Tagarchief: Tervuren

De Belgisch-Congolese activiste Mireille-Tsheusi Robert over het AfricaMuseum

verschenen in Knack Magazine 5 december 2018

“Tervuren is een graftombe”

Mireille-Tsheusi Robert op de Square Patrice Lumumba: (foto: Dieter Telemans)

Koning Filip aarzelt nog, maar Mireille Tsheusi-Robert heeft de knoop al doorgehakt. De Belgisch-Congolese activiste gaat zaterdag niet naar de inhuldiging van het vernieuwde AfricaMuseum. ‘Je kunt geen museum dekoloniseren zolang het uitpuilt van de koloniale roofkunst’.

Je zou de plaats van afspraak als een cliché kunnen bestempelen. De gesprekspartner is Belgisch-Congolees, het onderwerp is het Belgisch-Congolese verleden met zijn postkoloniale uitlopers. Dan ligt een koffiebar aan de Naamsepoort in Elsene wel voor de hand. Toch is het niet de als vanouds bruisende Matongéwijk die Mireille-Tsheusi Robert naar deze plaats heeft gelokt. Het metrostation Naamsepoort geeft sinds een half jaar uit op het Lumumbaplein, een nieuwkomer in de hoofdstedelijke wegenatlas waar ze jarenlang voor gevochten heeft. Niet zonder trots zal ze voor de fotograaf poseren bij het infopaneel over de allereerste premier van de onafhankelijke republiek Congo, brutaal vermoord na machinaties waarin Belgen een groot aandeel hadden. Als het van haar afhangt, komt er straks nog een monument voor Patrice Ermery Lumumba bij.

Mireille-Tsheusi Robert, voorzitster van de Afro-Belgische, feministische vereniging  BAMKO, is in Franstalig België een belangrijke stem in wat men het nieuwe  dekolonisatiedebat is gaan noemen. Het zijn twintigers en dertigers met roots in Centraal Afrika die daarbij de toon zetten. Ze stellen vragen bij de alomtegenwoordigheid van koloniale monumenten in de publieke ruimte, ijveren voor het vernoemen van pleinen en straten naar Afrikaanse onafhankelijkheidsstrijders, en keren zich tegen racisme en koloniale stereotypen die volgens hen zowel de media als de handboeken geschiedenis domineren. Met zo’n drijfveer zou je enthousiasme verwachten voor het vernieuwde Koninklijk Museum Midden-Afrika (KMMA) in Tervuren dat zaterdag onder internationale mediabelangstelling wordt heropend. De voorbije vier jaar werd immers niet alleen het imposante, door Leopold II gebouwde paleis gerenoveerd en uitgebreid. Er wordt vooral uitgekeken naar de vernieuwde tentoonstelling. De collectie blijft wat ze is, een van de rijkste verzamelingen Afrikaanse etnografica ter wereld, de rijkste zonder meer waar het Congo betreft. Het gaat om het narratief waarin deze kunstschatten worden geplaatst. Decennialang stond Tervuren bekend voor zijn paternalistische voorstelling van het Belgisch kolonialisme, met veel nadruk op het blanke beschavingswerk ten bate van een primitieve, inheemse bevolking die nauwelijks een actieve rol in haar eigen geschiedenis speelde. Het nieuwe museum, waaraan onder anderen Afrikaanse experts meewerkten, belooft een radicale breuk. Congolezen krijgen een volwaardige stem. Racisme, repressie en exploitatie worden geduid als de peilers van de koloniale constructie, met de gruwelen in de Congo Vrijstaat van Leopold II als een van de treffendste illustraties.

Een opsteker voor eenieder die de dekolonisatiestrijd genegen is? Daar heeft het alle schijn van. En toch zal Mireille-Tshieusi Robert de persoonlijke uitnodiging voor het openingsfeest zaterdag onbenut laten. ‘Ik ga niet dansen op een graf’, zegt ze bij het nuttigen van een latte.

Wat bedoelt u?

Mireille-Tsheusi Robert: In Tervuren liggen twee mummies, naast fetisjen waarin menselijke resten zitten verwerkt. Heel wat van die etnografische kunstvoorwerpen werden eigenlijk gemaakt als een representatie van onze voorouders. Op zo’n plek wil je niet feesten, er valt trouwens niks te vieren.

Het nieuwe KMMA wil breken met de koloniale nostalgie en propaganda uit het verleden. Dat gaat behoorlijk ver, zoals blijkt uit de aarzeling van koning Filip om de inauguratie bij te wonen, uit schrik voor de ontluistering van zijn voorzaat Leopold II. Daar moet u toch blij om zijn?

Robert: Hoe de collectie wordt getoond, dat is voor mij irrelevant. Modern of oubollig, dat oordeel laat ik graag aan museumspecialisten over. Ik ben geen kunsthistorica, mijn expertise situeert zich op het vlak van dekolonisering. Dat is precies mijn punt: je kunt geen museum dekoloniseren zolang het uitpuilt van de koloniale roofkunst. Best mogelijk dat ze die voorwerpen in een nieuwe context hebben geplaatst, maar dat noem ik geen vooruitgang. Stel ik val bij jou binnen, vermoord je grootmoeder en neem haar schedel en juwelen mee naar een ver land. Als jij dan later komt aankloppen om je erfernis  op te eisen,  lach ik je in gezicht uit. Die schedel en die juwelen? Je mag ze gaan bekijken in mijn museum, maar je moet wel eerst 10 euro entree betalen. Een kind kan toch zien hoe onrechtvaardig dat is? Welnu, die situatie blijft even onrechtvaardig als ik de schedel en de juwelen op dezelfde plek in een andere context toon. Zo’n ingreep verandert helemaal niets aan het feit dat jij je rechtmatige erfenis niet terugkrijgt, en het verzacht evenmin de pijn van de gruwel die aan dat gemis is voorafgegaan.

