Tagarchief: Taiwan

Harry Tseng, ‘ambassadeur’ Taiwan: “We hebben in Hong Kong gezien wat one country, two systems betekent”

Knack Magazine, 8 januari 2020

Ambassadeur mag hij zich niet noemen, en volgens China bestaat zijn land niet echt. Toch staat de Taiwanese diplomaat Harry Tseng aan het hoofd van een 35-koppige vertegenwoordiging in Brussel. Een gesprek aan de vooravond van de Taiwanese presidentsverkiezingen in Taiwan waar de Chinese leider Xi Jingping zwaar gezichtsverlies riskeert.

Harry Ho-Jen Tseng is de facto ambassadeur van Taiwan. De kader achter hem zegt: “Nooit opgeven” (foto Franky Verdickt)

Harry Tseng heeft het kunstwerk in zijn kantoor met zorg uitgekozen. Nooit opgegeven, luidt de vertaling van de kalligrafie. Een wervend motto komt van pas, want als vertegenwoordiger van de Republiek China is het zeilen tegen de wind. Zomaar de nationale vlag uithangen, zoals de Zweedse buren en collega’s aan de Meeûssquare doen? Geen denken aan, net zomin als het voeren van de titel die zijn Zweedse ambtsgenoot als vanzelfsprekend hanteert. Tseng is nochtans posthoofd van een 35-koppige delegatie die Taiwan bij België, Luxemburg en de EU vertegenwoordigt. Toch mag hij zich geen ambassadeur noemen, dat kan alleen in landen die Taiwan erkennen en er volwaardige diplomatieke betrekkingen mee onderhouden. Zoals de republiek Palau, waar de in Amerika opgeleide carrièrediplomaat Tseng van het ambassadeurschap mocht proeven. Het archipelstaatje met 20.000 inwoners in Micronesië is een van de 15 landen die weerstaat aan de druk van Peking om alle formele banden met Taipei te verbreken en de communistische Volksrepubliek als enige soevereine vertegenwoordiger van de Chinese natie te erkennen. Voorlopig althans, want het diplomatieke netwerk van Taiwan ontrafelt snel. Nadat in 2018 El Salvador, Burkina Faso en de Dominicaanse Republiek van kamp verwisselden, verloor Taipei in september ook de Solomon Eilanden en Kiribati. Op Paraguay, Honduras, Nicaragua en Haïti na zijn de overblijvende bondgenoten kleine en arme landen in de Stille Zuidzee en Afrika, met het onooglijke maar diplomatiek zwaarwegende Vaticaanstad als buitenbeentje. 

De timing van het dubbele verlies in september kon niet delicater, in volle aanloop naar de presidentsverkiezingen van 11 januari die helemaal in het teken staan van de relaties met Peking. Uittredend president Tsai Ing-wen van de Democratische Volkspartij (DPP) neemt het op tegen Han Kuo-yu van de Kwomintang (KMT), de partij die Taiwan de voorbije decennia haast onafgebroken bestuurde. Helder is de keuze wel. Terwijl de KMT aanstuurt op betere relaties met Peking, doet Tsai Ing-wen er alles aan om het voormalige Formosa als een onafhankelijke staat te profileren. Tot grote woede van de Chinese leider Xi Jingping die Taiwan als een opstandige provincie beschouwt. Net zoals al zijn voorgangers overigens, alleen is de terugkeer van Taiwan voor Xi een persoonlijk prestigeproject geworden.

Tsai Ing-wen heeft in de peilingen een straatlengte voorsprong. Is de race gereden?

Harry Tseng: Ik waag me niet aan voorspellingen, maar de peilingen zeggen veel over de impact van China op de campagne. Bij de lokale verkiezingen van november 2018 heeft de president met haar partij een verpletterende nederlaag geleden. Niemand gaf toen nog een euro voor haar herverkiezing. Maar kijk: vanaf eind maart begon haar populariteit weer te stijgen. Maart 2019, dat is niet toevallig het moment waarop in Hong Kong de burgerprotesten zijn begonnen. Het repressieve optreden van China tegen het geweldloze burgerprotest, heeft in Taiwan een diepe indruk gemaakt. Vergeet niet dat Xi Jingping een Taiwanese variant van “one country, two systems” propageert als het model voor Taiwan na de hereniging. We hebben het voorbije jaar in Hong Kong gezien wat dat betekent.

Waarom speelt dat wantrouwen in de kaart van DPP-president Tsai Ing-wen?

Tseng. Als diplomaat hoor ik boven alle partijtegenstellingen te staan, maar ik kan de realtieit niet loochenen. China doet er alles aan om KMT-kandidaat Han Kuo-yu aan een verkiezingsoverwinning te helpen. Peking probeert natuurlijk al lang de publieke opinie warm te maken voor hun “one country, two systems”-oplossing. Tijdens deze verkiezingscampagne hebben ze hun inspanningen verdubbeld, op verschillende manieren. Een groot deel van de mainstream media is schaamteloos partijdig. Kranten, tijdschriften, talk shows, er werd constant gehamerd op de rampzalige gevolgen van het anti-China beleid van de president. Het zal niet verbazen dat het om mediaconcerns gaat die in handen zijn van tycoons met immense belangen in de Volksrepubliek. Uiteraard worden ook de sociale media bespeeld. China zet daarvoor content farms in, echte fabrieken waar honderden medewerkers constant in de weer zijn met het verspreiden van fake news. Tussen haakjes, we incasseren iedere maand zo’n 13 miljoen cyberaanvallen vanuit China. Gelukkig raken die zelden door onze firewalls, onze cyber security staat op niveau.

