Tagarchief: Vilvoorde

Hans Bonte en Montasser AlDe’emeh over het jaar van de radicalisering

Knack, 16 december 2015

Radicalisering, terreur en jihadisme, het zijn fonkelende sterren in de wordcloud 2015. Een boerenjaar voor radicaliseringsexperten waarvan Knack twee prominente exemplaren verenigde. Burgemeester Hans Bonte en islamoloog Montasser AlDe’emeh buigen zich samen over de kwaal van deze tijd. De eerste klinkt sussend, de tweede alarmerend. ‘Angst is nefast, maar naïviteit evenzeer’.

 

foto: Saskia Vanderstichele

foto: Saskia Vanderstichele

Montasser AlDe’emeh excuseert zich voor de vertraging. Iemand had hem de weg naar de Leuvensesteenweg in plaats van de Leuvenseweg gewezen, een populair misverstand als men het Huis der Parlementariërs zoekt. De Palestijnse Vlaming woont al een poosje in de hoofdstad, maar deze buurt is hem nog altijd weinig vertrouwd. Een van zijn vorige excursies naar de Vijfhoek haalde zelfs de internationale pers. Het was begin december, de stad krabbelde recht na een week dreigingsniveau 4. Een politiepatrouille vond het nodig zijn auto tegen te houden en hem op een botte manier aan een veiligheidscontrole te onderwerpen. De nummerplaat van zijn Mercedes stond als verdacht gesignaleerd, klonk achteraf de uitleg van de politie. Ironisch genoeg kwam AlDe’emeh net terug van een lezing over gewelddadig jihadisme voor het Brussels parlement.

 Hans Bonte, sp.a-kamerlid en burgemeester van Vilvoorde, schuift een stoel bij voor de laatkomer. Hun wegen hebben elkaar al vaker gekruist. Montasser AlDe’emeh en Hans Bonte staan allebei bekend als radicaliseringsexpert, een knelpuntberoep dat ze op erg verschillende manieren invullen. AlDe’emeh verdiept zich als islamoloog in de lokroep van de jihad. In 2014 reisde hij Vlaamse Syriëstrijders achterna, en zijn veldonderzoek mondde dit jaar uit in het lijvige boek ‘De Jihadkaravaan’ dat hij samen met Midden Oosten-kenner Pieter Stockmans schreef. AlDe’emeh is geen academicus in een ivoren toren. Met zijn organisatie ‘De weg naar’ probeert hij radicaliserende jongeren voor ongelukken te behoeden en begeleidt hij ouders van Syriëstrijders. Hans Bonte van zijn kant kent de problematiek als burgemeester. Vilvoorde zag sinds 2012 liefst 28 onderdanen naar het strijdtoneel in Syrië vertrekken, een cijfer waarmee zijn stad nog voor Molenbeek internationale faam als jihadi-bolwerk verwierf. Het leverde Bonte de status van ervaringsdeskundige op, met een uitnodiging als keynote speaker door het Witte Huis als ultieme bekroning.

–  wat een boerenjaar voor radicaliseringsexperten! De aanslagen van 13/11 in Parijs zinderen nog na. Men zou haast vergeten dat 2015 zowat begon met het uitmoorden van de Charlie Hebdo-redactie en de raid op de Joodse superette Hyper Casher in datzelfde Parijs. Was dat een kantelpunt?

Hans Bonte: ‘Zo heb ik het toch beleefd. Een aanslag op onze persvrijheid, als symbool kon dat tellen. Maar ook de reactie had een enorme symboolwaarde. Ik ben naar Parijs geweest voor de stille wake, een historisch moment. Ik kon het Gare du Nord haast niet uit, het zag letterlijk zwart van het volk. Een miljoen mensen op de been, van alle rangen, standen en kleuren. Ik vond dat een zeer krachtig signaal’.

Montasser AlDe’emeh: ‘Het was helemaal geen aanslag op de persvrijheid, maar een oorlogsdaad waarmee jihadisten de polarisering in onze maatschappij op de spits wilde drijven. Vandaar ook de keuze van het doelwit: hoe theatraler, hoe groter de impact. Ik kan me inbeelden dat die stille wake een ontroerende ervaring was, maar volgens mij zijn we met open ogen in de val getrapt. Het opzet om moslims te marginaliseren en de tegenstellingen tussen wij en zij aan te scherpen, is perfect geslaagd. Na de aanslagen begonnen kranten massaal Mohammed-cartoons te publiceren. Wie daar niet mee kon lachen, was haast medeplichtig aan de moord op Charlie Hebdo. Die groepsdruk werkte nog ook. Zelfs Franse imams die Charlie Hebdo jarenlang hadden verketterd, gingen ineens met een ‘Je suis Charlie’-bordje staan zwaaien. Hypocriet, net zoals de aanwezigheid op de stille mars van enkele wereldleiders die zelf als notoire mensenrechtenschenders bekend staan’.

Bonte: ‘Wat was er zo hypocriet aan de reactie van die imams? Het is toch niet omdat ze verbolgen waren over Mohammed-cartoons, dat ze geen afschuw mogen tonen als de volledige redactie van Charlie Hebdo wordt uitgemoord? Ik zie daar geen tegenspraak’.

AlDe’emeh: ‘De imams dragen een verpletterende verantwoordelijkheid. Natuurlijk waren die spotprenten niet leuk, zo heb ik het trouwens zelf altijd aangevoeld. Toch hadden de imams de gelovigen moeten sussen. Laat ze maar spotten, hadden ze in de moskee moeten zeggen, wij moslims weten zelf wel wat de Profeet voor ons betekent. Maar nee, in de plaats daarvan staken ze donderpreken af tegen die godslasteraars van Charlie Hebdo. Dan moet je niet verbaasd zijn als op een dag enkele jongeren die al slecht in hun vel zitten en al flink geradicaliseerd zijn, een Kalasjnikov grijpen en een bloedbad aanrichten. Ik zeg niet dat er een direct causaal verband is, maar het is wel hypocriet om na zo’n drama een bordje met ‘Je suis Charlie’ in de lucht te steken’.

–  nog een sterk moment van 2015 was de uitspraak op 11 februari in het Sharia4Belgium-proces. Volgens de correctionele rechtbank van Antwerpen ging het om een terroristische groepering. Leider Fouad Belkacem en andere kopstukken kregen strenge gevangenisstraffen. Terecht?

Bonte: ‘Over de strafmaat spreek ik me niet uit, maar het is absoluut waar dat Sharia4Belgium een sleutelrol heeft gespeeld in het ronselen van Syriëstrijders. Ik weet er alles van, want de organisatie was erg actief in Vilvoorde. De predikers van de haat, zoals ik ze noem, zijn verantwoordelijk voor het stelen van kinderen uit onze samenleving. Het ging overwegend om criminelen en halve criminelen, sommigen hadden op hun elfde al een dossier bij de jeugdrechtbank. Losers dus die elkaar in een nieuwe missie hadden gevonden, het stichten van het kalifaat. De eerste lichting Syrië-strijders bestond nagenoeg volledig uit kernleden van Sharia4Belgium. Vanuit Syrië hebben ze vervolgens de tweede lichting gerekruteerd, met filmpjes, propaganda en persoonlijke aansporingen via de bekende sociale netwerken. Van die eerste lichting kun je nog zeggen dat we ze liever kwijt zijn dan rijk. Maar die tweede lichting? Dat waren geen criminelen, maar gewone jongeren die om allerlei redenen kwetsbaar waren’.