BAMKO lag mee aan de basis van een open brief over koloniale roofkunst, met een oproep tot restitutie die aan weerskanten van de taalgrens veel weerklank vond in kringen van academici, kunstenaars en zelfs bepaalde museumdirecties. Wat willen jullie precies?

Robert: Om te beginnen een moratorium op het tentoonstellen van koloniale roofkunst. Het nieuwe museum in Tervuren mag voor ons part open gaan, maar dan zonder illegaal verkregen voorwerpen. We willen voorts dat er zo snel mogelijk een onafhankelijke commissie komt om de kwestie in kaart te brengen. Tenslotte moet er een internationale conferentie worden georganiseerd om richtlijnen voor Europese musea te bepalen, in overeenstemming met de spelregels die daarover al door de UNESCO werden opgesteld. We inspireren ons onder meer op het precedent van joodse kunstcollecties die die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden geroofd. Als daar restitutie mogelijk is, dan zie ik geen enkele reden waarom dat voor koloniale roofkunst niet zou kunnen. We werken trouwens nauw samen met mensen binnen de joodse gemeenschap.

Het thema is actueel, en niet alleen vanwege de heropening van het KMMA. De Franse president Macron heeft vorig jaar in Ouagadougou verklaard dat het niet langer aanvaardbaar is dat 90 procent van de Afrikaanse kunstschatten zich in buitenlandse, voornamelijk Europese musea en privécollecties bevindt. Op zijn vraag hebben een Franse en Senegalese expert een lijvig rapport met aanbevelingen geschreven dat vorige week werd voorgesteld. Liefst 70 procent van de collecties in Franse musea zou voor restitutie in aanmerking komen. Moet België dat voorbeeld volgen?

Robert: Absoluut, Macrons initiatief is er trouwens gekomen onder druk van de Afrikaanse diaspora. Het verschil met België is frappant. We hebben staatssecretaris voor wetenschapsbeleid Zuhal Demir (N-VA) al via onze advocaat aangepord. Dat ze de kwestie ernstig moet nemen, want dat ons land anders het risico loopt voor heling te worden veroordeeld. Ze heeft in september beloofd een federale werkgroep op te richten. Alleen weet niemand wie in die werkgroep zit of met welke missie ze van start gaat. Eigenlijk weten we niet eens of die commissie al echt bestaat. Wat een verschil met de transparante aanpak van de Fransen.

In de jaren zeventig heeft Tervuren een aanzienlijke collectie geschonken aan de Musées Nationaux du Zaïre, een prestigeproject van de toenmalige dictator Mobutu. Heel wat van die schatten zijn binnen de kortste keren verdwenen, verkwanseld door corrupte politici en ambtenaren aan buitenlandse kunsthandelaars en collectionneurs. Mobutu is al lang dood, maar de chaos en corruptie zijn in Congo niet verdwenen. Is restitutie in die omstandigheden wel een goed idee?

Robert: (geërgerd) Mobutu inzetten als joker, dat ben ik stilaan beu. Wie was Mobutu trouwens? Een creatuur van de Belgen die ervoor moest zorgen dat Congo vooral niet kon uitgroeien tot een echt onafhankelijke staat. Kijk, bij corruptie zijn altijd twee partijen betrokken, de omkopers en de omgekochten. En wie waren in dit geval de corrumpeurs? Ik heb het een Belgische kunsthandelaar in Kinshasa ooit horen vertellen: telkens wanneer een Belgische museumdelegatie naar ginder werd gestuurd, verdwenen er werken uit de Musées nationaux. Die zogenaamde schenking aan Mobutu was overigens geen restitutie. Tervuren heeft wel de objecten maar niet de eigendomstitel aan de Zaïrese staat overgedragen. Toen die voorwerpen even later bij bepaalde antiekhandelaars aan de Brusselse Zavel opdoken, kon Tervuren ze met de papieren in de hand als eigendom claimen. Voor koloniale roofkunst moet er een volledige restitutie komen, met overdracht van eigendomstitels. Congo is een souvereine staat die zelf over zijn erfgoed kan beslissen. Misschien verkiest Congo wel om de collectie geheel of gedeeltelijk in Tervuren te laten, tot het land klaar is om ze zelf te ontvangen. Dat is slechts een kwestie van tijd. In Kinshasa wordt met Koreaanse steun een hypermodern nationaal museum gebouwd, waardoor de hele restitutieproblematiek alleen maar urgenter wordt. Het kan niet dat er straks in dat nieuwe museum alleen maar hedendaagse kunst wordt getoond. Het Congolese volk heeft het recht om zijn culturele erfgoed in eigen land te ontdekken.

Moeten we Tervuren niet geven wat Tervuren toekomt? Zonder de verzamel- en inventariseerwoede en het bijbehorende wetenschappelijk onderzoek van het KMMA, was een groot deel van het culturele erfgoed van Midden Afrika vernietigd of verloren voor de mensheid, inbegrepen de toekomstige generaties van Congo.

