Tagarchief: Theo Francken

Dirk Van den Bulck, de commissaris-generaal die de asielpoort bewaakt

Knack, 16 september 2015

Dirk Van den Bulck, al tien jaar Commissaris-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen, weigert van een asielcrisis te spreken. Drukke periodes heeft hij al eerder meegemaakt, maar toch is deze situatie uniek. ‘Het gaat in overgrote meerderheid over mensen die echt nood aan bescherming hebben’. Gesprek met de man die de asielpoort bedient.

 

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Als Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) heeft Dirk Van den Bulck (57) een helikopterzicht op de asielcrisis. Niet alleen figuurlijk. Aan de voet van zijn kantoor 22 hoog in de WTC II-toren ligt het dezer dagen veelbesproken Maximiliaanpark, hij kijkt letterlijk in de potten en pannen van het geïmproviseerde vluchtelingenkamp. Het ziet er in de middagzon haast idyllisch uit, maar hij laat zich niet pramen. Poseren tussen de tenten? In zijn functie geen goed idee. Niet dat hij een bekend gezicht is, maar herkenning zou tot gênante situaties kunnen leiden. Tenslotte belichaamt Van den Bulck de hoop die deze vluchtelingen duizenden kilometers heeft voortgedreven. Het is de Commissaris-Generaal of een van zijn twee adjuncten die persoonlijk met hun handtekening een beschermende status en het perspectief op een nieuw leven verlenen.

-  er wordt al wekenlang aangeschoven bij de Dienst Vreemdelingenzaken, de eerste lijn in de asielprocedure. Kampt ook het CGVS, dat door de DVZ met dossiers wordt gevoed, met capaciteitsproblemen?

Van den Bulck: ‘Het wordt stilaan drukker, maar voorlopig kunnen we de instroom aan. Misschien wordt het nog spannend als de DVZ extra volk krijgt en zijn dagcapaciteit boven de 250 aanvragen uitbreidt. Maar ik heb er vertrouwen in. We hebben goed geanticipeerd door zelf tijdig extra personeel aan te werven en op te leiden’.

vorige maand werden 4.621 asielaanvragen ingediend, drie keer meer dan in augustus 2014. Heeft u deze crisis zien aankomen?

Van den Bulck: ‘Ik was niet verrast, maar het blijft moeilijk een peil te trekken op dit fenomeen. Sinds vorig jaar zien we de globale cijfers in Europa constant stijgen, maar land per land bekeken, krijg je een heel ander beeld. België kende eind vorig jaar een duidelijke terugval, en zelfs in de eerste vier maanden van 2015 lag het aantal aanvragen op een normaal peil. Overigens, ik neem het woord asielcrisis niet graag in de mond, want daarmee wek je de verkeerde indruk dat de toestand onbeheersbaar is. Je moet die 4.621 aanvragen toch even in perspectief plaatsen: Zweden, een land met 9,5 miljoen inwoners, registreert maand na maand rond de 8.000 aanvragen’

- Zweden keurt 80 procent van alle asielaanvragen goed, een Europees record. Verklaart dat de aantrekkingskracht?

Van den Bulck: ‘Zo eenvoudig is het niet, het beschermingspercentage ligt in België trouwens even hoog. Niet globaal, maar wel als je het per herkomstland bekijkt. Syriërs, Irakezen of Somaliërs, om maar die voorbeelden te geven, hebben in België een even grote kans als in Zweden. Percepties spelen altijd een rol. Afghanen worden bij ons vlot erkend, tussen de 60 en 80 procent. Toch zijn het de 20 procent afwijzingen die ons imago bepalen. België is erg restrictief voor Afghanen, wordt door bepaalde advocaten en organisaties rondgestrooid. Dan zag je vorig jaar het aantal Afghaanse aanvragen teruglopen, terwijl het anderzijds steeg in landen die echt restrictief zijn’.

wat maakt landen dan wel aantrekkelijk? Het genereuze onthaal?

