeg iemand haar of ze ging supporteren. ‘Je ne suis pas espagnole’, antwoordde ze kortaf, ‘je suis basque’. Ik heb de voorbije dagen al vaak aan die anekdote moeten denken”.

dode rat

In de Spaanse pers kreeg de arrestatie veel weerklank. De krant La Vanguardia stuurde zelfs een reporter naar de Bernard Spaelaan. Ironie en leedvermaak dropen van het stuk waarin een hoogbejaarde buurvrouw haar verwondering mocht etaleren. De immer opgeruimde Spaanse vrouw een terroriste? Dat moest een vergissing zijn. Ze was de vriendelijkheid in persoon, hielp zelfs met het buitenzetten van de vuilniszak. Een keer echter werden de rollen omgedraaid, en moest zij hoogbejaard en wel haar Spaanse buurvrouw ter hulp schieten om een dode rat uit de keuken te evacueren. Onverschrokken voor de Guardia Civil maar bang voor een dode rat, stelde de reporter schamper vast. Ook hij kon echter geen antwoord geven op de vragen die iedereen zich stelt.  Waarom nu? Hoe kon Maria Natividad, bij de Spaanse justitie ook bekend onder haar ETA-naam Pepona, meer dan dertig jaar lang buiten schot blijven? Ze ging immers niet alleen publiek in een populair kookboek, ze ontving post op eigen naam en hield een Facebook aan met 150 vrienden en tientallen foto’s van zichzelf. Onbegrijpelijk, zeker in het licht van de legendarische verbetenheid waarmee de Spaanse justitie ETA-leden tot de verste uithoeken van de wereld vervolgt. Tot op heden, ook al heeft het fel verzwakte ETA twee jaar geleden een eenzijdig wapenbestand afgekondigd en finale vredesonderhandelingen aangeboden. Een onvoorzichtigheid zou de aandacht van de Spaanse inlichtingendienst CNI hebben getrokken, wordt in de Spaanse pers geopperd, misschien wel een onderschepte telefoon naar het thuisfront. Of heeft haar man in de gevangenis belastende verklaringen afgelegd? De vragen zullen misschien beantwoord worden op het proces dat haar in Spanje wacht.

De eerste juridische slag heeft ze alleszins verloren. De Gentse raadkamer bevestigde vorige woensdag de uitlevering aan Spanje. Als de KI deze beslissing in beroep bevestigt, rest alleen nog een cassatieberoep en in laatste instantie een procedure voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarvan het opschortend effect allerminst verzekerd is. Aanslepen zal de zaak niet doen. Er worden alleen spoedprocedures gevoerd, want België heeft maar veertig dagen de tijd om het Europees Aanhoudingsbevel uit te voeren. Hoe zou Maria Natividad cel de dagen aftellen? Van haar cel in de Nieuwe Wandeling naar de Bernard Spaelaan is het geen driehonderd meter.  Vijf minuten stappen, in een vorig leven.

 

Advocaat Paul Bekaert:  “mijn cliënte heeft al heel lang met ETA gebroken”

Paul Bekaert (foto: Jef Boes)

Paul Bekaert (foto: Jef Boes)

Paul Bekaert (65) moet samen met zijn confrater Piet De Pauw de uitlevering aan Spanje van vermeend ETA-lid Maria Natividad Jauregui Espina verhinderen. Het zijn geen onverwachte namen. Piet De Pauw, medestichter van TAK , is als Vlaams republikein met de Baskische zaak getrouwd. Hetzelfde kan gezegd van Paul Bekaert, al is hij er op een andere manier ingerold. Als lid van de Liga voor de Mensenrechten volgt hij verschillende conflicten op de voet. De Baskische kwestie, de Ierse kwestie, de Palestijnse kwestie, de Tsjetsjeense kwestie, hij kent ze van haver tot gort. Soms opereert hij als internationaal waarnemer in gevangenissen en rechtbanken ter plaatse, vaak speelt hij zijn rol voor rechtscolleges in eigen land. Niet zelden zijn dat de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling. Bekaert heeft van het aanvechten van uitleveringsbevelen een specialiteit gemaakt. Zo had de advocaat uit Tielt een groot aandeel in het niet-uitleveren van het Baskische koppel Moreno-Garcia (zie kader) en het door Turkije vervolgde DHKP-C-lid Fehriye Erdal.

–  hoe stelt uw cliënte het in de gevangenis?

Bekaert: “Met ups and downs, tussen hoop en wanhoop. Mijn cliënte is niet naïef, ze weet perfect wat haar boven het hoofd hangt. Als ze wordt uitgeleverd, is de kans erg groot dat ze de rest van haar leven achter de tralies zal doorbrengen. De Spaanse rechtspraak laat op dat vlak geen ruimte voor illusies. ETA-leden worden door de Audiencia Nacional vervolgd, in de praktijk een uitzonderingsrecht die systematisch waanzinnig lange gevangenisstraffen oplegt. Gunstmaatregelen zoals voorwaardelijke invrijheidstelling bestaan niet, de meeste van de zowat 700 veroordeelden zitten dertig jaar en langer in de cel, in gevangenissen op duizend kilometer van hun familie zodat ze compleet geïsoleerd raken. Het is een onmenselijk regime”.

