Tagarchief: terrorisme

Mohamed Abrini, van draaideurcrimineel tot mislukt zelfmoordterrorist

bijdrage Knack jaaroverzicht 2016, 21 december 2016

8 april: Mohamed Abrini gearresteerd

“Man met het hoedje speelde ook een sleutelrol bij de aanslagen in Parijs”

 

abrini2

Ruim twee uur duurde de ochtendwandeling van de man met het hoedje. Met beelden van bewakingscamera’s kon men nadien zijn traject reconstrueren. Bij het Sheraton hotel recht tegenover de vertrekhall van de luchthaven sloeg hij rechtsaf, liep over de AVIS-parking, doorkruiste het centrum van Zaventem en bereikte zo de Leuvensesteenweg. Ergens op de lange weg naar Schaarbeek, buiten camerabereik, heeft hij zijn bleke regenjas gedumpt. Het vissershoedje daarentegen ging niet af, ook al was het een uitzonderlijke warme lentedag. Na zijn arrestatie zou hij verklaren dat hij zijn weinig flatterende hoofddeksel had verkocht. Het is een van de vele losse eindjes in dit verhaal: bestaat er in Brussel echt een markt voor gebruikte vissershoedjes? Het laatst werd het sjofele hoofddeksel op de hoek van de Brabançonnelaan en de Notelaarstraat gespot, nauwelijks een halve kilometer verwijderd van metrostation Maalbeek waar op dat moment de slachtoffers van een bloedbad werden geborgen. Het tweede al op die vermaledijde dinsdag 22 maart.

klopjacht

We kennen intussen zijn naam. Maar wat speelde door Mohamed Abrini’s hoofd tijdens zijn lange voettocht? En wat dacht hij toen hij uit de luchthaven wegvluchtte, ongedeerd nadat een eerste explosie de vertrekhall in een pandemonium van scherven, rook en bloed had herschapen? Stond hij in de kiss and ride-zone intern te juichen terwijl rondom hem de ontreddering aanzwol en de eerste zwaargewonden werden geëvacueerd? En was hij ooit wel zinnens geweest zichzelf op te blazen, zoals zijn kompanen Ibrahim El Bakraoui en Najim Laacharoui hebben gedaan? Met zijn drieën waren ze die ochtend in een taxi gestapt, bij het appartement in de Schaarbeekse Max Roosstraat waar de aanslagen werden beraamd en de spijkerbommen werden vervaardigd. Een geluk bij een ongeluk: de taxi bleek kleiner dat verwacht waardoor twee met TTAP en spijkers geprepareerde koffers niet kon worden ingeladen. De foto van het trio in de vertrekhall ging de wereld rond. Verkleed als toeristen, elkeen een trolley voor zicht uitduwend met daarop een grote, zwarte reistas. Ze hebben nog een laatste koffie gedronken bij Délifrance, weten we sinds de reconcstructie. El Bakraoui en Laacharoui lopen haast letterlijk schouder aan schouder, beiden gehuld in een zwarte trui. Er gaapt een kleine kloof met Arbini in zjn lichtgekleurde regenjas. Toeval of werd op dat moment de wissel verlegd? Feit is dat Abrini op een ander spoor is beland. Zijn achtergelaten koffer, later die dag door ontmijningsdienst DOVO geneutraliseerd, bleek een nog zwaarder lading te bevatten dan die van zijn ‘reisgezellen’.

Bijna drie weken bleef de meest gezochte man te wereld naamloos en onvindbaar. Tijdens de klopjacht viel een onschuldig slachtoffer. Fayçal Cheffou, burgeractivist en freelance journalist, werd op basis van een vage persoonsbeschrijving als verdachte opgepakt. De gretigheid waarmee de Brusselse burgemeester Yvan Mayeur (PS) het vermoeden van onschuld jegens deze mondige criticaster schond, was een genant dieptepunt. Op 8 april werd dan toch de echte man met het hoedje opgepakt. Mohamed Abrini moet hebben beseft hoe intensief hij werd opgespeurd. Toch had hij zijn schuiladres in Kuregem verlaten om een luchtje te scheppen. Op het Albertplein, een van de desolatere plekken van de hoofdstad, werd hij door en politiecommando overmeesterd. Voor de speurders was het een dubbelslag, want diezelfde dag werd in Laken Osama Krayem opgepakt, de Zweedse medeplichtige van Khaled El Bakraoui. Ook Krayem had een rugzak vol explosieven klaar. In plaats van die in de metro tot ontploffing te brengen, keerde hij terug naar zijn appartement in de Etterbeekse Kazernelaan waar hij het TTAP door het toilet spoelde.

Manchester United

Een procesdatum is nog lang niet vastgelegd. maar nu al is het reikhalzend uitkijken naar de verklaringen van beide kandidaat-zelfmoordterroristen die zich op drempel van de dood bedachten. Dat is tenminste wat Abrini onmiddellijk na zijn arrestatie zelf heeft verklaard. Er circuleert echter een andere theorie, gebaseerd op gelekte smartphone-beelden van de aanslag op de luchthaven. Abrini zou door de kracht van de eerste explosie en het daaropvolgende tumult zijn trolley zijn kwijtgespeeld, waardoor hij niet de kans kreeg om zich zoals gepland als tweede in de rij te laten ontploffen. Misschien komt de ware toedracht niet voor een Belgische maar Franse rechtbank aan het licht. De 31-jarige Molenbekenaar wordt immers ook verdacht van medeplichtigheid bij de aanslagen van 13 november in Parijs. Aanwijzingen zijn er genoeg. Twee dagen voor de feiten werd Abrini in een Frans tankstation langs de A1 richting Parijs gefilmd, samen met zijn medepassagier en jeugdvriend Salah Abdeslam. Doel van de uitstap: een hotelkamer huren in de Parijse voorstad Alfortville van waaruit verschillende kamikazes richting Bataclan zouden vertrekken. De gehuurde Renault Clio was trouwens dezelfde die door Salah Abdeslam op 13 november werd gebruikt om drie medeplichtigen onder wie zijn eigen broer Brahim voor het Stade de France af te zetten waar ze zichzelf opbliezen.