China bespeelt dus de publieke opinie, de achilleshiel van de vertegenwoordigende democratie. Met succes? 

Tseng: Integendeel, de bemoeienissen zijn zo flagrant, dat ze zich als een boomerang tegen de KMT keren. Na het verlies van de Solomon-eilanden en Kirabiti werd de regering door de oppositie en de pro-China-pers onder vuur genomen. De president, zo luidde het, was aardig op weg om Taiwan met haar anti-China-beleid compleet te isoleren. Precies de stemmingmakerij die China beoogde, de timing van de dubbele diplomatieke breuk was dan ook geen toeval. Toch had die breuk een averrechts effect, in de peilingen bleef de populariteit van de president alleen maar stijgen. Kras, zeker als je weet hoe diep de angst leeft om onze laatste diplomatieke bondgenoten te verliezen. Blijkbaar zijn de Taiwanezen lucide genoeg om de Chinese strategie te doorzien. Bij een peiling in november heeft 89 procent het “one country, two systems”-principe verworpen.    

U stelt het vooral alsof China de switch door de Solomon Eilanden en Kiribati als het ware just-in-time heeft besteld. Hoe dan wel?

Tseng: Dergelijke landen zijn erg gevoelig voor de druk van een politieke en economische gigant die met investeringen en cadeaus zwaait. Hoe kleiner een democratie, hoe gemakkelijker het is om verkiezingsuitslagen te beïnvloeden. Maar er was meer aan de hand. Het Australische nieuwsmagazine 60 Minutes heeft onthuld hoe de beslissing van de Solomon Eilanden letterlijk werd afgekocht. Parlementsleden kregen tot een miljoen dollar aangeboden om voor de switch te stemmen. China speelt het spel zowel hard als subtiel. De vorige president, KMT-politicus Ma Ying-jeo, stelde goede relaties met Peking centraal. Belangrijk om weten: in tegenstelling tot de DPP aanvaardt de KMT het One China principe, al geeft de partij er een heel andere invulling aan dan Peking. Niettemin: tijdens de acht jaar onder president Ma hebben Taiwan en China liefst 21 akkoorden gesloten, over materies variërend van investeringen, culturele en academische samenwerking tot zelfs soevereiniteitsgevoelige onderwerpen zoals het gemeenschappelijk bestrijden van criminaliteit. Taiwan zette bovendien de deuren open voor Chinese investeringen, terwijl China zich aan een stilzwijgende afspraak hield om ons geen diplomatieke bondgenoten af te pakken.

Klinkt als een pragmatische houding waar beide kampen beter van worden..

Tseng: Dat zou je inderdaad denken. Economisch klopte het, maar toch werd Ma’s beleid na zijn tweede ambtstermijn door de kiezer zwaar afgestraft. De Taiwanezen pikten het niet langer dat hun onafhankelijkheid te grabbel werd gegooid in in ruil voor stabiliteit en goede relaties met China. Trouwens, China is als partner niet te vertrouwen. Zelfs tijdens het moratorium begonnen ze intense relaties aan te knopen met onze laatste diplomatieke partners. De schaar lag als het ware klaar om de banden door te knippen. Na het aantreden van DPP-president Ing-wen in 2016 hebben we dan ook de ene na de andere bondgenoot verloren. De voorbije 4 jaar werd ook niet één samenwerkingsakkoord meer gesloten.

Bestaat de kans dat Taiwan ooit helemaal zonder diplomatieke bondgenoten valt?

Tseng: Dat is waar China op aanstuurt. Waarom, kan men zich afvragen. Het doen overlopen van onze laatste bondgenoot zal Taiwan niet dichter bij China brengen, letterlijk noch figuurlijk. Integendeel, hoe meer ze ons isoleren, hoe luider de roep om onafhankelijkheid.

Een tweede ambtstermijn voor Tsai Ing-wen zou voor China zwaar gezichtsverlies betekenen. Precies een jaar geleden sprak president Xi zijn opgemerkte Boodschap aan de Taiwanese Landgenoten uit. In die tienjaarlijkse speech verwees hij niet minder dan 46 keer naar de terugkeer van Taiwan en noemde hij het Taiwanese onafhankelijkheidsstreven rampzalig. Kan het tot een militaire escalatie komen als Xi zijn droom niet via electorale engineering kan realiseren?