–  Niet naïef? Waarom heeft ze zich niet beter verstopt?

Bekaert: “Kennelijk was ze totaal verrast. Ze had hier een nagenoeg normaal leven opgebouwd.  Haar reputatie als kok was bekend in artistieke en intellectuele milieus, ze heeft ook gekookt op de trouwfeest van een Gentse schepen. Stel je voor, ze zou zelfs als traiteur op een feestje van de Gentse magistratuur hebben gewerkt. Waarom die gemoedsrust? Kijk, de beschuldigingen slaan op feiten van 33 jaar geleden. Mijn cliënte heeft al heel lang met ETA gebroken. Het is niet de eerste keer dat ik in een  ETA-dossier pleit. Als het om actieve leden gaat, komen de steuncomités bij mij op de stoep kamperen. Nu hoor of zie ik niemand”.

–  Ze is meer dan 30 jaar voortvluchtig. Waarom slaat de Spaanse justitie nu pas toe?

Bekaert: “Mijn ervaring leert dat de Spaanse justitie en inlichtingendiensten perfect weten waar voortvluchtige ETA-leden zich verschuilen. Zeker in het geval van mijn cliënte, ze hadden haar trouwens in 2002 in Mexico kunnen laten oppakken. Waarom dan deze timing? Ik denk dat we naar de politieke context moeten kijken. ETA is uitgeteld, haar politieke arm Batasuna heeft zichzelf dit jaar opgeheven. Tegelijkertijd hebben nationalistische partijen de regionale verkiezingen gewonnen.  Niet alleen in Baskenland, ook Catalonië heeft via de stembus weer een nieuwe stap richting onafhankelijkheid gezet. Dat alles maakt Madrid erg zenuwachtig, vandaar ook de verbetenheid in de campagne tegen ETA.  Daarbij komt dat de Spaanse justitie en politiek onder zware druk staan, onder meer van de machtige lobby van ETA-slachtoffers. Op geregelde tijdstippen moet er worden gescoord. Daarom willen ze mijn cliënte laten uitleveren, om te tonen dat het hen menens is met de strijd tegen ETA”.

–  Niet onbegrijpelijk. Bij de aanslagen van uw cliënte zouden zes doden zijn gevallen..

Bekaert: “Waar komt dat cijfer toch vandaan? Laat me die kwakkel even rechtzetten: mijn cliënte wordt voor twee feiten vervolgd. Ze zou geschoten hebben bij een moordaanslag op een luitenant-kolonel in januari 1981. Daarnaast is er de aanslag op een patrouille van de Guardia Civil van juli 1981 waarbij geen doden maar wel gewonden vielen. Volgens de aanklacht zou mijn cliënte daarbij op de uitkijk hebben gestaan”.

–  Hoe staan haar kansen ervoor?

Bekaert: “Het wordt moeilijk. We hebben voor de raadkamer het overschrijden van de redelijke termijn gepleit, en dat het arresteren voor feiten van 33 jaar geleden neer komt op een schending van haar grondrechten. Het valt bovendien te betwijfelen of mijn cliënte in Spanje een eerlijk proces krijgt, en na een eventuele veroordeling wacht haar een onmenselijke gevangenisregime. We hebben goede argumenten, maar helaas worden die door Belgische rechters niet gehoord. Dat ligt aan de procedure, het in 2004 ingevoerde Europees aanhoudingsmandaat heeft een uitlevering tot een bureaucratische formaliteit tussen federale parketten herleid. Vroeger lag de eindbeslissing in handen van de minister, na een tegensprekelijke procedure waarin de Belgische rechters ook de grond van de zaak beoordeelden. Onder het Europees aanhoudingsmandaat mogen ze zich alleen nog over formele aspecten uitspreken. Het is een bedenkelijke evolutie waarin ook het concept van het politiek misdrijf helemaal teloor is gegaan”.

–  Hoezo?

Bekaert: “Het niet-uitleveren voor politieke misdrijven is een hoeksteen van het internationaal strafrecht. Sinds 2004 echter mag de politieke exceptie in de Europese Unie niet meer spelen, omdat Europa in theorie één rechtsgebied is met uitsluitend democratische staten die de mensenrechten scrupuleus respecteren.  Een fictie weet ik uit mijn ervaring met de Baskische en de Ierse kwestie. Tot overmaat van ramp zijn er in de nasleep van 9/11 in heel Europa draconische antiterrorismewetten tot stand gekomen die een veel te ruime invulling geven aan het begrip terrorisme. Zelfs voor een opiniedelict kun je worden vervolgd, desnoods met een Europees Aanhoudingsbevel. Ook hier zet Spanje de toon. Batasuna-leider Arnaldo Otegi zit al vier jaar vast omdat hij in een speech het ETA-terrorisme zou hebben vergoelijkt”.

–  Put u hoop uit de zaak Moreno-Garcia?