AlDe’emeh: ‘Sharia4Belgium heeft bewust gemarginaliseerde jongeren aangetrokken en verder geradicaliseerd. Aanvankelijk puur ideologisch, maar dat was slechts een eerste stap op weg naar gewelddadige radicalisme. De vraag is echter waarom ze hun boodschap zo gemakkelijk aan die jongeren kwijt konden. Het hoofddoekenverbod is een deel van het antwoord, dat hebben Belkacem en co meesterlijk uitgespeeld.  Ik vind dat trouwens nog altijd een pijnpunt. Steeds meer moslimmeisjes volgen thuisonderwijs omdat ze hun hoofddoek op school niet willen afleggen. Ook in mijn centrum komen meisjes klagen dat ze zich om die reden gediscrimineerd voelen. Dat is heel erg, want volgens experts is vervreemding van de maatschappij een belangrijke grond voor radicalisering. Ook de media gaan niet vrijuit, ze hebben Sharia4Belgium groot gemaakt. Hoe er eerst gelachten werd toen Belkacem ermee dreigde het Atomium als blasfemisch monument af te breken. De dorpsidioot, zo werd hij afgeschilderd. Maar intussen zien we hoe gelijkgezinden in Syrië en Irak aan de lopende band erfgoed vernietigen’.

– behalve door jihadistische terreur werd het jaar door een historische migratiecrisis beheerst. Beide fenomenen zijn gelinkt, heel wat vluchtelingen zijn trouwens op de vlucht voor het geweld van IS en andere strijdende partijen in Syrië en Irak. Maar wat met die andere link waarvoor sommigen waarschuwen? Misbruikt IS de vluchtelingestroom om terroristen naar Europa te smokkelen?

Alde’emeh: ‘Dat valt nooit uit te sluiten, maar IS heeft daar ook andere kanalen voor. Denk maar aan Abaaoud, en het gemak waarmee die heen en weer pendelde om zijn aanslagen te beramen’.

Bonte: ‘Ik zie andere links, zoals de radicaliserende invloed van het Syrische conflict op onze eigen moslimgemeenschap. Dat wordt onderschat, net zoals we de impact van de Palestijnse kwestie onderschatten. Heel wat jongeren zijn uit oprecht idealisme naar Syrië vertrokken. In het begin van de burgeroorlog werden ze trouwens toegejuicht, ik hoor Guy Verhofdstadt in het Europees Parlement nog roepen dat we hen wapens moesten meegeven om die duivelse Assad omver te werpen. Maar lang niet iedereen vertrok om te vechten, er waren er ook die hier alles hebben achtergelaten om humanitaire hulp te brengen. Door onze obsessie met IS willen we dat niet meer zien, maar voor sommige zogenaamde Syriëstrijders zou ik gerust een standbeeld willen oprichten’.

– u heeft geprotesteerd toen de regering eind augustus besliste in Vilvoorde een asielcentrum op te richten. Waarom?

Bonte: ‘Die beslissing werd boven ons hoofd genomen, terwijl wij als lokale overheid er wel de gevolgen van dragen. Ik was vooral bezorgd over de veiligheid van de asielzoekers, want er kwamen bedreigingen uit twee verschillende hoeken. Het stadhuis werd beklad met swastika’s, we vonden flyers met haatboodschappen, blijkbaar afkomstig van dezelfde extreemrechtse club die in verschillende Nederlandse asielcentra brand heeft gesticht. Anderzijds liepen er ook bedreigingen binnen van geradicaliseerde moslims die de vluchtelingen als verraders beschouwden’.

Alde’emeh: ‘Dat verbaast me niet. IS spuwt op vluchtelingen die het kalifaat in de steek laten. Toch is hun visie niet zo eenduidig. Een Vlaamse Syriëstrijder vertelde me dat IS juist in zijn nopjes is met de vluchtelingen. Hoe groter de stroom, hoe groter de chaos in Europa’.

Bonte: ‘Het is wel losgelopen met dat asielcentrum. Vilvoorde heeft extra middelen gekregen om de veiligheid te garanderen, en de komst van die 120 asielzoekers heeft ook een positieve dynamiek op gang gebracht. Tientallen vrijwilligers, moslims maar ook andere Vilvoordenaars, hebben zich gemeld, allemaal blij dat ze eindelijk iets tastbaars konden doen. Afgezien daarvan heb ik wel moeite met het spreidingsbeleid voor vluchtelingen. De solidariteit tussen steden en gemeenten is ver zoek. Hoe sommige liberale burgemeesters, die van Geraardsbergen en Koksijde om ze niet bij naam te noemen, staan te roepen dat ze er geen asielzoekers kunnen bijnemen omdat ze al genoeg steuntrekkers tellen. Zo verzieken ze de boel, en het ergste is dat ze daarbij nog worden gesteund door een liberale vicepremier’.

– na de aanslagen van 13/11 in Parijs heeft premier Michel een batterij van 18 antiterreurmaatregelen afgekondigd. Opvallendste ingrediënten: alle terugkerende Syriëstrijders moeten naar de gevangenis, en radicaliserende landgenoten krijgen een enkelband. Goed idee?

Bonte: ‘Wat willen ze met die enkelband bereiken? Dat ze niet naar Syrië vertrekken? Ik heb eens geprobeerd een minderjarige om te praten. Dank u voor de moeite, zei hij, maar ik wil sterven voor mijn zaak. En jawel, op zijn achttiende is hij vertrokken. Ik bedoel maar: als ze echt willen, kun je ze niet tegenhouden. Alle terugkeerders opsluiten? Als gewezen jeugdwerker in Sint-Jans Molenbeek weet ik wat de gevangenis met gedetineerden doet. Als we elitescholen voor jihadisten willen oprichten, dan is dit de manier. Helemaal fout is het concentreren van terugkeerders in aparte afdelingen, want zo creëer je kleine Guantanamo’s. Ik ben wel gewonnen voor de huidige praktijk waarbij terugkeerders zich voor de rechtbank moeten verantwoorden. Zo hoort het: het is niet aan de politiek maar aan rechter om te toetsen of gewezen Syriëstrijders hun plaats in de maatschappij opnieuw kunnen opnemen. Van de acht Vilvoordse terugkeerders zitten er momenteel vijf in de cel. Volkomen terecht, al heb ik ook al uitschuivers gezien. Een man die naar Syrië vertrekt om er zijn zwaargewonde broer terug te halen, die moet je toch niet als jihadist in de gevangenis gooien’.

AlDe’emeh: ‘Ik zou niet graag in de schoenen van minister van justitie Geens staan. Concentreren van terugkeerders is uit den boze, maar spreiden al evenzeer, want dan gaan ze andere gevangenen radicaliseren. Er is dus geen oplossing, maar ik begrijp dat de regering dat niet kan toegeven. Terugkerende Syriëstrijders vormen wel degelijk een risico. IS heeft België met zelfmoordaanslagen bedreigd, bovendien hebben ze hun strategie aangepast. Vroeger rekenden ze vooral op lone wolves om in Europa aanslagen te plegen, maar de voorbije maanden  hebben ze het geweer van schouder veranderd. Ze sturen nu ook commando’s naar Europa, Syriëstrijders die doen alsof ze gederadicaliseerd zijn. Ze scheren hun baard af, drinken alcohol, gaan op gesprek bij burgemeester Bonte of, waarom niet, bij Montasser. Iedereen trapt erin, zelfs de staatsveiligheid. Het kan jaren duren vooraleer ze hun missie volbrengen. IS heeft geduld, ze maken zich klaar voor een langdurige oorlog met het Westen’.

– klinkt behoorlijk apocalyptisch. Verklaart dat waarom u in de toekomst geen terugkeerders meer wil begeleiden in uw centrum ‘De weg naar’?

AlDe’emeh: ‘Ik mag er niet aan denken dat zo’n commando zich voor de schijn door mijn centrum laat begeleiden om dan drie jaar later een aanslag te plegen. Kijk, de hele context is veranderd. Twee jaar geleden, toen er nog geen sprake was van IS, kon je aannemen dat iemand uit idealisme naar Syrië trok. Maar al diegenen die zich het voorbije jaar bij IS hebben aangesloten, hebben een bewuste keuze gemaakt.  Ze hebben allemaal de gruwelvideo’s gezien, ze weten dat IS op grote schaal burgers vermoordt en Jezidi-vrouwen verkracht, ze kennen de geopolitieke context, en ze beseffen het verdriet dat ze hun ouders aandoen. Als je dan toch vertrekt, moet je nooit meer terugkeren’.