Naar alle waarschijnlijkheid was Abrini op die fatale vrijdagavond niet zelf in Parijs. Toch dichten speurders hem een sleutelrol toe in de voorbereiding. Zo reisde hij eind juni 2015 via Turkije naar Raqqa, de IS-hoofdstad in Syrië. Aan strijden voor het kalifaat kwam hij tijdens zijn korte verblijf niet toe, maar hij had er wel contact met Abdelhamid Abbaoud, een oude bekende uit Molenbeek die algemeen beschouwd wordt als het brein achter de aanslagen in Parijs. In opdracht van Abbaoud reisde hij vervolgens naar Engeland, schijnbaar ongehinderd door Europese buiten- en binnengrenzen. Hij bezocht er Londen, Manchester en Birmingham, de stad waar hij uit handen van een uitgeweken Belg en een Britse medeplichtige een som van 3.000 pond (3.750 euro) ontving. Het geld was ironisch genoeg afkomstig van een frauduleus verkregen huursubsidie, uitbetaald aan een geradicaliseerd, Belgisch koppel dat in feite al naar Syrië was uitgeweken. Werden deze middelen gebruikt om de aanslagen van Parijs te financieren? En waarom maakte Abrini zoveel foto’s van het voetbalstadion van Manchester United? Scouting voor een aanslag op Britse bodem? Voorbereiding voor de raid op het Stade de France? Tijdens zijn eerste ondervragingen, gelekt via VTM, doet Abrini het allemaal af als verzinsels. Zijn betrokkenheid kan hij niet ontkennen, er gloort zelfs enige trots door. Hoe hij na de aanslagen in Parijs onder de neus van de politie in Brussel van het ene naar het andere schuiladres verhuisde. Net als Salah Abdeslam, zijn boezemvriend die hem lange tijd overschaduwde als meest gezochte terrorist ter wereld. Toch probeerde hij zijn rol te minimaliseren. Vechten in Syrië, zichzelf met onschuldigen opblazen, dat was allemaal niks voor hem. Hij was maar een kleine garnaal die zich had laten meesleuren in een complot waar afhaken geen optie was.

brioche

Of dat zal volstaan voor Stanislas Eskenazi om een mild vonnis uit de brand te slepen? De Brusselse strafpleiter vocht de voorbije maanden al een verbeten strijd uit tegen de uitlevering van zijn cliënt aan Frankrijk. Met succes: het Hof van Cassatie verbrak op 6 juli de beslissing van de KI die het licht op groen zette voor de uitlevering. Overigens zou men in deze zaak beter van uitlenen spreken. De Belgische justitie wil Abrini wel zien verschijnen op het Franse proces over de aanslagen in Parijs. Maar uiteraard is het de bedoeling hem later in eigen land als hoofdbeklaagde voor de aanslagen in Brussel voor de rechter te brengen. Met of zonder uitlevering, de Belgische en Franse justitie zullen goed met elkaar moeten overleggen. Tenslotte zijn de aanslagen in Parijs en Brussel het gevolg van één groot complot, gesmeed door een en hetzelfde terreurnetwerk.

Waar zijn proces ook plaatsvindt, het psychosociaal verslag belooft een Aha-Erlebnis te worden.  Mohamed Abrini is het prototype van de draaideurcrimineel die op korte tijd radicaliseerde. Zijn professionele cv vermeldt een korte periode als hulpje in een bakkerij aan Zwarte Vijvers, een intermezzo dat hem in Molenbeek de bijnaam brioche opleverde. De rest van zijn  carrière is een aaneenschakeling van diefstallen, overvallen en drugsfeiten, onderbroken door vijf  periodes van wisselende duur in de gevangenis. Na het uitzweten van zijn laatste celstraf begin 2015 verdween hij van de radar, tot op 24 november zijn signalement internationaal werd verspreid. Een jaar eerder was zijn jongere broer Souleymane in Syrië als IS-strijders gesneuveld. Heeft dat verlies hem in de armen van de jihadterreur gedreven? Dat liet hij zelf uitschijnen in een testament dat werd aangetroffen in een laptop die de kamikazes in een vuilnisbak dumpten vooraleer ze naar de luchthaven vertrokken. Het zou door de verdediging als een verzachtende omstandigheid kunnen worden uitgespeeld. Maar in datzelfde testament juicht Abrini de terroristen van de Bataclan als helden toe en zweert hij net als zijn broer de martelaarsdood te sterven. Het wordt voor meester Eskenazi een lastige klus.

 

Brusselse terro-advocaten maken overuren

Knack, 13 juli 2016

Brusselse balie is hofleverancier van ‘terreuradvocaten’

Cliënten bij de vleet, complexe dossiers, lange procedures: advocaten hebben een vette kluif aan de jihadterreur. Maar steeds meer strafpleiters weigeren om nog meer terreurdossiers aan te nemen. ‘De aanslagen in Brussel hebben alles in een ander licht geplaatst.’

Xavier Carette:

Xavier Carette: ‘ik verdedig geen verdachten die ideeën propageren die indruisen tegen mijn eigen waarden’. (foto: Debby Termonia)

 

Volgens de meest recente cijfers van justitie zitten er in de Belgische gevangenissen 139 terreurgedetineerden, teruggekeerde Syrië-strijders incluis. De behoefte aan juridische bijstand is groot. Driekwart van hen zit in voorhechtenis en ook de meesten van de 33 veroordeelden hebben nog procedures lopen. Brussel is de broedkamer voor terroristen van eigen bodem, geen wonder dus dat de Franstalige balie van Brussel als hofleverancier van terreuradvocaten fungeert. Het gros van de sterk gemediatiseerde dossiers wordt door een select kransje van strafpleiters ingepikt, even bekend in Brussel en Wallonië als hun Vlaamse tegenhangers in het noorden des lands.

‘Ik ben net terug van de raadkamer’, zegt advocaat Xavier Carette terwijl we een van de séparés in het Brusselse justitiepaleis inpalmen. ‘Voor Ibrahim Farisi, een verdachte in het onderzoek naar de aanslagen in Brussel. Een kleine garnaal, hij heeft gewoon de pech dat zijn oudere broer de huurder was van een van de schuilplaatsen van de aanslagplegers.’

Zo zijn er de voorbije maanden wel meer verstrikt geraakt in de netten van het parket-generaal, de instantie die alle terrorismeonderzoeken coördineert. Kleine garnalen, maar ook grote vissen zoals Mohamed Abrini en Osama Krayem, de twee zelfmoordterroristen die 22 maart hebben overleefd. ‘Voor de aanslagen in Brussel zit al een tiental verdachten vast’, zegt Carette. ‘Het contingent van Parijs is daarentegen aan het krimpen, want de meesten zijn aan Frankrijk uitgeleverd. Gisteren is ook mijn cliënt Mohamed Amri vertrokken, de chauffeur die Salah Abdeslam ’s nachts in Parijs is gaan ophalen.’

Carette heeft hemel en aarde bewogen om die uitlevering tegen te houden. Dat het om een vriendendienst ging, argumenteerde hij, Amri en Abdeslam kenden elkaar van kindsbeen af in Molenbeek. Dat ze tijdens die lange autorit over alles en nog wat hebben gepraat. Over voetbal, meisjes en muziek, maar niet over de meervoudige schietpartijen en de massa-executie in Parijs die de hele wereld die nacht in de ban hielden. En dat je in de schoenen van zo’n gast moet gaan staan om zo veel argeloosheid te begrijpen. Tevergeefs, het Hof van Cassatie heeft eind juni de laatste obstakels tegen de uitlevering weggenomen.

