Tagarchief: Vaclav Havel

De Roma-familie Rusenko komt uit de kast

De Standaard Weekblad, 22 november 2014

“Wij zijn Roma, en daar zijn we trots op”

Wijlen Jan Rusenko stond 25 jaar geleden vooraan in de Fluwelen Revolutie. De euforie van de Tsjechische Roma-leider was groot, zijn desillusie eveneens. Van Praag aan de Moldau verkaste hij met de hele clan naar Lokeren aan de Durme. Drie generaties nabestaanden maken in hun nieuwe thuisland de balans op. “Ik ga me hier niet langer verstoppen, ik wil een fiere Rom zijn”.

foto: Frederik Buyckx

foto: Frederik Buyckx

Lokeren. Een sober appartement één hoog boven een frituur in de Brugstraat. Op tafel staan de belegde broodjes klaar, naast schalen met vers gesneden komkommer en plakken worst. Roma-gastvrijheid, die hebben ze in Praag niet achtergelaten. Bij de verwelkoming worden de familiebanden meteen toegelicht. Margita Reiznerova (69) is de tante van Radana Rusenkova (40) die haar dochter Susana (20) heeft meegebracht. De heer des huizes is Radana’s jongere broer Jiri Rusenko (28), die ons zijn vriendin Miroslava en hun anderhalf jaar oude dochter Victoria voorstelt. “Ze heet Rusenko met haar achternaam”, zegt Jiri. “Eigenlijk zou het voor een meisje Rusenkova moeten zijn, maar dat vonden ze bij de burgerlijke stand te verwarrend. We moeten ons aanpassen”. Dat doen ze al achttien jaar lang, met hoorbaar resultaat. Susana’s Nederlands is perfect, Radana en Jiri moeten slechts af en toe naar een woord zoeken. Het heeft vast met de leeftijd te maken, maar Margita is bij een passieve beheersing gestrand. Niet dat ze geen talenknobbel heeft. Niemand rond deze tafel schakelt vlotter tussen Tsjechisch en Romanes dan deze kleine, getaande vrouw. Weinigen in haar adoptiestad die het vermoeden, maar Margita Reiznerova is een pionier van de internationale Roma-literatuur.

Vaclav Havel

Jan Rusenko, vader van Radana en Jiri, broer van Margita, is er niet bij. Toch is hij de spil van deze bijeenkomst. Op de tafel, tussen de komkommers en fijne vleeswaren, liggen vergeelde kranten met zijn naam en foto. We hadden het hem graag gevraagd: wat ging er door zijn hoofd toen hij op 25 november 1989 het podium in het Praagse Letna Park beklom? Dat hij afspraak had met de geschiedenis? Historisch was het tafereel beslist, de schattingen van de mensenzee gaan tot 800.000. Vele betogers droegen spandoeken met leuzen voor vrijheid en democratie. De recordmanifestatie vormde een hoogtepunt in een omwenteling die een week eerder was begonnen, toen de ordediensten een qua omvang veel bescheidener studentenbetoging uit elkaar knuppelden. Vergeefse moeite en vergeefs bloedvergieten, want de Fluwelen Revolutie viel niet meer te stoppen. Op 28 november al werd het machtsmonopolie van de communistische partij uit de grondwet geschrapt, en nog een maand later legde Vaclav Havel de eed af als eerste, niet-communistische president van Tsjecho-Slowakije. Het was diezelfde Havel die Jan Rusenko persoonlijk op het podium van het Letna Park had geroepen. Op het eerste gezicht logisch, want de Praagse trambestuurder stond mee aan de wieg van het door Havel geleide Burgerforum. Toch was het een gebaar met een hoge symboolwaarde. Een lid van de Roma-gemeenschap die een prominente plek in de politieke arena kreeg, zoiets was nooit eerder vertoond. Rusenko stond er niet als enige Rom, het was de jurist Emil Scuka die zijn volk opriep zich achter de revolutie te scharen. “Roma sta op”, gebood hij met luide stem. “Hier hebben we lang op gewacht. Voor het eerst nemen we ons lot in eigen handen”. Op de beelden op YouTube kun je de ontroering van Rusenko’s gezicht aflezen. Zijn euforie werd gedeeld de zowat 750.000 Roma die leefden in het land dat tot 1993 Tsjecho-Slowakije heette. Na de Fluwelen Revolutie zou alles anders worden. Gedaan met de gedwongen assimilatiepolitiek uit het communistische verleden, Roma zouden als volwaardige burgers participeren in een maatschappij waarin hun cultuur en taal werden gerespecteerd. 