Tseng: Taiwan is Hong Kong niet, we zijn geen stadsstaat in de schaduw van China, zonder middelen om onszelf te verdedigen. Natuurlijk zijn we niet opgewassen tegen een supermacht als China, maar de prijs voor een invasie zou erg hoog zijn. Ik verklap geen militair geheim als ik zeg dat we een sterke luchtmacht hebben en dat onze marine beschikt over snelle patrouilleboten met raketten waarvan het bereik tot diep in China strekt. Een aanval op Taiwan zou verwoestende gevolgen hebben voor Shanghai en andere megasteden op de Oostkust. China wil Taiwan heel graag terug, maar nog belangrijker voor China is dat het zich als grootmacht op dezelfde hoogte kan heisen als de Verenigde Staten. Dat kan alleen als de economie blijft groeien, en daarvoor is regionale stabiliteit noodzakelijk. Die ambitie wil China niet hypothekeren door een oorlog om Taiwan. In Peking heerst nu al grote zenuwachtigheid over de economische groei die onder de prognoses blijft.

Het Taiwanese zelfvertrouwen steunt op het 70 jaar oude bondgenootschap met Washington. Zonder formele diplomatieke erkenning houden de Verenigde Staten een zeer omvangrijke vertegenwoordiging in uw land op de been. Wat meer is: de VS levert potent wapentuig zoals F’16-V’s en hypermoderne fregatten. Maar hoe solide is die band met een Amerikaanse president die bewezen heeft dat hij bondgenoten uitverkoopt als dat in zijn America first-politiek past?

Tseng: Ik zie geen redenen om aan ons bondgenootschap te twijfelen. Onder president Trump hebben we al vijf grote wapendeals kunnen sluiten. Over zijn stijl valt te discussiëren, maar hij is consequent in zijn kritische houding tegenover China. Zo heeft hij in november de Hong Kong Human Rights and Democracy Act ondertekend, tot grote woede van Peking. Het klopt dat de Verenigde Staten onze enige partner is die zich militair heeft geëngageerd. Het kader daarvoor werd vastgelegd in de Taiwan Relations Act in 1979, goedgekeurd door Jimmy Carter en nadien herbevestigd door al zijn opvolgers. Maar dat betekent niet dat we op Amerika rekenen om ons te beschermen. Geen enkele Amerikaanse president is bereid om bij een conflict met China troepen naar de Straat van Taiwan te sturen, daarvoor liggen bodybags in de publieke opinie veel te gevoelig. We weten wel waarom we zoveel in defensie investeren. Als het er op aan komt, staan we er alleen voor.

De handelsoorlog tussen China en Amerika heeft er vorig jaar stevig ingehakt, ondanks het deelakkoord dat beide landen eind vorig jaar hebben gesloten. Deelt Taiwan in de klappen?

Tseng: Eerder integendeel. Door de sombere exportvooruitzichten in China is 22 miljard dollar aan investeringen naar Taiwan teruggevloeid. Ook het Amerikaanse exportverbod voor gevoelige technologie had interessante neveneffecten. Geviseerde afnemers zoals Huawei en ZTE moesten op zoek naar alternatieve leveranciers voor componenten zoals geavanceerde halfgeleiders. Die hebben ze in Taiwan gevonden, we staan erg sterk in die markt.

Hoe lastig is het om ambassadeur te zijn zonder dat u zich ambassadeur mag noemen?

Tseng: De situatie van een Taiwanees diplomaat is uniek, maar met de nodige creativiteit kunnen we ons werk doen. Het Taiwanese buitenlands beleid steunt op drie peilers. Diplomatieke erkenning en deelname aan internationale organisaties worden steeds moeilijker door de Chinese druk. We mogen zelfs niet meer als waarnemer deelnemen aan de jaarlijkse bijeenkomst van de WHA, het voornaamste beslissingsorgaan van de Wereld Gezondheidsorganisatie. Intriest als je bedenkt welke rol ons land kan spelen in het bestrijden van besmettelijke virussen zoals HIV of vogelgriep. Maar er is een derde peiler die stevig overeind staat: het aanknopen van substantiële relaties met democratische rechtstaten die een flexibele invulling geven aan het One China-beginsel. Ook zonder diplomatieke erkenning kun je handel drijven, academische kennis uitwisselen en culturele banden smeden. De export naar de Europese Unie is de voorbije jaren fors gegroeid tot 53 miljard dollar per jaar. Daar zit nog rek op want dat bedrag vertegenwoordigt slechts 9 procent van onze wereldexport. Anderzijds is de Europese Unie de grootste investeerder in Taiwan, groter zelfs dan de Verenigde Staten. Ook België heeft meer 500 expats in Taiwan, vooral DEME en Jan Denul zijn klinkende namen.

Intussen blijft de situatie in Hong Kong gespannen. Al meer dan 500 studenten zijn naar Taiwan gevlucht. Zet dat geen extra druk op de reeds gespannen relaties met Peking?

Tseng: We willen ons niet moeien met de situatie in Hong Kong, maar we verwelkomen die studenten. China zal ons dat niet kwalijk nemen, ze bestempelen die studenten als relschoppers die ze liever kwijt dan rijk zijn. Ik ben niet optimistisch over Hong Kong. In het Chinese discours worden de betogers steevast gecriminaliseerd. Dat zou wel eens een stap kunnen zijn naar effectieve vervolging.

Harry Ho-Jen Tseng is de facto ambassadeur van Taiwan. (foto Franky Verdickt)

Jonathan Holslag over de expansie van China: “vroeg of laat komt er oorlog van”

Knack, 25 februari 2015

Hij voorspelt een oorlog tussen China en zijn buurlanden. Toch wist VUB-professor Jonathan Holslag de Chinese ambassadeur te strikken voor zijn boekpresentatie. Interview met een specialist internationale politiek met een mening over zijn eigen land. Uplace in Machelen? “Het vehikel van de Chinese machtspolitiek die onze welvaart rechtstreeks bedreigt”.

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

VUB-professor Jonathan Holslag laat zijn licht niet alleen in de aula schijnen. Boeken, columns, colloquia, de specialist internationale politiek is op vele fronten actief. Zeggen dat de wereld luistert als Holslag spreekt, is misschien wat overdreven. Maar de 34-jaar jonge Limburger mocht het toch al mooi gaan uitleggen op nieuwszenders zoals BBC World, CNN en Al Jazeera, en zijn naam valt met enige regelmaat in bladen zoals The Economist en de Financial Times. Een zucht naar reële invloed is hem niet vreemd. Holslag stond mee aan de wieg van de Vrijdaggroep, een denktank waar jonge Belgische talenten piekeren over een betere samenleving. Hij zit  haast vanzelfsprekend in de twaalfkoppige club van wijzen, die minister van landsverdediging Vandeput (N-VA) adviseert over de hervorming van het Belgisch leger. Holslag kent de cenakels van de Europese Unie, en zo nu en dan wordt hij door een commissie of werkgroep in Washington aan de mouw getrokken. Een man met een mening over een verrassend brede waaier van onderwerpen, ook dat is Jonathan Holslag. Vorige week nog kraakte hij in een messcherpe column in De Morgen het Uplace-project af.

Het is echter zijn favoriete stokpaard China dat de aanleiding voor dit gesprek vormt. Holslag, constant pendelend tussen Brussel en het Verre Oosten, heeft al vier boeken geschreven over de opkomst van China en over de impact hiervan op de buurlanden en de rest van de wereld. Volgende week verschijnt zijn nieuwste boek, onder een enigszins verontrustende titel. ‘China’s coming war with Asia’, de Nederlandse vertaling is nog in de maak.

– de titel klinkt als een voorspelling. Mogen we aannemen dat de auteur zelf hoopt dat die niet uitkomt?

Holslag: “Als politieke realist reken je er altijd op dat een aantal van je uitgangspunten niet bewaarheid wordt. Maar als je de Aziatische realiteit analyseert en daar vervolgens nuchter de gevolgen uit trekt, dan kun je niet om de slotsom heen. We stevenen af op een periode van turbulentie en geweld”.

– waarom?

Holslag: “China heeft sinds 1949 een onvoorstelbare weg afgelegd, politiek, militair en economisch. Maar het buitenlandse beleid draait nog altijd rond dezelfde kern van harde, nationalistische belangen. Na de communistische machtsovername werden die vastgelegd in de zogenaamde Vier Grote Aspiraties. Veilige grenzen en controle over perifere gebieden zoals Tibet, Xinjiang en Binnen Mongolië. Economische groei, welvaart en stabiliteit om het machtsmonopolie van de Partij te vestigen. Terugwinnen van verloren territoria zoals Taiwan, de betwiste grensgebieden in India, en een resem eilanden in zowel de Oost-Chinese als Zuid-Chinese zee. Ten slotte zou het nieuwe China geen buitenlandse inmenging meer dulden en ten allen tijde zijn soevereiniteit laten respecteren. Die krachtlijnen, sinds 1949 talloze keren herbevestigd, vallen op zich perfect te verdedigen. Het is ook niet zo dat China een uitzonderlijk expansionistische agenda nastreeft, het koestert ambities die heel normaal zijn voor een opkomende grootmacht. Probleem is alleen dat China die ambities onmogelijk kan realiseren zonder met zijn buurlanden in conflict te komen”.

– waar ligt het buskruit?

Holslag: “Neem nu het respect voor de eigen soevereiniteit. Op zich valt daar weinig op af te dingen, maar waar ligt de grens? Valt onder die soevereiniteit ook de controle over de grote rivieren van Azië die toevallig allemaal in China ontspringen? Want dat is de geografische realiteit: Peking controleert letterlijk de watertoren van een groot deel van  Azië. De Brahmaputra, van vitaal belang voor miljoenen boeren in India en Bangladesh, ontspringt in de Chinese Himalaya. China controleert ook de bovenloop van rivieren zoals de Ili en de Irtysh die een groot stuk van Kazakstan van water voorzien. Voor de Chinezen is het evident: ze hebben het volste recht om die rivieren voor eigen ontwikkeling te gebruiken. Ze hebben de voorbije decennia naar believen irrigatiekanalen en stuwdammen gebouwd, zonder veel rekening te houden met de buurlanden. De grootste omleidingsplannen houden ze voorlopig nog in de lade, maar nu al lopen de spanningen over de waterverdeling erg hoog op”.

– verrassend voorbeeld. Zelf dachten we spontaan aan de territoriale claims als grootste twistappel…

Holslag: “Dat is ook zo. Vooral het statuut van Taiwan en de door China en Japan betwiste eilanden in de Oost-Chinese zee zijn explosief. Dat heeft met de geschiedenis te maken, en met decennialange propaganda en nationalistisch gekleurd onderwijs. Ik heb het vaak ondervonden met Chinese studenten of academici. Zelfs al hebben ze jarenlang in de States gewoond, ze maken allemaal dezelfde associaties. Japan is de vijand, en Taiwan een onlosmakelijk deel van het moederland. Binnenkort zijn er trouwens verkiezingen in Taiwan, een spannend moment. Het ziet er naar uit dat de Kuomintang-regering, principieel gewonnen voor hereniging, het onderspit zal delven tegen de nationalisten van de DPP. Die zullen niet meteen alle bruggen met Peking opblazen, maar zich nog veel terughoudender opstellen. Gevaarlijk, want in China lopen de frustraties nu al hoog op. De Chinezen vinden van zichzelf dat ze de voorbije tien jaar erg veel in de samenwerking met Taiwan hebben geïnvesteerd, onder meer in de vorm van handelsakkoorden die voordelig zijn voor Taipei. Tijd om te oogsten, is hun redenering. China is nu aan zijn vijfde generatie leiders toe. Xi Jinping en co zijn het aan zichzelf en aan de propaganda verplicht om binnen dit en tien jaar een doorbraak te forceren. Helaas voor China zien ze dat in Taiwan niet zitten. Hoe nauwer de economische samenwerking met mainland, hoe sterker de aversie voor een hereniging. Het onderdrukken van het burgerprotest in Hong Kong vorige zomer heeft de zaak natuurlijk geen deugd gedaan. In Taiwan hebben ze nu wel begrepen wat de Chinese beloftes van politiek zelfbestuur waard zijn. Al die spanningen krijgen pas hun volle betekenis als je weet dat in Azië in een duizelingwekkende wapenwedloop aan de gang is. China is de absolute koploper, het land geeft in zijn eentje meer uit aan defensie dan Rusland, Japan, Zuid-Korea en India samen”.

–  in 2007 poneerde uw eerste boek dat China geen wereldmacht zou worden. Blijft u daarbij?

Holslag: “Ik blijf ervan overtuigd dat China het erg moeilijk zal krijgen om de rol van de Verenigde Saten over te nemen. Een supermacht, dat is toch een beetje the king of the hill, de enige die ongenaakbaar en wereldwijd zijn invloed kan doen gelden. Amerika heeft die status in de 19de en 20ste eeuw  kunnen verwerven zonder concurrerende of tegenstribbelende buurlanden. Die luxe heeft China niet, vroeg of laat moet de Chinese opkomst botsen met de belangen van de buren. Wat China intussen wel is: een regionale grootmacht met wereldwijde belangen, van petroleumvelden in het Midden Oosten, over plantages in Latijns Amerika, tot ertsen en mijnen in heel Afrika”.

– leggen de Chinezen zich neer bij de rol van tweede viool?

Holslag: “Ze zijn realistisch genoeg om te beseffen dat ze het nog niet kunnen halen. Zowel militair als qua bondgenoten lopen de Amerikanen nog ver voorop. Maar zich erbij neerleggen? Als je daarover met hoge officials praat, schermen ze met termijnen van 20 tot 30 jaar. Zo rond 2050 hopen ze de Amerikanen bij te benen. In afwachting aanvaarden ze een G2-scenario, waarbij Peking en Washington in Azië de macht delen. Streven naar een militair evenwicht, en tegelijkertijd samenwerken in dossiers zoals het stabiliseren van het Midden Oosten en de strijd tegen het internationale terrorisme. De Amerikanen gaan daarin mee, maar het is allemaal erg dubbel. De doctrine van het Pentagon is er immers op gericht in alle geledingen het overwicht te behouden en China in te dammen. De militaire opbouw van de Amerikanen in Azië is dan ook dramatisch. Van Japan tot de Filippijnen hebben ze een keten van sensoren aangelegd om Chinese onderzeeërs te detecteren. Ze hebben hun basis op Guam fors uitgebouwd, extra onderzeeërs en schepen gestuurd, ze zijn volop aan het experimenteren met nieuwe wapensystemen zoals razendsnelle antischeepsraketten en onbemande aanvalsvliegtuigen. De Chinezen reageren daarop, ze ontwikkelen hypersonische raketten en zetten zwaar in op elektronische oorlogsvoering. Toch zijn ze beducht om zich al te ver te laten meeslepen. De Chinezen kennen de geschiedenis, ze hebben gezien hoe de Sovjetunie aan een moordende wapenwedloop met de Amerikanen is ten onder gegaan”.

–  het lijkt een paradox. U twijfelt er niet aan dat de Chinese leiders oprecht streven naar vreedzame co-existentie. Toch brengen diezelfde leiders hun land stap voor stap dichter bij een conflict met de buren

Holslag: “Ze zijn zich daar zelf meer dan wie ook van bewust. Ze vinden dat ze de voorbije jaren erg veel in vreedzame relaties met de buurlanden hebben geïnvesteerd. Tegelijkertijd vinden ze het normaal dat China zich militair en economisch verder blijft ontplooien, en dat het zijn territoriale aanspraken probeert hard te maken. Daar wringt het schoentje: op termijn moet er een escalatie van komen. Waar of hoe valt moeilijk te voorspellen, er zijn heel wat scenario’s denkbaar. Japan en India zijn twee landen die nu al kreunen onder de Chinese druk. Niet alleen militair, China speelt ook zijn economische en financiële macht uit. Japan, dat al twintig jaar in een economische stagflatie zit, ziet met de lede ogen hoe zijn industrie steeds meer onder de Chinese concurrentie te lijden heeft. Ooit komt het moment van de waarheid: leggen landen als Japan en India zich neer bij de Chinese suprematie? Of gaan ze in het tegenoffensief, al dan niet met Amerikaanse steun? In zo’n klimaat kan één vonk volstaan om de boel te doen ontploffen. ”

–  wat zou die vonk kunnen veroorzaken?

Holslag: “Een verdwaalde vissersboot in de Oost-Chinese zee, een vlag in een omstreden stuk van de Himalaya. Zulke incidenten zijn er al veel geweest, maar tot dusver hebben alle partijen het hoofd koel gehouden. Ik maak me zorgen over twee randvoorwaarden. Er is het oplopende nationalisme. In China, maar ook in Japan waar Shinzo Abe bij de voorbije verkiezingen openlijk anti-Chinese gevoelens heeft bespeeld. Peking is trouwens woedend over de Japanse, door Amerika warm gesteunde plannen om zich te herbewapenen. Vele Japanners zijn daar zelf niet over te spreken. Zolang de Chinezen van onze eilanden afblijven, is er voor hen geen probleem. India is een ander verhaal. Economisch is dat land geen partij voor China, ook onder de nieuwe president Modi ziet het er trouwens niet naar uit dat India de sprong naar een moderne industriestaat zal maken. Tegen die achtergrond flakkert het nationalisme op, met een laag opgeleide bevolking die erg vatbaar is voor de propaganda van heetgebakerde media. Nationalisme is een kracht die een oorlog kan uitlokken, maar dat geldt ook voor interne problemen in China. Wat als de economische motor sputtert? Niets zo gevaarlijk als een opkomende grootmacht die stagneert”.

– stagneren is niet denkbeeldig. China kent veel sociale onrust, een door u geciteerd rapport maakt gewag van 40.000 massa-incidenten in een jaar tijd. Vooral de kloof tussen de rijke, geïndustrialiseerde Oostkust en het verpauperde binnenland genereert frustraties. Is de Volksrepubliek een reus op lemen voeten?

Holslag: “Dat beeld wil ik liever niet gebruiken, maar de Chinese leiders hebben redenen tot bezorgdheid. De communistische partij heeft haar legitimiteit altijd gekoppeld aan de belofte van een egalitaire samenleving. Dat verklaart de obsessie met economische groei. China moet en zal evolueren naar een hoog inkomen land, met een gemiddeld inkomen per capita van 12.000 dollar. Als dat niet lukt, zal China nooit de middelen hebben om een paar honderd miljoen inwoners in het binnenland en de periferie uit het moeras van de armoede te tillen. Het volk is daarbij bereid tot zware offers, maar wel met de verwachting dat het ooit kan profiteren van de economische strategie. De Partij speelt hoog spel, ze heeft via de staatsbanken minstens 4.500 miljard dollar spaargeld van de gezinnen overgeheveld naar investeringen in industrie en vastgoed. Wat als daar bubbels ontstaan en een deel van dat geld verdampt? Dan zit de overheid met een gigantisch probleem. In zo’n scenario is het allerminst denkbeeldig dat de Chinese leiders de bekende truc van de externe vijand opvoeren om hun vel te redden”.

–  aan doemscenario’s geen gebrek. Toch vond u de Chinese ambassadeur in Brussel bereid om de boekvoorstelling met zijn aanwezigheid op te luisteren. Hoe heeft u dat voor mekaar gekregen?

Holslag: “Oh maar, mijn boek heeft ook al een warme aanbeveling van een topman van de Partijschool in Peking gekregen. Kijk, ik ben scherp in mijn analyse. Maar wat ik niet doe, is de Chinezen met de vinger wijzen. Dat is het verschil met heel wat andere China-watchers, vooral Amerikanen hebben de gewoonte om China als boeman af te schilderen. Ik doe niet aan China bashing, en ik wens ook helemaal niet dat de Chinezen op hun bek gaan, want dat zou een ramp zijn voor de hele wereld. Mijn boek heeft ook oog voor de positieve aspecten van het Chinese verhaal. Het is zonder meer indrukwekkend hoe de leiders er tot dusver in geslaagd zijn om spanningen te ontmijnen. Conflicten rond territoriale claims en vertrouwenwekkende maatregelen wisselen af als eb en vloed. De Chinezen spelen het spel meesterlijk. Hoe ze als kredietverstrekker hun financiële macht aanwenden om de landen in Zuid-Oost China tegen elkaar uit te spelen. Hoe ze de belofte van een gemeenschappelijke, glorieuze toekomst als een wortel aan een stok laten bengelen. Voorlopig is de Chinese boom vooral slecht nieuws voor de ontwikkeling van de buurlanden. Handelstekorten, competitieve nadelen omdat China zijn schaalgrootte exploiteert om grondstoffenprijzen te drukken, noem maar op. Geduld, zeggen de Chinezen, ooit zetten we de stap naar een consumptie-gedreven economie, en dan wordt onze binnenlandse markt de motor om de hele regio te ontwikkelen. Je kunt alleen maar bewonderend toekijken hoe ze het altijd weer verkocht krijgen. De kracht van de Chinese diplomatie is dan ook ongeëvenaard. Kwaliteit, mankracht, ze spelen iedereen naar huis. Ook de Europese diplomatie schiet hopeloos te kort, we zijn niet meer in staat de Chinese strategie te doorgronden”.

–  is dat erg?

Holslag: “Ja, want de Chinezen doen hier net als in Azië, ze buiten onze verdeeldheid schaamteloos uit. De Britten worden gepaaid met de belofte dat de City de exclusieve bestemming wordt voor Chinese beleggingen. Duitsland wordt hofleverancier van machines en auto’s, de Fransen krijgen het monopolie op het bouwen van kerncentrales, en dwergstaat België wordt blij gemaakt met het perspectief dat we de Europese gateway voor Chinese export worden. We trappen er met open ogen in, terwijl de Chinezen ondertussen volop aan alternatieven bouwen door Zuid-Europese havens op te kopen”.

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

–  zijn we naïef in onze relaties met China?

Holslag: “Zeer zeker. Chinezen hebben de mond vol van samenwerking, maar de baten zijn vaak ongelijk verdeeld. Westerse bedrijven krijgen pas toegang tot de Chinese markt als ze hun technologie delen. Het omgekeerde gebeurt nooit, en toch rollen we de loper uit voor Chinese investeerders. Onze universiteiten lopen zich het vuur uit de sloffen om Chinese partners te vinden, en uiteraard stellen ze daarbij hun kennis royaal ter beschikking. Andersom is ondenkbaar, de Chinese toplabo’s blijven potdicht. Naïef is ook onze visie op de Chinese industriële politiek die onze koopkracht rechtstreeks bedreigt. Voorlopig voelen we het nog niet in onze portefeuille, maar dat zal veranderen wanneer ze erin geslaagd zijn de laatste resten van onze maakindustrie weg te concurreren. Daar zit een strategie achter, maar we willen het niet zien. Ook Europa laat zich betoveren door de belofte dat de Chinese markt op termijn een bonanza wordt. Een fatale vergissing. Als China ooit een consumptie-gedreven economie wordt, schieten er hier nauwelijks nog fabrieken over om ginder de vraag te bevredigen. Het is ook vanuit die optiek dat ik zo hard ageer tegen fenomenen zoals Uplace”.

–  dat moet u even uitleggen…

Holslag: “Ik bekijk de realiteit altijd door een strategische bril, meestal vertrekkend vanuit een Aziatische context. Zo borrelt vanzelf de vraag op: hoe kunnen we de welvaart van onze kinderen waarborgen, rekening houdend met de scherpe economische machtspolitiek die vanuit Azië wordt gevoerd? Voor mij is het antwoord duidelijk: we kunnen die ambitie alleen waarmaken als we hier een maakindustrie bouwen die competitief is maar ook meer inzet op duurzaamheid, schoonheid en creativiteit. Ik geloof niet dat we de bestaande industrie kost wat kost moeten proberen te behouden. Het gaat er me om iets beters neer te zetten, een sterkere industrie in functie van een sterkere samenleving. Eigenlijk komt het neer op een nieuw Europees ontwikkelingsmodel. Verstedelijking is daarbij een cruciaal gegeven, zeker in een regio als Vlaanderen. In plaats van onze economie meer afhankelijk te maken van diensten in enkele grootsteden, met fileleed en pendelstress als gevolg, pleit ik ervoor om de economische activiteit opnieuw te decentraliseren naar kleinere steden. Dat kan met wat vooruitstrevender standaarden, en het zal op termijn bijdragen tot een hechtere, bewustere samenleving. Dan moet je niet komen aanzetten met koopparadijzen die steden leegzuigen en zich opdrinken als surrogaat voor goede maakindustrie”.

–  de N-VA reageerde bits op uw column. Touché?

Holslag: “Ik maak me erg kwaad om het uitblijven van een volwaardige economische strategie. De regio’s die nu de bevoegdheid hebben moeten durven sturen. Ik hoor van de N-VA dat Vlamingen wijs genoeg zijn om voor zichzelf uit te maken wat goed voor ze is en waar ze willen gaan shoppen.  Ja, zeg ik dan, in een echte vrije markt kan de burger louter op basis van vraag en aanbod rationele keuzes maken. Maar de vrije markt is een mythe, de hele economie wordt door politieke interventies gemanipuleerd, of dat nu e beslissing van de ECB om de geldsluizen te openen betreft of het industrieel beleid van China dat zich een weg dumpt uit zijn overcapaciteit. Wat wordt het aanbod van zo’n Uplace? Negentig procent made in China, 100 procent zelfs als het gaat over Primark, de modeketen die Bart De Wever toch zo graag naar Antwerpen wil lokken. Zien ze het dan niet? Ze verschuiven wat werkgelegenheid en scheppen een vals gevoel van welvaart. Terwijl fenomenen zoals Uplace en Primark in feite vehikels zijn die de economische ambities van landen als China helpen realiseren terwijl ze onze welvaart bedreigen. Onbegrijpelijk dat iemand als De Wever met zijn aura van een staatsman dat niet snapt. Dat hij maar eens wat harder probeert om de containerschepen die in Antwerpen aanmeren terug te laten varen met volle containers kwaliteitsgoederen ‘made in Flanders’”

u schuwt de controverse niet. Uw pleidooi voor een sterk leger met een vloot nieuwe jachtbommenwerpers, maakte veel ophef. Bent u een havik?

Holslag: “Ik ben een realist. Een leger blijft noodzakelijk als laatste optie, een redmiddel dat je pas gebruikt als al de rest heeft gefaald. Zoals een brandverzekering. Die kost je elk jaar een stevige duit terwijl je ze wellicht nooit nodig hebt. Maar als het ooit brandt, dan wil je ze niet missen. Kijk ook naar de geopolitieke context. Ik durf echt niet uit te sluiten dat we vroeg of laat onze handen weer moeten vuil maken, zoals we dat in de vorige eeuw een paar keer hebben gedaan. Hoe gaan we onze kinderen uitleggen als we dan weerloos staan, zonder middelen om de opmars van de vijand af te remmen? België heeft nu al het laagste defensiebudget van heel Europa, en toch wordt er de komende jaren nog 1,4 miljard wegbezuinigd. Komaan zeg, schaf de hele krijgsmacht dan meteen af. Ik vind het ook hypocriet dat we ons achter Europa verschuilen. We gaan ons in transportvliegtuigen specialiseren binnen de schoot van een toekomstig communautair leger, hoor ik. Flauwe kul, met het huidige defensiebudget zijn nieuwe transportvliegtuigen even onbetaalbaar als jachtbommenwerpers. We kunnen ons ook binnen Europa niet specialiseren in besparingen”.

– de geopolitieke barometer staat inderdaad op storm. Het brandt niet in het Verre Oosten, maar veel dichter bij huis. Vindt u net als Timothy Garton Ash dat we Vladimir Poetin in Oost-Oekraïne een krachtig halt moeten toeroepen?

Holslag: “De Russen hebben in Oekraïne al verschillende rode lijnen overschreden. Toch geloof ik dat Poetin beseft dat hij zich geen nieuwe Koude Oorlog kan veroorloven, anders dreigt zijn land helemaal het knaapje van China te worden. Want vergis je niet, Peking zal niet nalaten de zwakte van Rusland uit te buiten. Poetin heeft er dus belang bij de boel niet uit de hand te laten lopen, maar de realiteit op het terrein blijft onvoorspelbaar. Ik geloof niet in het leveren van wapens leveren aan Oekraïense. De Russen hebben eindeloze arsenalen om dat tegen te werken. We moeten de Russen de kans geven om een nieuw partnerschap voor te bereiden maar ons ook schrap zetten voor een mogelijke harde confrontatie, waarbij boots on the ground niet uitgesloten zijn”.

– is Europa daar klaar voor?

Holslag: “Daar vrees ik voor. Het drama in Oekraïne is toch eerder een uiting van  Europese zwakte dan van Russische sterkte”.

–  een nog veel grotere brandhaard is het Midden Oosten. IS heeft nu ook delen van Libië ingepalmd, het jihadi-leger staat voor de poorten van Italië en dus ook van Europa. Hoe moeten we daarop reageren?

Holslag: “We moeten de harde macht behouden om ons tegen de ergste uitwassen te beschermen en intern werken aan een performant antiterreursysteem. Op lange termijn moeten we ons echter bewust zijn dat Europa nooit voldoende gewicht in de schaal zal kunnen werpen om het met repressie alleen te redden, al was het alleen maar vanwege de bevolkingsexplosie in Noord-Afrika en het Midden Oosten. Op lange termijn zullen we dus heel hard moeten nadenken over hoe we die bevolking kunnen steunen om kansen te krijgen. Dat brengt ons terug bij dat nieuwe ontwikkelingsmodel dat zo hard nodig is, en dat meer banen oplevert en duurzamer is. We zijn het aan ons zelf verplicht daarop in te zetten, en het is een geopolitieke noodzaak. Maar nu militair ingrijpen? Nee, ik geloof niet we ons dat moeras moeten wagen. Afschermen is de boodschap”.

–  klinkt wat cynisch. Heet dat niet de Somalië-aanpak?

Holslag: “Dat is een platitude, maar in zekere zin past ze wel. Noord-Afrika en het Midden Oosten zijn aan het verworden tot één groot Mogadishu”.