Tagarchief: Vlaams Belang

Sociolinguist Jan Blommaert over de ontbolsterende algoritmocratie

‘Mijn optimisme is niets anders dan strijdvaardigheid’

Knack Magazine, 28 juli 20202

De linkse academicus Jan Blommaert introduceerde het begrip superdiversiteit in Vlaanderen, achtervolgt de N-VA met de hashtag #extreemrechts en stelde 30 jaar geleden voor om een stolp over het Afrikamuseum te plaatsen. Ondanks een terminale kanker mag dit gesprek geen terugblik heten. ‘Aangezien de kaarten zo slecht liggen, kunnen wij ons niet veroorloven om niets te doen.’

door Simon Demeulemeester en Erik Raspoet, foto’s Franky Verdickt

Met zijn breedgerande hoed en rijzige gestalte is Jan Blommaert (59) een bekende verschijning in de Statiestraat in Oud-Berchem. De gezelligste buurt van Antwerpen, beweert deze uit Gent ingeweken halve Brusselaar. Hij heeft er een boekje over geschreven, dat tot zijn verbazing vertaald werd in het Tsjechisch. ‘Minder dan honderd pagina’s, maar ze hebben me wel tien jaar gekost’, zegt hij met gevoel voor zelfspot. ‘Ik liep rond, noteerde alles. Kwam ik twee weken later op dezelfde plek terug, dan bleek er van alles veranderd. Weer een nieuwe Marokkaanse bakker of een Turkse pittabar, en dat Nigeriaanse  gebedshuis bleek ineens ook Braziliaanse gelovigen aan te trekken. Na een tijd zag ik mijn vergissing in. Ik ging tewerk als een schilder die van zijn model verwacht dat het stil blijft zitten. Maar hier staat het nooit stil, alles is voortdurend in beweging’.

Oud-Berchem werd onder zijn pen opgevoerd als schoolvoorbeeld van superdiversiteit, een begrip dat hij als sociolinguïst in Vlaanderen heeft gemunt. Wie superdiversiteit zegt, denkt er van de weeromstuit migratie en politieke controverse bij. Blommaert weet er alles van, hij mengt zich al dertig jaar als polemist met scherpe meningen in het maatschappelijk debat. Links en kritisch luidt de hoofding van zijn persoonlijke blog waarop onder meer te lezen valt waarom hij voor de PVDA van Peter Mertens stemt. Veel van zijn publicaties, zowel academisch als polemisch, gaan over taal en andere communicatievormen die ons handelen en denken vormgeven, vaak zonder dat we er zelf erg in hebben. Geregeld echter steekt zijn eerste liefde de kop op. Blommaert heeft in een ver verleden Afrikanistiek gestudeerd. Zeer onlangs leverde hij een hoogst lezenswaardige bijdrage aan het debat over de koloniale monumentenstrijd.

Maar ook dit: Jan Blommaert is dodelijk ziek, een tegenslag waar hij geen geheim van maakt. ‘Het is ironisch’, zegt hij. ‘Ik hen mijn hele leven gerookt als als een stoomboot, en dan krijg ik een kanker die volgens de oncologen niets met roken te maken heeft. De plek waar mijn tumor zit, vlak onder de stembanden, is medisch niemandsland. Daar hebben specialisten dus ruzie over gemaakt: viel dit onder de longen of was het meer iets voor de mannen van neus -keel- en oren?.’  Zijn gevoel voor humor is niet aangetast, net zomin als zijn academische reflex. Vanaf zijn ziekbed observeerde Blommaert de nieuwe communicatievormen die tijdens de corona-epidemie gemeengoed zijn geworden. ‘Op het hoogtepunt van de epidemie was ik voor behandeling in het ziekenhuis. Uiteraard in strikt isolement. Ik sprong een gat in de lucht omdat ik mijn gsm mocht bijhouden. Voor ons patiënten was dat een echte levenslijn om belangrijke boodschappen aan het thuisfront over te brengen. ‘Breng eens een schone pyjama’, maar ook ‘Ik heb vernomen dat ik terminaal ben, de sociale dienst gaat u bellen’. Als sociolinguïst was het een interessante ervaring.  We voeren aan de universiteit van Tilburg onderzoek naar communicatie die zich steeds meer op het snijpunt tussen off- en online afspeelt. De voorbije maanden is gebleken dat online offline niet zomaar kan vervangen, want de twee zijn wezenlijk verschillend. Maar wat waren we blij met al die digitale opties!’

Wat doet een sociolinguïst precies?

Blommaert: De sociolinguïst gaat uit van een robuust beginsel uit de sociologie, met name dat de mens pas sociaal wordt wanneer hij communiceert, en bekijkt alle gedragingen die daarmee samenhangen. Wie praat met wie, waarom, waarover en op welke manier? Geloof me, er bestaat geen betere plek om dat te onderzoeken dan Oud-Berchem: hier worden meer dan 100 talen gesproken, met als grote gemene deler het Nederlands – of toch erg benaderende varianten ervan. We leven in boeiende tijden: ons communicatiemodel wordt compleet hertekend.

Wat bedoelt u?

Blommaert: (tekent schema op blad papier). Neem de communicatie van Donald Trump. Het is niet hij die bepaalt wie zijn tweets leest, dat doet een algoritme. En het zijn ook niet zijn 83 miljoen volgers die alleen beslissen wie van hun volgers de presidentiële tweets op hun feed te zien krijgen. Algoritmes zorgen ervoor dat een boodschap laag per laag doorsijpelt, tot bij bestemmelingen die initieel niet eens geïnteresseerd waren. Wie dat systeem beheerst, heeft enorme macht. De macht van algoritmes van bedrijven als Twitter, Facebook en Google is zo groot dat we stilaan van een algoritmocratie mogen spreken.

Dat rijmt wel met democratie, maar valt het ermee te verzoenen?

Blommaert: Ik kan alleen vaststellen dat geen enkele politiestaat ooit zoveel macht heeft kunnen concentreren als die internetgiganten, daar kon de Stasi enkel maar van dromen. Het is toch kras dat zelfs de grootste inlichtingendiensten bij Facebook moeten sméken om gegevens van bepaalde gebruikers in te kijken? Ik ben niet tegen technologie op zich, die beschouw ik als neutraal. Het zijn de achterliggende ideeën die we kritisch moeten onderzoeken. Het is fascinerend hoe onbevangen consumenten omspringen met hun persoonlijke gegevens. Gretig koppelen ze al hun klantenkaarten in één app, zonder te beseffen dat hun data daarmee nog gemakkelijker kunnen worden geoogst én geëxploiteerd. De zwakte van die algoritmes, is dat de sociologische verbeelding erachter nog altijd gebaseerd is op de offline wereld.

Wat bedoelt u met sociologische verbeelding?

Blommaert: Dat zijn onze aannames over hoe de maatschappij ineen zit. ‘Blijf in uw kot’, de oneliner van Maggie De Block (Open VLD), illustreert perfect dat de lockdown-maatregelen gebaseerd zijn op de veronderstelling dat we allemaal ‘een kot’ hebben, bij voorkeur met veel ruimte en een grote tuin voor de kinderen. Dat is het ingebeelde Vlaanderen van de witte middenklasse, het Vlaanderen van Matexi en Willems Veranda’s. In de eerste weken werd die verbeelding constant bevestigd door feel good-bijdragen in het avondjournaal. Allemaal samen in ons kot tegen het virus, op de achtergrond springen de kinderen op de nieuwe, online bestelde trampoline – misschien wel hét symbool van de hele lockdown. Dat werkt vervreemdend als je zelf niet in Matexi-Vlaanderen maar in een superdiverse buurt zoals Oud-Berchem woont.