Bonte: ‘Dat is wat ook burgemeester Aboutaleb van Rotterdam zegt. Maar loopt het zo’n vaart? Ik huiver voor de grote stappen-redenering: ze zijn hier geradicaliseerd, vertrekken naar Syrië, leren daar de gruwel, keren terug en leggen een bom. De meeste terugkeerders zijn totaal gedesillusioneerd, ze hebben in Syrië een ellendige tijd gehad, vooral de meisjes. Daar moet je vooral veel zorg in steken, al moet je er uiteraard ook de risicoprofielen, de jongens die echt bij IS hebben gezeten, uitfilteren. Die restgroep moet je vervolgens nauw in de gaten houden, een taak van politie, staatsveiligheid en Ocad die veel beter moeten samenwerken. De nieuwe Foreign Terrorist Fighter-richtlijn van minister Jambon is wel een stap vooruit, al gruwel ik van de naam. Informatie, daar draait alles rond. Het komt er op aan precies te weten wie vertrekt, wat hij ginder doet, en wanneer hij terugkeert. Vilvoorde was de eerste stad die de ambtshalve schrapping heeft ingevoerd, een maatregel die alle politieke en sociale rechten opschort. Ik werd toen voor rechtse zak uitgescholden, maar andere steden met Syriëstrijders zijn snel gevolgd. Voordeel: zodra iemand bij zijn terugkeer door douane of politie wordt gecontroleerd, zijn we op de hoogte, vaak zelfs sneller dan de Staatsveiligheid. Er valt echter nog veel te doen, vooral de bescherming van minderjarigen is ondermaats’.

– hoezo?

Bonte:  ‘Onze jeugdrechters en jeugdbeschermingscomités hebben totaal geen voeling met de radicaliseringsproblematiek. Ik maak vaak de vergelijking met Giel, de 15-jarige jongen die als monnik naar een klooster in de Himalaya is getrokken. Toen een van zijn ooms dat wou beletten en klacht neerlegde, hebben justitie en parket alles uit de kast gehaald, zelfs het Hof van Cassatie werd erbij gesleurd. Maar wanneer ik als burgemeester bel voor een 17-jarige die op het punt staat naar Syrië te vertrekken, met de wanhopige moeder aan mijn zijde die smeekt om zijn identiteitskaart in te trekken, dan geven ze niet thuis’.

– u relativeert de terreurdreiging. Omdat erover praten niks uithaalt maar wel de angst in de maatschappij aanwakkert?

Bonte: ‘Inderdaad. Angst helpt ons niks vooruit, en een risicoloze samenleving bestaat niet. Kunnen we een beetje karakter tonen? We vangen al tientallen jaren oorlogsvluchtelingen en zelfs kindsoldaten op, we hebben bewezen dat we het kunnen’.

AlDe’emeh: ‘Angst is nefast, maar naïviteit evenzeer. Ik ken IS, ik weet waar die groepering toe in staat is. Ze verketteren alles en iedereen, zelfs Al Qaeda. Het is een kleine minderheid, maar met een absolute loyauteit jegens de leiding. In mijn centrum vertelde een jongen dat hij geen seconde zou aarzelen moest Al Bagdhadi hem opdragen mij te onthoofden. Hij meende het, en het ergste is dat verschillende van die fanatici vrij rondlopen in onze maatschappij en anderen aansteken. Ik wil geen onrust zaaien, maar er staat te veel op het spel. Enkele aanslagen zoals in Parijs zouden de sociale cohesie in België definitief onderuit halen. Kijk naar het effect in Frankrijk: totale polarisering, extreemrechts triomfeert. Uiteraard zal de moslimgemeenschap het grootste slachtoffer worden, precies wat IS wil’.

–  de door Saudi-Arabië gefinancierde Grote Moskee in het Brusselse Jubelpark ligt onder vuur. Een haard van radicalisering, klinkt het bij zowat alle politieke partijen van beide taalgemeenschappen. Minister van binnenlandse zaken Jambon (N-VA) laat het gebedshuis alvast doorlichten. Sluiten die handel?

AlDe’emeh: ‘Ik begrijp de hetze niet. Van de Belgische Syrië-strijders is er niet één die de Grote Moskee bezocht. Waarom zouden we Saudi-Arabië, een bondgenoot in de strijd tegen IS, van ons moeten vervreemden? IS zou nogal juichen, ze willen namelijk niks liever dan het Saudische regime destabiliseren, want een kalifaat kan pas bestaan als ze de heilige steden Mekka en Medina controleren. De Grote Moskee propageert een salafistische versie van de islam, zeggen sommigen. En wat dan nog? We moeten echt het onderscheid leren maken tussen apolitiek salafisme en de gewelddadige, jihadistische variant. Apolitieke salafisten kun je nog het best vergelijken met orthodoxe joden. Ze leven in hun eigen gemeenschap, hun verschijning en opvattingen wijken af van de mainstream, maar niemand heeft er last van. In feite spelen ze zelf een nuttige rol, want ze zijn een van de weinigen die jihadisten met religieuze argumenten kunnen tegenspreken‘.

Bonte: ‘De Grote Moskee wordt als zondebok gebruikt. Een jaar geleden ben ik er gaan spreken, er zaten heel wat Belgische en Franse imams in het publiek. Ik heb daar vooral grote ongerustheid vastgesteld, over de plaats van de islam in onze samenleving, maar ook over het risico op radicalisering van hun eigen kinderen’.

– Montasser, een persoonlijk dieptepunt was wellicht de pijnlijke politiecontrole bij het parlement. U staat daarmee niet alleen, vraag maar aan acteur Zouzou Ben Chicka. Heeft die ervaring sporen gelaten?

AlDe’emeh: ‘Ook in Kortrijk en Antwerpen waren er incidenten. Het doet pijn om te zien dat mensen nog altijd niet in staat zijn op een humane manier met medemensen om te gaan. Voor mij is dit ook het zoveelste bewijs dat het integratieproces is mislukt, omdat we elkaar niet kennen en omdat de irrationele angst in de maatschappij alsmaar toeneemt. De politie is daar misschien wel het beste voorbeeld van. In Molenbeek, waar ik zelf woon, is de kloof tussen de bevolking en de politie hemelsbreed. De meeste agenten wonen buiten Brussel, vaak komen ze recht van de politieschool om een verplichte tour of duty in Molenbeek te doen. De aversie is wederzijds, jongeren zwaaien niet maar kijken zuur als er een combi passeert’.

– om met een positieve noot te besluiten: burgemeester zijn van een jihadistisch bolwerk heeft ook zijn aangename kantjes. In februari mocht u in het Witte Huis in Washington uw radicaliseringsaanpak gaan toelichten. President Obama ontmoet?

Bonte: ‘Tot een handshake is het niet gekomen, maar hij heeft wel naar mijn speech geluisterd. Ik was de enige Europeaan, mijn collega’s van Parijs en Rotterdam zaten in het publiek. Een mooi moment voor een politicus, maar ook niet meer dan wat balsem op een open wonde. Bolwerk van jihadistrijders, het is een stigma dat op mijn stad weegt. Toch zal ik het nooit vergeten. Ik was al in het Witte Huis, een beetje aan het stressen voor mijn speech. Ineens kreeg ik telefoon uit Vilvoorde. Een oud vrouwtje vroeg wanneer we eindelijk die put in de Harensesteenweg kwamen herstellen. Dan sta je meteen weer met de voeten op de grond’.

foto: Saskia Vanderstichelen

foto: Saskia Vanderstichele

 

Knack jaaroverzicht 2013

een greep uit mijn bijdragen voor het jaaroverzicht van Knack (24-12-2013). Onder het motto dat vele handen het werk verlichten, werden me de maanden maart en november in de schoot geworpen. Formule: dateline en korte schets van het gememoreerde nieuwsfeit, gevolgd door Q&A met een speler of kroongetuige. Hieronder: Advocaat Jaak Haentjes over Kim De Gelder, Mark Uytterhoeven over de dood van Rik De Saedeleer, kinderarts Joris Verlooy over de uitbreiding van de euthanasiewet, en de Vilvoordse burgemeester Hans Bonte over Belgische Syrië-strijders.