Communistische Apartheid

Jan Rusenko overleed al in 2006. Zijn graf ligt niet in Praag aan de Moldau, maar in Lokeren aan de Durme. Hoe dat komt? Radana kijkt naar haar broer en zucht. Het is een lang verhaal dat ze met vereende krachten en woordenschat brengen. “De euforie heeft niet lang geduurd”, zegt Radana. “Ja, in sommige opzichten was er beterschap. We mochten onze taal en cultuur beleven. Tante Margita bijvoorbeeld heeft een vereniging opgericht, de Unie van Roma-schrijvers. Enkele maanden na de revolutie konden we in Brno het allereerste festival van de Roma-cultuur organiseren. President Havel is er komen speechen. Om vader een plezier te doen, maar ook omdat hij echt sympathiseerde met onze zaak. Daar zat een persoonlijk kantje aan. Havel had in gevangenis heel wat Roma leren kennen, hij is nooit vergeten hoe ze in de cel hun karige voedselrantsoen met hem deelden. Zie je, onder de communisten vloog je voor een kruimeldiefstal achter de tralies. Wie drie maanden zonder werk zat, kon als asociale profiteur worden opgepakt en opgesloten. Vaak waren dat Roma, die stonden ook toen al op de laagste trede”.

Jan Ruseko, Roma-boegbeeld en voortrekker  in de Fluwelen Revolutie. (foto: Frederik Buyckx)

Jan Ruseko, Roma-boegbeeld en voortrekker in de Fluwelen Revolutie. (foto: Frederik Buyckx)

Jiri en Radana zijn er niet zeker van. Was Jan Rusenko bij de eerste vrije parlementsverkiezingen in juni 1990 kandidaat voor de door hem en Scuka gestichte Roma-partij ROI? Werd hij verkozen maar heeft hij zijn mandaat niet opgenomen? Liefst acht Roma mochten naar het parlement, een historische doorbraak die helaas ook kan gelezen worden als een laatste stuiptrekking van de postrevolutionaire euforie. “Vader wilde niet naar het parlement”, zegt Jiri. “Ook al was hij de bekendste Roma-leider van het land, hij vond dat zijn plaats tussen het volk was, van daar zou hij controleren of de politici hun werk deden. Dat werd hem niet door iedereen in dank afgenomen, ook niet binnen de eigen gemeenschap”.

Ook zonder interne verdeeldheid bleven de kopzorgen niet lang uit. Zoals overal in Oost-Europa lokte de transitie van planeconomie naar vrije markteconomie een sociaal bloedbad uit. De zware industrie, steenkool- en staalproductie voorop, klapte in elkaar. “Het waren de Roma die als eersten op straat werden gezet”, vertelt Jiri. “Ongeschoolde arbeiders, de meesten afkomstig uit getto’s in Slowakije. Geïmporteerd, moet ik zeggen, want zo ging dat onder de communisten. In Slowakije was geen industrie terwijl er veel werkloze Roma woonden, in Tsjechië was het precies andersom. En dus bouwden ze dicht bij de fabrieken hele woonwijken waar Roma verplicht werden gehuisvest. Die logementen hadden bij de Tsjechen een barslechte reputatie, ze lagen er ook verschrikkelijk vervallen bij. Logisch als je er mensen in stopt die recht uit het getto komen en nooit van hun leven een badkamer hebben gezien”. Communistische Apartheid? Radana komt genuanceerd uit de hoek. “Het communisme had ook zijn goede kanten. Iedereen had werk en alles was strikt geregeld. Natuurlijk, ook toen was er racisme, in sommige Praagse cafés hingen zelfs bordjes met ‘verboden voor honden en zigeuners’. Maar het was tenminste veilig voor Roma”.

Roma brain drain

Het politieke klimaat sloeg om. Uit de economische malaise groeide een nieuwe partij, de rechts-populistische SPR van Miroslav Sladek, een geboren volksmenner die grossierde in racistische uitspraken. Extreemrechtse skinheads maakten Roma-buurten onveilig. Jan Rusenko, intussen een bekend mediafiguur, ontving doodsbedreigingen. Zijn zus Margita deelde in de klappen. Het lokaal van haar schrijversclub, tevens een cultureel centrum waar Tsjechen en Roma elkaar ontmoetten, werd door onbekenden kort en klein geslagen. “De muren stonden vol swastika’s”, zegt ze. “Er werd ook brand gesticht, enkele van mijn manuscripten zijn verloren gegaan”.