Hoe definieert u superdiversiteit?

Blommaert: Het is de compleet nieuwe samenleving die vanaf midden de jaren negentig is ontstaan door twee aardverschuivingen die onze mobiliteit hebben getransformeerd. Ten eerste de val van het IJzeren Gordijn en de daaropvolgende Europese afspraken zoals het Verdrag van Maastricht en het Schengen-akkoord. Daarmee ontstond een gigantisch nieuw reguleringsmechanisme voor menselijke mobiliteit. Met de doorbraak van het internet, de tweede aardverschuiving, werden daarmee voorheen ondenkbare vormen van migratie mogelijk. Een Nigeriaans meisje van zes kan perfect in de Berchemse Statiestraat wonen en urenlang met haar nichtje uit Lagos in een taal spreken die door niemand anders in heel België of Europa wordt gesproken. Oost-Europese bouwvakkers werken hier terwijl ze verblijven in de huizen van Turkse huisbazen, die met hun huurgelden zelf naar de groene rand van onze steden verhuizen. Mateloos interessant allemaal.

Niet iedereen deelt uw enthousiasme, laat staan optimisme. Waarom kleeft het stempel probleemwijk aan superdiverse buurten?

Blommaert: Omdat dezelfde verhalen over migratie eeuwig blijven terugkeren. Ons publieke debat is cyclisch: om de zoveel tijd komen dezelfde debatten terug, met dezelfde argumenten, in dezelfde bewoordingen. Daarom blijft Het Belgische migrantendebat, het boekje dat ik in 1992 met taalkundige Jef Verschueren schreef, nog altijd actueel. Dat de kwaliteit van ons onderwijs te lijden heeft onder migratie, is zo’n evergreen. Meestal komt dat uit de mond van mensen wiens kinderen op scholen zitten waar nauwelijks diversiteit te bespeuren valt. Om hun gelijk te bewijzen sleuren ze er de PISA-resultaten bij. Daar moet ik mee lachen: de OESO meet al decennialang dezelfde parameters, terwijl leertechnologie pijlsnel evolueert. Jongeren leren vandaag meer skills via videogames als Dungeons and Dragons dan op school, maar dat wordt niet gemeten.

U bent het niet eens met Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) dat nieuwkomers vlot Nederlands moeten beheersen om hun plaats in de Vlaamse samenleving te vinden?

Blommaert: Als de kennis van het Nederlands het verschil maakt, waarom staan er dan zoveel geboren Nederlandstaligen op den dop? Ja, nieuwkomers moeten Nederlands leren, maar dat lukt het best als ze werken. De chronologie moet omgekeerd: eerst het werk, de taal volgt vanzelf. Dat weten slimme N-VA’ers zelf ook wel, toch werpen ze taalvereisten op als barrière. Tenslotte is die partij nooit in een regering gestapt om nieuwkomers sneller in onze maatschappij te integreren.

U bent vaak messcherp voor de N-VA. In tweets brandmerkt u ze met de hashtag #extreemrechts. Heet dat niet polariseren?

Blommaert: Als een arts zegt dat u een bronchitis hebt, heeft hij u die bronchitis dan bezorgd? Ik beschrijf wat ik zie. Wanneer u hun programma vergelijkt met het beruchte 70-punten programma van het Vlaams Blok, dan zal enige overlap u meteen opvallen. In de jaren 1990 werd dat programma, ook internationaal, als extreemrechts beschouwd. Waarom zou dat vandaag niet meer gelden?

Experts definiëren extreemrechtse partijen als antiparlementair en gewelddadig. Met de beste wil van de wereld kan je dat de N-VA toch niet verwijten? Is het niet preciezer te spreken van een rechtse partij met radicaalrechtse tendensen en retoriek?

Blommaert: (schudt het hoofd) N-VA speelt het spel van de relatieve afstand met het Vlaams Belang. Daarvoor hebben ze een grijze zone gecreëerd waarin bijvoorbeeld Schild & Vrienden gedijt, een clubje dat niet afkerig staat van geweld. Dat spel gaat al ver terug, hoor. Toen in 2004 drie vzw’s van het Vlaams Blok werden veroordeeld wegens racisme, wilde geen enkele partijvoorzitter naar de VRT-studio’s komen voor een debat met Filip Dewinter. Behalve Bart De Wever, die kwam zeggen de uitspraak te betreuren omdat je je politieke tegenstrever niet in de rechtbank moet bekampen. Tja

U heeft zich op uw blog in het dekoloniseringsdebat geworpen met een oude anekdote. 30 jaar geleden solliciteerde u als jonge professor Afrikanistiek voor de baan als directeur van het Afrikamuseum met een opmerkelijk voorstel: u wilde een stolp over dat museum zetten.

Blommaert: (grinnikend) Voor de duidelijkheid: ik wilde die baan niet. Dat heb ik ook meteen gezegd aan de commissie waarvoor ik – tot mijn grote verrassing – mijn visienota mocht gaan verdedigen. Zo kreeg ik de kans om 45 minuten lang mijn ideeën uiteen te zetten. Mijn redenering was en is dat je van een gebouw waarvan de façade om de vijf meter met het embleem van Leopold II is opgesmukt, geen hedendaags Afrika-museum kan maken. Het museum van Tervuren was wereldwijd bekend bij kenners als het laatste koloniale museum in de wereld. Dáár moest je zijn om in het hoofd te kijken van een koloniale ambtenaar. In plaats van dat museum te renoveren, hadden ze het moeten bewaren zoals het was, als metamuseum.

U bent optimistisch over het dekoloniseringdebat. Waarom?

Blommaert: Omdat we een omwenteling zien. De relatie tussen wit en zwart is in de antiracisme- en dekolonisatiebeweging fundamenteel gewijzigd. Lange tijd keek men vanuit zo’n bewegingen naar mensen zoals ik om de leiding te nemen. Nu zijn het jongeren uit de diaspora die de zaak trekken, mij wordt alleen nog gevraagd hun open brieven en eisenbundels bij wijze van steunbetuiging te ondertekenen. Ik stel ook met plezier vast dat verschillende debatten worden geconnecteerd. Black Lives Matter begon lokaal maar werd in een mum van tijd een globale beweging die de brug slaat tussen racisme en kolonialisme. Dat is cruciaal, je kunt niet over kolonisatie spreken zonder het over racisme te hebben. Zelfs koning Flip linkte in zijn spijtbrief dekolonisatie aan Black Lives Matter. Dat is een paradigmashift hoor, na decennia van stilzwijgen vanuit het koningshuis.

Sommigen vinden dat koning Filip niet ver genoeg ging. Spijt betuigen is nog geen excuses aanbieden, klinkt het.