Van den Bulck: ‘Ja, en dat mag ons niet verwonderen. Kijk, het is niet de omvang die deze asielstroom uniek maakt, maar wel de historisch hoge beschermingsgraad. Het gaat dus in overgrote meerderheid om echte vluchtelingen, mensen die onder de Conventie van Genève vallen en nood aan asiel hebben. Het is logisch dat die mensen de afweging maken: welk land biedt de beste perspectieven om een nieuw leven op te bouwen? Dan kijken ze naar sociale steun, maar ook naar huisvesting en kansen op werk. De opvang van erkende vluchtelingen is op Europees niveau geharmoniseerd, er zijn internationale verdragen en communautaire richtlijnen die door de lidstaten werden omgezet. In grote lijnen komt het erop neer dat erkende vluchtelingen dezelfde rechten moeten krijgen als onderdanen, wat tussen haakjes gezegd meteen betekent dat pleidooien voor een apart sociaal statuut geen steek houden. Maar hier ligt het paard dus gebonden: er is geen sociaal eengemaakt Europa! Waarom willen asielzoekers zich niet laten registreren in Italië of Griekenland? Omdat ze daar een schamele uitkering krijgen en al na een paar maanden volledig op liefdadigheid terugvallen, net zoals behoeftige Italianen of Grieken. Waarom zou je daar als Syriër voor kiezen terwijl er elders in Europa betere opties zijn? In de praktijk zie je dat vooral Afrikanen zich in Italië laten registreren, goed wetend dat ze in Noord-Europese landen weinig kans op erkenning maken. Ze proberen het dan maar in Italië, ook al omdat daar altijd de hoop op een humanitaire erkenning leeft’.

iedereen heeft de mond vol van Syrische vluchtelingen. Maar de helft van de aanvragen bij de DVZ wordt ingediend door jonge mannen uit de Iraakse hoofdstad Bagdad die allemaal hetzelfde vluchtverhaal vertellen. Wat is er aan de hand?

Van den Bulck: ‘Dat zijn we nog aan het onderzoeken. Het vertellen van een stereotiep verhaal betekent niet per se dat er filières aan het werk zijn. Maar het wijst er wel op dat de betrokkenen geen persoonlijk vluchtmotief hebben, of dat ze alleszins twijfelen aan de overtuigingskracht ervan. Het is een delicate toestand, want anders dan Syrië wordt Irak niet integraal als onveilig beschouwd. Vooral over de situatie in Bagdad heerst momenteel veel onduidelijkheid’.

de Europese Dublin-verordening bepaalt dat een vluchteling  asiel vraagt in het land waar hij de Schengenzone betreedt, wat in deze crisis haast altijd neerkomt op Italië, Griekenland of Hongarije. Is die regel geen papieren tijger geworden?

Van den Bulck: ‘Er is veel kritiek op Dublin, maar men vergeet vaak dat het opzet dubbel is. In de eerste plaats is die verordening er gekomen om het asielshoppen te verhinderen. Dat was een echt fenomeen: asielzoekers die in het ene land werden afgewezen, dienden in het volgende een nieuwe aanvraag in. Zo konden ze jarenlang in Europa rondzwerven, omdat landen elkaars asielbeslissingen niet kenden. Dublin, dat samenhangt met het Eurodac-systeem voor identificatie van asielzoekers, heeft daar heel efficiënt paal en perk aan gesteld. Maar ik geef toe dat er een probleem is met het tweede objectief, het bepalen welk land bevoegd is voor het asielonderzoek. Dat blijkt weinig efficiënt, de massale instroom via transitlanden aan de buitengrenzen van de Schengenzone maakt een consequente toepassing onmogelijk. Dat besef leeft, Duitsland stuurt al een hele poos geen Syriërs meer terug naar Griekenland, zelfs niet als ze daar werden geregistreerd’.

Europa reageert veel te traag en hopeloos verdeeld. Deelt u die veelgehoorde kritiek?

Van den Bulck: ‘Traag? Als je weet hoe complex de Europese besluitvorming werkt, dan was het eerste spreidingsplan van commissievoorzitter Juncker eind mei een staaltje van daadkracht. Een goed plan overigens met een sterke visie, kwaliteiten die vorige week ook in zijn state of the union zaten. Het recht op asiel blijft centraal staan, iedere lidstaat moet zijn verantwoordelijkheid nemen met respect voor alle Europese regels. Tegelijkertijd zorgt het verplicht spreiden van 160.000 vluchtelingen voor de nodige solidariteit. Bij die spreiding hoort een effectief terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers, en filières worden aangepakt. Maar het plan gaat veel breder. Juncker wil veel meer inzetten op protection in the region:  vluchtelingen dicht bij hun herkomstlanden opvangen, en tegelijkertijd aan selectieve hervestiging doen, door kwetsbare groepen naar Europa over te brengen. Dat gebeurt nu al, in samenwerking met de UNHCR. België vangt dit jaar Syriërs op die uit Libanon worden overgevlogen. Een druppel op een hete plaat? Ja, maar vijf jaar geleden zou het ondenkbaar geweest zijn. En het is maar een begin. Bij UNHCR liggen plannen klaar voor de wereldwijde resettlement van 130.000 Syrische vluchtelingen’.

allemaal sneller gezegd dan gedaan. Het huis staat in de fik, maar Europa is nog volop aan het discussiëren over de manier van blussen en het materiaal dat daarvoor moet worden aangekocht..