Robert: Dat is alsof een verkrachter zijn slachtoffer achteraf zou zeggen dat ze hem dankbaar moet zijn, want dat hij haar toch maar mooi een kind heeft geschonken. Altijd weer die neiging van de Belgen om zich op de borst te kloppen voor de goede daden die ze voor de arme Afrikanen hebben gesteld. Ja, die kunstvoorwerpen werden bewaard en voor het publiek ontsloten. In België, en alleen ten behoeve van de Belgen. Dat zeg ik als Belg van Afrikaanse oorsprong, een dubbele identiteit waar velen het hier moeilijk mee hebben. Een conservator van Tervuren heeft het me een keer letterlijk voor de voeten geworpen: als echte Belg heb je niet het recht om voor restitutie te pleiten. Onzin, ik laat me niet de mond snoeren met loyauteitsargumenten.

Het KMMA heeft bij het herdenken van het museum niet alleen het advies van Afrikaanse experts gevraagd, maar ook van Congolese diaspora in België. U verkoos aan de kant te blijven staan. Is het dan niet gemakkelijk kritiek spuien?  

Robert: Ieder zijn rol. Ik wil de vrijheid hebben om kritisch toe te kijken en actie te voeren. Maar nu u de vraag stelt: behalve de kwestie van de roofkunst heb ik ook problemen met het proces van de zogenaamde dekolonisering. Het klopt dat de diaspora werd uitgenodigd om mee na te denken over de transitie. Er werden verschillende werkgroepen opgericht, in een ervan zat een medestander van BAMKO. Dat is echter met een sisser afgelopen. De diasporavertegenwoordigers mochten wel adviezen geven, maar daar werd niets mee gedaan. Op de duur hebben ze het opgegeven, ze kregen het gevoel dat ze als alibi werden gebruikt. Kijk ook eens naar de raad van bestuur: de enige Afrikaanse vertegenwoordigster heeft alleen een raadgevende stem, de beslissingsmacht is volledig in handen van witte mannen, zoals in de tijd van Belgisch Congo. Dat kan toch niet? Dekoloniseren betekent dat je ook de macht deelt.

Het AfricaMuseum is vier jaar gesloten gebleven voor renovatiewerken. Kwam u er vroeger wel eens?

Robert: Jawel, toen ik als opvoedster werkte nam ik er wel eens jongeren naartoe, soms samen met hun ouders. Die ervaring staat niet los van mijn engagement voor dekolonisering. Ik werd in die periode volop geconfronteerd met het bendegeweld onder Afrikaanse jongeren in Brussel.

Infobord squarel Patrice Lumumba. Alleen het standbeeld ontbreekt nog. (foto: Dieter Telemans)

De beruchte bende van de Matongéwijk?

Robert. Niet alleen in Matonge, er waren in Brussel een tiental Afrikaanse jongerenbendes, onder meer in Schaarbeek, Evere en aan het Madouplein. Het ging er geweldadig aan toe, tussen 2001 en 2016 zijn een dertigtal doden gevallen. Opvallend genoeg keerde de agressie zich niet tegen blanken of Maghrebijnen, het geweld was op de eigen gemeenschap gericht. Dan rijst toch de vraag: waar komt die zelfhaat vandaan?

De vraag stellen is ze beantwoorden…

Robert: Aliënatie, culturele vervreemding. Door gebrek aan omkadering zijn Afrikaanse jongeren het dominante, Belgische naratief over zwarten gaan volgen. Zwarten zijn wilden, zijn lui, kunnen niet eens een appartement onderhouden. Omdat niemand, ook hun ouders niet, een tegenstem liet horen, zijn ze die witte stereotypen gaan verinnerlijken. Vroeg of laat slaat die zelfhaat om in zelfdestructie. Dat fenomeen is bekend, ik ben trouwens voor het Brussels gewest op studiereis naar Frankrijk en Canada getrokken waar ze met soortgelijke problemen kampten. In feite ging het om een revolte tegen een zelfbeeld dat hen door de maatschappij werd opgedrongen maar dat helemaal niet klopte. We hebben het bendegeweld onder controle gekregen, onder meer dank zij een speciale politiecel. Maar de echte oplossing lag natuurlijk elders, in het herstellen van hun zelfbeeld en het construeren van een identiteit waarop ze trots konden zijn. Dat is een van de missies van BAMKO. We halen bijvoorbeeld Afrikaanse professoren naar hier die jongeren uitleggen dat Afrika ook voor de komst van de blanken een geschiedenis en beschaving had. De jongeren uit die periode zijn intussen twintigers en dertigers die werken of een gezin hebben. Hun boosheid is niet verdwenen, maar ze richt zich niet meer op de eigen gemeenschap maar op de maatschappij, tegen racisme en discriminatie. Het is niet toevallig de generatie die de dekolonisatiebeweging drijft.

Op welke manier paste een bezoek van die jongeren aan het vroegere AfricaMuseum in de queeste naar een nieuwe, begeesterende identiteit?

Robert: Het was de ideale plek om stereotypen te duiden en te deconstrueren. De representatie van Afrika was hilarisch: een wild en maagdelijk continent, bewoond door primitieve stammen die dankbaar waren dat ze door de blanken met harde hand werden beschaafd. Tervuren was één groot koloniaal, racistisch cliché. Maar laten we het niet alleen over het museum hebben. Onze strijd gaat veel breder, het gaat om de erkenning van onze cultuur en identiteit, en om wederzijds respect tussen Belgen en Congolezen. In dat opzicht was de erkenning van het Lumumbaplein door het Brusselse stadsbestuur niets minder dan een mijlpaal.