Blommaert: Ken je de uitdrukking? “Het is niet omdat je niet alles hebt gedaan, dat je niks hebt gedaan”. Koning Filip is bijzonder ver gegaan. Excuses zullen deel gaan uitmaken van de normale betrekkingen tussen voormalige koloniale mogendheden en hun oud-kolonies.. Mensen die vinden dat we nu wel genoeg over het verleden hebben gepraat, mogen hun borst natmaken: dit is maar een begin.

Wat is uw standpunt over koloniale standbeelden en monumenten?

Blommaert: Je moet ze niet weghalen, dat zou witwassing zijn. Gebruik ze als leeromgevingen. Stap bijvoorbeeld van het federaal parlement naar het koninklijk paleis van Brussel, door het Warandepark: een wandeling vol aanknopingspunten voor een prachtig gesprek over macht en democratische verbeelding. Om dat gesprek te voeren, heb je meer aan standbeelden van klootzakken zoals Leopold II en Godfried Van Bouillon dan van pakweg Toots Thielemans.

U volgt met enkele onderzoekers van de universiteit van Tilburg van nabij de socialistische Democrate Alexandria-Ocasio Cortez. Waarom?

Blommaert: De campagne van AOC, gemodelleerd overigens volgens de presidentscampagne van Bernie Sanders waaraan ze in 2016 meewerkte, stemt hoopvol. Terwijl Sanders toen de Democratische nominatie niet kon binnenhalen, slaagde zij er in 2018 wel in om een zetel te veroveren in het Huis van Afgevaardigden. Dat was compleet onverwacht, die zetel werd al 14 jaar bezet door haar partijgenoot Joseph Crowley. Na haar sensationele overwinning in de primaries versloeg ze ook nog eens haar Republikeinse opponent met 78 procent. De campagnes van Sanders en AOC stoelen op twee pijlers. Enerzijds het ouderwetse werk: van deur tot deur gaan en alle markten en schooldebatten afschuimen, anderzijds microtargeting op sociale media. Dat is electorale spitstechnologie: je kan voor weinig geld enorme hoeveelheden kiezers individueel bereiken. Wie daar ook goed in is, is The Lincoln Project.

Wat is dat?

Blommaert: Een van de gekste dingen die ik al heb gezien én de nachtmerrie van Trump. Het is een organisatie van zogenaamde Never Trumpers: conservatieven, zowel Republikeinen als ex-Republikeinen, die zich verzetten tegen Trump. Een van de aanvoerders is George T. Conway III, nota bene de man van Trumps voornaamste communicatieadviseur Kellyanne Conway. The Lincoln Project roept op om voor Democraat Joe Biden te stemmen en vraagt Republikeinen: distantieer u van die aap in het Witte Huis. Ze vrezen, terecht, dat Trump de partij zal meesleuren in zijn val. Dan bedoel ik niet alleen dat hij de verkiezingen wellicht verliest, maar ook dat de kans groot is dat hij in de cel eindigt, aangezien het Amerikaanse parket eindelijk zijn boekhouding zal kunnen inkijken.

Waarom denkt u dat Trump zal verliezen? Zijn ondergang is al vaak voorspeld.

Blommaert: Hij kampt met een aantal problemen die hij in 2016 niet had. Het format van die verkiezingen leek wel een kopie van zijn televisieshow The Apprentice: bullebak Trump tegen de rest. De ‘grootsheid’ van zijn campagne waren de Republikeinse primaries, waarin hij de ene vulgaire aanval na de andere afvuurde op andere kandidaten, van ‘Crazy’ Ted Cruz tot ‘Low Energy’ Jeb Bush. Vandaag werkt dat niet, hij zit niet in het offensief. Het enige wat hij nu kan, is angst zaaien.

Dat werkte prima voor Richard Nixon eind de jaren 1960. Waarom niet nu voor Trump?

Blommaert: Enter The Lincoln Project. Wanneer Trump de stoere uithangt, lanceren zij binnen het uur een tegenaanval. ‘Don, are you ready,’ tweeten ze en dan volgt een filmpje waarin ze uitleggen dat Amerika helemaal niet onder bedreiging ligt, maar dat Donald Trump gewoon in zijn broek schijt. Ze maken hem belachelijk en dat maakt hem razend. Begrijpelijk, want The Lincoln Project heeft impact. Formeel is het geen partij, maar toch kun je het zien als de emanatie van de echte Republikeinse Partij. Het illustreert dat de politiek van de grote massaorganisaties dood en begraven is. Partijen en vakbonden zullen blijven bestaan, maar ze domineren niet langer het publieke domein dat in duizenden fracties is uiteengevallen. De uitdaging vandaag is het bedenken van doordachte allianties. Dat had extreemrechts sneller door dan progressief links. Zo was de brexit-campagne een alliantie van verschillende bubbels. Extreemrechts weet dat de klassieke sociaaleconomische dialectica niet weg zijn, maar dat ze worden omgeven door allerlei andere krachtvelden zoals ras, sociale klasse en gender.

Extreemrechts, denk bij ons aan Schild & Vrienden, wint wel de meeste van de digitale veldslagen. Wat maakt u als progressief dan toch optimistisch?

Blommaert: Mijn optimisme is niets anders dan strijdvaardigheid. Aangezien de kaarten zo slecht liggen, kunnen wij ons niet veroorloven om niets te doen. En: het ís mogelijk om te winnen. Kijk naar AOC en The Lincoln Project, maar ook naar die K-popfans. (geamuseerd) Piepjonge liefhebbers van Korean pop, een mix van hiphop en pop, die Donald Trumps eerste verkiezingsrally in volle coronacrisis hebben verpest. K-popfans vormen geen activistische organisatie, maar ze kunnen zich wel als zodanig gedragen omdat enkelen snappen hoe algoritmes werken om vluchtige, maar slagkrachtige allianties te smeden. Al bij al was het poepsimpel: ze riepen via socialenetwerksite TikTok, razend populair onder tieners, op om massaal tickets te boeken voor Trumps rally en dan niet op te dagen. De machtigste man van de wereld stond in zijn hemd dankzij een paar tieners.

Hoe kijkt een socialistische sociolinguïst naar de nieuwe SP.A-voorzitter Connor Rousseau, fel gehypet onder meer vanwege zijn taalgebruik en looks?

Blommaert: Zonder veel belangstelling. Dat niveau van politiek interesseert me niet. In plaats van het over beleid te hebben, gaat het tegenwoordig over de vraag of Wouter Beke (CD&V) zich gekwetst voelt door de harde kritiek die hij heeft gekregen op zijn aanpak van de coronacrisis. (gedecideerd) Dat interesseert mij geen kloten. Als Annelies Beck heel dure zendtijd op de openbare omroep spendeert aan Bekes gevoelens, dan voel ik mij beledigd en geïnfantiliseerd. Vroeger was niet alles beter, toch heb ik heimwee naar de zondagnamiddagen waarop ministers anderhalf uur lang werden gegrild door drie lustig paffende journalisten, Guy Polspoel, Walter Zinzen en Kris Borms. Die politici zaten peentjes te zweten, maar ze werden tenminste niet constant onderbroken zoals later de vaste gewoonte werd op de openbare omroep. Daar heeft Siegfried Bracke nog voor gezorgd, hij heeft bij de VRT-nieuwsdienst de regel geïntroduceerd dat een praatgast nooit langer dan 32 seconden aan het woord mocht blijven. Later is die tijdspanne zelfs tot 16 seconden ingekort. Ik werd laatst gebeld door De Afspraak – nu ik ziek ben, word ik weer overal gevraagd. Ik zei dat ik wilde komen op één voorwaarde: word ik één keer onderbroken, dan geef ik een waarschuwing. Een tweede keer: ik neem mijn oortjes uit en verlaat de studio. (grijnst) Ik hoefde niet meer te gaan.