Van den Bulcke: ‘Europa moet vijf versnellingen hoger schakelen, dat klopt.  Alleen al om het spreidingsplan te realiseren, moeten er aan de grenzen in Griekenland, Italië en Hongarije hotspots komen, centra waar vluchtelingen worden geregistreerd, opgevangen en geselecteerd voor relocatie. Dat moet allemaal nog gebeuren, en intussen is het de maar vraag of het plan zal worden goedgekeurd. De interne verdeeldheid, en dan vooral de tegenstellingen tussen Oost- en West-Europa, is een kwalijke zaak. Toch steekt het mij dat het Europese asielbeleid wordt verguisd. Op politiek vlak loopt de samenwerking stroef, maar juridisch en administratief hebben we de voorbije jaren enorme stappen gezet naar een uniform asielbeleid. EASO, het Europees asielagentschap waar ik al vijf jaar in het bestuur zit, is de motor. We hebben een glashelder kader van rechten en plichten voor erkenning en opvang. Lidstaten kunnen zich op dat vlak geen frivoliteiten meer veroorloven, anders worden ze door nationale of Europese rechtbanken teruggefloten’.

de N-VA pleit voor push-back op zee. Boten met vluchtelingen moeten worden teruggedreven naar de Turkse of Libische kusten. Wat vindt u daarvan?

Van den Bulck: ‘Push-back kan niet, in geen geval! Boten terugdrijven zonder de opvarenden de kans te geven asiel aan te vragen? Dat is een aanfluiting van het Europees en internationaal asielrecht’.

intussen staat Schengen op instorten. Nu zelfs Duitsland grenscontroles opwerpt, klinkt in heel Europa de roep om de eigen grenzen te bewaken.…

Van den Bulck: ‘Instorten? Dat is flink overdreven, het is niet dat Duitsland zijn grenzen sluit. Er komen controles voor welbepaalde groepen, en alleen op welbepaalde plekken zoals treinstations. Ik zie de Duitsers nog niet zo snel douaneposten op de autosnelwegen naar Oostenrijk plaatsen. De maatregel moet vooral mensen afschrikken die geen nood aan asiel hebben, maar toch hun kans wagen. Die zijn best talrijk, het zijn lang niet allemaal Syriërs die de Balkanroute nemen. Het is zeer waarschijnlijk dat Merkels aankondiging om dit jaar 800.000 Syrische vluchtelingen op te nemen, allerlei stromen op gang heeft gebracht’.

is raken aan Schengen taboe?

Van den Bulck: ‘Griekenland beschermt de buitengrenzen niet of nauwelijks. Dan is het legitiem dat lidstaten maatregelen treffen. Het is echter een illusie te denken dat we daarmee de grote stroom kunnen indijken. Zelfs als je grenzen opwerpt, moet je mensen de kans geven om asiel aan te vragen. Dat betekent dat je op die grenzen capaciteit moet bouwen om vluchtelingen te registreren, op te vangen en te screenen. Veel capaciteit, dat bewijzen de beelden die ons van de Hongaarse grens bereiken. Zonder meer terugsturen naar een zogenaamd veilig derde land, zoals Hongarije dreigt te doen door alle nieuwkomers naar Servië terug te drijven, kan echt niet. Hoe groot ook de toestroom, je wijst geen mensen af als je niet eerst hebt onderzocht of ze nood aan bescherming hebben. Daarom is het ook geen goed idee asielaanvragen op Europese ambassades te registreren, zoals her en der wordt geopperd. Er zouden binnen de kortste keren enorme files en onbeheersbare toestanden ontstaan’.

het CGKS valt onder N-VA-staatssecretaris van asiel en migratie, Theo Francken. Is dat niet ongemakkelijk voor iemand met een sp.a-stempel? 