In 1996 verhuisde de hele familie Rusenko, drie broers, twee zussen en hun 83-jarige moeder, met partners en kinderen naar Oost-Vlaanderen. “Een beslissing van vader”, zegt Radana. “Hij was de leider van de familie, de anderen zijn als vanzelf gevolgd. We hebben eerst in Gent gewoond, maar omdat vader het daar te druk vond, zijn we na twee jaar naar Lokeren verhuisd. Waarom België? Toeval, vader wilde eerst naar Nederland, maar een van zijn beste vrienden was al eerder naar Gent vertrokken. Mond-aan-mond-reclame, zo zijn de meesten hier beland”.

Radana Rusenkova (foto Frederik Buyckx)

Radana Rusenkova (foto Frederik Buyckx)

Die goede vriend was de in  2003 overleden Frantisek Demeter, schrijver, muzikant en kunstschilder met doeken in verschillende Europese musea. Ook al een lid van de culturele elite, niet toevallig. Het waren Roma-intellectuelen die vanaf midden jaren negentig als eersten Tsjechië ontvluchtten. Op zich was het maar een klein clubje, een handvol families die zich ironisch genoeg aan de communistische assimilatiepolitiek hadden opgetrokken. De Rusenko’s hadden een aanzienlijk aandeel in de brain drain. Behalve Margita, verpleegster van opleiding, waren ook haar twee zussen en jongste broer bekende schrijvers in de ontluikende Roma-scene. Familiehoofd Jan Rusenko had geen diploma, maar was volgens Radana een wandelende bibliotheek. “En een creatieve duizendpoot”, zegt ze. “Vader was de bezieler van Perumos, een gezelschap dat theater, muziek-en dansvoorstellingen bracht. Ik heb nog vaak met hem op de planken gestaan”.

Overlast in Gent

De Rusenko’s vroegen en kregen politiek asiel. Hoogst uitzonderlijk, het statuut werd niet meer toegekend toen eind jaren negentig een tweede, veel grotere Roma-golf de Belgische asielinstanties overspoelde. Uit Tsjechië, maar meer nog uit Slowakije waar de werkloosheid en armoede in de getto’s nog harder nepen. Ook in andere herkomstlanden zoals Roemenië, Bulgarije en het desintegrerende Joegoslavië kwam een exodus op gang. De migratiebeweging zou niet meer stilvallen, ze verklaart waarom er vandaag in Brussel, Gent en Antwerpen grote Roma-gemeenschappen leven. Populair zijn de nieuwkomers niet. Wie Roma zegt, denkt onwillekeurig aan vrouwen met bedelende kinderen, rondtrekkende dievenbendes en onhygiënische toestanden in kraakpanden.  Het beeld, door talloze krantenkoppen versterkt, werpt zijn schaduw over de tafel. Ze zitten ermee in hun maag, maar prijzen zichzelf ook gelukkig dat ze niet meer in Gent wonen waar de zowat 5.000 recent ingeweken Roma geregeld de politieke gemoederen beheersen. “Ik begrijp dat de Vlamingen klagen”, zegt Radana. “Zigeuners reizen in familie, dat is de traditie. Als er eentje komt, volgt de hele clan. Dan krijg je overlast in een stad, zeker met mensen die geen benul hebben van hoe men hier leeft en woont. Maar ik wil hen niet veroordelen. Als je de omstandigheden kent waarin ze in Tsjechië en Slowakije leven, dan snap je waarom ze naar hier komen”.