  • 1961, Dendermonde, groeit op in Brussel
  • Afrikanistiek aan de Universiteit Gent.
  • Doet onderzoek aan Universiteit Antwerpen en London Institute of Education.
  • Voorzitter vakgroep Afrikanistiek U Gent.
  • Legt zich toe op politieke antropologie en sociolinguistiek. Sinds 2010 verbonden aan Universiteit Tilburg waar hij het Babylon Centrum voor de Studie van Superdiversiteit opricht
  • Waslijst publicaties over o.a. superdiversiteit, nationalisme, populisme en politiek taalgebruik.
  • Bekroond met Arkprijs van het Vrije Woord 1993
  •  

Denderleeuw, zwart én divers

verschenen in Knack Magazine, 21 november 2018

“Het oude Denderleeuw komt nooit meer terug”

foto: Franky Verdickt

Zwarte Zondag zindert na in Denderleeuw. In enkele centrumscholen met een grote Afro-gemeenschap is de triomf van extreemrechts hard aangekomen. Met vallen en opstaan hadden ze van diversiteit een troef gemaakt, en nu dit. Zelfs een afgeschaft Halloween-feestje wordt als soumission geframed. Knack polst de temperatuur in de laboratoria van Denderleeuw 2.0.

Gemeenteplein, Denderleeuw. Met een honderdtal zijn ze naar de betoging gekomen, mannen en vrouwen van verschillende leeftijden. Ze zwaaien met Vlaamse Leeuw-vlaggen, de rechtse strijduitvoering zonder rode klauwen en tong. Slogans zoals ‘Red de democratie’ en ‘Wij zijn het volk’ weerkaatsten tegen de gevel van het stadhuis. Bedoeling is dat ze doordringen tot de zaal waar straks de eerste gemeenteraad sinds de verkiezingen plaats vindt. Vlaams Belang-fractieleider Kristof Slagmulders warmt zijn achterban per megafoon op. Zijn partij, die op 14 oktober van drie naar negen zetels sprong, wordt buiten de formatiebesprekingen gehouden. ‘Denderleeuw dreigt weer een linkse coalitie te krijgen’, toetert hij. ‘De wil van de kiezer wordt verkracht’. Een van die kiezers is Kamiel Van den Borre. Gedrapeerd in een leeuwenvlag verklaart hij tegenover de correspondent van een regionale krant zijn aanwezigheid. ‘Ge kunt hier ’s avonds niet meer buitenkomen, het is hier precies Zuid-Afrika’.

We laten in het midden wat een gepensionneerde Belang-stemmer zich bij Zuid-Afrika voorstelt. Feit is dat de aanwezigheid van een aanzienlijke groep nieuwkomers met een Afrikaanse achtergrond op de verkiezingsuitslag heeft gewogen. Niet alleen in Denderleeuw waar het Vlaams Belang met 26,2 procent ruimschoots de grootste partij werd. Een boogscheut hiervandaan ligt het intussen veelbesproken stadje Ninove, waar de extreemsrechtse Forza Ninove net geen volstrekte meerderheid behaalde. Lijsttrekker Guy D’haeseleer, Vlaams parlementslid voor Vlaams Belang, draait zijn hand niet om voor wat stemmingmakerij omtrent gekleurde medeburgers. Zijn ‘chocomousse-meme’ met Afrikaanse kinderen werd zelfs door N-VA-voorzitter Bart De Wever als “walgelijk” bestempeld. In Aalst nestelde het Vlaams Belang zich met 17 procent stevig op de tweede plaats, weliswaar op respectabele afstand van de ongenaakbare burgemeester Christophe D’haese die met een opvallend homogene lijst uitpakte. Geen spoor van diversiteit bij de Aalsterse N-VA, onder de 43 kandidaten figureerde wel gewezen Belang-boegbeeld Karim Van Overmeiren die een sterke persoonlijke score neerzette. Het regende de voorbije weken analyses over de nieuwe Zwarte Zondag aan de Dender. Telkens werd de olievlek Brussel geëvoceerd, een niet te stuiten sociologisch fenomeen dat via het spoor en de Ninoofse Steenweg diversiteit en verfransing over deze hoek van Oost-Vlaanderen verspreidt. Even onvermijdelijk werd ingezoomd op  een welbepaalde categorie van nieuwkomers die met de interne migratiegolf in de Denderstreek kwam aanspoelen. Zowel in Aalst, Denderleeuw en Ninove als in Liedekerke en Erembodegem ontstonden de voorbije jaren grote gemeenschappen met roots in Sub-Saharaans Afrika.

Halloween

De snelheid waarmee deze ontwikkeling zich voltrok, blijkt nog het best uit cijfers van de Katholieke Centrumschool Denderleeuw. In het jaar 2000 telde de basisschool 4 procent kleuters en leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond. In 2005 was het aandeel al tot 18 procent opgelopen, dit schooljaar werden 52 procent allochtonen ingeschreven. ‘Die groep is heel divers’, zegt Joris Breynaert. ‘We hebben een tachtigtal moslims, meestal van Marokkaanse en Turkse afkomst. Je vindt hier ook Oost-Europeanen, Latijns-Amerikanen en zelfs enkele Walen. Maar veruit de grootste groep heeft roots in Centraal Afrika, vooral in Congo. 200 kinderen in totaal, dat is haast een school op zichzelf’. Breynaert, jarenlang directeur van het KCD, momenteel coördinerend directeur van de overkoepelende scholengemeenschap De Zevensprong, is nog niet bekomen van de verkiezingsuitslag. ‘Draai of keer het zoveel als je wilt’, zegt hij, ‘maar ruim een kwart van de kiezers heeft op 14 oktober een veto tegen diversiteit uitgesproken. Stuur die Afrikanen terug, was de impliciete boodschap, als het niet naar Congo is, dan tenminste naar Brussel waar ze vandaan komen. Absurd, alsof de lokale politiek enige invloed heeft op sociologische realiteiten zoals interne migratie. Maar dat besef sijpelt bij deze kiezers niet door. Ze hebben massaal gestemd op een partij die hen met populistische slogans laat geloven dat de verkleuring van Denderleeuw echt kan worden omgekeerd’.