U heeft er samen met andere activisten lang moeten voor vechten. Eerdere plannen voor een Lumumbaplein in de gemeente Elsene werden in de gemeenteraad gedwarsboomd, mede door hardnekkig lobbywerk van oud-kolonialen. Hoe diep is het water?

Robert: We zijn geen vrienden, dat spreekt voor zich. Het gaat niet alleen om een snel slinkende groepje van bejaarde oud-kolonialen, ook hun kinderen en nazaten lobbyen. Onze tegenstanders slagen er niet altijd in om hun racistische vooroordelen te verdoezelen, vooral niet als ze loos gaan op de sociale media. La négresse de Bruxelles is een van mijn geuzennamen. Het blijft niet bij beledigingen. Kort voor de inhuldiging van het Lumumbaplein werden er bedreigingen geuit, de politie heeft zelfs extra manschappen moeten ontplooien.

De campagne tegen koloniale monumenten slorpt veel energie op. Loont dat wel de moeite? Het gaat tenslotte maar om symbolen.

Robert: Symbolen zijn belangrijk in een emancipatieproces. Zopas is een nieuwe studie over de discriminatie van Afro-Belgen verschenen. Blijkt dat die het slechtst scoren op de  arbeidsmarkt en het minst zichtbaar zijn in de media, terwijl ze de hoogst opgeleide bevolkingsgroep van het land vormen. Het ergst is de situatie van zwarte vrouwen, en dat ondanks de vaststelling dat ze meer diploma’s bezitten dan zwarte en witte mannen. Dat moet dus veranderen, daar draait het echt om.

Mireille-Tsheusi Robert

37 jaar, geboren in Kinshasa

groeit op in Villers-Devant-Orval (Gaume)

master sciences de l’éducation, UCL

werkt als opvoedster met Brusselse probleemjongeren

2015: sticht Afro-Belgisch en feministische actiegroep BAMKO

2016: publiceert ‘Le racisme anti-Noirs. Entre méconnaissance et mépris’

2018: bijdrage aan pas verschenen boek Pietpraat, essaybundel over het fenomeen Zwarte Piet

Leopold II versus Patrice Lumumba: de koloniale monumentenstrijd

Knack, 15 mei 2018

“Pas als we ons van die koloniale vooroordelen bevrijden, kunnen Afro-Belgen zich echt emanciperen”

Nergens in Europa staan meer koloniale monumenten dan in België. Tot stijgende ergernis van vele vooral jonge Afro-Belgen. Bordjes met context zullen niet volstaan. Sommigen willen Leopold II van zijn sokkel, in schande met de baard naar de grond gekeerd. De nakende inhuldiging van een Lumumbasquare in Brussel doet oud-kolonialen intussen het ergste vrezen. “Tervuren is in handen van gefrustreerde Congolezen gevallen”.

DSCF1019

De Bolwerksquare behoort tot de minder gezellige pleinen van de hoofdstad. Volk passeert er genoeg, de uitgang van metrohalte Naamsepoort zorgt voor een gestage stroom passanten. Zelden echter blijft iemand er langer dan noodzakelijk hangen. Shoppers slaan gezwind de Elsensesteenweg in, pendelaars benen met flukse pas naar de vele kantoren langs de Kleine Ring. Zou iemand de naam van de rommelige transitzone kennen? De kans is klein, maar daar komt binnenkort verandering in. Vanaf 30 juni heet deze plek officieel de Lumumbasquare. Ook wie geen straatnaamborden leest, zal er niet naast kunnen kijken. Op termijn moet er een monument verrijzen ter nagedachtenis van Patrice Emery Lumumba, de eerste premier van de onafhankelijke staat Congo die op 17 januari 1961 door politieke rivalen werd vermoord. Met impliciete maar effectieve Belgische steun, zo weten we sinds ons land op aanbeveling van de parlementaire Lumumba-commissie in 2002 excuses presenteerde aan de nabestaanden en aan het Congolese volk.

Toch zal de Bolwerksquare niet verdwijnen. De naamsverandering beperkt zich tot een hoekje van het plein dat op het grondgebied van Brussel-stad ligt. Bekend is dat de 19 hoofdstedelijke gemeenten niet uitblinken in het coördineren van beleidsmaatregelen. Dat verklaart evenwel niet waarom Elsene, bevoegd voor driekwart van de Bolwerksquare, weigert mee te stappen in het eerbetoon. Jarenlang hebben actiegroepen geijverd voor een Lumumbaplein achter de Sint-Bonifatiuskerk, in het hart van de ‘Congolese’ Matongéwijk in Elsene. Onbespreekbaar voor MR-burgemeester Dominique Dufourny die aan het hoofd staat van een coalitie met de PS, de partij nota bene van de Brusselse burgemeester Philippe Close die twee weken geleden juist uitpakte met zijn Lumumba-initiatief. Kenners van de hoofdstedelijke politiek spreken van een electorale zet. Anders dan algemeen wordt aangenoment telt Brussel-stad veel meer Congolese Belgen dan Elsene, in totaal een dikke 6.000. Potentiële kiezers dus die de PS op 14 oktober hoopt te verleiden. Zeker in Brussel-stad, waar socialisten en liberalen elkaar rauw lusten, telt iedere stem in strijd om het politieke leiderschap.