201304081703-1_haentjens-tekent-geen-beroep-aan

22 maart: na een marathonproces  veroordeelt het Gentse assisenhof Kim De Gelder wegens vier moorden en 25 moordpogingen tot levenslang

Jaak Haentjens (Lokerse advocaat van Kim De Gelder die een eenzame strijd voerde tegen de openbare aanklager en tegen 27 confraters die de 82 burgerlijke partijen vertegenwoordigden) “Het was pas mijn vierde assisenzaak, maar wel eentje die voor tien telt. Ik zal nooit vergeten hoe ik er in januari 2009 ben in gerold. De feiten in kinderdagverblijf Fabeltjesland werden op een vrijdag gepleegd. In het weekend kreeg ik telefoon van de grootvader  van De Gelder. Ziet u, ik kende de familie al oppervlakkig. Tijdens dat gesprek werd ik uitvoerig geïnformeerd over de psychische problemen van Kim. Wellicht verklaart dat waarom de stafhouder van de Dendermondse balie me de volgende maandagochtend geeft gecontacteerd. Hij vond niemand bereid om De Gelder te verdedigen, en of ik het wilde doen? Ik heb twee uur bedenktijd  gevraagd, enkele telefoontjes gepleegd, en dan ja gezegd. Niet alleen omdat ik de familie kende, maar ook omdat ik gefascineerd was door de waanzin van de hele zaak. Ik heb het mes gezien van De Gelder. Om daarmee in het lichaam van een zeven maanden oude baby te steken, moet je ver heen zijn”.

–          Wist u echt waar u aan begon?

Haentjens: “Eerlijk? Ik had nooit verwacht dat het tot een assisenproces zou komen. Het zal hier rap geklaard zijn, dacht ik, iedereen ziet zo dat die jongen ziek is en moet geïnterneerd worden. Het is anders uitgedraaid”.

–          Ziek? Ook de assisenjury zag het anders. U slaagde er niet in de jury ervan te overtuigen dat uw cliënt op het moment van de feiten niet toerekeningsvatbaar was. Teleurgesteld?

Haentjens:  “Ik blijf ervan overtuigd dat De Gelder ziek is. Het is overigens zo dat gerechtspsychiater Deberdt zelf een opvallende bocht in die richting heeft genomen. In zijn eerste verslag, opgemaakt kort na de feiten, noemde hij mijn cliënt een perfect toerekeningsvatbare narcist, cynicus en manipulator.  In het finale verslag van het openbaar ministerie echter, waaraan nog vier andere experts hebben meegewerkt, staat een heel andere diagnose. De Gelder heeft een schizotypische persoonlijkheidsstoornis, een formulering die zorgvuldig werd gekozen om hem vooral geen schizofreen te moeten noemen, want met die diagnose had men haast onvermijdelijk moeten concluderen dat De Gelder aan psychotische opstoten leed en moest worden geïnterneerd. Overigens, in de nieuwste DSM (Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders, gezaghebbend handboek van de American Psychiatric Association, nvdr) valt een schizotypische persoonlijkheidsstoornis niet meer in de categorie persoonlijkheidstoornissen, maar in de categorie psychotische stoornissen. Maar ja, er moest en zou een assisenproces van komen”.

–          Had het Parket van Dendermonde dan een andere keuze? De roep om vergelding van de nabestaanden en de publieke opinie klonk erg luid…

Haentjens: “Dat heeft zeker gespeeld. De wet is duidelijk, het parket van Dendermonde was bevoegd. Maar ik vraag me af of er wel voldoende afstand was om deze zaak objectief te behandelen.  Al een paar weken na Fabeltjesland heeft de procureur een bijeenkomst met alle nabestaanden belegd. Hij heeft toen gezworen dat hij De Gelder binnen het jaar voor assisen zou brengen, terwijl er nog niet eens een deskundig verslag was gemaakt. Tja, dan rijd je jezelf vast natuurlijk, onmogelijk om de burgerlijke partijen nadien nog te vertellen dat de dader in feite ziek is en moet geïnterneerd worden. Ook tijdens het proces was de druk groot, de wraaklust hing als een onzichtbare nevel in de zaal. Dat alleen de pijnlijkste dood goed genoeg was, riep iemand.  Pas op, ik heb het grootste respect voor het leed van de nabestaanden, de meesten hebben zich trouwens erg sereen gedragen.  En ja, ik snap dat de burgerlijke partijen aandringen op een schuldigverklaring met bijbehorende straf.  Je kind of geliefde op zo’n manier verliezen is erg, maar kennelijk is het leed nog erger als je moet vernemen dat de moordenaar niet uit boosheid heeft gehandeld, maar als gevolg van een ziektebeeld. Menselijk, maar justitie moet daarboven staan. Ziek is ziek, hoe verschrikkelijk ook de feiten die uit die ziekte voortvloeien. Overigens, in de praktijk zou een internering voor De Gelder weinig verschil hebben uitgemaakt. Hij zou nu evengoed in de gevangenis van Oudenaarde opgesloten zitten, want er zijn geen aangepaste instellingen voor geïnterneerden. Ja, binnenkort gaat in Gent het nieuwe forensisch psychiatrisch centrum open. Een goede zaak, maar zelfs daar zullen ze volgens mij niet staan springen om geïnterneerden met hoog gevaarrisico op te vangen. Ook als geïnterneerde zou De Gelder nooit meer vrijkomen. Daar waren onze vier experts formeel over:  nooit zouden ze hun handtekening plaatsen om zo iemand in de maatschappij te laten terugkeren. Ook zijn ouders zijn ervan overtuigd dat hun zoon nooit mag vrijkomen”.

–           Heeft dit proces uw visie op assisen veranderd?

Haentjens: “Ik vraag me meer dan ooit af waarin de meerwaarde van een volksjury schuilt. In dit proces  werden niet minder dan 180 getuigen gehoord. Hoe moeten die twaalf gezworenen daar een lijn in trekken? Dan weet je op voorhand dat de ratio het zal afleggen tegen de emotie, een gegeven waarop heel wat strafpleiters trouwens schaamteloos inspelen. De kwestie van geestelijke gezondheid stond cruciaal op het proces. Anderhalve dag werd er op het proces voor uitgetrokken, in die tijd moesten zowel de deskundigen van het openbaar ministerie als onze deskundigen hun conclusies toelichten. Sorry, maar dat is totaal onvoldoende. U zou het verslag moeten zien dat onze vier experts hebben gemaakt. Taaie kost vol wetenschappelijk jargon, ik daag iedereen uit om daar na een eerste lezing een zinnig woord over te vertellen. Ik geraakte er zelf niet door, ze zijn een hele dag op mijn kantoor geweest om alles nog eens uit de doeken te doen. Spreekt vanzelf dat het verslag van de openbaar ministerie niet minder doorwrocht was. Hoe kan men dan verwachten van een jury dat ze er hoogte van krijgt wanneer al die experts een na een op een drafje hun uitleg komen doen? Die mensen zijn daar niet voor opgeleid, ook al omdat het niveau van zo’n volksjury zelden hoge toppen scheert. Uitzonderingen niet te nagesproken, zijn het toch vooral huisvrouwen, steuntrekkers en gepensioneerden die worden uitgeloot, want de anderen komen met een briefje om zich te excuseren. Onlangs las ik een interview waarin de Antwerpse advocaat-generaal Patrick Boyen een lans breekt voor assisen. In de jury zitten allemaal mensen met gezond verstand, zei hij. Best mogelijk, maar sinds wanneer volstaat gezond verstand? Een beetje verkeersovertreding komt voor politierechtbank, waar gediplomeerd juristen met een zware magistratenopleiding achter de rug,  recht spreken. Maar als over het leven en dood gaat, vertrouwen we op het gezond verstand van een willekeurig gekozen volksjury. Ik ben er meer dan ooit van overtuigd: zware misdrijven moeten voor een college van beroepsrechters komen, maar wel met behoud van de grondigheid die eigen is aan de assisenprocedure. Tegenwoordig worden doodslagen en pogingen doodslagen voor de correctionele rechtbank gebracht. Een halve dag voor zo’n zwaar misdrijf, dat vind ik te weinig”.