Griet Daem, directrice van basisschool ’t Landuiterke, net als KCD onderdeel van De Zevensprong, deelt het onbehagen. De maandag na de verkiezingen zag ze de mails binnenlopen. Enkele ouders maakten hun beklag over het schrappen van het jaarlijkse halloweenfeest. ‘Een beslissing die al in de zomer, bij de planning van het schooljaar, werd genomen’, zegt Daem die we bij de collega’s van KCD ontmoetten. ‘Gedragen door het team, nogal wat leerkrachten vinden Halloween maar een commercieel nepfeest dat bovendien heel wat kleuters angst aanjaagt. En ja, er was nog een bijkomende reden. Een kleine minderheid van onze Afrikaanse ouders houdt zijn kinderen thuis tijdens halloween. Om religieuze redenen, het gaat om leden van bepaalde evangelische kerken waar een taboe geldt voor alles wat met de dood te maken heeft’. Het was op die bijkomende reden dat de klagers in hun gecoördineerde en opvallend getimede schrijfactie focusten. Halloween mag dan Amerikaanse import zijn, het schrappen van het feest werd één dag na de verkiezingen anders geframed: het was een kaakslag voor de Vlaamse identiteit en een zoveelste knieval voor de vreemdelingen die de school en bij uitbreiding heel Denderleeuw overspoelen. Een schoolvoorbeeld van identitaire recuperatie, vergelijkbaar met de heisa die de Brugse N-VA-senator Pol Van den Driessche enkele weken eerder maakte over omdopen van de Kerstmarkt tot Wintermarkt.

De anekdote speelt zich niet toevallig af in de Kruisstraat waar basisschool ’t Landuiterke een tweede campus heeft. De diversiteitsindex ligt er nog hoger dan bij KCD, waarmee het schooltje overigens een getrouwe afspiegeling biedt van haar omgeving. De wijk Leeuwbrug vlakbij het station is erg in trek bij nieuwkomers, vaak mensen uit de Afrikaanse gemeenschap in Brussel die door de lage vastgoedprijzen worden aangetrokken. Hier vind je nog een royaal rijhuis voor 150.000 euro, huurprijzen liggen de helft lager dan in de hoofdstad. Met de trein is het bovendien maar een kwartier sporen naar het werk of de familie in de hoofdstad. Maar er is nog een pull factor: onderwijs. ‘Afrikaanse ouders zijn net zoals alle ouders’, zegt Breynaert. ‘Ze willen het best mogelijke onderwijs voor hun kinderen, bij voorkeur in Vlaanderen. Niet dat het voor kinderen altijd een cadeau is. We schrijven soms leerlingen in het vijfde of zesde leerjaar in die recht uit Franstalig onderwijs komen en een grote achterstand voor Nederlands en wiskunde hebben. Niet simpel, voor het kind noch voor de school’.

’t Landuiterke voert een eigen spreidingsbeleid. Een twaalftal kinderen neemt ’s morgens bij het station de bus naar de veel wittere hoofdschool in de Landuitstraat. ‘Een confronterende ervaring”, zegt Daem die de kinderen vaak begeleidt. ‘Zwarte kinderen die luid praten, en dan soms nog in het Frans. Voor sommige busgebruikers is dat een brug te ver. Ze spuwen hun gal, zonder te beseffen dat onze leerlingen hen wel begrijpen. Heel wat van die kinderen zijn echte polyglotten, we zijn hier trouwens een perfect tweetalige generatie aan het klaarstomen’.

jobs, jobs, jobs

De ‘invasie’ terugdraaien? Een blik op de speelplaats van de KCD zou moeten volstaan om die illusie te kelderen. Kinderen ravotten als vanouds, zichtbaar kleurenblind. ‘In het begin registreerden we wel eens een ongepaste opmerking’, zegt Ann Van Durme die Breynaert als directeur is opgevolgd. ‘Dan klonken er kreten zoals ‘vuile zwarte’. Ik ben niet zeker of het racistisch bedoeld was, het blijven tenslotte kinderen. Maar de jongste jaren horen we helemaal geen wanklanken meer. Het zijn volwassenen en gepensionneerden die moeite hebben met de veranderingen, voor deze kinderen is diversiteit vanzelfsprekend. Ze zijn de toekomst van Denderleeuw, een toekomst die we hier zo goed mogelijk voorbereiden. Natuurlijk heeft onze school wat heet een moeilijk publiek. We scoren erg hoog in de SES-cijfers, vooral door de anderstalige thuissituatie. Dat heeft ook een voordeel in het Vlaamse onderwijssysteem, want het geeft ons recht op negen extra zorgleerkrachten die we inzetten voor doorgedreven differiëntering en taalondersteuning. Met resultaat: de meeste van onze leerlingen stromen door naar A-richtingen in het middelbaar’.

Foto: Franky Verdickt

Van Durme, opgegroeid in de wijk Leeuwbrug, zelf 27 jaar voor de klas gestaan, doet er niet hypocriet over. De verkleuring is haar en haar collega’s overvallen. ‘Het is heel snel gegaan. We hebben met het hele team een nieuwe aanpak gezocht, een proces van vallen en opstaan. Voor Nederlandse taalverwerving en ouderbetrokkenheid moesten we het bord helemaal afvegen en van nul herbeginnen. We hebben pilootgroepen opgericht, voortrekkers die nagenoeg iedere woensdag nableven om te brainstormen. Niet iedereen in het team was daar klaar voor, zo’n transitie gaat met een rouwproces gepaard. Gelukkig viel de omslag samen met de instroom van heel wat jonge leerkrachten’. Dat mag geen toeval heten. Samengeteld steeg de populatie van KCD en ’t Landuiterke sinds 2006 van 600 naar 1.000 leerlingen, een winst die volledig op het conto van intene migratie valt te schrijven. ‘De verkleuring heeft onze centrumscholen een nieuw elan gegeven’, zegt overkoepelend directeur Breynaert. ‘Jobs, jobs, jobs, is dat niet wat de regering Michel wil? Wel dan, diversteit creëert jobs’. 

Niet dat alles rozengeur en maneschijn is. KCD krijgt geregeld leerkrachten van landelijk gelegen zusterscholen op werkbezoek. ‘Die zetten grote ogen’, zegt Van Durme. ‘Ik heb  er nog niet één gekend die wilde ruilen, ook al omdat leraren op deze school harder moeten werken dan collega’s die een homogeen Vlaams publiek bedienen. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: niemand van mijn team wil naar een school op het platteland verhuizen. Het is misschien hard werken, maar we krijgen veel terug. Ik ben er trouwens van overtuigd dat we nu veel beter onderwijs bieden dan pakweg twintig jaar geleden. Ook aan de Vlaamse kinderen’.

Vlaamse ontvoogding

2006, het jaar waarin de kaap van 20 procent anderstaligen werd genomen, was een kantelpunt. Samen met de even diverse basisschool van het GO!-Atheneum trokken KCD en ’t Landuiterke bij het gemeentebestuur aan de alarmbel. Deze uitdaging ging hun krachten te boven, de scholen vroegen ondersteuning. De démarche leidde onder meer tot het benoemen van een gemeentelijke schoolopbouwwerker, een ervaren kracht die in Gent werd weggeplukt. ‘Daar hebben we veel aan gehad’, zegt Van Durme. ‘Ze haalde experts onderwijs en diversiteit naar Denderleeuw. Mensen zoals Piet Van Avermaet, de Gentse professor taalkunde die ons nieuwe inzichten over de verwerving van Nederlands heeft aangebracht. We hebben daar echt mee geworsteld: moeten we kinderen straffen als ze onder elkaar op de speelplaats Frans spreken? Die piste hebben we gelukkig snel verlaten. Het is wetenschappelijk onderbouwd: als kinderen hun thuistaal mogen hanteren, voelen ze zich beter in hun vel waardoor ze ook sneller Nederlands leren’.