Che Guevarra

Bij Mireille Tsheusi-Robert heeft Close alvast gescoord. ‘Een uitstekende locatie’, zegt ze. ‘Het monument wordt zelfs zichtbaar vanaf de Kleine Ring. De Lumumbasquare wordt de nieuwe poort van de Matongéwijk’. Tsheusi-Robert is voorzitter van de Bamko, een feministische Afro-Belgische vereniging die met vier gelijkgezinde actiegroepen de campagne voor het Lumumba-eerbetoon trekt. ‘Dat doen we al sinds 2003’, zegt ze. ‘De eerste aanzet kwam van wijlen acteur en muzikant Dieudonné Kabongo. Geen toeval, er zijn veel artiesten die zich achter deze zaak hebben geschaard. Voor ons is dit is een grote stap: eindelijk erkenning van de rol die Congolezen in de geschiedenis hebben gespeeld. Ken je het gezegde? Jachtverhalen worden altijd door jagers en nooit door leeuwen verteld. Zo is het ook met manier waarop België naar zijn koloniaal verleden kijkt. Het perspectief van de de onderdrukten, de Congolese bevolking, ontbreekt volkomen. Dit is slechts een begin, ons doel is België echt te dekoloniseren. Bewustmaking is daarbij de voornaamste opdracht. Vooral het geschiedenisonderwijs moet beter. Een op de vier Franstaige scholieren weet niet eens meer dat Congo ooit een Belgische kolonie was’.

Ook Nadia Nsayi, beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Pax Christi en Broederlijk Delen, gewaagt van een doorbraak. ‘Ik was reeds als student in Leuven actief in deze campagne’ , zegt ze. ‘Natuurlijk is Lumumba omstreden. Veel Belgen houden hem verantwoordelijk voor het geweld dat onmiddellijk na de onafhankelijkheid is losgebarsten. Ook de Congolezen zijn verdeeld, vooral in de Kasai-streek nemen ze hem het bloedig neerslaan van de secessie kwalijk. Dat neemt niet weg dat Lumumba een icoon is van de dekolonisatie-strijd. Tot ver buiten Congo, je kunt zijn status haast vergelijken met die van Che Guevarra. Binnen de Afro-Belgische gemeenschap staat een overgrote meerderheid achter dit eerbetoon’. Nsayi hoopt dat Brussel navolging krijgt, bij voorkeur in steden die zichtbaar van de koloniale rijkdom hebben geprofiteerd. ‘Ik denk bijvoorbeeld aan Oostende en Antwerpen, mijn eigen stad. Het is nog niet zover, zeker onder het huidige stadsbestuur. Brussel, met zijn grote en goed georganiseerde Congolese gemeenschap, loopt vooruit. Maar ook in Antwerpen en andere Vlaamse steden stel ik een groeiende dynamiek vast. Die richt zich niet alleen op de figuur van Lumumba, het gaat om de manier waarop we op ons koloniaal verleden terugblikken’.

geamputeerde armen

Aan actiecomités en burgerbewegingen is er inderdaad geen gebrek. Afro-Belgen trekken de kar, vaak met de hulp van wisselende coalities waarin alle tinten links herkenbaar zijn, van syndicaal en groen over andersglobalistisch tot anarchistisch en klein-links. Niet zelden kristalliseert de locale dynamiek rond een monument of straatnaambord. Zo ook in Mons, het bolwerk van burgemeester en PS-voorzitter Elio Di Rupo die zijn Brusselse collega en partijgenoot Close in feite de loef heeft afgestoken. In september al keurde de gemeenteraad unaniem een motie goed om het portaal van het stadhuis met een Lumumbaplakaat op te smukken, en om alvast uit te kijken naar een geschikte straat of plein die de naam van de vermoorde Congolese premier zal dragen. Het plakaat komt te hangen tegenover een bronswerk met halfverheven figuren, in 1930 geplaatst als hulde aan de Belgische pioniers van Congo Vrijstaat. Bordjes in evenwicht, zo gaat de redenering.

De motie kwam er typisch genoeg na een betoging van dekolonisatie-activisten voor het standbeeld van Leopold II in Mons. Ze bepleisterden het monument met slogans en de intussen welbekende foto’s van werkonwillige rubberkappers met geamputeerde armen, bewijzen van de gruwelen die werden gepleegd toen Congo Vrijstaat nog als een privé-ondermening van de Belgische koning werd gerund. Het draaiboek voor de actie lag klaar. Te paard, ten voeten uit of als buste, standbeelden van de baardige monarch kregen het de voorbijen jaren hard te verduren. In januari werd de buste van Leopold II in het Dudenpark in Vorst door onbekenden ontvoerd en vervangen door een met vogelzaad afgewerkt exemplaar. Antikoloniale, iconoclastische guerrilla heeft intussen een lange traditie. Legendarisch was de actie van het anarchistische collectief De Stoete Ostendenoare dat in 2004 een hand van een beeld uit het monument ‘De Drie Gapers’ afzaagde. Het verminkte beeld stelde een Congolees voor, beaat opkijkend naar een imposant ruiterbeeld van Leopold II die volgens het opschrift de Congolezen van de slavernij der Arabieren heeft bevrijd.