–          Het proces was ook een ongezien mediacircus waarin heel wat bekende strafpleiters zich lieten opmerken. Zo was er veel te doen over het verwijt van Nina Van Eeckhaut aan uw cliënt ‘dat hij zelfs te laf was om zich op te hangen’.

Haentjens: “Dat vond ik er over, zelfs al plaats je het in de context van haar betoog.  Iemand aansporen tot het plegen van zelfmoord, in Frankrijk is dat zelfs strafbaar. Stel dat hij het echt had gedaan, wat zou Nina Van Eeckhaut dan hebben gezegd? Ook op dat vlak heeft De Gelder een voorgeschiedenis. Als student is hij in Belsele op de treinsporen gaan liggen. De poging is mislukt door het alert ingrijpen van de machinist die een noodstop kon uitvoeren. Hoe dan ook, dat was geen aanstellerij maar een daad ingegeven door levensmoeheid en depressie. Uiteraard heeft de massale mediabelangstelling de pleidooien gekruid. Ik had soms te doen met mijn confraters. Je zult daar maar als 25ste in de rij voor een burgerlijke partij staan pleiten, over dezelfde feiten als alle voorgangers. Ook voor de jury moet het een beproeving zijn geweest”.

–          Hoe stelt Kim de Gelder het momenteel?

Haentjens: “Naar ik verneem ligt hij de ganse dag op zijn bed naar het plafond te staren, of hij zit televisie te kijken. Hij neemt geen deel aan het gemeenschapsleven, onder meer uit veiligheidsoverwegingen”.

–          De waarom-vraag werd op het proces niet echt beantwoord. Bent u er achter gekomen?

Haentjens: “Nee, en die vraag zal ook nooit worden beantwoord. De Gelder had geen motief. Of ja, in de loop van het onderzoek heeft hij er een stuk of twaalf gegeven. Wrok tegen de maatschappij, dat is wat ze uiteindelijk in het vonnis hebben vermeld. Maar op andere momenten begon hij over de strengere wapenwet, het gebruik van een mes als moordwapen moest de absurditeit van die wet aantonen. Ik geloof dat hij er zelfs de splitsing van BHV heeft bij gesleurd. Kijk, De Gelder is volkomen ongrijpbaar. Ik heb tijdens de voorbereiding van het proces talloze keren met hem gesproken, vaak urenlang. Ieder keer kwam ik met gevoel buiten dat ik weer een andere De Gelder had ontmoet. Hij had geen motief, die jongen is ziek. Vandaar ook het totaal ontbreken van enig schuldbesef. Geloof het of niet, maar hij was ervan overtuigd dat hij na proces als een vrij man naar zijn ouders zou terugkeren. Vier jaar voorarrest, in zijn fantasiewereld was dat meer dan welletjes geweest”.

–          U was ook de advocaat van de ouders van De Gelder. Hoe hebben zij dit proces beleefd?

Haentjens:  “Het was erg zwaar. Na de eerste procesdag moesten ze de assisenzaal verlaten, omdat sommige nabestaanden hun aanwezigheid niet konden verkroppen. De polarisatie was groot, al wie tot het kamp De Gelder hoorde, was een vijand in de ogen van de burgerlijke partijen. Nochtans zijn de ouders even goed slachtoffers. Het getuigenis van vader De Gelder was een van de sterkste momenten van het proces. De wanhoop en machteloosheid van het gezin dat ondanks alle moeite iedere greep op hun dolende zoon was verloren. Je kon een speld horen vallen in de assisenzaal. De ravage voor die familie is enorm. Kim heeft een jongere broer die net als hijzelf verpleegkunde heeft gestudeerd, en die bovendien de pech heeft dat hij Tim heet. De dag van de raid op Fabeltjesland was hij gaan solliciteren. Met succes, maar de volgende maandag kreeg hij telefoon van het ziekenhuis. Met zo’n naam aan het bed van patiënten verschijnen, dat zou niet lukken. Tim heeft nog altijd de grootste moeite om werk te vinden, hij wordt door zijn naam achtervolgd”.

–          Een tegen allen, het is een ondankbare maar heroïsche rol voor een advocaat op een assisenproces. Zou u het opnieuw doen?

Haentjens: “Ik denk het wel, ook al weegt zo’n monsterzaak zwaar op de werking van een kantoor. Ik houd er een goed gevoel aan over, ik heb mijn rol als advocaat te volle gespeeld. Iedereen heeft recht op een behoorlijke verdediging, dat is een hoeksteen van ons rechtssysteem.  De reacties waren uiteenlopend. Toen bekend raakte dat ik De Gelder zou verdedigen, vond ik ’s avonds een briefje aan de voordeur van mijn privéwoning. ‘Wij zijn beschaamd in uw plaats!!!’, stond erop, ‘Een echte schande voor Lokeren. Gans de wereld zal zien dat er ook bloed aan uw handen zit!!!’.

“ Maar ik heb ook steunbetuigingen ontvangen. Briefjes en telefoontjes van collega’s, magistraten  en academici,  vaak met lof voor de serene manier waarop ik mijn rol heb vervuld. Na het proces ontving ik een brief van een van de burgerlijke partijen, een belangrijk slachtoffer. ‘Meester’, stond erin, ‘ik heb in de loop van het proces meer en meer waardering voor uw optreden gekregen’. Dat heeft me oprecht deugd gedaan”.

 

 

Rik De Saedeleer en Mark Uytterhoeven

Rik De Saedeleer en Mark Uytterhoeven

3 maart: de legendarische voetbalcommentator Rik De Saedeleer sterft op 89-jarige leeftijd.