Toch ontstond er opschudding toen het nieuwe speelplaatsreglement in de streekpers uitlekte. Frans spreken op de speelplaats van de Kruisheren, waar ging dat naartoe? De naam van de stichtende congregatie, tevens verbonden aan het aanpalende IKSO-college, rijmt in de streek met Vlaamse ontvoogding. Zowel Van Durme als haar collega Daem pleiten voor pragmatiek. Ja, brieven aan ouders worden ook in het Frans verstuurd. Tijdens oudercontacten staan vrijwilligers-tolken klaar. De onthaaldag wordt voor Nederlandsonkundige ouders in een aangepaste en meertalige formule overgedaan. ‘Natuurlijk moedigen we de ouders aan om Nederlands te leren’, zegt Van Durme. ‘We organiseren zelf cursussen in samenwerking met het Centrum voor Basiseducatie. Maar we moeten realistisch blijven. Van ouders die pas vanuit Brussel zijn verhuisd, kun je niet verwachten dat ze de Nederlandstalige uitleg tijdens de onthaaldag of het oudercontact snappen. Voor ons primeren altijd de onderwijskansen van het kind’.

Van Durme overweegt nog een stap verder te gaan. Thuistaal toelaten in de klas, ook dat is volgens onderwijsexperts heilzaam voor welbevinden en leerwinst. Voorlopig blijft dat nog toekomstmuziek, want niet alle teamleden geloven in deze vorm van pedagogisch driebanden. Het toont echter aan hoe ver ze gaat in het omarmen van de diversiteit, al knagen er soms twijfels. Ze kent kinderen die letterlijk in de schaduw van de KCD wonen en toch in deelgemeente Welle school lopen. Het zijn uitzonderingen, de gevreesde witte schoolvlucht is uitgebleven. ‘Toch mag het hier stoppen’, zegt Van Durme. ‘Onze nieuwe aanpak werkt goed, maar wat als de verhouding naar 70/30 doorschiet? Pas op, ook dan zullen we er het beste proberen van te maken. Maar simpel is het allemaal niet’.

ouderbetrokkenheid

Peter Van Hove, directeur van de GO!-basisschool in de De Nayerstraat, maakt er een erezaak van: bij nieuwe inschrijvingen verwelkomt hij de ouders in hun thuistaal. Soms is dat Italiaans of Roemeens. ‘Dat gaat niet altijd even vlot’, geeft hij toe, ‘maar het wordt geapprecieerd door zowel ouders als kinderen’. Meestal echter bedient hij zich van de taal van Molière. ‘Meer dan de helft van onze kinderen spreekt thuis Frans’, zegt Van Hove. ‘Vooral moslims en Afrikanen, al zitter er daar ook tussen die Engels spreken. Op de speelplaats klinken alle talen door elkaar, maar Nederlands is de bindtaal. Logisch, want we hebben hier nog altijd een aanzienlijke groep Vlaamse kinderen’. Ook Van Hove spreekt over diversiteit als een kans. Sinds zijn aantreden in 2012 kent de school na een moeilijke periode weer een forse groei: van 416 naar 600 leerlingen, overwegend kinderen van nieuwe Denderleeuwenaars. De pragmatische taalpolitiek is niet het enige raakvlak met de katholieke centrumscholen. Onder impuls van de gemeentelijke schoolopbouwwerker ontstond een officieus, netoverschrijdend samenwerkingsverband. In de drie scholen werd een video opgenomen om de usances van het Vlaamse basisonderwijs te verduidelijken. De film, voorzien van Franse en Engelse ondertitels, liep helaas twee jaar vertraging op, een gevolg van de bestuurscrisis die Denderleeuw verlamde nadat N-VA-burgemeester Jan De Dier in november 2014 zijn meerderheid verloor.

Ook Van Hove en zijn team hebben met zoeken en tasten een nieuwe onderwijsmethode ontwikkeld. GOVA, heeft hij het genoemd, gedifferentieerd onderwijs met vakankers. ‘Van de jongste kleuters tot en met de kinderen van het vierde leerjaar hebben we voor alle vakken een referentieleraar aangeduid, een vakspecialist die zijn collega’s helpt met de lesvoorbereidingen. In de graadklas van het vijfde en zesde leerjaar passen we het systeem van het secundair onderwijs toe, met gespecialiseerde leerkrachten die alleen hun vak geven in alle klassen. We scoren dankzij dit systeem flink boven het Vlaamse gemiddelde op de OVSG-eindtoetsen. Straf, met ons publiek’.

Foto: Franky Verdickt

Ouderbetrokkenheid blijft zijn grootste kopzorg, al heeft voortschrijdend inzicht al veel  beterschap gebracht. Briefjes in de agenda, zelfs in het Frans gesteld, blijven vaak ongelezen. Dus belt de school ouders persoonlijk op om afspraken voor bijvoorbeeld het oudercontact te maken. Dat werkt goed, net zoals de oudergroepen waarin mama’s en papa’s uit de Afrikaanse gemeenschap een brugfunctie vervullen. Ze wijzen andere ouders op het belang van betrokkenheid, er wordt geëxperimenteerd met thema-avonden rond schoolse onderwerpen waarbij de ouders tegelijk vakjargon  leren in het Nederlands. Vooral bij de oriëntatie richting secundair ontstaan er wel eens misverstanden. Met name Congolese ouders, zo vernamen we meermaals, mikken erg hoog. Zoon- of dochterlief wordt advocaat of dokter, andere uitkomsten worden minderwaardig geacht. Dan valt er wat uit te leggen als het studieadvies richting TSO of BSO wijst. Administratieve rompslomp in een orale cultuur, het is een van de thema’s waarmee de schoolopbouwwerker hier aan de slag ging. Goed initiatief van het gemeentebestuur, vindt ook Van Hove. Jammer alleen dat de schoolopbouwwerker al na twee jaar in een andere functie werd benoemd, en dat het daarna nog eens twee jaar duurde vooraleer een opvolger werd aangesteld. ‘Ik heb nog in Gent gestaan’, zegt Van Hove. ‘Daar financiert de stad per school van deze omvang een voltijdse  opbouwwerker. Dat zou hier echt geen overbodige luxe zijn’.

Pierre Kompany

Half vier. Ouders stromen in al hun diversiteit binnen om hun kroost op te halen, onverschillig voor de Vlaamse strijdvlag die aan de overkant van de schoolpoort wappert. Ooit was het cachet van Vlaams Belang een sociaal stigma. Dat is voltooid verleden tijd, althans in de Denderstreek. Ook anderhalve week na de verkiezingen glunderen de extreemrechtse kandidaten van achter ramen en op plakaten in voortuintjes. ‘Eerst onze mensen’, de boodschap is hier aangekomen. Maar even opvallend: verschillende lijsten pakten uit met gekleurde kandidaten. Zelfs de N-VA, waar Jean Liwoke zijn Afrikaanse oorsprong met een originele flamingantische pedigree wist te rijmen. Zijn vader, zo presenteert hij zich op de website, was een wees die door Vlaamse priesters werd opgevoed, vandaar zijn gevoeligheid voor het V-ideaal. Hij werd niet verkozen, in tegenstelling tot Chancelvie Okitokandjo die voor CD&V in de nieuwe gemeenteraad mag gaan zitten. Twee andere kandidaten uit de Afrikaanse gemeenschap, van Groen en CD&V, grepen nipt naast een zetel. En zo wordt een 26-jarige rechtenstudente uit de wijk Leeuwbrug de enige stem van divers Denderleeuw. Zwaar ondervertegenwoordigd, want intussen heeft al een vijfde van de 20.000 inwoners een niet-Europese afkomst. ‘Afrikanen’ vormen met zowat 3.000 zielen veruit de grootste groep niewkomers. ‘Het had op 14 oktober anders kunnen lopen’, zegt Okitokandjo. ‘Heel wat Afrikaanse mensen hebben niet gestemd, vooral diegenen die nog geen Belgische nationaliteit bezitten. We hebben die groep nochtans sinds april actief aangespoord om zich als kiezer te laten registreren, maar velen generen zich voor hun Congolese, Rwandese of Kameroenese identiteit’.