 Pater De Deken

Aan vandalisme of iconoclasme heeft Seckou Ouologuem zich nooit gewaagd. De Antwerpse slam poet en performer met Malinese roots nam wel het voortouw bij een actie om pater Constant De Deken van zijn voetstuk in Wilrijk te halen. De missionaris-Scheutist staat te boek als een ontdekkingsreiziger en antropoloog, een kwalificatie die hem niet belette om zijn reiservaringen in Congo Vrijstaat met gierend racistische clichés te doorspekken. Decennialang had pater De Deken ongecontesteerd op zijn sokkel in zijn geboortestad gestaan. Na een tijdelijke verhuizing als gevolg van openbare werken zou hij naar de Bist terugkeren, zo stond in het bestuursakkoord dat N-VA, CD&V en Open VLD in 2012 voor het district hadden afgesloten. ‘Toen pas viel het ons op hoe flagrant racistisch dat beeld is’, zegt Ouologuem. ‘De missionaris plant zijn knie in de rug van een knielende Congolees, het lijkt wel een symbool van witte suprematie en zwarte onderwerping’. De verontwaardiging leidde tot de oprichting van Decolonizebelgium, een burgerbeweging van dichters, rappers en slammers uit verschillende landen. Het collectief maakte tijdens een sit-in zijn eis bekend: er moest een bordje bij het standbeeld met historisch correcte uitleg over de missionaris en zijn tijdsgewricht. Pas na lang soebatten stond het districtsbestuur een compromis toe. Decolonizebelgium mocht op eigen kosten een bordje maken, in samenwerking met het Koninklijk Museum voor Midden Afrika in Tervuren. Echt bevredigen doet die uitkomst niet. ‘Het beeld staat nog altijd op een prominente plek’, zegt Ouologuem. ‘Ze hebben er zelfs een spot op gezet zodat het ’s avonds des te meer opvalt’.

bron: standbeelden.be

bron: standbeelden.be

De polemiek, die meer dan een jaar aansleepte, legde een diepe kloof bloot. De actievoerders botsten op een muur van onwil en onverschilligheid. Waarom moeilijk doen over een monument dat in de loop der jaren met het straatbeeld was vergroeid? En mochten ze in Wilrijk alstublieft een beetje trots zijn op die ene telg die ooit geschiedenis heeft geschreven? In 2012 was Pater De Deken de spil van de jaarlijkse Erfgoeddag. Niemand was er over gestruikeld, en ook de bewoners van Pater De Dekenstraat hebben nooit geklaagd. ‘Voor het bordje met context moesten we samenwerken met de plaatselijke heemkundige kring’, zegt Ouologuem, ‘een club met nul diversiteit in de rangen. Ook daar bekeken ze De Deken louter als de onverschrokken ontdekkingsreiziger en bevlogen missionaris die zijn leven had gegeven om de zegeningen van het christelijk geloof op het donkere continent te verspreiden. Die onwetendheid leeft in heel Vlaanderen. Burgemeesters of lokale bestuurders weten niet hoe te reageren als ze met kritische vragen over koloniale monumenten worden geconfronteerd. Ze zijn allemaal universiair geschoold, maar tijdens hun hele onderwijstraject hebben ze geen woord over het kolonialisme gehoord, laat staan over Belgisch Congo’.

Anti-kolonialistische Denkmal

Moeten we koloniale monumenten uit het straatbeeld verwijderen en naar een museum verhuizen? Mireille Tsheusi-Robert en Nadia Nsayi klonken genuanceerd. Verwijderen hoeft niet meteen, maar contextualiseren is een must. Even belangrijk vonden ze aandacht voor de andere kant van het koloniale plaatje. ‘Het mag niet blijven bij één Lumumbaplein’, aldus Tsheusi-Robert. ‘Er moet veel meer publieke erkenning komen voor slachtoffers en tegenstanders van racisme en kolonialisme. Als feministe vind ik dat er ook vrouwen bij moeten. Iemand als Winnie Mandela verdient zeker een straat in België’.

Idesbald Goddeeris, professor koloniale geschiedenis aan de KU Leuven, pleit wel voor een selectieve beeldenstorm. ‘Natuurlijk kun je niet alle monumenten zomaar weghalen, zeker niet als ze in de lokale geschiedenis zijn ingebed. Maar ik verzet me tegen de eenzijdigheid van het straatbeeld. We hebben in België wel erg veel monumenten ter verheerlijking van ons koloniale verleden. De meeste dateren uit het interbellum, het hoogtepunt van de koloniaal-patriottische propaganda. Leopold II had de kolonie in 1908 aan België overgedragen, in een schandaalsfeer nadat internationaal commotie was ontstaan over wreedheden in Congo Vrijstaat. De monumenten moesten helpen om die pijnlijke bladzijde om te slaan en de bevolking warm te maken voor de koloniale onderneming. In een moeite door werden Leopold II en zijn hele Congo Vrijstaat gerehabiliteerd, dankbaar gebruik makend van de gezwollen patriottische sfeer en de monarchistische cultus rond koning-ridder Albert. Daarom staan er zoveel pioniers van de Vrijstaat op een sokkel, voornamelijk Belgische militairen die in feite slechts een klein aandeel hadden in de stichting. Voor de vele buitenlanders en missionarissen die een even grote rol speelden, was er veel minder brons of marmer beschikbaar’.

Niet alleen het aantal koloniale beelden, plakaten en naamborden maakt België uniek. Even frappant is volgens Goddeeris het ontbreken van de koloniale subjecten in de publieke ruimte. ‘In Londen staat Ghandi, nochtans een van de voortrekkers in de strijd tegen het Britse kolonialisme, op Parliament Square. Nederland heeft verschillende monumenten voor de slachtoffers van de slavernij, in Bremen staat een antikolonialistische Denkmal. Wij hebben niks, en precies daarom is het toekomstige Lumumbaplein in Brussel zo’n belangrijk symbool. Overigens, ik vind niet dat alle koloniale monumenten moeten verdwijnen. Laten we geval per geval oordelen, afhankelijk van de plaatselijke dynamiek. Maar gecontessteerde monumenten mogen voor mijn part weg. Gemeentebesturen weten doorgaans niet wat ermee aan te vangen. Waarom dan geen museum van koloniale propaganda oprichten, of een beeldentuin zoals in Boedapest of Moskou, waar ze een collectie communistische beelden in een park hebben gedropt. Het alternatief, de bordjes met context die de voorbije jaren bij verschillende beelden werden geplaatst, is niet efficiënt. De meeste van die teksten zijn wollig, onvolledig en naast de kwestie’.