Xavier Carette: ‘Ik doe geen Abdeslams of Abrini’s, mijn cliënten zaten niet in het complot en pleegden geen aanslagen.’

En zo werd het voor Xavier Carette een frustrerende werkweek. Twee dagen eerder hoorde hij in ditzelfde justitiepaleis de correctionele rechtbank ook al ongemeen zware celstraffen uitspreken tegen drie verdachten van de zogenaamde cel Verviers. Zijn cliënt Souhaïb El Abdi, leverancier van valse papieren, om die reden beschouwd als logistiek brein van de cel Verviers, kreeg 16 jaar. ‘Onbegrijpelijk’, fulmineert Carette. ‘Het lijkt alsof mijn cliënt de straf heeft gekregen die was bedoeld voor de twee hoofdverdachten die tijdens de politieraid werden doodgeschoten. Op 15 januari 2015 was dat, vlak na Charlie Hebdo  maar lang voor de aanslagen in Parijs en Brussel. Toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de rechters Verviers door die bril hebben bekeken. De aanslagen waren de maatstaf, terwijl in het geval van Verviers enkel sprake was van vage intenties zonder concreet doelwit. Dit is bovenal een staaltje van voorbeeldjustitie, bedoeld om anderen af te schrikken zodat ze zich niet met terrorisme inlaten. Maar dat werkt zo niet, integendeel, met zulke buitensporige straffen dreigen ze van de beklaagden martelaren te maken.’

Xavier Carette noemt zichzelf geen terreurspecialist. Drugszaken, inbraken, bankovervallen: dat is wat bij hem brood op de plank brengt. Toch heeft hij al meer dan tien terreurdossiers op de teller. ‘Mijn eerste dateert van 1994’, zegt hij. ‘Een Algerijn in een GIA-dossier. Daarna kwam het GICM-dossier, het Marokkaanse Al-Qaedafiliaal dat achter de aanslagen van 11 maart 2004 in Madrid zat. De cel Maaseik, daar ben ik toen in tussengekomen. De meeste terreurcliënten waren teruggekeerde vrijwilligers. Afghaanse, Iraakse, Somalische en Syrische filières, ik heb het allemaal gezien. Ik zat ook in de affaire-Zerkani, de jihadronselaar die als ‘de kerstman’ bekendstond. Daarna kwamen Verviers en de aanslagen van Parijs en Brussel. Een hele lijst, maar de waarheid is dat ik altijd meelopers heb verdedigd, gasten die zich lieten meesleuren in een zaak waarvan ze de draagwijdte niet beseften. Ik doe geen Abdeslams of Abrini’s, mijn cliënten zaten niet in het complot en pleegden geen aanslagen. Ze raakten er pas zijdelings of achteraf bij betrokken.’

De reacties op het forum van La Dernière Heure liegen er anders niet om. 16 jaar overdreven voor de documentenvervalser van Verviers? Ophangen moesten ze hem, of met gebonden handen en voeten in zee droppen. Carette haalt de schouders op. ‘Ik krijg weleens een boze brief, maar nooit argumenten die me aan het wankelen brengen. Jihadisten de nieuwe volksvijand? Niks nieuws onder de zon, dat zeiden ze ook van de ETA, de IRA en de Rode Brigades. Aan die druk mogen advocaten niet toegeven, anders is het over en uit met de rechtsstaat.’

Ethische vragen

Toch werd enkele weken geleden in de Franstalige media aan de alarmbel getrokken: steeds meer advocaten weigeren principieel terreurdossiers aan te nemen. ‘Dat heeft veel met de aanslagen in Brussel te maken’, beaamt Carette. ‘Rechtstreeks of onrechtstreeks, we kennen allemaal wel een van de slachtoffers. Maar is dat een reden om ons werk niet meer te doen? Uiteraard roepen terreurdossiers ethische vragen op. Maar die rijzen ook als je een beklaagde bijstaat die met voorbedachten rade iemand heeft vermoord. Voor mij is de lijn duidelijk: ik verdedig geen verdachten die ideeën propageren die indruisen tegen mijn eigen waarden, zoals het vernietigen van onze democratische rechtsstaat.’

Is dat dan niet precies wat jihaditerreurcellen beogen, met medeplichtigheid van zijn cliënten-meelopers? Carette valt niet uit zijn rol van advocaat. ‘Iemand die voor het geld documenten vervalst of wapens levert, is wel een crimineel maar daarom geen terrorist’, pareert hij.

Niet alleen principiële redenen verklaren de terughoudendheid van sommige advocaten. Terreurdossiers vreten tijd en energie en worden slecht betaald. Christophe Marchand, een van de bekendste terreuradvocaten, de man die de Belgische Staat door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg liet veroordelen in de zaak van de vermeende GICM-aanhanger El Haski, heeft om die reden een stop ingelast. ‘Begrijpelijk’, vindt Carette. ‘Je kunt niet al je tijd in twee of drie terreurdossiers steken en de rest van je cliënteel verwaarlozen, zeker niet als je een kabinet met medewerkers overeind moet houden. Terreurdossiers zijn vaak complexer dan assisenzaken, maar ze worden vergoed als een banale drugszaak: 500 euro per dossier, geld waar je anderhalf jaar op moet wachten. Bij mijn terreurcliënten is het meestal de familie die betaalt. De facto aan verminderd tarief, want het is onmogelijk om alle uren aan te rekenen die je erin steekt. Ik zie het ook als een plicht. Wat is ten slotte de missie van een strafpleiter? Ervoor zorgen dat er geen onschuldigen worden gestraft en dat de rechten van verdachten worden gerespecteerd, los van de feiten waarvoor ze worden vervolgd.’

Syrië-strijders

Dimitri de Béco wordt vaak de rijzende ster van de Brusselse balie genoemd. Een achterhaald cliché, want de 34-jarige, perfect tweetalige strafpleiter heeft zijn plaats aan het firmament al lang veroverd. Onder zijn cliënten bevinden zich publieksvijanden zoals kindermoordenares Geneviève Lhermitte, zuurgooier Roland Remes en Muhammed Aytekin, de doodrijder van de 12-jarige Merel. ‘Ik ben haast vanzelf in de terrorisme-dossiers gerold’, vertelt De Béco in zijn nieuwe kantoor in de Wynantsstraat. ‘Mijn eerste terreurcliënt was Mohamed El Youssoufi, een teruggekeerde Syriëstrijder die ik op het Sharia4Belgium-proces heb verdedigd. Ik kende hem al langer voor feiten van gemeen recht. Zo gaat het vaak in terreurdossiers. Cliënten komen aankloppen omdat ze je kennen van gewone strafzaken, of omdat je ooit een van hun vrienden hebt geholpen. Het is bijvoorbeeld geen toeval dat er onder mijn terreurcliënten een aantal Tsjetsjenen zitten.’