Aan strijdlust ontbreekt het Okitokandjo niet. De coalitiebespreingen zijn nog in volle gang, maar ze wijst een schepenmandaat niet a priori af. Na de stembusuitslag regende het felicitaties, zowel van de Afrikaanse gemeenschap als van Vlaamse vrienden. Vergelijkingen met Pierre Kompany, straks burgemeester van Ganshoren, waren niet van de lucht. Okitokandjo scoorde onder meer met een Facebook-filmpje waarin ze in vlekkeloos Nederlands haar geloof in een divers Denderleeuw belijdt. Grootmoedig voor iemand die in haar heimat geregeld met plat racisme werd en wordt geconfronteerd. Tegenliggers die abrupt van stoep wisselen alsof ze een besmettelijke ziekte vrezen, treinreizigers die liever rechtstaan dan naast haar plaats te nemen, zieke commentaren aan de kassa van de Delhaize, het zijn ervaringen die ze met vele Afro-Denderleeuwenaars deelt. ‘Vaak wordt er agressief gereageerd als je Frans spreekt’, zegt ze. ‘Nu ken ik de gevoeligheden wel van de taalkwestie in Vlaanderen, maar dit snap ik niet. Wat is er mis met tweetaligheid? Ik zie daar alleen een troef in’.

Als ze desondanks optimistisch blijft, dan komt dat onder meer door haar ervaring op school. ‘Ik heb op het katholieke IKSO gezeten’, zegt Okitokandjo die tot haar elfde in Nederland woonde. ‘Een goede school, nooit racisme of discriminatie ervaren. Hetzelfde verneem ik van mijn Belgisch-Rwandese vriendin die op het Atheneum heeft gezeten en nu als advocate werkt. Toegegeven, de scholen zijn sindsdien nog veel diverser geworden. Ik kom nog geregeld in het IKSO waar mijn jongste zusje zit. Ik sta soms zelf versteld van de verkleuring. Het is erg snel gegaan, en ik begrijp dat oudere Denderleeuwenaars het daar moeilijk mee hebben. Maar ze moeten de realtieit onder ogen zien. Het Denderleeuw van vroeger komt nooit meer terug’.

Ooit komt het allemaal wel goed. Bij het GO! in de De Nayerstraat kaarten leerkrachten na over het voorbije Halloweenfeest. Het was heel eng, erg donker en vooral een groot succes. Zo’n 250 kinderen en ouders waren door tot griezeltunnel verbouwde gangen op de eerste verdieping gelopen. Onder hen kinderen die met de zegen van hun ouders religieuze en culturele taboes opzij hadden gezet. ‘Typisch’, zegt een lerares. ‘Alle reden zijn goed voor een verkleedpartijtje. Karnaval, dat zit hier in ‘t bloed’.  Ook bij nieuwe Denderleeuwenaars.

Filip Dewinter zendt zijn dochters uit

uitgebreide versie van interview met Veroniek Dewinter dat op 4/12/2013 in Knack verscheen

“Moslima’s waren welkom op verjaardagsfeestjes, maar wel onder voorwaarden. Hoofddoeken af, varkensvlees eten en mee zwemmen met meisjes en jongens in ons zwembad”.

Extreemrechts in Vlaanderen heeft eindelijk zijn familie Von Trapp. Ze woont in Ekeren-Antwerpen, en staat bij de burgerlijke stand als de familie Dewinter bekend. Vader Filip, sinds mensenheugenis boegbeeld van Vlaams Belang, heeft zijn drie dochters uitgezonden. Karolien Dewinter (24) houdt een zitje warm in de districtsraad van Merksem en figureert volgend jaar op de Europese lijst. Tweede dochter An-Sofie (21) prijkte vorig jaar in een boerkini op een provocerende anti-islamaffiche. En volgend jaar maakt ook de jongste dochter haar electorale debuut. De 19-jarige Veroniek Dewinter zal de stuntlijst versterken waarmee het Vlaams Belang op 25 mei in Henegouwen, aan gene kant van de taalgrens, wil uitpakken. We mochten de piepjonge politica thuis aan de tand voelen, onder het waakzame oog van papa Dewinter die voor de gelegenheid de rol van perswoordvoerder speelt. Wie kandidaat volksvertegenwoordiger Veroniek Dewinter wil spreken, moet vooralsnog langs hem passeren.

–  Spreekt u wel Frans? Want dat mag je wel verwachten van een kandidaat die in Wallonië campagne gaat voeren..

Veroniek Dewinter: “Ik trek mijn plan. Vloeiend is het niet, alleszins onvoldoende om een echt gesprek of debat aan te gaan. Maar de campagne is nog niet begonnen, en intussen leer ik bij. Ik studeer communicatiewetenschappen aan de Artesis-Plantijn Hogeschool, en Frans is een van mijn vakken“.

Filip Dewinter: “Mag ik even tussenkomen? Het klopt niet dat Veroniek de lijst gaat trekken, zoals ik in verschillende kranten las. Ze zal wellicht duwen, als lijsttrekker zoeken we een perfect tweetalig kandidaat”.

–   Okay, maar als dochter van wordt u wel de blikvanger. Hoe goed kent u uw kieskring?

Veroniek Dewinter:  “Euh..ik ben nog nooit in Henegouwen geweest. Maar dat zal wel gauw veranderen als de campagne begint”.

 Geef nu maar toe: dit is niet meer dan een stunt, een rondje Walen provoceren om media-aandacht te trekken en de eigen achterban te plezieren…

Veroniek Dewinter: “Ja, maar toch is het ons menens. We willen de Walen ervan overtuigen dat ze beter af zijn zonder de PS en zonder Di Rupo.  Daarom kiezen we voor Henegouwen, we gaan letterlijk in de achtertuin van Di Rupo campagne voeren. We gaan dus niet doen zoals Bart De Wever, die Di Rupo gebruikt om zich te profileren zonder hem echt pijn te doen. We willen campagne voeren op precies dezelfde manier als in Vlaanderen, we gaan folders uitdelen en met de mensen praten”.

Jullie willen in Henegouwen ook de affiche gebruiken met de vliegenmepper om Di Rupo symbolisch te pletten. Une tapette, zoals dat in het Frans heet, is toevallig ook een scheldwoord voor homo. Vindt u dat zelf niet wat ranzig?

Veroniek Dewinter: “Nee, ik vind dat eerder humoristisch. We gaan die vliegenmeppers ginder uitdelen”.