 Van den Bulck: ‘Ik heb natuurlijk een verleden. Adviseur migratie en asiel op de kabinetten van Tobback, Vande Lanotte en Van den Bossche. Dan heb je een stempel, niks aan te doen. Maar mag ik er toch even op wijzen dat ik hier niet als gevolg van een politieke benoeming zit? Zowel voor de functie van adjunct als die van Commissaris-Generaal ben ik als eerste uit een vergelijkend examen gekomen. Ik ben trouwens nooit actief geweest binnen een partij, in tegenstelling tot mijn voorgangers Marc Bossuyt (Open VLD) en Pascal Smet. (sp.a) Mijn relatie met staatssecretaris Francken is professioneel en correct. Politiek of ideologie komt daar niet bij kijken. Asiel is bij uitstek een juridisch en technische materie die weinig ruimte voor politieke interpretatie laat’.

Theo Francken oogstte de voorbije weken gemengde reacties. Lof voor de doortastende manier waarop hij extra opvangcapaciteit organiseerde, kritiek op zijn soms ranzige communicatie over vluchtelingen. Hoe schat u zijn parcours in?

Van den Bulck: ‘Ik kan alleen vaststellen dat hij zijn dossiers kent en oprecht in de materie geïnteresseerd is. België heeft alle verhoudingen in acht genomen goed gereageerd op de vluchtelingenstroom. Dat is de verdienste van Francken die als goed vakminister verstandig heeft geanticipeerd. Over zijn communicatiestijl spreek ik me niet uit. Francken respecteert mijn onafhankelijkheid als Commissaris-Generaal, dus ga ik hem ook niet als politicus becommentariëren’.

van de Wetstraat tot het dorpscafé, overal worden dezelfde vragen gesteld. Hoe moeten we die duizenden nieuwe vluchtelingen integreren? En hoeveel gaat ons dat kosten? Ligt u daar als bewaker van de asielpoort wakker van?

Van den Bulck: ‘Onze opdracht is onderzoeken of iemand al dan niet nood heeft aan bescherming. Dat doen mijn medewerkers in de grootst mogelijke objectiviteit, op basis van individuele gesprekken, gewapend met gedetailleerde en permanent geactualiseerde informatie over herkomstlanden. De maatschappelijke druk van het aantal asielaanvragen mag in dat proces geen enkele rol spelen. Uiteraard ben ik me als bevoorrecht waarnemer bewust van die druk. De uitdagingen zijn enorm, we zullen compleet nieuwe hefbomen moeten uitvinden om de integratie te doen slagen. Huisvesting bijvoorbeeld wordt een erg taaie brok, zeker in een dichtbevolkte regio als Vlaanderen’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

 

worden Syriërs, die haast zonder uitzondering asiel krijgen, nog grondig gescreend? De vraag is van belang, want er leeft grote ongerustheid over IS-terroristen die als vluchteling in Europa infiltreren.

Van den Bulck: ‘Ik hoor die geruchten, ze werden trouwens door IS zelfs gelanceerd als een middel om hier paniek te zaaien. Ik kan alleen maar vaststellen dat we daar tot dusver geen enkele aanwijzing voor hebben gevonden. Maar we blijven waakzaam, we werken nauw samen met de Staatsveiligheid. In sommige landen gaan stemmen op om Syrische aanvragen uit efficiëntieoverwegingen zonder enig onderzoek af te handelen. Dat vind ik geen goed idee, we moeten iedere aanvraag individueel blijven onderzoeken, al was het maar om uit te sluiten dat er tussen die vluchtelingen folteraars zitten of anderen met bloed aan de handen’.

-  wereldwijd zijn zestig miljoen mensen op de vlucht voor oorlog en conflicten. De overgrote meerderheid is in Afrika en het Midden Oosten op de dool, zeg maar de periferie van het veilige en welvarende Europa. Is deze asielcrisis slechts een voorproefje?