Veel animo voor een afschot onder de koloniale monumenten heeft Goddeeris nog niet vastgesteld. Integendeel zelfs, er komen er nog bij. In 2008 werd in Deinze een vergeten beeld van Jules Van Dorpe, een houwdegen van de Congo Vrijstaat, prominent op een heraangelegd plein geplaatst. ”Het lokale bestuur zag het louter als een decoratieve opportuniteit’, zegt Goddeeris, ‘ze hadden wellicht geen benul van de bedenkelijke reputatie die aan Van Dorpe kleeft. Erger nog was Genval waar drie jaar eerder een borstbeeld van Leopold II in ere werd hersteld. Dat was geen onwetendheid maar pure symboliek. In koloniale kringen waren ze in die periode erg verbolgen over King Leopold’s Ghost, de bestseller van de Adam Hochschild die definitief het imago van Leopold II als koloniale massamoordenaar heeft gevestigd. Het beeld in Genval was daar een reactie op’.

Jacques de Dixmude

Waarmee meteen de vraag rijst: wie zit in de koloniale monumentestrijd in het kamp van Leopold en co? Identitair rechts lijkt een beredeneerde gok. De aanvallen op het koloniaal erfgoed kunnen gezien worden als de zoveelste veldslag in de sluipende cultuuroorlog. Afro-migranten die net zoals andere minderheden aan de historische grondvesten van onze witte maatschappij knagen. Maar zo eenduidig is het niet, blijkt uit een artikel dat Goddeeris in een historisch vakblad publiceerde. Pakweg tien jaar geleden stond het Vlaams Belang op de barricaden tegen Leopold II en zijn koloniale helden, een manier om de monarchie en de Belgische instellingen in discrediet te brengen. In Wilrijk echter wierp de plaatselijke partijafdeling zich op als onvoorwaardelijke verdediger van ‘onze’ Pater De Deken, belaagd als hij werd door gekleurde nieuwkomers van wie sommigen zelfs een islamitische geloofsovertuiging aankleefden. In Diksmuide voerde de N-VA het verzet aan tegen het pompeuze monument van Jacques de Dixmude, held van zowel de Congo Vrijstaat als van het Ijzerfront. Voor de gelegenheid stonden antikolonialisten en flaminganten schouder aan schouder, zij het niet per se met dezelfde motieven. Voor de N-VA was Generaal Jacques niet alleen een koloniale geweldenaar, maar vooral een franskiljon wiens standbeeld na WOI door het Belgisch establishment werd opgedrongen.

inlander kijkt bewonderend op naar Alphonse Jacques de Dixmude (foto: toerisme West-Vlaanderen)

inlander kijkt bewonderend op naar Jacques de Dixmude (foto: Westhoek.be)

De echte oppositie tegen de koloniale beeldenstormers zit uitgerekend bij datzelfde establishment. Misschien ligt het aan de leeftijd, maar de vertegenwoordigers zijn minder zichtbaar in het debat en vooral minder aanwezig in de sociale media dan de dekolonisatie-activisten. Wie heeft ooit gehoord van UROME-KBUOL, een koepel waarvan de Nederlandstalige afkorting staat voor Koninklijke Belgische Unie voor de Overzeese Landen? ‘We tellen 32 aangesloten verenigingen’, zegt woordvoerder Robert Devriese. ‘Samen zo’n 3.000 leden die banden hebben met Congo, Rwanda en Burundi. Ook twee Congolese verenigingen hebben zich aangesloten, een ervan draagt zelfs de naam van Leopold II. Weinig Belgen beseffen dat, maar vele Congolezen koesteren het grootste respect voor Leopold II als stichter van hun land’.

Devriese is een gepensioneerde diplomaat die in Congo werd geboren en getogen. Als 12-jarige maakte hij in Leopoldstad de onafhankelijkheid mee. Het Brussels eerbetoon aan hoofdrolspeler Patrice Lumumba ligt hem zwaar op de maag. ‘Het is hoog tijd om die figuur te demystifiëren’, zegt hij. ‘Lumumba was helemaal geen staatsman, de meeste Congolezen haten hem als de pest. Lumumba had veel bloed aan zijn handen, vraag dat maar in Kasai of in Katanga. Moet je zo’n man op een voetstuk plaatsen? Ik begrijp dat er een behoefte leeft aan monumenten voor Congolezen. Maar waarom polariseren? Voor mijn part mogen ze de Grote Markt in Brussel omdopen tot Plein van de Belgisch-Congolese Samenwerking. Of als ze per se een standbeeld willen: kies dan voor Etienne Tshisekedi, die heeft echt gestreden voor zijn volk. Ik heb dat allemaal opgeschreven in een open brief aan de Brusselse burgemeester. Niet dat ik me illusies maak, want dat hele Lumumbaplein is in de allereerste plaats een verkiezingsstunt. De stem van de Afro-Belgen weegt veel zwaarder dan de onze, want electoraal stellen oud-kolonialen niks voor’.