Zigeuners, het is niet de eerste keer dat het woord aan deze tafel valt. Mag dat dan? Ons werd altijd verteld dat zigeuner een pejoratief woord is, ongeschikt bovendien om de grote diversiteit binnen deze etnische minderheid te omvatten. “Alleen wij mogen dat gebruiken”, zegt Jiri lachend. “Het is zoals negers. Uit de mond van blanken klinkt dat racistisch, maar als zwarten het over niggers hebben, klinkt het als een geuzennaam”.  Susana mengt zich in het gesprek. Twintig jaar jong, een vat vol twijfels. Ze heeft haar hogeschoolstudies communicatie en public relations afgebroken, denkt nu aan journalistiek of politieke wetenschappen. Alleszins een richting die beter past bij de zoektocht naar haar identiteit. “Wat ben ik eigenlijk”, vraagt ze retorisch. “Vlaming? Tsjechische? Roma? Of Duits, want ik heb een tijdlang in Duitsland gewoond? Ik heb me heel vaak niks gevoeld”. Het zit diep bij Susana. Ze is trots op haar opa, en toch mochten op school alleen haar beste vriendinnen weten dat ze Rom was. “Mensen gokken meestal dat ik Turks, Marokkaans of Spaans ben, omdat ik wat donkerder ben dan gemiddeld. Tsjechisch, zegt ik dan, want de meesten weten toch niet dat de doorsnee Tsjech zo bleek ik als een Friese boer. Op school heb ik een gênant moment beleefd. Er zat een nieuwe leerling in de klas, een jongen die werd gepest omdat hij Rom was. Ik was verontwaardigd, maar toch heb ik niks gedaan om hem te helpen. Ik durfde me niet als Rom te uiten, bang dat ze me ook zouden pesten. Daar schaam ik me nu voor”.

Jiri Rusenko (foto: Frederik Buyckx)

Jiri Rusenko (foto: Frederik Buyckx)

De vloek van de zwarte ketel

Jiri, trucker bij een groot transportbedrijf, begrijpt de tegenstrijdige gevoelens van zijn nichtje maar al te goed. “De meeste collega’s denken dat ik een gewone Tsjech ben. Ik loop met mijn identiteit niet te koop, dat werd me trouwens afgeraden door andere Roma. Belgische werkgevers moeten niet weten van zigeuners, zeiden ze. Maar misschien is dat een vooroordeel, geïmporteerd uit Tsjechië”. En toch staan de Rusenko’s nu met naam en toenaam in de krant. Daar werd vooraf goed over nagedacht. Tijd om uit de schaduw te stappen en zich aan Vlaanderen te tonen, was de consensus. Niemand die daar meer van doordrongen is dan Susana. “Ik wil me niet langer verstoppen”, zegt ze . “Er is niks mis met onze Roma-identiteit, we hebben veel om trots op te zijn”. Ze loopt al een poosje met een plan in haar hoofd. Samen met haar moeder en oom Jiri wil ze iets ondernemen om haar gemeenschap uit het verdomhoekje te halen. Een cultureel centrum oprichten, of een Belgische Roma-vereniging, ze zijn er nog niet uit. “En ik wil de taal leren”, zegt ze. “Het frustreert me dat ik wel Nederlands, Tsjechisch, Frans, Engels en Duits ken, maar geen Romanes”.

Een cultuurcentrum met een projectiezaal zou niet gek zijn. Dan kan Vlaanderen alsnog kennis maken met Mire Bala Kale Hin, een prachtige film uit 2003 van Katarina Lillqvist. De Finse cineaste studeerde poppenanimatie in Praag waar ze gefascineerd raakte door de Roma. Ze bewerkte hun tragische geschiedenis tot een cyclus van zes verhalen. Een daarvan is een sprookje van Margita Reiznerova die Lillqvist ook hielp met het scenario. “Ze had het gelezen toen ze nog in Praag studeerde””, vertelt Margita. “Ik was al lang geëmigreerd toen ze aan haar filmproject begon. Het heeft haar twee jaar gekost om me hier in Lokeren op te sporen”.

Margita is een wonderlijke vrouw.  Ze heeft Tsjechov en andere Russen naar het Romanes vertaald. Haar sprookjes zijn allesbehalve kinderlijk, ze schrijft duistere verhalen vol verwijzingen naar de pijnlijke geschiedenis van haar volk. “Ik heb niks verzonnen”, zegt ze. “De verhalen werden me ’s nachts tijdens mijn slaap ingefluisterd”. Misschien doet ze daarmee haar eigen creatieve genie te kort. Margita kan uit haar eigen leven inspiratie putten voor een lijvige roman. Terwijl ze de schotel met broodjes laat rondgaan, dist ze het verhaal van de zwarte ketel op. Het moet tijdens het interbellum zijn geweest, de familie woonde nog in de buurt van het Slowaakse stadje Stropkov. “Mijn grootouders hadden twaalf zonen”, vertelt Margita. “Ze waren sedentair, hadden zelf paarden en koeien, het was een welvarende familie. De zonen deden seizoensarbeid bij de boeren en leurden op markten met smeedwerk. Thuis hing een grote ketel waarin al het geld werd gestopt. Iemand moet hen vervloekt hebben. Eerst stierven de koeien en de paarden, daarna vielen de jongens een na een weg. Vader heeft in korte tijd tien broers verloren.  Op het einde was de pot helemaal leeg, al het geld was opgegaan aan begrafenissen”.