Bekaert: “Moreno-Garcia was in 2004 een testcase voor het Europees aanhoudingsmandaat, een zaak die toen al een lange voorgeschiedenis had, wat meteen verklaart waarom de Spaanse justitie en het Federaal Parket op hun bek zijn gegaan. Nadien heb ik nog een half dozijn uitleveringsmandaten tegen Basken in ons land  zien passeren. Die zijn allemaal uitgevoerd. De statistieken zien er dus niet goed uit, en dat mijn beseft mijn cliënte ook”.

ETAren_anagrama_Altsasun

Luis Moreno en Raquel Garcia: “Wij durven geen voet buiten België te zetten”

Het is niet de eerste keer dat voor een Belgische rechtbank wordt gebikkeld over de uitlevering van vermeende ETA-militanten. Het bekendste precedent is dat van Luis Moreno en Raquel Garcia, een Baskisch echtpaar dat in 1992 naar België vluchtte. Een jaar later vroeg Spanje om hun uitlevering, het koppel zou onderdak en logistieke steun aan ETA-terroristen hebben verleend. Wat volgde was een uitputtende procedureslag. Toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck zette het licht op groen voor de uitlevering van het echtpaar dat zes maanden in de cel verbleef. Tot grote woede van Spanje werden Moreno en Garcia echter tot de asielprocedure toegelaten, waardoor de uitlevering op de lange baan werd geschoven. Na de schorsing door de Raad van State in 1996 trok de Belgische regering haar beslissing tot uitlevering in. Daarmee was de lijdensweg van Moreno en Garcia nog niet afgelopen. Het koppel had reeds de Belgische nationaliteit verworven toen Spanje in 2004 een nieuwe poging ondernam, dit keer met het pas in werking getreden Europees Aanhoudingsbevel. Vrijheidsberoving bleef hen bespaard, maar het werd opnieuw een thriller. Drie keer werd het Spaanse verzoek in beroep afgewezen, maar telkens trok het Federale Parket naar het Hof van Cassatie. Pas na een vierde uitspraak door het Antwerpse Hof van Beroep, gaf het Parket zich gewonnen. 

Kent u Maria Natividad Jauregui Espina ?

Luis Moreno: “Nee, maar haar arrestatie heeft oude wonden open gereten. We zijn zelf op het nippertje ontsnapt. De belastende verklaringen in ons dossier komen van een arrestant die door de Guardia Civil werd gefolterd, dat is ondertussen bewezen. Het had bij een uitlevering geen verschil gemaakt, we waren voor lange tijd in de gevangenis gevlogen. Zo hebben ze ook mijn broer Txabi te grazen genomen, hij zit al 16 jaar in de cel. De Spaanse politie mag arrestanten vijf dagen op secreet zetten. Dat is gevaarlijk, want in die periode wordt er gefolterd. Daarom zijn Raquel en ik meteen ondergedoken toen we hoorden van de politierazzia. De Guardia Civil heeft manieren om arrestanten alles te laten bekennen wat ze graag horen”.

Bent u intussen buiten schot?

Moreno: “Helemaal gerust zullen we nooit zijn. Na de beslissing van de Raad van State In 1996 waanden we ons veilig, maar acht jaar begon het hele circus opnieuw. We durven geen voet buiten België te zetten. Stel dat we naar Frankrijk reizen en daar om een of andere reden gecontroleerd worden. Best mogelijk dat het Franse parket dan een Europees Aanhoudingsmandaat ontvangt om ons uit te leveren. We zouden wel eens een reis naar de zon willen maken. Naar Cuba bijvoorbeeld, in de veronderstelling dat ze daar niet happig zijn om politieke vluchtelingen aan Spanje uit te leveren. Maar we durven niet. Bij technisch problemen maken vliegtuigen wel eens een noodlanding op de Canarische eilanden. Vergezocht, maar we willen het risico niet lopen”.

Enige hoop ooit naar Baskenland terug te keren?

Moreno: “Twee jaar geleden was ik nog optimistisch. Het eenzijdige wapenbestand van de ETA was een doorbraak. Maar de Spaanse regering weigert de uitgestoken hand. Geen onderhandelingen, geen sprake van amnestie, de rechtse Partido Popular van premier Rajoy zoekt integendeel de confrontatie. Vorige week zijn er alweer twee processen tegen ETA-sympathisanten begonnen. Veertig leden van Segi, zeg maar de jongerenafdeling van Batasuna, riskeren straffen van acht tot twaalf jaar. Op een ander proces staan 36 leden van het in Spanje verboden Batasuna terecht, onder wie een voormalig Europees parlementslid. Dat zijn geen mensen met bloed aan hun handen, ze worden vervolgd voor hun politieke overtuiging. Intussen hebben ze ook Herrira, een organisatie die opkomt voor de rechten van Baskische gevangenen, verboden.  Als het over ETA-gevangenen gaat, wil Madrid geen enkele concessie doen. Zelfs de vraag om ze dichter bij hun familie op te sluiten, is er te veel aan. Mijn broer is pas vader geworden, hij zat in dezelfde gevangenis  in Madrid als zijn partner. Kort na de geboorte hebben ze hem naar Asturias verhuisd. Zo onmenselijk gaat het eraan toe”.