Mark Uytterhoeven: (televisiemaker, ex-collega en stadsgenoot van De Saedeleer) “De eerste keer zag ik hem toen ik in Gent op kot zat en met enkele Mechelse medestudenten een film maakte, in feite niet meer dan een studentikoze grap. We gingen onaangekondigd met draaiende camera aanbellen bij bekende Mechelaars, bij Louis Neefs, Manu Verreth en Rik De Saedeleer die toen nog in de Kapelstraat woonde. Hij reageerde sportief, kon er goed mee lachen. De tweede keer, dat was toen ik al op de sportredactie werkte waar ik mijn tijd vooral in de montagekamer sleet met voetbalverslagen van Rik en tennisverslagen van Daniël Mortier. Op een keer kwam hij me daar opzoeken. ‘Ge doet dat goed’, zei hij, ‘g e hebt een echt Mechels kopke’.  Ik voelde me vereerd, maar vond het toch nodig een bekentenis te doen. Dat ik voor de KV supporterde , de aartsrivaal van Racing. ‘Da’s niks jong”, antwoordde hij, “niemand is perfect’. Zo was Rik, altijd in voor een grap en alles relativeren. Racing was zijn leven, maar toen ik hem bij de viering van 50 jaar televisie terugzag, heeft hij me oprecht gefeliciteerd met de redding  van KV. Rik was een epicurist, hij probeerde er altijd het beste van te maken, ook op moeilijke momenten zoals toen zijn zoon veel te jong aan een hersenbloeding stierf.  Ik ben hem eind december, toen hij al in een coma lag, gaan bezoeken, samen met Carl Huybrechts en Roger De Vlaeminck. Ik gaf hem een kus op zijn voorhoofd. Dit is de laatste keer dat ik hem in min of meer levende lijve zie, dacht ik toen ik zijn kamer verliet. Een paar weken later telefoon van Carl: ‘Wil je nu wat weten, Rik is ontwaakt!’. We zijn hem nog drie keer gaan opzoeken in Knokke, de laatste keer zijn we in zijn lievelingsrestaurant gaan eten. Ik zit al in de verlengingen, lachte hij. Typisch was zijn reactie toen ik vertelde dat Racing het tijdens zijn coma zo goed had gedaan, ze stonden namelijk derde in de stand. Nee, nee, antwoordde hij, ze staan tweede, met gelijk doelpuntensaldo. Hij was weer helemaal bij”.

–        Was hij een voorbeeld voor jongere sportcommentatoren?

Uytterhoeven:  “Dat was niet zijn ambitie. Eigenlijk zagen we de Rik niet zoveel. Hij deed twee matchen in het weekend, in de week was hij meestal weg voor een of andere Europacup.  Je kon er natuurlijk wat van opsteken,want hij kende de knepen van het vak. Rik stond erom bekend dat hij nooit een doelpunt miste, hij kon altijd precies vertellen wie de maker was. Op een keer heeft hij me zijn truc uit de doeken gedaan. Als je het niet hebt gezien, moet je tijd winnen. Jaja, zei Rik dan, het zat er aan te komen, het doelpunt hing in de lucht. En zo wist hij met wat holle frasen de zaak te rekken tot de slow motion op zijn monitor liep en hij de naam van de doelpuntenmaker kon meegeven”.

–          Waaraan dankte hij zijn onwaarschijnlijke populariteit?

Uytterhoeven: “Rik is niet altijd zo populair geweest hoor, de eerste twintig jaar van zijn carrière was hij een commentator tussen de anderen op de sportredactie. Dat is pas veranderd met het WK 82 in Spanje. Iedereen herinnert zich zijn uitroep toen Erwin Vandenbergh in de openingsmatch tegen Argentinië scoorde. Ik was op de redactie, onze mond viel open toen Rik zijn langgerekte ‘goal! goal! ’ op de wereld losliet. Nu gaat hij te ver, dachten we, dit gaat de kijker niet pikken. Maar het tegendeel was waar, die kreet heeft van Rik een fenomeen gemaakt. Zijn commentaar kwam ook live op de Nederlandse televisie, want de BRT en de NOS werkten samen tijdens WK’ s en EK’s. Ook daar sloeg Rik in als een bom, terwijl Nederlanders doorgaans bij een veel drogere commentaarstijl zweren. Stel je voor, na dat WK hebben ze in Nederland een langspeelplaat met fragmenten van Rik uitgebracht. Materiaal genoeg, want Rik heeft daar niet alleen met zijn goal-goal-kreet gescoord. Neem nu zijn commentaar over de keeper van El Salvador dat met 10-1 door de Hongaren werd ingeblikt. Amaai, zie Rik, die moet zich nogal thuis voelen zoals hij er hier op hem wordt geschoten. El Salvador, moet je weten, was toen een land in volle burgeroorlog.”

–          Heeft die stijl school gemaakt?

Uytterhoeven: “School maken zou ik niet zeggen, maar op de redactie had je wel twee stromingen. Er was de stijl Ivan Sonck, nuchter en objectief. Sonck was zijn tijd vooruit, hij benaderde sport als wetenschap. Tijdens een match zette hij per speler plusjes en minnetjes voor goede en slechte passes. Ooit hebben we Sonck wreed zitten plagen omdat hij bijna had gejuicht bij een doelpunt. Tegenover de stijl Sonck stond de aanpak van De Saedeleer. Hoe belangrijk hij voetbal ook vond, in de ogen van Rik bleef het een spel waarbij de commentator een nevenrol als entertainer speelde. Hij moest ervoor zorgen dat de kijkers zich amuseerden, ook en vooral wanneer het spelniveau belabberd was. Echte opvolgers zie ik niet, dat zou ook te veel naar na-aperij ruiken. Soms mis ik zijn stijl wel, de huidige lichting commentatoren overdrijft in haar poging om voetbal wetenschappelijk te analyseren, ze willen te veel tonen dat ze het moderne trainersjargon  in de vingers hebben. Assists, doelpogingen, looppatroon, alles wordt gekwantificeerd, tegenwoordig worden zelfs pre-assists geteld. Op zo’n moment overvalt me acute heimwee naar Rik De Saedeleer. Assists tellen? Hij heeft een goede laatste pas in de benen, zou Rik hebben gezegd ”.

–          Was hij ook een kenner?

Uytterhoeven: “Absoluut, en zijn mening werd gerespecteerd. Ik moest hem ooit assisteren bij een match van Racing Mechelen in de eindronde van tweede klasse. Bij de rust stond Racing 0-1 achter. ‘Mark’, zei hij, ‘ge ziet toch zo wat er scheelt’. Waarop hij de spelers noemde die volgens hem dringend moesten vervangen worden. Daarop daalde hij zuchtend en mopperend van zijn commentaarpost af naar de kleedkamer van Racing. En jawel, in de tweede helft had de trainer precies de vervangingen doorgevoerd die Rik hem had ingefluisterd, een van die vervangers heeft trouwens de gelijkmaker gescoord. Ook op hoger niveau speelde zijn invloed. De veelbesproken terugkeer van Wilfried Van Moer in de nationale ploeg, dat was voor een groot stuk zijn werk. Het is simpel, Guy Thijs en Rik woonden toen allebei in Knokke. Waar denk je dat ze over praatten als ze elkaar op café tegenkwamen?. Guy Thijs was niet dom, advies van een kenner was altijd meegenomen”.

 

 

Hans Bonte

Hans Bonte

23 maart: minister van binnenlandse zaken Joëlle Milquet (CdH) kondigt de oprichting van een task force Syriëstrijders aan.

Hans Bonte:  (SP-A-burgemeester van Vilvoorde, samen met Antwerpen, Schaarbeek, Mechelen en Maaseik vernoemd als kweekvijver voor radicale jongeren die klaar staan om Syrië tegen het Assad-regime te vechten) “De cijfers voor Vilvoorde liegen er niet om. Half november zaten we aan 22 jongeren van wie we met grote zekerheid weten dat ze zijn vertrokken. Vorige vrijdag nog zijn er twee vertrokken, gasten van 17 en 18. Het werkelijke aantal kan nog hoger liggen, want er zijn enkele onrustbarende verdwijningen van wie het niet zeker is of het om gewone weglopers dan wel om Syriëstrijders gaat. En het blijft maar duren, in Vilvoorde is een groep van een zestigtal jongeren die ons zorgen baart. Ik stel vast dat het fenomeen ook ruimtelijk uitdeint. Ook in buurgemeenten als Machelen en Grimbergen verdwijnen jongeren die even later in Syrië opduiken. Let wel, jongere betekent niet altijd minderjarig. De leeftijd van de 22 vertrekkers uit Vilvoorde schommelt tussen 15 en 35”.

–          Waarom is Vilvoorde zo’n vruchtbare bodem voor Syriëstrijders?