Van den Bulck: ‘Ik vrees van wel. Kijk naar de grote brandhaarden in de wereld. In feite gaat het om een brede gordel die dwars door Afrika en het Midden Oosten snijdt, van Mali over Congo RDC en Somalië tot Syrië en Pakistan. Okay, al die conflicten worden door etnische en religieuze spanningen aangeblazen. Maar onder de oppervlakte speelt nog een ander mechanisme, dat van economische onderontwikkeling. Koppel dat aan een bevolkingsexplosie, en het resultaat is een explosieve cocktail. Vooral de toestand is sommige Afrikaanse landen  moet ons zorgen baren, er groeien daar tientallen miljoenen mensen op zonder enig toekomstperspectief. Europa moet veel meer doen om die landen te helpen, dat is een kwestie van welbegrepen eigenbelang. Juncker is zich daarvan bewust, hij heeft vorige week een lans gebroken voor een globale langetermijnaanpak’.

-  echte vluchtelingen hebben recht op bescherming en genieten doorgaans onze sympathie. Economische vluchtelingen daarentegen worden afgewezen en als profiteurs beschouwd. Het is de taak van het CGVS om het onderscheid te maken. Hoe lastig is dat?

Van den Bulck: ‘Het is niet altijd zwart-wit. Iemand die op het eerste gezicht door een economisch motief wordt gedreven, loopt misschien toch een risico op vervolging als hij wordt teruggestuurd. Een grondig, individueel onderzoek is noodzakelijk, maar op het einde van de rit moet je wel beslissen. Het is niet prettig iemand af te wijzen, je stuurt zo’n economische vluchteling altijd terug naar een hoop miserie. Maar dat is nog iets anders dan iemand terug te sturen naar een land waar hij foltering of vervolging riskeert. Het recht op asiel is zo fundamenteel dat we het moeten koesteren. Daarom blijft dat onderscheid noodzakelijk, anders halen we het hele concept van asiel onderuit’.

U zit al tien jaar op deze post. Wordt u soms herkend door vluchtelingen die hun verblijfsstatus aan uw handtekening te danken hebben?

Van den Bulck: ‘Zelden. Ik kom niet rechtstreeks in contact met asielzoekers, alleen via hun dossier. Uit de media kennen ze mijn gezicht ook niet. Ik hecht veel belang aan een goede communicatie door mijn dienst, maar in tegenstelling tot sommige van mijn voorgangers zoek ik de media niet persoonlijk op. Het valt al eens voor dat iemand me komt bedanken, tijdens een conferentie of een boekvoorstelling. Dat is fijn, ook al is mijn persoonlijke verdienste bij zo’n erkenning eerder onrechtstreeks’.

Ebola-illegalen eisen regularisatie

(Knack, 5 november 2014)

“We kunnen niet terug” 

De jacht op sans papiers uit ebola-landen is tijdelijk gestaakt. Te gevaarlijk om ze gedwongen te repatriëren, oordeelt de federale politie. Gevolg: duizenden Guinéers, Liberianen en Sierra Leoniërs zitten in een juridisch niemandsland. De roep voor een tijdelijke regularisatie zal de volgende weken steeds luider klinken.

bijeenkomst ebola-illegalen in de Brusselse Begijnhofkerk (foto: Franky Verdickt)

bijeenkomst ebola-illegalen in de Brusselse Begijnhofkerk (foto: Franky Verdickt)

Het scherm van haar Chinese smartphone is gebarsten, maar het beeld is duidelijk genoeg. Twee mannen in gele beschermingspakken zeulen met een draagberrie. Fanthawa Sesay wijst op de patiënt. Dat is dus dokter Umar Khan, haar oom die als een van de eersten in Sierra Leone aan ebola bezweek. “Het is verschrikkelijk”, zegt de jonge vrouw. “Iedere dag hoor ik huiververhalen uit mijn land. Gisteren nog dat meisje van 12 dat met haar laatste krachten uit haar huis was gestrompeld om te sterven. Haar babyzusje van drie maanden was achtergebleven, maar niemand durfde binnen te gaan om het kind te helpen”.