Ongewenste Bohemers

Margita is geboren op 5 mei 1945, een dag na de Duitse capitulatie. Haar moeder had de laatste maanden van haar zwangerschap in de bossen door gebracht. De jonge vrouw, die op haar 83ste naar Gent zou verhuizen, overleefde op een dieet van bessen en paddenstoelen. Verstrikt in de oorlog, een nachtmerrie waar geen vloek of zwarte magie maar een moorddadig regime aan te pas. Anders dan het door de Duitsers rechtstreeks bestuurde Tsjechië, behield Slowakije tijdens de oorlog zijn autonomie. Zeker, het was een vazalstaat van de Nazi’s. Toch verklaart de aparte status waarom in Slowakije de jacht op de Roma _ in tegenstelling tot de uitroeiing van de Joden _ pas in de loop van 1944 echt op gang kwam, met een relatief hoog overlevingspercentage als gelukkig gevolg. “Vader was bij het verzet”, vertelt Margita. “Moeder en de rest van de familie hadden zich in een kerk verstopt. Ze werden gearresteerd en met een karavaan te voet naar een doorvoerkamp gestuurd. Grootvader, die nog met de Oostenrijkers in de Eerste Wereldoorlog had gevochten en Duits begreep, vermoedde wat ons te wachten stond. Hij zei moeder dat ze zich naar de staart van de karavaan moest laten afzakken, zodat ze zich bij het vallen van de duisternis in het bos kon verstoppen. Zo heeft ze de oorlog overleefd en ben ik geboren. Ook vader is er levend uitgekomen. Ze hebben hem kort na de oorlog wegens sigarettensmokkel gearresteerd en in Praag opgesloten. Dat verklaart waarom onze familie in Tsjechië is beland”.

Margita Reiznerova (Foto Frederik Buyckx)

Margita Reiznerova (Foto Frederik Buyckx)

Tsjechië, waar tijdens de oorlog negentig procent van de zowat 6.000 Roma werd vermoord. Nagenoeg alle Tsjechische Roma hebben bijgevolg Slowaakse roots. Hele dorpen werden in de jaren vijftig door de communistische machthebbers vanuit het rurale Slowakije overgeheveld om de arbeidsplaatsen van de drie miljoen uitgedreven Sudetenduitsers op te vullen. “Er wordt veel over de Tweede Wereldoorlog gepraat”, zegt Radana bitter. “Maar over de genocide op de zigeuners spreekt niemand. Wie weet bijvoorbeeld dat de eerste experimenten met gifgas op Roma-kinderen werden uitgevoerd? Ook daar wilde vader iets aan doen, het is nu aan ons om zijn missie over te nemen en de genocide te herdenken”.

Was de oorlog een absoluut dieptepunt, ook het heden oogt allesbehalve rooskleurig. Met 12 miljoen vormen de Roma de grootste etnische minderheid van Europa. Slowakije, Tsjechië, Roemenië, Bulgarije, het voormalige Joegoslavië, in de traditionele herkomstlanden staan ze helemaal onderaan op de maatschappelijke ladder. Migratie naar West-Europa heeft daar weinig verandering in gebracht. Met enig cynisme kan men van regressie spreken, een terugkeer naar een nomadische levensstijl die de Roma decennia eerder hadden opgegeven. Ook in het Westen blijken racistische vooroordelen jegens ongewenste ‘Bohemers’ springlevend. De migratie kwam verschillende EU-lidstaten dermate ongelegen dat ze het heilige principe van vrij verkeer van personen beperkten. Komt het ooit goed met de Roma? Radana slaakt nog een zucht. “Hadden we maar een eigen Roma-land, heb ik al vaak gedacht. Maar dan schieten de woorden van vader me te binnen. Nee Radana, zei hij altijd, wij hoeven geen eigen land. Wij zijn Roma, wij hebben de hele wereld”. 

 

trotse Roma: de familie Rusenko. (foto Frederik Buyckx)

trotse Roma: de familie Rusenko. (foto Frederik Buyckx)