Bonte:  “Er wordt natuurlijk gerekruteerd. Een paar jaar geleden was Sharia4Belgium hier erg actief. Die organisatie ligt nu op apengapen, maar haar discours leeft voort,  met dank ook aan Facebook en andere sociale netwerken. Je zou kunnen stellen dat ze in Vilvoorde oogsten wat ze destijds hebben gezaaid, dat hun radicaal verhaal pas nu echt wordt gehoord. Genoeg gepraat, is de boodschap, nu is het tijd om te handelen. Wie het echt meent, gaat strijden in Syrië. Kijk ook naar het profiel van de jongeren. Kansarmen, denken mensen vaak, maar dat klopt niet helemaal. Er zijn er inderdaad nogal wat die economisch kansarm zijn, maar veel belangrijker is de sociale en psychologische kansarmoede. Alle Syriëstrijders hebben namelijk deze eigenschap gemeen: ze zijn op zoek naar zichzelf en worstelen met hun plaats in de samenleving. En toeval of niet, maar ze komen allemaal uit gebroken gezinnen met een afwezige vader.  Veel nieuwe Belgen, vooral uit de Marokkaanse gemeenschap. Maar ook Vlamingen, allemaal bekeerlingen. De rol van religie is echter dubbel. In feite weten die jongeren heel weinig van de islam. Dat geldt ook voor de moslims, doorgaans zijn het jongens die zelden of nooit de moskee bezochten. Precies die onwetendheid maakt hen vatbaar voor haatpredikers die hen wijsmaken dat alle andersdenkenden vijanden zijn en dat sterven in Syrië de kortste weg is naar het paradijs”.

–          Al minstens vier Belgen zijn in Syrië gesneuveld, onder wie ook twee jongeren van respectievelijk 19 en 20 uit Vilvoorde. Schrikt dat potentiële rebellen niet af?

Bonte: “Bij sommigen zal dat ontradend werken, maar het omgekeerde geldt evenzeer. De gesneuvelde Syriëstrijders zijn rolmodellen, ze worden op allerlei websites als martelaren vereerd. Ik vrees dat hun voorbeeld heel wat jongeren juist over de streep kan trekken. De dood van de martelaar wrijft het er nog eens goed in: dat het laf is om thuis te blijven en eervol om voor Allah te sterven. Die hersenspoeling gebeurt niet alleen lokaal.  Jongeren die al in Syrië vechten, bestoken vrienden op het thuisfront met sms’jes om hun voorbeeld te volgen. Ook dat is een patroon: eens ze de grens met Turkije zijn overgestoken, gaat de radicalisering crescendo. Afhaken is sowieso ondenkbaar, want vaak wordt hun paspoort in beslag genomen zodat er geen weg terug is. Wie het toch waagt, loopt grote risico’s. Een van de gesneuvelde Belgen zou door de rebellen zijn geliquideerd omdat hij het niet meer zag zitten en naar huis wilde”.

–          U maakt zich grote zorgen over terugkerende Syriëstrijders. Waarom?

Bonte: “Omdat je niet kunt voorspellen in welke toestand ze terugkeren. Het gevaar bestaat dat ze ginder gesocialiseerd zijn in extreem geweld. Okay, sommigen zijn nooit voorbij de Turkse grens geraakt, maar anderen hebben ginder leren omgaan met zware wapens en explosieven. Verontrustend, want als burgemeester ben ik verantwoordelijk voor de veiligheid in mijn stad. We hebben er intussen al een paar zien terugkeren. Een ervan ligt al wekenlang in het ziekenhuis, de vraag is of hij nog ooit van zijn bed zal opstaan. Ook mentaal is de schade enorm, ze zijn allemaal totaal gedisillusioneerd. Die jongeren hebben aandacht nodig van de sociale dienst, maar ook toezicht door de politie. Sommigen werden bij hun terugkeer trouwens meteen opgepakt, zoals de veelbesproken Jejoen Bontinck. Ook de anderen worden door de politie verhoord in het kader van verschillende onderzoeken die het Federaal Parket voert naar de mechanismen achter de rekrutering. Want het is niet alleen verkeerd begrepen idealisme, hier zitten wel degelijk organisaties achter. Ik hoor bedragen van 2 tot 3.000 euro per vrijwilliger die in Syrië aankomt, pure mensenhandel dus. Neem nu die twee jongens die vorige vrijdag zijn vetrokken. We werden ‘s morgens door de school verwittigd, en omdat we meteen beseften dat het om een onrustbarende verdwijning ging, hebben we gerechtelijke toelating gevraagd om hun gsm-verkeer te traceren. Zo hebben we hun reis kunnen reconstrueren.  Om kwart voor negen stonden ze hier nog op de Grote Markt in Vilvoorde, in de vooravond bevonden ze zich al aan de Turks-Syrische grens.  Jammer genoeg hebben we de puzzel pas achteraf kunnen leggen. Nu ja, we hadden ze toch nooit kunnen tegenhouden in Zaventem, zelfs niet die ene die nog minderjarig was”.

–          U pleit tevergeefs voor het preventief in beslag nemen van identiteitskaarten en reisdocumenten van minderjarigen met een risicoprofiel. Waar zit de knoop?

Bonte:  “Justitie ligt dwars. Geen sanctie zonder proces voor een vergrijp dat bovendien nog niet werd begaan, zo luidt de redenering. Kijk, strikt juridisch mag dat dan kloppen, ik blijf het een gemiste kans vinden. De maatregel is bedoeld om jongeren tegen zichzelf te beschermen, de inbeslagname zou trouwens met toestemming van de ouders gebeuren.  In feite doe ik daarmee niets anders dan de preventieve logica van het jeugdbeschermingsrecht volgen. Jeugdrechters leggen aan de lopende band maatregelen om potentieel onheil te voorkomen. Waarom dan niet als het om potentiële Syriëstrijders gaat? De impact is verwoestend, ook op de achtergebleven familie die trouwens een beroep op slachtofferhulp kunnen doen. Ik ken verschillende moeders van Syriëstrijders, sommigen kampen met psychiatrische problemen. Niet verwonderlijk, want vertrekken naar Syrië is een vorm van zelfmoord plegen”.

–          In april riep u samen met Bart Somers en Bart De Wever op tot een actieplan tegen radicalisering van jongeren. Wat is daar van in huis gekomen?

Bonte: “We hebben intussen een brochure uitgebracht. Het is de bedoeling te sensibiliseren,maar ook praktische informatie te verstrekken. Want niet alleen burgemeesters worden met dit fenomeen geconfronteerd, ook politie, onderwijs, welzijnswerkers en sportclubs krijgen ermee te maken. De onwennigheid is groot, al heb ik van diverse specialisten begrepen dat de radicalisering van deze jongeren parallellen vertoont met wat er vroeger in milieus van hooligans en extreemrechtse militanten omging. Echte maatregelen? Daarvoor moeten we naar hogere echelos kijken. Ik ben niet alleen ontgoocheld in minister van justitie Turtelboom. Wat doet Vlaams minister van welzijn Jo Vandeurzen in dit dossier, vraag ik me soms af. Niks, is het antwoord, terwijl dit probleem overduidelijk onder zijn bevoegdheid valt. Alle jongeren die in beeld komen, zitten in wat heet een ‘problematische opvoedingssituatie’. Possers dus, het kernpubliek van jeugdbeschermingcomités en jeugdrechters, instanties die rechtstreeks door de minister van welzijn worden aangestuurd”.

–          Jongeren die naar Syrië vertrekken worden meteen uit het bevolkingsregister geschrapt. Werken jullie de marginalisering daarmee niet in de hand?

Bonte: “Nee, dat is een daad van goed bestuur.  Het bevolkingsregister moet een zo getrouw mogelijke weerspiegeling van de reële bevolking zijn. En het heeft natuurlijk ook met uitkeringen te maken. Het zou nogal kras zijn dat iemand in Syrië gaat vechten om zijn ticket naar het paradijs te verdienen, en dat wij zijn kogels subsidiëren”.