Fanthawa’s gsm is niet de enige die uitpuilt van alarmerende sms’en en akelige foto’s uit Ebolia, een federatie van West-Afrikaanse landen verenigd door rampspoed . Guinée, Liberia, Sierra-Leone, de drie geteisterde landen zijn vertegenwoordigd in de Brusselse Begijnhofkerk. Met ruim driehonderd zijn ze komen afzakken naar het gebedshuis. Behalve de verhalen over dierbaren die in het verre thuisland aan ebola zijn gestorven, delen ze nog een kopzorg. Alle aanwezigen zijn uitgeprocedeerde asielzoekers die illegaal is België verblijven. Doel van de bijeenkomst: het bekomen van een tijdelijke beschermingsstatus. “We kunnen niet naar ons land terug”, zegt Noah Jessey. “Ik kom zelf uit Monrovia. Mensen vallen als vliegen, iedere dag hoor ik van buren of kennissen die zijn gestorven. Aan ebola, maar ook aan malaria of andere ziekten, want de hele gezondheidsinfrastructuur is ingestort. Intussen is er ook hongersnood uitgebroken, de chaos is compleet”. Jessey verblijft al tien jaar in België, de voorbije vier jaar als illegaal. In theorie loopt hij zoals alle aanwezigen een risico. De politie kan hem zo van straat plukken en in een gesloten centrum opsluiten, in afwachting dat de Dienst Vreemdelingenzaken hem op een vlucht richting Liberia zet. Sinds half augustus echter geldt een moratorium op gedwongen uitwijzingen naar ebola-landen. Reden: de federale politie vindt het gezondheidsrisico te groot om de vluchten te escorteren. “Aangezien we niet terug kunnen”, maakt Jessey zijn redenering af, “moeten ze ons maar regulariseren”.

 

De aanwezigheid van een grote groep illegalen uit ebola-landen is geen geheim. Liberianen en Sierra Leoniërs vormen slechts kleine gemeenschappen, de overgrote meerderheid zijn Guinéers. Officiële cijfers bestaan uiteraard niet, maar volgens Dokters voor de Wereld, een ngo die in verschillende grootsteden medische zorg aan illegalen verstrekt, loopt het aantal illegale Guinéers in de duizenden. Geen natte vingerwerk, wel een beredeneerde extrapolatie. Alleen al de voorbije vijf jaar vroegen meer dan 7.000 Guinéers in België asiel aan, het land is daarmee een vaste waarde in de top vijf van herkomstlanden. Het beschermingspercentage _ het aantal asielzoekers dat de vluchtelingenstatus of een andere verblijfstitel krijgt _ schommelde in die periode tussen de 20 en 40 procent. Van de anderen staat vast dat meer dan de helft geen gevolg geeft aan het bevel tot verlaten van het grondgebied en in de illegaliteit onderduikt. Veruit de meesten wonen en overleven in de verpauperde Kanaalzone, een boogscheut verwijderd van de Begijnhofkerk.

gedwongen repatriëren

De bijeenkomst in de kerk is een initiatief van Pigment, een bescheiden vzw die zich bekommert om daklozen en illegalen in Brussel. Pigment probeert zoveel mogelijk sans papiers uit de drie ebola-landen te registreren om de eis voor een tijdelijke beschermingsstatus kracht bij te zetten. “België moet consequent zijn”, betoogt projectverantwoordelijke Alexis Andries afwisselend in Frans en Engels. “De autoriteiten geven toe dat ze jullie niet gedwongen kunnen repatriëren. Wie nu wordt gecontroleerd, krijgt een verlenging van zijn bevel tot verlaten van het grondgebied en wordt verondersteld zelf terug te keren. Onzin natuurlijk. Als reizen naar een ebola-land te gevaarlijk is voor de federale politie, dan is het voor iedereen te gevaarlijk. Er is maar een oplossing: bescherming of regularisatie zolang de epidemie duurt”.

Pigment staat niet alleen, de eisen worden onderschreven door grote organisaties zoals Artsen Zonder Grenzen, Dokters voor de Wereld en de Franstalige vluchtelingenorganisatie Cire. Het gelegenheidsplatform tast simultaan een politieke en een juridische piste af. “Het valt simpel op te lossen”, zegt Mieke Van Den Broeck, asieladvocate bij Progress Lawyers Network die het Platform adviseert. “De ebola-epidemie moet worden erkend als grond voor het toekennen van subsidiaire bescherming”. Simpel? Dat valt nog te bezien. Subsidiaire bescherming is een statuut dat pas in 2006, in uitvoering van een Europese richtlijn, in het Belgische vreemdelingenrecht werd ingevoerd. Het dient als vangnet voor bepaalde categorieën van asielzoekers wier aanvraag niet onder de Conventie van Genève valt. Ook al bestaan er geen overtuigende aanwijzingen voor persoonlijke vervolging, toch lopen ze in eigen land een reëel risico op ernstige schade. De wet bakent twee gronden af. Schade door oorlog of willekeurig geweld, een motief dat onder meer voor Afghanen, Syriërs en Iraki’s vlot wordt aanvaard. Voorts wordt subsidiaire bescherming toegekend als de asielzoeker kan aantonen dat hij in eigen land blootstaat aan ‘vernederende of onmenselijke behandeling’. “Volgens de letter van de wet impliceert dat een menselijke actor als bron van het dreigende gevaar”, zegt Van den Broeck. “Maar dat is te beperkt, we moeten die beschermingsgrond verruimen. Want is het niet absurd? Oorlog of blind geweld tellen als risico’s, maar een dodelijke epidemie komt niet in aanmerking, terwijl die even willekeurig en op even grote schaal slachtoffers maakt”.