Dimitri de Béco:

Dimitri de Béco: ‘De terreurdossiers beginnen te wegen op mijn reputatie’. (foto: Debby Termonia)

De meesten van die terreurcliënten zijn Syrië-strijders, een fenomeen waarover de Béco uitgesproken meningen heeft. ‘Vaak gaat het om jongeren die in de periode 2013-2014 vertrokken zijn, sommigen nog als minderjarigen. Van de IS of het kalifaat was nog geen sprake, ze vertrokken toen echt met het ideaal om te gaan strijden tegen de vreselijke dictator Assad. Dan moet je die jongens bij hun terugkeer niet als volwassen IS-aanhangers vervolgen, zoals dat helaas in België gebeurt. Ik word geregeld door wanhopige moeders van Syriëstrijders gecontacteerd. Ze willen hun zoon overtuigen naar huis terug te keren, maar dat lukt nooit als hem hier een zware gevangenisstraf boven het hoofd hangt. Ik ben daarover al met het parket-generaal gaan praten. Of ze zich tenminste soepel zouden opstellen voor diegenen die als minderjarigen zijn vertrokken? ‘Geen sprake van,’ luidt het antwoord, ‘we onderhandelen niet met terroristen’.

Dimitri de Béco: ‘‘Terreurdossiers zullen altijd media-aandacht trekken, ideaal om een reputatie als strafpleiter mee te vestigen’

 

Over de zittende magistratuur klinkt hij, in tegenstelling tot Xavier Carette, veeleer positief. Druk van de publieke opinie? Invloed van het tastbare angstklimaat? ‘Valt wel mee’, vindt de Béco. ‘Natuurlijk zijn ook magistraten mensen die de krant lezen en televisie kijken. Toch vind ik niet dat ze hun onafhankelijkheid verloochenen. Neem nu de recente terreurprocessen in Antwerpen en Brussel. De rechters hebben de moed getoond om sommige Syrië-strijders een tweede kans te bieden, zonder toe te geven aan de publieke druk om collectieve voorbeeldstraffen uit te spreken. Ik zeg dat niet om hen de mouw te vegen of uit dankbaarheid voor een gunstig resultaat. In Brussel kreeg mijn cliënt een zware effectieve straf aangesmeerd, terwijl andere beklaagden voor vergelijkbare feiten lichtere straffen met uitstel kregen. Motief van de rechtbank: we zijn niet gerustgesteld dat uw cliënt tot inkeer is gekomen. Sneu voor mij en vooral voor mijn cliënt, maar het illustreert wel dat de rechters hun beslissingen ook in terreurzaken individueel afwegen.’

Haatmails

Na de aanslagen in Brussel werd hij door drie verschillende verdachten gepolst. Hij heeft ze allemaal afgewimpeld. Net als Christophe Marchand neemt Dimitri de Béco geen nieuwe terreurdossiers meer aan. Niet vanwege de werklast, maar om persoonlijke redenen. ‘De aanslagen in Brussel hebben alles in een ander licht geplaatst’, zegt hij. ‘Een van de slachtoffers in Maalbeek was een student rechten van Saint-Louis, de universiteit waar ik zelf les geef. Op die manier komt het wel heel dichtbij. Maar dat is niet de enige reden. De terreurdossiers beginnen te wegen op mijn reputatie. Ik heb me de voorbije jaren meer en meer toegelegd op financieel strafrecht. Dat is een ander cliënteel met andere gevoeligheden. Het wordt daar moeilijk aanvaard dat een advocaat ook als raadsman van vermeende terroristen in de schijnwerpers staat. Overigens, mijn voorbehoud geldt alleen de verdachten van de aanslagen in Brussel en Parijs. Ik heb intussen wel toegezegd om enkele slachtoffers te verdedigen.’

Het is bekend dat toppleiters wel eens pro Deo optreden in geruchtmakende assisenzaken. Fikse uurtarieven laten ze voor die ene keer graag achterwege, de media-aandacht compenseert ruimschoots de gederfde inkomsten. Sommigen zien daar het essentiële verschil met terreurdossiers: met het verdedigen van jihadisten valt geen eer te rapen, enkel publieke afkeuring en haatmails. Dimitri de Béco relativeert de dictatuur van de publieke opinie. ‘De scherpste reacties heb ik niet gekregen door mijn optreden in terreurzaken. De zaak-Aytekin, de jongeman die Merel heeft doodgereden en daarna vluchtmisdrijf pleegde, ligt veel gevoeliger. Maar de ergste verwijten heb ik geïncasseerd toen ik een minderjarige had vrij gekregen die werd verdacht in een zaak van zware agressie in de Brusselse metro. Een Bulgaarse student werd door een bende in elkaar geslagen en van zes meter hoog op de metrosporen gegooid. Ik stond recht in mijn schoenen, het bewijsmateriaal tegen mijn cliënt rammelde langs alle kanten. Ach ja, dat is het lot van strafpleiters. Mensen zien ons letterlijk als advocaat van de duivel, ze denken dat we daar alleen voor de eigen glorie en de poen staan. We kunnen alleen maar blijven uitleggen wat onze rol precies is. En de bal terugkaatsen: willen ze dan liever een justitie zonder processen en zonder procedures? Dan moeten ze maar naar het kalifaat van de IS verhuizen, daar wordt justitie op die manier bedreven.’

Veel te repressief

Voor een tekort aan terreuradvocaten hoeven we volgens de Béco niet te vrezen. ‘Voor jonge advocaten liggen er zelfs geweldige kansen voor het grijpen’, zegt hij. ‘Terreurdossiers zullen altijd media-aandacht trekken, ideaal om een reputatie als strafpleiter mee te vestigen’.

Daarvoor hoeft zijn confrater Sébastien Courtoy het niet meer te doen. Als iemand het statuut van terreuradvocaat kan claimen, dan is het deze 41-jarige strafpleiter. Zijn klandizie bestaat voor bijna honderd procent uit vermeende moslimterroristen, Syriëstrijders en andere vertegenwoordigers van de radicale islam. Anders dan Xavier Carette verdedigt hij ook de hoofdrolspelers. Zoals Marouane El Bali, de ‘toevallige’ bezoeker in Verviers die de politieraid heeft overleefd. En Mohamed Bakkali, huurder van een schuiloord in de buurt van Namen waar de aanslagen in Parijs werden beraamd. Zijn meest illustere cliënt is ontegensprekelijk Mehdi Nemmouche, de Franse ex-Syriëstrijder die verdacht wordt van de aanslag op het Joods Museum in Brussel waarbij in mei 2014 vier doden vielen. Courtoy, scherp gebekt, nooit verlegen om een provocatie, wordt in de Franstalige media met Jacques Vergès vergeleken, de legendarische Franse toppleiter die notoire slechteriken zoals SS-beul Klaus Barbie en superterrorist Carlos verdedigde.

 

Sebastien Courtoy: ‘‘Ik heb één criterium om cliënten al dan niet aan te nemen: kan ik hem geloven of niet?’

‘Voor mij is het in 2005 begonnen met een zaak van antisemitisme’, vertelt hij. ‘Mijn cliënt was de zoon van sjeik Bassam Ayashin, de stichter van het salafistische Centre Islamique Belge. Ik heb dat voor mijn cliënt glansrijk gewonnen, en daarmee was mijn naam in kringen van radicale moslims gemaakt. Afghanistan, Irak, Somalië, Syrië, al wie verdacht werd van betrokkenheid bij netwerken wist mij te vinden. Voor Syriëstrijders haal ik een succesrate van vijftig procent. Al acht van mijn beklaagden werden onschuldig verklaard. Daar vallen twee conclusies uit te trekken. Onze magistraten blijven objectief, dat is een geruststelling in deze tijden van terreurhysterie. Anderzijds betekent het ook dat het parket veel te repressief optreedt. Het spel wordt vuil gespeeld. Het dossier-Bakkali is intussen al 140.000 pagina’s dik. Dat is een bewuste strategie van het parket. Het probeert de verdediging letterlijk in het papier te verzuipen.’

Nemmouche

Courtoy heeft weinig begrip voor collega’s die sinds de aanslagen in Brussel bedanken voor terreurdossiers. ‘Is er dan een dubbele standaard als het over terreur gaat’, vraagt hij retorisch. ‘Keren onze jongens terug uit Syrië of Irak waar ze gruweldaden hebben gepleegd, dan zijn ze verdedigbaar. Maar o wee als ze diezelfde gruweldaden op eigen bodem plegen met Belgische slachtoffers, dan ineens vallen ze niet meer te verdedigen.’ Courtoy weigert zelf ook wel eens terreurdossiers. ‘Ik heb één criterium om cliënten al dan niet aan te nemen’, zegt hij. ‘Kan ik hem geloven of niet? Als bij een eerste gesprek blijkt dat ze de waarheid niet vertellen, haak ik af. Kies maar een andere advocaat, zeg ik dan, er zijn er in Brussel een stuk of vijfhonderd.’

Geldt dat ook voor Nemmouche, een verdachte die geen enkele medewerking verleent aan het onderzoek naar de aanslag op het Joods Museum? ‘Absoluut’, zegt hij. ‘Ik ben ervan overtuigd dat hij me de waarheid heeft verteld. En wees gerust, hij zal die waarheid ten gepaste tijde bekend maken, op zijn proces.’

Het zal wel in de strategie passen, maar Courtoy aarzelt niet om alvast een tip van de sluier te lichten. ‘Voor het parket was het lange tijd een uitgemaakte zaak: de aanslag was het werk van een zogenaamde eenzame wolf. Intussen zijn er echter nieuwe elementen die in een totaal andere richting wijzen. We weten nu dat Nemmouche contacten onderhield met verschillende kopstukken van de aanslagen in Parijs en Brussel, onder anderen Abaaoud, Achraoui en Bakkali. Wie is overigens de onbekende man naast Nemmouche op de videobeelden die na aanslag in de buurt van het Zuidstation werden germaakt? Twee jaar na de feiten is die nog altijd niet geïdentificeerd, maar de beelden zijn wel duidelijk: we zien dat hij Nemmouche een draagtas overhandigt die sterk lijkt op de tas waarin na zijn arrestatie in Frankrijk de wapens van de aanslag werden aangetroffen. Kijk, mijn cliënt geeft toe dat hij betrokken was bij het complot. Maar hij ontkent formeel dat hij de schutter was. Dat begint de onderzoeksrechter ook in te zien. Er is trouwens geen enkel materieel bewijs zoals DNA-sporen dat mijn cliënt aan de plaats van de aanslag linkt.’

Grootspraak van een strafpleiter die het stempel beroepsprovocateur als een geuzennaam draagt? ‘Helemaal niet’, zegt Courtoy. ‘Waarom denk je dat het proces Nemmouche met minstens een jaar werd uitgesteld, tot eind 2017? Het onderzoek moet helemaal worden overgedaan. Geloof me, ik kijk dat proces met veel vertrouwen tegemoet.’

 

 

 

 

Het niet zo goed verborgen leven van Jaione

(dossier Knack, 23 oktober 2013. Met interviews advocaat Paul Bekaert en Louis Moreno, ervaringsdeskundige in het nipt ontsnappen aan Spaanse uitleveringsverzoeken)

De gewezen ETA-militante die Gent Baskisch leerde koken

Elf jaar leidde de Baskische Jaione in Gent een discreet maar allerminst geheim bestaan. Niet alleen kunstenaars en politici, zelfs magistraten konden haar kookkunst appreciëren. Intussen zit Jaione al twee weken in de Nieuwe Wandeling, op vraag van de Spaanse justitie die haar niet als kokkin maar als ETA-terroriste kent.  Uitleveren of niet uitleveren? Advocaat Paul Bekaert, specialist in terrorismeprocessen, maakt zich klaar voor een strijd met inzet. “Als ze aan Spanje wordt uitgeleverd, zal ze sterven achter de tralies”.   

Maria Matividad ‘Jaione’ Jauregui Espina (bron: Facebook)

 

Het was dinsdag 8 oktober half zeven ’s avonds toen de 55-jarige Maria Natividad Jauregui Espina door haar verleden werd ingehaald. Er werd aangebeld op haar appartement in de Bernard Spaelaan in Gent. Agenten van de federale politie, ze wist wellicht onmiddellijk hoe laat het was. Maria Natividad werd gearresteerd en voor de onderzoeksrechter geleid. Sindsdien zit ze in de Nieuwe Wandeling opgesloten, misschien een voorproefje op de rest van haar leven. De Spaanse justitie wil haar zo snel mogelijke uitgeleverd zien, op grond van twee Europese aanhoudingsbevelen uit 2004 en 2005. De feiten waarvan ze wordt beticht, dateren van veel eerder. De arrestante zou in de periode 1980-1981 betrokken zijn geweest bij verschillende aanslagen van het beruchte Vizcaya comando van de ETA. Voor Baskisch terrorisme, dat de voorbije zestig jaar ruim 800 slachtoffers vergde,  kent de Spaanse justitie geen genade. Vorige week nog werden drie militanten tot 485 jaar veroordeeld voor een in 2008 gepleegde bomaanslag op een kazerne waarbij een militair het leven verloor. De door Frankrijk uitgeleverde Bélen Gonzalez Penalva kreeg in 2007 een straf van 467 jaar, voor haar rol in een dodelijke bomaanslag in 1985. De Spaanse strafwet werkt cumulatief, het aantal slachtoffers geldt als multiplicator. In de praktijk komen dergelijke sancties neer op 40 jaar effectief. Levenslange opsluiting dus, dat is wat Maria Natividad te wachten staat als haar Belgische advocaten er niet in slagen haar uitlevering tegen te houden.

Hoe lang kan een mens onder het zwaard van Damocles leven? Erg lang, zo heeft Maria Natividad bewezen.  De in San Sebastian geboren vrouw leeft al sinds 1978 ondergedoken. In 1984 werd de grond in Baskenland haar te heet onder de voeten. Ze vluchtte naar Frankrijk, verbleef korte tijd in Gent waar ze door ETA-sympathisanten werd opgevangen, om vervolgens naar Mexico te migreren waar ze met haar partner en medestander José Antonio aan een nieuw leven begon. Het koppel runde in Ensenada, Baja California, een succesvol restaurant toen in 2002 het verleden een eerste keer opspeelde. José Antonio werd gearresteerd en aan Spanje uitgeleverd, hij zit er in de cel na een veroordeling voor medeplichtigheid aan verschillende aanslagen waarbij zes doden vielen. Waarom bleef Maria Natividad, nochtans aanwezig bij de arrestatie van haar vriend, in 2002 ongemoeid? Zelfs haar advocaten kennen het antwoord niet. Feit is dat ze korte tijd later naar Gent verhuisde om er een nieuw hoofdstuk van haar ballingschap te schrijven.

Gents kookboek

Maria Natividad Jauregui Espina stond nooit in het Gentse bevolkingsregister vermeld, maar dat betekent geenszins dat ze hier de voorbije elf jaar in het verborgene heeft geleefd.  “Ik was verbijsterd toen ik het nieuws hoorde”, zegt Martine Vermeire, bibliothecaris in Eeklo van beroep en foodie van passie. “Ik heb haar kort voor de zomer nog gezien, op een kookdemonstratie in Eeklo. Zo heb ik haar leren kennen,  als een geweldige kokkin.  Ze werkte in restaurants en ging koken op feestjes, zo kwam ze aan de kost. We spraken Frans, ze kwam erg vlot over. Ik wist van haar restaurant in Mexico, maar van dat ETA-verleden heeft ze nooit iets verteld”.  Vier jaar geleden publiceerde Martine Vermeire met co-auteur Kristel Deweerdt bij uitgeverij Lannoo ‘Een vree(md) Gents kookboek’, met medewerking van 12  koks uit evenveel verschillende keukens en culturen. Ook Maria Natividad staat er met een paginagrote foto in, weliswaar onder een andere naam. Hoewel, andere naam?  Jaione is Baskisch voor Natividad, ze beschouwt het als haar echte naam die ze niet officieel draagt omdat het Baskisch bij haar geboorte nog een verboden taal was. Speciaal voor het boek bereidde ze thuis een feestmaal voor vrienden. Ook Walter De Buck mocht die dag aanzitten. “We waren goed bevriend”, zegt de 79-jarige kunstenaar en folkzanger. “Het klikte vooral met mijn vrouw die vloeiend Spaans spreekt. Ja, ze heeft wel eens verteld over haar problemen in Spanje. Zonder details, over de ETA of de arrestatie van haar man in Mexico wist ik niks. Ze maakte geen opgejaagde indruk, ze was juist erg sociaal. De Gentse Feesten , de Vooruit, als er iets gebeurde, zat Jaione op de eerste rij”.

Ook Glenn De Wilde, zaalverantwoordelijke in de bekende brasserie Belga Queen op de Graslei, viel uit de lucht. “Jaione heeft hier anderhalf jaar gewerkt”, zegt hij. “Een pittige vrouw die haar mannetje stond in een keuken waar de stress soms hoog kan oplopen. Begin dit jaar is ze opgestapt, na een conflict met de chef. Dat gebeurt voortdurend in de horeca, zelf onthoud ik haar als een fijne collega die goed in de groep lag. Ze stond altijd klaar als we na het werk iets gingen drinken. En overal kwam ze dan bekenden tegen, het was duidelijk dat ze hier een uitgebreide vriendenkring had opgebouwd. Ze werd veel gevraagd voor feestjes, tapas waren haar grote specialiteit. Je voelde wel dat ze een verleden had, en soms vertelde ze daar ook over. Hoe hard ze in Mexico in haar restaurant had gewerkt. En dat de liefde haar naar hier had gebracht, ze had ginder een Belgische theaterregisseur leren kennen. Van die man hebben we nooit een spoor gezien, maar ja, hoe gaat dat in het leven? Over haar problemen met de Spaanse justitie heeft ze tegenover mij nooit gerept. Maar ze liet wel merken dat ze trots was op haar identiteit. Toen Spanje vorig jaar de finale van het EK voetbal speelde, vroeg iemand haar of ze ging supporteren. ‘Je ne suis pas espagnole’, antwoordde ze kortaf, ‘je suis basque’. Ik heb de voorbije dagen al vaak aan die anekdote moeten denken”.

dode rat

In de Spaanse pers kreeg de arrestatie veel weerklank. De krant La Vanguardia stuurde zelfs een reporter naar de Bernard Spaelaan. Ironie en leedvermaak dropen van het stuk waarin een hoogbejaarde buurvrouw haar verwondering mocht etaleren. De immer opgeruimde Spaanse vrouw een terroriste? Dat moest een vergissing zijn. Ze was de vriendelijkheid in persoon, hielp zelfs met het buitenzetten van de vuilniszak. Een keer echter werden de rollen omgedraaid, en moest zij hoogbejaard en wel haar Spaanse buurvrouw ter hulp schieten om een dode rat uit de keuken te evacueren. Onverschrokken voor de Guardia Civil maar bang voor een dode rat, stelde de reporter schamper vast. Ook hij kon echter geen antwoord geven op de vragen die iedereen zich stelt.  Waarom nu? Hoe kon Maria Natividad, bij de Spaanse justitie ook bekend onder haar ETA-naam Pepona, meer dan dertig jaar lang buiten schot blijven? Ze ging immers niet alleen publiek in een populair kookboek, ze ontving post op eigen naam en hield een Facebook aan met 150 vrienden en tientallen foto’s van zichzelf. Onbegrijpelijk, zeker in het licht van de legendarische verbetenheid waarmee de Spaanse justitie ETA-leden tot de verste uithoeken van de wereld vervolgt. Tot op heden, ook al heeft het fel verzwakte ETA twee jaar geleden een eenzijdig wapenbestand afgekondigd en finale vredesonderhandelingen aangeboden. Een onvoorzichtigheid zou de aandacht van de Spaanse inlichtingendienst CNI hebben getrokken, wordt in de Spaanse pers geopperd, misschien wel een onderschepte telefoon naar het thuisfront. Of heeft haar man in de gevangenis belastende verklaringen afgelegd? De vragen zullen misschien beantwoord worden op het proces dat haar in Spanje wacht.

De eerste juridische slag heeft ze alleszins verloren. De Gentse raadkamer bevestigde vorige woensdag de uitlevering aan Spanje. Als de KI deze beslissing in beroep bevestigt, rest alleen nog een cassatieberoep en in laatste instantie een procedure voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarvan het opschortend effect allerminst verzekerd is. Aanslepen zal de zaak niet doen. Er worden alleen spoedprocedures gevoerd, want België heeft maar veertig dagen de tijd om het Europees Aanhoudingsbevel uit te voeren. Hoe zou Maria Natividad cel de dagen aftellen? Van haar cel in de Nieuwe Wandeling naar de Bernard Spaelaan is het geen driehonderd meter.  Vijf minuten stappen, in een vorig leven.

 

Advocaat Paul Bekaert:  “mijn cliënte heeft al heel lang met ETA gebroken”

Paul Bekaert (foto: Jef Boes)

Paul Bekaert (foto: Jef Boes)

Paul Bekaert (65) moet samen met zijn confrater Piet De Pauw de uitlevering aan Spanje van vermeend ETA-lid Maria Natividad Jauregui Espina verhinderen. Het zijn geen onverwachte namen. Piet De Pauw, medestichter van TAK , is als Vlaams republikein met de Baskische zaak getrouwd. Hetzelfde kan gezegd van Paul Bekaert, al is hij er op een andere manier ingerold. Als lid van de Liga voor de Mensenrechten volgt hij verschillende conflicten op de voet. De Baskische kwestie, de Ierse kwestie, de Palestijnse kwestie, de Tsjetsjeense kwestie, hij kent ze van haver tot gort. Soms opereert hij als internationaal waarnemer in gevangenissen en rechtbanken ter plaatse, vaak speelt hij zijn rol voor rechtscolleges in eigen land. Niet zelden zijn dat de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling. Bekaert heeft van het aanvechten van uitleveringsbevelen een specialiteit gemaakt. Zo had de advocaat uit Tielt een groot aandeel in het niet-uitleveren van het Baskische koppel Moreno-Garcia (zie kader) en het door Turkije vervolgde DHKP-C-lid Fehriye Erdal.

–  hoe stelt uw cliënte het in de gevangenis?

Bekaert: “Met ups and downs, tussen hoop en wanhoop. Mijn cliënte is niet naïef, ze weet perfect wat haar boven het hoofd hangt. Als ze wordt uitgeleverd, is de kans erg groot dat ze de rest van haar leven achter de tralies zal doorbrengen. De Spaanse rechtspraak laat op dat vlak geen ruimte voor illusies. ETA-leden worden door de Audiencia Nacional vervolgd, in de praktijk een uitzonderingsrecht die systematisch waanzinnig lange gevangenisstraffen oplegt. Gunstmaatregelen zoals voorwaardelijke invrijheidstelling bestaan niet, de meeste van de zowat 700 veroordeelden zitten dertig jaar en langer in de cel, in gevangenissen op duizend kilometer van hun familie zodat ze compleet geïsoleerd raken. Het is een onmenselijk regime”.

–  Niet naïef? Waarom heeft ze zich niet beter verstopt?

Bekaert: “Kennelijk was ze totaal verrast. Ze had hier een nagenoeg normaal leven opgebouwd.  Haar reputatie als kok was bekend in artistieke en intellectuele milieus, ze heeft ook gekookt op de trouwfeest van een Gentse schepen. Stel je voor, ze zou zelfs als traiteur op een feestje van de Gentse magistratuur hebben gewerkt. Waarom die gemoedsrust? Kijk, de beschuldigingen slaan op feiten van 33 jaar geleden. Mijn cliënte heeft al heel lang met ETA gebroken. Het is niet de eerste keer dat ik in een  ETA-dossier pleit. Als het om actieve leden gaat, komen de steuncomités bij mij op de stoep kamperen. Nu hoor of zie ik niemand”.

–  Ze is meer dan 30 jaar voortvluchtig. Waarom slaat de Spaanse justitie nu pas toe?

Bekaert: “Mijn ervaring leert dat de Spaanse justitie en inlichtingendiensten perfect weten waar voortvluchtige ETA-leden zich verschuilen. Zeker in het geval van mijn cliënte, ze hadden haar trouwens in 2002 in Mexico kunnen laten oppakken. Waarom dan deze timing? Ik denk dat we naar de politieke context moeten kijken. ETA is uitgeteld, haar politieke arm Batasuna heeft zichzelf dit jaar opgeheven. Tegelijkertijd hebben nationalistische partijen de regionale verkiezingen gewonnen.  Niet alleen in Baskenland, ook Catalonië heeft via de stembus weer een nieuwe stap richting onafhankelijkheid gezet. Dat alles maakt Madrid erg zenuwachtig, vandaar ook de verbetenheid in de campagne tegen ETA.  Daarbij komt dat de Spaanse justitie en politiek onder zware druk staan, onder meer van de machtige lobby van ETA-slachtoffers. Op geregelde tijdstippen moet er worden gescoord. Daarom willen ze mijn cliënte laten uitleveren, om te tonen dat het hen menens is met de strijd tegen ETA”.

–  Niet onbegrijpelijk. Bij de aanslagen van uw cliënte zouden zes doden zijn gevallen..

Bekaert: “Waar komt dat cijfer toch vandaan? Laat me die kwakkel even rechtzetten: mijn cliënte wordt voor twee feiten vervolgd. Ze zou geschoten hebben bij een moordaanslag op een luitenant-kolonel in januari 1981. Daarnaast is er de aanslag op een patrouille van de Guardia Civil van juli 1981 waarbij geen doden maar wel gewonden vielen. Volgens de aanklacht zou mijn cliënte daarbij op de uitkijk hebben gestaan”.

–  Hoe staan haar kansen ervoor?

Bekaert: “Het wordt moeilijk. We hebben voor de raadkamer het overschrijden van de redelijke termijn gepleit, en dat het arresteren voor feiten van 33 jaar geleden neer komt op een schending van haar grondrechten. Het valt bovendien te betwijfelen of mijn cliënte in Spanje een eerlijk proces krijgt, en na een eventuele veroordeling wacht haar een onmenselijke gevangenisregime. We hebben goede argumenten, maar helaas worden die door Belgische rechters niet gehoord. Dat ligt aan de procedure, het in 2004 ingevoerde Europees aanhoudingsmandaat heeft een uitlevering tot een bureaucratische formaliteit tussen federale parketten herleid. Vroeger lag de eindbeslissing in handen van de minister, na een tegensprekelijke procedure waarin de Belgische rechters ook de grond van de zaak beoordeelden. Onder het Europees aanhoudingsmandaat mogen ze zich alleen nog over formele aspecten uitspreken. Het is een bedenkelijke evolutie waarin ook het concept van het politiek misdrijf helemaal teloor is gegaan”.

–  Hoezo?

Bekaert: “Het niet-uitleveren voor politieke misdrijven is een hoeksteen van het internationaal strafrecht. Sinds 2004 echter mag de politieke exceptie in de Europese Unie niet meer spelen, omdat Europa in theorie één rechtsgebied is met uitsluitend democratische staten die de mensenrechten scrupuleus respecteren.  Een fictie weet ik uit mijn ervaring met de Baskische en de Ierse kwestie. Tot overmaat van ramp zijn er in de nasleep van 9/11 in heel Europa draconische antiterrorismewetten tot stand gekomen die een veel te ruime invulling geven aan het begrip terrorisme. Zelfs voor een opiniedelict kun je worden vervolgd, desnoods met een Europees Aanhoudingsbevel. Ook hier zet Spanje de toon. Batasuna-leider Arnaldo Otegi zit al vier jaar vast omdat hij in een speech het ETA-terrorisme zou hebben vergoelijkt”.

–  Put u hoop uit de zaak Moreno-Garcia?

Bekaert: “Moreno-Garcia was in 2004 een testcase voor het Europees aanhoudingsmandaat, een zaak die toen al een lange voorgeschiedenis had, wat meteen verklaart waarom de Spaanse justitie en het Federaal Parket op hun bek zijn gegaan. Nadien heb ik nog een half dozijn uitleveringsmandaten tegen Basken in ons land  zien passeren. Die zijn allemaal uitgevoerd. De statistieken zien er dus niet goed uit, en dat mijn beseft mijn cliënte ook”.

ETAren_anagrama_Altsasun

Luis Moreno en Raquel Garcia: “Wij durven geen voet buiten België te zetten”

Het is niet de eerste keer dat voor een Belgische rechtbank wordt gebikkeld over de uitlevering van vermeende ETA-militanten. Het bekendste precedent is dat van Luis Moreno en Raquel Garcia, een Baskisch echtpaar dat in 1992 naar België vluchtte. Een jaar later vroeg Spanje om hun uitlevering, het koppel zou onderdak en logistieke steun aan ETA-terroristen hebben verleend. Wat volgde was een uitputtende procedureslag. Toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck zette het licht op groen voor de uitlevering van het echtpaar dat zes maanden in de cel verbleef. Tot grote woede van Spanje werden Moreno en Garcia echter tot de asielprocedure toegelaten, waardoor de uitlevering op de lange baan werd geschoven. Na de schorsing door de Raad van State in 1996 trok de Belgische regering haar beslissing tot uitlevering in. Daarmee was de lijdensweg van Moreno en Garcia nog niet afgelopen. Het koppel had reeds de Belgische nationaliteit verworven toen Spanje in 2004 een nieuwe poging ondernam, dit keer met het pas in werking getreden Europees Aanhoudingsbevel. Vrijheidsberoving bleef hen bespaard, maar het werd opnieuw een thriller. Drie keer werd het Spaanse verzoek in beroep afgewezen, maar telkens trok het Federale Parket naar het Hof van Cassatie. Pas na een vierde uitspraak door het Antwerpse Hof van Beroep, gaf het Parket zich gewonnen. 

Kent u Maria Natividad Jauregui Espina ?

Luis Moreno: “Nee, maar haar arrestatie heeft oude wonden open gereten. We zijn zelf op het nippertje ontsnapt. De belastende verklaringen in ons dossier komen van een arrestant die door de Guardia Civil werd gefolterd, dat is ondertussen bewezen. Het had bij een uitlevering geen verschil gemaakt, we waren voor lange tijd in de gevangenis gevlogen. Zo hebben ze ook mijn broer Txabi te grazen genomen, hij zit al 16 jaar in de cel. De Spaanse politie mag arrestanten vijf dagen op secreet zetten. Dat is gevaarlijk, want in die periode wordt er gefolterd. Daarom zijn Raquel en ik meteen ondergedoken toen we hoorden van de politierazzia. De Guardia Civil heeft manieren om arrestanten alles te laten bekennen wat ze graag horen”.

Bent u intussen buiten schot?

Moreno: “Helemaal gerust zullen we nooit zijn. Na de beslissing van de Raad van State In 1996 waanden we ons veilig, maar acht jaar begon het hele circus opnieuw. We durven geen voet buiten België te zetten. Stel dat we naar Frankrijk reizen en daar om een of andere reden gecontroleerd worden. Best mogelijk dat het Franse parket dan een Europees Aanhoudingsmandaat ontvangt om ons uit te leveren. We zouden wel eens een reis naar de zon willen maken. Naar Cuba bijvoorbeeld, in de veronderstelling dat ze daar niet happig zijn om politieke vluchtelingen aan Spanje uit te leveren. Maar we durven niet. Bij technisch problemen maken vliegtuigen wel eens een noodlanding op de Canarische eilanden. Vergezocht, maar we willen het risico niet lopen”.

Enige hoop ooit naar Baskenland terug te keren?

Moreno: “Twee jaar geleden was ik nog optimistisch. Het eenzijdige wapenbestand van de ETA was een doorbraak. Maar de Spaanse regering weigert de uitgestoken hand. Geen onderhandelingen, geen sprake van amnestie, de rechtse Partido Popular van premier Rajoy zoekt integendeel de confrontatie. Vorige week zijn er alweer twee processen tegen ETA-sympathisanten begonnen. Veertig leden van Segi, zeg maar de jongerenafdeling van Batasuna, riskeren straffen van acht tot twaalf jaar. Op een ander proces staan 36 leden van het in Spanje verboden Batasuna terecht, onder wie een voormalig Europees parlementslid. Dat zijn geen mensen met bloed aan hun handen, ze worden vervolgd voor hun politieke overtuiging. Intussen hebben ze ook Herrira, een organisatie die opkomt voor de rechten van Baskische gevangenen, verboden.  Als het over ETA-gevangenen gaat, wil Madrid geen enkele concessie doen. Zelfs de vraag om ze dichter bij hun familie op te sluiten, is er te veel aan. Mijn broer is pas vader geworden, hij zat in dezelfde gevangenis  in Madrid als zijn partner. Kort na de geboorte hebben ze hem naar Asturias verhuisd. Zo onmenselijk gaat het eraan toe”.