–          In 1936 trokken honderden Vlaamse jongeren naar Spanje om er tegen Franco te gaan vechten. Die Brigadisten leven verder in onze herinnering als helden. Wat is eigenlijk het verschil met deze jongeren?

Bonte: “Ik zie raakvlakken. Ook toen ging het om jonge mensen op zoek naar zichzelf en naar een ideaal. De radicalisering gaat nu natuurlijk veel sneller, ook al door het bestaan van nieuwe media. Maar het belangrijkste verschil zit elders. Toegeven aan de roep van Allah, de overtuiging dat de essentie van het leven erin bestaat te sterven voor het geloof. Dat irrationele, dat maakt dit fenomeen zo uniek en verontrustend”.

 

 

Dr. Joris Verlooy

Dr. Joris Verlooy

27 november: in de gemengde Senaatscommissie Justitie en Sociale Aangelegenheden keurt een wisselmeerderheid de uitbreiding van de euthanasiewet naar wilsbekwame minderjarigen goed.

Dr Joris Verlooy (kinderarts Franciscus Ziekenhuis Roosendaal, werd in februari door de gemengde Senaatscommissie gehoord). “Ik was toen nog coördinator van Koester, het kinderpalliatief team van het UZ Gent dat een goed deel van Vlaanderen bestrijkt. Vanuit die ervaring heb ik gepleit voor de uitbreiding van de wet. Mijn verklaring heeft nogal wat stof doen opwaaien, omdat ik verteld heb wat in feite iedereen weet, namelijk dat er ook in het verleden al,  in de grootst mogelijke discretie, minderjarigen werden geëuthanaseerd ”.

–          Tegenstanders noemen de uitbreiding overbodig, omdat de doelgroep verwaarloosbaar klein is en bovendien uit patiënten bestaat die met palliatieve zorgen en eventueel palliatieve sedatie naar een menswaardig levenseinde kunnen worden begeleid…

Dr Verlooy: “Wat heet klein? Per jaar krijgen in België tussen de 320 en 350 kinderen een of andere vorm van kanker. Als je bedenkt dat de overlevingskans globaal gezien 75 procent bedraagt, dan blijft er nog altijd een omvangrijke restgroep die vroeg of laat in een palliatieve fase verzeilt.  Maar wat me toch van het hart moet: die wetsuitbreiding is er niet alleen voor de patiënten. Het zijn vooral de artsen die behoefte hebben aan een wettelijke regeling, zodat ze zich niet meer blootstellen aan vervolging wegens moord wanneer ze op de euthanasievraag van een minderjarige ingaan. Zo’n juridisch kader is ook noodzakelijk om artsen te informeren en te vormen. Okay, LEIF (LevensEinde Informatie Forum, nvdr) geeft al tien jaar opleidingen aan artsen en andere zorgverleners. Maar die vorming is specifiek afgestemd op de omgang met volwassenen. Het palliatief begeleiden van minderjarigen, desnoods tot en met het aanhoren van een euthanasiewens, vergt een heel specifieke benadering.  De betrokkenheid van het hele team is enorm groot, want het gaat haast altijd om kinderen die we al maanden tot jaren begeleiden”.

–          Is palliatieve sedatie geen volwaardig alternatief?

Dr Verlooy: “Ik zie de principiële tegenstelling niet, in mijn ogen is euthanasie is een onderdeel van het palliatieve aanbod.  Maar sedatie? Geen alternatief als de patiënt de wens heeft uitgesproken om te sterven. In dat geval is palliatieve sedatie een vorm van patiëntenbedrog. Je doen de patiënt wel in slaap met de zekerheid dat hij nooit meer wakker wordt, maar ontneemt hem iedere controle over het moment van zijn overlijden.  Bij sedatie laten we de natuur beslissen, zeggen voorstanders. Tja, de waarheid is dat we in een tijdperk leven waarin steeds meer patiënten hun lot in eigen handen willen nemen”.

–          Zijn minderjarigen in staat om zelfstandig een beslissing over hun levenseinde te nemen?

Dr Verlooy: “Ja, zolang we over wilsbekwame minderjarigen spreken. Ik heb de euthanasiewet altijd discriminerend gevonden. Een jongen van 17 jaar en negen maanden kan geen euthanasie vragen, de jongen van 18 en één week die een kamer verder ligt, kan het wel. Ik heb de ontwerptekst nog niet gelezen, maat het lijkt me logisch dat het advies van de ouders wordt gehoord, net als dat van de behandelende arts en het hele zorgteam. Maar het beslissingsrecht moet wat mij betreft altijd bij de patiënt liggen. Het is theoretisch denkbaar dat ouders en kind daarbij lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Maar ik kan me zo’n situatie in praktijk inbeelden. Vooraleer men op het punt van een euthanasiewens aanbelandt, is er een lange weg afgelegd. Het valt uiterst zelden voor dat ouders op zo’n moment niet achter hun kind staan”.

–          Het wetsvoorstel moet nog door de Kamer en wordt in het beste geval volgend jaar van kracht. Zal dat voor een hausse in het aantal euthanasievragen zorgen?

Dr. Verlooy: “Niets is minder zeker.  Zo’n explosie werd ook voorspeld na de goedkeuring van de euthanasiewet in 2002. Uit onderzoek onder leiding van Luc Deliëns, docent palliatieve zorg aan de VUB, bleek echter het tegendeel, het aantal euthanasievragen ging juist achteruit. De verklaring? De wet maakt euthanasie bespreekbaar, en dat neemt bij vele patiënt de onzekerheid weg die hen vroeger misschien voor de vlucht voorwaarts had doen kiezen. Want zo ging het er vaak aan toe: patiënten wilden zo snel mogelijk euthanasie, omdat ze zelfs het risico niet wilden nemen dat medicatie of pijnbestrijding het zouden laten afweten”.

–          In de Senaatscommissie heeft u getuigd over een 16-jarige patiënte die u in het UZ Gent naar euthanasie heeft begeleid. Riskante bekentenis?

Dr Verlooy: “Nee, want het ging om een Nederlands meisje uit de grensstreek dat in het UZ Gent was beland. De Nederlandse wet laat euthanasie voor minderjarigen toe. Kijk, ik blijf achter mijn uitspraak staan dat euthanasie op minderjarigen ook in België voorkomt. En als men zich afvraagt wat artsen drijft die daaraan meewerken. Compassie, is het antwoord. De doodstrijd van een minderjarige kankerpatiënt kan gruwelijk zijn, ik heb kinderen letterlijk met hun hoofd tegen de muur zien bonken van de pijn”.

–          Het nieuws van de geplande wetsuitbreiding ging de wereld rond. België oogstte vooral afkeuring voor het legaliseren van wat rabiate tegenstanders kindermoord noemen. Geschrokken?

Dr Verlooy: “Niet echt. België, Nederland en Luxemburg zijn nog altijd de enige landen in de hele wereld waar euthanasie wettelijk geregeld is. We lopen ver en eenzaam vooruit. Ik merk dat als ik het thema op internationale congressen aankaart. Collega’s zetten grote ogen, ze zijn er absoluut niet mee bezig. Euthanasie is in de meeste landen nog altijd een huizenhoog taboe, wat niet betekent dat het in de praktijk niet bestaat. Er wordt geïmproviseerd aan het sterfbed, vaak met nodeloos lijden tot gevolg. Precies zoals bij ons voor de euthanasiewet”.

–          U werkt intussen in Nederland. Is euthanasie voor minderjarigen daar ingeburgerd?

Dr Verlooy: “Ik hoorde collega’s van UZ Leuven beweren het zelfs in Nederland niet voorkomt. Dat klopt niet. Men hangt het niet aan de grote klok, maar er worden wel degelijk gevallen geregistreerd. Ingeburgerd is te sterk uitgedrukt, maar het is alleszins geen punt van discussie meer”.