SN Brussels

Meester Van den Broeck is de auteur van het standaardformulier  _ een aanvraag voor het bekomen van subsidiaire bescherming _ dat in de Begijnhofkerk wordt uitgedeeld. Alleen de naam van de indiener moet nog worden ingevuld, de feitelijke en juridische argumentatie staat gebruiksklaar en gratis ter beschikking van zijn of haar advocaat. Er wordt uitvoerig gewezen op de rampzalige toestand in de drie ebola-landen, de weigering van de federale politie om er nog agenten heen te sturen, en het negatieve reisadvies van buitenlandse zaken. Vervolgens wordt het non-discriminatiebeginsel ingeroepen om de stelling hard te maken dat een dodelijke epidemie wel degelijk een grond voor subsidiaire bescherming vormt. Waarom onderscheid maken tussen mensen die ‘iemand’ vrezen en anderen die een dodelijke epidemie vrezen? Het weigeren van een beschermende status zou bovendien strijdig zijn met artikel 3 van het EVRM dat foltering en vernederende of onmenselijke behandeling verbiedt. Uit dat artikel vloeit dan weer het ‘non-refoulementsbeginsel’ voort, een hoeksteen van het internationaal vluchtelingenrecht.

Het is de Commissaris-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen die in eerste aanleg over subsidiaire bescherming gaat. “De toetsing zit vervat in iedere asielaanvraag”, legt Dirk Van den Bulck uit .“Als er geen grond voor asiel is, onderzoeken we in bijkomende orde of de aanvrager aanspraak kan maken op subsidiaire bescherming”. Als de oproep in de Begijnhofkerk wordt gevolgd, zal zijn dienst binnenkort met aanvragen worden overspoeld. Uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen immers ten allen tijde een nieuwe aanvraag indienen, tenminste als die een nieuw element bevat, zoals een uitslaande ebola-epidemie in hun thuisland. De kans op succes lijkt evenwel gering, zo valt af te leiden uit Van den Bulcks commentaar. “Illegalen uit Ebola-landen kunnen voorlopig niet gedwongen gerepatrieerd worden”, stelt hij vast. “Maar dat feit op zich geeft nog geen recht op verblijf in ons land”. De Commissaris-Generaal ziet alvast geen reden om het vangnet van de subsidiaire bescherming uit te gooien. “Zo’n epidemie valt niet onder het toepassingsgebied, ook niet als we de wet ruim interpreteren. Het risico bij terugkeer is trouwens relatief. Het virus is niet overal verspreid, vergeet niet dat het om grote landen gaat. Kennelijk lopen vooral bepaalde categorieën gevaar, zoals gezondheidswerkers. Met de nodige voorzichtigheid kan men de risico’s beperken, anders hadden luchtvaartmaatschappijen zoals SN Brussels al hun vluchten naar ebola-landen al lang gestaakt. Artikel 3 van het EVRM? Het moet al heel erg worden vooraleer men de algemene toestand in een land strijdig met artikel 3 verklaart. Bij mijn weten is er maar één precedent: na een uitspraak van het Europees Hof van Justitie werd een bepaalde regio van Somalië niet langer als een valabel binnenlands vluchtalternatief beschouwd. Maar de situatie in die regio was veel problematischer dan in de landen die nu door ebola worden getroffen”.

Theo Francken

“Ach ja”, zegt Mieke Van den Broeck. ”We kennen de visie van het Commissariaat-Generaal.  Dat mag ons niet ontmoedigen. Onze mensen kunnen altijd in beroep gaan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Ik ben heel benieuwd hoe die zal oordelen. Er speelt trouwens nog een element: de publieke opinie. Binnenkort gaar het Platform met zijn eisen de straat op. Asielinstanties zijn daar gevoelig voor, weet ik uit ervaring met de Afghaanse illegalen. Die hebben maandenlang actie gevoerd, en intussen ligt hun beschermingspercentage bij het Commissariaat-Generaal op 80 procent”.