Filip Dewinter: “Op mijn communiezieltje: dat tapette een scheldwoord voor homo’s was, hebben we pas achteraf in De Morgen gelezen. We wisten het echt niet”.

 Vlaams Belang wekt in Wallonië vooral monumentale aversie op. Komen jullie in Henegouwen desalniettemin onder de eigen naam op?

Veroniek Dewinter: “Die knoop is nog niet doorgehakt, de kans bestaat dat we voor BOP kiezen.  ‘Balayons les Ordures Politiques’, het boekje van vader dat in het Frans werd vertaald en dat we tijdens de campagne zullen verspreiden”.

Niet bang voor vijandige reacties?

Veroniek Dewinter: “Nee, ik ben wel wat gewoon. Als ik met ons vader folders ging uitdelen, incasseerde ik ook vaak negatieve reacties”.

– Hoe was het om op te groeien als dochter van een bekend en door velen verfoeid politicus?

Veroniek Dewinter: “Ik werd voortdurend op mijn familienaam aangesproken. Vader was al bekend toen ik nog niet geboren was, ik heb er dus van kindsbeen af mee leren omgaan. Op school wist iedereen wie ik was. In het middelbaar waren er wel eens leerkrachten die een link legden tussen Vlaams Belang en racisme. Ik hield me dan gedeisd, dacht bij mezelf dat ik wel beter wist. Na de les kwam die leerkracht me verzekeren dat ik het vooral niet persoonlijk moest nemen. Niet dat het altijd zo gemakkelijk was. Mijn oudste zus is van school moeten veranderen omdat ze gepest werd, en niet alleen door de leerlingen. Mijn andere zus heeft bij het solliciteren al twee keer naast een vacature gegrepen omdat ze de dochter is van”.

–  Politiek is een ruwe stiel. Bagger spuiten, met bagger besmeurd worden, nergens kennen ze het beter dan bij het Vlaams Belang. Ook intern kan het er ruig aan toe gaan. De voorbije jaren heeft uw vader goede vrienden zien overlopen naar N-VA, om nog te zwijgen van de pijnlijke episode met wijlen Marie-Rose Morel en Frank Vanhecke in de hoofdrollen. Waarom kiest een jong meisje voor zo’n milieu?

Veroniek Dewinter: “Er is inderdaad veel gebeurd binnen de partij, maar dat illustreert alleen maar de nood aan een nieuwe generatie. Tegenkanting hoort erbij, heb ik van vader geleerd. Hoe meer kritiek hij kreeg, hoe standvastiger hij zich opstelde. Ik vind dat een inspirerend voorbeeld. Overigens, je moet deze kandidatuur relativeren, ik ben in de eerste plaats student.  Maar politiek heb ik wel met de paplepel meegekregen, net als mijn zussen. We zijn ook alle drie bij de Vlaams Belang Jongeren actief”.

In 2004 werd het Vlaams Blok als een racistische partij veroordeeld, een stigma dat ook aan opvolger Vlaams Belang kleeft. Bent u militant van een racistische partij?

Veroniek Dewinter: “Ik heb dat proces niet bewust meegemaakt, ik was toen tien jaar. Maar ik weet zeker dat mijn partij niet racistisch is. Vader heeft al in jaren negentig gewaarschuwd voor bepaalde fenomenen die mijn toekomst en de toekomst van mijn kinderen bedreigen. Ik kan alleen maar vaststellen dat veel van zijn voorspellingen zijn uitgekomen”.

–  Wat bedoelt u daarmee?

Veroniek Dewinter: “Iedereen kan toch zien dat de immigratie compleet is ontspoord? En ik vind het ook niet normaal dat ik word uitgescholden, als ik ’s avonds met vriendinnen op stap ga. Het is niet omdat ik als Vlaams meisje een rokje draag of een glas alcohol drink, dat ze mij voor hoer of slet mogen uitmaken”.

Spreekt u uit ervaring of is dit een cliché?

Veroniek Dewinter: “Uit ervaring! Vorige week nam ik met enkele vriendinnen de tram. Omdat we er per vergissing in station Opera waren uit gegaan, moesten we eendje eind lopen naar de Meir. Op dat korte stukje werden we tot vier keer toe uitgemaakt, wellicht omdat we wat schmink droegen. Door jonge Marokkanen, zoals meestal het geval is”.

–  Het Vlaams Belang profileert zich meer dan ooit als een anti-islampartij. Hoe gaat u zelf om met leeftijdsgenoten die toevallig moslim zijn?

Veroniek Dewinter: “Op school zitten heel wat moslims, ook meisjes met hoofddoeken. Ik heb er wel contact mee, maar niet in die mate dat we vrienden zijn”.

–  Stel dat u een groepswerk moet maken met een van die meisjes. Gaat u hen dan vertellen dat ze hun hoofddoek moeten afdoen, zoals uw partij eist?

Veroniek Dewinter: “Dat ook weer niet, groepswerk is groepswerk. Ik heb eigenlijk nooit een probleem met moslima’s  gehad. Vroeger werden ze hier op verjaardagsfeestjes uitgenodigd. Ze waren welkom, maar wel onder voorwaarden. Hoofddoeken af, varkensvlees eten en mee zwemmen met meisjes en jongens in ons zwembad”.

–  Jongeren die zich politiek engageren kiezen doorgaans voor een partij met succes en toekomst. Niet voor Het Vlaams Belang dus, een partij die de voorbije jaren vooral kiezers en mandatarissen verloor.  Nooit getwijfeld om als jonge, Vlaams nationalist voor de N-VA te kiezen, een partij die intussen drie keer zo groot is als Vlaams Belang en die niet gevangen zit in een cordon sanitaire?

Veroniek Dewinter: “Kandidaat voor de N-VA? Ondenkbaar, dat zou als verraad worden beschouwd. Ten andere, als dochter deel is sowieso de ideeën van vader. Het is wel bitter dat de N-VA nu succes oogst met ideeën die ze van ons hebben gepikt. Toch geloof ik in onze toekomst. Het is niet de bedoeling de grootste te worden. Het Belang is een zweeppartij die andere partijen aanjaagt, een rol die ons op het lijf is geschreven”.

Misschien wat voorbarig en buiten proportie: maar mogen we een parallel trekken met de dynastieke opvolging bij het Franse Front National? Marine Le Pen is een gematigder versie van haar vader Jean-Marie. Wordt u straks een zachtere kopie van Filip Dewinter?

Veroniek Dewinter:  “Vrouwelijker misschien, maar softer? Nee hoor, ik ben een echte Dewinter, net als mijn zussen. Rechtlijnigheid zit ons in de genen”.

Wat is er geworden van het Belgische Front National? Gaat die jullie straks in Henegouwen beconcurreren op de extreemrechtse flank?

Filip Dewinter: “Belgische Front National? Dat zootje ongeregeld bestaat niet meer, het Franse FN heeft het gebruik van die naam via de rechtbank laten verbieden. Overigens, wist u dat het FN van Marine Le Pen in Wallonië in de peilingen een potentieel van 8 procent heeft, terwijl die partij hier officieel niet bestaat? En off the record, het is niet uitgesloten dat Marine Le Pen onze Henegouwse lijst zal steunen, met een oproep om voor Balayons les Ordures Politiques te stemmen”.