Museum van Tervuren

Dat betekent niet dat ze geen invloed hebben. Devriese maakt er geen geheim van dat hij en zijn medestanders politici hoog en laag aanklampen om hun punt te maken. Het verzet van Elsene tegen een Lumumbaplein werd mede door KBUOL ingefluisterd. De grote luisterbereidheid bij de MR hoeft overigens niet te verwonderen. Als het koloniale, koningsgezinde establishment ergens op de ledenlijst weegt, dan is het wel bij de Franstalige liberale partij waar een aristocratische stamboom weinig opzien baart. De overwegend bejaarde KBUOL-bestuurders hebben er intussen een dagtaak aan: reageren op iedere actie tegen koloniale monumenten. ‘Ze gaan echt te ver’, zegt Devriese. ‘In Hasselt wilden ze Leopold II neerleggen, met zijn gezicht naar de grond gekeerd, als teken van schaamte. Daar hebben we gelukkig een stokje voor gestoken, dank zij onze goede contacten met de burgemeester’. Dat koloniale monumenten een doorn in het oog zijn van Afro-Belgen, daar kan de gewezen diplomaat naar eigen zeggen geen enkel begrip voor opbrengen. ‘Daarmee bewijzen de actievoerders alleen maar hun gebrek aan historische kennis. Ja, de kolonisering van Congo draaide in de eerste plaats rond exploitatie en ging gepaard met onrecht en geweld. Dat was in alle kolonies het geval, maar België heeft er wel iets voor in de plaats gesteld. Bij de onafhankelijkheid in 1960 was Congo het rijkste land van Afrika. Kijk waar ze nu staan, drie generaties na de onafhankelijkheid’.

Intussen wordt in Tervuren naarstig gewerkt. In december gaat het vernieuwde Afrika-museum open, na een renovatie van 5 jaar die op 66 miljoen euro werd begroot. Naar de vernieuwde permanente tentoonstelling wordt reikhalzend uitgekeken. Voor de meeste Belgen is Tervuren de eerste en vaak ook enige kennismaking met zowel Midden Afrika als ons koloniaal verleden. Roger Devriese is er niet gerust op. ‘Het gaat de verkeerde kant op’, klaagt hij. ‘Tervuren is in handen gevallen van gefrustreerde Congolezen en fanatieke antikolonialisten. Stel je voor, ook daar wilden ze Leopold in de inkomhall strijk leggen, met zijn gezicht op het marmer. Gelukkig is Tervuren een beschermd monument waar ze zich niet alles kunnen veroorloven’.

Luipaardman

Bambi Ceuppens, als cultureel antropologe verbonden aan het Afrika Museum en nauw betrokken bij de transformatie, voelt zich niet aangesproken. ‘We gaan niet over een nacht ijs’, zegt ze. ‘Zo worden alle teksten door internationale peer reviewers nagelezen. Een permanente tentoonstelling bouwen is een zware verantwoordelijkheid, dat beseffen we heel goed’. Ze kan Devriese geruststellen: het wordt geen beeldenstorm noch een tabula rasa. Het in goudletters gevatte huldebetoon aan het genie van de louter door beschavingsijver gedreven Leopold II? Blijft gewoon zichtbaar in de majestueuze inkomhall.  ‘De stempel van Leopold II blijft nadrukkelijk’, zegt Ceuppens. ‘Niet alleen het gebouw maar ook de inboedel is beschermd. Tervuren blijft wat het altijd al was: het belangrijkste koloniaal monument van ons land. Binnen dat kader moeten we ons verhaal vertellen. Daar zit de breuk met het verleden: we gaan bijvoorbeeld veel meer aandacht besteden aan het hedendaagse Congo, en aan de manier waarop het koloniale verleden daarin blijft doorwegen. En ja, sommige iconische stukken verdwijnen uit de permanente tentoonstelling. Zoals de bekende Luipaardman, een beeld dat zowat alle racistische clichés over zwart Afrika en zijn primitieve bewoners samenvat. Maar de liefhebbers mogen gerust zijn: de Luipaardman blijft in Tervuren. We gaan die samen met soortgelijke beelden in een aparte ruimte ontsluiten’.

Luipaardman in Tervuren (foto: Afrikamuseum Tervuren)

Luipaardman in Tervuren (foto: Afrikamuseum Tervuren)

Ook binnen de Afro-Belgische gemeenschappen weerklinken kritische stemmen over de dekolonisatie-beweging. Volgens sommigen is het een symboolstrijd die de aandacht afleidt van de reële problemen die recent nog door de Koning Boudewijnstichting in kaart werden gebracht. De werkloosheid onder de 110.000 Congolese, Rwandese en Burundese Belgen ligt vier keer hoger dan gemiddeld, ondanks een bovengemiddeld opleidingsniveau. 80 procent van de respondenten noemde zich slachtoffer van racistische beledigingen en allerlei vormen van discriminatie, onder meer op de huisvestingsmarkt. Opvallend: de meesten legden een verband met de koloniale blik die op Afro-Belgen rust. Bambi Ceuppens is de laatste om zich daarover te verwonderen. ‘Zwaren worden in België nog altijd als minderwaardig bekeken’, zegt  ze. ‘Goed in dans en sport, maar onmogelijk serieus te nemen. Die paternalistische blik is sinds de onafhankelijkheid nauwelijks veranderd. Daarom is dit geen achterhoedegevecht. Pas als we ons van die koloniale vooroordelen bevrijden, kunnen Afro-Belgen zich echt emanciperen’.