Toch verwacht het Platform meer heil van de zogenaamde politieke piste die in een  tijdelijke regularisatie moet uitmonden. Gehoopt wordt op een ruimhartige toepassing van artikel 9bis, de zogenaamde humanitaire regularisatie die als uitzonderingsprocedure in de Vreemdelingenwet staat. Een pasklare oplossing is het evenwel niet. 9bis is een individuele procedure die voor de Dienst Vreemdelingenzaken wordt gevoerd, vaak als ultieme reddingsboei voor illegalen die schoolgaande kinderen hebben, of een uitzonderlijk lang verblijf en duurzame verankering in België kunnen bewijzen. De actievoerders beroepen zich op een ander criterium, de prangende humanitaire situatie. Het is een containerbegrip, gebaseerd op de praktijk en rechtspraak. Vaag genoeg om ook een dodelijke epidemie in het thuisland te omvatten, zo gaat de redenering. Blijft het feit dat een individuele procedure niet geschikt is als instrument om collectief duizenden illegalen uit ebola-landen tijdelijk te regulariseren. Alleen de regering kan beslissen tot een dergelijke uitbreiding van humanitaire regularisatie. Het is echter zeer de vraag of daar in de Wetstraat enig animo voor leeft.

Staatssecretaris voor asiel en migratie Theo Francken wenste niet inhoudelijk te reageren, maar kondigde aan de ebola-problematiek eerstdaags met alle asielinstanties te bespreken. De kwestie komt alleszins ongelegen. Niemand is vergeten dat Francken onmiddellijk na zijn aanstelling een drastische verstrenging van het uitwijzingsbeleid aankondigde. De capaciteit in de gesloten centra zal fors worden opgevoerd, met 1.000 extra gedwongen repatriëringen per jaar als objectief.  Het ligt voor de hand dat hij daarbij onder meer aan Guinéers dacht. Ook zijn voorganger Maggie De Block, die begin dit jaar een geruchtmakende ontradingsmissie naar Conakry ondernam, had het West-Afrikaanse land in het vizier. “Asielmisbruik door Guinéers is een van onze topprioriteiten”, zegt DVZ-woordvoerder Geert De Vulder. “We proberen het terug te dringen met een kordaat uitwijzingsbeleid. Zo hebben we vorig jaar 56 Guinéers gedwongen gerepatrieerd. Dat programma hebben we nu opgeschort. Noodgedwongen, door de beslissing van de federale politie”. Volledigheidshalve dient hier gezegd dat ook de DVZ zelf niet onverschillig is voor het ebola-gevaar. Een gedwongen repatriëring wordt altijd voorafgegaan door een bezoek aan het bestemmingsland van een DVZ-ambtenaar die de veiligheidssituatie inschat. Ook die reizen werden voor de drie ebola-landen tot nader order opgeschort.

Opstootje op het kerkplein. Een groepje Guinéers maakt onderling ruzie om een van de rondgedeelde documenten te bemachtigen, misleid door het absurde gerucht dat het om verblijfspapieren gaat. Andere illegalen kijken afkeurend toe. Het is potsierlijk, maar ook tekenend voor de wanhoop na jarenlang overleven in de illegaliteit. Een politiecombi rijdt onverrichterzake voorbij,  het illustreert de schemerzone waarin deze mensen vertoeven. De autoriteiten weten dat ze er zijn, maar doen voorlopig hard hun best om ze niet op te merken. Met enig cynisme zouden de betrokkenen dit vooruitgang kunnen noemen, dank zij ebola is de politiejacht tijdelijk afgeblazen. Noah Jessey, de Liberiaan met tien jaar België op de teller, voelde de vraag komen. Is het niet opportunistisch om ebola aan te grijpen om papieren te eisen? Okay, de epidemie maakt het tijdelijk onmogelijk naar zijn land terug te keren. Maar had hij dan plannen om terug te keren? “Nee”, geeft hij grif toe. “Onze regularisatie is vooral een humanitaire noodzaak. België wil toch helpen om ebola in Liberia, Guinée en Sierra Leone te bestrijden? Wel, geef ons dan papieren, dan kunnen we hier werk zoeken en geld verdienen om onze achtergebleven families bij te staan”.

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt